CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Biodiversiteitsbeleid

Raadsvergadering 29 september 2022, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Vaststelling biodiversiteitsbeleid gemeente Meierijstad 2022 - 203011.834 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Biodiversiteitsbeleid gemeente Meierijstad 2022-2030

28

BIJLAGE 1 – DETAILOMSCHRIJVING GEBIEDSTYPEN Stedelijk gebied Het stedelijk gebied bestaat uit de woongebieden van gemeente Meierijstad. Dat zijn dus de dorpen, woonwijken en centrumgebieden. In het stedelijk gebied is het aandeel bebouwing hoog en beheert de gemeente grotendeels het aanwezige groen. Voorbeelden van groen in het stedelijk gebied zijn groenstroken, parken, bomenlanen, watergangen en -partijen en oevers. Bij het begrip biodiversiteit denken mensen vaak aan groen, maar in het stedelijk gebied vormen gebouwen juist ook een belangrijke verblijfplaats voor veel diersoorten. Zo maken verschillende vleermuissoorten jaarrond gebruik van gebouwen als verblijfplaats en broeden gierzwaluwen in allerlei bouwwerken. Niet in het beheer bij de gemeente, maar wel belangrijk voor de biodiversiteit zijn particuliere tuinen. Alle tuinen bij elkaar vormen een groot oppervlak binnen de gemeente en spelen een belangrijke rol voor biodiversiteit. De laatste jaren verstenen echter steeds meer tuinen. Dit heeft een negatief effect op vele diersoorten, zoals insecten en vogels. Een groene en biodiverse inrichting geeft meer ruimte voor planten en dieren én het geeft een positieve impuls aan de gezondheid en leefomgeving van de mens. Ook draagt het bij aan het tegengaan van hittestress.

Bedrijventerrein Gemeente Meierijstad heeft een aantal bedrijventerreinen, met licht en zware bedrijvigheid. De bedrijventerreinen in Meierijstad vertegenwoordigen een grote economische waarde en staan garant voor veel banen. Elke dag gaan veel mensen hier naar hun werk. Een groene werkomgeving heeft positieve effecten op mensen, echter zijn veel van de bedrijventerreinen in Meierijstad verhard met weinig groen en water. Natuurgebied De bos- en natuurterreinen in Meierijstad hebben verschillende eigenaren. Eigenaren zijn onder andere Staatsbosbeheer en Brabants Landschap, de Margraff Stichting en de gemeente Meierijstad. Deze natuurgebieden en bossen herbergen waardevolle natuur, zoals vennen en poelen, heide, natuurvriendelijke oevers, leembossen en houtwallen. Hierdoor zijn hier veel zeldzame en minder algemene plantsoorten te vinden zoals moerashertshooi en bosanemoon. Ook leven hier verschillende diersoorten zoals de levendbarende hagedis, houtsnip, wespendief en geelgors. Binnen de grenzen van gemeente Meierijstad zijn geen Europees beschermde natuurgebieden (Natura 2000) aanwezig. De natuurgebieden die aanwezig zijn vallen onder het Natuur Netwerk Brabant. Deze gebieden zijn vanuit de provincie vastgesteld en hebben een beschermde status. Landelijk gebied Het landelijk gebied in Meierijstad beslaat een groot oppervlak en is zeer divers.

Het merendeel heeft een agrarische bestemming. In het buitengebied vinden we veel landschapselementen, zoals kleine (soms hele oude) bosjes en houtwallen, poelen, sloten, bomenrijen/laanbomen en solitaire bomen, akkerranden, slootkanten en bermen. Deze zijn van belang voor de biodiversiteit in het landelijke gebied. De open gebieden vormen een belangrijk leefgebied voor o.a. weidevogels. De ruimteclaims in het buitengebied worden steeds groter. Bebouwing in het buitengebied kan leiden tot biodiversiteitsverlies. Bij ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied worden mitigerende of compenserende maatregelen, wanneer nodig, verplicht meegenomen in de planvorming. Biodiversiteitsbeleid gemeente Meierijstad 2022-2030

29

BIJLAGE 2 – MONITORING PER GEBIEDSTYPE Gebiedstype

Gebiedstypologie Leefgebied

(Agrarische) Natuurof Landschapstypen

Trend aantal indicatieve soorten per ha van

Natuurgebieden

Bos

N14.01 Rivier- en beekbegeleidend bos N14.03 Haagbeuken- en essenbos N16.02 Vochtig bos met productie N17.06 Vochtig en hellinghakhout

Amfibieën & Reptielen Broedvogels Insecten Libellen Vaatplanten Vlinders Zoogdieren

Leembos

HeideN15 ontginningsbos Droge bossen N16 Bossen met productiefunctie

Amfibieën & Reptielen Broedvogels Insecten Libellen Vaatplanten Vlinders Zoogdieren

Heide

N07 Droge heide N06 Voedselarme venen en vochtige heiden

Amfibieën & Reptielen Broedvogels Insecten Libellen Vaatplanten Vlinders Zoogdieren

Kruidenrijk grasland

Leefgebied open grasland N10 Vochtige schraalgraslanden N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland

Amfibieën & Reptielen Broedvogels Insecten Libellen Vaatplanten Vlinders Zoogdieren

Ruigten en zomen

A13.02 Struweel en ruigte N12.06 Ruigteveld

Amfibieën & Reptielen Broedvogels Insecten Libellen Vaatplanten Vlinders Zoogdieren

Biodiversiteitsbeleid gemeente Meierijstad 2022-2030

30

Gebiedstype

Gebiedstypologie Leefgebied

Buitengebied Landelijk gebied agrarisch Landelijk gebied, verweving van functies

(Agrarische) Natuurof Landschapstypen

Trend aantal indicatieve soorten per ha van

Vennen

N06.01 Veenmosrietland en moerasheide N06.02 TrilveenN06.05 Zwakgebuffert ven

Amfibieën & Reptielen Broedvogels Insecten Libellen Vaatplanten Vlinders Zoogdieren

Kleine wateren (poelen)

N04.02 Zoete plas L01.01 Poel en klein historisch water

Amfibieën & Reptielen Libellen Vaatplanten Vlinders

Moerassen

N05.02 Gemaaid rietland N05.04 Dynamisch Moeras N06.01 Veenmos rietland en moeras heide

Amfibieën & Reptielen Broedvogels Insecten Libellen Vaatplanten

Beken en sloten

N02.01 Rivier N03.01 Beek en bron

Amfibieën & Reptielen Broedvogels Libellen Vaatplanten Vissen

Akkervogels

Leefgebied open akkerland N12.05 Kruiden- en faunarijke akker

Broedvogels

Beekdal

Leefgebied natte dooradering A13.01 Bomenrij en singel A13.02 Struweel en ruigte L01.02 Houtwal en houtsingel L01.03 Elzensingel L01.08 Knotboom L01.16 Bossingel N10 Vochtige schraalgraslanden N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland L01.01 Poel en klein historisch water N05.02 Gemaaid rietland N05.04 Dynamisch Moeras

Amfibieën & Reptielen Broedvogels Libellen Vlinders Zoogdieren

Biodiversiteitsbeleid gemeente Meierijstad 2022-2030

31

Gebiedstype

Stedelijk gebied

Gebiedstypologie Leefgebied

(Agrarische) Natuurof Landschapstypen

Trend aantal indicatieve soorten per ha van

Landelijk gebied, verweving van functies

Das

A13.01 Bomenrij en singel A13.02 Struweel en ruigte L01.02 Houtwal en houtsingel L01.03 Elzensingel L01.16 Bossingel N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland

Amfibieën & Reptielen Broedvogels Zoogdieren

Landelijk gebied, verweving van functies

Struweelvogels

A13.01 Bomenrij en singel A13.02 Struweel en ruigte L01.02 Houtwal en houtsingel L01.03 Elzensingel N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland

Broedvogels Zoogdieren

Landelijk gebied agrarisch

Weidevogels

Leefgebied open grasland N13.01 Vochtig weidevogelgrasland N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland

Broedvogels

Centrumdorps gebied

Tuinen en erven

Tuin Erf

Broedvogels Zoogdieren

Openbare ruimte

Bermen Wegen Plantsoenen Parken Stedelijk water

Broedvogels Zoogdieren

Tuinen

Tuin

Broedvogels Zoogdieren

Openbare ruimte

Bermen Wegen Plantsoenen Parken Stedelijk water

Broedvogels Zoogdieren

Tuinen en erven

Tuin Erf

Broedvogels Zoogdieren

Openbare ruimte

Bermen Wegen Plantsoenen Parken Stedelijk water

Broedvogels Zoogdieren

Bedrijfslocaties

Erf

Broedvogels Zoogdieren

Centrumstedelijk gebied

Verstedelijkt (woon)gebied

Bedrijventerreinen

Lichte bedrijvigheid

Biodiversiteitsbeleid gemeente Meierijstad 2022-2030

32

Gebiedstype

Gebiedstypologie Leefgebied

Zware bedrijvigheid

(Agrarische) Natuurof Landschapstypen

Trend aantal indicatieve soorten per ha van

Openbare ruimte

Bermen Wegen Plantsoenen Parken Stedelijk water

Broedvogels Zoogdieren

Bedrijfslocaties

Erf

Broedvogels Zoogdieren

Openbare ruimte

Bermen Wegen Plantsoenen Parken Stedelijk water

Broedvogels Zoogdieren

Biodiversiteitsbeleid gemeente Meierijstad 2022-2030

33

BIJLAGE 3 – TOELICHTING WET NATUURBESCHERMING In Nederland is de bescherming van natuurwaarden sinds 1 januari 2017 geregeld in de Wet natuurbescherming. Deze wet regelt de bescherming van soorten, gebieden en houtopstanden en vervangt daarmee de Flora- en faunawet, Natuurbeschermingswet 1998 en Boswet. Daarnaast geldt per provincie beleid voor de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) (voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd). Soortbescherming Op het gebied van soortbescherming is het uitgangspunt van de Wet natuurbescherming dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan; het ‘nee, tenzij-principe’. De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. De Wet natuurbescherming kent de volgende drie categorieën beschermde soorten: 1. Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels beschermd volgens het beschermingsregime van de Europese Vogelrichtlijn; 2.

Soorten, niet vogels zijnde, van de Europese Habitatrichtlijn bijlage IV onderdeel a, het Verdrag van Bern bijlage II en het Verdrag van Bonn bijlage I, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt; 3. ‘Andere soorten’, waaronder soorten die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven. De drie beschermingsregimes kennen elk hun eigen verbodsbepalingen. De verbodsbepalingen voor vogels en overige Europese soorten zijn letterlijk overgenomen uit respectievelijk de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Voor de andere, ‘nationaal’ beschermde soorten gelden verbodsbepalingen die geïnspireerd zijn op de Habitatrichtlijn, maar in sommige opzichten minder streng zijn. Overzicht verbodsbepalingen Artikel 3.1 Beschermingsregime vogelrichtlijn soorten 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. Artikel 3.5 Beschermingsregime habitatrichtlijn soorten 1.

Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van de dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen.

Biodiversiteitsbeleid gemeente Meierijstad 2022-2030

34

5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV bij de Habitatrichtlijn of bijdrage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen of af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Artikel 3.10 Beschermingsregime andere soorten 1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. In het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten genoemd in de bijlage, onderdeel A bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. De vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen; c. Vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. 2. Artikel 3.8, met uitzondering van het derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de verboden, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat, in aanvulling op de redenen, genoemd in het vijfde lid,onderdeel b, de noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling ook verband kan houden met handelingen: a. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b.

ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; c. ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; d. ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; e. in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; f. in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, water- keringen; g. waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; h. in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, of in het algemeen belang. 3. De verboden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, en b, zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: ·· Er mag alleen van de verbodsbepalingen worden afgeweken als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is; ·· Er moet sprake zijn van een in de wet genoemd belang.

De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn, zoals ruimtelijke ontwikkeling, volksgezondheid of openbare veiligheid; ·· Er mag geen afbreuk worden gedaan aan de staat van instandhouding van de soort. ·· Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen is bovendien vrijstelling mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode.

Biodiversiteitsbeleid gemeente Meierijstad 2022-2030

35

De verbodsbepalingen uit bovenstaande artikelen gelden overal in Nederland, ongeacht het type of de omvang van de werkzaamheden of activiteiten die uitgevoerd worden. De bepalingen uit de Wnb kunnen daarom van invloed zijn op ruimtelijke ingrepen, zoals het aanleggen van infrastructuur, het slopen en realiseren van bebouwing, het uitbreiden van industriegebieden en het kappen van bomen. Ook bij het opstellen of herzien van bestemmingsplannen zijn de bepalingen uit de Wnb van belang. In het kader van het zorgvuldigheidsbeginsel en het voorzorgsbeginsel (Algemene Wet Bestuursrecht) dient bij het opstellen en herzien van bestemmingsplannen en bij (ruimtelijke) activiteiten een toetsing aan de Wnb plaats te vinden. Deze toetsing moet de volgende onderdelen bevatten: ·· Een inventarisatie van het voorkomen van wettelijk beschermde dier- en plantensoorten in het plangebied en binnen de invloedssfeer van de activiteit; ·· Een inventarisatie en beoordeling van (significant) nadelige effecten als gevolg van de activiteit, op beschermde soorten die binnen het plangebied en/of binnen de invloedssfeer van de activiteit aanwezig zijn; ·· Indien nodig een opname van maatregelen die de negatieve effecten op de beschermde soorten en hun leefgebieden mitigeren en/of compenseren.

Een ontheffing voor het overtreden van verbodsbepalingen wordt voor soorten uit de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn alleen verleend wanneer voldaan wordt aan elk van de volgende voorwaarden: ·· Er bestaat geen andere bevredigende oplossing; ·· De ingreep is nodig: ·· In het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; of ·· In het belang van een dwingende reden van groot openbaar belang; of ·· In het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; ·· Er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. ·· Voor vogels kan echter geen beroep gedaan worden op belang b “dwingende reden van groot openbaar belang”. Wanneer overtreding van de verbodsbepalingen voorkomen kan worden door het treffen van mitigerende maatregelen, is het aanvragen van een ontheffing niet nodig. Wel kan in dergelijke gevallen toch ontheffing aangevraagd worden om de te treffen maatregelen goed te laten keuren. Indien het bevoegd gezag goedkeurt, wordt door hen een “positieve afwijzing” afgegeven. Bij de aanvraag van een ontheffing in het kader van de Wnb zijn een activiteitenplan en, in sommige gevallen, een compensatieplan noodzakelijk.

Hierin staan de bevindingen uit de Flora en faunatoets vermeld en worden maatregelen beschreven die uitgevoerd zullen worden om ervoor te zorgen dat de nadelige effecten op beschermde plant- en diersoorten in en binnen de invloedssfeer van de activiteit zoveel mogelijk te voorkomen, dan wel te beperken. Zorgplicht Voor alle in het wild levende planten en dieren, ook niet beschermde soorten, kent de Wet natuurbescherming een zorgplicht. De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Dit betekent dat voorafgaand aan handelingen inzichtelijk moet zijn welke natuurwaarden aanwezig zijn, de kwetsbaarheid hiervan en de mogelijke gevolgen die de handeling hiervoor kan hebben. Bij de uitvoering van de handelingen dienen negatieve gevolgen zoveel mogelijk te worden voorkomen, dan wel beperkt of ongedaan te worden gemaakt. De zorgplicht is altijd van toepassing, ongeacht vrijstelling of ontheffing. Biodiversiteitsbeleid gemeente Meierijstad 2022-2030

36

Natura 2000 (bron: Rijksoverheid) In 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. De wet biedt een beschermingskader voor de flora en fauna binnen de aangewezen beschermde gebieden, de zogenaamde Natura 2000gebieden en bijzondere nationale gebieden. De wet bepaalt dat projecten en andere handelingen die de kwaliteit van de habitats kunnen verslechteren of die een verstorend effect kunnen hebben op de soorten, niet mogen plaatsvinden zonder vergunning. Ook plannen moeten getoetst worden op hun gevolgen voor de Natura 2000-gebieden. Dit gebeurt met de habitattoets. De habitattoets bestaat uit drie onderdelen: ·· oriëntatiefase (en vooroverleg); ·· verslechterings- en verstoringstoets; ·· passende beoordeling. De oriëntatiefase maakt geen deel uit van de in de wet geregelde procedures. In de praktijk is deze stap nodig. Gezamenlijk met het bevoegd gezag wordt bepaald of goedkeuring van het plan nodig is en welke verdere procedure doorlopen moet worden. Afhankelijk van de kans en omvang van de effecten op een Natura 2000-gebied bestaat de vervolgprocedure uit het uitvoeren van een verslechterings- en verstoringstoets, een passende beoordeling of geen enkele toetsing. Indien er geen kans is op negatieve effecten op een Natura 2000-gebied is geen goedkeuring voor de plannen of het project nodig.

Als uit de oriëntatiefase is gebleken dat er kans is op significant negatieve effecten voor het Natura 2000-gebied, dient een passende beoordeling te worden uitgevoerd. Indien uit de passende beoordeling blijkt dat er kans is op een significant negatief effect moet aan de volgende criteria worden voldaan: ·· er zijn geen alternatieve oplossingen voor het project die minder of geen negatieve effecten hebben voor het Natura 2000-(deel)gebied; ·· er is sprake van dwingende redenen van groot openbaar belang; ·· er is voorzien in compenserende maatregelen. Alléén als aan deze voorwaarden wordt voldaan, kan goedkeuring worden verleend. Indien uit de oriëntatiefase is gebleken dat er een kans is op (niet-significante) negatieve effecten, dient een verslechterings- en verstoringstoets te worden uitgevoerd. Met dit onderzoek wordt bepaald: ·· of deze kans reëel is en ·· of de verslechtering of verstoring aanvaardbaar is. Natuurnetwerk Nederland / Ecologische hoofdstructuur (bron: Rijksoverheid) Natuurgebieden in Nederland zijn erg versnipperd. Het Natuurnetwerk Nederland (voorheen EHS) heeft als doel om natuurgebieden te vergroten en met elkaar te verbinden. Door verbindingen tussen natuurgebieden te maken, kunnen planten en dieren zich makkelijker verspreiden over meer gebieden. Hierdoor zijn deze gebieden beter bestand tegen negatieve milieu-invloeden.

In grotere natuurgebieden kunnen bovendien meer soorten planten en dieren leven. Het doel van het afwegingskader Ecologische Hoofdstructuur is om de EHS als netwerk van natuurgebieden te beschermen tegen negatieve effecten van ruimtelijke ingrepen. Dat betekent niet dat ontwikkelingen zoals woningbouw en bedrijvigheid, verboden zijn. Door het doorlopen van het afwegingskader wordt vastgesteld of, en zo ja, onder welke voorwaarden een ontwikkeling in de Ecologische Hoofdstructuur kan worden toegelaten. De bescherming van de Ecologische Hoofdstructuur vindt plaats door het nee-tenzij-regime uit de Nota Ruimte. Dit houdt in dat ruimtelijke ingrepen in de EHS met een negatief effect op de EHS in principe niet zijn toegestaan. Onder voorwaarden kan hiervan worden

Biodiversiteitsbeleid gemeente Meierijstad 2022-2030

37

afgeweken. De beleidsmatige basis voor het afwegingskader voor de Ecologische Hoofdstructuur is de Nota Ruimte. Daarnaast hebben Rijk en provincies een beleidskader Spelregels EHS opgesteld. Het beleidskader geeft een uitwerking, verduidelijking en aanscherping van de verschillende onderdelen van het afwegingskader. De provincies laten de inhoud van de Spelregels EHS doorwerken in het provinciaal ruimtelijk beleid. De bescherming van de EHS gebeurt via de regelgeving van de ruimtelijke ordening. Het beschermingsregime is onder de Wro door het Rijk vastgelegd in de AMvB Ruimte en werkt via provinciale verordeningen. Bescherming houtopstanden Houtopstanden kunnen onder de Wnb vallen wanneer een houtopstand een oppervlakte beslaat van 10 are (0,1ha) of meer, of bestaat uit een rijbeplanting van meer dan twintig bomen, gerekend over het totaal aantal rijen.

Volgens artikel 4.2 vallen onderstaande houtopstanden buiten de bescherming houtopstanden: ·· houtopstanden binnen door de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom houtopstanden; ·· houtopstanden op erven of in tuinen en fruitbomen en windschermen om boomgaarden; ·· naaldbomen bedoeld als kerstbomen en niet ouder dan twintig jaar en kweekgoed; ·· uit populieren of wilgen bestaande wegbeplantingen, beplantingen langs waterwegen en eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; ·· het dunnen van een houtopstand; ·· uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa en die: ··ten minste eens per tien jaar worden geoogst; ··bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid ··bestaande uit een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door ··onbeplante stroken breder dan twee meter; ··zijn aangelegd na 1 januari 2013. Het verboden is een houtopstand geheel of gedeeltelijk te kappen zonder daar melding van te doen bij Gedeputeerde Staten. Dit geldt niet voor het periodiek vellen van griend- of hakhout. Binnen drie jaar moet het gevelde deel weer zijn herplant.

Vrijstellingen gelden er wanneer het vellen gebeurt middels een goedgekeurde gedragscode of de werkzaamheden voortvloeien uit instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden of nodig zijn voor aanleg en het onderhoud van brandgangen op natuurterreinen.

Biodiversiteitsbeleid gemeente Meierijstad 2022-2030

38

BIJLAGE 4 – BIODIVERSITEITSMETING idverde Advies, 23 juni 2021

Biodiversiteitsbeleid gemeente Meierijstad 2022-2030

39

BIJLAGE 5 – RESULTAAT ENQUÊTE BIODIVERSITEIT Idverde Advies, 23 december 2021

Biodiversiteitsbeleid gemeente Meierijstad 2022-2030

40

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=444fe00d-89cb-4c4e-b232-d8e6e5a86d61