Bijlagenboek BP Dorpshart Eerde
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Dorpshart Eerde Bijlagenboek
Bezoekadres Stadhuisplein 1 5461 KN Veghel Postadres Postbus 10.001 5460 DA Veghel T: 14 0413 E: info@meierijstad.nl W: www.meierijstad.nl IBANnr: NL31 RABO 0171 5811 48
Bijlagen bij toelichting Betreffende
Dorpshart Eerde
Planstatus
vastgesteld02
Projectnummer
NL.IMRO.1948.EER001BP0012020P-VG02
Datum
13 september 2023
Inhoudsopgave Bijlagen bij toelichting
5
Bijlage 1
Regiekaart
6
Bijlage 2
Ladderonderbouwing
8
Bijlage 3
Aanmeldingsnotitie m.e.r.
18
Bijlage 4
Akoestisch onderzoek Industrielawaai
31
Bijlage 5
Verkennend bodemonderzoek
106
Bijlage 6
Infiltratieonderzoek en waterparagraaf
190
Bijlage 7
Quickscan Flora en Fauna
222
Bijlage 8
Boom Effect Analyse
234
Bijlage 9
Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (Archeologie)
249
Bijlage 10
Selectieadvies archeologische monumentenzorg
294
Bijlage 11
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
298
Bijlage 12
Aanvullende onderzoeken akostisch onderzoek wegverkeerslawaai
340
Bijlage 13
Parkeerbalans
349
Bijlage 14
Stikstofonderzoek
358
Bijlage 15
Externe veiligheid buisleidingen
376
Bijlage 16
Advies Veiligheidsregio
432
Bijlage 17
Notitie zienswijzen en ambtelijke wijzingen
436
Bijlage 18
Aanwijzigingsbesluit gemeentelijk monument
526
Bijlage 19
Redengevende beschrijving monument
535
Bijlage 20
Advies Monumenten en Welstand
556
NL.IMRO.1948.EER001BP0012020P-VG02
Pagina: 3 van 559
Datum:13-09-2023
Bijlagen bij toelichting
NL.IMRO.1948.EER001BP0012020P-VG02
Pagina: 5 van 559
Datum:13-09-2023
Bijlage 1 Regiekaart
NL.IMRO.1948.EER001BP0012020P-VG02
Pagina: 6 van 559
Datum:13-09-2023
Parkeren
Kwalitatieve invulling ‘parkwand’ nadere studie en uitwerking’
Monumentale rode beuk
Begraafplaats
Groen (herinrichten als parkzone)
14m
Monumentale rode beuk
Buitenruimte school
Verklaring Kiosk
Gemengd - zonder bouwvlak
Toegestane functies:
Gemengd - met bouwvlak
- Wonen; - Maatschappelijk.
Gemengd - uitsluitend wonen
Max. aantal woningen: 16 woningen
Gemengd - uitsluitend maatschappelijk op B.G.
+9 woningen middels afwijkingsbevoegdheid
‘Pastorie’ appartementen
KDV / PS / school i.c.m. appartementen
Kapel
(bestaand)
Buitenruimte KDV / PS
School i.c.m. appartementen
Niet gemarkeerde bomen behouden indien mogelijk
Waterput (bestaand)
Verkeer en parkeren (herinrichting)
Groen Verkeer en parkeren Kroonprojectie Stabiliteitskluit Herinrichten als dorpsplein Inrichten als parkeerplaats
Herinrichten als dorpsplein i.c.m. parkeren en kiss&ride school (zie visie ‘Hart van Eerde’, d.d.10-7-2019)
Postbus 4 5280 AA Boxtel
Regiekaart Dorpshart Eerde Gemeente Meierijstad
Bosscheweg 107 Boxtel www.bro.nl info@bro.nl telefoon +31 (0)411 85 04 00 fax +31 (0)411 85 04 01
datum: 21-10-2020
schaal: 1:500
getekend: GvdS
formaat: A2
tekening nr.: -
project nr.: P02535
Bijlage 2 Ladderonderbouwing
NL.IMRO.1948.EER001BP0012020P-VG02
Pagina: 8 van 559
Datum:13-09-2023
Advies
advies
Ladder voor duurzame verstedelijking, appartementen Eerde
project Ladder voor duurzame verstedelijking, appartementen Eerde datum 26 februari 2021 opdrachtgever Stichting Heilige Antonius Abt Kerk (SHAAK) projectnummer P02535 opgesteld door LVe, FS i.a.a. MvD
BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl www.bro.nl
Ladder Duurzame Verstedelijking Aanleiding Stichting Heilige Antonius AbtKerk (SHAAK) is voornemens maximaal 25 appartementen te realiseren in een deel van het gemeentelijke monument de Antonius Abtkerk en in nieuwbouw. De ontwikkeling voorziet tevens in een school en kinderopvang. Stichting Heilige Antonius Abt Kerk (SHAAK) is voornemens om een deel van de Antonius Abtkerk te herontwikkelen en nieuwbouw te realiseren betreffende appartementen (woonfunctie), een school en kinderopvang (beide maatschappelijke functies). De kapel van de kerk blijft in gebruik voor gelovigen. De school wordt deels in de kerk en deels in de aanbouw aan de kerk gerealiseerd. Een nieuw appartementengebouw biedt ruimte voor 4 à 5 appartementen. Op de eerste verdieping van de aanbouw komen 7 appartementen met mogelijkheid tot omzetting naar schoollokalen. Op de begane grond wordt 1 appartement voorzien en kunnen het kinderdagverblijf en 5 klaslokalen worden omgezet naar 6 appartementen bij vraaguitval. In het kerkgebouw zijn 3 appartementen voorzien. Wanneer bij uitvallende vraag de kapel niet meer gebruikt wordt kan deze worden getransformeerd naar 3 appartementen. In totaal worden er maximaal 25 appartementen toegevoegd. De beoogde ontwikkeling van 25 appartementen is niet toegestaan op basis van het vigerende bestemmingsplan.
Op de locatie is wel reeds een bouwvlak aanwezig met onbenutte plancapaciteit voor maatschappelijke functies. De ontwikkeling van maatschappelijke functies (ca. 415 m 2) wordt hiermee mogelijk gemaakt, waardoor uitsluitend een ladderonderbouwing voor het onderdeel wonen noodzakelijk is.
Om de ontwikkeling formeel mogelijk te maken is een wijziging van het bestemmingsplan noodzakelijk. In art 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is vastgelegd dat de toelichting bij een bestemmingsplan of projectafwijking moet voldoen aan de systematiek van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking (hierna: ‘ladder’). De ladder is een wettelijk verplicht motiveringsinstrument waaraan iedere ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’(art 1.1.1 Bro) moet worden getoetst.
Per 1 juli 2017 luidt het tweede lid van art. 3.1.6. als volgt: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.”
In de nieuwe bestemmingsregeling wordt de enkelbestemming “maatschappelijk” omgezet naar “gemengd”, waardoor meerde functies mogelijk worden gemaakt en bovendien uitwisselbaar zijn. Door de omvang van het initiatief dient het te worden beschouwd als een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. Bij het opstellen van de bestemmingsregeling is het uitgangspunt dat niet méér dan 25 appartementen zullen worden mogelijk gemaakt. Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten.
1
Advies Ladder voor duurzame verstedelijking, appartementen Eerde
Planinitiatief Het initiatief betreft de ontwikkeling van maximaal 25 appartementen die deels worden gerealiseerd in de Antonius Abtkerk en deels in nieuwbouw. De appartementen hebben een omvang variërend van 40m², 50 m², 75 m² en 100 m². De kleine appartementen worden verhuurd, de appartementen met een grotere omvang zijn koopwoningen. De woningen zijn bestemd voor een- en tweepersoonshuishoudens, voornamelijk starters en senioren. Het precieze segment is vooralsnog niet bekend, maar gelet op omvang wordt aangenomen dat het goedkope tot middeldure huur en koop betreft. De verdeling van appartementen is als volgt: Locatie Nieuw appartementsgebouw
Aantal
Doelgroep
Max 5
Kleine huishoudens Starters Senioren
onderzocht binnen het verzorgingsgebied. Ook wordt er een afweging gemaakt ten aanzien van de ligging binnen of buiten het bestaand stedelijk gebied. Bovendien worden door middel van het onderzoek de te verwachten effecten van de beoogde ontwikkeling in beeld gebracht. Met de resultaten van het onderzoek is de Ladder voor Duurzame Verstedelijking doorlopen. Voor het bepalen van de behoefte en het duurzaam ruimtegebruik is onder andere gekeken naar: CBS Statline; Primos, ABF Research; Monitor bevolking en wonen Noord-Brabant; Brabantse Agenda Wonen (2017); Woonwensenonderzoe Regio Noordoost Brabant (2020; Wonen in Regionaal Perspectief (2018); Woonvisie Meierijstad (2018); Structuurvisie Veghel 2030 (2013).
e
Aanbouw 1 verdieping
Max 7
Aanbouw begane grond
Max 7
Kerkgebouw
Max 3
Kapel
Max 3
Conclusies Ladder voor Duurzame Verstedelijking
Totaal
Max 25
Sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling
Opzet onderzoek Voor het initiatief wordt onderzocht of en op welke manier de toevoeging van maximaal 25 appartementen te verantwoorden is vanuit de methodiek van de Ladder. De hoofdvraag van dit onderzoek luidt: Voorziet het initiatief in een (kwantitatieve en kwalitatieve) behoefte en is er sprake van duurzaam ruimtegebruik binnen het verzorgingsgebied? Het antwoord op de hoofdvraag wordt verkregen door middel van ruimtelijk-functioneel onderzoek, waarbij zowel de kwantitatieve als kwalitatieve behoefte aan de ontwikkeling wordt
vrijdag 26 februari 2021
gaat van maximaal 25 woningen, kan het initiatief gekwantificeerd worden als een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. Passend binnen behoefte van het ruimtelijk verzorgingsgebied Voor de onderbouwing van de kwantitatieve woonbehoefte is gekeken naar de relevante regio op basis van verhuisbewegingen. Daaruit blijkt dat de primaire regio de gemeente Meierijstad betreft (62% van de verhuisbewegingen). Als secundair gebied is tevens gekeken naar de regio Noordoost-Brabant (17% van de verhuisbewegingen). Het initiatief wordt passend geacht binnen de Ladder. Onderstaand volgt een beknopte toelichting. De volledige onderbouwing van de behoefte is opgenomen in de bijlage. Kwantitatieve behoefte
De beoogde ontwikkeling van maximaal 25 appartementen, betreft een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Dit blijkt uit de volgende gegevens: 1. Het plangebied heeft in het vigerende bestemmingsplan de enkelbestemming “maatschappelijk”, Op basis daarvan is wonen niet toegestaan en is een wijziging van de bestemming noodzakelijk. 2. Een stedelijke ontwikkeling is volgens het besluit ‘een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Het realiseren van 25 woningen valt onder deze definitie. 3. Vanaf 12 nieuwe woningen is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Aangezien het om de toevoeging
De boogde ontwikkeling van maximaal 25 woningen voorziet in een kwantitatieve behoefte en kan redelijkerwijs worden ingepast in de harde plancapaciteit. De bevolking en het aantal huishoudens in de gemeente Meierijstad en de regio Noordoost-Brabant nemen de komende jaren aanzienlijk toe. Het aantal huishoudens groeit daarbij meer dan het aantal inwoners, wat duidt op een toename van het aantal kleinere huishoudens (eenen tweepersoons). De gemeente Meierijstad onderstreept dat er de komende jaren sprake is van een aanzienlijke woningbehoefte en houdt daarom rekening met het hoge provinciale behoeftescenario. Wanneer de woningbehoefte, in de gemeente Meijerijstad wordt afgezet tegen de totale plancapaciteit blijkt dat deze voldoende toereikend is om invulling te geven aan de groeiende woningbehoefte tot 2030. Wanneer uitsluitend wordt gekeken naar de harde plancapaciteit is echter sprake van een aanzienlijke behoefte aan ruim
2
Advies Ladder voor duurzame verstedelijking, appartementen Eerde
1.781 woningen voor de hele gemeente. Dat betekent dat de komende jaren nog een groot aantal woningbouwinitiatieven nodig is om in de groeiende woningbehoefte te kunnen voorzien. Voor een deel kunnen deze worden ingevuld met plannen vanuit de zachte plancapaciteit, ook gezien de reeds gemaakte afspraken en mogelijkheden, maar voor een ander deel zijn nieuwe initiatieven in gemeente Meierijstad nodig, zo ook in de kern Eerde. Voor de regio Noordoost-Brabant geldt een vergelijkbaar beeld. De totale plancapaciteit is ruim voldoende om te voorzien in de behoefte tot 2030. De harde plancapaciteit is echter verre van toereikend. Gelet op de harde plancapaciteit is in de regio Noordoost-Brabant tot 2030 sprake van een behoefte aan ruim 9.500 woningen.
Kwalitatieve behoefte De beoogde ontwikkeling van maximaal 25 appartementen, kleinschalige tot middelgrote appartementen, zowel koop als huur en gericht op kleinschalige huishoudens, starters en senioren geeft invulling aan een kwalitatieve behoefte. Op regionaal niveau is er veel behoefte aan woningen in het middensegment, zowel huur als koop. Tevens is er een groeiende behoefte aan kleinere en betaalbare woonruimte voor kleinschalige huishoudens. Bovendien heeft het een meerwaarde dat woningen omgezet kunnen worden (flexibel concept). Op lokaal niveau wordt nadrukkelijk ingegaan op de behoefte door ouderen. Het aantal ouderen neemt toe en blijft bovendien langer thuis wonen (‘dubbele vergrijzing’). Bovendien is er behoefte aan kleinere woningen, zowel door een toename van ouderen en een- en tweepersoons huishoudens.
vrijdag 26 februari 2021
Ook neemt de behoefte aan betaalbare woningen toe, zeker voor starters op de woningmarkt, maar ook huishoudens met een middeninkomen. Tevens neemt de behoefte aan nieuwe, flexibele woonvormen en –concepten toe. Onder meer woonvormen die kunnen meebewegen met veranderingen op de woningmarkt door het gemak waarmee deze gesplitst, samengevoegd of uitgebreid kunnen worden zijn gewenst. Woonwensenonderzoek bevestigd de behoefte door starters en ouderen en een tekort aan zowel huur- als koopappartementen in de regio. Met name in landelijk gebied is de vraag naar betaalbare huurwoningen hoog (starters). Ouderen richten zich zowel op het goedkope als middeldure segment en hechten nadrukkelijk waarde aan levensloopbestendigheid van woningen (nultreden). De huidige samenstelling van de woningvoorraad in de gemeente Meierijstad en de kern Eerde, overwegend eengezins en koop, geeft onvoldoende invulling aan de huidige demografische ontwikkelingen en daaruit voortvloeiende kwalitatieve woningbehoefte.
Geen onaanvaardbare effecten Naar verwachting leidt de beoogde ontwikkeling niet tot onaanvaardbare (ruimtelijke effecten). Allereerst gaat het om een relatief kleinschalig project van maximaal 25 woningen, die deels bovendien worden gesitueerd in bestaand vastgoed. De ontwikkeling van maximaal 25 kleinschalige tot middelgrote appartementen, zowel koop als huur, en gericht op kleinschalige huishoudens, starters en ouderen voorziet bovendien in een behoefte, zowel kwantitatief als kwalitatief. Doordat de ontwikkeling gebruik maakt van de bestaande kerk wordt verloedering van het karakteristieke gebouw voorkomen. Een toename van bewoners, maar ook door de toevoeging van andere functies (school en kinderdagopvang) dragen bij aan reuring en de leefbaarheid in de directe omgeving.
Initiatief gesitueerd binnen bestaand stedelijk gebied De planlocatie is gelegen in de kern Eerde, binnen bestaand stedelijk gebied. Binnen het vigerend bestemmingsplan ‘Kom Eerde’ (vastgesteld op 22-07-2010) heeft de boogde locatie de enkelbestemming ‘maatschappelijk’. Dit biedt ruimte voor stedelijke functies. In artikel 1.1.1 onder h van het Besluit ruimtelijke ordening biedt een definitie van bestaand stedelijk gebied: ‘het bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. Gezien de specifieke ligging, de feitelijke situatie, het bestemmingsplan en de aard van de directe omgeving kan de planlocatie dus als bestaand stedelijk gebied aangemerkt worden. Op dit punt is daarom geen nadere motivering vereist.
Gevolgen corona nog niet te overzien Het coronavirus heeft een grote mondiale en nationale invloed. Voor de woningmarkt geldt dat de komende jaren in veel regio’s en gemeenten een huishoudensgroei wordt verwacht. Daarnaast kennen we een fors woningtekort in Nederland, vooral in en rond de steden. Hierdoor zal er de komende jaren vraag naar woningen blijven bestaan. Tegelijkertijd is de verwachting dat een deel van de huishoudens, vanwege alle onzekerheden over werkgelegenheid en inkomen, terughoudender worden ten aanzien van verhuizen. Als het coronavirus voor langere tijd aanhoudt, dan kan dat ook gevolgen hebben voor de waardeontwikkeling van de afgelopen jaren (die afzwakt) en de hypotheekrente (mogelijke stijging). Dit kan zorgen voor enige vraaguitval in de woningmarkt en heeft met name effect op regio’s waar de druk op de woningmarkt al minder groot is.
3
Advies Ladder voor duurzame verstedelijking, appartementen Eerde
Bijlage: Analyse woningbehoefte
B1.1 Kaderstellend beleid Provinciaal De Brabantse Agenda Wonen1 stelt dat het van provinciaal belang is dat regionale woningmarkten goed functioneren en dat wonen optimaal bijdraagt aan het versterken van de kwaliteiten van Brabant. Hiervoor zijn onder meer de volgende ambities opgesteld: Er worden voldoende woningen gebouwd. Er is een gevarieerd en aantrekkelijk aanbod van woningen en woonmilieus, dat aansluit op de vraag van de woonconsument, met aandacht voor nieuwe woonvormen. Er is oog voor verduurzaming en kwaliteitsverbetering van de bestaande woningvoorraad en woonomgeving. Het wonen draagt bij aan de omgevingskwaliteit van de leefomgeving. De mogelijkheden voor woningbouw op binnenstedelijke locaties en om woonruimte te realiseren in leegstaand vastgoed worden zo goed mogelijk benut. Het planaanbod voor woningbouw is realistisch en flexibel en het planaanbod wordt zoveel mogelijk regionaal afgewogen. Hiervoor zijn onder meer de volgende actielijnen en richtinggevende principes toegelicht: Inzetten op een vraaggericht, flexibel planaanbod met ruimte voor nieuwe woonvormen. Optimaal inzetten op binnenstedelijke locaties (inbreiden, herstructureren, transformeren) en op het herbestemmen van leegstaand en leegkomend kantoor- winkel- en ander vastgoed, met als uitgangspunt dat zorgvuldig ruimtegebruik voor zuinig ruimtegebruik gaat.
1
Provincie Noord-Brabant (2017), Brabantse Agenda Wonen
vrijdag 26 februari 2021
Er wordt ruim baan gegeven voor ‘goede woningbouwplannen’ binnen het bestaand stedelijk gebied van steden en dorpen: woningbouw op geschikte inbreidings-, herstructurerings- en transformatielocaties en in leegstaand vastgoed dat aansluit op een actuele vraag en snel in aanbouw kan worden genomen. Ontwikkelen van vraaggerichte woningbouwplannen die aansluiten op de behoefte van huishoudens en met oog voor nieuwe, flexibele en tijdelijke woonvormen en strategische toevoegingen aan de bestaande voorraad. Realisme en flexibiliteit in de regionale en gemeentelijke woningbouwplanning en –programmering.
Regionaal Aansluitend op de Brabantse Agenda Wonen heeft de regio Noordoost-Brabant West Wonen in Regionaal Perspectief2 opgesteld. De focus ligt op vier thema’s, namelijk sociale huur, middeldure huur, transformatie van leegstaand vastgoed en energietransitie. Per thema is een aantal acties geformuleerd: Sociale huur Kennisdeling en transparantie omtrent cijfers op het gebied van vraag, behoefte, aanbod en plannen. Onderzoeken hoe elke gemeente werkt aan goede slaagkansen: hoe worden deze berekend en verschilt deze manier van berekenen per gemeente? Wat zijn de slaagkansen van bepaalde doelgroepen per gemeente en verschillen deze? In beeld brengen welke toewijzingssystemen er zijn, wat de verschillen zijn en wat er nodig zou zijn voor een gezamenlijk systeem.
2
Noordoost-Brabant West (2018), Wonen in Regionaal Perspectief
Middeldure huursector (€ 737,14-€ 1.000, prijspeil 2020): Inventariseren van knelpunten die plannen voor middeldure huur in de weg staan. Zoeken naar mogelijkheden om gezamenlijk de realisatie van meer middeldure huurwoningen te bevorderen. Transformatie leegstaand vastgoed Inventarisatie van complexe(re) transformatieopgaven. Regionale afstemming om locaties optimaal te benutten. Energie transitie De energietransitie versnellen. Dit wordt gedaan door inwoners energiebewust te maken en zo in hun eigen leefomgeving met duurzaamheid aan de slag te gaan. Naast deze thema’s is er continu aandacht en ruimte om in kunnen spelen op actuele thema’s of concrete vraagstukken die zich voordoen en vragen om een regionale aanpak. Gemeentelijk De gemeente Meierijstad geeft met de Woonvisie richting aan gewenste ontwikkelingen op het gebied van wonen, waarbij voldoende flexibiliteit wordt gehouden om goed in te kunnen spelen op de veranderingen die komen3. De visie is onderverdeeld in vier thema’s: ‘dynamiek van de woningmarkt’, ‘wonen, welzijn en zorg’, ‘duurzaamheid’ en ‘leefbare en vitale kernen en wijken’. Door de dynamiek op de woningmarkt dient continue sprake te zijn van afstemming van de vraag naar passende woningen en moet rekening worden gehouden met de behoefte op de lange termijn onder wisselende omstandigheden.
Per thema zijn onder meer de volgende uitgangspunten geformuleerd: 3
Gemeente Meierijstad (2018), Woonvisie Meierijstad
4
Advies Ladder voor duurzame verstedelijking, appartementen Eerde
De dynamiek van de woningmarkt De aantrekkelijkheid van Meierijstad als woongemeente vergroten. In de periode 2018-2028 worden 3.940 woningen aan de woningvoorraad toegevoegd. De kern Veghel kent een extra woningbehoefte, deze bedraagt tot 2028 circa 900 extra woningen. Er is de nodige flexibiliteit in het woningbouwprogramma: niet meer dan 70% van de woningbouwplannen betreft harde en zachte plancapaciteit. De resterende 30% wordt gereserveerd voor toekomstige plannen die nadrukkelijk invulling geven aan een specifieke woningbehoefte. In de woningbouwprogrammering wordt gestreefd naar een verdeling die bestaat uit 25% sociale huur, 15% middeldure huur, 10% goedkope koop, 20% middeldure koop, 20% dure koop en 10% variabel in te zetten. Voor de verdeling naar type woning wordt gekeken naar de best mogelijke aansluiting bij de plaatselijke behoefte aan woningen per kern in relatie tot de kwantitatieve opgave per kern en de totale kwalitatieve opgave in Meierijstad. Er wordt gefocust op realisatie van plannen en er wordt voorkomen dat plannen die niet tot uitvoering komen andere plannen met meer realisatiekansen belemmeren. Er wordt prioriteit gegeven aan inbreidingsplannen boven uitbreidingsplannen. Wonen, welzijn en zorg: Meer ruimte bieden aan nieuwe woonvormen voor ouderen die willen doorstromen.
De doorstroming van ouderen naar meer geschikte woningen stimuleren.
4
Duurzaamheid Zo optimaal mogelijk gebruik maken van bestaande infrastructuur en vastgoed. In het thema ‘leefbare en vitale kernen en wijken’ wordt verder uiteengezet wat de kansen zijn voor leegstaand vastgoed. Leefbaarheid: een juiste balans tussen specifieke woonkwaliteit en een divers woningaanbod Er worden zoveel mogelijk kleinschalige woningbouwplannen toegevoegd ter versterking van de differentiatie en spreiding. Er wordt ingezet op inbreiding in bestaande kernen met aandacht voor kwaliteitsverbetering en zorgvuldig ruimtegebruik en behoudt van de kracht van de kern. Unieke woonconcepten zijn wenselijk voor vastgoed dat niet meer voor het oorspronkelijke doel wordt gebruikt, leegstaat of al gesloopt is. De nodige flexibiliteit, fasering en kleinschaligheid om wordt gehanteerd om maximaal in te kunnen spelen op de actuele wensen en behoeften. In de Structuurvisie Veghel 20304 geeft de gemeente aan zich te blijven richten op het versterken van de dorpse woonkwaliteiten. Dit houdt in dat er gevarieerde woonmilieus zijn die aansluiten op de veranderende woonwensen. Veghel wil meer vraag gestuurd ontwikkelen. De volgende zaken hebben daarbij voorrang, waarbij kwaliteitswinst altijd een vereiste is: Het aanvullen van linten en/of het versterken van identiteitsbepalende ruimtelijke structuren. Het versterken van de kwaliteiten van de dorpscentra.
Verbreding van het aanbod aan dorpse en landelijke woonmilieus.
Conclusie beleid De Brabantse Agenda Wonen stelt onder meer dat er voldoende woningen moeten worden gebouwd. Daarbij geldt dat er een gevarieerd en aantrekkelijk aanbod van woningen en woonmilieus is, dat aansluit op de vraag van de woonconsument, met aandacht voor nieuwe woonvormen. Leegstaand vastgoed dient zo goed mogelijk te worden benut. Bovendien wordt er ingezet op binnenstedelijke locaties. Beleidsmatig wordt door zowel de provincie als de gemeente Meierijstad ingezet op een grote diversiteit aan woningen en woonmilieus. Unieke woonconcepten zijn wenselijk voor vastgoed dat niet meer voor het oorspronkelijke doel wordt gebruikt, leegstaat of al gesloopt is. Er worden afspraken gemaakt om de slaagkansen van de diverse doelgroepen binnen de sociale huur te monitoren en om woningen betaalbaar te houden. Daarnaast wordt doorstroming gestimuleerd. Voor de verdeling van type woningen wordt gekeken naar de best mogelijke aansluiting bij de plaatselijke behoefte in relatie tot de kwantitatieve opgave per kern en de totale opgave in Meierijstad. Bovendien wordt gemeentelijk gestreefd naar gebruik van bestaand vastgoed. Initiatieven die gebruik maken van vastgoed dat niet meer voor het oorspronkelijke doel wordt gebruikt, leegstaat of al gesloopt is geven hier invulling aan.
Structuurvisie Veghel 2030 (2013).
vrijdag 26 februari 2021
5
Advies Ladder voor duurzame verstedelijking, appartementen Eerde
B1.1 Kwantitatieve woningbehoefte
Kwantitatieve behoefte
Ruimtelijk verzorgingsgebied
In deze paragraaf is de behoefte (vraagontwikkeling) van de gemeente Meierijstad en de regio Noordoost-Noord-Brabant in beeld gebracht. De kwantitatieve behoefte wordt bepaald door de woningvraag in de marktregio6. De vraagbehoefte is afgezet tegen het aanbod binnen de gemeente en regio om aan te kunnen geven of er nog ruimte is voor de ontwikkeling van extra woningen.
Het verzorgingsgebied is het gebied waarbinnen vraag en aanbod van woonruimte plaatsvindt, ook wel de woningmarkt. De woningmarktafbakening verschilt per initiatief en valt niet per definitie samen met een bestuurlijke regio. Een belangrijke indicator voor het functioneren van de regionale woningmarkt is het aantal verhuisbewegingen/migratiestromen binnen en naar de betreffende gemeente/woonplaats5. Verhuisbewegingen
Absoluut
Relatief
Binnen gemeente Meierijstad
4.595
62%
Regio Noordoost- Brabant
1.264
17%
Totaal
5.859
79%
Een blik op de verhuisbewegingen toont dat 62% van de verhuizingen plaatsvindt binnen de gemeente Meierijstad. Dit is bijna twee derde van alle verhuisbewegingen en daarmee wordt de eigen gemeente in dit onderzoek gezien als het primaire verzorgingsgebied. In de kwantitatieve en kwalitatieve analyse van de vraag wordt primair gekeken naar de eigen gemeente. De regio Noordoost-Brabant mag daarnaast niet worden genegeerd. Naast Meierijstad omvat deze regio de gemeenten Bernheze, Boekel, Boxmeer, Boxtel, Cuijk, Grave, Haaren, ’s-Hertogenbosch, Heusden, Landerd, Mill en Sint Hubert, Oss, Sint Anthonis, Sint-Michielsgestel, Uden en Vught. Circa 17% van de verhuisbewegingen naar Meierijstad komt uit de regio Noordoost-Brabant. Deze regio wordt daarmee gezien als het secundaire verzorgingsgebied. Beide verzorgingsgebieden samen zijn goed voor bijna 80% van alle verhuisbewegingen. 5
CBS Statline (2018), Verhuisbewegingen.
vrijdag 26 februari 2021
Bevolkings- en huishoudensprognose De gemeente Meierijstad telt ruim 81.000 inwoners. Het inwonertal neemt de komende jaren toe tot bijna 85.000 in 2030. Dit is een toename van 4,6%. In de regio NoordoostNoord-Brabant wonen ruim 663.500 inwoners. Dit aantal neemt de komen jaren toe tot ruim 695.000 In 2030. Dit is een toename van 4,5%.
gemiddelde omvang van huishoudens de komende jaren afneemt. Dit sluit aan bij de landelijke trends van individualisering en vergrijzing, waardoor het aantal een- en tweepersoonshuishoudens toeneemt. Kwantitatieve woningbehoefte Door de toename van de bevolking en een groeiend huishoudensaantal neemt de kwantitatieve behoefte aan woningen toe. Als afgeleide van de bevolkings- en huishoudensontwikkeling kan een raming worden gemaakt van de kwantitatieve woningbehoefte per gemeente. De provincie Noord-Brabant hanteert een laag en een hoog scenario. In het hoge scenario wordt rekening gehouden met een bestaand woningtekort dat in de loop van de prognoseperiode wordt weggewerkt. In het lage scenario wordt het huidige woningtekort als constant verondersteld. Woningbehoefte Laag
Inwoners
2020
2030
2020
2030
Verschil
Verschil
Gemeente Meierijstad
81.230
84.970
+ 4,6%
Noordoost-Brabant
663.540
695.040
+ 4,7%
Gelet op de huishoudensprognose laten zowel de gemeente Meierijstad als de regio Noordoost-Noord-Brabant een vergelijkbaar beeld zien. Huishoudens
2020
2030
Verschil
Gemeente Meierijstad
34.570
37.690
+ 9%
Noordoost-Brabant
290.580
316.410
+ 8,9%
Gemeente Meierijstad
34.544
37.005
2.461
Noordoost-Brabant
291.212
307.900
16.688
Woningbehoefte Hoog
2020
2030
Verschil
Gemeente Meierijstad
34.544
37.960
3.416
Noordoost-Brabant
291.212
314.650
23.438
Rekening houdend met het lage scenario bestaat er in de gemeente Meierijstad tot 2030 een woningbehoefte aan ruim 2.460 woningen. In het hoge scenario is sprake van een behoefte aan ruim 3.410 woningen.
Het aantal huishoudens neemt procentueel sterker toe dan de bevolking, zowel binnen de gemeente Meierijstad als binnen de regio Noordoost-Noord- Brabant. Dit duidt erop dat de 6
Behoefte wordt bepaald aan de hand van de Monitor Bevolking en Wonen Noord-Brabant (2017).
6
Advies Ladder voor duurzame verstedelijking, appartementen Eerde
Voor de regio Noordoost-Brabant is de behoefte in het lage en hoge scenario respectievelijk circa 17.000 en ruim 23.400 woningen. In de kern Eerde bestaat een woningbehoefte van 49 woningen7. Bovenstaande cijfers zijn op basis van een raming uit 2017. In 2018 is de Woonvisie7 door de gemeente Meierijstad opgesteld, waarin tot 2030 een behoorlijke toename van de kwantitatieve woningbehoefte wordt verwacht. De gemeente vindt het daarom reëel om in kwantitatieve zin in te zetten op het hoge woningbehoefte scenario. In het vervolg van deze onderbouwing wordt het hoge scenario dan ook als uitgangspunt genomen. Kwantitatief aanbod In onderstaande tabel is de meest actuele plancapaciteit weergegeven die door de provincie Noord-Brabant wordt bijgehouden8. Plancapaciteit9
Gemeente Meierijstad
Regio Noordoost-Brabant
Netto plancapaciteit Hard
1.635
13.875
Netto plancapaciteit Zacht
2.710
19.950
Netto plancapaciteit
4.345
33.835
Planologische ruimte
1.781
9.563
De totale plancapaciteit in de gemeente Meierijstad is 4.345 woningen. Dit is voldoende om invulling te geven aan de woningbehoefte in het hoge scenario. Een groot deel van de plannen heeft echter een zachte status (ontwerp of ideefase). Wanneer de woningbehoefte wordt afgezet tegen de harde plancapaciteit blijkt dat er nog ruimte is om 1.781 woningen toe te voegen (3.416 – 1.635). Daarnaast heeft de gemeente 7
Woonvisie Meierijstad (2018).
vrijdag 26 februari 2021
Meierijstad de ambitie om in de periode 2018-2028 3.940 woningen toe te voegen, terwijl er tot 2028 slechts 1.635 plannen een harde status hebben. De regio Noordoost-Brabant vertoont een vergelijkbaar beeld. De totale plancapaciteit is ruim voldoende om invulling te geven aan de huidige woningbehoefte. Echter, wanneer de woningbehoefte wordt afgezet tegen de harde plancapaciteit blijkt dat er planologische ruimte bestaat om ruim 9.560 woningen toe te voegen (23.438 – 13.875). Conclusie kwantitatieve behoefte
kunnen deze worden ingevuld met plannen vanuit de zachte plancapaciteit, ook gezien de reeds gemaakte afspraken en mogelijkheden, maar voor een ander deel zijn nieuwe initiatieven in gemeente Meierijstad nodig, zo ook in de kern Eerde, Voor de regio Noordoost-Brabant geldt een vergelijkbaar beeld. De totale plancapaciteit is ruim voldoende om te voorzien in de behoefte tot 2030. De harde plancapaciteit is echter verre van toereikend. Gelet op de harde plancapaciteit is in de regio Noordoost-Brabant tot 2030 sprake van een behoefte aan ruim 9.500 woningen.
De boogde ontwikkeling van maximaal 25 woningen voorziet in een kwantitatieve behoefte en kan redelijkerwijs worden ingepast in de harde plancapaciteit. De bevolking en het aantal huishoudens in de gemeente Meierijstad en de regio Noordoost-Brabant nemen de komende jaren aanzienlijk toe. Het aantal huishoudens groeit daarbij meer dan het aantal inwoners, wat duidt op een toename van het aantal kleinere huishoudens (een- en tweepersoons). De gemeente Meierijstad onderstreept dat er de komende jaren sprake is van een aanzienlijke woningbehoefte en houdt daarom rekening met het hoge provinciale behoeftescenario. Wanneer de woningbehoefte, in de gemeente Meijerijstad wordt afgezet tegen de totale plancapaciteit blijkt dat deze voldoende toereikend is om invulling te geven aan de groeiende woningbehoefte tot 2030. Wanneer uitsluitend wordt gekeken naar de harde plancapaciteit is echter sprake van een aanzienlijke behoefte aan ruim 1.781 woningen voor de hele gemeente. Dat betekent dat de komende jaren nog een groot aantal woningbouwinitiatieven nodig is om in de groeiende woningbehoefte te kunnen voorzien. Voor een deel 8
Provincie Noord-Brabant (2020) Planaanbod voor woningbouw, stand per 1 januari 2019.
9
Vanwege afronding kan de totale plancapaciteit afwijken.
7
Advies Ladder voor duurzame verstedelijking, appartementen Eerde
B1.3 Kwalitatieve behoefte Kwalitatieve behoefte In de Brabantse Agenda wordt nader ingegaan op demografische ontwikkelingen en de veranderende woningmarktomstandigheden. Dit heeft effecten op de kwalitatieve woningbehoefte ten aanzien van specifieke doelgroepen en segmenten10. De realisatie van woonruimte in het middensegment op de woningmarkt – betaalbare koop en middeldure huur – extra inspanningen blijven vragen. Er is nog steeds veel vraag naar het huursegment tussen de € 737,14 en € 1.000 euro per maand. Tevens is er groeiende behoefte aan kleinere betaalbare woonruimten voor kleinschalige huishoudens. Ter indicatie: de provincie houdt er rekening mee dat in 2040 circa 40% van de huishoudens eenpersoonshuishoudens betreft. Verder neemt ook de behoefte aan nieuwe, flexibele woonvormen en –concepten toe.
saldo zorgt dit er voor dat de behoefte aan kleinere woningen (voor een- en tweepersoons huishoudens aanzienlijk toeneemt. Verder is er een tekort aan betaalbare woningen. Dat geldt voornamelijk voor de doelgroep die is aangewezen op een sociale huurwoning, maar ook starters en huishoudens met een middeninkomen. Voor de komende 10 jaar is er behoefte aan 700 vrije sector huurwoningen in de gehele Meierijstad. Naast huurwoningen zijn er tevens meer koopwoningen nodig in het goedkope (< € 185.000) en middeldure segment (€185.000 tot €275.000). Daarnaast is de flexibiliteit van woningen van belang. Het gaat onder meer om woonvormen die kunnen meebewegen met veranderingen op de woningmarkt door het gemak waarmee deze gesplitst, samengevoegd of uitgebreid kunnen worden. Twee-onder-een-kappers en vrijstaande woningen hebben de laagste prioriteit, aangezien er daarvan al veel zijn in de kern.
Ook in de gemeentelijke woonvisie wordt nader ingegaan op demografische ontwikkelingen die resulteren in een veranderende woningbehoefte11. Het aantal ouderen (vergrijzing) neemt de komende jaren aanzienlijk toe. In veel plekken in Nederland is bovendien sprake van een zogenaamde ‘dubbele vergrijzing’. Behalve dat het aantal ouderen toeneemt, blijven ze ook langer zelfstandig thuiswonen. Dit resulteert in een enorme vraag naar woningen voor ouderen. Ook het aantal alleenstaanden neemt behoorlijk toe. Dit houdt enerzijds verband met vergrijzing, maar ook met toenemende individualisering in de samenleving. Per
In 2019 is in de regio Noordoost-Brabant een woonwensenonderzoek uitgevoerd12. In dit onderzoek is onder meer ingegaan op de doelgroepen starters en ouderen (65+). Uit het onderzoek komen onder meer onderstaande zaken naar voren: In de regio Noordoost-Brabant zijn circa 18.200 starters en 6.900 ouderen op zoek naar een woning. In de regio is een tekort aan zowel huur- als koopappartementen. De vraag naar deze woningen komt vooral van starters en ouderen. Met name in het landelijk gebied blijft de vraag naar betaalbare huurwoningen hoog. Starters willen het liefst kleine woningen. Ruim de helft van de starters is op zoek naar een huurwoning.
10
12
11
Provincie Noord-Brabant (2017), Brabantse Agenda Wonen Gemeente Veghel (2013), Structuurvisie Veghel 2030
vrijdag 26 februari 2021
Regio Noordoost-Brabant (2020), Woonwensenonderzoek 2019
65-plussers hebben overwegend belangstelling voor gestapelde woningen (appartementen). De voorkeur ligt bij huurappartementen, zowel goedkoop als middelduur. Ouderen die op zoek zijn naar een koopwoning zoeken vooral in het middeldure segment. Ouderen hechten nadrukkelijk waarden aan levensloopbestendigheid. Ze willen zo lang mogelijk thuis blijven wonen en zijn daarbij specifiek op zoek naar nultredenwoningen.
Kwalitatief aanbod De gemeente Meierijstad telt ruim 34.500 woningen13. De onderstaande tabel geeft een overzicht van de samenstelling van het woningaanbod. Gemeente Meierijstad
Kern Eerde
Eengezinswoningen
83%
94%
Meergezinswoningen
17%
6%
Koopwoningen
70%
82%
Huurwoningen corporatie
21%
10%
Huurwoningen particulier
9%
8%
Het woningaanbod in de gemeente Meierijstad bestaat voor ruim 80% uit eengezinswoningen, met name koopwoningen. Het aandeel eengezinswoningen en koopwoningen in Eerde is nog een stuk hoger. Deze verhoudingen zijn doorgaans passend in veel landelijk kernen. Tegelijkertijd sluit het (zeer) beperkte aandeel meergezinswoningen niet aan bij de huidige demografische ontwikkelingen en de kwalitatieve woningbehoefte die hieruit voortvloeit. Dit zelfde geldt ook voor het huursegment. Met name midden huur (doorgaans particulier) is slechts in beperkte mate aanwezig. 13
CBS Statline (2020), kerncijfers wijken en buurten
8
Advies Ladder voor duurzame verstedelijking, appartementen Eerde
Conclusie kwalitatieve behoefte De beoogde ontwikkeling van maximaal 25 appartementen, kleinschalige tot middelgrote appartementen, zowel koop als huur en gericht op kleinschalige huishoudens, starters en senioren geeft invulling aan een kwalitatieve behoefte.
De huidige samenstelling van de woningvoorraad in de gemeente Meierijstad en de kern Eerde, overwegend eengezins en koop, geeft onvoldoende invulling aan de huidige demografische ontwikkelingen en daaruit voortvloeiende kwalitatieve woningbehoefte.
Op regionaal niveau is er veel behoefte aan woningen in het middensegment, zowel huur als koop. Tevens is er een groeiende behoefte aan kleinere en betaalbare woonruimte voor kleinschalige huishoudens. Bovendien heeft het een meerwaarde dat woningen omgezet kunnen worden (flexibel concept). Op lokaal niveau wordt nadrukkelijk ingegaan op de behoefte door ouderen. Het aantal ouderen neemt toe en blijft bovendien langer thuis wonen (‘dubbele vergrijzing’). Bovendien is er behoefte aan kleinere woningen, zowel door een toename van ouderen en een- en tweepersoons huishoudens. Ook neemt de behoefte aan betaalbare woningen toe, zeker voor starters op de woningmarkt, maar ook huishoudens met een middeninkomen. Tevens neemt de behoefte aan nieuwe, flexibele woonvormen en –concepten toe. Onder meer woonvormen die kunnen meebewegen met veranderingen op de woningmarkt door het gemak waarmee deze gesplitst, samengevoegd of uitgebreid kunnen worden zijn gewenst. Woonwensenonderzoek bevestigd de behoefte door starters en ouderen en een tekort aan zowel huur- als koopappartementen in de regio. Met name in landelijk gebied is de vraag naar betaalbare huurwoningen hoog (starters). Ouderen richten zich zowel op het goedkope als middeldure segment en hechten nadrukkelijk waarde aan levensloopbestendigheid van woningen (nultreden).
vrijdag 26 februari 2021
9
Bijlage 3 Aanmeldingsnotitie m.e.r.
NL.IMRO.1948.EER001BP0012020P-VG02
Pagina: 18 van 559
Datum:13-09-2023
Aanmeldingsnotitie en vormvrije m.e.r.-beoordeling, Bestemmingsplan Dorpshart Eerde
Aanmeldingsnotitie en vormvrije m.e.r.-beoordeling, Bestemmingsplan Dorpshart Eerde
Rapportnummer:
P02535
Datum:
22 februari 2021
Projectteam BRO:
JR, MvDn
Bron foto kaft:
BRO, Abstract 4
BRO 5280 AA Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl
Inhoudsopgave
pagina
1. INLEIDING 1.1 Inleiding 1.2 Toetsing Besluit m.e.r. 1.3 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 1.4 Leeswijzer
2 2 2 3 3
2. EFFECTEN OP HET MILIEU 2.1 Inleiding 2.2 Kenmerken van het project 2.3 Plaats van het project 2.4 Kenmerk van het potentiële effect
4 4 4 7 8
3. VORMVRIJE M.E.R-BEOORDELING
9
Inhoudsopgave
1
1.
INLEIDING
1.1 Inleiding Initiatiefnemer is voornemens een deel van de bestaande H Antonius Abtkerk (gemeentelijk monument) te herbestemmen en om nieuwbouw te realiseren ten behoeve van een school, kinderopvang en appartementen. De kerk wordt opgedeeld in twee delen. De kapel van de kerk blijft in functie voor gelovigen. Het overige deel wordt ingericht als multifunctionele accommodatie met o.a. een aula die zowel door de school als voor andere functies kan worden gebruikt. In de kerk komen twee verdiepingen waar 3 appartementen worden gerealiseerd. De basisschool wordt deels in de kerk en deels in de nieuwe aanbouw aan de kerk gerealiseerd. In de nieuwbouw worden tevens 13 appartementen gerealiseerd, daarnaast is in het bestemmingsplan flexibiliteit ingebouwd waarmee de klaslokalen en het kinderdagverblijf en de kapel bij vraaguitval kunnen worden getransformeerd naar appartementen, middels een afwijkingsbevoegdheid in het bestemmingsplan. In totaal zijn er maximaal 25 appartementen mogelijk. Het plangebied is gelegen in de kern Eerde, gemeente Meierijstad en betreft de percelen die kadastraal bekend staan als gemeente Veghel, sectie F, perceelnummers 4549, 4550, 4795 en 5478. De totale oppervlakte van het plangebied is circa 13.631 m 2. De ontwikkeling past niet binnen het vigerende bestemmingsplan ‘Kom Eerde’, welke op 22 juli 2010 is vastgesteld door de voormalige gemeente Veghel.
Om de ontwikkeling toch mogelijk te maken is een gedeeltelijke herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk.
1.2 Toetsing Besluit m.e.r. Toetsingskader Gemeenten en provincies moeten ook bij kleine bouwprojecten beoordelen of een m.e.r.-beoordeling nodig is. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een m.e.r.-procedure nodig is. Een m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te beoordelen of bij een project belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Wanneer uit de toets blijkt dat er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden moet er een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Met andere woorden dan is het opstellen van een MER nodig. Beoordeling noodzakelijkheid m.e.r.-beoordeling Om te bepalen of een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is dient bepaald te worden of de ontwikkeling de drempelwaarden uit lijst D van het Besluit m.e.r. overschrijdt, of de ontwikkeling in een kwetsbaar gebied ligt en of er belangrijke milieugevolgen zijn.
Hoofdstuk 1
2
Met de ontwikkeling wordt de kerk herbestemd en wordt er nieuwbouw gerealiseerd waarin een basisschool, kinderdagverblijf en 16 tot maximaal 25 appartementen worden gerealiseerd, dit is aan te merken als een stedelijke ontwikkeling zoals opgenomen in het Besluit m.e.r.. Met betrekking tot de ontwikkeling is in onderdeel D 11.2 van de bijlage van het Besluit m.e.r. het volgende opgenomen: “De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijke ontwikkeling (met inbegrip van de bouw van een winkelcentra of parkeerterreinen).” De voorgenomen ontwikkeling ligt ver onder de drempelwaarde die is opgenomen in kolom 2. Er is sprake van een vormvrije m.e.r.-beoordelingsplicht. Dit betekent dat voordat het ontwerpbestemmingsplan in procedure gaat, het college van burgemeester en wethouders aan de hand van een aanmeldingsnotitie moet beoordelen en besluiten of een milieueffectrapport moet worden opgesteld e.e.a. conform paragraaf 7.6 Wet milieubeheer.
1.3 Vormvrije m.e.r.-beoordeling In een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet de gemeente beoordelen of een milieueffectrapport moet worden opgesteld. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een m.e.r.-procedure nodig is. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen milieueffectrapportage noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een milieueffectrapportage worden opgesteld. Procedure De initiatiefnemer dient de aanmeldingsnotitie in bij de gemeente. De gemeente (het bevoegd gezag) neemt binnen 6 weken na ontvangst van de aanmeldingsnotitie (mededeling) een beslissing of een MER gemaakt moet worden.
1.4 Leeswijzer Hoofdstuk 2 vormt de aanmeldingsnotitie, hoofdstuk 3 vormt de vormvrije m.e.r.-beoordeling. De beoordeling of het noodzakelijk is een milieueffectrapport op te stellen is geheel afhankelijk van het feit of er sprake is van ‘bijzondere omstandigheden’. De bijzondere omstandigheden kunnen betrekking hebben op: a. de plaats waar de activiteit plaatsvindt, o.a. in relatie tot gevoelige gebieden ; b. de kenmerken van de activiteit ; c. de kenmerken van de belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu die de activiteit kan hebben. d. de samenhang met andere activiteiten ter plaatse (cumulatie).
Hoofdstuk 1
3
2. EFFECTEN OP HET MILIEU
2.1 Inleiding In deze paragraaf wordt getoetst of op basis van de criteria die zijn genoemd in bijlage III van de EEGrichtlijn milieueffectbeoordeling een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd moet worden. Het gaat hierbij om de volgende criteria (zie ook onderstaande tabel): 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; 3. de kenmerken van het potentiële effect. Kenmerken van het project
Omvang van het project
Cumulatie met andere projecten
Gebruik van natuurlijke grondstoffen
Productie van afvalstoffen
Verontreiniging en hinder
Risico van ongevallen, mede gelet op de gebruikte stoffen en technologieën
Plaats van het project
Bestaand grondgebruik
Relatieve rijkdom aan kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied
Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor gevoelige gebieden (wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, Habitat- en Vogelrichtlijngebieden), gebieden waarin bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden, gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid, landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang
Kenmerken van het potentiële effect
Bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking)
Grensoverschrijdende karakter van het effect
Waarschijnlijkheid van het effect
Duur, frequentie en de omkeerbaarheid van het effect
De vormvrije m.e.r.-beoordeling is opgesteld op basis van de onderzoeken die zijn uitgevoerd in het kader van het ruimtelijke plan. In de onderstaande tabellen vindt de beoordeling/toets plaats aan de criteria die zijn genoemd in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling.
2.2 Kenmerken van het project Kenmerken van het project Criteria
Toets
Omvang van het project
Het plangebied is circa 13.631 m2 Het project betreft de gedeeltelijke herbestemming van de kerk en het realiseren van een basisschool, kinderdagverblijf en 16 tot maximaal 25 appartementen en het aanleggen van omliggende openbaar gebied.
Cumulatie met andere pro-
N.v.t.
jecten
Hoofdstuk 2
4
Kenmerken van het project Criteria
Toets
Gebruik van natuurlijke hulp-
N.v.t.
bronnen
Bij de ontwikkeling wordt niet permanent gebruik gemaakt van natuurlijke hulpbronnen.
Productie van afvalstoffen
Naast het reguliere afval van de toekomstige appartementen zal geen sprake zijn van de productie van andere afvalstoffen.
Verontreiniging en hinder
De ontwikkeling vindt plaats in stedelijk gebied. Tijdens de aanlegfase is er mogelijke sprake van tijdelijke hinder als gevolg van bouwverkeer en bouwwerkzaamheden. Na de aanleg zijn er nieuwe functies mogelijk in het kerkgebouw en is er nieuwbouw gerealiseerd ten behoeve van een basisschool, kinderdagverblijf en appartementen. De verharding en bebouwing kunnen verontreiniging en hinder veroorzaken buiten de reguliere effecten van de bebouwing en opslag van machines. Onderstaand worden de milieuaspecten behandeld. Luchtkwaliteit: Wanneer sprake is van minder dan 1.500 woningen bij minimaal 1 ontsluitingsweg wordt de toename in verslechtering van de luchtkwaliteit gezien als ‘niet in betekende mate’. De herbestemming van de kerk, de nieuwbouw voor een bestaande school en het realiseren van nieuwe appartementen voorziet in een toename in het aantal verkeersbewegingen. Om te bepalen of de ontwikkeling invloed heeft op de luchtkwaliteit in de omgeving is de NIBM-tool ingevuld. Er is gerekend met een verkeersgeneratie van 274 ten gevolge van de ontwikkeling. Geconcludeerd wordt dat onderhavige ontwikkeling niet in betekende mate van invloed is op de omgeving. Op basis van de achtergrondwaarden van de NSL-monitoringstool is er sprake van een goed woon- en leefklimaat in het kader van de luchtkwaliteit.
Het aspect ‘luchtkwaliteit’ vormt geen belemmering voor de realisatie van het plan. Akoestiek wegverkeerslawaai: Het project richt zich op het vestigen van geluidsgevoelige functies in de zin van de Wet geluidhinder (Wgh), derhalve is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De berekende waarden liggen onder de voorkeursgrenswaarde van 48 dB vanwege de Eerdsebaan N622. De gecumuleerde geluidbelasting bedraagt ten hoogste 50 dB. De vereiste karakteristieke geluidwering bedraagt dan maximaal 50 – 33 = 17 dB. In het kader van nieuwbouw volstaat de standaard gevelwering (20 dB) uit het Bouwbesluit. Voor de bestaande bebouwing is de verwachting dat aan een gevelwering van 17 dB zal worden voldaan. Het aspect akoestiek wegverkeerslawaai vormt geen belemmering voor onderhavig planvoornemen. Akoestiek industrielawaai: Met onderhavige ontwikkeling wordt een basisschool gerealiseerd binnen het plangebied. Een basisschool kan invloed hebben op bestaande en nieuwe omliggende gevoelige functies (woningen), derhalve is een akoestisch onderzoek industrielawaai gedaan voor de basisschool. Uit het onderzoek blijkt dat ter plaatse van een aantal gewenste appartementen niet per definitie sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat (geluid afkomstig van de basisschool). De cumulatieve geluidbelasting bedraagt maximaal 65 dB(A).
De minimaal benodigde karakteristieke geluidwering van de gevels bedraagt 65-33 = 32 dB. Een dergelijke geluidwering is in het kader van nieuwbouw haalbaar. Temeer omdat is aangegeven dat er een gebalanceerd ventilatiesysteem gerealiseerd zal worden zodat normale ventilatie kan zonder te openen delen. Spui zal altijd via gevel of dak kunnen plaatsvinden. Ter plaatse van alle beoordelingspunten wordt (ruimschoots) aan de grenswaarde van 50 dB(A) et-maalwaarde uit het Activiteitenbesluit voldaan. Geconcludeerd kan worden dat de gewenste basisschool en de gewenste appartementen inpasbaar zijn in de omgeving. In het kader van indirecte hinder wordt aan de richtwaarde voldaan. Indirecte hinder vormt geen belemmering voor het gewenste plan. Er is
Hoofdstuk 2
5
Kenmerken van het project Criteria
Toets sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de gewenste en bestaande woningen/appartementen. Bedrijven en milieuzonering: Met onderhavige ontwikkeling worden gevoelige functies gerealiseerd. Voor de in de omgeving gelegen bedrijven en functies wordt voldaan aan de richtafstand conform de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’. Externe veiligheid: De relevante risicobronnen in de omgeving zijn geïnventariseerd. Op circa 415 meter is de aardgasleiding A-521 van de Gasunie gelegen. Het plangebied valt deels binnen de 1%-letaliteitsafstand. Onderzocht is of de buisleiding een belemmering vormt voor het plangebied en de ontwikkelingen. Tevens is bepaald welke effecten het plan heeft op de hoogte van het groepsrisico van de betreffende buisleiding. Voor de nabij gelegen aardgasleiding A-521 van de Gasunie, de Rijksweg A50 en provinciale weg N622 is het groepsrisico beperkt verantwoord. De beschreven punten ten aanzien van bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid zijn voor advies aan de regionale brandweer / Veiligheidsregio voorgelegd, dit advies is opgenomen als bijlage bij de toelichting. Ecologie: Ten behoeve van ecologie is een quickscan flora en fauna uitgevoerd.
Gelet op de resultaten uit de quickscan hoeft in verband met de voorgenomen activiteiten in het plangebied geen aanvullend onderzoek te worden verricht in het kader van de Wet natuurbescherming. De potenties als leefgebied voor beschermde soorten zijn op basis van het verkennend onderzoek voldoende inzichtelijk. Omdat de kans op overtreding van verbodsbepalingen in het kader van de Wnb kan worden uitgesloten, hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd om uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen doorgang te kunnen laten vinden. Stikstofdepositie: Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, “Kampina & Oisterwijkse”, bevindt zich op circa 14 kilometer afstand ten westen van het plangebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren als toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het plangebied zijn externe effecten als gevolg van aspecten als licht, geluid en trillingen uitgesloten. Er is een AERIUS-stikstofberekening uitgevoerd. Uit berekeningen voor de aanleg- en gebruiksfase blijkt dat er geen sprake is van stikstofdeposities op Natura 2000 die hoger zijn dan 0,00 mol/ha/jr derhalve is er geen vergunning nodig in het kader van de Wet natuurbescherming.
Water: Er is een waterparagraaf opgesteld ten behoeve van de ontwikkeling. Het aspect water vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. Er is sprake van een toename van het verhard oppervlak waarvoor compensatie plaatsvindt. De verticale infiltratiesnelheid is eerder matig maar horizontale verspreiding vindt vlot plaats dus hemelwater kan middels infiltratie verwerkt worden. Bodem: Er is een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 uitgevoerd. De resultaten van het bodemonderzoek geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek. Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn geen verontreinigingen aangetoond die aanleiding vormen voor het uitvoeren van nader of aanvullend bodemonderzoek. De bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie vormt geen belemmering voor de beoogde herontwikkeling en beoogde nieuwbouw.
Risico van ongevallen
Hoofdstuk 2
Er is met de realisatie van woningen geen sprake van een nieuwe risicobron.
6
2.3 Plaats van het project
Plaats van het project Criteria
Toets
Bestaand grondgebruik
Het plangebied betreft de bestaande Heilige Antonius Abtkerk met daaromheen openbaar gebied ingericht als park, de begraafplaats en openbaar gebied.
Relatieve rijkdom aan kwaliteit en het re- N.v.t. generatievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor:
gevoelige gebieden (wetlands, kust-
Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, “Kampina & Oisterwijkse Ven-
gebieden, berg- en bosgebieden, re-
nen” bevindt zich op circa 14 kilometer afstand, het planvoornemen heeft hier
servaten en natuurparken, Habitat-
geen invloed op.
en Vogelrichtlijngebieden)
gebieden waarin bij communautaire
Het plangebied ligt niet in de omgeving van gebieden waarin bij communau-
wetgeving vastgestelde normen in-
taire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden
zake milieukwaliteit reeds worden
overschreden.
overschreden
Gebieden met een hoge bevolkings-
dichtheid
Landschappen van historisch, cultu-
Het plangebied ligt in de kern van Eerde, dit is geen gebied met een hoge bevolkingsdichtheid.
reel of archeologisch belang.
Er is een archeologisch bureauonderzoek en verkennend veldonderzoek uitgevoerd. Op basis van de resultaten van het onderzoek is voor het plangebied een vervolgonderzoek door middel van proefsleuven (IVO-P) geadviseerd. Op basis van het verkennende booronderzoek kan niet in voldoende mate worden vastgesteld of er archeologische resten in het plangebied voorkomen. Het doel van een proefsleuvenonderzoek is het aanvullen en toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting. Het vervolgonderzoek zal moeten aantonen of er sprake is van een vindplaats en de aard, omvang en datering hiervan vaststellen. Voor het proefsleuvenonderzoek dient een door de bevoegde overheid goedgekeurd PvE te worden opgesteld.
In onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r is bepaald wat verstaan wordt onder een gevoelig gebied. Als gevoelig gebied zijn gebieden aangewezen die beschermd worden op basis van de natuurwaarden, landschappelijke waarden, cultuurhistorische waarden en waterwingebieden. Gevoelig gebied (conform onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r.) Gevoelig gebied
Toets
Beschermd natuurmonument
Er is geen sprake van een beschermd natuurmonument
Habitat en vogelrichtlijngebieden
Het plangebied ligt niet in de nabijheid van een Habitat of vogelrichtlijngebied.
Watergebied van internationale beteke- Het plangebied ligt niet in de nabijheid van een watergebied van internationale betenis
kenis.
Natuurnetwerk Nederland
Het plangebied bevindt zich op geruime afstand van NNN gebieden. Er vindt geen
(voormalige EHS)
ruimtebeslag plaats op een NNN-gebied. Door de voorgenomen plannen zullen de
Hoofdstuk 2
7
Gevoelig gebied (conform onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r.) Gevoelig gebied
Toets wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland derhalve niet worden aangetast.
Landschappelijk waardevol gebied
Er is geen sprake van een landschappelijk waardevol gebied. Met de ontwikkeling vindt kwaliteitsverbetering van het landschap plaats.
Waterwinlocaties. waterwingebieden, en Er is geen sprake van een waterwinlocatie, waterwingebied of grondwaterbeschergrondwaterbeschermingsgebieden
mingsgebied.
Beschermd monument
De Heilige Antonius Abtkerk is aangewezen als gemeentelijk monument. De herbestemming zorgt voor een geschikte nieuwe invulling van de kerk waarbij de cultuurhistorische waarden behouden blijven. Met de ontwikkeling wordt leegstand, verval en eventuele sloop van de kerk voorkomen.
Bélvèdere -gebied
Het plangebied betreft geen Bélvèdere gebied.
2.4 Kenmerk van het potentiële effect Kenmerken van het potentiële effect Criteria
Toets
Bereik van het effect (geografische zone De effecten van de ontwikkeling zijn beperkt tot de locatie zelf. De effecten zijn daaren grootte van de getroffen bevolking)
mee zeer beperkt.
Grensoverschrijdende karakter van het Er is geen sprake van een grensoverschrijdend effect. effect Waarschijnlijkheid van het effect
Er zijn geen nadelige effecten op flora en fauna, landschap, cultuurhistorie, archeologie, externe veiligheid, geluid, bodem, lucht en water te verwachten. Waarschijnlijkheid van enig effect is daarom niet aan de orde.
Duur, frequentie en de omkeerbaarheid Er is sprake van het de herbestemming van de bestaande kerk en het realiseren van van het effect
een basisschool, kinderdagverblijf en 16 tot maximaal 25 appartementen. De effecten zijn blijvend. Zoals echter al verwoordt in het voorgaande zijn deze effecten niet van dien aard dat sprake is van een onevenredige aantasting.
Hoofdstuk 2
8
3.
VORMVRIJE M.E.R-BEOORDELING
Gezien het vorenstaande en indien het plan wordt vergeleken met de drempelwaarden uit onderdeel D van het Besluit m.e.r. kan worden geconcludeerd dat er, rekening houdend met: 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; en 3. de kenmerken van het potentiële effect; sprake is van een wezenlijk ander schaalniveau en een activiteit die vele malen kleinschaliger is. Bij elk plan is sprake van invloed op het milieu, maar deze is niet zodanig dat normen worden overschreden. De potentiële effecten van het plan, in relatie tot de kenmerken en de plaats van het plan, zijn dusdanig beperkt van aard en omvang dat dit geen belangrijk nadelige milieugevolgen tot gevolg heeft die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken. Wij bevelen u aan - na nadere kennisname van deze beoordeling - een gemeentelijk besluit voor te bereiden waarin wordt aangegeven dat voor de verdere planvorming ten behoeve het bestemmingsplan Dorpshart Eerde geen milieueffectrapportage wordt vereist.