CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Dashboard Sociaal Domein 1e helft 2024

Gezamenlijke commissievergadering REB en M&M 17 oktober 2024, gemeente MeierijstadBij agendapunt: 2e Bestuursrapportage en daarbij behorende begrotingswijziging 20246.676 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kerncijfers Sociaal Domein –1e helft 2024 1. Inleiding Bij elke Bestuursrapportage en de Jaarrekening wordt de dashboardrapportage Kerncijfers Sociaal Domein aangeboden. Het dashboard is een integrale rapportage over de uitvoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning, de Jeugdwet en de Participatiewet. De rapportage bevat drie elementen: kwantitatieve gegevens, financiële gegevens en een korte tekstuele toelichting en analyse. De dashboardrapportage is een groeimodel, de komende jaren worden in het kader van de doorontwikkeling zo nodig onderwerpen toegevoegd. Daarmee komt meer en betere sturingsinformatie beschikbaar. Door het nieuwe registratiesysteem X-works kunnen vergelijkingen met voorgaande jaren soms lastig zijn, omdat de registratie nu op een andere manier plaatsvindt. Als dit relevant is, zullen we dit expliciet vermelden. Naast deze dashboard rapportage wordt vanaf 2020 elke twee jaar een meer strategisch en tactisch stuurinstrument aangeboden, de 4G monitor. Op basis van (zoveel mogelijk) beschikbare informatie wordt in deze monitor een beeld geschetst en een analyse gemaakt van vier belangrijke indicatoren over de leefsituatie van de inwoners van Meierijstad. De monitor geeft een beeld over (positieve) gezondheid, geluk, gezin (thuissituatie) en geld (financiële situatie) van onze inwoners in relatie tot de onderwerpen vanuit het sociaal domein.

De beschikbare informatie wordt afhankelijk van de mogelijkheden afgezet tegen de rest van Nederland, vergelijkbare gemeenten of de regio (Noordoost Brabant). Op basis hiervan kan de Raad vaststellen of het goed gaat met onze inwoners, of het gewenst is bij te sturen of dat het gewenst is de ambities bij te stellen. Op basis van ervaringen en input van de Raad zal de 4G-monitor de komende jaren verder worden doorontwikkeld.

2. Wet maatschappelijke ondersteuning 2.1 Kerncijfers Onderstaande tabel geeft een overzicht van het aantal uitstaande voorzieningen op betreffende peildatum. In deze tabel zijn zorg in natura (ZIN) en een persoonsgebonden budget (PGB) meegenomen. Sommige klanten maken gebruik van meerdere voorzieningen. Begeleiding en Dagbesteding zijn in onderstaande tabel meegenomen, maar zijn door de nieuwe inkoopsystematiek in 2022 niet te vergelijken met voorgaande jaren. We lichten de producten individuele begeleiding en groepsbegeleiding separaat toe. Daarnaast maken we een kanttekening bij de cijfers van december 2023 die door de overgang naar X-works een vertekend beeld kunnen geven omdat de indicaties van eind 2022 later technisch zijn verwerkt. Aantal uitstaande voorzieningen (ZIN en PGB) Aantal indicaties Wmo

Dec 2019

Dec 2020

Dec 2021

Dec 2022

Dec 2023

Juni 2024

Beschermd Wonen

133

129

72

76

60

72

Collectief Vervoer

1783

1703

1705

1732

1731

1738

Hulp bij huishouden

1904

2033

2161

2313

2294

2237

Rolstoelvoorziening

825

740

711

612

731

742

Vervoersvoorziening

689

725

768

903

909

952

Woonvoorziening

529

555

594

668

845

967

Parkeerkaart

809

961

1087

1177

1140

1141

Individuele begeleiding

712

713

789

853

863

923

Groepsbegeleiding

212

174

197

206

196

218

Wat valt op? Zoals voorspeld, is voor een aantal voorzieningen waar het abonnementstarief van toepassing is over de jaren heen een grote stijging te zien. Bij de invoering bleek dit al een aanzuigende werking te hebben. Dit beeld wordt ook landelijk bevestigd. Daarnaast spelen uiteraard ook andere ontwikkelingen mee bij de stijging van het aantal voorzieningen waaronder in het bijzonder de toenemende vergrijzing en het ingezette beleid voor langer zelfstandig thuis wonen. Op het gebied van woonvoorzieningen zien we een stijging in juni 2024 ten opzichte van december 2023. Deze stijging is grotendeels te verklaren door de vergrijzing en mogelijk voor een deel ook door de beperkte doorstroom door de verhitte huizenmarkt waardoor inwoners mogelijk vaker hun huidige woning laten aanpassen. Ook het aantal vervoersvoorzieningen is gestegen ten opzichte van december 2023 en heeft vooral te maken met de vergrijzing. Voor collectief vervoer zien we na een eerdere afname als gevolg van de coronapandemie in 2020 dat de vraag naar Wmo-vervoer weer langzaam op gang komt. Bij hulp bij huishouden is juist een kleine daling te zien. Dit heeft te maken met de huidige wachtlijst die we als gemeente hebben voor Wmo-aanvragen van inwoners en waar naar verwachting ook

Zaaknummer

Pagina 2 van 23

datum 1 september 2024

een groot deel aanvragen voor hulp bij huishouden zullen zitten. Er is inmiddels een actieplan in gang gezet om deze wachtlijst te bestrijden en we verwachten dat deze eind 2024 is weggewerkt. Ook voor andere voorzieningen geldt uiteraard dat dit van invloed is op de cijfers. We verwachten dat het aantal voorzieningen voor hulp bij huishouden het volgende jaar ook weer een stijgende trend zal laten zien als gevolg van de vergrijzing. We zagen een sterke daling van beschermd wonen in 2021. Eerder is al de trend ingezet om zo min mogelijk inwoners in zware hulp, waaronder (zware) vormen van beschermd wonen, te hebben. Deze eerdere daling is in 2021 versterkt doordat sinds januari 2021 mensen die hun leven lang intensieve geestelijke zorg (GGZ) nodig hebben toegang hebben tot de Wet Langdurige Zorg. Veel inwoners met een zware beschermd wonen indicatie zijn aangemeld bij het CIZ voor een Wlz indicatie. Een groot deel van hen heeft ook een Wlz indicatie toegekend gekregen. In 2023 leek sprake van een dalende trend in de inzet van beschermd wonen als effect van de ontwikkelingen sinds 2021. In 2024 is echter weer sprake van een opvallend hogere inzet van beschermd wonen. Op dit moment is nog niet vast te stellen of sprake is van een nieuwe trend in de inzet van beschermd wonen of dat het hogere aantal indicaties hiervoor in het eerste half jaar van 2024 een uitzondering is.

We zien wel dat landelijk sprake is van een verzwaring van problematiek waardoor meer inzet van beschermd wonen nodig is in situaties waarin voorheen volstaan kon worden met de inzet van ambulante individuele begeleiding. De komende maanden zal een aantal andere mogelijke oorzaken van het verhoogde aantal indicaties voor beschermd wonen verder onderzocht worden. Dit cijfer kan hierdoor naar verwachting in het eerste half jaar van 2025 beter worden geduid. Begeleiding en dagbesteding Voor begeleiding en dagbesteding kennen we per 2022 een nieuwe inkoop op basis van PxQsystematiek. Ingezette zorg wordt zuiver afgerekend: op basis van werkelijk gebruik. Met de inkoop zijn ook de producten en productindelingen herzien en aangepast op basis van ervaringen, jurisprudentie en advies. Dit houdt in dat er hiervoor ook nieuwe producten/productcodes zijn ontwikkeld waarop geregistreerd wordt. Dit betekent dat de cijfers voor begeleiding en dagbesteding “oude stijl” tot en met 2021 zich niet zonder meer laten vergelijken met begeleiding en dagbesteding “nieuwe stijl” met ingang van 2022. De cijfers over 2022 laten zien dat er 853 indicaties individuele begeleiding en 206 indicaties groepsbegeleiding uitstaan. De cijfers over 2023 laten zien dat er 863 indicaties individuele begeleiding en 196 indicaties groepsbegeleiding uitstaan. Deze cijfers zijn zowel Zin als PBG.

Zaaknummer

Pagina 3 van 23

datum 1 september 2024

In 2024 zien we een stijging van de inzet van individuele begeleiding en groepsbegeleiding ten opzichte van 2023. De stijging van het aantal indicaties voor individuele begeleiding is verklaarbaar uit de al eerder genoemde landelijke tendens van verzwaring van problematiek. Er is vaker een (langere) indicatie voor individuele begeleiding vanuit Wmo nodig waar voorheen volstaan kon worden met kortere inzet van individuele begeleiding vanuit Wmo of de inzet van voorliggende voorzieningen (bijvoorbeeld de praktijkondersteuner van de huisarts of maatschappelijk werk). De stijging in de inzet van groepsbegeleiding hangt samen met het feit dat mensen langer zelfstandig blijven wonen waardoor vaker een (groter) beroep gedaan wordt op mantelzorgers. Ter voorkoming van overbelasting van de mantelzorger is meer en vaker inzet van groepsbegeleiding nodig. Ontwikkelingen 2024 en verder Vanaf de invoering van het abonnementstarief zien wij een aanzuigende werking, met name bij hulp bij huishouden. Deze ontwikkeling heeft ook financiële consequenties en is nog altijd zichtbaar. Per 1 januari 2024 is door indexatie het abonnementstarief gestegen van € 19,- euro naar € 20,60 per maand. Het Rijk is voornemens de eigen bijdrage inkomensafhankelijk te maken voor meerdere Wmo voorzieningen, zoals hulp bij huishouden en begeleiding.

De voorbereidingen voor deze wetswijziging worden momenteel nog uitgewerkt en op zijn vroegst betalen inwoners vanaf 1 januari 2026 een inkomensafhankelijke eigen bijdrage. In de uitwerking wordt vooralsnog uitgegaan van een gemaximeerde inkomensafhankelijke eigen bijdrage van € 275,00 per maand. De verwachting is dat deze voor de inwoners met hogere inkomens een beperkt (gedrags)effect zullen hebben om zelf ondersteuning en hulp te regelen. De regiovisie ‘Beschermd wonen en maatschappelijke opvang’ vastgesteld in 2019 gaat uit van de herstelvisie. Vanaf 2022 zijn de nieuwe contracten met aanbieders ingegaan en werken we met de nieuwe beschermd wonen producten, die passen bij deze visie en het regionale uitvoeringsprogramma. In 2022 is voor de lokale implementatie van de doordecentralisatie een uitvoeringsprogramma vastgesteld met diverse lokale projecten en thema's. Denk hierbij aan toegankelijker maken van de arbeidsmarkt, laagdrempelige hulp voor psychische- en verslavingsproblematiek en een vergroting van draagkracht en acceptatie in de wijk. Aan verschillende van die thema's wordt op dit moment gewerkt. Er wordt een geactualiseerd uitvoeringsprogramma 2024/2025 gemaakt, gezien na 2025 de doordecentralisatie juridisch voltooid is. In voorbereiding daarop werken we ook toe naar de implementatie van het woonplaatsbeginsel en de landelijke financieringsmethodiek.

Voor het jaar 2023 is een kwantitatief cliëntervaringsonderzoek uitgevoerd. Voor het onderzoek is voor de eerste keer gebruik gemaakt van een continu meting. Dit betekent dat gedurende het jaar op meerdere momenten vragenlijsten zijn verstuurd. De doelgroep voor het onderzoek zijn Wmocliënten die in 2023 een geldige Wmo-indicatie hebben gekregen. De resultaten voor het jaar 2023 zijn over het algemeen goed en verschillen weinig met vorig jaar. De resultaten zijn middels een raadsinformatiebrief in juni 2024 gedeeld. De resultaten van het cliëntervaringsonderzoek over het jaar 2024 zijn in mei 2025 bekend en beschikbaar.

Zaaknummer

Pagina 4 van 23

datum 1 september 2024

We verwachten de komende jaren nog een verdere toename van de vraag naar hulp bij huishouden (HbH). Belangrijke factoren hierin zijn, zoals eerder genoemd, de vergrijzing, de extra-muralisering van de zorg, het langer zelfstandig thuis wonen en de aanzuigende werking van het abonnementstarief. Daarnaast is er landelijk sprake van een schaarste op de arbeidsmarkt, ook bij zorgpersoneel. Binnen Meierijstad is dit personeelstekort eveneens zichtbaar, waardoor er wachtlijsten en klantenstops bij verschillende aanbieders zijn ontstaan. De meest urgente casussen worden direct opgepakt, maar een aantal klanten heeft ook langere tijd moeten wachten voordat de ondersteuning opgestart kon worden. Om hoge wachtlijsten te bestrijden, is eerder bij de inkoop meegenomen dat aanbieders met de gemeenten gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen. De inkoop is eind 2023 afgerond en per 1 januari 2024 bestaat hulp bij huishouden uit de bestaande maatwerkvoorziening HbH (gemiddeld 2 uur per week) en een nieuw product ‘algemene voorziening HbH’ (gemiddeld 2 uur per 2 weken). De algemene voorziening is bedoeld voor inwoners die de eigen regie op het huishouden kunnen voeren, maar die niet alle huishoudelijke taken zelf meer kunnen uitvoeren. De algemene voorziening is voorliggend. De invoering van de algemene voorziening wordt gezien als een groeimodel.

Afhankelijk van het gebruik van de voorliggende algemene voorziening, kan er een besparing plaatsvinden. Er kunnen op dit moment nog geen reële inschattingen worden gedaan, over hoeveel cliënten gebruik gaan maken van een algemene voorziening. Met de regio blijven we deze nieuwe werkwijze, met de aanbieders volgen.

2.2 Financieel Realisatie 2024 WMO

(Gewijzigde) begroting 2024

(t/m 21-8-2024)

Verschil

Begeleiding/tijdelijk

PGB

750.000

396.352

353.648

verblijf/dagbesteding

ZIN

6.446.462

3.756.599

2.689.863

Collectief vervoer

892.195

504.279

387.916

PGB

243.560

139.738

103.822

ZIN

8.270.065

4.358.912

3.911.153

Hulpmiddelen WMO

1.531.923

1.021.282

510.641

Vervoersvoorzieningen

246.189

192.863

53.326

Woonvoorzieningen

789.132

690.854

98.278

ZIN

n.v.t.

1.053.229

PGB

n.v.t.

bij jaarrekening

Huishoudelijke verzorging

Beschermd wonen

De budgetten voor begeleiding/tijdelijk verblijf/dagbesteding, collectief vervoer, huishoudelijke verzorging, hulpmiddelen en woonvoorzieningen zijn open eind regelingen en worden vooraf zo goed mogelijk geraamd. Voor begeleiding en dagbesteding kennen we per 2022 een nieuwe inkoop op basis van PxQsystematiek. De facturen en declaraties van de geleverde zorg worden achteraf ingediend en verwerkt op basis van het werkelijke verbruik.. In 2022 is gebleken dat het zuiver afrekenen van verbruik in combinatie met het nieuwe productenboek een (financieel) positief effect heeft

Zaaknummer

Pagina 5 van 23

datum 1 september 2024

In 2023 zijn tussentijds de ramingen voor begeleiding en dagbesteding verlaagd (in totaal voor € 1 miljoen.). Uiteindelijk waren de bestedingen € 248.000 hoger dan geraamd. Financiering van beschermd wonen loopt via de centrumgemeente ‘s-Hertogenbosch. Deze financiering wijzigt in de toekomst. Met de decentralisatie beschermd wonen ontvangt elke gemeenten op termijn zelf middelen voor beschermd wonen. Na de val van het kabinet Rutte IV zijn de invoering van het woonplaatsbeginsel en het nieuwe verdeelmodel voor beschermd wonen controversieel verklaard. Dit betekent dat besluitvorming hierover later zal plaatsvinden. De huidige regionale samenwerking blijft ongewijzigd en we ontvangen voorlopig nog budget vanuit de centrumgemeente voor de lokale uitvoering van beschermd wonen (uitvoeringsplan).

Zaaknummer

Pagina 6 van 23

datum 1 september 2024

3.

Jeugdwet

3.1 Kerncijfers Vanaf 2019 is het GGK, het systeem voor berichtenverkeer tussen verwijzers en aanbieders van jeugdhulp, volledig in gebruik waardoor het mogelijk is om naast de verwijzingen van de gemeentelijke toegang ook de aantallen van andere verwijzers zoals huisartsen en gecertificeerde instellingen zoals Jeugdbescherming Brabant inzichtelijk te maken.

Categorie

Product

2021

2022

2023

half 2024

Respijtzorg

Respijtzorg Begeleiding basis Begeleiding specialistisch Daghulp basis Daghulp specialistisch Daghulp intensief Orthoped. Beh. Basis Orthoped. Beh. Specialistisch Basis GGZ Specialistische GGZ

26 131 193 19 50 45 9

34 125 208 10 57 47 10

32 73 244 4 62 40 23

41 79 276 4 82 58 26

40 121 517

96 201 813

95 147 933

99 123 962

Medicatie consultatie Vaktherapie

1 28

2 38

6 34

3 30

MST, FACT Dyslexie diagnose en behandeling

71

100

89

97

150

150

124

146

Pleegzorg Gezinshuis Woonbegeleiding/leefgroep

49 7 1

59 10 2

66 11 0

63 12 1

13

16

21

23

Verblijf GGZ Verblijf intensief Gezinsopname Crisis

Verblijf incl. behandeling Verblijf ggz spec en intensief Gesloten jeugdzorg Gezinsopname Crisis ambulant en verblijf

2 4 0 9

7 3 1 1

8 3 0 1

22 4 0 3

Jeugdreclassering Jeugdbescherming

Jeugdreclassering OTS tot 1 jaar

18 33

21 41

25 36

27 30

Begeleiding

Daghulp

Behandeling GGZ Medicatie consultatie Vaktherapie Netwerk intensief spec. Dyslexie Pleegzorg Gezinsvervangend Verblijf basis Verblijf specialistisch

Zaaknummer

Pagina 7 van 23

datum 1 september 2024

Landelijke arrangementen Maatwerk Totaal

OTS meerjarig

61

67

61

65

Voogdij Landelijk Transitie Arrangementen Maatwerk zonder verblijf Maatwerk met verblijf

28

23

20

19

26 4 3 1669

22 13 4 2191

51 13 2 2234

47 19 7 2368

N.B. De totalen zijn geen unieke jeugdigen. Dit zijn het totaal aantal lopende beschikkingen op een bepaald moment. Cijfers In 2023 heeft er een optimalisatie plaatsgevonden van het dashboard. DataLab (een team binnen de gemeente die zich bezighoudt met passende informatievoorzieningen) heeft samen met het RIOZ (Regionaal gekeken naar de cijfers zodat deze op dezelfde manier geïnterpreteerd kunnen worden. We kunnen er dan ook vanuit gaan dat de cijfers betrouwbaar zijn. Dit in tegenstelling tot de afgelopen jaren. Over het algemeen zien wij een verschuiving van lichte inzet naar zwaardere hulpvormen. We zien een blijvende (lichte) stijging op inzet begeleiding specialistisch, daghulp intensief en specialistische ggz. Er wordt gewerkt aan een analyse op de toename van SGGZ (specialistische ggz). We kijken hierbij naar trajectduur, aantal verlengingen, aantal doorverwijzingen naar SGGZHoog in relatie tot doorverwijzingen SGGZ1 of 2. Een aanbieder wordt ingedeeld op de expertise die in huis is. De volgende verdeling hanteren wij in de regio: SGGZ1

39 aanbieders

Uurtarief € 117,00

SGGZ2

9 aanbieders

Uurtarief € 124,80

SGGZHoog

5 aanbieders

Uurtarief € 134,40

Met de aanbieders gaan we (regionaal en lokaal) in gesprek over de cijfers en bekijken we vervolgens wat de mogelijkheden zijn deze toename te stoppen. Waarom stijgt het jeugdzorggebruik? Er is een hoge verwachting van de maakbaarheid van succesvol opgroeien en opvoeden. De verantwoordelijkheid voor dat succes wordt vooral neergelegd bij het kind en de opvoeder en veel minder bij de samenleving. Diagnoses en passende hulp komen dan goed van pas. Voor sommige kinderen en gezinnen is die hulp onontbeerlijk, omdat ze ernstige problemen hebben waar ze zonder professionele hulp niet uit komen. Maar het gebruikmaken van hulp lijkt ook steeds meer onderdeel te vormen van het gewone leven, in de hoop dat die hulp de pijn en de stress verzacht die het opgroeien en opvoeden geregeld opleveren. Lokaal Vanaf 2022 is het volume jeugdhulp flink gestegen. De stijging wordt vooral veroorzaakt door een toename van het aantal jongeren in de gespecialiseerde GGZ, meer excessieve, kostbare

Zaaknummer

Pagina 8 van 23

datum 1 september 2024

casuïstiek en forse prijsstijgingen als gevolg van CAO-ontwikkelingen en invoering van landelijke hogere tarieven voor de Jeugdbescherming en Jeugdreclassering. Belangrijk is om de komende jaren nog meer in te zetten op collectief preventief aanbod en samenwerking met andere (leef)domeinen. Een voorbeeld is dat er in 2024 meer aanbod van HALT (voorlichting) is ingekocht voor het onderwijs. In 2024 is de 1e evaluatie van de extra inzet aansluitfunctionarissen (consulent onderwijs – jeugd) op een aantal basisscholen geweest. Deze extra inzet houdt in dat zij meer uren aanwezig zijn op de scholen waardoor zij sneller signalen kunnen oppakken en preventiever kunnen handelen. Op basis hiervan willen wij deze inzet in combinatie met extra jongerenwerk op school ook bij andere scholen uitrollen in 2025. De consulent onderwijs – jeugd en het jongerenwerk vormen een belangrijke brugfunctie tussen jeugdige/ouders en school/zorg. Naast het PO blijven wij ook inzetten op meer aanwezigheid van jongerenwerkers op de VOscholen. Een integrale, domein overstijgende aanpak wordt steeds belangrijker. Niet elke hulpvraag is een jeugdhulp vraag. Een brede analyse (zowel lokaal als regionaal) is noodzakelijk. Tevens zullen er gesprekken gevoerd blijven worden met de huisartsen, poh ggz jeugd en het onderwijs over de-medicaliseren en normaliseren.

Ook hiermee proberen we de stijgende lijn te doorbreken. Het aantal jeugdigen dat dyslexiehulp ontvangt is licht gestegen. Binnen de gemeente Meierijstad is de inzet van dyslexiezorg belegd bij het dyslexieteam. Het team beoordeelt de aanvragen dyslexie die zij van de scholen ontvangen. Onderdeel van deze beoordeling is in hoeverre er voldoende inzet is geweest vanuit het onderwijs en in hoeverre er sprake is van andere problematiek. Op basis van deze beoordeling wordt een deel van de aanvragen teruggelegd bij school, een deel van de vragen wordt doorverwezen naar andere hulpverlening. 3.2 PGB PGB

2020

2021

2022

2023

1 helft 2023

1e helft 2024

Aantal cliënten

128

176

185

181

151

142

€ 1.060.232

€ 1.198.196

€

€ 1.253.000

€ 1.202.653

€ 1.299.437

€ 855.567

€ 538.773

€ 542.766

Totaal

toegekend

1.289.089

budget Totaal benut door cliënt

€ 736.838

€ 910.550

€ 983.679

N.B. Dit zijn cijfers die rechtstreeks uit de portal van de SVB komen en dus niet gelijk zijn aan de cijfers die in onze begroting.

We zien dat in de 1e helft van 2024 het aantal cliënten dat een PGB heeft aangevraagd minder is dan in de 1e helft van 2023. Het totaal toegekende bedrag ligt echter wel hoger doordat de aangevraagde trajecten duurder zijn. 3.3 Financieel Vanaf 2022 is het volume jeugdhulp flink gestegen. De stijging wordt vooral veroorzaakt door een toename van het aantal jongeren in de gespecialiseerde GGZ, meer excessieve, kostbare casuïstiek en forse prijsstijgingen als gevolg van CAO-ontwikkelingen en invoering van landelijke hogere tarieven voor de Jeugdbescherming en Jeugdreclassering. Dit heeft in 2023 geleid tot een tekort op jeugdhulp voor het onderdeel Zorg in Natura (ZIN) van € 2,2 miljoen. Het tekort is in 2023

Zaaknummer

Pagina 9 van 23

datum 1 september 2024

grotendeels opgevangen met eenmalige budgetten, een regionale vergoeding voor de excessieve casuïstiek en regionale meevallers (afrekeningen van het Regionaal Budgettair Kader 2022 en 2023). Prognose 2024 De financiële cijfers t/m 30 juni 2024 zouden de indruk kunnen wekken dat we voor het onderdeel Zorg In Natura gespecialiseerde jeugdhulp binnen de begroting blijven. Het halfjaarlijkse beeld wordt vertroebeld door de vertraging die zit op het indienen van declaraties door aanbieders. Normaliter komen deze 1 tot 2 maanden na zorglevering binnen. We hebben de prognose echter gebaseerd op het gemiddelde maandbedrag van de declaraties in de eerste 3 maanden van 2024. De budgetten voor 2024 zijn niet aangepast aan het gestegen volume, terwijl de inzet van jeugdhulp in het eerste half jaar van 2024 dezelfde hoge kosten laat zien als in 2023. Ook voor 2024 wordt een tekort op de geraamde budgetten ZIN verwacht van € 2.377.835,-.

Zaaknummer

Pagina 10 van 23

datum 1 september 2024

Met ingang van 1 januari 2022 is de oude lumpsum-financiering opgeheven. Hierdoor betaalt iedere gemeente voortaan haar eigen zorgverbruik. Enkele budgetten zijn nog opgenomen in het regionaal budgettair kader. Deze budgetten zijn met name bedoeld voor het in stand houden c.q. beschikbaar houden van voorzieningen en/of het naar verhouding spreiden van overhead- en excessieve zorgkosten over de deelnemende gemeenten. Voor deze budgetten zijn we regionaal solidair volgens een in de centrumregeling vastgelegde verdeelsleutel. Ook voor de regionale uitvoeringskosten zijn we nog steeds solidair.

Zaaknummer

Pagina 11 van 23

datum 1 september 2024

Als gevolg van deze nieuwe inkoopsystematiek maken we in bovenstaande tabel onderscheid tussen de ZIN – uitvoering lokaal en de ZIN - uitvoering regionaal door de Regionale inkooporganisatie (RIOZ). Ook zijn in 2023, in verband met de wettelijke verantwoordingsvoorschiften vanuit de BBV, de kosten van jeugdzorg verder gespecificeerd naar de diverse vormen van zorg. Deze uitsplitsing is in bovenstaande tabel overgenomen. De uitgaven op jeugdzorg zijn erg hoog en de budgetten niet toereikend. Dit is een landelijk probleem. Met de hervormingsagenda jeugd probeert het Rijk deze landelijke tendens te keren. Ook regionaal proberen we de kostenstijging en het gebruik van gespecialiseerde jeugdzorg te verminderen. Dit is beschreven in het regionaal beleidsprogramma jeugd dat in 2024 is vastgesteld. We proberen elk jaar aan de hand van de dashboards lokaal en regionaal een analyse te maken van het zorgverbruik. Hierdoor hopen we een betere inschatting te kunnen maken en in te kunnen spelen op ontwikkelingen. Bij de uitvoering van de jeugdhulp vormen onze lokale toegang en de (huis)artsen een belangrijke rol in de daadwerkelijke kosten voor de jeugdhulp. Ook in de 1e helft van 2024 hebben de jeugdconsulenten op lokaal niveau ondersteuning gekregen bij het kritisch kijken naar een casus en bij het zoeken naar alternatieven om zo de inzet van deze hulpvormen zoveel mogelijk te beperken.

Met de inzet van de praktijkondersteuner huisarts jeugd-GGZ, extra jongerenwerk en extra uren consulent onderwijs-jeugd proberen we het gebruik van specialistische jeugdhulp terug te dringen. We zetten hierbij in op preventie om eventuele hulpvragen eerder te signaleren en te herkennen zodat we vroegtijdig hierop in kunnen spelen.

Zaaknummer

Pagina 12 van 23

datum 1 september 2024

4. WERK EN INKOMEN 4.1 Ontwikkelingen klantenbestand 1e helft 2024 In vergelijking met de rest van Nederland heeft het klantenbestand voor uitkeringen voor levensonderhoud in Meierijstad historisch gezien altijd relatief laag gelegen. Deze lage mate van bijstandsaanvragen is te danken aan de gunstige werkgelegenheid in Meierijstad. Het uitkeringsbestand is lange tijd stabiel gebleven. Sinds 2022 is het bestand aan het stijgen. In 2023 is de stijging ten opzichte van 2022 4,8%. In de eerste helft van 2024 is het aantal uitkeringsgerechtigden met 7% gestegen. Deze stijging is vooral te zien door de verhoogde taakstelling voor het huisvesten van statushouders en een toename van mensen die instromen vanuit een WW-uitkering ten opzichte van 2023.

Ontwikkeling uitkeringsbestand 860

848

840 820 800

799

789

780 760 745

740 720 700 680 2021

2022

2023

2024

Ontwikkeling klantenbestand gemeente Meierijstad

Grafiek 1 : Ontwikkeling klantenbestand gemeente Meierijstad Naast de inwoners die een uitkering ontvangen, begeleidt de gemeente ook een groep nietuitkeringsgerechtigden (Nuggers). Deze groep heeft geen uitkering. De gemeente heeft een wettelijke taak om jongeren onder de 27 jaar begeleiding te bieden richting werk, activering of onderwijs. Voor de gemeente Meierijstad gaat het om 169 (2023=155 ) jongeren die in 2024 ondersteuning ontvangen vanuit de gemeente. De groep boven de 27 jaar kan ondersteuning aanvragen bij PIM Werkt. In de eerste helft van 2024 hebben 71 mensen ondersteuning ontvangen via PIM Werkt. Dit waren inwoners uit de gemeenten Meierijstad, Bernheze en Boekel. De grootste groep die ondersteuning vroeg, bestond uit inwoners die van werk naar werk wilden gaan, loopbaanoriëntatie nodig hadden, of zonder uitkering op zoek waren naar een baan.

Zaaknummer

Pagina 13 van 23

datum 1 september 2024

4.2 Opbouw klantenbestand In de onderstaande drie grafieken geven we een weergave van hoe het klantenbestand is opgebouwd. We maken hierin onderscheid in leeftijd, leefvorm en uitkeringsduur.

Leeftijdsverdeling 18% 18 tot 26 jaar (151 inwoners) 39%

27 tot 49 jaar (361 inwoners) 50+ (386 inwoners) 43%

Samenstelling huishouden 19% Alleenstaande (570 inwoners) Alleenstaande ouder (115 inwoners)

14% 67%

Gehuwd/samenwonend (160 inwoners)

Duur uitkering 22%

0-12 maanden (183 inwoners)

25%

12- 36 maanden (216 inwoners) 36+ maanden (446 inwoners)

53%

Zaaknummer

Pagina 14 van 23

datum 1 september 2024

4.3 Re-integratie Het re-integratiebeleid is erop gericht klanten te ondersteunen bij het verbeteren van hun vaardigheden en werknemerskwaliteiten, waardoor hun kansen op het vinden van werk worden vergroot. 4.3.1 Poortwachtersfunctie We zetten sterk in op de zogeheten Poortwachtersfunctie om de instroom te beperken. Dit doen we door te sturen op voorliggende voorzieningen. Daarnaast wijzen we mensen, die een uitkering aanvragen, op de kansen op de arbeidsmarkt. Dit doen we door ze allerlei vacatures aan te bieden waar ze op kunnen solliciteren. We zagen in 2023 dat de groep jongeren aan het toenemen is. In de 1e helft van 2024 constateren we geen voortzetting van deze stijging en blijft deze stabiel. We constateren ook dat de groep die instroomt in de uitkering een aanzienlijke afstand tot de arbeidsmarkt heeft, waardoor bemiddeling naar werk op korte en middellange termijn niet mogelijk is. De groep inwoners die uiteindelijk instroomt in de uitkering is te zien dat daar vaak een combinatie is van psychische of fysieke problematiek. In de onderstaande poortcijfers is de groep statushouders niet meegenomen, omdat zij hun uitkering niet via de poortwachtersfunctie aanvragen. Dit proces verloopt namelijk via het asielzoekerscentrum. 2023

Regulier (27+)

Jongeren (-27)

Totaal

Geen instroom in de uitkering

104

92

196 (57%)

Instroom in de uitkering

94

56

150 (43%)

Totaal

200

148

346 (100%)

1e helft van 2024

Regulier (27+)

Jongeren (-27)

Totaal

Geen instroom in de

50

42

92 (56%)

uitkering Instroom in de uitkering

44

29

73 (44%)

Totaal

94

71

165 (100%)

Tabel 1: Poortcijfers 1e helft 2024

4.3.2 Instroom / uitstroom De redenen van uitstroom kunnen worden verdeeld in door de gemeente beïnvloedbare factoren, te weten werkaanvaarding in loondienst of zelfstandige en het weer gaan studeren met studiefinanciering, en niet-beïnvloedbare factoren zoals verhuizing en bereiken pensioengerechtigde leeftijd. In de onderstaande tabel wordt weergegeven dat in de 1e helft van 2024 35% van onze uitstroom toe te schrijven is aan beïnvloedbare factoren, terwijl 63% van de uitstroom te wijten is aan niet-beïnvloedbare factoren. In totaal zijn er in de eerste helft van 2024 52 mensen uitgestroomd. Als deze trend doorzet, verwachten we in 2024 een daling van de uitstroom.

Zaaknummer

Pagina 15 van 23

datum 1 september 2024

uitstroom

beïnvloedbaar

niet-beïnvloedbaar

2021

207

81

39%

126

61%

2022

153

64

42%

89

58%

2023

160

59

37%

101

63%

2024

52

18

35%

26

65%

Tabel 2: Uitstroomfactoren. Ondanks dat de groep mensen die volledig uit de uitkering uitstroomt afneemt, zien we in de Divosa Benchmark 2023 wel een toename van mensen die parttime werken. Deze groep ontvangt nog een kleine aanvulling vanuit de uitkering. Hierdoor is de groep mensen in de bijstand groter, aangezien deze groep niet uitstroomt. In juni 2023 was er echter een daling in het percentage dat parttime werkt, waarvoor we nog geen verklaring hebben. We gaan hierover in gesprek met Divosa.

Grafriek 2: Parttime werken Meierijstad

Zaaknummer

Pagina 16 van 23

datum 1 september 2024

4.3.3 Participeren in Meierijstad (PIM) We zetten verschillende instrumenten in, zowel aan de voorkant om instroom te beperken, als ook om mensen aan het werk te helpen dan wel te laten meedoen. Om inwoners de juiste begeleiding te kunnen bieden hebben zijn er 6 PIM Labels (door) ontwikkeld. De PIM labels sluiten aan bij de persoonlijke situatie en uitdaging van onze inwoners zodat zij (weer) mee kunnen doen. De PIM labels staan op zichzelf & zijn met elkaar te combineren. Binnen elk PIM Label werken wij met een netwerk aan professionals en zetten wij in op een nauwe samenwerking met onze sociaal ontwikkelbedrijven en lokale partners. Om te kunnen sturen op het uitkeringsbestand en diensten worden inwoners met een uitkering ingedeeld in categorieën. Hieronder worden de categorieën toegelicht met de aantallen. De indeling geeft inzicht hoe het uitkeringsbestand eruit ziet.

Categorie

Inwoners

Definitie

A

4

Van werk naar werk: men heeft betaald werk en is op zoek naar ander werk en/of wordt met werkloosheid bedreigd of is korte tijd werkloos

A1

25

Werkfit regulier, kansrijk voor plaatsing en werkfit: geen beperkingen en belemmeringen, goede motivatie en werknemersvaardigheden

A2

36

Werkfit banenafspraak: regulier met ondersteuning LKS/ Loondispensatie

B1

48

Kansrijk voor plaatsing: arbeidstoeleiding en korte afstand tot werk < 6 maanden

B2

135

Op weg naar werk: ontwikkelen vaardigheden en afstand tot werk < 12 maanden

C

263

Activering en overig: maatschappelijke participatie

D

135

Tijdelijk (6-24 maanden) geen mogelijkheden voor arbeidsparticipatie i.v.m. intensieve behandeling/ langdurig herstel

E

176

Geen mogelijkheden voor arbeidsparticipatie

Tabel 3: indeling uitkeringsbestand

Zaaknummer

Pagina 17 van 23

datum 1 september 2024

4.4 Taakstelling Beschut werk Beschut werk is bedoeld voor mensen met een lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking, die alleen kunnen werken in een ‘beschutte’ omgeving, onder aangepaste omstandigheden. Elke gemeente krijgt een wettelijke doelstelling opgelegd. De taakstelling voor Meierijstad is in 2024 2449 uur (cumulatief). Jaartal taakstelling

Taakstelling beschut

beschut werk

werk in uren

Gerealiseerd

Aantal geplaatste

2021

1891 uren

494 (26%)

31

2022

2108 uren

1026 uur (49%)

40

2023

2263 uren

1125 uur (50%)

44

2024

2449 uren

1160 (46%)

42

inwoners met indicatie beschut werk

Tabel 4: Cijfers Beschut werk Niet alle inwoners met een indicatie voor beschut werk kunnen worden bemiddeld. Op dit moment zijn er 25 mensen met een indicatie voor beschut werk die nog niet bemiddeld zijn. In 2023 waren dit 19 personen. Er zijn diverse redenen waarom een inwoner momenteel geen beschutte werkplek heeft, zoals tijdelijk geen mogelijkheid tot werk door ziekte, deelname aan een voortraject om een passende werkplek te vinden, het vrijwillig beëindigen van een traject, het vinden van regulier werk of het nastreven van een opleiding. 4.7 Minimabeleid - voorzieningen en ondersteuning In 2023 is het aantal aanvragen met 7,9% gestegen ten opzichte van 2022. In de eerste helft van 2024 zien we echter een lichte daling vergeleken met dezelfde periode in 2023. Zo is het aantal aanvragen voor schoolkosten in de eerste helft van 2024 afgenomen. De armoedeambassadeur heeft in het tweede kwartaal van 2024 voorlichtingen gegeven aan scholen en ouders over het gebruik van de regeling. We verwachten dat deze actie zal leiden tot een toename van het aantal aanvragen in het nieuwe schooljaar. Bijzondere bijstand 2021

1417

Gecombineerde aanvraag bijzondere bijstand 620

Individuele inkomenstoeslag

Maatschappelijke Participatie

Pcregeling

Schoolkosten

272

279

62

28

2678

2022

1568

609

245

199

48

31

2700

2023

1567

593

331

229

50

24

2932

1e helft 2024

697

281

86

105

8

2

1179

Tabel 5: overzicht bijzondere bijstand en minimabeleid

4.8 Schuldhulpverlening 4.8.1 Aanmeldingen schuldhulpverlening Over de eerste helft van 2024 hebben 171 inwoners een beroep gedaan op schuldhulpverlening. Zij zijn geholpen met informatie en advies, stabilisatie, budgetcoaching of duurzame financiële dienstverlening. Een deel (29 aanmeldingen) komt vanuit bewindvoerders en gaat om inwoners die klaar zijn voor een schuldregeling. Het grootste deel is geholpen met informatie en advies of doorverwezen naar bewindvoering of budgetbeheer. Dit is gelijk aan dezelfde periode in 2023.

Zaaknummer

Pagina 18 van 23

datum 1 september 2024

Totaal

Daarnaast hebben we 91 crisis-aanmeldingen gehad. Dit zijn inwoners die te maken hebben met een dreigende woningontruiming of energieafsluiting. Dit aantal is flink gestegen ten opzichte van 2023 en heeft ermee te maken dat we sinds begin dit jaar ook de dreigende energieafsluitingen gemeld krijgen vanuit energieleveranciers. Dit was voorheen nooit het geval, waardoor deze inwoners alleen bij ons in beeld kwamen als zij zichzelf bij ons meldden. 4.8.2 Schuldregelingen In het eerste half jaar van 2024 zijn 18 inwoners van Meierijstad ingestroomd in een minnelijke schuldregeling. Dit is nagenoeg gelijk gebleven aan voorgaande jaren. Daarbij zijn er 20 inwoners uit een schuldregeling gestroomd in deze periode. Momenteel zitten er nog 20 inwoners in een lopend saneringskrediet en 3 in een lopende schuldbemiddeling. Een saneringskrediet zorgt voor een snellere schuldenrust en minder administratieve rondslomp. Hiermee zitten we met het aantal saneringskredieten ver boven het landelijke gemiddelde van 65%. Per juli 2023 is de looptijd van een schuldregeling (zowel een saneringskrediet als schuldbemiddeling) verkort van 36 naar 18 maanden met als doel meer mensen met schulden te kunnen helpen en hen sneller perspectief te kunnen bieden. Dit heeft tot nu toe nog steeds niet gezorgd voor een stijging in het aantal aanvragen.

Wat wel opgemerkt wordt in het eerste half jaar van 2024, is dat veel schuldeisers hierdoor minder snel akkoord gaan en er daardoor vaker een dwangakkoord ingezet wordt of dat de minnelijke schuldregeling niet slaagt en er een wettelijk traject (Wsnp) volgt. Over het eerste half jaar van 2024 lopen er 6 Wsnp-aanvragen en 4 dwangakkoorden. 4.8.3 Voedselhulp In Q1 en Q2 van 2024 hebben 87 inwoners een aanvraag gedaan voor een voedselpakket. Dit laat een daling zien t.o.v. dezelfde periode in 2023, toen 132 inwoners een aanvraag ingediend hebben. Onderstaande grafiek laat een verdeling zien van het aantal toekenningen en afwijzingen op basis van het aantal aanvragen. Hierin is te zien dat het grootste deel van de aanvragen wordt toegekend (56 huishoudens over het eerste half jaar van 2024). In de gevallen waar dit niet gebeurd, betekent dit dat inwoners boven de toegestane norm zitten met het inkomen. Totaal aanvragen voedselpakket eerste helft 2024

34% 66%

Toekenning

Afwijzing

Bij de informele voedselhulp van Stichting Samen Sterk voor Meierijstad worden gemiddeld gezien 40 gezinnen voorzien van een voedselpakket. Zij zijn er voor de inwoners die niet in aanmerking voor reguliere voorzieningen en dus boven de norm zitten, maar wel moeite hebben

Zaaknummer

Pagina 19 van 23

datum 1 september 2024

met rondkomen. Waar kan en mogelijk, sturen zij inwoners ook door naar de reguliere voedselbanken en (schuld)hulpverlening. We zien bij zowel de formele als informele voedselbank dat met name een grote groep alleenstaanden een beroep doen op een voedselpakket, gevolgd door gezinnen en paren. 4.8.4 Vroegsignalering Sinds 2021 geven een aantal vastenlastenpartners (zorgverzekeraars, energiebedrijven, woningverhuurders en drinkwaterbedrijven) signalen van betalingsachterstanden door aan gemeentes. Vervolgens gebruiken gemeenten deze vroegsignalen om inwoners proactief hulp aan te bieden. Het doel is om er vroeg bij te zijn en daarmee schulden te voorkomen. In de eerste helft van 2024 zijn er 582 vroegsignalen binnengekomen. Deze signalen kunnen opgedeeld worden in enkelvoudige signalen (één signaal van een betalingsachterstand in eenzelfde maand) en meervoudige (meerdere signalen van betalingsachterstanden in eenzelfde maand) signalen. Vroegsignalen eerste helft 2024 4%

96%

Enkelvoudige signalen

Meervoudige signalen

Veruit de meeste vroegsignalen zijn enkelvoudige signalen. Daarbij is ook een verdeling te maken tussen type vroegsignaal. Hierbij valt op dat de meeste signalen van zorgverzekeraars komen en de minste signalen van drinkwaterbedrijven. Dit is een klein verschil ten opzichte van 2023, waarbij toen de meeste signalen (39%) van woningbouwcorporaties kwamen, opgevolgd door de zorgverzekeraars (34%). Verdeling type vroegsignaal eerste helft 2024 6%

36%

26%

31% Zorgverzekeraars

Woningbouwcorporaties

Energieleveranciers

Drinkwaterbedrijven

Zaaknummer

Pagina 20 van 23

datum 1 september 2024

Het is momenteel nog steeds lastig om iets te zeggen over ons bereik en over het aantal aanmeldingen n.a.v. de vroegsignalering omdat we deze tot op heden niet uit het registratiesysteem kunnen krijgen. Het doel is om hier bij het volgende dashboard over te kunnen rapporteren. 4.8.5 Brede ondersteuning toeslagenaffaire Sinds 2020 voeren wij in het kader van de hersteloperatie toeslagen brede ondersteuning uit op vijf leefgebieden (wonen, werk, gezin, zorg en financiën) aan alle gedupeerden die zich melden. Inmiddels zijn er meerdere groepen gedupeerden die wij ondersteunen: (mogelijk) gedupeerde ouders, gedupeerde kinderen in het kader van de kindregeling, gedupeerde ex-partners en gedupeerde ouders in het buitenland.

4.8.5.1 Aantallen Meierijstad In 2024 hebben 141 ouders zich gemeld bij de Belastingdienst als mogelijk gedupeerde. Daarnaast zijn er 102 kinderen die in aanmerking komen voor de kindregeling. Er zijn geen gemeentelijke cijfers bekend over de aantallen ex-partners en ouders in het buitenland. Alle ouders die hulp van ons wensen hebben dit bij de Belastingdienst aangegeven. Zij zijn allemaal door ons benaderd. 4.8.5.2 Plannen van aanpak In het eerste half jaar van 2024 hebben wij 23 lopende plannen van aanpak (19 ouders, 12 kinderen, 1 ex-partner en 1 ouder in het buitenland). Een groot deel van deze plannen zijn in 2023 gestart. In Q1 en Q2 van 2024 hebben zich nog 8 gedupeerden zich bij ons gemeld, waarvoor over deze periode ook een plan van aanpak is opgesteld. De meest voorkomende hulpvragen richten zich op medische kosten, sporten/vrije tijd, opleiding/werk, huisraad en budgetcoaching.

Zaaknummer

Pagina 21 van 23

datum 1 september 2024

4.9 Financieel Begroting 2024

Realisatie 2024 (tm juli)

Participatie algemeen

-154.084

-143.108

Personen t/m 21 jaar

103.457

77.483

25.974

Personen 22 jaar eo

11.151.021

7.517.211

3.633.810

Personen in inrichting

90.757

83.840

6.917

Krediethypotheek

-5.818

-38.636

32.818

Studietoeslag Pwet

1.701

55.125

-53.424

Bbz Uitkeringen levensonderhoud Participatiewet IOAW

19.114

83.482

-64.368

11.206.148

7.635.397

3.570.751

497.681

242.162

255.519

16.805

11.206

5.599

IOAZ

Verschil -10.976

Loonkostensubsidie

2.500.000

2.539.943

-39.943

Totaal inkomensvoorz. BUIG

14.220.634

10.428.708

3.791.926

Budget BUIG (Inkomsten)

-14.395.619

-10.563.998

-3.831.621

1.654.478

1.732.459

-77.981

Participatiewet – re-integratie Inburgering Uitgaven

96.000

414.176

-318.176

Inkomsten

-96.000

-1.778.786

1.682.786

Kredieten Bbz 2004

-16.400

-7.175

-9.225

kapitaalverstrekking bbz

100.000

0

100.000

2.872.743

1.685.765

1.186.978

Voorzieningen en ondersteuning

Schuldhulpverlening Totaal

346.122

119.643

226.479

4.781.958

2.030.792

2.751.166

Tabel 9: Financieel overzicht Jaarlijks krijgt de gemeente van het Rijk een toewijzing, bekend als het Buig-budget, om de uitgaven van de Participatiewet te dekken. Dit budget wordt jaarlijks vastgesteld op basis van een verdeelmodel dat rekening houdt met verschillende interne en externe factoren die de omvang ervan beïnvloeden. Het budget wordt in oktober definitief vastgesteld. In de huidigen begroting is een bedrag van 14 miljoen opgenomen, verwachting is dat het buig budget door het Rijk wordt bijgesteld naar 16 miljoen in oktober 2024.

Zaaknummer

Pagina 22 van 23

datum 1 september 2024

Re-integratiemiddelen: Deze worden ingezet om inwoners te stimuleren en te begeleiden naar het hoogst mogelijke niveau van participatie. In 2023 was er een tekort op de re-integratievoorziening, en ook in 2024 is een tekort ontstaan dat naar verwachting verder zal oplopen. Door te investeren in inwoners, wordt het gebruik van een uitkering (BUIG-budget) verminderd. De middelen die overblijven binnen het BUIG-budget kunnen vervolgens worden ingezet om de tekorten op de reintegratievoorzieningen te compenseren. Inburgering: De inburgeringsgelden zijn een specifieke uitkering. De beschikbare middelen per inburgeraar worden over drie jaar verdeeld. Hierdoor zijn de inkomsten hoger dan de huidige uitgaven. Begin Q4 2024 volgt er een aparte raadsinformatiebrief over inburgering.

Zaaknummer

Pagina 23 van 23

datum 1 september 2024

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=5622443e-cebd-4984-93dd-630110675fbe