CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagenboek BP Fioretti locatie Kasteellaan Sint-Oedenrode

Raadsvergadering 23 juni 2022, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan en beeldkwaliteitsparagraaf 'Fioretti locatie, Kasteellaan Sint-Oedenrode'21.803 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan

Fioretti locatie, Kasteellaan Sint-Oedenrode Bijlagenboek

Bezoekadres Stadhuisplein 1 5461 KN Veghel Postadres Postbus 10.001 5460 DA Veghel T: 14 0413 E: info@meierijstad.nl W: www.meierijstad.nl IBANnr: NL31 RABO 0171 5811 48

Bijlagen Betreffende

Fioretti locatie, Kasteellaan Sint-Oedenrode

Planstatus

vastgesteld

Projectnummer

NL.IMRO.1948.OED001BP0042021P-VA01

Datum

23 juni 2022

Inhoudsopgave 

Bijlagen bij toelichting

5

Bijlage 1

Ladder voor duurzame verstedelijking

6

Bijlage 2

Onderzoek externe veiligheid

17

Bijlage 3

Quickscan flora en fauna

52

Bijlage 4

AERIUS berekening

69

Bijlage 5

Verkennend bodem- en asbestonderzoek

81

Bijlage 6

Waterparagraaf

143

Bijlage 7

Archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek

164

Bijlage 8

Selectieadvies archeologische monumentenzorg

231

Bijlage 9

Aanmeldnotitie m.e.r.

235

Bijlage 10

M.e.r.-beoordelingsbesluit

249

Bijlage 11

Verslag omgevingsdialoog

253

Bijlage 12

Uitgangspunten beeldkwaliteit

279

Bijlage 13

Notitie beantwoording zienswijzen en ambtelijke wijzigingen

292

NL.IMRO.1948.OED001BP0042021P-VG01

Pagina: 3 van 299

Datum:13-05-2022

Bijlagen bij toelichting

NL.IMRO.1948.OED001BP0042021P-VG01

Pagina: 5 van 299

Datum:13-05-2022

Bijlage 1 Ladder voor duurzame verstedelijking

NL.IMRO.1948.OED001BP0042021P-VG01

Pagina: 6 van 299

Datum:13-05-2022

Advies

advies

Ladder Duurzame Verstedelijking Fioretti locatie, Sint-Oedenrode

project Ladder Duurzame Verstedelijking Fioretti locatie, Sint-Oedenrode

Ladder Duurzame Verstedelijking

datum 27 juli 2021

Aanleiding

opdrachtgever Woonmeij projectnummer P04489 opgesteld door RVe, MOt i.a.a. ADi

Woningbouwvereniging Woonmeij is voornemens om op de locatie van het voormalige Fioretti college, gelegen aan de Kasteellaan 6 te Sint-Oedenrode, een appartementengebouw met 26 appartementen te realiseren. Binnen het huidige bestemmingsplan is de beoogde ontwikkeling van 26 appartementen niet toegestaan. Om de ontwikkeling formeel mogelijk te maken is een wijziging van het bestemmingsplan noodzakelijk. In art 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is vastgelegd dat de toelichting bij een bestemmingsplan of projectafwijking moet voldoen aan de systematiek van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking (hierna: ‘ladder’). De ladder is een wettelijk verplicht motiveringsinstrument waaraan iedere ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’(art 1.1.1 Bro) moet worden getoetst. Per 1 juli 2017 luidt het tweede lid van art. 3.1.6. als volgt: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.”

BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl www.bro.nl

In de nieuwe bestemmingsregeling wordt de bestemming ‘Maatschappelijk’ gewijzigd naar ‘Wonen’. Door de wijziging van de bestemming maatschappelijk naar wonen moet het initiatief beschouwd worden als een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. Bij het opstellen van de bestemmingsregeling is het uitgangspunt dat niet méér dan 26 woningen mogelijk gemaakt zullen worden.

Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten.

Planinitiatief De planlocatie is in het zuidelijk deel van de kern Sint-Oedenrode gelegen, in de directe nabijheid van Kasteel Henkenshage en het bijhorende groen. De locatie was voorheen in gebruik als onderwijslocatie van het Fioretti College. Inmiddels is de voormalige bebouwing gesloopt (figuur 2 en 3). Woningbouwvereniging Woonmeij is voornemens om op de voormalige onderwijslocatie een appartementengebouw te realiseren bestaande uit 26 appartementen, verdeeld over drie bouwlagen. Het programma bestaat volledig uit sociale huurwoningen, geschikt voor 1- en 2-persoonshuishoudens.

Opzet onderzoek Voor het initiatief wordt onderzocht of en op welke manier de toevoeging 26 woningen te verantwoorden is vanuit de methodiek van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. De hoofdvraag van dit onderzoek luidt: Voorziet het initiatief in een (kwantitatieve en kwalitatieve) behoefte en is er sprake van duurzaam ruimtegebruik binnen het verzorgingsgebied? Het antwoord op de hoofdvraag uit dit onderzoek wordt verkregen door middel van ruimtelijk-functioneel onderzoek, waarbij zowel de kwantitatieve als kwalitatieve behoefte aan de ontwikkeling is onderzocht binnen het verzorgingsgebied. Ook is gekeken naar de locatieafweging binnen of buiten het

1

Advies Ladder Duurzame Verstedelijking Fioretti locatie, Sint-Oedenrode

bestaand stedelijk gebied. Bovendien zijn door middel van het onderzoek de te verwachten effecten van de beoogde ontwikkeling in beeld gebracht. Met de resultaten van het onderzoek is de Ladder voor Duurzame Verstedelijking doorlopen. Voor het bepalen van de behoefte en het duurzaam ruimtegebruik is onder andere gekeken naar:  Omgevingsvisie Noord-Brabant (2018)  Interim omgevingsverordening (2020)  Brabantse Agenda Wonen 2017 en Voortgangsrapportage 2020/2021  Monitor Bevolking en Wonen Noord-Brabant (2021)  Bevolkings- en woningbouwbehoefteprognose NoordBrabant (2020)  Woonvisie Meierijstad (incl. addendum, 2021)  Woonwensenonderzoek Noordoost-Brabant en Meierijstad (2019)  Prestatieafspraken Meierijstad 2020-2024  Actieplan Woningbouw (2021)

Figuur 1: Impressie planinitiatief (voorlopig ontwerp)

Figuur 2: Fioretti locatie, Sint-Oedenrode

De beoogde ontwikkeling is hierna getoetst aan de ladder.

Figuur 3: Ligging plangebied, Sint-Oedenrode

dinsdag 27 juli 2021

2

Advies Ladder Duurzame Verstedelijking Fioretti locatie, Sint-Oedenrode

Ladder voor Duurzame Verstedelijking Sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling De beoogde ontwikkeling van 26 appartementen betreft een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Dit blijkt uit de volgende gegevens: 1. Het plangebied heeft in dit bestemmingsplan de bestemming ‘Maatschappelijk’. Op basis van dit bestemmingsplan is wonen op de locatie niet toegestaan en is een wijziging van de bestemming noodzakelijk. 2. Een stedelijke ontwikkeling is volgens het besluit ‘een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Het initiatief om maximaal 26 woningen te bouwen kan onder deze definitie worden geschaard, gezien het hier gaat om de ontwikkeling naar een woningbouwlocatie. 3. Vanaf 12 nieuwe woningen is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Aangezien het om de toevoeging gaat van maximaal 26 woningen, kan het initiatief gekwalificeerd worden als een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. Passend binnen beleidskaders Het planinitiatief past binnen de gestelde beleidskaders en draagt bij aan de beleidsdoelstellingen van Rijk, provincie, regio en gemeente:  Op ieder bestuurlijk niveau wordt ingezet op de ontwikkeling van woningbouw binnen het bestaand stedelijk gebied. Ook is er specifiek aandacht voor transformatielocaties.

Met het initiatief wordt een voormalige onderwijslocatie, gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied, herbestemd tot een woonlocatie.  In de gemeentelijke woningbouwprogrammering wordt gestreefd naar realisatie van 5.750 woningen tot 2040, waarvan 25% sociale huur. Tot 2028 worden er vanuit

dinsdag 27 juli 2021

de prestatieafspraken daarnaast ingezet op 1.000 sociale huurwoningen, waarvan nog 339 woningen in plannen dienen te worden opgenomen. Het initiatief, dat sociale huurwoningen realiseert, draagt concreet bij aan deze opgaven en aan de prestatieafspraken zoals die gemaakt zijn door de gemeente, huurdersorganisaties en corporaties. Daarnaast is op lokaal niveau aandacht voor het realiseren van woningen voor ouderen die willen doorstromen. Ook wil de gemeente Meierijstad de aantrekkelijk van de gemeente vergroten voor onder andere jongeren. Het initiatief draagt bij aan de doorstroming op de woningmarkt door appartementen te realiseren die ook geschikt zijn voor ouderen. Daarnaast zijn de woningen geschikt voor jongeren doordat ze in een betaalbaar segment worden gerealiseerd. Tot slot is er sprake van een kleinschalig woningbouwplan ter versterking van de differentiatie en spreiding in de gemeente.

Passend binnen behoefte van het ruimtelijk verzorgingsgebied Voor de onderbouwing van de woonbehoefte is gekeken naar de afbakening van de relevante regio, om zo de behoefte in beeld te brengen. Hiervoor is gekeken naar de regionale woningmarkt, die gedefinieerd wordt op basis van verhuisbewegingen. In dit behoefteonderzoek gaat het primair om de gemeente Meierijstad en secundair om de regio Noordoost-Brabant. Het initiatief wordt passend geacht binnen de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. Hieronder volgt een beknopte toelichting. De volledige onderbouwing van de woningbehoefte is opgenomen in bijlage 1 van deze notitie.

Kwantitatieve behoefte Geconcludeerd kan worden dat het initiatief voorziet in een kwantitatieve behoefte:  Door de demografische ontwikkelingen neemt de woningbehoefte in de toekomst toe. Om de groeiende vraag op te vangen is er in de periode 2020-2030 behoefte aan 4.055 nieuwe woningen in de gemeente Meierijstad (incl. verwachte sloop). Ook in de regio Noordoost-Brabant neemt de woningbehoefte de komende jaren toe. In totaal is er in de regio behoefte aan 33.080 woningen tot 2030 (incl. verwachte sloop).  De aanwezige planvoorraad in de gemeente bestaat in zijn totaliteit uit 3.583 woningbouwplannen. Onbekend is welk deel van de plannen de status ‘hard’ heeft. Gezien het percentage harde plannen op basis van de provinciale cijfers (53%), mag echter naar redelijkheid worden aangenomen dat een aanzienlijk deel van de plannen nog de status ‘zacht’ heeft. Daardoor kan er gesteld worden dat er voldoende kwantitatieve ruimte aanwezig is in de gemeente Meierijstad om het initiatief te faciliteren. Ook wanneer rekening wordt gehouden met het aantal woningen dat sinds 2020 is gerealiseerd. Regionaal is er daarnaast sprake van een restbehoefte aan 21.240 woningen tot 2030. Kwalitatieve behoefte Geconcludeerd kan worden dat het initiatief voorziet in een kwalitatieve behoefte:  Door toedoen van trends als vergrijzing worden huishoudens landelijk gezien steeds kleiner.

In algemene zin neemt daardoor de behoefte aan woningen die geschikt zijn voor één- of tweepersoonshuishoudens steeds meer toe, zoals bijvoorbeeld appartementen. Deze ontwikkeling is ook terug te zien in de gemeente Meierijstad,

3

Advies Ladder Duurzame Verstedelijking Fioretti locatie, Sint-Oedenrode

waar vooral een tekort bestaat aan gestapelde huurwoningen. Uit de woonwensen blijkt tevens de behoefte aan kleinere woningen met maximaal 3 kamers. Daarnaast staat de betaalbaarheid van wonen door de grote woningbehoefte onder druk. Zowel voor de regio Noordoost-Brabant als de gemeente Meierijstad geldt daardoor een grote behoefte aan betaalbare (huur)woningen tot aan de liberalisatiegrens. Ook vanuit de gemeentelijke woonvisie is de inschatting dat er tot 2028 nog behoefte is aan extra sociale huurwoningen. Doordat ook in de sociale doelgroep het aandeel eenpersoonshuishoudens steeds groter wordt, en de huidige sociale voorraad voornamelijk bestaat uit grondgebonden gezinswoningen, is er in de gemeente Meierijstad tot slot specifiek behoefte aan kleinere sociale gestapelde huurwoningen.

Bovendien is er sprake van “een stedenbouwkundig samenstel van bebouwing”, kijkend naar de bestemming in relatie tot de directe omgeving. De planlocatie wordt omringd door stedelijke functies met bestemmingen als wonen, maatschappelijk en stedelijk groen.

Gezien het voorgaande is dus sprake van een ligging ‘binnen bestaand stedelijk gebied’ en is een verder motivering op dit punt niet nodig.

Geen onaanvaardbare effecten Het is niet de verwachting dat er als gevolg van het realiseren van woningen in de gemeente Meierijstad onaanvaardbare effecten zullen optreden. De woningbehoefte is immers dusdanig groot dat ook na het realiseren van het planinitiatief behoefte blijft bestaan voor het realiseren van nieuwe woningen. Daarnaast draagt het realiseren van woningen bij aan het creëren van een levendig woon- en leefklimaat in de gemeente Meierijstad. Gesitueerd binnen/buiten bestaand stedelijk gebied Voor de onderbouwing via de Ladder is relevant of de ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt binnen of buiten het bestaand stedelijk gebied.  Het plangebied heeft in het vigerende bestemmingsplan de bestemming ‘Maatschappelijk’. Dit betekent dat het plangebied een stedelijke functie heeft.

dinsdag 27 juli 2021

4

Advies Ladder Duurzame Verstedelijking Fioretti locatie, Sint-Oedenrode

Bijlage 1: Onderbouwing woningbouwbehoefte B1.1 Afbakening verzorgingsgebied Het verzorgingsgebied is het gebied waarbinnen vraag en aanbod van woonruimte plaatsvindt, ook wel de woningmarkt. De woningmarktafbakening verschilt per initiatief en valt niet per definitie samen met een bestuurlijke regio. Een belangrijke indicator voor het functioneren van de regionale woningmarkt is het aantal verhuisbewegingen/ migratiestromen binnen en naar de betreffende gemeente/woonplaats. In de gemeente Meierijstad vindt 62% van de verhuisstromen binnen de eigen gemeente plaats. Daarmee wordt de gemeente Meierijstad gezien als het primaire verzorgingsgebied. In de kwantitatieve en kwalitatieve analyse wordt daarom primair gekeken naar de eigen gemeente. Daarnaast maakt de gemeente Meierijstad onderdeel uit van de regio Noordoost-Brabant. In totaal (excl. gemeente Meierijstad) komt circa 17% van de verhuisbewegingen uit dit gebied. De regio Noordoost-Brabant wordt daarom afgebakend als het secundaire verzorgingsgebied.

B1.2 Kaderstellend beleid Rijk De woningmarktregio is ontstaan in de Woningwet 2015. De negentien woningmarktregio’s (Woningwet) vormen de kernwerkgebieden van woningcorporaties. Elke corporatie heeft één woningmarktregio als kernwerkgebied. De woningmarktregio’s zijn tot stand gekomen aan de hand van door gemeenten gezamenlijk ingediende voorstellen. De gemeenten uit de regio Noordoost-Brabant vormen samen ook de woningmarktregio Noordoost Brabant. Provincie Noord-Brabant Met de omgevingsvisie Noord-Brabant (2018) en Interim omgevingsverordening (2020) formuleert de provincie haar ambitie over hoe zij wil dat de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit zal zien:  De provincie streeft naar duurzame verstedelijking. Zorgvuldig ruimtegebruik is hierbij het uitgangspunt. Dat betekent dat een stedelijke ontwikkeling voor wonen in beginsel plaatsvindt binnen het stedelijk gebied en dat de ruimte binnen het stedelijk gebied zo goed als mogelijk wordt benut.  Daarnaast wordt er ingezet op een excellent duurzaam woon-, leef- en vestigingsklimaat. Daarbij richt de provincie zich op de woningbouwopgave van circa 120.000 woningen in de komende tien jaar.

Tabel 1: Verhuisstromen gemeente Meierijstad (CBS 2018) Gebied

Gemeenten

Aandeel

Binnen gemeente Meierijstad

Meierijstad

62%

Binnen regio Noordoost-Brabant (excl. gemeente Meierijstad)

Bernheze, Boekel, Boxmeer, Cuijk, Grave, Haaren (nu behorend tot gemeente Oisterwijk), Heusden, Landerd, Mill en Sint Hubert, Oss, ’s-Hertogenbosch, Sint Anthonis, Sint-Michielsgestel, Uden en Vught

17%

dinsdag 27 juli 2021

Brabantse Agenda Wonen (2017) Er dienen voldoende woningen te worden gebouwd, waarbij wordt ingezet op een gevarieerd en aantrekkelijk woningaanbod én woonmilieus die aansluiten bij de vraag van de consument. In de visie is een aantal richtinggevende principes geformuleerd voor de regionale woningmarkten, waaronder:  Binnen het woningbouwprogramma wordt optimaal ingezet op binnenstedelijke locaties; inbreiden, herstructureren en transformeren.  Voor ‘goede woningbouwplannen’ binnen bestaand stedelijk gebied van steden en dorpen, is ruim baan. Dat wil zeggen ruim baan voor woningbouw op geschikte inbreidings-, herstructurerings- en transformatielocaties, die aansluit op de actuele vraag.  Woningbouwplannen sluiten aan bij de vraag van huishoudens en er is oog voor nieuwe, flexibele en tijdelijke woonvormen en strategische toevoegingen aan de bestaande woningvoorraad.  Om tijdig en adequaat in te kunnen spelen op de dynamiek op de woningmarkt, veranderende woonwensen en onvoorziene ruimtelijke omwikkelingen zorgen voor realisme en flexibiliteit in de regionale en gemeentelijk woningbouwprogrammering. Door middel van de jaarlijkse Voortgangsrapportage Brabantse Agenda Wonen (2021) wordt verslag gedaan van ontwikkelingen op de (regionale) woningmarkt.

 Op provinciaal niveau wordt hierin aangegeven dat er tot 2030 jaarlijks zo’n 12.000 woningen (netto) aan we voorraad moeten worden toegevoegd. Ook is er door het kleiner wordende planaanbod en de prijsontwikkelingen op de woningmarkt nadrukkelijke aandacht voor het betaalbare segment.  Voor de (sub)regio Noordoost-Brabant-West (waartoe de gemeente Meierijstad behoort) wordt aangegeven dat er wordt samengewerkt op basis van de afspraken vanuit

5

Advies Ladder Duurzame Verstedelijking Fioretti locatie, Sint-Oedenrode

het Regionaal perspectief op wonen – meerjarenperspectief 2021-2024 en de Uitvoeringsagenda 2021. Regio Noordoost-Brabant Wonen in Regionaal Perspectief 2020, Noordoost Brabant West (2020) Wonen in Regionaal Perspectief 2020 is een regionale uitwerking van de Brabantse Agenda Wonen. Met dit document wil de regio samen werken aan een kwalitatief antwoord op de grote vraag naar woningbouw. De regio kiest om onder meer te focussen op het thema sociale huur. Hierover wordt aangegeven dat het aanbod en beleid van sociale huurwoningen sterk per gemeente verschilt. Het streven is om in te zetten op een verdere verschuiving van ‘kwantiteitsdenken’ naar ‘kwaliteitsdenken’. Daarnaast ambiëren de regiogemeenten hun woningbouwprogramma’s met name kwalitatief met elkaar af te stemmen, om zo de juiste woningen op de juiste plek te bouwen. Hierin is het volgende afgesproken:  Er wordt ruim baan gegeven aan inbreiding, herstructurering en transformatieplannen. Deze plannen liggen binnen het bestaand stedelijk gebied.  Locaties buiten het bestaande stedelijk gebied worden regionaal afgestemd. Enkel de locaties die in stedelijke concentratiegebied groter dan 75 woningen zijn en locaties in een kern in landelijk gebied groter dan 25 woningen worden regionaal afgestemd.

Gemeente Meierijstad Omgevingsvisie Meierijstad (voorontwerp, 2020) Het college heeft eind 2020 het voorontwerp van de uiteindelijke omgevingsvisie vastgesteld. Momenteel ligt het proces rondom de omgevingsvisie stil, waardoor geen zicht is op de

dinsdag 27 juli 2021

termijn van de definitieve vaststelling. In het voorontwerp is ten aanzien van wonen het volgende opgenomen:  Er is specifiek aandacht voor huishoudens met een laag inkomen, senioren, woonwagenbewoners en bijzondere woonvormen.  Het woningbouwprogramma focust zich op sociale woningen en woningen voor ouderen en starters. Woonvisie Meierijstad (incl. addendum 2021) Met de woonvisie geeft de gemeente richting aan gewenste ontwikkelingen op het gebied van wonen, waarbij voldoende flexibiliteit wordt gehouden om goed in te kunnen spelen op de veranderende vraag, ook op de lange termijn. De visie is onderverdeeld in vier thema’s: dynamiek van de woningmarkt, wonen, welzijn en zorg, duurzaamheid en leefbare en vitale kernen en wijken. Per thema zijn onder meer de volgende uitspraken geformuleerd: De dynamiek van de woningmarkt:  De aantrekkelijkheid van Meierijstad als woongemeente vergroten, voor onder meer jongeren.  In de periode 2020-2040 worden 5.750 woningen aan de woningvoorraad toegevoegd.  De komende 5 jaar worden er per jaar minimaal 600 nieuwe woningen gerealiseerd.  De gemeente richt zich op minimaal 125% bouwplannen (ca. 7.200 woningen).  In de woningbouwprogrammering wordt gestreefd naar een verdeling die bestaat uit 25% sociale huur, 15% middeldure huur, 10% goedkope koop, 20% middeldure koop, 20% dure koop en 10% variabel in te zetten.

Voor de sociale huursector zijn er tot 2028 bijna 1.000 sociale huurwoningen nodig.  Voor de verdeling naar type woning wordt meer op gemeentelijk niveau gestuurd en gelet op lokale mogelijkheden en kansen.

Er wordt prioriteit gegeven aan inbreidingsplannen boven uitbreidingsplannen.

Wonen, welzijn en zorg:  Meer ruimte bieden aan nieuwe woonvormen voor ouderen die willen doorstromen.  De doorstroming van ouderen naar meer geschikte woningen stimuleren. Duurzaamheid:  Zo optimaal mogelijk gebruik maken van bestaande infrastructuur en vastgoed. In het thema ‘leefbare en vitale kernen en wijken’ wordt verder uiteengezet wat de kansen zijn voor leegstaand vastgoed. Leefbaarheid: een juiste balans tussen specifieke woonkwaliteit en een divers woningaanbod:  Er worden zoveel mogelijk kleinschalige woningbouwplannen toegevoegd ter versterking van de differentiatie en spreiding.  Er wordt ingezet op inbreiding in bestaande kernen met aandacht voor kwaliteitsverbetering en zorgvuldig ruimtegebruik en behoudt van de kracht van de kern. Unieke woonconcepten zijn wenselijk voor vastgoed dat niet meer voor het oorspronkelijke doel wordt gebruikt, leegstaat of al gesloopt is.  De nodige flexibiliteit, fasering en kleinschaligheid om wordt gehanteerd om maximaal in te kunnen spelen op de actuele wensen en behoeften. Prestatieafspraken Meierijstad 2020-2024 De gemeente, huurdersorganisaties en corporaties maken jaarlijks prestatieafspraken waarin wordt vastgelegd welke acties de partijen doen voor huurders en woningzoekenden in de gemeente Meierijstad. In de prestatieafspraken worden dezelfde thema’s aangehouden als in de woonvisie. In het

6

Advies Ladder Duurzame Verstedelijking Fioretti locatie, Sint-Oedenrode

kader van het planinitiatief zijn vooral de acties in het kader van de dynamiek van de woningmarkt relevant:  De komende jaren wordt het woningtekort ingehaald. In de periode 2018-2028 worden bijna 1.000 sociale huurwoningen toegevoegd, waarvan 600 in de periode 20182022 worden gerealiseerd. Op basis van de meest recente corporatie monitor (nov. 2020) zijn er 661 sociale huurwoningen in plannen of gerealiseerd in de periode 2018-2028. Daarmee ligt er nog een opgave voor het realiseren van 339 sociale huurwoningen.  De doorstroming wordt bevorderd om zoveel mogelijk inwoners passend te huisvesten.

locaties. Met het initiatief wordt een voormalige onderwijslocatie, gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied, herbestemd tot een woonlocatie. In de gemeentelijke woningbouwprogrammering wordt gestreefd naar realisatie van 5.750 woningen tot 2040, waarvan 25% sociale huur. Tot 2028 worden er vanuit de prestatieafspraken daarnaast ingezet op 1.000 sociale huurwoningen, waarvan nog 339 woningen in plannen dienen te worden opgenomen. Het initiatief, dat sociale huurwoningen realiseert, draagt concreet bij aan deze opgaven en aan de prestatieafspraken zoals die gemaakt zijn door de gemeente, huurdersorganisaties en corporaties. Daarnaast is op lokaal niveau aandacht voor het realiseren van woningen voor ouderen die willen doorstromen. Ook wil de gemeente Meierijstad de aantrekkelijk van de gemeente vergroten voor onder andere jongeren. Het initiatief draagt bij aan de doorstroming op de woningmarkt door appartementen te realiseren die ook geschikt zijn voor ouderen. Daarnaast zijn de woningen geschikt voor jongeren doordat ze in een betaalbaar segment worden gerealiseerd. Tot slot is er sprake van een kleinschalig woningbouwplan ter versterking van de differentiatie en spreiding in de gemeente.

Actieplan Woningbouw (2021) In het gemeentelijk actieplan zijn de volgende doelstellingen en uitgangspunten geformuleerd:  Bijdragen aan kwalitatieve en duurzame woonmilieus, met kwalitatieve focus op typen woningen die er nu nog onvoldoende zijn en type woningen om gedifferentieerde wijken en doorstroming te faciliteren.  Verbeteren van de kwaliteit met nieuwbouw bij inbreiding.  Verbeteren betaalbaarheid van wonen.  Minimaal 25% sociale huur bij ieder bouwplan.  Evenwichtige verdeling van woningen per bouwplan in de verschillende prijssegmenten voor koop en huur.

Conclusie

B1.3 Kwantitatieve behoefte

Het planinitiatief past binnen de gestelde beleidskaders en draagt bij aan de beleidsdoelstellingen van Rijk, provincie, regio en gemeente:  Op ieder bestuurlijk niveau wordt ingezet op de ontwikkeling van woningbouw binnen het bestaand stedelijk gebied. Ook is er specifiek aandacht voor transformatie-

In deze paragraaf is de kwantitatieve behoefte in beeld gebracht. Dit is gedaan aan de hand van de cijfers van de Provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose (actualisering sept. 2020) en de Monitor bevolking en wonen (juni 2021). De vraagbehoefte is afgezet tegen het huidige aanbod, de ontwikkelde woningaantallen van de afgelopen jaren en de plancapaciteit. Op basis daarvan wordt duidelijk of er nog ruimte is voor de ontwikkeling van extra woningen.

dinsdag 27 juli 2021

Tabel 2: Bevolkingsprognose 2021

2025

2030

Verschil

Gemeente Meierijstad

81.515

83.475

85.740

+5,2%

Regio Noordoost-Brabant

665.550

680.220

696.800

+4,7%

Tabel 3: Huishoudensprognose 2021

2025

2030

Verschil

Gemeente Meierijstad

34.920

36.410

38.025

+8,9%

Regio Noordoost-Brabant

293.145

304.750

317.200

+8,2%

Bevolkings- en huishoudensprognose In tabel 2 en 3 zijn de provinciale bevolkings- en huishoudensprognose weergegeven. Hieruit blijkt dat voor de regio en gemeente op beide vlakken een aanzienlijke (relatieve) groei wordt verwacht. Vooral het aantal huishoudens gaat op basis van de prognose sterk toenemen, conform het landelijk beeld.

Effect corona op de bevolkingsgroei Tijdelijke stagnatie, herstel op de middellange termijn De Nederlandse bevolking is in 2020 met 63.000 personen toegenomen. Een halvering ten opzichte van de groei van een jaar eerder. De uitbraak van het coronavirus heeft daarmee geleid tot een abrupt einde van de steeds groter wordende groei van de Nederlandse bevolking. Door beperkende maatregelen, zoals reisrestricties, bleef migratie namelijk grotendeels uit, terwijl dit de belangrijkste drijver van de bevolkingsgroei is. Vanwege de verdere uitrol van vaccinaties worden beperkende maatregelen

7

Advies Ladder Duurzame Verstedelijking Fioretti locatie, Sint-Oedenrode

versoepeld en diverse maatregelen komen zelfs te vervallen. Migratie zal daardoor aantrekken, waardoor ook de bevolkingsgroei de komende jaren weer gaat toenemen. In 2022 wordt daardoor weer een bevolkingsgroei verwacht van boven de 100.000 personen. Beperkt effect op de woningmarkt De stagnerende bevolkingsgroei betekent enige kortstondige verlichting van de druk op de Nederlandse woningmarkt, maar niet significant minder behoefte aan woningen. De vraag naar woningen is nog altijd onverminderd groter dan het aanbod. Deze woningschaarste blijkt ook uit het feit dat de prijsstijging (in absolute zin) in 2020 de grootste was van de afgelopen twintig jaar1. Van een coronadip op de woningmarkt lijkt dus absoluut geen sprake.

Woningbehoefte Per kwartaal brengt de provincie Noord-Brabant de monitor bevolking en wonen uit. Hierin worden de meest actuele cijfers gedeeld van de Brabantse woningmarkt. Uit de meest recente monitor (juni 2021) vloeien de woningbehoeftecijfers, zoals opgenomen in tabel 4. Hieruit blijkt dat:  Voor de gemeente is in de periode 2020-2030 behoefte aan 3.625 woningen bovenop de bestaande woningvoorraad. Additioneel verwacht de provincie dat ca. 430 woningen gesloopt gaan worden in deze tijdsperiode. De totale woningbehoefte in de gemeente Meierijstad bestaat daarmee uit 4.055 woningen tot 2030  Voor de regio Noordoost-Brabant geldt een behoefte aan 30.190 woningen tot 2030. Inclusief de verwachte sloop is er een totale behoefte aan 33.080 woningen tot 2030. Aanbod Op basis van het CBS bestaat de totale woningvoorraad in de gemeente Meierijstad (1 juni 2021) uit 35.121 woningen. Voor de regio Noordoost-Brabant ligt dit aantal op 292.218

1

woningen. Sinds begin 2020 is de voorraad in de gemeente in totaal met 577 woningen toegenomen. Plancapaciteit  In de gemeente Meierijstad zijn op basis van de provinciale monitor in totaal 2.835 woningbouwplannen voorradig in de periode 2020-2030. Van deze woningbouwplannen hebben er 1.505 de status ‘hard’ (53%). Op basis van het Actieplan Woningbouw Meierijstad (april 2021) zijn er in totaal 3.583 woningbouwplannen in de gemeente aanwezig. Onbekend is welk deel hiervan de planstatus ‘hard’ heeft.  In de regio Noordoost-Brabant zijn op basis van provinciale monitor 23.690 plannen voor woningen aanwezig in de periode 2020-2030, waarvan 11.840 ‘hard’.

Tabel 4: Woningbehoefte 2020-2030 Prognose

Verwachte sloop

Benodigde capaciteit 2030

Gemeente Meierijstad

3.625

430

4.055

Regio Noordoost-Brabant

30.190

2.890

33.080

nog de status ‘zacht’ heeft. Daardoor kan er gesteld worden dat er voldoende kwantitatieve ruimte aanwezig is in de gemeente Meierijstad om het initiatief te faciliteren. Ook wanneer rekening wordt gehouden met het aantal woningen dat sinds 2020 is gerealiseerd. Regionaal is er daarnaast sprake van een restbehoefte aan 21.240 woningen tot 2030.

Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het initiatief voorziet in een kwantitatieve behoefte:  Door de demografische ontwikkelingen neemt de woningbehoefte in de toekomst toe. Om de groeiende vraag op te vangen is er in de periode 2020-2030 behoefte aan 4.055 nieuwe woningen in de gemeente Meierijstad (incl. verwachte sloop). Ook in de regio Noordoost-Brabant neemt de woningbehoefte de komende jaren toe. In totaal is er in de regio behoefte aan 33.080 woningen tot 2030 (incl. verwachte sloop).  De aanwezige planvoorraad in de gemeente bestaat in zijn totaliteit uit 3.583 woningbouwplannen. Onbekend is welk deel van de plannen de status ‘hard’ heeft. Gezien het percentage harde plannen op basis van de provinciale cijfers (53%), mag echter naar redelijkheid worden aangenomen dat een aanzienlijk deel van de plannen

B1.4 Kwalitatieve behoefte Kwalitatieve behoefte Woonwensenonderzoek Regio Noordoost-Brabant (2019) Het woonwensenonderzoek biedt nader inzicht in de wensen van starters en doorstromers. In het onderzoek wordt onderscheid gemaakt tussen het stedelijk gebied (gemeente ’sHertogenbosch en Oss stad en Berghem) en het landelijk gebied (rest van de gemeente Oss en de overige gemeenten, waaronder de gemeente Meierijstad). Op basis van de match tussen de woonwensen (2019) en de gerealiseerde verhuisbewegingen (2015-2018), gelden een aantal aandachtspunten in de regio Noordoost Brabant in het landelijk gebied (figuur 5 en 6):  Op basis van de woonwensen is er vooral een tekort aan appartementen in zowel de koop- als in de huursector.

Rabobank (2020). Kwartaalbericht Woningmarkt (10-12-2020).

dinsdag 27 juli 2021

8

Advies Ladder Duurzame Verstedelijking Fioretti locatie, Sint-Oedenrode

Wat betreft prijscategorieën is er vooral een tekort aan huurwoningen in het sociale segment (tot de liberalisatiegrens). De vraag richt zich nadrukkelijk op de prijsklasse €424-720. Daarnaast wordt benoemd dat de wijzigingen in vraagdruk over het algemeen worden veroorzaakt door de vergrijzing. De impact van vergrijzing op de woningmarkt zal alleen maar toenemen. Om die reden achten gemeenten het verstandig om bij nieuwbouw van woningen in te zetten op levensloopbestendigheid (appartementen en grondgebonden woningen).

Woonwensenonderzoek Meierijstad (2019) Het regionale woonwensenonderzoek is daarnaast vertaald naar de lokale situatie. Hierin is voor de Meierijstad een match gemaakt tussen vraag en aanbod. In figuur 1, 2 en 3 zijn hiervan de resultaten weergegeven. Hieruit blijkt dat:  In absolute zin is er vooral een tekort aan gestapelde huurwoningen (ruim 1.000 woningen). In iets mindere mate is er behoefte aan grondgebonden huurwoningen en koopwoningen. De vraag naar huurappartementen is vooral afkomstig van starters en deels van doorstromers.  Er is in de gemeente Meierijstad een grote behoefte aan betaalbare huurwoningen (tot de liberalisatiegrens). Het zwaartepunt van de vraag bevindt zich in de prijsklasse €424-607. Ook deze vraag komt vooral van starters vandaan en deels van doorstromers tot 65 jaar.  Ook is er behoefte aan kleinere woningen met 3 kamers. Het gaat zowel om appartementen als grondgebonden woningen. De vraag komt vooral van starters en heeft mogelijk te maken met het groeiend aantal kleinere huishoudens. Woonvisie Meierijstad (2018) In de woonvisie wordt gesteld dat ondanks dat de meeste verhuizingen binnen de eigen gemeente plaatsvinden, toch

dinsdag 27 juli 2021

niet iedereen passend woont en dat niet altijd de gewenste woning beschikbaar is. Specifiek voorbeeld is het betaalbare segment, dat door het groeiende woningtekort verder onder druk komt te staan:  Tot 2028 is er op basis van de inschatting in de woonvisie behoefte aan 1.000 sociale huurwoningen.  Voor de sociale huurwoningen geldt het aandachtspunt dat binnen de doelgroep voor sociale huur een verschuiving plaatsvindt naar een steeds grote aandeel eenpersoonshuishoudens en minder gezinnen. Daardoor wordt de vraag naar kleine sociale huurwoningen steeds groter, terwijl de voorraad vooral bestaat uit grondgebonden gezinswoningen.

Figuur 1: Tekorten per eigendom en woningtype, Meierijstad

Kwalitatief aanbod In tabel 5 is de samenstelling van de woningvoorraad in de gemeente Meierijstad, de regio Noordoost-Brabant en de provincie Noord-Brabant weergegeven. Hieruit blijkt dat er in de gemeente relatief veel grondgebonden woningen aanwezig zijn, logisch verklaarbaar door het landelijke karakter van de gemeente, vergeleken met de stedelijke omgevingen die op regionaal en provinciaal niveau aanwezig zijn. Dit resulteert ook in een hoger aandeel koopwoningen.

Figuur 2: Tekorten per eigendom prijsklasse, Meierijstad

Leegstand In de gemeente Meierijstad staat ongeveer 1% van het aantal woningen leeg. Dit is vergelijkbaar met het provinciale en landelijke niveau (beide 1%). Het percentage ligt daarmee onder wat door het PBL gezien wordt als een gezond leegstandsniveau (2%).

Figuur 3: Tekorten per eigendom en aantal kamers, Meierijstad

9

Advies Ladder Duurzame Verstedelijking Fioretti locatie, Sint-Oedenrode

Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het initiatief voorziet in een kwalitatieve behoefte:  Door toedoen van trends als vergrijzing worden huishoudens landelijk gezien steeds kleiner. In algemene zin neemt daardoor de behoefte aan woningen die geschikt zijn voor één- of tweepersoonshuishoudens steeds meer toe, zoals bijvoorbeeld appartementen. Deze ontwikkeling is ook terug te zien in de gemeente Meierijstad, waar vooral een tekort bestaat aan gestapelde huurwoningen. Uit de woonwensen blijkt tevens de behoefte aan kleinere woningen met maximaal 3 kamers.  Daarnaast staat de betaalbaarheid van wonen door de grote woningbehoefte onder druk. Zowel voor de regio Noordoost-Brabant als de gemeente Meierijstad geldt daardoor een grote behoefte aan betaalbare (huur)woningen tot aan de liberalisatiegrens. Ook vanuit de gemeentelijke woonvisie is de inschatting dat er tot 2028 nog behoefte is aan extra sociale huurwoningen.  Doordat ook in de sociale doelgroep het aandeel eenpersoonshuishoudens steeds groter wordt, en de huidige sociale voorraad voornamelijk bestaat uit grondgebonden gezinswoningen, is er in de gemeente Meierijstad tot slot specifiek behoefte aan kleinere sociale gestapelde huurwoningen.

2

Tabel 5: Woningvoorraad kern Schijndel en gemeente Meierijstad2 Gemeente Meierijstad

Regio NoordoostBrabant

Provincie NoordBrabant

Eengezinswoning

83%

76%

75%

Meergezinswoning

17%

24%

25%

Koopwoning

70%

63%

62%

Huurwoning corporatie

21%

26%

28%

Huurwoning particulier

9%

10%

10%

CBS Statline (2021). Kerncijfers wijken en buurten

dinsdag 27 juli 2021

10

Bijlage 2 Onderzoek externe veiligheid

NL.IMRO.1948.OED001BP0042021P-VG01

Pagina: 17 van 299

Datum:13-05-2022

Opdrachtgever: Projectnr: Datum:

BRO BRO108 12 juli 2021

Opdrachtgever: Projectnr: Rapportnr: Status: Datum:

BRO BRO108 20210712-BRO108-RAP-CAR 1.0 Definitief 12 juli 2021

Opsteller: BDEC

T 088 - 33 66 333 F 088 - 33 66 099 E info@kragten.nl

-+C0BDEC+-

Verificatie: PC

-+R0PC+-

Validatie: PC

© 2021 Kragten Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Kragten. Het is tevens verboden informatie en kennis verwerkt in dit rapport ter beschikking te stellen aan derden of op andere wijze toe te passen dan waaraan in de overeenkomst toestemming wordt verleend.

-+V0PC+-

INHOUDSOPGAVE 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.5.1 2.5.1.1 2.5.1.2

Inleiding .............................................................................................................................................................................5 Wettelijk kader ....................................................................................................................................................................5 Inventarisatie lokale buisleidingen ..........................................................................................................................................5 Plaatsgebonden risico ...........................................................................................................................................................6 Berekening hoogte groepsrisico .............................................................................................................................................6 Berekening groepsrisico buisleiding Z-544-01-deel-1.................................................................................................................7 Huidige situatie ...................................................................................................................................................................7 Toekomstige situatie

............................................................................................................................................................8

BIJLAGEN

3

1

INLEIDING In opdracht van BRO is een onderzoek uitgevoerd naar de externe veiligheidsrisico’s van het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen ten behoeve van een plan aan de Kastellaan 6 te Sint-Oedenrode in de gemeente Meierijstad. Het plan omvat de realisatie van een appartementengebouw met 26 appartementen op de locatie van het voormalig Fioretti College. Het plan past niet binnen de vigerende bestemming, waardoor een ruimtelijke procedure doorlopen dient te worden. Het plangebied ligt in de nabijheid van een hogedruk aardgasleiding. Onderzocht is of de buisleiding een belemmering vormt voor de planvorming. Tevens is bepaald welke effecten het plan heeft op de hoogte van het groepsrisico van de betreffende buisleiding. De berekeningen hebben overeenkomstig de voorschriften plaatsgevonden met het rekenprogramma CAROLA. In afbeelding 1 is de globale ligging van het plangebied en de buisleiding weergegeven.

Afbeelding 1

Globale ligging plangebied ten opzichte van leiding (bron: signaleringskaart)

4

2

BUISLEIDINGEN

2.1

Inleiding Bij de realisatie van (beperkt) kwetsbare objecten dient rekening te worden gehouden met het vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen waarvoor bepaalde aan te houden risico-afstanden gelden. Deze afstanden zijn onder andere afhankelijk van de aard van de stof, de druk waaronder deze wordt getransporteerd en de diepteligging, de diameter en wanddikte van de buisleiding. Ten aanzien van de externe veiligheid gaat het met name om de risico’s in het geval er iets fout gaat met een hogedruk aardgastransportleiding.

2.2

Wettelijk kader Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) zijn op 1 januari 2011 in werking getreden. Het Bevb regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen. De normstelling is in lijn met het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Het begrip risico wordt in beeld gebracht door middel van twee begrippen: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op een plaats langs een buisleiding verblijft, komt te overlijden als gevolg van een incident met het transport van gevaarlijke stoffen door die buisleiding. De hoogte van het GR representeert de kans per jaar per kilometer buisleiding dat een groep van 10 of meer personen in de omgeving van de buisleiding in één keer het dodelijk slachtoffer wordt van een ongeval met die buisleiding. Voor hogedruk aardgasleidingen is sinds 1 mei 2010 het rekenpakket CAROLA beschikbaar voor het berekenen van de externe veiligheidsrisico's van ondergrondse hogedruk aardgastransportleidingen. CAROLA staat voor: Computer Applicatie voor Risicoberekeningen aan Ondergrondse Leidingen met Aardgas. Het rekenpakket is gebaseerd op een rekenmethodiek die is ontwikkeld door Gasunie en het RIVM.

2.3

Inventarisatie lokale buisleidingen Door de gemeente Meierijstad zijn de leidingdata binnen het inventarisatiegebied rondom het plan opgevraagd bij de leidingbeheerder Gasunie. De beschikbaar gestelde leidinggegevens kunnen in het rekenprogramma CAROLA worden ingelezen om invloedsgebieden inzichtelijk te maken waarbinnen de hoogte van het groepsrisico bepaald dient te worden. In afbeelding 2 is het daadwerkelijke invloedsgebied, zoals bepaald met het programma CAROLA, weergegeven.

5

Afbeelding 2

Uitsnede CAROLA invloedsgebied buisleiding Z-544-01-deel-1

Het plangebied is gelegen binnen de 1%-letaliteitsafstand en binnen de 100% letaliteitsafstand voor externe veiligheid van de buisleiding Z-544-01-deel-1, zodat de invloed van het plan op de hoogte van het groepsrisico voor deze buisleiding is bepaald.

2.4

Plaatsgebonden risico Uit de berekening met behulp van het programma CAROLA blijkt dat voor buisleiding Z-544-01-deel-1 ter hoogte van het plangebied geen sprake is van een PR 10-6-risicocontour (zie bijlage B1). Het plangebied is derhalve niet gelegen binnen een plaatsgebonden 10-6-risicocontour van een buisleiding.

2.5

Berekening hoogte groepsrisico Omdat het plangebied is gelegen binnen de 1% letaliteitsafstand van de genoemde buisleiding, is met behulp van het programma CAROLA de hoogte van het groepsrisico inzichtelijk gemaakt. De berekeningen zijn uitgevoerd voor zowel de huidige als voor de toekomstige situatie. De populatie in de omgeving van het plangebied is gebaseerd op de populatieservice. Ook de populatie binnen het plangebied in de huidige situatie is gebaseerd op de populatieservice. Het voormalige college is eind 2019 gesloopt. Uit de populatieservice volgt dan ook dat in de huidige situatie wordt uitgegaan van de afwezigheid van personen. In de toekomstige situatie worden binnen het plangebied 26 appartementen gerealiseerd. De appartementen zijn bedoeld voor 1- en 2-persoons huishoudens. Voor de berekening is (worst-case) het kental van 2,4 personen per woning met een aanwezigheid van 50% in de dagperiode en 100% in de nachtperiode gehanteerd. In de toekomstige situatie is derhalve sprake van een aanwezigheid van 31,2 personen in de dagperiode en 62,4 in de nachtperiode.

6

2.5.1

Berekening groepsrisico buisleiding Z-544-01-deel-1

2.5.1.1

Huidige situatie In afbeelding 3 is de groepsrisico-screening voor buisleiding Z-544-01-deel-1 opgenomen voor de huidige situatie. De maximale overschrijdingsfactor ter hoogte van het plangebied in de huidige situatie is gelijk aan 0,141532 en correspondeert met die kilometer leiding die is gevisualiseerd in afbeelding 4.

Afbeelding 3

Groepsrisico screening Z-544-01-deel-1 huidige situatie ter hoogte van het plangebied

De maximale overschrijdingsfactor van deze kilometer wordt gevonden bij 140 slachtoffers en een frequentie van 7,22E-08.

Afbeelding 4

Kilometer leiding ter hoogte van plangebied (in groen weergegeven)

In afbeelding 5 is de fN-curve voor de hoogte van het groepsrisico van buisleiding Z-544-01-deel-1 van het traject ter hoogte van het plangebied in de huidige situatie weergegeven.

7

Afbeelding 5

fN-curve buisleiding Z-544-01-deel-1, huidige situatie

Uit de bovenstaande fN-curve blijkt dat de hoogte van het groepsrisico in de huidige situatie de oriëntatiewaarde niet overschrijdt maar wel hoger is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde.

2.5.1.2

Toekomstige situatie Voor de toekomstige situatie is uitgegaan van de personenaantallen, zoals omschreven in paragraaf 2.5 In afbeelding 6 is de groepsrisicoscreening voor buisleiding Z-544-01-deel-1opgenomen voor deze toekomstige situatie. De maximale overschrijdingsfactor ter hoogte van het plangebied is gelijk aan 0,143157.

Afbeelding 6

Groepsrisico screening Z-544-01-deel-1, toekomstige situatie

De maximale overschrijdingsfactor van deze kilometer wordt in de toekomstige situatie gevonden bij 172 slachtoffers en een frequentie van 4,84E-08. In afbeelding 7 is de fN-curve voor de hoogte van het groepsrisico van buisleiding Z-544-01-deel-1 voor de toekomstige situatie weergegeven.

Afbeelding 7

fN-curve buisleiding Z544--01-deel-1, toekomstige situatie

Uit de berekeningen blijkt dat de hoogte van het groepsrisico als gevolg van de planontwikkeling toeneemt (<10%). Echter, ook in de toekomstige situatie wordt de oriëntatiewaarde niet overschreden.

8

3

CONCLUSIE In opdracht van BRO is een onderzoek uitgevoerd naar de externe veiligheidsrisico’s van het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen ten behoeve van een plan aan de Kastellaan 6 te Sint-Oedenrode in de gemeente Meierijstad. Het plan omvat de realisatie van een appartementengebouw met 26 appartementen op de locatie van het voormalig Fioretti College. Het plan past niet binnen de vigerende bestemming, waardoor een ruimtelijke procedure doorlopen dient te worden. Onderzocht is of de nabijgelegen buisleiding een belemmering vormt voor de planontwikkeling. Tevens is bepaald welke effecten de plannen hebben op de hoogte van het groepsrisico van de betreffende buisleiding. De berekeningen hebben overeenkomstig de voorschriften plaatsgevonden met het rekenprogramma CAROLA. Uit de berekening volgt dat het plangebied niet is gelegen binnen een plaatsgebonden 10-6-risicocontour van een buisleiding. Het plangebied ligt wel binnen de 1%-letaliteitsafstand en binnen de 100% letaliteitsafstand voor externe veiligheid van de buisleiding Z-544-01-deel-1, waardoor de invloed van het plan op de hoogte van het groepsrisico voor deze buisleiding is bepaald. Voor deze buisleiding is de hoogte van het groepsrisico zowel vóór als ná planrealisatie berekend.

Uit deze berekeningen blijkt dat zowel in de huidige als in de toekomstige situatie de oriëntatiewaarde van de buisleiding niet wordt overschreden. Het groepsrisico is wel hoger dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde. De planrealisatie leidt tot een rekenkundige toename (<10%) van de hoogte van het groepsrisico voor buisleiding Z-544-01-deel-1. In artikel 12 lid 3 van het Besluit externe veiligheid buisleidingen juncto artikel 8 van de Regeling externe veiligheid buisleidingen is opgenomen wanneer sprake is van het verantwoorden van het groepsrisico. In onderhavige situatie is sprake van een beperkte verantwoording voor de betreffende buisleiding. Voor een verantwoording van het groepsrisico moet door het bevoegd gezag advies worden gevraagd bij de regionale brandweer/Veiligheidsregio.

9

BIJLAGEN

B1-1

B1 REKENRESULTATEN CAROLA – HUIDIGE SITUATIE

B1-2

Kwantitatieve Risicoanalyse Kasteellaan 6 Sint Oedenrode Huidige situatie

Inhoud 1 Inleiding ................................................................................................................. 3 2 Invoergegevens ....................................................................................................... 5 2.1 Interessegebied ................................................................................................ 5 2.2 Relevante leidingen ........................................................................................... 5 2.3 Populatie.......................................................................................................... 7 3 Plaatsgebonden risico ............................................................................................... 8 3.1 Figuur 3.1 Plaatsgebonden risico voor 7423_leiding-Z-544-01-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie .............................................................................................. 8 4 Groepsrisico screening .............................................................................................. 9 4.1 Figuur 4.1 Groepsrisico screening voor 7423_leiding-Z-544-01-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie .............................................................................................. 9 5 FN curves ..............................................................................................................

10 5.1 Figuur 5.1 FN curve voor 7423_leiding-Z-544-01-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 1810.00 en stationing 2810.00 ................ 10 6 Referenties ............................................................................................................ 11

Pagina 2 van 11

1 Inleiding In deze rapportage worden de gebruikte invoergegevens en de door CAROLA gegenereerde resultaten weergegeven. Deze gegevens vormen de basis voor een QRA-rapportage. Naast deze basisinvoergegevens en –resultaten wordt in de Handleiding Risicoberekeningen BevB aangegeven welke elementen ook in de QRA beschreven moeten worden. In onderstaand overzicht worden welke elementen beschreven moeten worden en of deze door CAROLA worden aangeleverd. Indien de elementen niet door CAROLA worden gegenereerd, moeten ze door de opsteller van de QRA-rapportage worden ingevuld. Het meest recente overzicht van de te beschrijven elementen wordt gegeven in de van kracht zijnde versie van de Handleiding Risicoberekeningen Bevb. In CAROLA berekeningen wordt gebruik gemaakt van de parameters conform de Handleiding Risicoberekeningen Bevb [1]. Achtergrondinformatie over de berekeningen kan worden gevonden in [2, 3, 4, 5].

Pagina 3 van 11

Overzicht van de elementen die in een QRA gerapporteerd moeten worden. Onderwerp

1

2

3

Algemene rapportgegevens Administratieve gegevens:  naam en adres van de leidingexploitant(en) (volgens Bevb)  naam en adres van de opsteller van de QRA Reden opstellen QRA Gevolgde methodiek  rekenpakket met versienummer  parameterbestand met versienummer Peildatum QRA  datum van de berekening  datum van aanmaak van de buisleidinggegevens Algemene beschrijving van de buisleiding(en) Gegevens buisleiding  naam buisleiding  diameter  druk  eventuele mitigerende maatregelen Ligging van de leiding, aan de hand van kaart(en) op schaal.  leiding  noordpijl en schaalindicatie Beschrijving omgeving Omgevingsbebouwing en gebiedsfuncties

Vertrouwelijk/

Aangeleverd

Openbaar

door CAROLA

Openbaar

Deels

Openbaar Openbaar

Nee Nee Ja

Openbaar Ja Nee Openbaar Ja Ja Ja Ja Openbaar

Openbaar

bestemmingsplannen al dan niet gedeeltelijk binnen de PR 10-6-contour en het invloedsgebied Actuele topografische kaart

4

Een beschrijving van de bevolking rond de buisleiding, onder opgave van de wijze waarop deze beschrijving tot stand is gekomen (o.a. incidentele bebouwing, lintbebouwing) Mogelijke gevaren van buiten de buisleiding die op de buisleiding effect kunnen hebben (risicoverhogende objecten, buurbedrijven/ activiteiten, vliegroutes, windturbines) Gebruikt weerstation Beschrijving per leiding van mogelijke risico’s voor de omgeving Samenvattend overzicht van de resultaten van de QRA, waarin tenminste is opgenomen: Kaart met het berekende plaatsgebonden risico, met contouren voor 10-4, 10-5, 10-6, 10-7 en 10-8 (indien aanwezig) FN-curve, voor zowel huidige als toekomstige situatie, met het groepsrisico voor de kilometer buisleiding met de grootste overschrijding van de oriënterende waarde. Op de horizontale as van de grafiek met de FN-curve wordt het aantal dodelijke slachtoffers uitgezet, op de verticale as de cumulatieve kans tot 10-9 per jaar FN-datapunt waarbij de maximale overschrijding van de oriëntatiewaarde optreedt, inclusief de factor van de overschrijding Grafiek met de screening van het groepsrisico Beschrijving of er kwetsbare bestemmingen en/of beperkt kwetsbare bestemmingen binnen de PR contour van 10-6 per jaar zijn Voorgestelde preventieve en repressieve maatregelen die in de QRA zijn meegenomen

Ja Ja

Ja indien ingevoerd Openbaar Openbaar

Ja indien ingevoerd Nee

Openbaar

Nee

Openbaar

Ja

Openbaar

Ja

Openbaar

Ja

Openbaar

Ja

Openbaar

Ja

Openbaar Openbaar

Ja Nee

Openbaar

Ja

Pagina 4 van 11

2 Invoergegevens De risicoberekeningen die in dit rapport zijn beschreven zijn uitgevoerd met CAROLA versie 1.0.0.52. De gehanteerde parameterfile heeft versienummer 1.3. De berekeningen zijn uitgevoerd op 09-07-2021. Dit project is opgeslagen onder de naam P:\prj100\BRO\108\2_Werk\Onderzoek\Externe veiligheid\1_ Carola\Kasteellaan 6 Sint-Oedenrode.crp en is laatstelijk bijgewerkt op 28-062021. Voor de berekeningen is gebruik gemaakt van de meteorologische gegevens van het weerstation Eindhoven. De gebruikte ruwheidslengte is 0,1 meter. In dit hoofdstuk worden de verschillende invoergegevens nader gespecificeerd in de navolgende secties. 2.1 Interessegebied Het interessegebied is weergegeven in figuur 2.1 Figuur 2.1 Interessegebied voor de uitgevoerde risicoberekeningen

2.2 Relevante leidingen Op basis van het gespecificeerde interessegebied zijn de volgende aardgastransportleidingen meegenomen. Eigenaar

Leidingnaam

Diameter [mm]

Druk [bar]

Datum aanleveren

N.V. Nederlandse

7423_leidingZ-544-01-

368.00

40.00

06-07-2021

Gasunie

deel-1

gegevens

Pagina 5 van 11

De exploitant specifieke factoren voor casuïstiek (cluster 1b), actief rappel (cluster 1C) en mitigerende maatregelen corrosie staan beschreven in Tabel 11 van Module B van de Handleiding Risicoberekeningen Bevb [1]. De leidingen zijn gevisualiseerd in figuur 2.2. Figuur 2.2 Buisleidingen aanwezig in de omgeving van het interessegebied

Leidingen meegenomen in de risicoberekeningen Leidingen waarvoor de houdbaarheidsdatum van de gegevens verstreken is Voor de in bovenstaande tabel opgenomen leidingen zijn geen risico mitigerende maatregelen verdisconteerd in de bijbehorende risicoberekeningen.

Pagina 6 van 11

2.3 Populatie De ingevoerde populatie is weergegeven in figuur 2.3 Figuur 2.3 Bevolking meegenomen in de risicoberekeningen

Populatietype

Polygoonpunten

Populatiepolygoon

Wonen Werken Evenement Populatiepolygonen Label

Type

Aantal

Dichtheid

Vervangmodus

Percentage Personen

Populatiebestanden Pad

Type

Aantal

populatieservice\bijeen_sport_cel_zkh-dag100-

Wonen

3659

nacht80.txt

Percentage Personen 100/ 80/ 7/ 1/ 100/ 100

populatieservice\industrie-dag100-nacht30.txt

Werken

105

populatieservice\kantoor_kliniek_onderwijs_winkel-

Werken

2272

Wonen

2788

100/ 30/ 7/ 1/ 100/ 100

dag100-nacht0.txt populatieservice\wonend_vakantiehuis-dag50nacht100.txt

Pagina 7 van 11

3 Plaatsgebonden risico Voor de in voorgaande hoofdstuk genoemde leidingen is het plaatsgebonden risico bepaald. Voor elk van de leidingen wordt het plaatsgebonden risico weergegeven als iso-risicocontouren op een achtergrondkaart. 3.1 Figuur 3.1 Plaatsgebonden risico voor 7423_leiding-Z-544-01-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie

1E-4 1E-5 1E-6 1E-7 1E-8

Pagina 8 van 11

4 Groepsrisico screening Om in één oogopslag een indruk te krijgen van het groepsrisico wordt het groepsrisico gescreend alvorens voor specifieke segmenten FN-curves te visualiseren. Voor elk van de leidingen wordt per stationing de overschrijdingsfactor van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico weergegeven. Deze is berekend door rondom elk punt op de leiding één kilometer segment te kiezen die gecentreerd ligt ten opzichte van dit punt. Voor deze kilometer leiding is een FN-curve berekend en voor deze FN-curve de overschrijdingsfactor. De overschrijdingsfactor is de verhouding tussen de FN-curve en de oriëntatiewaarde. Daarmee is de overschrijdingsfactor een maat die aangeeft in hoeverre de oriëntatiewaarde wordt genaderd of overschreden. Een overschrijdingsfactor kleiner dan 1 geeft aan dat de FNcurve onder de oriëntatiewaarde blijft. Bij een waarde van 1 zal de FN-curve de oriëntatiewaarde raken. Bij een waarde groter dan 1 wordt de oriëntatiewaarde overschreden. 4.1 Figuur 4.1 Groepsrisico screening voor 7423_leiding-Z-544-01-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie

De maximale overschrijdingsfactor van deze kilometer leiding wordt gevonden bij 140 slachtoffers en een frequentie van 7.22E-008. De maximale overschrijdingsfactor voor dit tracé is gelijk aan 0.142 en correspondeert met die kilometer leiding die gekarakteriseerd wordt door stationing 1810.00 en stationing 2810.00. Voor deze kilometer leiding is de FN-curve opgenomen in het volgende hoofdstuk. De betreffende kilometer leiding is gevisualiseerd in figuur 4.1 Figuur 4.1 Kilometer leiding behorende bij de maximale overschrijding van de FNcurve voor 7423_leiding-Z-544-01-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie

Pagina 9 van 11

5 FN curves Voor elk van de eerder genoemde leidingen is het groepsrisico berekend. Een samenvatting van de resultaten hiervan is gegeven in het voorgaande hoofdstuk; in dit hoofdstuk wordt voor elk van de leidingen de daadwerkelijke FN-curve gegeven van de (in termen van groepsrisico) “slechtste” kilometer van het betreffende tracé. 5.1 Figuur 5.1 FN curve voor 7423_leiding-Z-544-01-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 1810.00 en stationing 2810.00

Pagina 10 van 11

6 Referenties [1]

Handleiding Risicoberekeningen Bevb. Versie 1.0. 20 december 2010.

[2]

Risicomethodiek aardgastransportleidingen. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Brief 390/06 CEV Lah/pbz-1191. 6 november 2006.

[3]

Risicomethodiek aardgastransportleidingen. Ministerie van VROM. Brief 2006.334302. 7 december 2006.

[4]

Laheij GMH, Vliet AAC van, Kooi ES. Achtergronden bij de vervanging van zoneringafstanden hogedruk aardgastransportleidingen van de N.V. Nederlandse Gasunie. Rijksinstituut 620121001/2008. 2008.

[5]

voor

Volksgezondheid

en

Milieu.

RIVM-rapport

M. Gielisse, M.T. Dröge, G.R. Kuik. Risicoanalyse aardgastransportleidingen. N.V. Nederlandse Gasunie. DEI 2008.R.0939. 2008.

Pagina 11 van 11

B2 REKENRESULTATEN CAROLA – TOEKOMSTIGE SITUATIE

B2-3

Kwantitatieve Risicoanalyse Kasteellaan 6 Sint Oedenrode Toekomstige situatie

Inhoud 1 Inleiding ................................................................................................................. 3 2 Invoergegevens ....................................................................................................... 5 2.1 Interessegebied ................................................................................................ 5 2.2 Relevante leidingen ........................................................................................... 5 2.3 Populatie.......................................................................................................... 7 3 Plaatsgebonden risico ............................................................................................... 8 3.1 Figuur 3.1 Plaatsgebonden risico voor 7423_leiding-Z-544-01-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie .............................................................................................. 8 4 Groepsrisico screening .............................................................................................. 9 4.1 Figuur 4.1 Groepsrisico screening voor 7423_leiding-Z-544-01-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie ..............................................................................................

9 5 FN curves ...............................................................................................................10 5.1 Figuur 5.1 FN curve voor 7423_leiding-Z-544-01-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 1800.00 en stationing 2800.00 .................10 6 Referenties .............................................................................................................11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=c7f34378-3e47-4b2d-9a3e-69a34f86636a