CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Dashboard sociaal domein 1e helft 2025

Gezamenlijke commissievergadering REB en M&M 30 oktober 2025, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Wijziging gemeentebegroting 2025 conform 2e Bestuursrapportage7.999 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kerncijfers Sociaal Domein – 1e helft 2025 1. Inleiding Bij elke Bestuursrapportage en de Jaarrekening wordt de dashboardrapportage Kerncijfers Sociaal Domein aangeboden. Het dashboard is een integrale rapportage over de uitvoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning, de Jeugdwet en de Participatiewet. De rapportage bevat drie elementen: kwantitatieve gegevens, financiële gegevens en een korte tekstuele toelichting en analyse. De dashboardrapportage is een groeimodel, de komende jaren worden in het kader van de doorontwikkeling zo nodig onderwerpen toegevoegd. Daarmee komt meer en betere sturingsinformatie beschikbaar. Door het registratiesysteem X-works kunnen vergelijkingen met voorgaande jaren soms lastig zijn, omdat de registratie nu op een andere manier plaatsvindt. Als dit relevant is, zullen we dit expliciet vermelden. Er is besloten X-works niet verder te gebruiken en over te stappen op het systeem Suite. Naast deze dashboard rapportage wordt vanaf 2020 elke twee jaar een meer strategisch en tactisch stuurinstrument aangeboden, de 4G monitor. Op basis van (zoveel mogelijk) beschikbare informatie wordt in deze monitor een beeld geschetst en een analyse gemaakt van vier belangrijke indicatoren over de leefsituatie van de inwoners van Meierijstad.

De monitor geeft een beeld over (positieve) gezondheid, geluk, gezin (thuissituatie) en geld (financiële situatie) van onze inwoners in relatie tot de onderwerpen vanuit het sociaal domein. De inhoud van de 4Gmonitor wordt aangepast op basis van het nieuwe programma Sociaal Domein. De beschikbare informatie wordt afhankelijk van de mogelijkheden afgezet tegen de rest van Nederland, vergelijkbare gemeenten of de regio (Noordoost Brabant). Op basis hiervan kan de Raad vaststellen of het goed gaat met onze inwoners, of het gewenst is bij te sturen of dat het gewenst is de ambities bij te stellen.

2. Wet maatschappelijke ondersteuning 2.1 Kerncijfers Onderstaande tabel geeft een overzicht van het aantal uitstaande voorzieningen op betreffende peildatum. In deze tabel zijn zorg in natura (ZIN) en een persoonsgebonden budget (PGB) meegenomen. Sommige klanten maken gebruik van meerdere voorzieningen. Vanaf 2022 is sprake van een nieuwe inkoopsystematiek voor Individuele begeleiding en Dagbesteding. Hierdoor zijn de cijfers van deze voorzieningen vanaf dat jaar niet te vergelijken met de eerdere cijfers. Vanaf 2025 is ervoor gekozen om voor alle voorzieningen de cijfers vanaf 2022 op te nemen. Hierdoor is weer sprake van uniformiteit in de gebruikte data. Wel maken we nog een kanttekening bij de cijfers van december 2023 die door de overgang naar X-works een vertekend beeld kunnen geven omdat de indicaties van eind 2022 pas in de eerste maanden van 2023 zijn verwerkt. Dit geldt voor alle voorzieningen in de tabel. Aantal uitstaande voorzieningen (ZIN en PGB) Aantal indicaties Wmo

Dec 2022

Dec 2023

December 2024 Juni 2025

Beschermd Wonen

55

46

55

66

Dagbesteding Beschermd Wonen

21

14

12

19

Collectief Vervoer

1732

1731

1765

1787

Hulp bij huishouden Maatwerkvoorziening (ZIN) Algemene voorziening (ZIN)

2313

2294

2260 2107 90

2376 2086 226

Rolstoelvoorziening

612

731

706

745

Vervoersvoorziening

903

909

971

10171

Woonvoorziening

668

845

1003

10422

Gehandicapten parkeerkaart

1177

1140

1164

1157

Individuele begeleiding

853

863

947

987

Dagbesteding

206

196

250

247

Wat valt op? Zoals voorspeld, is voor een aantal voorzieningen waar het abonnementstarief van toepassing is over de jaren heen een grote stijging te zien. Bij de invoering bleek dit al een aanzuigende werking 1 In de categorie vervoersvoorzieningen zijn naast voorzieningen zoals een scootmobiel,

driewielfiets of autoaanpassing tevens de aantallen van uitstaande onderhoudscontracten en verzekeringen opgenomen. In juni 2025 staan in totaal 38 onderhoudscontracten en verzekeringen uit. 2 In de categorie woonvoorzieningen zijn naast woonvoorzieningen (bijv. badkameraanpassing, traplift of woonunit) tevens de aantallen van onderhoudscontracten en reparaties opgenomen. Bijvoorbeeld voor een til- of traplift. In juni 2025 staan er 178 onderhoudscontracten uit en zijn er 5 reparaties uitgevoerd.

Zaaknummer 2899450

Pagina 2 van 26

datum 3 september 2025

te hebben. Dit beeld wordt ook landelijk bevestigd. Daarnaast spelen uiteraard ook andere ontwikkelingen mee bij de stijging van het aantal voorzieningen waaronder in het bijzonder de toenemende vergrijzing en het ingezette beleid voor langer zelfstandig thuis wonen. Hulp bij huishouden Bij hulp bij huishouden3 zien we na een lichte daling in de periode 2022-2024 weer een lichte stijging van het aantal voorzieningen in het eerste half jaar van 2025. Daarbij zien we wel een verschuiving naar het gebruik van de algemene voorziening. De algemene voorziening is bedoeld voor inwoners die de eigen regie op het huishouden kunnen voeren, maar die niet alle huishoudelijke taken zelf meer kunnen uitvoeren. De algemene voorziening is voorliggend. De invoering van de algemene voorziening wordt gezien als een groeimodel. Afhankelijk van het gebruik van de voorliggende algemene voorziening, kan er een besparing plaatsvinden. Vervoersvoorzieningen/collectief vervoer Verder is het aantal vervoersvoorzieningen gestegen. Ook dit heeft vooral te maken met de vergrijzing. Voor collectief vervoer zien we na een eerdere afname als gevolg van de coronapandemie dat de vraag naar Wmo-vervoer weer op gang komt. Mensen wonen langer thuis en blijven langer actief. We verwachten dat ze door hun fysieke beperkingen steeds meer een beroep doen op vervoersvoorzieningen.

Woonvoorzieningen Op het gebied van woonvoorzieningen zien we in de eerste helft van 2025 een lichte stijging van het aantal uitstaande voorzieningen. Op basis van deze cijfers zal de stijging in het hele jaar 2025 naar verwachting minder groot zijn dan in 2024. De stijging in woonvoorzieningen is grotendeels te verklaren door de vergrijzing en mogelijk voor een deel ook door de beperkte doorstroom door de verhitte huizenmarkt waardoor inwoners mogelijk vaker hun huidige woning laten aanpassen. Om de stijging terug te dringen gaan we een actieplan ontwikkelen en inzetten. Beschermd wonen We zagen in voorgaande dashboards een sterke daling van beschermd wonen in 2021. Eerder was al de trend ingezet om zo min mogelijk inwoners in zware ondersteuning, waaronder (zware) vormen van beschermd wonen, te hebben. Deze eerdere daling werd in 2021 versterkt doordat sinds januari 2021 mensen die hun leven lang intensieve geestelijke zorg (GGZ) nodig hebben toegang hebben tot de Wet Langdurige Zorg. Veel inwoners met een zware beschermd wonen indicatie zijn aangemeld bij het CIZ voor een Wlz indicatie. Een groot deel van hen heeft ook een Wlz indicatie toegekend gekregen. In 2023 was sprake van een verdere daling in de inzet van beschermd wonen als effect van de ontwikkelingen sinds 2021. Vanaf 2024 is echter weer sprake van een licht hogere inzet van beschermd wonen.

Deze stijging kan mede worden verklaard vanuit het feit dat uitstroom uit beschermd wonen gehinderd wordt door de krappe woningmarkt.

3 Eind 2023 is de inkoop voor hulp bij huishouden afgerond en per 1 januari 2024 bestaat hulp bij

huishouden uit de bestaande maatwerkvoorziening HbH (gemiddeld 2 uur per week) en een nieuw product ‘algemene voorziening HbH’ (gemiddeld 2 uur per 2 weken).

Zaaknummer 2899450

Pagina 3 van 26

datum 3 september 2025

We zien daarnaast ook dat landelijk sprake blijft van een verzwaring van problematiek waardoor meer inzet van beschermd wonen nodig is in situaties waarin voorheen volstaan kon worden met de inzet van ambulante individuele begeleiding. Door verdere ontwikkeling van het dashboard is het vanaf begin 2025 mogelijk om de inzet van beschermd wonen te nuanceren. Over de afgelopen jaren is nu een onderscheid zichtbaar tussen indicaties voor beschermd wonen en indicaties voor dagbesteding bij beschermd wonen. Dit onderscheid is met terugwerkende kracht in bovenstaande cijfertabel verwerkt. Dagbesteding beschermd wonen is een specifieke voorziening die alleen ingezet wordt in combinatie met een indicatie beschermd wonen. Per saldo wordt de stijging van het aantal indicaties beschermd wonen in de eerste helft van 2025 veroorzaakt door een stijging in de zwaardere indicaties beschermd wonen thuis. We zien dat de lichtere indicaties voor beschermd wonen thuis per saldo licht dalen. De inzet van intramurale ondersteuning neemt ondanks de eerder genoemde verzwaring van problematiek ook af. Deze cijfers komen overeen met het doel om zoveel mogelijk kleinschalige ondersteuning in te zetten en minder gebruik te maken van grootschalige intramurale ondersteuning.

Of naast een indicatie voor beschermd wonen ook een indicatie voor dagbesteding wordt ingezet, is sterk afhankelijk van de betreffende situatie. Een stijging of daling van de inzet van deze dagbesteding volgt niet automatisch uit een stijging of daling van de inzet van beschermd wonen. Individuele begeleiding en dagbesteding Voor begeleiding en dagbesteding kennen we per 2022 een nieuwe inkoop op basis van PxQsystematiek. Ingezette zorg wordt zuiver afgerekend: op basis van werkelijk gebruik. In de eerste helft van 2025 zien we een stijging van de inzet van individuele begeleiding ten opzichte van december 2024. De stijging van het aantal indicaties voor individuele begeleiding is verklaarbaar uit de al eerder genoemde landelijke tendens van verzwaring van problematiek. Er is vaker een (langere) indicatie voor individuele begeleiding vanuit Wmo nodig waar voorheen volstaan kon worden met kortere inzet van individuele begeleiding vanuit Wmo of de inzet van voorliggende voorzieningen bijvoorbeeld de praktijkondersteuner van de huisarts of maatschappelijk werk. We zien bijvoorbeeld dat de wachtlijsten voor GGZ behandeling leiden tot noodzaak om individuele begeleiding in te zetten gedurende de tijd dat men wacht op behandeling. Dit om grotere problemen en escalaties te voorkomen.

Ten opzichte van december 2024 is in het eerste half jaar van 2025 sprake van een nagenoeg gelijkblijvend aantal indicaties voor dagbesteding. Dit lijkt een breuk met de stijging die eind 2024 werd gezien. Beleid zal samen met de uitvoering volgen of een daling van het aantal indicaties voor dagbesteding in de tweede helft van het jaar doorzet en wat hiervoor de verklaring is. Op dit moment is de periode in 2025 waarover de cijfers beschikbaar zijn nog te kort om conclusies te kunnen trekken. De komende maanden zal gevolgd worden of een daling van het aantal indicaties voor dagbesteding deels verklaarbaar is vanuit de verdere ontwikkeling en inzet op de visie op laagdrempelige inloopvoorzieningen in wijken en kernen, waar naast ontmoeten ook activiteiten

Zaaknummer 2899450

Pagina 4 van 26

datum 3 september 2025

plaatsvinden, Dit is een vorm van dagbesteding waaraan zonder Wmo indicatie deelgenomen kan worden, m.a.w. niet-geïndiceerde dagbesteding. Ontwikkelingen 2025 en verder Vanaf de invoering van het abonnementstarief zien wij een aanzuigende werking, met name bij hulp bij huishouden. Deze ontwikkeling heeft ook financiële consequenties en is nog altijd zichtbaar. Per 1 januari 2025 is door indexatie het abonnementstarief gestegen van € 19,- euro naar € 21,- per maand. Het Rijk is voornemens de eigen bijdrage inkomensafhankelijk te maken voor meerdere Wmo voorzieningen, zoals hulp bij huishouden en begeleiding. Na de val van het kabinet in juni 2025 is het wetsvoorstel echter controversieel verklaard en is onduidelijk wanneer inwoners een inkomensafhankelijke eigen bijdrage gaan betalen. De regiovisie ‘Beschermd wonen en maatschappelijke opvang’ vastgesteld in 2019 gaat uit van de herstelvisie. Vanaf 2022 zijn de nieuwe contracten met aanbieders ingegaan en werken we met de nieuwe beschermd wonen producten, die passen bij deze visie en het regionale uitvoeringsprogramma. In 2022 is voor de lokale implementatie van de doordecentralisatie een uitvoeringsprogramma vastgesteld met diverse lokale projecten en thema's.

Denk hierbij aan toegankelijker maken van de arbeidsmarkt, laagdrempelige hulp voor psychische- en verslavingsproblematiek en een vergroting van draagkracht en acceptatie in de wijk. Aan verschillende van die thema's wordt op dit moment gewerkt. Er is een geactualiseerd uitvoeringsprogramma 2024/2025 gemaakt en momenteel wordt gewerkt aan een uitvoeringsprogramma 2026/2030. Met deze periode wordt aangesloten bij het Regioplan Thuis in de wijk wat ook geldt voor de periode van 2026 tot 2030. Voor het jaar 2024 is een kwantitatief cliëntervaringsonderzoek uitgevoerd. Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van een continu meting. Dit betekent dat gedurende het jaar op meerdere momenten vragenlijsten zijn verstuurd. De doelgroep voor het onderzoek zijn Wmo-cliënten die in 2024 een geldige Wmo-indicatie hebben gekregen. De resultaten voor het jaar 2024 zijn over het algemeen goed en verschillen weinig met vorig jaar. De resultaten zijn middels een raadsinformatiebrief in juni 2025 gedeeld. De resultaten van het cliëntervaringsonderzoek over het jaar 2025 zijn in mei 2026 bekend en beschikbaar. We verwachten de komende jaren nog een verdere toename van de vraag naar hulp bij huishouden (HbH). Belangrijke factoren hierin zijn, zoals eerder genoemd, de vergrijzing, de extra-muralisering van de zorg, het langer zelfstandig thuis wonen en de aanzuigende werking van het abonnementstarief.

Daarnaast is er landelijk sprake van een schaarste op de arbeidsmarkt, ook bij zorgpersoneel. Binnen Meierijstad is dit personeelstekort eveneens zichtbaar, waardoor er wachtlijsten bij verschillende aanbieders zijn ontstaan. De meest urgente casussen worden direct opgepakt, maar een aantal klanten heeft ook langere tijd moeten wachten voordat de ondersteuning opgestart kon worden. We informeren inwoners onder andere via de gemeentepagina en in het keukentafelgesprek dat er een wachtlijst is voor hulp bij huishouden en over mogelijkheden om zelf hulp te regelen. Om hoge wachtlijsten te bestrijden, is eerder bij de inkoop meegenomen dat aanbieders met de gemeenten hierin gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen. Met de regio blijven we deze werkwijze, met de aanbieders monitoren. Als onderdeel van het actieplan voor het bestrijden van de wachtlijsten hulp bij huishouden zal in 2025 een check worden gedaan welke bestaande cliënten kunnen worden overgezet naar de

Zaaknummer 2899450

Pagina 5 van 26

datum 3 september 2025

algemene voorziening. Op deze wijze komt capaciteit vrij die kan worden ingezet voor cliënten die nu op de wachtlijst staan.

2.2 Financieel (Gewijzigde)

WMO

begroting 2025

Realisatie 2025

Verschil

Begeleiding/tijdelijk

PGB

769.839

441.168

328.671

verblijf/dagbesteding

ZIN

7.261.249

3.236.329

4.024.920

PGB

243.560

156.700

86.860

ZIN

8.773.021

3.901.612

4.871.409

Collectief vervoer

668.671

441.546

227.125

Hulpmiddelen WMO

1.808.520

1.091.737

716.783

Vervoersvoorzieningen

276.793

149.408

127.385

Woonvoorzieningen

824.088

542.193

281.895

ZIN

2.600.000

1.255.240

1.344.760

PGB

0

11.932

n.v.t.

Huishoudelijke verzorging

Beschermd wonen

De budgetten voor begeleiding/tijdelijk verblijf/dagbesteding, collectief vervoer, huishoudelijke verzorging, hulpmiddelen en woonvoorzieningen zijn open eind regelingen en worden vooraf zo goed mogelijk geraamd. Voor begeleiding en dagbesteding kennen we sinds 2022 een nieuwe inkoop op basis van PxQsystematiek. De facturen en declaraties van de geleverde zorg worden achteraf ingediend en verwerkt op basis van het werkelijke verbruik. In 2022 is gebleken dat het zuiver afrekenen van verbruik in combinatie met het nieuwe productenboek een (financieel) positief effect heeft ten opzichte van de eerdere gehanteerde lumpsum financiering. Financiering van beschermd wonen loopt via de centrumgemeente ‘s-Hertogenbosch. Deze financiering wijzigt in de toekomst maar wordt steeds uitgesteld. Met de decentralisatie beschermd wonen ontvangt elke gemeenten op termijn zelf middelen voor beschermd wonen. De huidige regionale samenwerking blijft ongewijzigd en we ontvangen voorlopig nog budget vanuit de centrumgemeente voor de lokale uitvoering van beschermd wonen (uitvoeringsplan).

Zaaknummer 2899450

Pagina 6 van 26

datum 3 september 2025

3.

Jeugdwet

3.1 Kerncijfers Vanaf 2019 is het GGK, het systeem voor berichtenverkeer tussen verwijzers en aanbieders van jeugdhulp, volledig in gebruik. Hierdoor is het mogelijk om naast de verwijzingen van de gemeentelijke toegang ook de aantallen van andere verwijzers, zoals huisartsen en gecertificeerde instellingen zoals Jeugdbescherming Brabant, inzichtelijk te maken.

Categorie

Product

2021

2022

2023

2024

1e helft 2025

Respijtzorg

Respijtzorg

26

26

36

35

27

Begeleiding basis

89

63

55

69

76

Begeleiding specialistisch

193

154

210

237

258

Daghulp basis

15

8

5

5

6

Daghulp specialistisch

50

54

55

81

78

Daghulp intensief

34

23

37

36

40

Orthoped. Beh. Basis

9

4

17

20

22

Orthoped. Beh. Specialistisch

40

67

68

74

69

Basis GGZ

121

107

69

85

115

GGZ

Specialistische GGZ

517

552

616

655

666

Medicatie consultatie

Medicatie consultatie

1

1

3

5

3

Vaktherapie

Vaktherapie

28

29

24

26

26

Netwerk intensief spec. MST, FACT

71

68

68

62

52

Dyslexie

Dyslexie behandeling

102

116

112

121

125

Pleegzorg

Pleegzorg

49

50

58

49

44

Gezinsvervangend

Gezinshuis

7

10

8

11

10

Verblijf basis

Woonbegeleiding

1

4

0

4

4

Verblijf specialistisch

Verblijf incl. behandeling

13

16

16

13

11

Verblijf GGZ

Verblijf ggz specialistisch

12

13

10

12

11

Verblijf intensief

Gesloten jeugdzorg

4

2

2

2

7

Gezinsopname

Gezinsopname

0

0

0

2

0

Crisis

Crisis ambulant en verblijf

3

0

1

1

0

Jeugdreclassering

Jeugdreclassering

18

17

19

21

24

OTS

94

84

91

80

79

Jeugdbescherming

Voogdij

28

19

18

14

16

Landelijke arrangementen

Landelijk Arrangementen

26

29

32

38

43

Begeleiding

Daghulp Behandeling

Zaaknummer 2899450

Transitie

Pagina 7 van 26

datum 3 september 2025

Maatwerk

Maatwerk zonder verblijf

4

9

17

16

18

Maatwerk met verblijf

3

4

11

12

12

1558

1529

1658

1786

1842

TOTAAL

N.B. De totalen zijn geen unieke jeugdigen. Dit zijn het totaal aantal lopende beschikkingen op een bepaald moment. Cijfers We zien een lichte toename in basis- en specialistische begeleiding, basis- en specialistische GGZ en Landelijke Transitie Arrangementen (LTA). LTA zijn afspraken die de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) landelijk maakt met een beperkt aantal jeugdhulpaanbieders voor specifieke, zeer specialistische jeugdhulp die niet continu op regionaal niveau beschikbaar is. De toename van het product begeleiding zou verklaard kunnen worden door de afname die we zien van het product begeleiding binnen PGB. Hier is dan sprake van een verschuiving van PGB naar ZIN. In zijn algemeenheid zien wij een stijgende trend op de GGZ producten die zich voort blijft zetten in 2025. Mogelijke oorzaken hiervan zijn toename mentale problemen jongeren, prestatie- en geluksdruk en complexe gezinssituaties. Opvallend is dat er steeds meer alleenstaande minderjarige vluchtelingen (AMV-ers) een beroep doen op jeugdzorg. In 2025 (in 2024 niet) zien we een toename van aanvragen jeugdhulp voor GGZ problematiek (o.a. trauma) onder deze groep. Op dit moment gaat het om 6 maatwerktrajecten en 4 reguliere trajecten GGZ. De verwachting is dat deze aantallen nog zullen toenemen. De verwijzingen komen via de voogden van Nidos.

Lokaal en regionaal zijn we in gesprek met Nidos om een beter beeld te krijgen van de problematiek en welke mogelijkheden er zijn. Voor deze trajecten krijgt de gemeente een vergoeding vanuit het Rijk en het COA. De toename van LTA komt doordat het product MST (multi systeem therapie) nu valt onder LTA. De cijfers gesloten jeugdzorg lijken de laatste 2 jaren hoog, maar dat komt onder andere doordat de gesloten verslavingszorg nu meetelt bij het product gesloten jeugdzorg. In 2025 blijven wij verder inzetten op het bespreken van het verwijsgedrag van onder andere huisartsen, poh ggz jeugd, GI's en de gemeentelijke toegang. Huisartsen en poh ggz jeugd zijn zich vaak niet bewust zijn van het hoge aantal verwijzingen naar SGGZ. Daarbij weten ze vaak niet dat de expertise die een aanbieder in huis heeft de tarieven bepaalt. Huisartsen baseren hun verwijzingen vaak op basis van wachtlijsten en kijken hierbij niet altijd naar de tarieven. Met de aanbieders voeren we regionaal gesprekken over de cijfers en bekijken we vervolgens wat de mogelijkheden zijn om deze toename te verminderen. Met de aanbieders voeren we regionaal gesprekken over de cijfers en bekijken we vervolgens wat de mogelijkheden zijn om deze toename te verminderen.

De SGGZ aanbieders geven aan dat afschalen naar lichtere vormen van zorg soms lastig is, vanwege de wachtlijsten bij de aanbieders naar wie afgeschaald zou moeten worden. De volgende verdeling van de tarieven hanteren wij in de regio:

Zaaknummer 2899450

Pagina 8 van 26

datum 3 september 2025

SGGZ1

39 aanbieders

Uurtarief € 117,00

SGGZ2

9 aanbieders

Uurtarief € 124,80

SGGZHoog

5 aanbieders

Uurtarief € 134,40

Waarom stijgt het jeugdzorggebruik? Er zijn verschillende redenen waarom het gebruik van jeugdzorg toeneemt. Een belangrijke factor is de toenemende maatschappelijke druk op gezinnen, zoals financiële stress, werkloosheid en complexe gezinsstructuren, wat kan leiden tot opvoedingsproblemen en psychische klachten bij kinderen. Daarnaast heerst er een zekere verwachting van de maakbaarheid van succesvol opgroeien en opvoeden. In de praktijk is die maakbaarheid echter beperkt. Jeugdzorg opereert vaak in complexe sociale, psychologische en maatschappelijke contexten waar veel factoren invloed hebben. Voor sommige kinderen en gezinnen is hulp onontbeerlijk, omdat ze ernstige problemen hebben waar ze zonder professionele hulp niet uit komen. Tegelijkertijd lijkt hulp steeds meer een onderdeel te worden van het gewone leven, in de hoop dat die hulp de pijn en de stress verzacht die het opgroeien en opvoeden geregeld opleveren. Lokaal Vanaf 2022 stijgt het volume jeugdhulp. Het aantal beschikkingen stijgt licht maar de kosten nemen enorm toe. De stijging wordt vooral veroorzaakt door een toename van het aantal jongeren in de gespecialiseerde vormen van begeleiding en GGZ, meer excessieve, kostbare casuïstiek, meer maatwerk en forse prijsstijgingen als gevolg van CAO-ontwikkelingen.

We proberen elk jaar aan de hand van de dashboards lokaal en regionaal een analyse te maken van het zorgverbruik. Hierdoor hopen we een betere inschatting te kunnen maken en in te kunnen spelen op ontwikkelingen. Bij de uitvoering van de jeugdhulp vormen onze lokale toegang en de (huis)artsen een belangrijke rol in de daadwerkelijke kosten voor de jeugdhulp. Met de huisartsen en poh ggz jeugd bespreken wij de cijfers en de doorverwijzingen en proberen wij ze wat meer kostenbewust te maken. In de 1e helft van 2025 hebben wij 2 bijeenkomsten gehad met de jeugdconsulenten waarin wij ze inzicht hebben gegeven in de cijfers en de kosten. Samen besproken hoe we kritisch kunnen kijken naar een casus en wat hiervoor nodig is. Er is gestart met de implementatie van de samenwerkwijze waardoor er door middel van een integrale blik nog beter naar het hele systeem gekeken wordt. Tevens is het streven nog steeds om met de inzet van de praktijkondersteuner huisarts jeugd-GGZ, extra jongerenwerk en extra uren CJG op school te proberen het gebruik van specialistische jeugdhulp terug te dringen. We zetten hierbij in op preventie om eventuele hulpvragen eerder te signaleren en te herkennen zodat we vroegtijdig hierop in kunnen spelen. We zetten steeds meer in op collectieve en preventieve ondersteuning om zwaardere hulp te voorkomen.

Binnen het project Kansrijke Start is er nauwe samenwerking met consultatiebureau, kraamzorg en GGD, met ondersteuning voor ouders via inloopspreekuren, huisbezoeken en speciale programma’s zoals Centering Ouderschap en Zwangerschap. Op scholen bieden jongerenwerk, Halt en CJG preventieve lessen en groepsprogramma’s over thema’s als weerbaarheid, mentale gezondheid en scheiding. CJG op school is een laagdrempelige en zichtbare schakel die preventief jongeren en docenten ondersteunt bij toenemende problemen.

Zaaknummer 2899450

Pagina 9 van 26

datum 3 september 2025

Het Adviespunt Kind en Scheiding biedt ouders informatie en ondersteuning bij vragen rondom scheiden, en kan indien nodig doorverwijzen naar passende organisaties. Per 1 juli 2024 is het kinderwerk officieel gestart in twee wijken: Kienehoef (Sint-Oedenrode) en De Leest (Veghel). Het kinderwerk richt zich op activiteiten voor kinderen en ouders, ouderbetrokkenheid en begeleiding bij de schoolovergang, in nauwe samenwerking met o.a. scholen, jongerenwerk, buurtsportwerk, CJG en opbouwwerk. Er zijn ketenaanpakken voor kansengelijkheid en armoedepreventie, zoals samenwerkingen met scholen en sportclubs en het Jeugdfonds Sport en Cultuur om deelname voor alle kinderen mogelijk te maken. Een integrale, domeinoverstijgende aanpak krijgt prioriteit, omdat niet elke hulpvraag jeugdhulp vereist. Lokale en regionale analyses blijven nodig. Tevens worden gesprekken gevoerd met huisartsen, POH GGZ jeugd en onderwijs om te de-medicaliseren en problemen te normaliseren en zo de stijgende kosten tegen te gaan.

3.2 PGB PGB

2021

2022

2023

2024

1e helft 2025

Aantal cliënten

176

185

181

156

125

€ 1.198.196

€

€ 1.253.000

€ 1.425666

€ 1.452.605,-

€ 855.567

€ 1.043.992

€ 581.119,-

Totaal

toegekend

1.289.089

budget Totaal benut door cliënt

€ 910.550

€ 983.679

N.B. Dit zijn cijfers die rechtstreeks uit de portal van de SVB komen en dus niet gelijk zijn aan de cijfers die in onze begroting.

We zien dat in de 1e helft van 2025 het aantal cliënten dat een PGB heeft aangevraagd tot nu toe minder is dan in 2024. We zien een daling van het product begeleiding via PGB. Deze wordt vaker ingezet via ZIN. Dit verklaart de stijging van het product begeleiding in ZIN. Het totaal toegekende bedrag is gelijk aan 2024. 3.3 Financieel De tekorten in de jeugdzorg worden veroorzaakt door autonome groei (landelijke trends zoals meer jeugdigen in de GGZ) en prijsstijgingen die niet of beperkt beïnvloedbaar zijn. Op de afgesloten contracten is de OVA-index van toepassing. Deze viel de afgelopen jaren hoger uit dan de indexering die voor de Algemene Uitkering wordt toegepast. Ook op de landelijk afgesloten contracten (prijzen) jeugdzorg (JeugdzorgPlus en Gecertificeerde Instellingen) hebben wij geen invloed. De kosten voor ZIN jeugdzorg zijn slechts deels beïnvloedbaar. Ongeveer de helft van de verwijzingen wordt niet door onze jeugdconsulenten afgegeven, maar door externe verwijzers (huisartsen 40%, jeugdbescherming 5%). We proberen verwijzers te betrekken en beïnvloeden door regelmatig met ze in gesprek te gaan over het verwijsgedrag en te stimuleren om de toegang van de gemeente te betrekken. Wettelijk zijn we echter gehouden om voor de door externe verwijzers

Zaaknummer 2899450

Pagina 10 van 26

datum 3 september 2025

gegeven beschikking, ook zorg en ondersteuning te leveren. In zekere zin betreft het dus een open eind financiering waarbij de rekening naar de gemeente gaat. Tevens is er een stijging in de kosten door een toename van het aantal jongeren in de gespecialiseerde GGZ, toename aantal AMV-ers in jeugdzorg via Nidos, meer excessieve, kostbare casuïstiek en forse prijsstijgingen als gevolg van CAO-ontwikkelingen en invoering van landelijke hogere tarieven voor de Jeugdbescherming en Jeugdreclassering. Dit heeft in 2024 geleid tot een tekort op jeugdhulp voor het onderdeel Zorg in Natura (ZIN) van €1,155.739 miljoen. Het tekort is in 2024 grotendeels opgevangen met eenmalige budgetten, een regionale vergoeding voor de excessieve casuïstiek en regionale meevallers Prognose 2025 De financiële cijfers t/m 30 juni 2025 zouden de indruk kunnen wekken dat we voor het onderdeel Zorg In Natura gespecialiseerde jeugdhulp binnen de begroting blijven. Het halfjaarlijkse beeld wordt vertroebeld door de vertraging die zit op het indienen van declaraties door aanbieders. We verwachten, op basis van de extrapolatie van de realisatiecijfers t/m medio 2025, dat er waarschijnlijk voor 2025 e.v.

nog een extra structurele bijraming van zo’n € 1,2 miljoen nodig is naast de bijraming van de budgetten ZIN nodig van € 2.370.000 die nodig is om de begroting 2025 op het niveau te brengen van de realisatiecijfers 2024

Zaaknummer 2899450

Pagina 11 van 26

datum 3 september 2025

Met ingang van 1 januari 2022 is de oude lumpsum-financiering opgeheven. Hierdoor betaalt iedere gemeente voortaan haar eigen zorgverbruik.

Zaaknummer 2899450

Pagina 12 van 26

datum 3 september 2025

Enkele budgetten zijn nog opgenomen in het regionaal budgettair kader. Deze budgetten zijn met name bedoeld voor het in stand houden c.q. beschikbaar houden van voorzieningen en/of het naar verhouding spreiden van overhead- en excessieve zorgkosten over de deelnemende gemeenten. Voor deze budgetten zijn we regionaal solidair volgens een in de centrumregeling vastgelegde verdeelsleutel. Ook voor de regionale uitvoeringskosten zijn we nog steeds solidair. In de huidigeinkoopsystematiek maken we onderscheid tussen de ZIN – uitvoering lokaal en de ZIN - uitvoering regionaal door de Regionale inkooporganisatie (RIOZ). Ook zijn in 2023 in verband met de wettelijke verantwoordingsvoorschiften vanuit de BBV, de kosten van jeugdzorg verder gespecificeerd naar de diverse vormen van zorg. Deze uitsplitsing is in bovenstaande tabel overgenomen. De uitgaven op jeugdzorg zijn erg hoog en de budgetten niet toereikend. Dit is een landelijk probleem. Met de hervormingsagenda jeugd probeert het Rijk deze landelijke tendens te keren. Ook regionaal proberen we de kostenstijging en het gebruik van gespecialiseerde jeugdzorg te verminderen. Dit is beschreven in het regionaal beleidsprogramma jeugd.

4. WERK EN INKOMEN

Zaaknummer 2899450

Pagina 13 van 26

datum 3 september 2025

4.1 Ontwikkelingen klantenbestand 1e helft 2025 Historisch gezien kent Meierijstad een relatief laag aantal inwoners dat een beroep doet op een uitkering voor levensonderhoud via de Participatiewet. Dit is grotendeels te danken aan de gunstige arbeidsmarkt in de regio, die lange tijd zorgde voor stabiele werkgelegenheid en een beperkt uitkeringsbestand. Sinds 2022 is echter een duidelijke stijging zichtbaar in het aantal bijstandsaanvragen. Deze ontwikkeling hangt samen met bredere landelijke en regionale trends. Ook in Meierijstad zien we dat steeds meer inwoners ondersteuning nodig hebben bij het vinden van werk, en dat deze ondersteuning vaker langdurig is. In de eerste helft van 2025 zet deze stijgende lijn zich voort.

ONTWIKKELING UITKERINGSBESTAND 854

844 799

789 745

2021

2022

2023

2024

2025

Ontwikkeling klantenbestand gemeente Meierijstad

Grafiek 1 : Ontwikkeling uitkeringsbestand gemeente Meierijstad 4.1.1 Instroom in de bijstand De afgelopen jaren merken we dat steeds meer inwoners die een bijstandsuitkering aanvragen, te maken hebben met meerdere problemen tegelijk. Denk hierbij aan psychische klachten, lichamelijke beperkingen of een combinatie daarvan. Uit onze analyse van de poort – het eerste contactmoment waarin we beoordelen of iemand recht heeft op een uitkering – blijkt dat: • 31% van de aanvragers psychische problematiek heeft, • 11% daarvan heeft ook fysieke beperkingen, • 13% heeft eerder een bijstandsuitkering gehad, • 12% heeft uitsluitend fysieke beperkingen. In 2024 zagen we dat de toename van het aantal bijstandsuitkeringen vooral kwam door een hogere taakstelling huisvestiging van statushouders en mensen waarvan de WW- uitkering afliep . In de eerste helft van 2025 zien we een verschuiving: er zijn minder mensen die instromen vanwege baanverlies of einde WW, maar zien we een lichte stijging bij de doelgroep zelfstandigen (zzp’ers) die hun onderneming niet kunnen voortzetten en daardoor een uitkering aanvragen.

Zaaknummer 2899450

Pagina 14 van 26

datum 3 september 2025

Om de instroom in de bijstand zoveel mogelijk te beperken, zetten we sterk in op de poortwachtersfunctie. Dit betekent dat we bij de eerste aanvraag goed kijken of er andere regelingen of voorzieningen zijn die eerst benut kunnen worden. Ook wijzen we mensen actief op hun kansen op de arbeidsmarkt. Dit doen we samen met PIM Werkt, die helpt bij het vinden van passend werk. In de 1e helft van 2025 hebben 184 mensen een uitkering aangevraagd.

Figuur 1: Cijfers Poortwachter

53% van de aanvragen leidt niet tot een uitkering, omdat inwoners worden doorverwezen naar voorliggende voorzieningen of geen recht hebben op een uitkering. Van de 47% toegekende aanvragen stroomt het grootste deel door naar activeringstrajecten (25%), gevolgd door jongeren (14%) en een kleiner segment naar PIM Werkt (8%). 4.1.2 Opbouw klantenbestand De onderstaande drie grafieken geven een overzicht van de opbouw van het klantenbestand. Hierbij maken we onderscheid op basis van leeftijd, leefvorm en uitkeringsduur. Ten opzichte van 2023 zien we geen nieuwe ontwikkelingen.

Zaaknummer 2899450

Pagina 15 van 26

datum 3 september 2025

LEEFTIJDSVERDELING 50+ (322 inwoners) 39%

18 tot 26 jaar (136 inwoners) 16%

27 tot 49 jaar (375 inwoners) 45% Figuur 2: Leeftijdsverdeling uitkering

Gehuwd/samenwonend (157 inwoners) 19%

Alleenstaande ouder (126 inwoners) 15%

Alleenstaande (548 inwoners) 66%

SAMENSTELLING HUISHOUDEN Figuur 3: Samenstelling huishouden

DUUR UITKERING

0-12 maanden (146 inwoners) 18%

36+ maanden (454 inwoners) 54%

12- 36 maanden (233 inwoners) 28%

Figuur 4: Duur uitkering

4.2 Re-integratie Het re-integratiebeleid is erop gericht klanten te ondersteunen bij het verbeteren van hun vaardigheden en werknemerskwaliteiten, waardoor hun kansen op het vinden van werk worden vergroot. 4.2.1 Uitstroom

Zaaknummer 2899450

Pagina 16 van 26

datum 3 september 2025

De redenen van uitstroom kunnen worden onderverdeeld in factoren die door de gemeente beïnvloedbaar zijn, zoals werkaanvaarding in loondienst of als zelfstandige en het hervatten van een studie met studiefinanciering, en niet-beïnvloedbare factoren zoals verhuizing of het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd.

Uit de onderstaande tabel blijkt dat in de eerste helft van 2025 41% van de uitstroom toe te schrijven is aan beïnvloedbare factoren, terwijl 58% van de uitstroom voortkomt uit nietbeïnvloedbare factoren. We zien een lichte stijging ten opzichte van 2024. uitstroom

beïnvloedbaar

niet-beïnvloedbaar

2021

207

81

39%

126

61%

2022

153

64

42%

89

58%

2023

190

77

41%

113

59%

2024

158

63

40%

95

60%

2025

75

31

41%

44

58%

Tabel 2: Uitstroomfactoren. Hoewel het aantal inwoners dat volledig uitstroomt uit de bijstand afneemt, laat de Divosabenchmark zien dat het aantal mensen dat parttime werkt juist toeneemt. Deze ontwikkeling weerspiegelt een verschuiving in het bestand: steeds meer inwoners combineren parttime werk met een aanvullende bijstandsuitkering. Hierdoor blijft het totale aantal bijstandsgerechtigden relatief hoog, omdat deze groep nog niet volledig is uitgestroomd.’ In Meierijstad werkt 18,2% van de bijstandsgerechtigden parttime, aanzienlijk hoger dan het landelijke gemiddelde van 7,2%. Dit laat zien dat de gemeente actief inzet op het stimuleren van deeltijdwerk als opstap naar volledige economische zelfstandigheid. Niet alle inwoners zijn in staat om volledig zelfstandig aan het werk te gaan. Voor deze groep biedt de gemeente ondersteuning via loonkostensubsidie. Deze regeling compenseert werkgevers voor de lagere productiviteit van werknemers met een arbeidsbeperking, waardoor zij toch in dienst kunnen worden genomen tegen een regulier salaris. In totaal zijn 291 inwoners werkzaam met inzet van loonkostensubsidie. Dankzij deze ondersteuning krijgen zij de kans om actief deel te nemen aan de arbeidsmarkt en zich verder te ontwikkelen. Uit de benchmark blijkt dat landelijk gemiddeld 12,9% van de bijstandsgerechtigden werkt met loonkostensubsidie.

In Meierijstad ligt dit percentage aanzienlijk hoger, namelijk op 36%. In onze arbeidsmarktregio Noordoost- Brabant zien we vergelijkbare percentages.

Zaaknummer 2899450

Pagina 17 van 26

datum 3 september 2025

4.2.2 Niet uitkeringsgerechtigde (Nuggers) Naast de inwoners die een uitkering ontvangen, begeleidt de gemeente ook een groep nietuitkeringsgerechtigden (Nuggers). Deze mensen hebben geen uitkering, maar kunnen wel ondersteuning krijgen. De gemeente heeft een wettelijke taak om jongeren onder de 27 jaar te begeleiden naar werk, activering of onderwijs. In 2024 ontvangen 169 jongeren in de gemeente Meierijstad deze ondersteuning, een stijging ten opzichte van 2023 (155 jongeren). In de eerste helft van 2025 is dit aantal gestegen naar 237 jongeren. Voor inwoners van 27 jaar en ouder is ondersteuning beschikbaar via PIM Werkt. In 2024 hebben 204 inwoners ondersteuning ontvangen via PIM Werkt. In het eerste helft van 2025 hebben we 111 mensen geholpen bij PIM Werkt. In de onderstaande tabel is weergeven wat voor type ondersteuning is aangeboden. De grootste groep die ondersteuning vroeg, bestond uit inwoners die van werk naar werk wilden gaan, loopbaanoriëntatie nodig hadden, of zonder uitkering op zoek waren naar een baan.

Zaaknummer 2899450

Pagina 18 van 26

datum 3 september 2025

4.2.3 Taakstelling Beschut werk Beschut werk is bedoeld voor mensen die door hun lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking een zodanige mate van begeleiding en aanpassingen van de werkplek nodig hebben, dat zij niet bij een reguliere werkgever in dienst kunnen komen. Inwoners die tot de doelgroep beschut werk behoren, hebben wel arbeidsvermogen. De indicatie voor een beschutte werkplek dient te worden afgegeven door het UWV. Beschut werk is bedoeld voor mensen met een lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking, die alleen kunnen werken in een ‘beschutte’ omgeving, onder aangepaste omstandigheden. Elke gemeente krijgt een wettelijke doelstelling opgelegd. De taakstelling voor Meierijstad is in 2025 263 uur (cumulatief).

Zaaknummer 2899450

Pagina 19 van 26

datum 3 september 2025

Figuur 5: beschut werk

Niet alle inwoners met een indicatie voor beschut werk kunnen worden bemiddeld. Op dit moment zijn er 27 mensen met een indicatie voor beschut werk die nog niet bemiddeld zijn. In 2023 waren dit 19 personen. Er zijn diverse redenen waarom een inwoner momenteel geen beschutte werkplek heeft, zoals tijdelijk geen mogelijkheid tot werk door ziekte, deelname aan een voortraject om een passende werkplek te vinden, het vrijwillig beëindigen van een traject, het vinden van regulier werk of het nastreven van een opleiding. Van de 27 personen ontvangen 19 geen bijstandsuitkering. Dit zijn inwoners die regulier werk hebben of financieel afhankelijk zijn van hun partner. 4.3 Inburgering Sinds 1 januari 2022 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet Inburgering. Per 1 juli 2025 telt de gemeente Meierijstad 355 inburgeraars. Voor de monitoring van deze wet

Zaaknummer 2899450

Pagina 20 van 26

datum 3 september 2025

maakt de gemeente gebruik van de Divosa Benchmark, een landelijke tool die gemeenten ondersteunt bij het volgen van de voortgang van inburgeringsplichtigen. De benchmark is sinds 2025 beschikbaar en bevat momenteel gegevens tot en met 2023. De gemeente Meierijstad laat over de periode 2022–2023 een stabiele tot licht stijgende arbeidsparticipatie onder inburgeraars zien. In vrijwel elk kwartaal ligt het percentage inwoners met werk boven het landelijke gemiddelde (benchmark) en de grootteklasse.

Figuur 6: aantal inburgeraars aan het werk

In de volgende dashboardupdate wordt een uitgebreidere analyse toegevoegd over de voortgang van de inburgering. 4.4 Studietoeslag Aan de gemeenteraad is toegezegd dat de voortgang van de individuele studietoeslag wordt opgenomen in het Dashboard Sociaal Domein. In 2023 dienden 12 inwoners van Meierijstad een aanvraag in voor de individuele studietoeslag. In 2024 is het gebruik onder jongeren verdubbeld naar 24 aanvragen. In de eerste helft van 2025 maakten al 20 jongeren gebruik van de regeling, wat wijst op een aanhoudende stijging in bekendheid en benutting. In juni 2025 is in de Tweede Kamer een motie aangenomen waarin is vastgelegd dat de uitvoering van de studietoeslag in de toekomst wordt overgedragen aan DUO. Het moment waarop deze overdracht daadwerkelijk plaatsvindt, is op dit moment nog niet bekend.

4.5 Minimabeleid – aanvragen voorzieningen en ondersteuning In 2024 zien we een daling van het totaal aantal aanvragen van ongeveer 15% ten opzichte van 2023. Van alle besluiten wordt gemiddeld zo’n 75% toegekend en 20% afgewezen. Onder de rubriek ‘gecombineerde aanvraag’ vallen aanvragen die voor meerdere regelingen tegelijkertijd worden ingediend. De aantallen over het eerste half jaar van 2025 zijn bij extrapolatie niet afwijkend ten opzichte van het gehele jaar 2024. Naar verwachting zullen over het hele jaar 2025 ongeveer hetzelfde aantal aanvragen als over 2024 worden ingediend.

Zaaknummer 2899450

Pagina 21 van 26

datum 3 september 2025

Bijzondere

Gecombineerde

Individuele

Maatschappelijke

Pc-

bijstand

aanvraag

inkomenstoeslag

Participatie

regeling

Schoolkosten

Totaal

2021

1417

620

272

279

62

28

2678

2022

1568

609

245

199

48

31

2700

2023

1567

593

331

229

50

24

2932

2024

1238

829

185

215

41

7

2515

2025

573

407

90

124

23

1

1218

(tot 1-7)

Tabel 1: aanvragen bijzondere bijstand en minimabeleid In onderstaande tabel is aangegeven hoeveel verstrekkingen in 2023, 2024 en het eerste half jaar 2025 zijn gedaan. Bijzondere bijstand* 1422 1315 1160

Individuele inkomenstoeslag 701 574 247

Maatschappelijke Participatie 1.379 1.339 742

2023 2024 2025 (tot 1-7) Tabel 2: verstrekkingen bijzondere bijstand en minimabeleid

Pcregeling 123 78 21

Schoolkosten

Totaal

278 269 8

Uit bestandsanalyse blijkt dat van alle 2178 verstrekkingen over het eerste half jaar van 2025 ongeveer 50% wordt gedaan aan inwoners met een bijstandsuitkering. De andere 50% heeft geen uitkering van onze gemeente. Een mogelijke verklaring voor een dalend aantal personen dat een beroep op onze minimaregelingen doet is stijging van inkomen (mede door verhoging minimumloon) door werkaanvaarding. *: omdat meerdere verstrekkingen aan 1 persoon per jaar kunnen plaatsvinden is hier het aantal unieke huishoudens opgenomen dat bijzondere bijstand heeft ontvangen. Inwoners kunnen bijvoorbeeld een verstrekking voor rechtsbijstand en bewindvoering in hetzelfde jaar krijgen. Waar de landelijke CBS-cijfers laten zien dat ruim 3% van de Nederlanders in armoede leven is dat in Meierijstad 1,5%. Het aantal minima in onze gemeente was in 2023 ten opzichte van 2022 sterk dalend volgens de cijfers van het CBS. Het lijkt erop dat ook mensen die een grotere afstand tot de arbeidsmarkt hebben weten te profiteren van de goede arbeidsmarkt. Overigens heeft het CBS helaas nog geen cijfers over 2024 beschikbaar.

4.6 Bijzondere bijstand Binnen de regeling bijzondere bijstand wordt er voor een grote hoeveelheid kostensoorten een vergoeding verstrekt. Het gaat daarbij om onvermijdbare noodzakelijke bijzondere kosten. De Participatiewet biedt slechts beperkt beleidsvrijheid, de kaders zijn door de wetgever bepaald. Op onderdelen voert Meierijstad begunstigend tegenwettelijk beleid (met name voor medische kosten). Uitgesplitst naar een top 10 van kostensoorten ziet het beeld er als volgt uit:

Zaaknummer 2899450

Pagina 22 van 26

datum 3 september 2025

3903 3575 2178

Kostensoorten Bewindvoering, mentorschap, curatele Collectieve ziektekosten Kosten inrichting/huisraad Aanvullende bijzondere bijstand <21 Alleenverdienersproblematiek Medische kosten (tegenwettelijk) Eenmalig levensonderhoud Zwemlessen Rechtsbijstand Woonkostentoeslag Overige kosten Totaal

Aantal betalingen eerste helft 2025 2326

Aantal huishoudens eerste helft 2025 413

Uitgaven eerste helft 2025 € 400.503

4368 59 52

744 53 11

€ 167.702 € 128.040 € 45.584

27 290

27 134

€ 27.000 € 43.025

33 16 70 62 1.158 8.461

33 15 64 15 312 n.v.t.

€ 43.958 € 15.865 € 14.046 € 31.551 € 123.339 € 1.040.613

Tabel 3: uitgaven bijzondere bijstand uitgesplitst naar kostensoorten Per 1 augustus 2025 is het beleid voor bijzondere bijstand op onderdelen gewijzigd. Naar verwachting zal dit leiden tot een verschuiving van de kostenpost medische kosten naar collectieve ziektekosten. De bijdrage voor de collectieve zorgverzekering wordt namelijk verhoogd per 1 januari 2026. Daarnaast wordt het tegenwettelijke beleid voor medische kosten ingeperkt. 4.7 Schuldhulpverlening 4.7.1 Aanmeldingen schuldhulpverlening In de eerste helft van 2025 hebben 191 inwoners een beroep gedaan op schuldhulpverlening en hulp bij geldzaken. Dit is een stijging ten opzichte van vorig jaar, toen 171 inwoners een verzoek voor schuldhulpverlening ingediend hebben. Zij zijn geholpen met informatie en advies, stabilisatie, budgetcoaching, budgetbeheer of duurzame financiële dienstverlening. 4.7.3 Voedselhulp In de eerste helft van 2025 hebben 132 inwoners een aanvraag gedaan voor een voedselpakket. Dit is met 52% gestegen t.o.v. dezelfde periode in 2024, toen 87 inwoners een aanvraag ingediend hebben. De precieze oorzaak van deze stijging is niet zeker. Echter kan het relatief lage aantal in 2024 ook eenmalig geweest zijn. De cijfers uit 2023 komen met 132 inwoners in Q1 en Q2 namelijk overeen met de cijfers van dit jaar.

Onderstaande grafiek laat een verdeling zien van het aantal toekenningen en afwijzingen op basis van het aantal aanvragen. Hierin is te zien dat het grootste deel van de aanvragen wordt toegekend (93 huishoudens in Q1 en Q2 2025). In de gevallen waar dit niet gebeurt, betekent dit dat inwoners boven de toegestane norm zitten met het inkomen. Dan wordt wel altijd contact opgenomen met de inwoner om te bekijken of de hulpvraag op een andere manier opgelost kan worden.

Zaaknummer 2899450

Pagina 23 van 26

datum 3 september 2025

Figuur 7: aantal voedselpakketten

Bij de informele voedselhulp van Stichting Samen Sterk voor Meierijstad worden gemiddeld gezien 50 huishoudens voorzien van een voedselpakket. Zij zijn er voor de inwoners die niet in aanmerking voor reguliere voorzieningen en dus boven de norm zitten, maar wel moeite hebben met rondkomen. Waar kan en mogelijk, sturen zij inwoners ook door naar de reguliere voedselbanken en (schuld)hulpverlening. 4.7.4 Vroegsignalering Sinds 2021 geven een aantal vastenlastenpartners (zorgverzekeraars, energiebedrijven, woningverhuurders en drinkwaterbedrijven) signalen van betalingsachterstanden door aan gemeentes. Vervolgens gebruiken gemeenten deze signalen om inwoners proactief hulp aan te bieden. Het doel is om er vroeg bij te zijn en daarmee schulden te voorkomen. Sinds 2025 zetten we hiervoor ook ervaringswerkers in. Zij nemen onder andere persoonlijk contact op met inwoners door bijvoorbeeld op huisbezoeken te gaan. Het is helaas op dit moment nog niet mogelijk om de cijfers van het eerste half jaar van 2025 inzichtelijk te maken. Dit heeft te maken met de overgang naar het nieuwe meldingssysteem RIS. In het jaarverslag zullen de cijfers uiteraard wel beschikbaar zijn. 4.7.5 Brede ondersteuning toeslagenaffaire In het kader van de hersteloperatie toeslagen voeren wij sinds 2020 de brede ondersteuning uit aan alle gedupeerden die zich melden.

Dit doen wij aan de hand van vijf leefgebieden: wonen, werk, gezin, zorg en financiën. Inmiddels zijn er meerdere groepen gedupeerden die wij ondersteunen: (mogelijk) gedupeerde ouders, gedupeerde kinderen in het kader van de kindregeling, gedupeerde ex-partner en gedupeerde ouders in het buitenland. De meest voorkomende hulpvragen richten zich op medische kosten, sporten/vrije tijd, opleiding/werk, huisraad en budgetcoaching. Wij zien met name uitdagingen rondom het financiële herstel wat de Belastingdienst verzorgd. Dit proces duurt (te) lang en loopt momenteel vast. Daarnaast is er grote behoefte aan gespecialiseerde psychosociale hulp. Deze wachtlijsten zijn lang en bovendien is het de vraag of dit voldoende passend is voor de problematiek die deze inwoners ervaren. Daarom zijn we, mede op het verzoek van het ministerie, een pilot gestart waarin we de samenwerking aangaan met Wehl Care. Dit is een organisatie met ervaringskennis die juist voor deze doelgroep ondersteuning kan bieden bij het psychische herstel.

Zaaknummer 2899450

Pagina 24 van 26

datum 3 september 2025

4.7.5.1 Aantallen Meierijstad In Q1 en Q2 2025 hebben we 9 nieuwe aanvragen gekregen voor brede ondersteuning. Specifiek gaat dit om 4 gedupeerde ouders, 3 gedupeerde kinderen in het kader van de kindregeling, 1 gedupeerde ex-partner en 1 gedupeerde ouder in het buitenland. 4.8 Financieel Begroting 2025 -230.946,00 135.304,00 12.292.267,00 135.108,00 -41.276,00 100.998,00 65.943,00 12.457.398,00

Realisatie 2025 (tot en met juni) -149.267,00 68.784,00 7.074.042,00 76.985,00 -1.448,00 59.170,00 43.462,00 7.171.728,00

475.525,00 21.647,00

179.890,00 21.964,00

295.635,00 -317,00

Loonkostensubsidie Totaal inkomensvoorz. BUIG

3.532.155,00 16.486.725,00

3.816.867,00 11.190.449,00

-284.712,00 5.296.276,00

Budget BUIG (Inkomsten)

-16.980.712,00

-9.791.314,00

-7.189.398,00

1.785.074,91

2.335.068,00

-549.993,09

783.549,00 783.549,00

639.376,00 3.967.426,00

144.173,00 -3.183.877,00

Kredieten Bbz 2004 kapitaalverstrekking bbz BBZ advies en onderzoekskosten

-86.584,00 -24.255,00 50.050,00

39.415,00 -53.795,00 28.780,00

-125.999,00 29.540,00 21.270,00

Voorzieningen en ondersteuning (minima)

3.075.600,00

1.460.485,00

1.615.115,00

Schuldhulpverlening

192.480,00

68.556,19

123.923,81

Toeslagenaffaire uitgaven Inkomsten

164.105,00 -120.000,00

347.951,48 -249.012,96

-183.846,48 129.012,96

Armoede en schulden

114.966,00

41.313,92

73.652,08

Participatie algemeen Personen t/m 21 jaar Personen 22 jaar – 67 jaa Personen in inrichting Krediethypotheek Studietoeslag Bbz Uitkeringen levensonderhoud Participatiewet IOAW IOAZ

Participatiewet – reintegratie Inburgering Uitgaven Inkomsten

Zaaknummer 2899450

Pagina 25 van 26

datum 3 september 2025

Verschil -81.679,00 66.520,00 5.218.225,00 58.123,00 -39.828,00 41.828,00 22.481,00 5.285.670,00

Jaarlijks ontvangt de gemeente van het Rijk een toewijzing, het zogenaamde BUIG-budget, om de uitgaven binnen de Participatiewet te dekken. Dit budget wordt vastgesteld op basis van een verdeelmodel dat rekening houdt met diverse factoren. De definitieve vaststelling vindt plaats in oktober. In de huidige begroting is een bedrag van €16 miljoen opgenomen. De verwachting is dat het Rijk dit in oktober 2025 zal bijstellen naar €18 miljoen. Realisatie eerste halfjaar 2025 In het eerste halfjaar van 2025 is sprake van zowel onderbestedingen als overschrijdingen. Diverse uitgaven blijven achter bij de begroting, terwijl op enkele posten juist meer is uitgegeven dan gepland. BUIG en inkomensvoorzieningen Door een stijging van het aantal uitkeringsgerechtigden en de inzet van loonkostensubsidie zal het overschot op het BUIG-budget lager uitvallen dan eerder verwacht. Dit hangt samen met een landelijke verlaging van het BUIG-budget. Voor Meierijstad betekent dit een vermindering van circa €800.000. De budgetten worden in oktober 2025 definitief gemaakt. Re-integratiemiddelen Deze middelen worden ingezet om inwoners te begeleiden naar het hoogst mogelijke niveau van participatie. De afgelopen jaren is er sprake van een structureel tekort op dit budget. Door te investeren in inwoners wordt het gebruik van uitkeringen verminderd.

De vrijvallende middelen binnen BUIG kunnen worden ingezet om dit tekort te compenseren. In het eerste halfjaar van 2025 is zichtbaar dat het tekort verder toeneemt. Inburgering De inburgeringsmiddelen zijn onderdeel van een specifieke uitkering. De beschikbare middelen per inburgeraar worden over drie jaar verdeeld. Hierdoor zijn de inkomsten momenteel hoger dan de uitgaven. Onderbesteding op budgetten Voor de budgetten waar nu sprake is van onderbesteding, is de verwachting dat deze in de tweede helft van 2025 alsnog worden benut.

Zaaknummer 2899450

Pagina 26 van 26

datum 3 september 2025

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=710d2702-5aa6-4075-9add-5ae8dd4d180b