CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

C13 Bewoners Veghelsedijk Schijndel-bezwaar vergunning Windpark.docx

Raadsvergadering 29 september 2022, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Brieven van inwoners, maatschappelijke organisaties en bedrijven1.718 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BEZWAAR

Aan het college van Burgemeester en Wethouders van Meierijstad i.a.a. de griffie, t.a.v. de leden van de Raad van de gemeente Meierijstad

Betreft: bezwaar vergunning Windpark Veghel Win(d)t (uw kenmerk 2092482)

Schijndel, 18 juni 2022

Geacht college,

Op 20 mei 2022 hebben wij uw besluit (kenmerk 2092482) ontvangen op onze brief van 6 juli 2021 waarin wij, bewoners van de Veghelsedijk 33, 35, 35A en 37, uw college hebben verzocht om – op grond van uitspraken van het Hof van Justitie van de Europese Unie (ECLI:EU:C:2020:503) én de uitspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2021:1395, de “Delfzijl-kwestie”) – de verleende vergunning(en) voor realisatie en exploitatie van het windpark Veghel Win(d)t in te trekken en ingetrokken te houden. In dit besluit deelt u het volgende mede: “Zoals u is meegedeeld liep er tegen de verleende vergunning nog een procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Bij uitspraak van 6 april 2022 heeft de Afdeling bepaald dat de vergunning weliswaar op enige technische punten niet voldeed aan de daaraan te stellen eisen, maar dat die onder aanpassingen zoals die bij de uitspraak zijn aangebracht, in stand kan blijven. Een afschrift van de uitspraak is bijgevoegd. De aanvaardbaarheid van de (aangepaste) vergunning is derhalve al door de hoogste bestuursrechter beoordeeld.

Nu de gevolgen voor de omgeving vanwege de windmolens zijn beoordeeld en aanvaardbaar bevonden, achten wij het belang van de realisatie van de windmolens groter dan het belang van intrekking van de aanvraag voor realisatie van de windmolens zodat daarin geen aanleiding wordt gevonden om de vergunning in te trekken. Wij besluiten hierbij dan ook dat uw verzoek om intrekking van de betreffende vergunning onder verwijzing naar voornoemde uitspraak van de Afdeling bestuursrecht van de Raad van State wordt afgewezen. “ Wij maken bezwaar tegen dit besluit. Onze brief van 6 juli 2021 haakt helemaal niet aan op de Raad van State-kwestie die liep vanuit een paar bedrijven in de buurt. Wij hebben deze brief geschreven als belanghebbende omwonenden naar aanleiding van eerdergenoemde uitspraken van het Hof van Justitie van de Europese Unie en de Raad van State. Deze uitspraken stellen de normen uit het activiteitenbesluit, waarop deze vergunning gebaseerd is, buiten werken vanwege het ontbreken van een MER. Er is dus sprake van een nieuwe situatie, waarin de verleende vergunning gebaseerd is niet toegestane normen.

De Raad van State doet aan de bedrijven in haar uitspraak van 6 april 2022 géén uitspraak over de geldigheid van geluidsnormen, ze ontwijkt dat door te stellen dat er al in de tussenuitspraak van de Raad van State dd 21 april 2021 zou zijn gezegd “dat sprake is van een verwaarloosbare stijging van de geluidsbelasting op de bedrijfspercelen”. In die overweging 7.1. zegt de RvState zelf dat “er dus geen sprake is van een door de Afdeling [..] gegeven oordeel over de aanvaardbaarheid van de geluidnormen in artikel 3.14a, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer”. Zo ontweek de Raad van State op 6 april 2022 te hoeven ingaan op de “delfzijl-kwestie”. In uw besluit geeft u aan dat de Raad van State al een eindoordeel zou hebben gegeven, hetgeen naar onze mening (en de mening van de Raad van State zélf) niet het geval is (overweging 7.1). U, het college van Burgemeester en Wethouders, ontwijkt op uw beurt naar onze mening onterecht onze vraag om de vergunning in te trekken: de door u aangevoerde reden wil doen voorkomen dat het bij de Raad van State al behandeld is. Wij verzoeken u uw besluit van 20 mei 2022 te herzien en over te gaan tot intrekking van de aan Veghel Win(d)t verleende vergunning en deze ingetrokken te houden. Onze gronden voor dit verzoek treft u – nogmaals en wellicht ten overvloede – onderstaand aan.

Na een speciale hoorzitting in april 2021 kwam de Raad van State op 30 juni 2021 met het antwoord op die vraag in de vorm van een tussenvonnis in een beroep tegen de bouw van een windpark bij Delfzijl. Omdat die uitspraak de nodige aandacht trok en trekt, lijkt het niet nodig de uitspraak in extenso te bespreken. Niettemin een korte samenvatting Met verwijzing naar het Nevele arrest van het Europese Hof oordeelt de Raad van State nu dat de windturbine-voorschriften van het AB en het AR in strijd zijn met het Unierecht omdat ze zijn vastgesteld zonder voorafgaande milieueffectrapportage zoals wordt geëist door de SMBrichtlijn van de EU. En dus, zo oordeelt de Raad van State thans, moeten die voorschriften buiten toepassing blijven wegens strijd met het Unierecht en mogen zij niet gebruikt worden in de besluitvorming over het al dan niet toestaan van een windpark. De Raad geeft de gemeente 26 weken de tijd om met eigen, lokale voorschriften te komen, naar men mag aannemen na een milieueffectrapportage. Inmiddels hebben woordvoerders van het ministerie van EZK gesteld dat de uitspraak van de Raad van State geen gevolgen heeft voor reeds verleende vergunningen en andere besluiten.

Wij begrijpen dat het ministerie probeert te redden wat er nog te redden is, maar juridisch staat vast dat de Unierechtelijke onrechtmatigheid van de windturbinevoorschriften van het AB en de AR niet begint na het Nevele arrest van het HvJ-EU, maar al aanwezig was ab initio, dat wel zeggen: vanaf de vaststelling van die voorschriften in 2010 zonder voorafgaande milieueffectrapportage. Vanaf welk moment die onrechtmatigheid aan een bevoegd gezag kan worden toegerekend is een andere vraag die niet – zoals Haagse woordvoerders lijken te doen - mag worden verward met het al dan niet rechtmatig zijn van de voorschriften als zodanig. Als dit alles overkomt als juridische fijnslijperij: in de kern is het eigenlijk heel eenvoudig. Tot 2010 was het aan het lokale bevoegde gezag voorschriften vast te stellen voor het geluid, de slagschaduw en de veiligheid van windturbines op basis van een voorafgaande

milieueffectrapportage als geëist door de SMB-richtlijn van de EU. Is het dan niet meer dan simpele logica om te bedenken dat als die lokale voorschriften vervangen gaan worden door landelijke, er voorafgaand aan het vaststellen van die landelijke voorschriften eerst een milieueffectrapportage moet worden opgesteld? Kennelijk wilde de Haagse wetgever in 2010 die logica niet zien en krijgt “Den Haag” daarvan nu (eindelijk) de rekening gepresenteerd. Hoe het ook zij, het HvJ-EU laat er geen misverstand over bestaan dat de Unierechtelijke onrechtmatigheid van het AB en de vAR wel degelijk gevolgen heeft voor al verleende vergunningen. Wij citeren overweging 83 uit het Nevele arrest: Volgens het in artikel 4, lid 3, VEU neergelegde beginsel van loyale samenwerking zijn de lidstaten verplicht de onwettige gevolgen van een dergelijke schending van het Unierecht ongedaan te maken. Hieruit volgt dat de bevoegde nationale autoriteiten, inclusief de nationale rechterlijke instanties waarbij beroep is ingesteld tegen een nationale handeling die in strijd met het Unierecht is vastgesteld, verplicht zijn om in het kader van hun bevoegdheden alle noodzakelijke maatregelen te treffen om het verzuim van een milieubeoordeling te herstellen.

Dit kan er, voor een „plan” of „programma” dat is vastgesteld zonder rekening te houden met de verplichting een milieubeoordeling te verrichten, bijvoorbeeld in bestaan dat maatregelen tot opschorting of nietigverklaring van dit plan of programma worden vastgesteld (zie in die zin arrest van 28 juli 2016, Association France Nature Environnement, C-379/15, EU:C:2016:603, punten 31 en 32) en dat een reeds verleende vergunning wordt ingetrokken of opgeschort teneinde een dergelijke beoordeling alsnog te verrichten [zie in die zin arrest van 12 november 2019, Commissie/Ierland (Windturbinepark te Derrybrien), C-261/18, EU:C:2019:955, punt 75 en aldaar aangehaalde rechtspraak].

Het bovenstaande leidt onontkoombaar tot een tweetal conclusies. besluit • Na de Raad van State uitspraak van 30 juni 2021 staat vast dat het van 8 november 2019 van de gemeente Meierijstad ter vaststelling van de omgevingsvergunning voor windpark Veghel Win(d)t onrechtmatig is wegens strijd met het Unierecht nu het mede gebaseerd is op wettelijke regelingen die Unierechtelijk niet toegepast hadden mogen worden bij het nemen van dat besluit. • U als “nationale autoriteit” bent verplicht om al datgene te doen wat in uw vermogen ligt om de rechtsgevolgen van die onrechtmatigheid ongedaan te maken, daaronder expliciet begrepen het intrekken of opschorten van een reeds verleende vergunning totdat er een passende milieueffectrapportage is opgesteld. Nogmaals verzoeken wij u – en zo nodig sommeren wij u – om: 1. de omgevingsvergunning voor windpark Veghel Win(d)t in te trekken en ingetrokken te houden 2. alsnog een milieueffectrapportage te doen opstellen waarin, anders dan in eerdere rapportages, niet wordt uitgegaan van de voorschriften van het AB en AR; en 3. pas daarna een nieuw besluit te nemen over de omgevingsvergunning voor windpark Veghel Win(d)t op basis van die nieuwe milieueffectrapportage.

Mocht u niet bereid zijn aan deze verzoeken/eisen te voldoen, dan behouden we ons alle rechten voor, daaronder begrepen een aansprakelijkheidsstelling voor alle schade die wij als omwonenden lijden als gevolg van uw nalatigheid en onrechtmatig handelen. Voor wat betreft het nieuw door u te nemen besluit, wijzen wij er op dat, nu het conform de uitspraak van de Raad van State niet meer gaat om landelijke voorschriften maar om lokale, dit besluit niet onder de werking van de Crisis-en Herstelwet valt zodat eenieder die dat wenst, bezwaar kan maken en eventueel beroep kan instellen in twee instanties. Wij wijzen u er op dat de onderhavige uitspraak van de Raad van State ook gevolgen heeft voor besluiten van provincies en gemeenten in het kader van de z.g. “regionale energie strategie”. Ook die besluiten moeten opgevat worden als een “plan” of “programma” in de zin van de SMB-richtlijn van de EU en dit betekent dat als die besluiten aanzienlijke gevolgen kunnen hebben voor het milieu, ze pas in rechte genomen kunnen worden na een voorafgaande milieueffectrapportage. Tenslotte wijzen wij u op de volgende 2 punten. •

•

Onze brief van 6 juli 2021 is geschreven door de bewoners van Veghelsedijk 33, 35, 35A en 37. Uw reactie van 20 mei 2022 is slechts gericht aan degene die de brief namens de bewoners heeft ondertekend. Voor bezwaar staat een termijn van 6 weken open. Uw brief is gedateerd 20 mei 2022, in deze brief geeft u aan dat bezwaar mogelijk is tot 21 juni 2022.

Hoogachtend,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=5149b328-979b-4bfb-b693-99dd3002fbda