CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

C16 Brief zienswijze ondernemersfonds Meierijstad (Geanonimiseerd)

Raadsvergadering 9 juli 2026, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Brieven van inwoners, maatschappelijke organisaties en bedrijven2.426 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

(geanonimiseerd) AANGETEKEND

College van burgemeester en wethouders van Meierijstad gemeentesecretaris / dossier Ondernemersfonds Meierijstad

t.a.v. de

Postbus 10.001 5460 DA

Veghel

Per e-mail en per

aangetekende post verzonden juni 2026 Zienswijze Ondernemersfonds Meierijstad uitstel van verdere besluitvorming

Datum:

19

Betreft:

Geacht

—

verzoek om sectorale

effectanalyse,

nadere

onderbouwing

en

college van burgemeester en wethouders,

Bijgaand treft u mijn zienswijze aan over het voorgenomen Ondernemersfonds Meierijstad. Ik schrijf deze brief met betrokkenheid bij de lokale samenleving, als boerenzoon, vanuit mijn ervaringen in mijn vorige werkkringen, maar ook met stevige zorgen over de gekozen financieringswijze via een opslag op de OZB voor niet-woningen. Ik verzoek

u

deze brief:

registreren en mij een ontvangstbevestiging met zaaknummer of registratienummerte sturen; geleiden aan het voltallige college van burgemeester en wethouders; in afschrift door te geleiden aan de gemeenteraad via de griffie; toe te voegen aan het bestuurlijke dossier Ondernemersfonds Meierijstad; schriftelijk te beantwoorden voordat verdere besluitvorming over invoering van het fonds plaatsvindt.

1.

formeel te

2.

doorte

3. 4. 5.

De kern van

mijn zienswijze is dat invoering van een gemeente breed ondernemersfonds via de OZB voor niet-woningen zorgvuldig kan worden beoordeeld zolang niet transparant is wat de werkelijke financiële gevolgen zijn per sector, per type object, per kern en per belastingplichtige. Dat geldt in het bijzonder voor agrarische bedrijven met leegstaande opstallen en beperkte liquiditeit, maatschappelijke accommodaties zoals dorpshuizen, sportverenigingen, onderwijs, zorg en andere niet-commerciële instellingen. Ik verzoek u daarom nadrukkelijk vervolgbesluit over invoering te nemen voordat deze effecten volledig, geen controleerbaar en voor alle betrokkenen begrijpelijk in beeld zijn gebracht. niet

Zienswijze Ondernemersfonds Meierijstad Verzoek om sectorale effectanalyse , nadere onderbouwing en uitstel van verdere besluitvorming. Ik ben niet tegen samenwerking. Ik ben ook niet tegen investeren in leefbaarheid , bereikbaarheid , veiligheid , verduurzaming of economische kracht. Integendeel. Juist omdat die thema’s belangrijk zijn , vind ik dat de gekozen financiering en de beoogde werking van het fonds vooraf zeer zorgvuldig moeten worden getoetst. Ik lever deze zienswijze vanuit drie perspectieven: • als agrariër met 22 hectare grond , vier leegstaande stallen en nauwelijks nog agrarisch inkomen ; • als bestuurder van De Beckart , een maatschappelijke dorpsvoorziening die draait op vrijwilligers , verenigingen en gemeenschapsgeld ; • als oud-directeur-bestuurder in zorg , later het onderwijs , waar iedere euro publieke of maatschappelijke middelen verantwoord moet worden vanuit doelmatigheid , proportionaliteit en publieke waarde. Mijn hoofdvraag is eenvoudig: Waarom zou Meierijstad een verplicht ondernemersfonds invoeren via een OZB-verhoging voor niet-woningen , terwijl nog niet is aangetoond dat dit fonds noodzakelijk is , breed wordt gedragen , evenredig uitpakt en meer oplevert dan bestaande overlegstructuren , subsidieregelingen en sectorale aanpakken? Het fonds wordt gepresenteerd als samenwerking , maar de financiering is verplicht.

Het wordt gepresenteerd als investering , maar voor veel betrokkenen voelt het als een structurele lastenverzwaring. Het heet ondernemersfonds , maar ook boeren , sportverenigingen , maatschappelijke accommodaties , onderwijs , zorg en dorpshuizen kunnen worden geraakt. Dat zijn niet allemaal ondernemers in de commerciële betekenis van het woord. 1. Agrarisch perspectief: bezit is niet hetzelfde als draagkracht Ik begin bij de agrarische situatie. Een boer met 22 hectare grond en vier grote leegstaande stallen kan op papier over bezit beschikken , maar in de praktijk nauwelijks agrarisch inkomen hebben. Er is dan geen sprake van ruime financiële armslag , maar van leegstand , onderhoudslasten , onzekerheid , dalend toekomstperspectief en beperkte liquiditeit. Daarbij besef ik dat bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond in beginsel een bijzondere fiscale positie heeft. Juist daarom vraag ik niet alleen naar de totale WOZ-waarde , maar vooral naar de belastbare delen: erf , opstallen , bedrijfsgebouwen , verhardingen , leegstaande stallen en eventuele gemengde objecten. Dáár zit voor agrarische ondernemers het risico.

Mijn vraag is: Hoe voorkomt de gemeente dat agrarische ondernemers met lage of ontbrekende kasstroom toch structureel extra worden belast op basis van vastgoedwaarde , terwijl lege stallen geen inkomen opleveren en grond geen liquiditeit is? Ik verzoek om concreet antwoord op de volgende punten: • Welke onderdelen van een agrarisch bedrijf worden daadwerkelijk meegenomen in de extra OZB-opslag: erf , stallen , schuren , loodsen , verharding , bedrijfswoning , leegstaande gebouwen en overige opstallen? • Kan het college schriftelijk bevestigen hoe bedrijfsmatig geëxploiteerde agrarische cultuurgrond wordt behandeld bij de berekening van de opslag? • Is de genoemde gemiddelde bijdrage voor agrarische objecten gebaseerd op alleen de eigenarenheffing , alleen de gebruikersheffing , of op het totaal van eigenaar én gebruiker? • Als een agrarisch ondernemer zowel eigenaar als gebruiker is , betaalt hij dan feitelijk via beide heffingen? • Hoeveel agrarische bedrijven betalen straks meer dan het genoemde gemiddelde , en wat betalen de zwaarst geraakte bedrijven? • Is onderzocht of agrarische bedrijven met leegstand of afbouw onevenredig worden geraakt? • Welke concrete meerwaarde krijgt een boer met lege stallen en weinig inkomen terug uit dit fonds? De juridische kern is voor mij niet dat OZB een draagkrachtbelasting zou zijn. Dat is zij niet.

Juist daarom vraag ik om een zorgvuldige effectanalyse en een evenredige belangenafweging. Als inkomen en liquiditeit geen onderdeel van de belastinggrondslag zijn , moet vooraf des te scherper zichtbaar zijn welke groepen door de maatregel geraakt worden en waarom dat bestuurlijk aanvaardbaar wordt geacht. 2. De Beckart: maatschappelijke voorziening? De Beckart is een dorpshuis is geen onderneming in de klassieke zin. Het is sociale infrastructuur. Het bestaat omdat inwoners , verenigingen , vrijwilligers en maatschappelijke organisaties elkaar daar kunnen ontmoeten. Het is een voorziening vóór de gemeenschap , gedragen dóór de gemeenschap. Als maatschappelijke accommodaties via een OZB-opslag moeten bijdragen aan een ondernemersfonds , ontstaat een principiële vraag. Gemeenschapsgeld wordt eerst via een belastingroute opgehaald. Daarna moet dezelfde gemeenschap via trekkingsgebieden , fondsregels en aanvragen proberen een deel daarvan terug te krijgen. Dat kan bestuurlijk omslachtig zijn en leidt tot extra organisatie- en verantwoordingslast.

Pagina 2 van 5

Mijn vraag is: Waarom zou een dorpshuis eerst extra moeten bijdragen aan een ondernemersfonds om daarna mogelijk geld terug te vragen voor precies dezelfde leefbaarheid waarvoor het dorpshuis al bestaat? Voor De Beckart en vergelijkbare accommodaties vraag ik concreet: • Worden dorpshuizen , gemeenschapshuizen en maatschappelijke accommodaties aangeslagen via deze OZB-opslag? • Zo ja , waarom worden voorzieningen die grotendeels op vrijwilligers draaien gelijk behandeld met commerciële vastgoed- of industriële partijen? • Heeft de gemeente berekend wat het fonds betekent voor dorpshuizen , sportclubs , culturele instellingen , zorglocaties en onderwijsinstellingen? • Wordt voorkomen dat gemeentelijke subsidie aan maatschappelijke instellingen indirect weer wordt afgeroomd via een gemeentelijke belastingverhoging? • Hoeveel van elke betaalde euro blijft werkelijk beschikbaar voor projecten na aftrek van organisatiekosten , administratie , bestuur , ondersteuning en fondsbeheer? • Wie beslist straks over geld dat mede door maatschappelijke voorzieningen is opgebracht? • Welke positie krijgen kleine kernen en dorpsvoorzieningen in de governance van het fonds? Mijn fundamentele bezwaar is dat een dorpshuis geen contributie zou moeten betalen aan een fonds om daarna te mogen aantonen dat leefbaarheid belangrijk is. Dat vraagt om een zeer sterke onderbouwing.

Die onderbouwing zie ik op dit moment nog niet. 3. Zorg en onderwijs: sectorale opgaven vragen sectorale oplossingen Als oud bestuurder in de zorg en later het onderwijs , kijk ik naar dit voorstel vanuit publieke waarde , doelmatigheid en governance. In onderwijs en zorg moet geld terechtkomen bij leerlingen , cliënten , patiënten , personeel , ondersteuning en gebouwen. Middelen moeten niet verdwijnen in een brede fondsstructuur waarvan de noodzaak en opbrengst voor deze sectoren onvoldoende zijn aangetoond. Een school is geen winkelstraat. Een zorginstelling is geen bedrijventerrein. Een sportclub is geen vastgoedfonds. Toch kunnen zij via de kwalificatie “niet-woning” onder dezelfde fondslogica worden gebracht.

Dat roept voor mij drie bestuurlijk-juridische vragen op: • Zijn de groepen die verplicht gaan meebetalen inhoudelijk voldoende vergelijkbaar om onder één gemeente breed fonds te vallen? • Is vooraf aangetoond dat voor commerciële bedrijven , afbouwende boeren , sportverenigingen , scholen , zorginstellingen en dorpshuizen sprake is van voldoende belang , draagvlak en zeggenschap? • Welke waarborgen voorkomen dat zorg- en onderwijsmiddelen indirect worden belast voor projecten die buiten hun primaire publieke opdracht liggen? Wanneer publieke of maatschappelijke middelen worden gebundeld zonder scherpe doelstelling , zonder duidelijke zeggenschap en zonder harde effectmeting , ontstaat bestuurlijke mist. Iedereen betaalt mee , maar niet iedereen voelt zich eigenaar. Dat risico moet de gemeente vooraf onder ogen zien. 4. De genoemde thema’s zijn reëel , maar onderbouwen dit fonds nog niet In de openbare toelichting en de berichtgeving worden grote uitdagingen genoemd: netcongestie , bereikbaarheid , arbeidsmarktproblematiek en verduurzaming. Dat zijn reële problemen. Ik betwist de problemen niet. Ik betwist wel dat daarmee automatisch de noodzaak van een verplicht ondernemersfonds via OZB is aangetoond. Netcongestie is in de eerste plaats een technisch , infrastructureel en contractueel vraagstuk.

Daarvoor zijn netbeheerders , RVO-instrumenten , energiehubs , congestiemanagement , groepscontracten , provinciale trajecten en lokale energieprojecten de logische routes. Een fonds kan misschien helpen bij organisatie of cofinanciering , maar het creëert zelf geen netcapaciteit. Daarom moet de meerwaarde concreet worden gemaakt. Bereikbaarheid raakt wegen , verkeersveiligheid , openbaar vervoer , landbouwverkeer , parkeren en toegankelijkheid. Dat zijn in hoofdzaak publieke en ruimtelijke verantwoordelijkheden van gemeente , provincie , waterschap en vervoerspartijen. Als een weg , schoolomgeving , zorglocatie of dorpshuis slecht bereikbaar is , moet helder zijn waarom dat via een ondernemersfonds zou moeten lopen in plaats van via regulier mobiliteitsbeleid. Arbeidsmarktproblematiek kent al lokale en regionale structuren , zoals PIM Werkt , het Werkcentrum NoordoostBrabant , sectorale werkgeversverbanden in zorg en welzijn en onderwijsregio’s. Voor een boer met vier lege stallen is arbeidsmarktproblematiek bovendien vaak niet de kern. Zijn vraag is eerder: hoe kom ik door de transitie , wat kan met mijn opstallen , hoe houd ik de vaste lasten beheersbaar en welk toekomstperspectief is er? Verduurzaming is belangrijk , maar kent eveneens gerichte routes. Voor maatschappelijk vastgoed bestaat DUMAVA.

Voor agrarische verduurzaming bestaan onder meer GLB/eco-regelingen , EIA , MIA/Vamil en andere RVO- en provinciale instrumenten. Zulke regelingen vragen vaak eigen investeringsruimte. Een extra vaste OZB-last kan juist de ruimte verkleinen om aan verduurzaming mee te doen. Pagina 3 van 5

Mijn vraag is daarom niet: zijn deze thema’s belangrijk? Mijn vraag is: Kunt u per thema concreet aantonen waarom bestaande partijen en regelingen tekortschieten , welke aanvullende bevoegdheid of werking het ondernemersfonds wél heeft , en waarom boeren , dorpshuizen , zorg , onderwijs , sport en maatschappelijke instellingen daarvoor verplicht via de OZB moeten meebetalen? 5. Centrale bestuurlijk-juridische vragen Voordat de gemeenteraad hierover kan besluiten , vraag ik het college om ten minste de volgende informatie openbaar , controleerbaar en begrijpelijk beschikbaar te stellen: • een volledige financiële impactanalyse per sector ; • een uitsplitsing tussen eigenarenheffing en gebruikersheffing ; • een analyse per kern en per beoogd trekkingsgebied ; • een specifieke analyse voor agrarische bedrijven met leegstand of afbouw ; • een specifieke analyse voor dorpshuizen , sportverenigingen en maatschappelijke accommodaties ; • een specifieke analyse voor onderwijs , zorg en cultuur ; • een governancevoorstel waaruit blijkt wie beslist over de besteding van de middelen ; • een onderbouwing van het draagvlak onder de groepen die verplicht moeten betalen ; • een regeling voor situaties waarin de opslag evident onevenredig uitpakt ; • een heldere uitleg van de verhouding tot bestaande BIZ’en , reclamebelasting , gemeentelijke subsidies en sectorale regelingen.

Zonder deze informatie kan de gemeenteraad naar mijn oordeel geen zorgvuldig besluit nemen. Een gemiddelde bijdrage per WOZ-object is daarvoor onvoldoende. Gemiddelden laten niet zien wie de uitschieters zijn , hoeveel objecten één belastingplichtige heeft , of eigenaar en gebruiker beide betalen en hoe de last werkelijk uitpakt voor partijen met lage liquiditeit. 6. Mijn scherpste vraag Is dit fonds werkelijk een ondernemersfonds met aantoonbare collectieve meerwaarde voor alle betalers , of is het in feite een brede OZB-verhoging voor niet-woningen waarvan de opbrengst als subsidie wordt doorgezet naar een stichting die vervolgens op afstand van de reguliere gemeentelijke begrotingsafweging middelen verdeelt? Als dat laatste het geval is , vraagt dat om maximale transparantie , democratische controle , heldere governance en een aantoonbare meerwaarde voor de groepen die betalen. Op dit moment is dat voor mij onvoldoende zichtbaar. 7. Conclusie Ik ben niet tegen samenwerking. Ik ben niet tegen investeren in de toekomst van Meierijstad. Ik ben wél tegen een verplicht fonds dat wordt ingevoerd voordat noodzaak , draagvlak , lastenverdeling , zeggenschap en bescherming van kwetsbare groepen voldoende zijn aangetoond.

Voor een boer met 22 hectare , vier leegstaande stallen en nauwelijks inkomen is dit geen vanzelfsprekende investering , maar mogelijk een extra vaste last op bezit dat geen inkomen oplevert. Voor De Beckart en vergelijkbare maatschappelijke accommodaties is dit geen vanzelfsprekende versterking van leefbaarheid , maar mogelijk het rond laten lopen van gemeenschapsgeld via een nieuwe bestuurlijke laag. Voor onderwijs , zorg , sport en maatschappelijke instellingen is dit geen vanzelfsprekend ondernemersinstrument , maar mogelijk een ongerichte lastenverzwaring op maatschappelijk vastgoed. Daarom verzoek ik u: Voer dit fonds niet in zolang de noodzaak onvoldoende is bewezen , het draagvlak twijfelachtig is , de lastenverdeling onduidelijk blijft en de gevolgen voor boeren , dorpshuizen , sport , zorg , onderwijs en maatschappelijke organisaties onvoldoende zijn onderzocht. Als samenwerking nodig is , organiseer samenwerking. Als projecten nodig zijn , financier projecten gericht. Als ondernemersgebieden iets willen , laat die gebieden daar zelf vrijwillig en gebiedsgericht voor kiezen. Maar belast niet iedereen met een niet-woning voor een fonds waarvan nog niet is aangetoond dat het nodig , eerlijk , doelmatig , transparant en breed gedragen is. Een fonds zonder aantoonbaar draagvlak is geen ondernemersfonds. Het is een verplichte heffing met een goed verhaal eromheen.

En dat is voor een gemeente die zorgvuldig wil besturen onvoldoende.

Pagina 4 van 5

Bijlage: gebruikte openbare informatie en te verifiëren punten

Deze zienswijze baseert zich op openbare informatie over het voorgenomen Ondernemersfonds Meierijstad, de gemeentelijke OZB-systematiek, de informatie van de Waarderingskamer over niet-woningen, gemengde objecten en agrarische cultuurgrond, en openbare informatie van RVO, POM/Gemeente Meierijstad en regionale arbeidsmarktorganisaties. Ik verzoek het college in ieder geval de volgende punten expliciet te verifiëren en schriftelijk te beantwoorden: e _ Wordt de opslag berekend op zowel de eigenarenbelasting als de gebruikersbelasting voor nietwoningen? e _ Hoe wordt bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond behandeld bij de berekening? e _ Welke belastbare onderdelen blijven over bij agrarische bedrijven met erf, stallen, loodsen, verhardingen en leegstand? e _ Welke bedragen betalen de 10% zwaarst belaste agrarische objecten en maatschappelijke objecten? e _ Hoeveel maatschappelijke accommodaties, sportverenigingen, zorginstellingen en onderwijsgebouwen worden geraakt? e _ Hoe verhoudt het fonds zich tot bestaande BlZ’'en, reclamebelasting, gemeentelijke subsidies en sectorale fondsen? e

_ Welke organisatiekosten worden geraamd en welk percentage van de opbrengst komt daadwerkelijk

e

_

beschikbaar voor

projecten?

Welke democratische

controle heeft de

gemeenteraad

na

subsidieverstrekking, gegeven

het non-

interventiebeginsel? Deze

bijlage is niet bedoeld besluitvorming.

als uitputtende

juridische onderbouwing,

maar

als controlelijst voor een

zorgvuldige

Alles

overziend verzoek ik uw college geen verdere stappen te zetten richting invoering van het Ondernemersfonds Meierijstad zolang de noodzaak, het draagvlak, de sectorale lastenverdeling, de democratische controle en de gevolgen voor kwetsbare groepen niet volledig en controleerbaar zijn onderbouwd. Een fonds dat wordt gefinancierd via een verplichte OZB-opslag voor niet-woningen vraagt om maximale zorgvuldigheid, juist omdat ook partijen worden geraakt die geen commerciële onderneming zijn en beperkte financiële ruimte hebben. Ik verzoek u daarom deze zienswijze toe te voegen aan het bestuurlijke dossier, door te geleiden aan de gemeenteraad en schriftelijk te beantwoorden vóórdat verdere besluitvorming plaatsvindt. Met

vriendelijke groet,

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

Pagina 5 van 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=6ac03746-04fb-4bee-846e-bec7f41c379a