CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen VOBP Schietbergweg 20 Sint-Oedenrode

Raadsvergadering 29 februari 2024, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Schietbergweg 20'20.068 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Erfinrichtingsplan

Schietbergweg 20 Sint-Oedenrode

Opdrachtgever: Fam. Dortmans Schietbergweg 20 5492 TH Sint-Oedenrode

Opdrachtnemer: h8 ontwerpbureau t.n.v. H van Acht Boskantseweg 74 5492 VB St-Oedenrode T 0652008951 E info@h8ontwerp.nl

04 – Mei - 2023

Pagina 2

Inhoudsopgave:

p

Locatie Bestaande situatie Analyse ( historisch ) Beleid Erfinrichtingsplan (nieuwe situatie )

3 4 5 6-8 9 - 10

Locatie

Locatie aangegeven op luchtfoto (bron google earth)

Pagina 3

Bestaande situatie

weiland

woning tuin bijgebouw

tuin

verharding

bijgebouw opslag weiland

Bovenstaande afbeelding geeft de bestaande situatie weer. Zichtbaar is een hoofdwoning met diverse bijgebouwen. Het initiatief voorziet in slopen van alle bestaande bebouwing en het nieuw bouwen van een woning met bijgebouw. Voor het plan dient een erfinrichtingsplan worden opgesteld.

Pagina 4

Analyse

Deze afbeeldingen geven het plangebied weer vanaf 1920 tot 1980. ( bron topttijdreis ) Ten zuiden van het kavel is duidelijk zichtbaar de contour van een oude schietbaan die in het begin van deze periode werd aangelegd als oefenterrein voor de gewapende burgers.

Pagina 5

Beleid

Bovenstaande kaart is een uitsnede uit de Groene kaart van de gemeente Meierijstad. Aan de oostzijde van het perceel is een belangrijke groenstructuur aanwezig; Type laanbeplanting Classificatie Waardevol Motivatie onderdeel van het historisch wegenpatroon (<1850), onderdeel van het landschappelijk raamwerk

Aan de zuidwestzijde is ook een waardevolle bomenstructuur aanwezig; Type bos Classificatie Waardevol Motivatie onderdeel van het landschappelijk raamwerk Omschrijving Landschappelijk raamwerk, hoge cultuurhistorische waarde

Pagina 6

Beleid

Deze afbeeldingen is een uitsnede van de Gebiedstypologiekaart van de gemeente Meierijstad. Het plan valst binnen Landelijk gebied - verweving van functies. Deze gebiedstypologie behandelt gebieden buiten de bebouwde kom met een mix van agrarische activiteiten, water, natuur, wonen, recreatie en toerisme.

Pagina 7

Beleid

Bovenstaande kaart is een uitsnede uit de Landschappelijke basis ( Landschapstype ) van de Ruimtelijke kwaliteitskaders van de gemeente Meierijstad. Het project valt in het deel ‘Oude Ontginningen’. Bij de uitwerking van het erfinrichtingsplan worden de ruimtelijke kenmerken en plantsoorten toegepast welke horen bij bovengenoemde landschapstype.

Pagina 8

Erfinrichtingsplan (nieuwe situatie)

weiland fruitboomgaard verharding

nieuwe bomen

bijgebouw woning

houtsingel

tuin

tuin weiland

mantel-zoom

Deze tekening is het voorstel voor de erfinrichting van het perceel. De gekozen landschapselementen zijn een fruitboomgaard aan de voorzijde van de straat, zodat het bijgebouw iets aan het zicht onttrokken wordt, een houtsingels ter versterking van het kleinschalig landschap aan de noordoost zijde van het perceel en verder wordt ingezet op versterking van het waardevol bosgebied ten zuiden van het perceel. Hiervoor wordt een mantel-zoon zone ingericht met een opbouw van een zoombeplanting d.m.v. extensief beheer. Hierdoor ontstaat een natuurlijke kruidenlaag. Daarnaast wordt de mantel zone aangeplant met een mix van inheemse soorten die niet al te hoog worden als overgang naar de kern van het bos. De sloot aan de oostzijde van het perceel wordt gebruikt als waterberging.

Pagina 9

Erfinrichtingsplan (nieuwe situatie)

De beplanting welke toegevoegd wordt aan de houtsingel bestaat uit een variatie van inheemse soorten heesters en bomen. De soorten bosplantsoen die worden voorgesteld zijn: ( aanplantmaat 100/120 – 3-tak, bomen 14-16 ) - Corylus avellana) - Crataegus monogyna - Rhamnus frangula bomen: - Eik ( Quercus robur ) - Winter Linde ( Tilia cordata ) De soorten bomen die worden voorgesteld zijn: ( aanplantmaat 12/14 ) -

Fruitbomen diverse soorten ( hoogstam )

De soorten beplanting die voorgesteld wordt in de mantel-zoom zone zijn: - Egelantier ( Rosa rubignosa ) - Vlier ( Sambucus nigra ) - Hondsroos ( Rosa canina ) - Gelderse roos ( Viburnum opulus )

Pagina 10

Erfinrichtingsplan

Mei 2023

QuickScan Fora en Fauna

Schietbergweg 20, Sint-Oedenrode.

Pagina 1 van 19

QuickScan Flora en Fauna Opdrachtgever:

Dortmans Schietbergweg 20 5492 TH Sint-Oedenrode

Locatie:

Schietbergweg 20 5492 TH Sint-Oedenrode

Opdrachtnemer:

RKS Advies V.o.f. Airborneweg 43 5691 PS Son 0413-475450 info@rks-advies.nl

Projectnummer: Versienummer: Status rapport: Datum inspectie: Datum rapport:

2021263 1 Eindrapport 24-02-2023 25-02-2023

Uitvoerder: Collegiale check:

J.J.M. Rooijakkers A.E.F. Rooijakkers – van de Laar

Paraaf:

Pagina 2 van 19

Inhoudsopgave QuickScan Flora en Fauna 1.

Inleiding

4

2.

Nationale natuurwetgeving

6

2.1 Gebiedsbescherming

6

2.2 Soorten bescherming

7

2.3 Houtopstanden

9

3.

Bronnenonderzoek

10

4.

Veldonderzoek

11

5.

Samenvatting

17

6.

Conclusie

18

7.

Werkwijze en aansprakelijkheid

19

8.

Geraadpleegde bronnen en websites

19

Pagina 3 van 19

1.

Inleiding

Beschrijving van de ruimtelijke ontwikkeling op de locatie:

Aanleiding onderzoek: De projectlocatie is gelegen aan de Schietbergweg 20 te Sint-Oedenrode. Op dit adres is gesitueerd: een woning, een onlangs opgerichte woonunit en enkele bijgebouwen. De woning is niet bewoond. De bijgebouwen zijn op dit moment niet in gebruik. De woning heeft een pannen dakbedekking, de bijgebouwen hebben een dakbedekking bestaande uit dakpannen, metalen golfplaten en asbesthoudende golfplaten. De geplande ruimtelijke ontwikkeling omvat de sloop van de woning. Daarna zal een nieuwe woning worden opgericht op dezelfde locatie. De bijgebouwen zullen worden gerenoveerd en gedeeltelijk worden gesloopt. Bij de geplande activiteiten/ ruimtelijke ontwikkelingen dient men in het kader van de Wet natuurbescherming met de in deze wet als beschermd aangeduide soorten rekening te houden. Indien de uitvoering van de activiteiten leidt tot overtreding van verbodsbepalingen betreffende deze beschermende soorten dient men een vrijstelling of ontheffing aan te vragen bij het daarvoor bevoegde gezag. Deze QuickScan is een inventarisatie van de actuele aanwezigheid van beschermde soorten Flora en Fauna in- en om de projectlocatie. Tevens worden de te verwachten effecten van de activiteiten op de projectlocatie beoordeelt.

Pagina 4 van 19

Locatie: De projectlocatie is gelegen buiten de bebouwde kom van de Gemeente Sint-Oedenrode aan de rustige Schietbergweg, een landweg die het buitengebied van Sint Oedenrode verbindt met het verstedelijkte gebied aan de rand van de gemeente; het kerkdorp Nijnsel. Ten zuiden van de projectlocatie bevindt zich een bosperceel van circa 2 hectare. In dit bosperceel is een hondensport vereniging actief. Achter dit bosperceel strekt zich de Rooise- en Sonseheide uit. Dit voormalig heidegebied kenmerkt zich door een open structuur van weilanden en akkerbouw. Langs de rustige wegen vinden we agrarische en niet agrarische bedrijfsactiviteiten afgewisseld met clusters van burgerwoningen. Aan de noordzijde van dit open agrarische gebied gaat het landschap over in de Diependaal, een laaggelegen meer bosrijkere zone die na 300 meter overgaat in verstedelijking; de bebouwde kom van Sint-Oedenrode.

Onderzoeksmethodiek: Het onderzoek bestaat uit een gedeelte veldonderzoek en een gedeelte bureauonderzoek. Op deze wijze is inzicht verkregen in de aanwezigheid van een geschikte leefomgeving en de te verwachten beschermde soorten op en nabij de geïnventariseerde locatie. Op 24 februari 2023 is van 10.00 tot 12.00 uur de projectlocatie bezocht en beoordeeld of op basis van de aanwezige leefomgeving beschermde soorten aanwezig zijn. De weersomstandigheden waren redelijk: het was droog, half bewolkt, 6 graden en er stond een zuidwesten wind; windkracht 3. Verder is aan de hand van literatuurstudie en de ervaring van de uitvoerder van de QuickScan nagegaan welke beschermde soorten er aanwezig kunnen zijn op de projectlocatie. Bij de Provincie Noord Brabant zijn gegevens betreffende de gebiedsbescherming bestudeerd. Verdere actuele gegevens van Flora en Fauna zijn opgevraagd uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF).

Pagina 5 van 19

2.

Nationale natuurwetgeving

De bescherming van de natuur is in Nederland vastgelegd in nationale wet- en regelgeving, geïmplementeerd vanuit de Europese wetgeving. De Wet natuurbescherming richt zich op behoud en herstel van de biodiversiteit en de daarvoor noodzakelijke leefgebieden. De doelstelling van de wet bestaat uit 3 onderdelen: ✓ Behouden en herstellen van de biodiversiteit. ✓ Het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur ter vervulling van maatschappelijke functies. ✓ Samenhangend beleid gericht op het behoud van landschappen, ter vervulling van maatschappelijke functies.

Zorgplicht: In de Wet natuurbescherming is de zorgplicht opgenomen. Ingrepen mogen in het kader van deze zorgplicht geen nadelige gevolgen hebben voor beschermde gebieden en alle in het wild levende Flora en Fauna en hun leefomgeving.

2.1 Gebiedsbescherming Van belang is het effect van de geplande activiteiten in het betreffende, eventueel beschermde gebied, of een gebied in de nabijheid hiervan. Het betreft in deze de Natura 2000, gebieden behorende tot het Natuurnetwerk Nederland en overige aangewezen gebieden met natuurlijke en landschappelijke waarden.

Natura 2000 gebieden: Natura 2000 gebieden is de omschrijving van een Europese keten van natuurgebieden met hun specifieke Flora en Fauna gezien vanuit Europees oogpunt en regelgeving. Met deze Natura 2000 opzet wil men Flora en Fauna op een duurzame manier bescherming bieden. Nederland heeft 164 Natura 2000 gebieden aangewezen op basis van een samenhangend netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie die aangewezen zijn vanuit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Doel is het behoud van de biodiversiteit. Uitgevoerde ruimtelijke ontwikkelingen mogen geen verstorend of verslechterd effect hebben op de instandhouding van deze Natura 2000 gebieden. Externe effecten als gevolg van licht, trilling en geluid als gevolg van de op de projectlocatie geplande activiteiten zijn gezien de afstand niet te verwachten. Voor verdere effecten van de geplande ruimtelijke ontwikkeling heeft hier, zover van toepassing, afzonderlijk van deze rapportage een toetsing plaatsgevonden. In deze QuickScan wordt op deze toetsing verder niet ingegaan.

Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlandse Netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. De provincie heeft de taak om dit netwerk natuurgebieden met het omringende agrarische landschap te verbinden. De uitvoering hiervan ligt voornamelijk in provinciale ruimtelijke verordeningen.

Overige gebieden met natuur- en landschappelijke waarden Het betreft hier bijzondere provinciale natuurgebieden; bijzondere provinciale landschappen of nationale parken. Tevens valt hier onder het bijzonder nationaal gebied, het voorstadium van een natura 2000 gebied. De bescherming van deze gebieden vind eveneens plaats via het ruimtelijk spoor.

Pagina 6 van 19

2.2 Soorten bescherming In deze QuickScan wordt in beeld gebracht of er potentiële vaste rust- of voortplantingsplaatsen aanwezig zijn uit de verschillende beschermingsregimes. Vervolgens wordt beoordeeld of ingrepen verstorend zijn en of er een eventueel noodzakelijk nader onderzoek dient te worden uitgevoerd. De Wet natuurbescherming kent, ter bescherming van soorten, 3 beschermingsregimes. Deze zijn gebaseerd op internationale verdragen aangevuld met soorten die vanuit Nationaal oogpunt beschermd worden. ✓ A. (artikel 3.1) Beschermingsregime soorten vanuit de Vogelrichtlijn; ✓ B. (artikel 3.5) Beschermingsregime soorten vanuit de Habitatrichtlijn; ✓ C. (artikel 3.10) Beschermingsregime onder soorten (geen Europese verplichting ter bescherming).

A. Bescherming vanuit de Vogelrichtlijn Dit betreft alle van nature in het wild levende vogels in Nederland. Het is verboden om: ✓ opzettelijk vogels te doden of te vangen; ✓ opzettelijk vogelnesten, vogelrustplaatsen, vogeleieren te vernielen of te beschadigen of vogelnesten weg te nemen; ✓ eieren van vogels te rapen of te bezitten; ✓ opzettelijk vogels te verstoren, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de betreffende vogelsoort.

B. Bescherming vanuit de Habitatrichtlijn Dit betreft alle soorten genoemd in de bijlage IV van de Habitatrichtlijn, bijlage I en 2 van het verdrag van Bern en bijlage I van het verdrag van Bonn. Inclusief de in de verdragen van Bern en Bonn genoemde vogels. Het is verboden betreffende soorten: ✓ opzettelijk dieren te doden of te vangen; ✓ opzettelijk dieren te verstoren; ✓ opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen; ✓ rust- en voortplantingsplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen. ✓ opzettelijk planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Tevens is het verboden deze soorten te verkopen, te vervoeren voor verkoop, te verhandelen, te ruilen of te kopen, tenzij het gaat om gefokte of gekweekte dieren en planten.

C. Bescherming van andere soorten Dit betreft de nationale beschermende soorten. De provincie heeft de bevoegdheid om met een provinciale verandering vrijstelling te verlenen voor deze nationaal beschermde soorten. Het is verboden om: ✓ opzettelijk dieren te doden of te vangen; ✓ rust – of voortplantingsplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen; ✓ opzettelijk planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Vrijgestelde soorten: De zwarte rat, bruine rat, mol, huismuis en exoten vallen niet onder het beschermingsregime van de Wet natuurbescherming. Tevens zijn beschermende regimes niet van toepassing op de zich in- of op gebouwen en bij behorende erven of roerende zaken bevindende bosmuis, huisspitsmuis en veldmuizen.

Pagina 7 van 19

Jaarrond beschermde vogelnesten: Deze lijst met daarop de jaarrond beschermde nesten komt voort uit de voormalige Flora en Faunawet en is opgenomen in de Wet natuurbescherming. De nesten zijn jaarrond beschermd met uitzondering van categorie 5. Deze categorie is alleen beschermd als er onvoldoende alternatieven aanwezig zijn 1. Nesten heel het jaar in gebruik: zowel als broed- als rust- en verblijfplaats. 2. Nesten van koloniebroeders elk jaar terugkerend om te broeden op dezelfde plaats. 3. Nesten van niet koloniebroeders; elk jaar terugkerend om te broeden op dezelfde plaats. De omstandigheden van de nest locatie zijn sterk bepalend. 4. Vogels elk jaar terugkerend op hetzelfde nest niet in staat zijnde zelf een nest te bouwen. 5. Vogels elk jaar terugkerend naar dezelfde locatie of directe omgeving zelf wel in staat zijnde indien noodzakelijk een nieuwe broedplaats elders te realiseren.

Pagina 8 van 19

2.3 Houtopstanden Onder houtopstanden vallen alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken met een oppervlakte van 10 are of meer of een rij en beplanting die meer dan 20 bomen omvat. De bescherming van houtopstanden conform hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming heeft als doel het aanwezige areaal bos in Nederland te behouden. De regels van de Boswet zijn overgenomen in de Wet natuurbescherming. Niet beschermd zijn: ✓ houtopstanden binnen de bebouwde kom; ✓ houtopstanden op erf en in tuinen; ✓ fruitbomen in boomgaarden inclusief windschermen; ✓ kerstdennen (naaldbomen) jonger dan 20 jaar; ✓ kweekgoed: ▪ uit populieren of wilgen bestaande uit wegbeplating ▪ beplanting langs waterwegen ▪ eenrijige beplantingen langs landbouwgronden ✓ het dunnen van houtopstanden ✓ beplantingen bedoelt voor de productie van biomassa bestaande uit populieren, wilgen en elzen indien zij: ▪ tenminste eens per tien jaar worden geoogst ▪ bestaan uit minstens 10.000 per hectare beplantingseenheid ▪ bestaande uit een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter ▪ zijn aangelegd na 2013.

Omdat er geen (onderdelen van) houtopstanden op de projectlocatie aanwezig zijn is toetsing aan het onderdeel houtopstanden conform de Wet natuurbescherming bij dit plan niet aan de orde.

Pagina 9 van 19

3. Bronnenonderzoek Ten behoeve van het verkrijgen van achtergrondinformatie zijn de volgende databanken geraadpleegd: ✓ A. Nationale bank Flora en Fauna ✓ B. Waarneming.nl

A. Nationale bank Flora en Fauna: In deze data zijn waarnemingen van Flora en Fauna over geheel Nederland verzameld. De waarnemingen worden gevalideerd door de Gegevens Autoriteit Natuur. De exacte locatie en de tijd van de waarnemingen zijn niet bekend. De gegevens uit deze databank geven een overzicht van alle in de buurt van de projectlocatie waargenomen planten- en dierensoorten en geeft zo een indicatie op welke soorten extra focus dient te komen liggen tijdens de veldinspectie.

B. Waarneming.nl: Ook de website waarneming.nl is een databank die samen met vergelijkbare sites geraadpleegd is. Vanwege de beperkte verifiëring nemen we deze data niet op in de QuickScan. Ze bieden ons echter een indicatie van aanwezige soorten waaraan tijdens de veldinspectie extra aandacht aan dient te worden besteed.

Natuurnetwerk Nederland: Zoals eerder vermeld hebben we in het kader van het Natuurbeheersplan met het Natuur Netwerk Nederland te maken. Het gaat hier om bestaande natuurgebieden, gebieden waar natuurvernieuwing plaats vind, landbouwgebieden worden beheerd en ingericht volgens agrarisch natuurbeheer en de Natura 2000 gebieden. Voorheen was dit de Ecologische Hoofd Structuur. Onderdeel van Natuur Netwerk Nederland is Natuurnetwerk Brabant. Dit netwerk verbindt Brabantse bestaande en nieuwe natuurgebieden met elkaar. Deze verbindingen; de zogenaamde ecologische verbindingszones maken het voor dieren gemakkelijker zich te verplaatsen tussen natuurgebieden. Het grootste gedeelte van het Natuur Netwerk Brabant wordt ingevuld door natuurgebieden. Een verbeterde verbinding tussen de gebieden is een belangrijke schakel naar een betere biodiversiteit. Met deze verbetering van biodiversiteit als doel heeft de provincie Noord Brabant het Natuurbeheersplan opgesteld. In dit plan is beschreven per gebied welke natuur en landschapsdoelen nagestreefd worden. Op deze manier ontstaat een begrenzing van de natuur- en agrarische gebieden, met name toegespitst op de internationale agro milieu, water- en klimaatdoelen. Het natuurbeheersplan is het beleidskader voor het provinciaal natuurbeleid.

Ligging project locatie: De projectlocatie grenst aan het Natuur Netwerk Nederland en ligt op ruime afstand van een Natura 2000 gebied. De meest dichtgelegen Natura 2000 gebieden zijn: • • •

Natura 2000 gebied: Kampina en Oistewijkse vennen (ligging op circa 13 km). Natura 2000 gebied: Strabrechtse heide en Beuven (ligging op circa 16 km). Natura 2000 gebied: Loonse en Drunense duinen & Leemkuilen (ligging op circa 21 km).

Pagina 10 van 19

4. Veldonderzoek Tijdens de veldinspectie is de projectlocatie beoordeelt op de aanwezigheid van beschermde soorten en de geschiktheid van de leefomgeving (habitat) voor deze beschermde soorten. De projectlocatie is geheel geïnspecteerd en er zijn waarnemingen verricht. Deze waarnemingen worden op foto vastgelegd. De Flora en Fauna is gedetermineerd met behulp van literatuur en eigen expertise. Extra aandacht is besteed aan de mogelijke aanwezigheid van vogelnesten en vleermuizen.

Beeld grondgebonden zoogdieren: Gezien de aangetroffen inrichting richt het onderzoek zich extra op enkele streng beschermde zoogdieren; de das, de eekhoorn, de bever, de steenmarter en de kleine marterachtingen.

Das: De NDFF data vermelden geen activiteiten van dassen binnen een straal van 250 meter rondom de projectlocatie. Tijdens de inspectie zijn geen kenmerken aangetroffen die duiden op de aanwezigheid (eventueel tijdelijk) van een das op de projectlocatie. Er zijn geen sporen, latrines, wissels of eetsporen aangetroffen. Hoewel de das het leefgebied kan hebben in de omringende bossen, weilanden en akkers duidt niets erop dat een das gebruik maakt van de projectlocatie. De activiteiten die plaatsvinden op de projectlocatie zullen derhalve geen negatief effect hebben op het leefgebied van de das.

Eekhoorn: De habitat van de eekhoorn kenmerkt zich onder andere door de aanwezigheid van een grote hoeveelheid bomen. Ondanks de aanwezigheid van enkele bomen zijn op de projectlocatie geen eekhoornnesten, of sporen die duiden op de aanwezigheid van de eekhoorn, aangetroffen. De boomrijke omgeving grenzend aan de projectlocatie is een zeer geschikt leefgebied voor de eekhoorn. Vanwege het achterwege blijven van ingrepen in de groenstructuur rondom de projectlocatie is een negatief effect op het leefgebied van de eekhoorn als gevolg van de activiteiten derhalve uit te sluiten.

Bever: De projectlocatie is geen geschikt habitat voor de bever. Een vaste rust- en voortplantingsplaats kan derhalve worden uitgesloten.

Steenmarter: De te inspecteren projectlocatie vormt een geschikt leefgebied voor de steenmarter. Rondom de gebouwen is sporenonderzoek uitgevoerd. De zolders van de woning en de bijgebouwen zijn intensief gecontroleerd op sporen, prooiresten en uitwerpselen. De aanwezigheid van loze ruimten, zolders, loodsen, schuren en daken past namelijk prima in de habitat van de steenmarter. De steenmarter heeft binnen zijn territorium meerdere verblijfplaatsen. Daarnaast laten steenmarters veel sporen achter zoals prooiresten en uitwerpselen. Vaak is een typische zure geur waar te nemen; een mix van urine en prooiresten veroorzaakt deze geur. Het aantreffen hiervan kan duiden op een vaste rust- en voortplantingsplaats van deze soort. Er is echter niets aangetroffen wat duidt op de aanwezigheid van een steenmarter op de projectlocatie.

Kleine marterachtigen: De projectlocatie biedt geschikte verblijfplaatsen voor kleine marterachtigen (hermelijn, wezel en bunzing). Deze maken gebruik van oude holen van konijnen, mollen en muizen. Ook leven ze onder boomwortels, houtwallen af steenhopen. De kleine marterachtigen hebben binnen hun territorium meerdere verblijfplaatsen. Er zijn echter geen marters of sporen van marters aangetroffen. Wel kan het gebied in gebruik zijn als migratieroute. Omdat de oppervlakte van de projectlocatie kleiner is dan 1 hectare kan echter gesteld worden dat deze geen essentieel onderdeel uitmaakt van een van de genoemde soorten (Bouwens 2017). Indien rondom de projectlocatie de groenstructuur intact blijft is geen sprake van een negatief effect op kleine marterachtigen.

Pagina 11 van 19

Beeld grondgebonden zoogdieren (Algemene soorten) Het voorkomen van overige grondgebonden zoogdieren waarvoor geen vrijstelling geldt, is tijdens het veldbezoek niet vastgesteld.

Beeld vleermuizen: Bij de beoordeling op aanwezigheid van vleermuizen richt de aandacht zich op de volgende zaken: ✓ A. De verblijven (winter-, zomer en paarverblijven). ✓ B. De foerageer habitat (vleermuizen uit de omgeving foerageren eventueel op de projectlocatie). ✓ C. Vliegroutes; ter verplaatsing maken vleermuizen gebruik van lijnvormige, donkere landschapselementen zoals houtsingels, beken of lanen. De elementen worden gebruikt als oriëntatie bij verplaatsing tussen verblijfplaats en foerageer gebied. A.

B.

C.

De gebouwen op de projectlocatie zijn intensief geïnspecteerd op de aanwezigheid van verblijven (winter-, zomer en paarverblijven). Er zijn geen vetstrepen, uitwerpselen en prooiresten aangetroffen op- of in de bebouwing. Door echter extra focus te leggen op de uiterlijke kenmerken en de constructies van de gebouwen op de projectlocatie is onderzocht of er toch verblijven in de gebouwen aanwezig zijn. Uitwerking hiervan volgt op pagina 13. (effectenbeoordeling verblijfplekken). De geplande activiteiten hebben geen negatief effect op een eventueel foerageer habitat van vleermuizen. In de omgeving zijn voldoende alternatieven als foerageergebied voor vleermuizen in de vorm van boomstructuren die zich langs de Schietbergweg en de zandpaden rondom de projectlocatie bevinden. Het bosperceel in de directe omgeving van de projectlocatie leent zich tevens goed als foerageergebied voor de vleermuizen. Er worden geen lijnvormige landschapselementen in de directe en verdere omgeving omgevormd, derhalve worden geen potentiële vliegroutes verstoord.

Bescherming en voorkomen: Alle in Nederland voorkomende vleermuizen staan vermeld in Tabel 3 bijlage IV van de Europese habitatrichtlijn en zijn daardoor op Europees niveau beschermd. Deze bescherming betreft ook de vaste rust- en verblijfplaatsen. Onder deze vaste rust- en verblijfplaatsen wordt verstaan:” het gehele systeem waarvan een populatie gebruik maakt tijdens de jaarcyclus van de soort”. Vleermuizen onderhouden verschillende type verblijfplekken als paarverblijven, winterverblijven, kraamverblijven en zomerverblijven. Voor de staat van instandhouding van de lokale populatie van de soort zijn de kraamverblijven en de grote winterverblijven van het grootst belang. In gebruik van paarverblijven zijn vleermuizen het meest flexibel. In de loop van het seizoen wisselen vleermuizen regelmatig van verblijfplaats waarbij gebruik wordt gemaakt van vaste routes tussen de verblijfplekken. Eveneens tussen foerageergebieden en verblijfplaatsen onderhouden vleermuizen vaste routes. Bij het gebruik van deze routes oriënteren vleermuizen zich op lijnvormige elementen in het landschap zoals bomenlanen, kanalen en houtwallen. Dit gehele systeem van verbindingsroutes en foerageergebieden die het functioneren van de verblijfplaatsen voor hun specifieke functies mogelijk maakt wordt de functionele leefomgeving genoemd.

Ingrepen binnen de functionele leefomgeving die het functioneren van de verblijfplaatsen aantasten worden door de wetgever gelijkgesteld aan de aantasting van verblijfplekken zelf. In deze zin is de functionele leefomgeving even strikt beschermd als de verblijfplekken.

Pagina 12 van 19

Bronnenonderzoek en geschiktheid: De NDFF-gegevens melden binnen een straal van 250 meter geen aanwezigheid van vleermuizen. Binnen de 0,25 - 5 km worden meerdere vleermuissoorten vermeld, wat alles te maken heeft met de nabijheid van weilanden, akkers, meer bosrijke gebieden met een hogere onderzoekintensiteit daarvan. Naast algemene soorten als de gewone dwergvleermuis, de laatvlieger, de gewone grootoorvleermuis kunnen zeldzame soorten als de watervleermuis, de bosvleermuis en de franjestaart aangetroffen worden op geruime afstand in het buitengebied en de bosrijkere gebieden. Het plangebied toont derhalve geschiktheid om meerdere soorten foeragerende vleermuizen te verwachten. De gewone dwergvleermuis en de laatvlieger zijn de meest algemene vleermuizen in Nederland die zowel binnen als buiten de bebouwde kom veel worden waargenomen. De gewone dwergvleermuis en de laatvlieger verblijven uitsluitend in bebouwing. De laatvlieger foerageert minder nabij bebouwing en meer langs boomrijen en boven open terreinen. De overige soorten die de NDFF vermeldt zijn meer gebonden aan de bosgebieden of kennen een breder landschappelijk gebruik waarbinnen het plangebied weinig relevant is. De algemene rosse vleermuis is een specifiek bewoner van holten in bomen en daardoor voor zijn verblijfplekken afhankelijk van oude bomen van lanen, bossen en stadsparken.

De soort kan overvliegend verwacht worden en foeragerend langs de bomen langs de straten en zandpaden. Waarneming: Het onderzoek vond plaats op een tijd van de dag waarop vleermuizen niet actief zijn. Tijdens het veldbezoek kon daarom alleen onderzoek gedaan naar verblijvende vleermuizen, verblijfssporen, verblijfsmogelijkheden en naar de algehele gebiedsgeschiktheid voor vleermuizen. Er werden geen verblijvende vleermuizen geconstateerd, noch verblijfssporen. Toelichting: Tijdens de veldbezoeken wordt onderzoek gedaan naar verblijfplekken, verblijfssporen en verblijfsmogelijkheden in en aan bebouwing en bomen. Vleermuisverblijfplaatsen in bebouwing kunnen in het algemeen aangetroffen worden onder dakpannen, tussen dakbeschot, boeiboorden, onder gevelbekleding, in spleten en kieren in muren of in de spouw door open stootvoegen. In bomen kan verblijf gevonden worden in holtes, gaten en diepe spleten en achter loshangende schors. Tijdens inspecties op zicht worden zelden verblijvende vleermuizen aangetroffen. Ook sporen die wijzen op vleermuizenverblijf zijn meestal schaars. De verblijfplekken worden meestal ontdekt op basis van het gedrag van vleermuizen na het verlaten van de verblijfplek. Effectenbeoordeling verblijfplekken: Er zijn geen vetstrepen, uitwerpselen en prooiresten aangetroffen op- of in de bebouwing.

De onlangs opgerichte tijdelijke woonunit is niet geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. De gevels zijn te laag en het materiaal is te glad voor vleermuizen om aan te landen. Bovendien zien we geen gaten en kieren in de gevels en dakranden van de woonunit. De kap van de woning is strak en de gevelpannen sluiten goed aan. De opstaande randen van de metalen goten maken het invliegen ter plekke van de dakranden met goot onmogelijk, bovendien is overal vogelschroot aanwezig. De aanwezige groenstructuren aan de achterzijde van de woning belemmeren sterk het invliegen aan de achterzijde van de woning. De zolder is geïnspecteerd. Er zijn geen holtes en/of kieren in de gevels van de woning aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van vleermuizen. Tevens zijn de bijgebouwen geïnspecteerd op de aanwezigheid van vleermuizen. Er zijn geen aanwijzingen gevonden die duiden op de aanwezigheid van vleermuizen. Een groot gedeelte van de dakranden van de gebouwen is veel te laag en nodigen niet uit tot invliegen. Door de zeer beperkte isolatie van de schuren ontstaan sterk wisselende temperatuurverschillen onder de daken en in de gebouwen. De schuren zijn niet vorstvrij. Deze temperatuurinvloeden maken de schuurtjes, tot een slecht geschikte verblijfplaats voor vleermuizen.

Er zijn geen aanwijzingen die er op duiden dat vleermuizen de woning, en de bijgebouwen gebruiken als verblijfplaats.

Pagina 13 van 19

Leefgebied: Door de begroeiing vooral rondom de projectlocatie toont het plangebied een geschiktheid als foerageergebied. Aantasting van essentieel foerageergebied is echter uitgesloten; er worden zeer beperkt groenstructuren aangetast. De bomen rondom de projectlocatie langs de straten en paden zullen zeker van belang zijn als treken foerageerstructuur; deze groenstructuren vallen echter buiten de ingreep. Wel dient verstoring voorkomen te worden ten gevolge van een te grote toename aan lichtbelasting zowel in de uitvoerende als gebruiksfase. Conclusie: Verblijfplekken van vleermuizen binnen het plangebied en invloedsfeer van de voorgenomen ontwikkeling worden niet verwacht en daarmee ook geen negatieve effecten op jaarrond beschermde verblijfsplaatsen van vleermuizen. Op basis van inrichting en oppervlak wordt het plangebied momenteel van weinig betekenis geacht binnen het leefgebied van vleermuizen. Ten gevolge van de voorgenomen geplande activiteiten wordt geen aantasting van essentieel foerageergebied verwacht, nog aantasting van structuren die van belang zijn als trek en foerageerroute.

Beeld vogels: Van bepaalde broedvogels zijn de nesten het jaarrond beschermd. Deze vogels gebruiken hun nest buiten de broedperiode als vaste rust- en verblijfplaats. In een open landelijke omgeving tussen verstedelijkt gebied omringt door bossen en voornamelijk weilanden kunnen dit zijn; de huismus, de kerkuil en de steenuil, de wespendief en de sperwer, de boomvalk, de buizerd en de havik.

Huismus: De nesten van de huismus zijn het jaarrond beschermd. Hoewel de data van de NDFF geen aanwezigheid van de huismus vertonen ligt de projectlocatie wel in een gebied wat geschikt is als habitat voor de huismus. De daken van de woning en de bijgebouwen zijn geïnspecteerd op de aanwezigheid van nesten, nestmateriaal en uitwerpselen op de daken en de goten van de bebouwing. Mede als gevolg van de aanwezige vogelschroot zijn geen nesten van de huismus aangetroffen. Ook in de bijgebouwen zijn geen nesten aangetroffen. Er zijn geen uitwerpselen waargenomen die duiden op de aanwezigheid van mussen in de gebouwen. De bijgebouwen op de projectlocatie hebben een golfplaten dakbedekking en slechts beperkt dak isolatie. Bovendien hebben de schuurtjes lage gevels. Eventuele foerageer behoeftes worden niet verkleind als gevolg van de geplande ruimtelijke ontwikkelingen; er is geen afname van foerageergebied en er is voldoende foerageer gebied aanwezig in de omgeving. De geplande werkzaamheden hebben derhalve geen negatief effect op de eventueel aanwezige huismus op de projectlocatie.

Kerkuil en de steenuil: Zowel de kerkuil als de steenuil broedt in gebouwen. De steenuil broedt ook in grote holen van bomen. De gebouwen op de projectlocatie zijn gecontroleerd op de aanwezigheid van kerk- en steenuilen. In de gebouwen zijn geen nesten aangetroffen. Ook zijn geen sporen in de vorm van braakballen, veren en uitwerpselen gezien. De geplande werkzaamheden zullen derhalve geen negatief effect hebben op de aanwezigheid van kerk- en steenuilen. Eventuele foerageer behoeftes worden niet verkleind; er is geen afname van foerageergebied en er is voldoende foerageer gebied aanwezig in de omgeving.

Wespendief en sperwer: De wespendief en de sperwer bouwen hun nest in een bosrijke omgeving. De wespendief geeft de voorkeur aan een bos met naald- en loofbomen, indien mogelijk met open plekken in de bosrijke omgeving. De sperwer bouwt zijn nest het liefst in een dicht begroeid bos van naaldbomen. De projectlocatie heeft niet de kenmerken van de leefomgeving van de sperwer en de wespendief. Tijdens de controle zijn geen nesten aangetroffen. Nesten van de sperwer en de wespendief zijn derhalve uitgesloten.

Pagina 14 van 19

Boomvalk De boomvalk maakt zelf geen nest maar broedt in gebruikte kraaien- of eksternesten in een bosrijke omgeving maar ook in solitaire bomen. De boomvalk komt voor in het open en half open landschap maar ook aan de rand van stedelijke bebouwing. De bomen op de projectlocatie zijn geïnspecteerd op nesten van boomvalken. Er zijn geen nesten aangetroffen. De geplande activiteiten op de projectlocatie zullen geen negatief effect hebben op de boomvalk, mede omdat de bomen op de locatie niet worden verwijderd.

Buizerd en havik: De horsten van de buizerd en de havik kenmerken zich door hun grote omvang. Deze grote horsten bevinden zich hoog in de bomen. Op de projectlocatie zijn geen van deze grote buizerd en/of havik nesten die het jaarrond in gebruik zijn aangetroffen. Mede omdat tijdens de uitvoering van de geplande activiteiten de bomen niet worden verwijderd kan aangenomen worden dat het weghalen van een jaarrond beschermde rust- en voorplantingsplaats van de buizerd en havik is uitgesloten.

Gierzwaluw: De projectlocatie ligt in een gebied wat geschikt is als habitat voor de gierzwaluw. Het dak van de woning is geïnspecteerd op de eventuele aanwezigheid van gierzwaluwen. Er is echter geen enkele aanwijzing die duidt op de aanwezigheid van gierzwaluwen. De zolderruimtes zijn met extra aandacht hier op geïnspecteerd. In de tabel van de NDFF zijn geen waarnemingen van gierzwaluwen opgenomen binnen een zone van 250 meter vanaf de projectlocatie. Binnen de 0,25-5 km vermeld de NDFF wel activiteit van gierzwaluwen. Hoewel door ons niet waargenomen, foerageren derhalve eventueel gierzwaluwen op afstand van de woning. Dit foerageergebied van de gierzwaluwen wordt echter door de activiteiten op de projectlocatie niet aangetast.

Overige broedvogels: De bomen en struweel op en rondom de projectlocatie kunnen dienen als nestgelegenheid voor vogels met een tijdelijke rust- en voortplantingsplaats. Na het broedseizoen zijn de nesten niet meer in gebruik. Deze vogelsoorten bouwen in het nieuwe broedseizoen een nieuw nest. Voorbeelden hiervan zijn: de merel, het roodborstje en de winterkoning. Lijst van waargenomen vogels: Duiven, kauwen, koolmees en merel.

Pagina 15 van 19

Beeld flora: De boombeplanting bestaat uit eiken, berken, beuken, kastanjebomen en sparren op en rondom de projectlocatie. Het bosperceel bestaat voornamelijk uit eiken bomen en sparren. In dit bosperceel ligt een open zone waar de hondenclub zijn activiteiten gedurende het hele jaar wekelijks uitvoert. In de tuin bij de unit staat een apenboom en op afstand rondom de woning staan diverse laag opgaande groenstructuren zoals: vlierbas, beuk, taxus, coniferen, hazelaar en tuinkers. Er is gelet op eventuele aanwezige beschermde muurvegetatie. Er zijn op de projectlocatie geen bijzondere beplantingen aangetroffen.

Beeld reptielen, amfibieën en vissen: Reptielen: De in Nederland voorkomende beschermde reptielsoorten komen vrijwel alleen voor in specifieke natuurgebieden. Voorbeelden hiervan zijn: de ringslang, de levend barende hagedis en de hazelworm. Op de projectlocatie zijn geen reptielsoorten aangetroffen.

Amfibieën: De in Nederland voorkomende beschermde amfibieën hebben vrijwel allen een habitat met ruim voldoende oppervlakte water. Het ontbreken van dit oppervlakte water op de projectlocatie maakt de locatie tot een minder geschikt leefgebied voor deze soorten. Voorbeelden zijn: de alpenwatersalamander, de heikikker, de vispootsalamander, de poelkikker en de rugstreeppad. Op de projectlocatie zijn geen amfibieën aangetroffen. De projectlocatie vormt wel een geschikt habitat voor algemene amfibiesoorten. De nattere lagere gedeeltes op het terrein kunnen als rust- en voortplantingsplaats dienen voor de bruine kikker en de gewone pad. Tijdens de voorgenomen activiteiten kunnen deze soorten beschutting en bescherming zoeken in de sloten en de begroeiing rondom de projectlocatie. De gewone pad en bruine kikker zijn in het kader van de Wet natuurbescherming provinciaal vrij gesteld. Een ontheffingsaanvraag is derhalve niet noodzakelijk. Wel is men gebonden aan de zorgplicht. Er dient derhalve zo zorgvuldig mogelijk omgegaan te worden in dit leefgebied van deze genoemde amfibiesoorten.

Overige soortgroepen: Gedurende het hele jaar kunnen overige soortgroepen zoals libellen, insecten en dagvlinders aanwezig zijn op de projectlocatie. Specifiek beschermde soorten zijn afhankelijk van specifieke terreinkenmerken met specifieke deelleefgebieden. Op de projectlocatie zijn geen deelleefgebieden aangetroffen die duiden op een specifiek beschermde soort zoals libelle, insecten of vlinders.

Vissen: Deze soortgroep kan buiten beschouwing gelaten worden. De projectlocatie beschikt niet over oppervlaktewater; een noodzakelijk onderdeel voor het habitat van de soortgroep vissen.

Pagina 16 van 19

5. Samenvatting: Met behulp van deze QuickScan is in beeld gebracht wat het effect is op de in de inleiding omschreven voorgenomen activiteiten op de projectlocatie aan de Schietbergweg 20 te SintOedenrode. Grondgebonden zoogdieren: ✓ Er zijn op de projectlocatie geen rust- en voortplantingsplaatsen van beschermde grondgebonden zoogdieren aangetroffen. Een aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk. Vleermuizen: ✓ Vleermuizen: Er zijn geen vaste- en/of tijdelijke voortplantingsplaatsen van de vleermuis aangetroffen. Een aanvullend onderzoek in het kader van de soortenbescherming binnen de Wet natuurbescherming is niet noodzakelijk. Vogels: ✓ Er zijn geen vaste rust- en voortplantingsplaatsen van vogels aangetroffen op de projectlocatie. Door de voorgenomen activiteiten worden geen nesten beschadigd. Een aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk. Reptielen, amfibieën en vissen: ✓ Er zijn geen reptielen, amfibieën en vissen waargenomen. De instandhoudingsdoelen komen niet in het gedrang. Een aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk. Overige soortgroepen: (libellen, insecten, vlinders) ✓ Er zijn geen kenmerkende deelleefgebieden voor deze soortgroep aangetroffen derhalve is een aanvullend onderzoek niet noodzakelijk. Flora: ✓ Er is geen bijzonder flora aangetroffen op de projectlocatie en de directe omgeving hiervan. Een aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk.

Pagina 17 van 19

6.

Conclusie:

Op 24-02-2023 heeft RKS Advies B.V. een QuickScan Flora en Fauna uitgevoerd op de projectlocatie Schietbergweg 20 te Sint-Oedenrode. Met behulp van deze QuickScan is in beeld gebracht wat de effecten zijn van de in de inleiding beschreven voorgenomen activiteiten op de aanwezige Flora en Fauna op deze projectlocatie en of daarmee de voorgenomen activiteiten in strijd zijn met de Wet natuurbescherming. Extra focus in deze QuickScan ligt op de aanwezigheid van beschermde soorten en hun status. Onderzocht is wat de invloed van de voorgenomen activiteiten is op deze beschermde soorten en hun instandhouding. Bij overtreding van de Wet natuurbescherming wordt aangegeven op welke manier de negatieve effecten kunnen worden geminimaliseerd en welke stappen kunnen worden genomen om een eventuele ontheffing te verkrijgen. Uit de QuickScan is naar voren gekomen dat bij de uitvoering van de in de inleiding omschreven voorgenomen activiteiten geen onevenredig negatief effect uitgeoefend wordt op de in de zoals in de Wet natuurbescherming omschreven beschermde Flora en Fauna op de projectlocatie en directe omgeving. In en rondom de woning, de woonunit en de bijgebouwen zijn geen vaste rust- en voortplantingsplaatsen aangetroffen. De gebouwen dienen bij voorkeur te worden gesloopt buiten het broedseizoen. Er behoeft geen aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden.

Een ontheffing noodzakelijk bij een negatief effect op beschermde soorten is niet noodzakelijk. Incidenteel kunnen de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op algemene soorten. Van toepassing hierop is een provinciale vrijstelling op basis van de Verordening natuurbescherming voor ruimtelijke ontwikkeling. Plaatselijk kunnen deze aanwezige algemene soorten de projectlocatie verlaten en eventueel tijdelijk een vervangend deelleefgebied opzoeken. De algemene Zorgplicht opgenomen in de Wet natuurbescherming blijft onverminderd van toepasing.

Pagina 18 van 19

7. Werkwijze en aansprakelijkheid: Deze QuickScan is met de grootst mogelijke zorg en nauwkeurigheid uitgevoerd door deskundige en gekwalificeerde medewerkers welke minimaal in bezit zijn van de wettelijk vereiste opleidingen en certificaten. Desondanks is het mogelijk dat zich door omstandigheden op de projectlocatie bepaalde soorten bevinden welke een zwaardere beschermde status bezitten als aangemerkt door de onderzoeker. Bij het uitvoeren van deze QuickScan wordt uitgegaan van een inspanningsverplichting en niet van een resultaatsverplichting. Indien tijdens de geplande ruimtelijke activiteiten/ontwikkelingen alsnog beschermde soorten aangetroffen worden draagt RKS Advies V.O.F. hiervoor geen verantwoordelijkheid. Wel dient dit direct aan RKS Advies V.O.F. gemeld te worden zodat, eventueel met spoed, een aanvullend onderzoek door RKS Advies V.O.F. uitgevoerd kan worden. RKS Advies V.O.F. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor niet waargenomen beschermde soorten of effecten van de activiteiten tenzij sprake is van grove nalatigheid.

8. Geraadpleegde bronnen en websites ✓ Wet Natuurbescherming. ✓ Provinciale verordening Wet natuurbescherming. ✓ Rode Lijst van bedreigde zoogdieren in Nederland. ✓ Nationale Database Flora en Fauna (NDFF). ✓ Ministerie van Landbouw, Natuur en voedselkwaliteit. ✓ www.natura2000.nl ✓ www.ruimtelijkeplannen.nl ✓ www.atlasleefomgeving.nl ✓ www.waarnemingen.nl ✓ www.zoogdierenvereniging.nl Bijlagen: ✓ 1. Ligging t.o.v. Natura 2000 gebieden ✓ 2. Ligging t.o.v. Natuur Netwerk Nederland ✓ 3. Overzicht NDFF ✓ 4. Gebied waarnemingen.nl ✓ 5. Gebied waarnemingen.nl ✓ 6. Vrijgestelde soorten per provincie ✓ 7. Bestemming locatie

Pagina 19 van 19

Natura 2000 gebieden Schietbergweg 20 , 5492 TH Sint-Oedenrode Ligging t.o.v. Natura 2000: circa 13 - 16 en 21 k.m. 24-02-2023

Loonse en Drunense duinen & Leemkuilen

Kampina en Oisterwijkse vennen

Deurnese Peel en Mariapeel

Strabrechtse heide en |Beuven

NatuurNetwerk Nederland Schietbergweg 20, 5492 TH Sint-Oedenrode Ligging t.o.v. NatuurNetwerk Nederland: circa 750 mtr, 1200 mtr en 1500 mtr. 24-02-2023

(bron: Atlas Leefomgeving)

Uitvoerportaal Schietbergweg 20 Sint-Oedenrode

Alle soorten straal 250 meter

35 records Middelpunt < 1km2

Middelpunt > 5km2

Middelpunt 1km2 - 5km2

Vlak

schaal 1 : 1000

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

16 februari 2023 12:59:41

1

Auteur: Jacques Rooijakkers

Uitvoerportaal Schietbergweg 20 Sint-Oedenrode

Alle soorten straal 250 meter Zoekvraag Soort

Soortgroep

Alle

Alle

Wet en Beleid

Periode

Bronhouder

Zoekgebied

Alle jaren

Alle

Alles vollledig binnen zoekgebied

Wet natuurbescherming

Ffwet tabel 1

Soort

Datum

Einddatum

Aantal

Gedrag

Vrl

Boomklever

1 januari 2009

1 januari 2010

1

vastgesteld territorium

x

x

Boomkruiper

1 januari 1999

1 januari 2000

1

vastgesteld territorium

x

x

Buizerd

1 januari 1999

1 januari 2000

1

vastgesteld territorium

x

x

Ekster

1 januari 1999

1 januari 2000

1

vastgesteld territorium

x

x

Ekster

1 januari 2009

1 januari 2010

1

vastgesteld territorium

x

x

Fitis

1 januari 1999

1 januari 2000

1

vastgesteld territorium

x

x

Gaai

1 januari 1999

1 januari 2000

1

vastgesteld territorium

x

x

Gaai

1 januari 1999

1 januari 2000

1

vastgesteld territorium

x

x

Gaai

1 januari 2009

1 januari 2010

1

vastgesteld territorium

x

x

Geelgors

1 januari 1999

1 januari 2000

1

vastgesteld territorium

x

x

Grasmus

1 januari 1999

1 januari 2000

1

vastgesteld territorium

x

x

Grauwe vliegenvanger

1 januari 1999

1 januari 2000

1

vastgesteld territorium

x

x

Groenling

1 januari 1999

1 januari 2000

1

vastgesteld territorium

x

x

Groenling

1 januari 1999

1 januari 2000

1

vastgesteld territorium

x

x

Groenling

1 januari 1999

1 januari 2000

1

vastgesteld territorium

x

x

Groenling

1 januari 2009

1 januari 2010

1

vastgesteld territorium

x

x

Grote bonte specht

1 januari 2009

1 januari 2010

1

vastgesteld territorium

x

x

Grote lijster

1 januari 1985

1 januari 1986

1

vastgesteld territorium

x

x

Grote muur

17 mei 1999

5

niet van toepassing

Havik

28 juni 2021

1

overvliegend

Huiskat

29 juni 2009

Kauw

27 augustus 2021

27 augustus 2021

1

ter plaatse

Kievit

1 januari 1999

1 januari 2000

1

vastgesteld territorium

x

x

Kievit

1 januari 1985

1 januari 1986

1

vastgesteld territorium

x

x

Tuinfluiter

1 januari 1999

1 januari 2000

1

vastgesteld territorium

x

x

Tuinfluiter

1 januari 1999

1 januari 2000

1

vastgesteld territorium

x

x

Turkse tortel

1 januari 1999

1 januari 2000

1

vastgesteld territorium

x

x

Turkse tortel

1 januari 1999

1 januari 2000

1

vastgesteld territorium

x

x

Turkse tortel

1 januari 1999

1 januari 2000

1

vastgesteld territorium

x

x

Zanglijster

1 januari 1999

1 januari 2000

1

vastgesteld territorium

x

x

Zwartkop

1 januari 1999

1 januari 2000

1

vastgesteld territorium

x

x

28 juni 2021

Hrl

Andere

2

3

Rode Liijst

Gevoelig

Kwetsbaar

x

1 x

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

16 februari 2023 12:59:41

2

Auteur: Jacques Rooijakkers

Uitvoerportaal Schietbergweg 20 Sint-Oedenrode

Alle soorten straal 250 meter Wet natuurbescherming

Ffwet tabel 1

Soort

Datum

Einddatum

Aantal

Gedrag

Vrl

Hrl

Andere

2

3

Zwartkop

1 januari 1999

1 januari 2000

1

vastgesteld territorium

x

x

Zwartkop

1 januari 2009

1 januari 2010

1

vastgesteld territorium

x

x

Zwartkop

1 januari 1999

1 januari 2000

1

vastgesteld territorium

x

x

Zwartkop

1 januari 2009

1 januari 2010

1

vastgesteld territorium

x

x

Rode Liijst

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

16 februari 2023 12:59:41

3

Auteur: Jacques Rooijakkers

Bijlage: Vrijgestelde soorten per provincie Met de inwerkingtrede van de Wet natuurbescherming is de natuurwetgeving gedecentraliseerd. Hierdoor ontstaan er verschillen tussen de provincies. Ook op het gebied van soorten die vrijgesteld zijn. Hieronder is daarom een overzicht opgenomen van de vrijgestelde soorten per provincie. Deze vrijstelling is opgenomen in het eerste lid van artikel 3.10 (zie toelichting onder de tabel). Provincie→ Soort↓

Friesland

Groningen

Drenthe

Overijssel

Gelderland

Utrecht

NoordHolland

ZuidHolland

Aardmuis x x x x x x x x Bastaardkikker x x x x x x x x Bosmuis x x x x x x x x Bruine kikker x x x x x x x x Bunzing x x x x x Dwergmuis x x x x x x x x Dwergspitsmuis x x x x x x x x Egel x x x x x x x Gewone x x x x x x x x bosspitsmuis Gewone pad x x x x x x x x Haas x x x x x x x x Hermelijn x x x x x Huisspitsmuis x x x x x x x x Kleine x x x x x x x x watersalamander Konijn x x x x x x x x Meerkikker x x x x x x x x Ondergrondse x x x x x x x woelmuis Ree x x x x x x x x Rosse woelmuis x x x x x x x x Steenmarter x Tweekleurige x x x x x x x bosspitsmuis Veldmuis x x x x x x x x Vos x x x x x x x x Wezel x x x x x Wild zwijn Woelrat x x x x x x x x Hazelworm Levendbarende hagedis Eekhoorn x = vrijgestelde soort (x1) = vrijgesteld in juli t/m september, (x2) = 15 aug t/m 15 okt, (x3) = maart–april en juli t/m november, (x4) = 15 aug t/m feb (bron)

Flevoland

Zeeland

NoordBrabant

Limburg

x x x x

x x x x

x x x x

x x x x

x x x x

x x x x

x x x x x x x x x

x x

x

x x

x x

x x

x x

x x x x x

x x x

x x

x x x

x x x

x x

x x

x x

x

x

x

x x (x4) x

x x

x x

x x

x

x

x x

Toelichting vrijstelling De vrijstelling geldt in voor de soorten hierboven genoemd, mits het gaat om handelingen die worden verricht in verband met: a) De uitvoering van werkzaamheden in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting; b) De uitvoering van werkzaamheden in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; c) De uitvoering van werkzaamheden in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; d) Bestendig gebruik.

x x x x (x1) (x2) (x3)

Plannaam:

Buitengebied Sint-Oedenrode

Datum afdruk:

2023-02-21

Naam overheid: Type plan: Planidn: Dossierstatus:

gemeente Sint-Oedenrode bestemmingsplan NL.IMRO.0846.BP2011BUIOUBUGEB11-va01 deels onherroepelijk in werking

IMRO-versie: Plan datum: Planstatus:

IMRO2008 2012-03-15 vastgesteld

Disclaimer: Er kunnen op geen enkele wijze rechten worden ontleend aan, noch aanspraak gemaakt worden op de inhoud van deze afdruk. Hoewel bij de samenstelling van de inhoud van deze afdruk de grootst mogelijke zorgvuldigheid wordt betracht, bestaat de mogelijkheid dat bepaalde informatie (na verloop van tijd) verouderd is of niet (meer) correct is. Het Kadaster is niet aansprakelijk voor de eventuele schade die zou kunnen voortvloeien uit het gebruik van gegevens van de afdruk.

Pagina 1 van 2

Legenda

Pagina 2 van 2

Unit met apenboom, taxus en rododendron.

Eiken bomen langs de Schietbergweg.

Sparren dicht bij de woning.

Ten zuiden van de projectlocatie bevindt zich een bosperceel bestaande uit voornamelijk eiken bomen en sparren. Open zone centraal in het perceel.

In en rondom de gebouwen is sporenonderzoek uitgevoerd. Er zijn geen sporen van marterachtigen aangetroffen.

Klimop en takken rondom de gebouwen belemmeren sterk de toegang voor uilen en vleermuizen.

Restanten van gebouwen zijn geïnspecteerd op activiteiten van marterachtigen.

De zolder van de woning is geïnspecteerd op aanwezigheid van gierzwaluwen en vleermuizen. Geen uitwerpselen of prooiresten aangetroffen.

Geen uitwerpselen of prooiresten aangetroffen in de schuren. Geen sporen van marterachtigen. Geen isolatie veroorzaakt grote temperatuurpschommelingen in de gebouwen.

Rookgaskanalen in de woning geïnspecteerd. Geen activiteit aangetroffen.

Vogel-werende maatregelen onder de golfplaten.

Vogelschroot aanwezig onder de pannen van de woning.

Achter de projectlocatie strekt zich een open landschap uit met weilanden en akkers.

Zandweg tussen de projectlocatie en het eiken bos. Langs de weg staan eiken, kastanjebomen, berken en een oude beuken haag. De bomen aan de rand van het bos zijn overwoekerd met klimop.

De open gedeeltes van de schuren zijn geïnspecteerd. Er zijn geen aanwijzingen gevonden die er op duiden dat uilen leven in of rondom de gebouwen.

Schuren hebben lage dakranden.

Betongaas achter de raam van een schuur.

De gevelpannen van de woning sluiten goed aan.

CERTIFICAAT Vereniging Stadswerk Nederland te Ede Verklaart dat: Naam:

J.J.M. Rooijakkers

Geboortedatum:

07 december 1966

te:

Son en Breugel

te:

Arnhem

Met succes heeft deelgenomen aan het examen:

Zorgvuldig handelen Wet natuurbescherming, Flora- en faunacontroleur Op:

30 juni 2021

Toetsing heeft plaats gevonden conform: - Examenreglement IPC Groene Ruimte - Examendocument Flora- en Faunacontroleur, IPC Groene Ruimte, juni 2015 - Gedragscode Flora- en faunawet, bestendig beheer en onderhoud groenvoorzieningen, Vereniging Stadswerk Nederland en Branchevereniging VHG, door Staatssecretaris S.A.M. Dijksma van het Ministerie van Economische zaken goedgekeurd op 29 oktober 2014.

Dit certificaat is 5 jaar geldig Certificaathouder:

Exameninstelling:

de heer M. Loeffen

de heer E. Poelman

Directeur

Algemeen Directeur

CERTIFICAAT Vereniging Stadswerk Nederland te Ede Verklaart dat: Naam:

J.J.M. Rooijakkers

Geboortedatum:

07 december 1966

te:

Son en Breugel

te:

Arnhem

Met succes heeft deelgenomen aan het examen:

Zorgvuldig handelen Wet natuurbescherming, Flora- en fauna-inspecteur Op:

17 september 2021

Toetsing heeft plaats gevonden conform: - Examenreglement IPC Groene Ruimte - Examendocument Flora- en Fauna-inspecteur, IPC Groene Ruimte, mei 2017 -Gedragscode soortbescherming gemeenten, Koninklijke Vereniging Stadswerk Nederland, door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit goedgekeurd op 17 december 2020 Dit certificaat is 5 jaar geldig Certificaathouder:

Exameninstelling:

de heer M. Loeffen

de heer E. Poelman

Directeur

Algemeen Directeur

CERTIFICAAT Vereniging Stadswerk Nederland te Ede Verklaart dat: Naam:

A.E.F. Rooijakkers - van de Laar

Geboortedatum:

09 mei 1969

te:

Sint Oedenrode

te:

Arnhem

Met succes heeft deelgenomen aan het examen:

Zorgvuldig handelen Wet natuurbescherming, Flora- en faunacontroleur Op:

30 juni 2021

Toetsing heeft plaats gevonden conform: - Examenreglement IPC Groene Ruimte - Examendocument Flora- en Faunacontroleur, IPC Groene Ruimte, juni 2015 - Gedragscode Flora- en faunawet, bestendig beheer en onderhoud groenvoorzieningen, Vereniging Stadswerk Nederland en Branchevereniging VHG, door Staatssecretaris S.A.M. Dijksma van het Ministerie van Economische zaken goedgekeurd op 29 oktober 2014.

Dit certificaat is 5 jaar geldig Certificaathouder:

Exameninstelling:

de heer M. Loeffen

de heer E. Poelman

Directeur

Algemeen Directeur

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

Kastelijn Ruimtelijk Advies Schietbergweg 20, 5492TH Sint-Oedenrode Herbouw woning Aanlegfase: sloop en herbouw bestaande woning met bijgebouwen.

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

Rdd7VotxmhmN 03 mei 2023, 11:37 Wnb-rekengrid incl. eigen rekenpunten

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Aanlegfase Schietbergweg 20 - Beoogd Aanlegfase Schietbergweg 20 - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

Rdd7VotxmhmN (03 mei 2023)

2023 -

0,6 kg/j

85,6 kg/j

2/11

Projectberekening

Aanlegfase Schietbergweg 20 (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 2 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Materieel bouw- en sloopfase  Verkeersnetwerk

Rdd7VotxmhmN (03 mei 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

0,5 kg/j 6,0 g/j

85,5 kg/j 0,2 kg/j

3/11

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). Rdd7VotxmhmN (03 mei 2023)

4/11

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Aanlegfase Schietbergweg 20" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

Rdd7VotxmhmN (03 mei 2023)

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)

-

-

5/11

Projectberekening

Per eigen rekenpunt

Naam

Coördinaat

49

Kempenland-West H91E0C (22 km)

50

Kempenland-West H91D0 (22 km)

51

Kempenland-West ZGH91E0C (22 km)

52

Kempenland-West H9120 (22 km)

53

Kempenland-West H6410 (22 km)

39

Kempenland-West (16 km)

40

Kempenland-West H3130 (16 km)

41

Kempenland-West ZGH4030 (17 km)

42

Kempenland-West ZGH3160 (17 km)

47

Kempenland-West Lg03 (20 km)

48

Kempenland-West H9190 (22 km)

24 25

Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux & Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux H4030 (16 km) Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux H2310 (16 km)

26

Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux H3130 (16 km)

27

Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux H4010A (16 km)

28

Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux H3160 (16 km)

29

Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux H7150 (17 km)

30

Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux H9190 (18 km)

31

Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux H91E0C (19 km)

32

Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux H2330 (19 km)

33

Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux H91D0 (20 km)

34

Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux Lg09 (21 km)

35

Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux ZGH91E0C (21 km)

36

Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux H7140A (22 km)

37

Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux H9999:136 (23 km)

38

Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux H7110B (24 km)

X:143921 Y:381894 X:143964 Y:381784 X:142915 Y:382730 X:142954 Y:382669 X:143180 Y:382338 X:150474 Y:383033 X:150475 Y:383019 X:150515 Y:382602 X:149910 Y:382627 X:145225 Y:383696 X:144038 Y:381928 X:163178 Y:379477 X:163788 Y:379492 X:163891 Y:379445 X:163277 Y:379354 X:163282 Y:379352 X:164121 Y:378952 X:163831 Y:377637 X:162164 Y:376565 X:164538 Y:376310 X:163071 Y:375645 X:163575 Y:374900 X:162292 Y:374149 X:164255 Y:373687 X:163228 Y:371990 X:164134 Y:371152

Rdd7VotxmhmN (03 mei 2023)

Projectbijdrage (mol N/ha/jr)

-

6/11

Projectberekening

Per eigen rekenpunt

Naam

Coördinaat

55

Strabrechtse Heide & Beuven (17 km)

56

Strabrechtse Heide & Beuven H4010A (17 km)

57

Strabrechtse Heide & Beuven H3160 (17 km)

58

Strabrechtse Heide & Beuven H4030 (17 km)

59

Strabrechtse Heide & Beuven Lg03 (17 km)

60

Strabrechtse Heide & Beuven H3130 (17 km)

61

Strabrechtse Heide & Beuven H91E0C (17 km)

62

Strabrechtse Heide & Beuven H91D0 (17 km)

63

Strabrechtse Heide & Beuven H2330 (17 km)

64

Strabrechtse Heide & Beuven H2310 (17 km)

65

Strabrechtse Heide & Beuven H7150 (18 km)

66

Strabrechtse Heide & Beuven H3110 (20 km)

77

Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek H3140hz (24 km)

78

Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen (20 km)

79

Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen H3130 (21 km)

80

Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen H9190 (21 km)

81

Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen H2330 (22 km)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=42e38b7d-4e04-4661-80a9-3c2e70f5e4fd