CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

C32 Kunststichting Meierijstad_Raamwerk_definitief.pdf

Raadsvergadering 10 mei 2022, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Brieven van inwoners, maatschappelijke organisaties en bedrijven8.772 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAAMWERK Visie

op kunst in de openbare ruimte in Meierijstad

2022 2030

RAAMWERK Visie

op kunst in de openbare ruimte in Meierijstad

2022 2030

Kunststichting Meierijstad Postbus 102 5490 AC, Sint-Oedenrode KvK: 75111691 Rekeningnummer: NL49 RABO 0363 4882 43

Bestuur Kunststichting Meierijstad Joost van Dijk Harrie van den Brand Frank Bax Henk Wittenberg Margriet Bräuner Daan Hermes Projectleiders en adviseurs Peter van den Berk Jan van Hoof Redactie Véronique Hoedemakers Grafisch ontwerp Peter Jonker Druk Wihabo

Het raamwerk: verkenning in drie bedrijven 5

1

Verkenning van het speelveld: nieuwe spelers, nieuw decor 6

2

Masterplan Nomen/Omen – een inhoudelijke verkenning door Nils van Beek

7

2.1

7

Uitgangssituatie

2.2 Eerste artistieke overwegingen 8 2.3 Meierijstad, stad die zichzelf uitvindt 9 2.4 Inhoudelijke werkwijze: de thema’s 11

A) Verbinding en betekenis: Atlas, klankbord

en campagne 12

B) Middelpuntvliedende kracht: de hypermobiel 12

C) Komen en Gaan: migratie als inspiratie 13

D) Ecologie: Food, Forest and Feed 14

E) Mobiliteit: knooppunt van wegen 15

2.5 Work in progress: het onderzoek als podium 16 2.6 Kwartiermaken, de eerste fase of openingsscène 16

3

Spelers en speelwijze - organisatorische opzet 18 3.1

Terugblik en stand van zaken 19

3.2 Werkwijze: Kunststichting als katalysator 24

I N H O U D

De Hooibrug

Birthe Leemeijer

Sint-Oedenrode

Veghel

3

de Architekten Cie.

Schijndel

MVRDV

De Glazen Boerderij

2

CHV Terrein

1

Het raamwerk: verkenning in drie bedrijven Voor u ligt het raamwerk voor kunst in de openbare ruimte van Meierijstad. Het is opgesteld door de Kunststichting Meierijstad en biedt een inhoudelijke en organisatorische leidraad voor de komende acht jaar. De kunststichting wil, vanuit een onafhankelijke positie, alle partijen betrekken bij het ontwikkelen van beeldende kunst in de openbare ruimte. De ambitie is om gemeente, bewoners, ondernemers, experts en kunstenaars mee te nemen in een visie die inspireert. Met als doel een hoogwaardig ingerichte openbare ruimte met bovenregionale uitstraling. Hoewel het kunst- en openbare ruimte beleid in samenwerking met de gemeente wordt opgesteld, komen advisering en realisatie op autonome wijze tot stand. Dit raamwerk biedt een script waarin iedere partij de rol op zich neemt die hem het best past. Waarmee kunst in de openbare ruimte meegroeit en ondersteunend is aan een unieke stad in wording. De kaders en wijze waarop de stichting gaat functioneren zijn in grote lijnen bepaald door de gemeente en worden hier verder uitgewerkt. Organisatie, werkwijze en programma hangen nauw met elkaar samen. Dit stuk is drieledig. Eerst nemen we u kort mee naar de uitdagingen en uitgangspunten (het speelveld), daarna komt de inhoud in beeld (Nomen/Omen) en tenslotte leggen we de organisatorische werkwijze uiteen (het script).

Bij de fusie van de drie gemeenten Veghel, Schijndel en Sint-Oedenrode, met in totaal dertien kernen, tot een moderne stad, heeft kunst in de openbare ruimte een eigen rol. In goed overleg is het model van de Kunststichting Sint-Oedenrode in grote lijnen overgenomen. Deze aanpak waarin ruimte is voor externe advisering, samenwerking en ondernemerschap is zeer succesvol gebleken. Vanuit die basis zijn de eerste stappen genomen. Welke uitdagingen liggen er voor de nieuwe stichting? Wat zijn de ontwikkelingen in de kunst? Dat is het speelveld. Voor de inhoud van het beleid ligt er nu een verkennend masterplan: Nomen/ Omen. In dit raamwerk nemen we u mee in de verschillende denkrichtingen, ideeën en en thema’s en hoe die aansluiten bij historie, heden en toekomst van de nieuwe stad en de ontwikkelingen in de kunst. Belangrijk zijn daarbij het onderzoekende karakter en het aansluiten bij best practices. Ook de organisatorische werkwijze is in opzet klaar. Expertise, verbinding en draagvlak zijn daarbij key. Het inschakelen van experts en artists in residence wordt bijvoorbeeld gekoppeld aan samenwerking met lokale ondernemers. En elke twee jaar houdt de Kunststichting een raadpleging en nodigt ze haar netwerk uit voor een kritische reflectie op haar beleid. Zo blijft draagvlak gegarandeerd en is de vinger altijd aan de pols voor nieuwe ontwikkelingen.

Hier ligt dus een raamwerk dat enthousiasmerend leidraad beoogt te zijn voor alle partijen, waarbij de Kunststichting Meierijstad de trekkersrol vervult. Het is de bedoeling dat er naast dit raamwerk ruimte blijft voor flexibiliteit om adequaat te kunnen reageren op ontwikkelingen.

5

1

Verkenning van het speelveld: nieuwe spelers, nieuw decor Kunststichting Meierijstad stelt zichzelf de taak om een inhoudelijk raamwerk op te stellen dat zorgt voor verbinding van de verschillende kunstprojecten, een verhaal vertelt dat voor inwoners en bezoekers van Meierijstad herkenbaar is en kunstenaars een context biedt bij hun creatieve denkproces. Een visie die de verbeeldingskracht aanspreekt is ook een instrument om anderen te enthousiasmeren en te inspireren. Dat vergemakkelijkt de samenwerking van organisaties, bedrijven en de gemeente. Binnen ontwikkelingen en mogelijkheden tot samen­ werking kan kunst als katalysator werken. De grotere schaal van de nieuwe gemeente stelt de kunststichting voor een uitdaging. Niet alleen verschillen de dertien kernen sterk van elkaar, ook vormen de spreiding en hoeveelheid van de kunstprojecten een uitdaging. Moet de kunst in de openbare ruimte gelijkelijk over de kernen worden verdeeld, en kan daarbij opnieuw de inhoudelijke context leidraad zijn? Is er een andere schaal van de werken nodig om even zichtbaar te zijn als de kunstwerken die elkaar binnen de dorpskern versterken? Wat zijn de kansen op de langere termijn? Wat is een goed begin? Het Raamwerk 7 waarvan 3, opgesteld door Paul Roncken, lag ten grondslag aan de projecten van de Kunststichting Sint-Oedenrode.

Het was gebaseerd op de cultuurgeschiedenis van deze plaats, die op verschillende manieren nog terug te lezen is in het omliggende cultuurlandschap, gedomineerd door de meanderende Dommel. Deze benadering sloot naadloos aan bij het ruimtelijk ordeningsbeleid onder staatssecretaris Rick van der Ploeg, bekend onder de term ‘culturele planologie’ en waarbij de cultuurgeschiedenis bij ruimtelijke ontwerpopgaves werd betrokken. Rekening houden met de ‘genius loci’ zou snel ontwikkelende gebieden minder eenvormig maken en ‘regionale identiteit’ tot uitdrukking brengen tegenover een accelererende mondialisering. Inmiddels is er veel veranderd. Ruimtelijke ordening werd als taakgebied voor de Rijksoverheid geschrapt en intussen is de nieuwe Omgevingswet in aantocht. Klimaatverandering (wateropgaven) en de daaruit voortvloeiende energietransitie domineren het landschapsbeleid, dat nu vooral op provincieniveau wordt ingevuld. En discussies over een gemeenschappelijke identiteit worden op steeds scherpere toon gevoerd. Bij het samenvoegen van gemeentes gaat men op zoek naar ‘common ground’, naar gemeenschappelijke noemers die ook cultureel tot uiting kunnen worden gebracht.

6

Daar komt bij dat ook de kunst zelf in beweging blijft. Artistic research en social practice hebben hun weg gevonden naar de publieke ruimte, en de gedachte dat een uit publieke middelen bekostigde kunstopdracht ook een afspiegeling van de samenleving representeert is minder vanzelfsprekend geworden. Kunstenaars definiëren hun rol anders dan voorheen en leggen zich minder vast op een bepaald medium of podium. Dat heeft ook consequenties voor de formulering van kunstopdrachten: hoe worden hedendaagse praktijken het beste gefaciliteerd? En wat bieden ze voor kansen voor ondernemers en andere potentiële samenwerkingspartners?

De gedachte dat kunst in de openbare ruimte gericht is op het ontwerpen en plaatsen van nog meer permanente objecten op vooraf bepaalde plekken in een steeds vollere en veranderlijke openbare ruimte, is niet meer van deze tijd. In het bepalen van de inhoud van een visie kijkt de kunststichting naar de actuele vraagstukken die er zijn, naar de ontwikkelingen in de kunst en in de ruimtelijke ordening, richt zij zich op de toekomst en op de overeenkomsten in plaats van de verschillen. Dit zijn de uitgangspunten van het masterplan.

Masterplan Nomen/Omen – een inhoudelijke verkenning door Nils van Beek Uitgangssituatie In 2013 werden de kaarten opnieuw geschud. De Rijksoverheid zette in op gemeentes met een minimale omvang van 20.000 inwoners. Na het gebruikelijke wegen van verschillende opties besloten de gemeenten Veghel, Schijndel en Sint-Oedenrode per 2017 samen te gaan in een nieuwe organisatie, waarvoor in 2014 na een volksraadpleging de naam Meierijstad werd gekozen. Deskundigen van de Adviescommissie Aardrijkskundige Namen in Nederland (AANiN) vonden deze naamgeving minder gelukkig. De Meierij, een van de kwartieren van het historische hertogdom Brabant, betreft een veel groter gebied (wat zelfs voor het deelgebied Peelland daarbinnen geldt) en is verbonden met ’s-Hertogenbosch als bestuurlijke hoofdstad. Dat schept verwarring want, kortgezegd, Meierijstad is geen stad. In de gemeentes Sint-Oedenrode, Schijndel en Veghel bestond een actief cultureel leven, met een opmerkelijke aandacht en ambitie voor de kunsten in het publieke domein. Met de Blauwe Kei in Veghel en ’t Spectrum in Schijndel beschikt de gemeente over twee moderne podia. Met Paaspop in Schijndel en Fabriek Magnifique heeft de gemeente twee festivals van bovenregionale, zelfs (inter)nationale allure in huis.

Phoenix Cultuur heeft een groot cursusaanbod en kunstenaarsinitiatief de Compagnie organiseert tentoonstellingen van hedendaagse professionele kunstenaars in de gebouwen van de Cultuurfabriek op de Noordkade in Veghel. Ook KEG in Schijndel en RKK in Sint-Oedenrode presenteren beeldende kunsttentoonstellingen. Het Museum Jan Heestershuis toont werk van regionale kunstenaars en het RAADhuis in Schijndel beheert en exposeert de kunstcollectie Meijerijstad. Een museum voor kunst en vormgeving dat past bij een stad van 80.000 inwoners ontbreekt echter vooralsnog. Schijndel heeft door toedoen van voormalig burgemeester Gerard Scholten over een omvangrijke collectie (klassiek-)moderne beeldhouwkunst, met de rotondekunstwerken van Piet Slegers, Jan de Baat en Dorothe Limburg aan de Structuurweg als de jongste blikvangers. Het meest vernieuwend in haar aanpak is de Kunststichting Sint-Oedenrode geweest, dat consequent voortbouwde op een inhoudelijk raamwerk rondom de bijzondere geschiedenis van het dorp met de zeven slotjes en dat daarvoor landelijk bekende kunstenaars wist te engageren. In Sint-Oedenrode heeft men bewust willen meebewegen met de interesses en praktijken van de meest recente kunst, waardoor eer ruimte kwam voor meer performatief werk (zoals van Cilia Ehrens, Dinie Besems en Honoré d’O) en projecten op het snijvlak van beeldende kunst en

2. 1 7

(landschaps)architectuur (o.a. Lucas Lenglet, Paul Roncken, Birthe Leemeijer en Gabriel Lester). Locaties voor kunst werden niet geselecteerd op de geschiktheid om autonome objecten te etaleren, maar op basis van de (verhalende) context die zij kunstenaars te bieden hadden. Een deel van de aantrekkingskracht van de collectie schuilt juist in de onverwachte plekken waar zij opduikt. Ook in de nieuwe gemeente krijgt de kunst in het publieke domein een aanzienlijke rol in het culturele aanbod.

2. 2 8

De initiatiefnemers van de nieuwe Kunststichting Meierijstad hebben besloten de werkwijze uit Sint-Oedenrode te adopteren. Daarom is besloten om opnieuw een inhoudelijk raamwerk op te stellen dat de verschillende kunstprojecten met elkaar verbindt, dat een verhaal vertelt dat voor inwoners en bezoekers van Meierijstad herkenbaar is en dat kunstenaars een context biedt bij hun denkproces. De veel grotere schaal van de nieuwe gemeente stelt de kunststichting wel voor een uitdaging. Niet alleen verschillen de dertien kernen sterk met elkaar, ook vormen de spreiding en dichtheid van de ondernomen projecten een uitdaging. Kunnen ze gelijkelijk over de kernen worden verdeeld, en kan daarbij opnieuw de inhoudelijke context leidraad zijn? Is er een andere schaal nodig om even zichtbaar te zijn als kunstwerken die elkaar door de dichtheid binnen de dorpskern versterken? Het is evident dat daarbij moet worden nagedacht over de factor tijd. Wat zijn de kansen op de langere termijn? Wat is een goed begin?

Eerste artistieke overwegingen Het Raamwerk 7 waarvan 3 gaf een cultuurhistorische richting aan de projecten van de Kunststichting Sint-Oedenrode. Paul Roncken spon de meest tot de verbeelding sprekende aspecten van Sint-Oedenrode (het bestaan van maar liefst zeven slotjes en de legenda van de H. Oda) uit tot een gefabuleerd verleden dat de kunstopdrachten die hij eruit afleidde een sluitende, eigen logica gaf. Een verzonnen geschiedenis, historisch geïnformeerd, maar toch een geschiedenis. Het is geen 2007 meer, we zijn een economische en bouwcrisis verder, een grote aanslag op de culturele infrastructuur, een stikstofcrisis en een pandemie die door zoönoses werd veroorzaakt. Ruimtelijke ordening werd als taakgebied voor de Rijksoverheid geschrapt, en ondertussen is de nieuwe Omgevingswet in aantocht. Klimaatverandering (wateropgaven) en de daaruit voortvloeiende energietransitie domineren het landschapsbeleid, dat nu vooral op provincieniveau wordt ingevuld. En discussies over een gemeenschappelijke identiteit worden op steeds scherpere toon gevoerd. Bij het samenvoegen van gemeentes gaat men op zoek naar ‘common ground’, naar gemeenschappelijke noemers die ook cultureel tot uiting kunnen worden gebracht.

Een prachtig voorbeeld is het project van de Duitse fotograaf Peter Piller voor de rivaliserende gemeentes Hellendoorn en Nijverdal die door een gemeentelijke fusie tot elkaar werden veroordeeld. Piller verzamelde foto’s uit archieven en privé-albums en rubriceerde zodanig dat er meer overeenkomsten dan verschillen uit naar voren kwamen. Dezelfde foto’s van het amateurtoneel of de derde helft in de voetbalkantine, van huwelijken en jubilea, van verdwenen neringen en uitwisselbare markante dorpsfiguren. Anno 2022 past een dergelijk essentialisme niet meer zo goed, ook niet in Brabant. Hoe geldig is nog de dominantie van het katholicisme, de erfenis van de armoede van de zandgronden, het gevoel van achterstelling ten opzichte van de Randstad?

Meierijstad, stad die zichzelf uitvindt Vaak is de uitkomst van goed onderzoek een nieuwe vraag, een betere. De nieuwe gemeente is een stad in wording. Juist de vele vragen die dit oproept maakt de situatie interessant. Het zoeken naar een gezamenlijke oorsprong die achter ons ligt, doet geen recht aan de complexiteit van het geheel noch van de eigenheden van alle kernen die samen Meierijstad gaan vormen. Dit raamwerk richt zich daarom op de toekomst: de naam Meierijstad is het programma. De Kunststichting Meierijstad stelt zich ten doel stedelijkheid te gaan vormgeven. Daarbij bestaat er parallellen met bijvoorbeeld de langjarige kunstprogramma’s voor Vinex-wijken als Leidsche Rijn in Utrecht (Beyond) en Vathorst in Amersfoort (Variomundo), dat zich richten op de hardware (welke voorzieningen heeft een stad of stadsdeel nodig) en de software (wie zijn de bewoners en waarvan dromen ze) van deze stadsuitbreidingen, maar zoals beschreven is de context van 2021 een andere. Wat maakt de stad? Meierijstad heeft geen muren, geen enkelvoudige historische binnenstad of stadsrechten om op te bogen. Hoewel er meerdere kernen zijn, is er nog geen sprake van ‘sprawl’ (stedelijke wildgroei over een groot oppervlak) zoals Los Angeles, of, dichterbij huis, van een stedelijke structuur als die van Eindhoven, die is ontstaan uit meerdere dorpen.

Meierijstad is ook geen ‘new town’ zoals Almere, waarvan de oorspronkelijke en onderling zeer verschillende woonkernen ver uit elkaar liggen. De uitgangssituatie laat zich nog het beste vergelijken met de Zaanstad, als gemeente in 1974 ontstaan na samenvoeging van alle toenmalige gemeentes/plaatsen in de Zaanstreek. Geen inwoner van Krommenie, Wormerveer of Assendelft noemt zich Zaanstedeling, maar sinds met name Zaandam door stedenbouwkundige ingrepen van architect Sjoerd Soeters visueel een sterker grootstedelijk profiel kreeg en de gemeente als geheel nog sterker wordt ingekapseld in Groot-Amsterdam, is de gemeenschappelijke stedelijke identiteit onmiskenbaar gegroeid. Net als Zaanstad is Meierijstad een ‘streekstad’ (of dorpenstad) met een sterk samenhangend industrieel verleden in de food en feed, en als thuisstad van Jumbo het tegenbeeld van het Zaanse Albert Heijn. Uit die analogie zijn voor Meierijstad lessen te trekken, zoals het belang van grootstedelijke voorzieningen als een hoogwaardig ziekenhuis (dat Veghel aan buurgemeente Uden verloor) en binnensteden die zich ontwikkelen van ‘place to buy’ tot ‘place to be’, zoals de centrumvisie van de gemeente Meierijstad krachtig samenvat. Op dat vlak zijn buurgemeenten en de steden Den Bosch en Eindhoven geduchte concurrenten, stelt ook de centrumvisie.

De Noordkade in Veghel zal in deze ontwikkeling een belangrijke katalysator zijn, waarbij het de vraag is in hoeverre de andere kernen in de gemeente dit ook als een centrumgebied van de nieuwe gemeente zullen beleven. Bovenstaande zijn echter kenmerken die het verleden steden tot stad hebben gemaakt. De kunsten vormen bij uitstek de piste om de stedelijkheid van de toekomst te verkennen. Mogelijk liggen er heel andere vormen en modellen van steden in het verschiet. Het Planbureau voor de Leefomgeving constateert dat het merendeel van de Nederlanders in de stad woont, en voorziet drie modellen voor de onvermijdelijke verdere urbanisatie van Nederland tot aan 2050: centralisatie (verdichting van de bestaande stad), polycentrisch of diffuus (ongeleide ontwikkeling). https://www.pbl.nl/blogs/nederlandse-verstedelijking-in-2050-compacter-polycentrischer-of-diffuser. Het is de vraag welk model het best bij Meierijstad past. Binnen de EU lopen er projecten om de rol van hoogwaardige cultuur te monitoren buiten de bestaande grotere

2. 3

9

steden. (https://voicesofculture.eu/2019/10/10/the-role-of-culture-in-nonurban-areas-of-the-european-union/) Nederland is als klein maar dichtbevolkt land als geheel als een non-urbane stad op te vatten. In dat opzicht is Meierijstad Nederland in het klein en is een programma ook interessant voor de rest van het land (wat bovendien een insteek is voor fondsenwerving). Compact scenario

Polycentrisch scenario

Diffuus scenario

Bron: Espon Super (2020)

De verstedelijking hangt samen met wezenlijke maatschappelijke vragen. Vragen waarbij kunst in de openbare ruimte wezenlijke rol kan spelen bij het vinden van antwoorden. Hoe zullen we wonen? De onbetaalbaarheid van de grotere steden en het verlangen naar andere woonvormen brengt nu al een grote stroom vanuit de grote steden naar meer suburbane gebieden teweeg. De opzet en structuur ‘Veghel’s Buiten’ weerspiegelen de grote paradoxen in deze ontwikkeling die leidt tot wat men (NVB) een recursieve stad zou kunnen noemen. Hoe zullen we eten? In Schijndel wordt door Wouter van Eck momenteel het grootste voedselbos van Europa aangelegd. Kan de openbare ruimte hierin een rol spelen, en kan een dergelijk bedrijf deel uitmaken van de openbare ruimte? De inkrimping van de veestapel die er anno 2021 zeker van lijkt te komen zal binnen de grenzen van Meierijstad grote consequenties hebben voor de agrarische en industriële gebieden. Is het ideaal van duurzame voedselproductie dicht bij huis hier haalbaar? Hoe gaan we om met de natuur? Is er, nu het Antropoceen is aangebroken, een stedelijke ontwikkeling denkbaar waarin de natuur het primaat heeft? Een stedelijke ontwikkeling die flexibel en reversibel is, veerkrachtig als riet?

Vlnr. Witte pater (neomist) in Zijtaart, kindheidsoptocht, Erp.

10

Kennen we de migratiegeschiedenis van Meierijstad wel genoeg? Welke kansen kunnen nieuwkomers worden geboden? Valt er hier nog iets te emanciperen? En als dat meer een discussie is voor de grote stad, wat maakt dat Meierijstad dan? Deze regio was niet in de laatste plaats via de Paters van de HH. Harten uit Sint-Oedenrode en de Schijndelse Zusters van Liefde intensief bij de missie betrokken. Maar ook de aanwezigheid van tijdelijke arbeids­ migranten in de regio, veelal uit Oost-Europa, is een deel van dit onderwerp. Die vragen over wonen, eten, natuur en migratie moeten niet meteen beantwoord worden, het zijn processen die spelen. Processen die een spannend toneel vormen waar kunstenaars graag op zullen spelen en inspelen. De naam van dit masterplan, Nomen/Omen illustreert dat door deze processen, de kunst deel uitmaakt van de ontwikkeling van de nieuwe stad.

Inhoudelijke werkwijze: de thema’s De werkwijze van de Kunststichting, met name de wijze van taakverdeling en het werken aan meerdere (nu al lopende) projecten tegelijkertijd, vraagt om concretisering. We onderscheiden vooralsnog vijf thema’s die zijn gekozen vanuit de eigenheid van Meierijstad. Vanuit die thema’s kunnen trajecten met meerdere kunstenaars worden opgestart. Dat kan leiden tot meerdere projectplannen per thema, en tot kunstprojecten van verschillende aard, van artistic research tot social practice en van performatief evenement tot (online) publicatie of permanent kunstwerk in de openbare ruimte. Hier­ onder is bij elk thema de focus van mogelijk artistiek onderzoek genoemd en van meer fysieke kunstwerken (die soms weer een langer ontwikkelings- en uitvoeringstraject kennen). Vanuit deze ideeën kunnen al eerste contacten met kunstenaars en/of mogelijke partners worden gelegd. Vooralsnog kunnen de kansen die er blijken te zijn, bepalen welke thema’s en projecten als eerste tot ontwikkeling kunnen komen. Maar het blijft van belang steeds terug te koppelen naar de centrale thema’s. Daarmee ligt er een programma dat vertrekt vanuit onderzoeken van kunstenaars naar wat Meierijstad zou kunnen worden (en niet wat het al denkt te zijn).

Foto Fred Korver

2. 4 11

A

Verbinding en betekenis: Atlas, klankbord en campagne Het programma van de kunststichting neemt verwachte planologische, economische en ecologische ontwikkelingen in haar grondgebied mee, maar de centrale vraag is die naar betekenis. Naar mentale ontwikkeling, naar verbondenheid tussen mensen en mensen en de leefomgeving. Langs verschillende wegen zal die verbinding gezocht worden. Voor een uitgebreidere verkenning zal externe expertise worden aangetrokken, in samenwerking met kennisinstituten en opleidingen. Een klankbordgroep zal relevante informatie en inzichten over de ontwikkeling van de regio volgens thema’s bijeenbrengen. Het aandeel van de leden van deze groep kan in omvang verschillen; in ieder geval zouden Floris Alkemade en Winy Maas geconsulteerd moeten worden. Ook zoekt de Kunststichting vanaf het begin de dialoog via prikkelende uitingen in het publieke domein (publiciteit, radio, posters, guerrilla acties en zo mogelijk een live publieksprogramma in aansluiting op bestaande evenementen). Deze fase zou gepaard kunnen gaan met een opdracht aan Annelys de Vet, die van verschillende steden en regio’s zgn. subjectieve atlassen samenstelde. Uitgangspunt daarbij is dat inwoners zelf hun leefomgeving in kaart brengen. Het voltooien van deze Subjectieve Atlas Meierijstad zal meerdere jaren in beslag nemen.

B

Middelpuntvliedende kracht: de hypermobiel Residencies, tijdelijke woonplekken voor kunstenaars, vormen een belangrijk uitgangspunt voor het programma. In eerste instantie ligt het voor de hand om gebruik te maken van bestaande faciliteiten en/of beschikbaar komende gebouwen, maar mobiele units voor wonen, werken en/of presenteren hebben de voorkeur. Dat komt omdat in Meierijstad, net als eerder in Zaanstad of in ‘sprawl’-steden (met Los Angeles als bekendste voorbeeld, maar bijvoorbeeld ook nieuwe steden in China), er geen centrum te onderscheiden is. Soms is het er niet, soms zijn er meerdere tegelijk.

André van Bergen, Koppelkeet, 2001

12

Meierijstad wordt de eerste stad met een beweeglijk stadscentrum. Het zal zich steeds op een andere plaats bevinden. Uit artistiek onderzoek zal blijken of dat de meest stille plek moet zijn (een groen hart), de hoogstgelegen plaats dan wel het diepste punt waar alles naar toe stroomt. Het kan ook het punt zijn waar natuurgebieden met elkaar verbonden zijn (het centrum zoeken hoeft niet antropocentrisch te zijn). En uiteraard is van belang om te ontdekken waar de Meierijstedelingen elkaar ontmoeten; moet die ontmoeting worden georganiseerd (rond school, supermarkt, sportpark, dorpshuis of gebedshuis) of kan die worden gefaciliteerd? Het Raamwerk voor de A50 van Paul Roncken kan nog steeds een van de bronnen van inspiratie zijn, waarin hij o.a. de verschillen in zwaartekracht of het spirituele krachtenveld van de Lambertus-leylijn in kaart bracht. Elke verplaatsing wordt via de media publiek gemaakt en wordt voorafgegaan en/of gevolgd door een publieke presentatie (performance, expositie etc). De fysieke units worden een opdracht voor een vormgever/kunstenaar. De projecten in dit thema omvatten ook de kwestie van het wonen, een van de lastigste dossiers in het komende decennium. Kan Meierijstad ruimte bieden aan andere vormen van wonen, ontwikkelen, bouwen en bezitten? Een paar lastige vragen moeten daarbij ook worden gesteld.

Is de naam van de gemeente geen maskerade ten behoeve van het vestigingsklimaat voor mensen die in de grotere steden geen (betaalbare) woning kunnen vinden die aan hun wensen voldoet? Is dat een zinvolle ambitie in tijden van woningnood en ruimtegebrek, ook in Meierijstad (en is groei nog steeds goed)? Moet ook Meierijstad om stad te zijn wel stedelijke voorzieningen krijgen die buiten haar grenzen op korte afstand al te vinden zijn? En verhouden deze ontwikkelingen zich tot de mensen die zich in dit gebied juist aan de stad wilden onttrekken en daar zelfs hun identiteit aan ontlenen? De vormgeving van de units en de keuze voor de plekken raakt ook deze kwesties aan.

C

Komen en Gaan: migratie als inspiratie De Amerikaanse staat Kansas kent een New Almelo, Delft ligt ook in Sri Lanka en Vlissingen Noord in Namibië. Moskou, De Krim, America en Turkeye zijn alle binnen de landsgrenzen te vinden. Een tweede Meierijstad bestaat (nog) niet, maar dat wil niet zeggen dat het gebied niet is verbonden met een groot deel van de wereld. De missie-ordes werden al genoemd. Het bedrijfsleven opereert internationaal. En ook Meierijstad heeft, zoals elke stad, een geschiedenis van migratie. Dit zijn aanknopingspunten voor verschillende projecten (fotografie, ruimtelijke interventies, social practice). Uitgangspunt is de vraag hoe ver Meierijstad zich in de wereld (psychogeografisch) uitstrekt.

Een paar projecten als inspiratie: Maarten de Reus voegde in 1995 buitenlands straatmeubilair toe aan het straatbeeld van Wierden, dat geen wijk van Almelo wilde worden maar een eigen kern behouden. https://dhaps.org/kunstwerken/fotos-en-straatmeubilair2393/. Frappant is overigens hoeveel eenvormiger de openbare ruimte in Nederland en daarbuiten inmiddels is geworden (met veel catalogusmeubilair). Een tweede voorbeeldproject is ‘Woher Kollege, Wohin Kollege’ uit 2002, waarbij een kunstenaarscollectief een vuilniswagen van de stedelijke stadsreiniging van München vanbinnen ombouwde tot camper en ver in Afrika (film) portretten maakte van collega-vuilnismannen, waarvan vervolgens weer foto’s op de vuilnisauto’s werden geplaatst. https://www.deutschlandfunkkultur.de/ kunstprojekt-woher-kollege-wohin-kollege-der-muellmann-als-100.html

13

Maarten de Reus voegde in 1995 buitenlands straatmeubilair toe aan het straatbeeld van Wierden.

In ieder geval zou een project moeten worden opgezet dat de migratiegeschiedenis van Meierijstad (emigratie en immigratie) onder de loep neemt en zichtbaar maakt. Een interessant startpunt zou kunnen zijn een gesprek met Jeanne van Heeswijk, beroemd vanwege haar vermogen om gemeenschappen te ‘empoweren’ of zelfs te vormen rond een plek of thema. Een van haar vroegste films droeg de titel ‘De wereld is groter dan Schijndel’, haar geboorteplaats, dat erom vraagt om eens te herijken. Als zij in wereldsteden uit de voeten kan, waarom dan niet ook in Meierijstad, waar we ook op zoek zijn naar andere narratieven?

D

Ecologie: Food, Forest and Feed Dit thema zou moeten beginnen met een artistiek onderzoek naar het ecologisch evenwicht in Meierijstad. De klimaatdiscussie, het verlaten van een antropocentrisch perspectief (emancipatie van dieren, planten en dingen ten opzichte van de mens) en nieuwe wetenschappelijke ontdekkingen (van netwerken van schimmels bijvoorbeeld) maken dat we de natuur anders zijn gaan lezen en definiëren. Dat heeft ook consequenties voor de inrichting van de ruimte, zowel in stedelijk als in landelijk gebied. Tal van kunstenaars zijn hiermee bezig. Meierijstad is een interessante casus, met scherpe en soms schurende contrasten op dit gebied. Wat is een stad volgens andere organismen dan de mens?

14

Er zou in ieder geval een residencie moeten worden opgezet in samenwerking met Wouter van Eck, die in Schijndel het grootste voedselbos van Nederland gaat realiseren. De opbrengsten van zijn eerste voedselbos Ketelbroek bij Groesbeek vinden vooral hun weg naar sterrenrestaurants als De Nieuwe Winkel in Nijmegen. In een regio die zichzelf typeert met de begrippen ‘food en feed’ is een voedselbos een interessant fenomeen. Enerzijds conflicteert het met oude vormen van voedselproductie en -distributie, anderzijds kan het handvatten bieden om de uitgangspunten van het voedselbos meer mainstream te maken. En wat als deze uitgangspunten zich niet beperken tot de grenzen van een akker, maar er bijvoorbeeld ook eetbare planten verrijzen in plant­ soenen en tuinen, waarbij er gemeenschappelijk wordt geoogst en verwerkt? Wat kortom, als het voedselbos zich uitbreidt zoals het Duizendjarig Woud?

E

Mobiliteit: knooppunt van wegen De nieuwgevormde gemeentes in Nederland hebben een groot grondopper­ vlak en dito inwonertal, maar zullen voorzieningen juist clusteren. Dat betekent dat er veel vervoersbewegingen zijn. De hoofdkantoren en distri­ butiekantoren met name in Veghel maken dat voor Meierijstad nog een groter thema. Veghel als knooppunt van wegen was al een onderwerp in het kunstproject aan de A50. De herkenbaarheid van Meierijstad zal sterk gebonden zijn aan deze mobiliteit en infrastructuur. Voor dit thema moet in kaart worden gebracht welke ontwikkelingen er hier te verwachten zijn, en welke consequenties bovendien van transities als volledig elektrisch rijden. Er moet voor worden gewaakt dat kunstwerken om wille van de herkenbaarheid niet als een soort huisstijl worden ingezet (landmarks), maar ook tot nadenken aanzetten. Er zouden alternatieve vormen van vervoer kunnen worden bedacht, die bijvoorbeeld een ander tempo hebben, bedoeld zijn voor dieren of alternatieve routes beschrijven. Een voorbeeld is het werk van het Franse collectief HeHe, dat een in onbruik geraakte Parijse metrolijn weer in gebruik nam met zelf voort te drijven wagonnetjes:

Franse collectief HeHe, dat een in onbruik geraakte Parijse metrolijn in gebruik nam.

Een ander inspirerend voorbeeld is een voorstel van het befaamde duo Elmgreen en Dragset voor Drenthe, waar zij voor een nogal eentonige weg voorstelden om tweemaal exact dezelfde woning (gevel) met auto ervoor in het landschap te plaatsen, waardoor verwarring ontstaat over waar je bent. Uiteraard past het al lopende project met het Duits lijntje hier naadloos in. Ook de Zuid-Willemsvaart is een dominant element en zou hierbij kunnen worden betrokken. De bevindingen uit het kunstproject tussen Weert en Den Bosch van Monique Broekman, Dat Wat Blijft genaamd, kunnen mogelijk van inspiratie zijn. Vooral in steden is wonen ‘aan de goede of verkeerde kant van het spoor’ (kanaal etc.) een begrip. Ook Meierijstad wordt sterk doorsneden door het kanaal, de A50, de N279 en andere verkeersaders. Hebben die al voor verschillen in karakter gezorgd? Kunnen we in Meierijstad al van wijken spreken, anders ingedeeld dan volgens oude gemeentegrenzen?

15

2. 5 2. 6 16

Work in progress: het onderzoek als podium Het werd al gezegd, Meierijstad is een stad in wording. Datzelfde geldt voor het programma van de Kunststichting Meierijstad. Deze tekst kan daarom slechts een eerste richtinggevende aanzet zijn. Zij is een pleidooi voor verschillende fases, die overigens deels ook parallel kunnen worden uitgewerkt. In alle gevallen begint het met artistiek onderzoek, op de uitkomsten waarvan niet vooruitgelopen moet worden. Het programma van Kunststichting Meierijstad moet een mate van wendbaarheid hebben om zich te kunnen aanpassen aan nieuwe inzichten, nieuwe kunstpraktijken en samenwerkingen en nieuwe (on)mogelijkheden binnen de organisatie van de kunststichting zelf. Cruciaal is wel dat ook meer onderzoeksmatige onderdelen van het kunstprogramma zich altijd ook (maar niet uitsluitend) zullen manifesteren in de publieke ruimte. Een dynamische openbare ruimte kenmerkt een stad en biedt ruimte voor de burgers. Het is essentieel dat een kwalitatieve openbare ruimte niet achterblijft bij de expansie van bedrijvigheid en private woningbouw, door hekken afgescheiden van de wereld erbuiten. Het maken van stedelijkheid betekent, vanuit het perspectief van de cultuur, het maken van openbare ruimte.

En juist in het stadium waarin Meierijstad nog in wording is, nog zoekende is naar een identiteit, is het mooi dat de kunst in de openbare ruimte daarbij aansluit. Het proces van onderzoek van de stad is dan ook meteen het podium voor de kunstenaars die meezoeken. De kunstenaars zijn evengoed kwartier­ makers van de nieuwe stad. Deze inhoudelijke verkenning beschrijft die eerste, spannende fase.

Kwartiermaken, de eerste fase of openingsscène Het is niet eenvoudig om een programma voor kunstprojecten op te stellen zonder vooruit te lopen op conclusies uit de onderzoeksmatige onderdelen van het programma. Het heeft tot doel om de verbeelding te prikkelen van partners, kunstenaars en het publiek. Het samenstellen van een Atlas van Meierijstad is daarom een noodzakelijke eerste stap. De Kunststichting Meierijstad zal zich in de eerste fase van het programma voor Meierijstad hierop richten, en daarnaast op het organiseren van voorzieningen die onderzoeksresidencies mogelijk maken. Het is echter ook van belang om van meet af aan publiekelijk zichtbaar te zijn. Een campagne die bijna overdreven de nieuwe verworven stedelijke status van Meierijstad onderstreept, zou het eerste project kunnen zijn, met opdrachten aan fotografen, ontwerpers, theatermakers e.d. Zoals in het leger de kwartiermakers vooruit worden gestuurd in onbekend gebied, om het klaar te maken voor de troepen, zo zijn de eerste acties uit­ gezet door de kunststichting: onderzoekend en nieuwsgierig. Op dit moment voorziet de Kunststichting Meierijstad de uitontwikkeling van een programma dat de volgende onderdelen omvat:

1

Stedelijke mindset Als eerste actie gaat de Kunststichting Meierijstad de beleving van stedelijkheid bevorderen door consequent in stedelijke termen te denken en te communiceren. Zij benoemt bovendien ambassadeurs zich op dit schaalniveau zullen profileren. Hierbij is een belangrijke rol weggelegd voor de website van de Kunststichting (of een speciale projectwebsite) en sociale media. De ambassadeurs krijgen een stedelijke titel en taakstelling, zoals al bij andere steden gebruikelijk is. Zo krijgt Meierijstad gevraagd of ongevraagd bijvoorbeeld een Stadseconoom (andere benaming voor een gemeentelijke functionaris), Stadsecoloog, Stadsfilosoof, Stadstheoloog, Stadsdichter, Stadsjutter, Stadsarchivaris, Stadsnomaden, Stadsarcheoloog, Stadsboer, Stadsorganist/ beiaardier, Stadsbouwmeester, Stadsomroeper/troubadour, Stadsimker, Stadshistoricus, Stadsherder, Stadsorkest, Stadshart, Stadsadel en Stedelijke scholengemeenschap. Naast deze bestaande functies zullen er vanuit de projecten en samenwer­ kingen ook nieuwe functies worden gedefinieerd, waarmee Meierijstad de primeur heeft en die zijn toegesneden op de uniciteit van deze landelijk gelegen stad.

2

Onderzoeksresidencies Kunstenaars(collectieven) worden uitgenodigd om, op basis van gebleken kennis, kunde en/of belangstelling, zich tijdelijk ter plaatse vestigen om een artistiek onderzoek uit te voeren. De bedoeling is tweeledig. Uit deze onderzoeken ontstaat een nieuwe Atlas van Meierijstad, waaruit ook exposities, screenings, optredens en lezingen voortkomen. Het tweede doel is dat de uitgenodigde kunstenaars(collectieven), wanneer dat is afgesproken, een uitgewerkt voorstel indienen voor een kunstproject. Dit kan bijvoorbeeld een deelname aan een festival zijn, een social design/participatief project dan wel een voorstel voor een kunstwerk op of transformatie van een onderzochte site in de gemeente. De Kunststichting draagt zorg voor verblijf- en presentatiefaciliteiten; indien mogelijk zullen er meerdere kunstenaars tegelijkertijd in residence zijn, om onderlinge inspiratie en zelfs samenwerking mogelijk te maken. Mogelijk kan zelfs een tijdelijke compound worden ingericht uit noodgebouwen/woningen en/of kan dit als een ontwerpopgave worden gerealiseerd.

3

Kennissamenwerking Samenwerking wordt gezocht met universiteiten, hogescholen (Design Academy, Avans Hogeschool), MBO’s en kennisinstituten (zoals het platform Ruimtevolk, landschapssadviseurs Paul Roncken en Marieke Berkers). Er worden contacten gelegd met opleiding planologie, landschapsarchitectuur, industrieel ontwerpen en/of futurologie voor een inventarisatie van het grondgebied van Meierijstad naar initiatieven die in aanleg goed passen bij de nu te voorziene modellen voor stedelijke ontwikkeling in Nederland. De studenten van deze opleiding zorgen voor kaarten en visualisaties die deel uit zullen maken van de Atlas van Meierijstad.

17

4

Structureel onderdeel van festivals Voor bijdragen aan bestaande festivals in de stad (en bijvoorbeeld de Design Week in Eindhoven) zullen incidenteel afzonderlijke kunstopdrachten worden verstrekt. De ambitie is om dit een wezenlijk onderdeel van deze festivals te laten worden, niet een onderdeel van de aankleding.

5

Samenwerking met ondernemers Zo mogelijk worden projecten en residencies ontwikkeld in samenwerking met het bedrijfsleven in Veghel, Schijndel en Sint-Oedenrode, dat een groot aandeel heeft gehad en zal hebben in de (verdere) verstedelijking van Meierijstad.

6

Goede planning na onderzoek Fysieke kunstwerken in de openbare ruimte. Deze worden pas gedefinieerd op het moment dat in beeld is gebracht welke plekken als cruciale onderdelen van een stedelijke publieke cultuur kunnen worden aangemerkt en/of wanneer er uitkomsten uit de residencies en de Atlas in de opdrachtformulering worden meegenomen. Wel moeten ze zo worden ingepland, uitgaande van een gemiddelde looptijd van drie jaar, dat ze elkaar op een logisch moment in dit programma zullen opvolgen, zodat er geen periodes van stilte vallen. Een stedelijk cultureel klimaat is geen seizoenswerk.

3 18

Met deze eerste fase van het masterplan kan, en is het onderzoek voortvarend van start omdat het aansluit bij de praktijk. En vooral ook omdat het onderzoek tegelijk ook al het werk is waarmee kunstenaars Meierijstad mede vormgeven. De communicatiecampagne zou kunnen starten in de zomer van 2022, na een voorbereidingsperiode. De samenwerkingen met het hoger onderwijs en externe deskundigen om te komen tot een Atlas van Meierijstad krijgen hun beslag tussen de zomers van 2022 en 2023. De corona-ontwikkelingen vormen daarbij uiteraard een factor die de precieze planning beïnvloedt.

Spelers en speelwijze – organisatorische opzet De werkwijze van Kunstsstichting Meierijstad is in de loop van het proces voor een belangrijk deel in gezamenlijkheid vastgesteld. Veel kaders zijn wettelijk en veel zijn er uit de gezamenlijke wensen van de fuserende gemeenten vastgesteld. Daarbij is het voorbeeld van Sint-Oedenrode veelal leidend geweest. Binnen die marges heeft de kunststichting een werkwijze neer­gelegd die vooral samenwerking en verbinding voorstaat. En van de nood, een stad die nog in wording is, een deugd heeft gemaakt. U leest dus een terugblik op het beleidsproces en een vooruitblik op de werkwijze van de stichting, die met expertise en een aansprekend raamwerk, mee wil bouwen aan Meierijstad.

Wat is kunst in de openbare ruimte? Onder kunst en kunstwerken in de openbare ruimte wordt het volgende verstaan: het product van creatieve menselijke uitingen zoals schilderen, tekenen, fotografie, grafiek, beeldhouwen, moderne media, theater, muziek en zang, dans, film, bouwkunde of architectuur, literatuur en poëzie. Civiele kunstwerken zoals viaducten, bruggen, pompen, fonteinen en andere civieltechnische elementen worden eveneens kunstwerken genoemd, maar worden toegerekend aan civieltechnisch beheer voor het onderhoud.

Terugblik en stand van zaken Bij het ontstaan van de gemeente Meierijstad is vanuit alle partijen gezocht naar een manier van werken die het beste de driehoek Veghel-Schijndel-SintOedenrode vertegenwoordigt. Een subwerkgroep Kunst&Cultuur met daarin mensen uit de kunstcommissies en ambtenaren van de drie gemeenten, adviseerde de nieuwe gemeente over het beleidsgebied kunst en openbare ruimte en monumenten. Stap voor stap is er in gezamenlijkheid gekomen tot waar we nu staan.

2016: een eerste gezamenlijke Notitie beeldende kunst Een eerste stap in het komen tot een gezamenlijke visie was de Notitie beeldende kunst in Meierijstad uit 2016. Daarin ging de werkgroep in op de verschillende werkwijzen per gemeente, de financiën en de kaders waarbinnen het onderzoek moest plaatsvinden.

3. 1

In meerderheid adviseerde de werkgroep Kunst&Cultuur over de aankoop van de beeldende kunst te opteren voor een externe stichting met deskundigen. De drie verschillende adviesmodellen van de gemeenten werden gewogen op basis van bestuurlijke gedragenheid, slagkracht, kwaliteitsborging en cultureel ondernemerschap. De nieuwe stichting kreeg, op basis van deze weging, dezelfde werkwijze als de eerdere Kunststichting Sint-Oedenrode. Ten behoeve van het grote oppervlak van de nieuwe gemeente, de spreiding van de dertien kernen en een nieuwe inhoudelijke richting, zou het model moeten worden aangepast. Zo is het bijvoorbeeld denkbaar dat er met meerdere projectleiders gewerkt wordt die ieder slagkrachtig kunnen zijn door financieel mandaat.

Juni 2017: Het advies van de werkgroep Wat zijn vanuit de werkgroep de uitgangspunten voor het toekomstig kunst en openbare ruimte beleid voor Meierijstad? Het college heeft het advies van de werkgroep kunst & cultuur op 27 juni 2017 als volgt voorgelegd aan de gemeenteraad:

A Er dient een kunstfonds aanwezig te blijven, zodat aankoop van kunst altijd kan plaatsvinden; Zeker bij majeure projecten.

19

B Er dient een onderhoudsfonds aanwezig te blijven, zodat de bestaande kunstwerken behouden blijven en aan de kwaliteitseisen blijven voldoen.

C De verantwoordelijkheid voor het beheer en het onderhoud dient in één hand te blijven/te komen en bij één organisatie te worden ondergebracht.

D Aan elk nieuw kunstproject dient een educatief project gekoppeld te worden, zodat de jeugd in een vroegtijdig stadium in aanraking komt met kunst en cultuur.

E De politiek moet vooral faciliteren, maar geen directie invloed hebben op de inhoudelijke uitvoering van projecten of aankopen.

F Een adviesorgaan moet worden ingesteld t.b.v. het aankopen van beeldende kunst in de openbare ruimte en voor grote kunstprojecten.

Hoe verhoudt de kunststichting zich tot de gemeente? Vanaf de start van de vorming van de nieuwe gemeente is unaniem door alle partijen cultureel ondernemerschap omarmd. Een nieuwe, onafhankelijke stichting zou, zo is al in de notitie Beeldende kunst Meierijstad mei 2016 vastgesteld, drie facetten goed tot hun recht laten komen: bestuurlijke gedragenheid, slagkracht en kwaliteitsborging; De drie onderdelen vormen een driehoek en versterken elkaar, zo meldt de notitie. Kunststichting Meierijstad werd uiteindelijk opgericht op 1 januari 2017 en is sinds 2019 in bedrijf. Vanaf de start initiatiefrijk en autonoom geeft ze steeds blijk van dat ondernemerschap. Ze legt bovendien steeds de verbinding tussen samenleving, kunst en ondernemers. De stichting adviseert het college gevraagd en ongevraagd over het aankopen en realiseren van gemeentelijke kunstwerken in de openbare ruimte. De politiek houdt daarmee wel haar mandaat, maar laat de kunstbeleidsvisie over aan de stichting, zoals bepleit in dezelfde notitie. De stichting laat zich op haar beurt adviseren door, onder meer, gerenommeerde kunstenaars en architecten. De beleidsvisie die de stichting zodoende vormt, deelt ze met de gemeente.

Subsidiëring en subsidievoorwaarden In de ‘Nadere regels subsidiëring kunst en cultuur 2019 – 2022’ van de gemeente Meierijstad is de subsidiëring van Kunststichting Meierijstad opgenomen. Daarin is een prestatieverplichting als een van de voorwaarden voor subsidiering vastgesteld. De eigendomsoverdracht van de kunstwerken en de daaruit voortvloeiende onderhoudsverplichting zijn daarmee publiekrechtelijk geregeld. Dat betekent onder meer dat: 1 Voorafgaand aan de start van een project de gemeente wordt geïnformeerd, toestemming wordt gevraagd en de mogelijkheden worden verkend. De stichting zorgt ook voor het verkrijgen van de benodigde vergunningen. 2 Voordat een kunstwerk wordt opgeleverd en wordt overgedragen aan de gemeente: A een schouw wordt uitgevoerd op deugdelijkheid en constructie; B duidelijk in beeld gebracht wordt wat het meerjarenonderhoud is van dit kunstwerk.

20

Zoals inmiddels gebruikelijk worden bij elk kunstproject vooraf afspraken gemaakt en een overeenkomst getekend over de eigendomsoverdracht en onderhoudsverplichting. (Bron: Artikel 61 Specifieke subsidievoorwaarden kunststichting) De ondernemende werkwijze van de Stichting en het enthousiasme dat ze weet over te brengen, ook bij ondernemers, zorgt daarnaast dat het kunst­ beleid in Meierijstad niet alleen afhankelijk is van subsidiering.

Oktober 2019: Eerste inhoudelijke verkenningen De kunststichting begint natuurlijk niet met een leeg canvas, maar met drie gemeenten met geschiedenis, waterlopen, omliggende gemeenten, bebouwde kernen, wegen en groengebied. Ook bijvoorbeeld kerken en historische routes en wegen kunnen van invloed zijn op het culturele landschap. De omvang van de nieuwe gemeente roept daarnaast nieuwe vragen op: hoe leg je verbinding met de uithoeken? Wat zijn de lokale verhalen en bijzonderheden en vanuit welke perspectieven kun je kijken? Concrete ideeën hierbij zijn het ontwikkelen van een as waarmee samenhang tussen de kernen zichtbaar en beleefbaar kan worden gemaakt en het verbeelden van verhalen in het landschap, zoals de groei van Keldonk door de Zuid-Willemsvaart. Samenwerking is een belangrijk aandachtspunt voor de nieuwe stichting. Daarnaast kan gedacht worden aan focus op literatuur, religie, geologie, ecologie en de toekomst. Samenwerking zoals met lokale ondernemers is een ingang om industrialisatie en ondernemerschap te visualiseren. Deze verkenning van 2019 legde een eerste basis voor een visie. Er werd vooruitgekeken naar de proactieve houding die de kunststichting zou moeten hebben in het op zoek gaan naar mogelijkheden en kansen. Het zou bijvoorbeeld mooi zijn om aan te halen bij de ontwikkelingen rondom het Duits Lijntje.

Ook roept de verkenning op tot aandacht voor communicatie, met name richting de jeugd. Er ligt in ieder geval een mooie inventarisatie van alle bestaande kunstwerken in de openbare ruimte: https://meierijstad.kunstwacht.nl/ Een andere succesfactor vanuit Sint-Oedenrode is de samenhang in het programma en tussen de kunstwerken onderling, en de aansluiting bij lokale of regionale ontwikkelingen. De basis voor die samenhang is het raamwerk 7 waarvan 3 dat als een herkenbare rode draad door de projecten liep. Nieuwe ideeën voor kunstopdrachten konden eraan worden getoetst. Dit zeer tot de verbeelding sprekende raamwerk werkte bovendien als een katalysator: andere partijen gingen mee in het gecreëerde verhaal, raakten enthousiast en wilden vervolgens meewerken. Het raamwerk maakte het bovendien mogelijk om aan te sluiten bij lopende ontwikkelingen. Zo creëer je kansen voor draagvlak, inhoudelijke en praktische samenwerking en gestapelde financiën. Een goed voorbeeld van zo’n aansluiting is het Duizendjarig Woud in het Groene Woud bij Sint-Oedenrode.

21

December 2020: Van objectgericht naar ruimtelijke kwaliteit Een verder verkennende brainstorm met alle partijen ging over de inbedding van de kunst in zijn omgeving en over de flexibiliteit van het raamwerk. De kunst in de buitenruimte van Sint-Oedenrode heeft in de loop der jaren een ontwikkeling doorgemaakt van objectgerichte, autonome kunst, naar een kunst die inhoud zoekt in de context van een omgeving. Daarbij maakte ze gebruik van meerdere media. Het ging daarbij eerder over de inrichting van de ruimte en daaraan een kwaliteitsimpuls geven, dan om de kunst op zich. Ook gezien de grotere schaal van Meierijstad moet er niet op voorhand object­ gericht worden gedacht. Een artist-in-residence zou bijvoorbeeld een goede, verkennende start zijn voor een kunstopdracht, ook als het erom gaat het immateriële erfgoed te onderzoeken. Er wordt ook gepleit voor flexibiliteit in de visie, zodat er kan worden ingespeeld op de actualiteit. ‘Flexibel’ kan ook betekenen: zowel werken met een raamwerk voor een herkenbare lijn in de kunst, als steeds de voelsprieten uitzetten voor ontwikkelingen, mogelijkheden en samenwerking, en daarop inspelen of anticiperen. Kunst kan daarin als katalysator werken.

Januari 2021: Ideeën over het ‘Duits Lijntje’ Bij een eerste kennismaking van het nieuwe bestuur begin 2019 kwam de spoorlijn ‘Het Duitse Lijntje’ als een mogelijk project ter sprake. Het idee is om van het in onbruik geraakte spoorlijntje een stadspark te maken. Het loopt dwars door de drie grootste kernen van Meierijstad en het hele traject heeft zowel sociale, historische, recreatieve als educatieve en verbindende elementen in zich. Kunststichting Meierijstad wil het voortouw nemen bij de ontwikkeling, afstemming en uitvoering van dit project Omdat er al plannen zijn voor het Duits lijntje moet er snel geacteerd worden. Daarom loopt dit plan voor op het masterplan en vraagt het om een intentieverklaring van de gemeente Meierijstad om met dit eerste project van kunststichting Meierijstad in te stemmen. Zo kan er in toekomstige bestemmingsplannen rekening worden gehouden met dit toekomstige stadspark. Als park van formaat (veel gebieden die de voormalige spoorlijn doorkruist zijn al groene gebieden dus het kost weinig extra grond) kan het zorgen voor verbinding en ontsluiting van de diverse gebieden. Recreatie, kunst en cultuur, historie en bedrijvigheid kunnen er samenkomen. Bovendien vergroot zo’n groene ader de aantrekkingskracht van Meierijstad.

De Kunststichting zal het initiatief nemen en gaan samenwerken met alle betrokken partijen om haar ideeën rondom dat lijntje te realiseren.

Juli 2021: Concept masterplan Nomen/Omen

22

We gaan op zoek naar ‘common ground’, naar gemeenschappelijke noemers binnen de gemeente die ook cultureel tot uiting kunnen worden gebracht. Het masterplan dat de Kunststichting presenteert, hier bijgevoegd, richt zich

dan ook op de toekomst. De titel Nomen/Omen wil die symboliseren. Het moet als naam (nomen) en voorteken (omen) het programma van de stedelijkheid van Meierijstad gaan vormgeven. Voor het programma van de Kunststichting Meierijstad is het de bedoeling dat er in verschillende fases wordt gedacht die mogelijk ook parallel kunnen worden uitgewerkt. In alle gevallen begint het met artistiek onderzoek, waarvan op de uitkomsten in geen geval moet worden vooruitgelopen. Het programma van Kunststichting Meierijstad moet een mate van wendbaarheid hebben om zich te kunnen aanpassen aan nieuwe inzichten, om nieuwe initiatieven te kunnen nemen of te kunnen reageren op nieuwe initiatieven. Nieuwe kunstpraktijken en samenwerkingen en nieuwe (on)mogelijkheden binnen de organisatie van de kunststichting zelf zijn ook redenen om te kiezen voor flexibiliteit in het programma. Cruciaal is dat ook de meer onderzoeksmatige onderdelen van het kunst­ programma zich altijd ook (maar niet uitsluitend) zullen manifesteren in de publieke ruimte. De Kunststichting Meierijstad is bezig met de ontwikkeling van een masterplan in ontwikkeling dat een vervolg is op de meerdere verkenningen naar een inhoudelijk kader. Hieronder schetsen we op chronologische wijze de totstandkoming van de kaders en de inhoud van het concept masterplan.

Om alvast een idee te geven van dit masterplan met de titel Nomen/Omen zijn dit de hoofdpunten: • Het overkoepelende doel is om in Meierijstad stedelijkheid te gaan vormgeven. De naam is het programma, oftewel ‘nomen est omen’ • De aandacht gaat uit naar de toekomst van het gebied en niet naar zijn (cultuur)historie • In het zoeken naar identiteit kijken we naar gemeenschappelijkheid en niet naar verschillen • Grote vraagstukken van deze tijd (klimaat, energietransitie, bouwcrisis, stikstof ) worden bepalend voor hoe we stad en land inrichten • Naast lokale tevredenheid denken we ook bovenlokaal en leggen we ook daar verbindingen • Ontwikkelingen binnen de kunst en de ruimtelijke ordening spelen een rol in onze visie • Werken in verschillende media en disciplines past bij nieuwe vormen van inbedding van kunst in de omgeving én bij de huidige kunstenaarspraktijk • Samenwerken met organisaties en bedrijven • Er moet ruimte zijn voor opportunisme, voor nieuwe initiatieven of om te kunnen reageren op initiatieven van anderen. Daarom moet het programma niet helemaal vastliggen

23

3. 2

Werkwijze: Kunststichting als katalysator Organisatorisch, maar ook op inhoud is Kunststichting Sint-Oedenrode een voorbeeld en bron van kennis, ervaring en ambitie. Dat heeft een aantal logische gevolgen voor de nieuwe kunststichting. Inhoud en werkwijze zullen als vanzelfsprekend op elkaar worden afgestemd, er wordt gedacht en gewerkt vanuit een overkoepelende visie, vanuit een samenhang met het landschap. Ook wordt gezocht naar onderlinge verbinding tussen de kunstwerken onderling. Bovendien is er ruimte voor onderzoek en voor input van externe experts. Die werkwijzen uit Sint-Oedenrode kunnen meegenomen worden. Anders dan Sint-Oedenrode herbergt Meierijstad een uitgebreid landschappelijk en stedelijk gebied; van boeren achterland tot industriegebied. Vanwege dit grotere werkgebied en de vele identiteiten van de verschillende deelgemeenten moeten er ook andere keuzes worden gemaakt. Te beginnen met een nieuwe visie, een nieuwe gemene deler, die als inhoudelijke onderlegger én als legitimatie kan dienen voor de te ontwikkelen kunstprojecten. Die inhoudelijke basis ligt er in de vorm van het stuk Nomen/Omen. Ook zijn er thema’s gekozen en prioriteiten gesteld, waardoor met de eerste fase gestart kan worden. De werkwijze van de stichting is daarmee die van voortrekker en katalysator. Maar wel een die het meenemen van alle partijen vooropstelt en graag feedback ontvangt.

Onderzoek als kunstproject Meierijstad is als een work-in-progress. De ommezwaai van dertien kernen naar stadsallure vraagt tijd. Die tijd is ook nodig om de kunst in de openbare ruimte te laten meegroeien in dat proces. Die fase vraagt veel onderzoek en juist ook dat onderzoek is iets waar kunstenaars meerwaarde kunnen bieden. De werkwijze van de stichting maakt daarom van het nadeel een voordeel en doet geen onderzoek naar de beste kunstenaars en kunst voor de nieuwe stad, maar laat de kunstenaars direct meebouwen aan de stad in wording.

Projectleiders en adviseurs Verschillende projectleiders zullen vanuit de Kunststichting Meierijstad zorgen voor de realisatie van kleinere en grotere opgaven binnen Meierijstad, in opdracht van het bestuur van de Kunststichting. Ze adviseren de Kunststichting op het gebied van beleidsrealisatie en werken samen met de beleidsambtenaren van de gemeente Meierijstad. Juist de bindende functie die kunst in de openbare ruimte kan hebben, vraagt om verbindende krachten. Daarnaast zal de stichting gebruik maken van externe expertise. Een netwerk dat diep in de kunstwereld verankerd is kan, zoals in Sint-Oedenrode steeds weer bleek, een grote verrijking brengen. Onafhankelijkheid van de stichting zelf biedt dat ook.

Eerste fase

24

Het samenstellen van een Atlas van Meierijstad is een noodzakelijke eerste stap in het opbouwen van een kwalitatief goed portfolio. De Kunststichting Meierijstad zal zich in de eerste fase van haar programma voor Meierijstad hierop richten en daarnaast op het organiseren van voorzieningen die onderzoeksresidencies mogelijk maken. Het is echter ook van belang om van meet af aan publiekelijk zichtbaar te zijn. Een campagne die bijna overdreven de nieuwe verworven stedelijke status van Meierijstad onderstreept, zou het eerste project kunnen zijn, met opdrachten aan fotografen, ontwerpers, theatermakers e.d.

Flexibiliteit en kwaliteit Het is de bedoeling dat er naast dit raamwerk ruimte blijft voor flexibiliteit. Om adequaat te kunnen reageren op bepaalde ontwikkelingen, om initiatieven te kunnen nemen en om de kwalitieit bij te stellen. Jaarlijks houdt de Kunststichting een raadpleging en worden de projecten die hebben plaatsgevonden getoetst aan het eigen beleid en aan externe maatschappelijke ontwikkelingen. De kunststichting nodigt voor deze kritische reflectie haar netwerk van deskundigen uit waaronder: Paul Roncken (landschapsarchitect, Provinciaal Adviseur Ruimtelijke Kwaliteit in Utrecht), Nils van Beek (kunsthistoricus, curator en mede-eigenaar van TAAK), Floris Alkemade (architect en tot 2021 Rijksbouwmeester), Sjef van Griensven (architect te Sint-Oedenrode), Wout Hoogendijk (kunsthistoricus, initieert en begeleidt vanuit zijn onderneming Projectoraat kunstprojecten voor de openbare ruimte), Véronique Hoedemakers (kunsthistoricus, zelfstandig adviseur kunst en openbare ruimte en publicist). Aan de hand van de bevindingen zullen beleid en werkwijze mogelijk worden aangescherpt. Zo houdt de kunststichting altijd de vinger aan de pols en blijft ze relevant.

De kracht van de verbeelding Kunststichting Meierijstad stelde zichzelf de taak om een raamwerk op te stellen dat zorgt voor verbinding van de verschillende kunstprojecten en die een rol kan spelen bij de ontwikkeling van een stad in wording. We willen blijvend een verhaal vertellen dat voor inwoners en bezoekers van Meierijstad herkenbaar is en kunstenaars een context biedt bij hun creatieve denkproces. Een visie die de verbeeldingskracht aanspreekt, anderen enthousiasmeert en inspireert. Dat vergemakkelijkt de samenwerking van organisaties, bedrijven en de gemeente. Binnen ontwikkelingen en mogelijkheden tot samenwerking kan kunst met haar verbeeldingskracht als katalysator werken. Dat gaat de kunststichting niet doen, die houdt slechts de kwaliteit in de gaten. Dat gaan de kunstenaars doen.

25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=0bb856e0-f134-4d1d-96d0-3e036974083d