Bijlagen bij toelichting_Bijlage 8 Verkennend en nader bodemonderzoek Buitenbosje 2020.pdf
Tekst van het document
Verkennend en nader bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem Kloosterkwartier Veghel
Gemeente Meierijstad
Projectnummer: 2814.03 Datum: 7 juli 2020 Versie: definitief
Verkennend en nader bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem Kloosterkwartier Veghel
Gemeente Meierijstad
Opdrachtgever:
Zenzo Maatschappelijk Vastgoed
Projectnummer:
2814.03
Datum:
7 juli 2020
Versie:
definitief
Projectleider en rapporteur:
ing. R. Schreuder
Autorisatie:
ing. M. Teusink
Opdrachtnemer:
Buro Ontwerp & Omgeving Velperweg 157 6824 MB Arnhem Postbus 2033 6802 CA Arnhem info@ontwerpenomgeving.nl www.ontwerpenomgeving.nl
Verkennend en nader bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem
INHOUD
Buro Ontwerp & Omgeving
Pagina
1
INLEIDING ................................................................................................................................ 4
2
VOORONDERZOEK ................................................................................................................... 5 2.1 Algemeen ................................................................................................................... 5 2.2 Locatie gegevens ........................................................................................................ 5 2.3 Historisch gebruik en beïnvloeding van de onderzoekslocatie .................................. 6 2.4 Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit...................................................... 9 2.5 Regionale bodemopbouw en geohydrologische situatie ......................................... 14 2.6 Onderzoeksopzet ‘bosdeel’ ...................................................................................... 14 2.7 Conceptueel model en onderzoeksstrategie toegangspad...................................... 15 2.8 Kwaliteitsborging veldwerk en laboratoriumonderzoek.......................................... 15
3
RESULTATEN BODEM- EN ASBEST IN BODEM ONDERZOEK.................................................. 17 3.1 Veldwerkzaamheden................................................................................................ 17 3.2 Maaiveldinspectie, bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen ......................... 18 3.3 Laboratoriumonderzoek........................................................................................... 19 3.4 Toetsingskader ......................................................................................................... 21 3.5 Analyseresultaten..................................................................................................... 22 3.6 Interpretatie ............................................................................................................. 28 3.7 Milieuhygiënische risicobeoordeling huidig gebruik................................................ 29 3.8 Gevalsdefinitie.......................................................................................................... 31
4
SAMENVATTING, CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ............................................................ 32 4.1 Samenvatting en conclusies ..................................................................................... 32 4.2 Aanbevelingen.......................................................................................................... 33 4.3 Opmerkingen............................................................................................................ 34
BIJLAGEN 1. Situatietekeningen 1.1 Regionale ligging en kadastrale kaart 1.2 Situatietekening met boorpunten 2. Boorprofielen en legenda 3. Analysecertificaten 4. Toetsing van de analyseresultaten 4.1 Toetsing analyseresultaten aan Wbb 4.2 Toetsing analyseresultaten aan Bbk 5. Toetsingskader
Kloosterkwartier Veghel
2
2814.03
Verkennend en nader bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem
Buro Ontwerp & Omgeving
5.1 Wet bodembescherming (Wbb) 5.2 Besluit bodemkwaliteit (Bbk) 5.3 Tijdelijk handelingskader PFAS 6. Omgevingsrapportage Omgevingsdienst Brabant Noord 7. Bepaling spoedeisendheid Sanscrit
Kloosterkwartier Veghel
3
2814.03
Verkennend en nader bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem
1
Buro Ontwerp & Omgeving
INLEIDING In opdracht van Zenzo Maatschappelijk Vastgoed is door Buro Ontwerp & Omgeving een verkennend en nader bodemonderzoek en een verkennend onderzoek asbest in bodem uitgevoerd op de locatie bekend als het ‘Kloosterkwartier Veghel’. De onderzoekslocatie is gelegen in het centrum van Veghel, aan de Mr. Van Coothstraat. De aanleiding tot de uitvoering van de werkzaamheden is de voorgenomen realisatie van een appartementencomplex op de locatie. Het nader onderzoek wordt uitgevoerd naar aanleiding van de tijdens eerder onderzoek aangetroffen sterk verhoogde gehalten zink. Doel van het verkennende bodemonderzoek is een indicatie te krijgen van de huidige milieuhygienische kwaliteit van de bodem. Het doel van het verkennend onderzoek asbest in bodem is om, met een relatief geringe onderzoeksinspanning, na te gaan of de verdenking op verontreiniging van de bodem met asbest terecht is en een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de bodem. Het doel van het nader bodemonderzoek is het bepalen van de mate en omvang van de verontreiniging. Het verkennend en aanvullend bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740:2009/ A1:2016 (Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond).
Het verkennend onderzoek asbest in bodem is uitgevoerd conform de NEN 5707+C1:2016/C2: 2017 (Bodem- Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond). Uitvoering van een vooronderzoek conform NEN 5725:2017 (Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygienisch vooronderzoek) maakt deel uit van het onderzoek. Het nader bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NTA 5755:2010 (Bodem - Landbodem Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek - Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging). In het voorliggende rapport worden achtereenvolgens de resultaten van het vooronderzoek en de daarop gebaseerde onderzoeksstrategie (hoofdstuk 2), de uitvoering en resultaten van het uitgevoerde bodemonderzoek (hoofdstuk 3) en de samenvatting, conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 4) beschreven. Buro Ontwerp & Omgeving verklaart dat zij geen financieel of zakelijk belang heeft bij het resultaat van het onderzoek. Het onderzoek is in dat opzicht onafhankelijk van de opdrachtgever uitgevoerd.
Kloosterkwartier Veghel
4
2814.03
Verkennend en nader bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem
2
Buro Ontwerp & Omgeving
VOORONDERZOEK
2.1 Algemeen Ten behoeve van het verkennend bodemonderzoek en het verkennend onderzoek asbest in bodemis een vooronderzoek uitgevoerd conform de norm NEN 5725. In het kader van het vooronderzoek is informatie verzameld over de volgende onderzoeksaspecten: - Locatie gegevens; - Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval; - Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit; - Bodemopbouw en geohydrologie. Hierbij zijn de volgende bronnen geraadpleegd: - Verstrekte informatie door de opdrachtgever; - Verstrekte informatie door de Omgevingsdienst Brabant Noord; - www.kadaster.nl; - www.dinoloket.nl; - www.bodemloket.nl/kaart; - kaartbank.brabant.nl/viewer/app/bodematlas; - www.topotijdreis.nl. 2.2 Locatie gegevens Afbakening onderzoekslocatie vooronderzoek De onderzoekslocatie is gelegen in het historische centrum van Veghel, langs de Mr. van Coothstraat en maakt deel uit van het terrein behorende bij het klooster van de ‘Zusters van Franciscanessen’. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 3.100 m2. Het betreft een deel van het kadastrale perceel gemeente Veghel, sectie K, nummer 3839. Voor de ligging van de locatie en de kadastrale kaart wordt verwezen naar bijlage 1.1 en voor een situatietekening naar bijlage 1.2.
Huidig gebruik onderzoekslocatie De onderzoekslocatie is grotendeels onverhard en bestaat voornamelijk uit bos. Ten westen is het trottoir van de Mr. van Coothstraat aanwezig, de oostgrens wordt gevormd door de gracht van het Kloosterpark. Op het noordelijke deel van de onderzoekslocatie is een toegangspad naar het Kloosterpark aanwezig, dat verhard is met klinkers. Onderstaande foto’s geven een beeld van het terrein.
Kloosterkwartier Veghel
5
2814.03
Verkennend en nader bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem
Foto 1: overzicht terrein
Buro Ontwerp & Omgeving
foto 2: toegangspad noordelijk deel
Terreinverkenning Voorafgaand aan het bodemonderzoek is er een terreinverkenning uitgevoerd. De inspectie is onder andere gericht op de identificatie van bronnen, die mogelijk hebben geleid of kunnen leiden tot een bodemverontreiniging en op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal. Tijdens de terreinverkenning zijn geen bijzonderheden waargenomen. Toekomstig gebruik Het huidige gebruik zal gewijzigd worden. Het voornemen bestaat op de onderzoekslocatie twee appartementencomplexen te realiseren. De tussenliggende ruimte zal voorzien worden van verharding, er is geen tuin voorzien. 2.3 Historisch gebruik en beïnvloeding van de onderzoekslocatie Historisch kaartmateriaal Het klooster en de begraafplaats ten zuiden van de onderzoekslocatie zijn in 1900 al aanwezig. Tot in de jaren ’20 van de vorige eeuw was de onderzoekslocatie in gebruik voor landbouw en onbebouwd. Tussen circa 1930 en 1985 was op de onderzoekslocatie bebouwing gesitueerd.
Kloosterkwartier Veghel
6
2814.03
Verkennend en nader bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem
1920
1930
1985
1990
Buro Ontwerp & Omgeving
Historische gegevens Op het terrein was het ‘Patronaatsgebouw’ gesitueerd, wat gediend heeft als (huishoud)school. Op een luchtfoto uit 1923 is dit gebouw reeds zichtbaar, in de omgeving vinden op de foto bouwactiviteiten plaats. Op een luchtfoto van 1938 is het gebouw duidelijk waarneembaar. Ten zuiden van het gebouw is een tuin aanwezig. Tussen deze tuin en de begraafplaats bevinden zich bomen. Het toegangsweggetje en de brug over de gracht zijn ook zichtbaar.
Kloosterkwartier Veghel
7
2814.03
Verkennend en nader bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem
Buro Ontwerp & Omgeving
Luchtfoto 1938 van de onderzoekslocatie.
Er zijn geen gegevens bekend over de sloop van het gebouw. Na de sloop (circa 1985) is het terrein beplant met bomen. In het kader van de ontwikkelingen is door (archeologisch) onderzoeksbureau BAAC een historische inventarisatie van de kloostertuin opgesteld (Veghel, Deken van Miertstraat 8, Franciscushof, Tuinhistorische verkenning met kenmerk BAAC Rapport B-18.0154_tuin, d.d. 16 augustus 2018). In deze rapportage staat het volgend vermeld over de onderzoekslocatie: De geschiedenis van het buitenbosje, het bosje in de zuidwestpunt, buiten de gracht, heeft een geschiedenis die verder teruggaat dan 1923-1924. Dat is af te leiden uit de oudste luchtfoto van het gebied. Daarop zien we in dit deel van de tuin al volwassen bomen staan. Mogelijk heeft aanplant plaats gevonden in de tijd dat het kerkhof achter de Lambertuskerk tot stand kwam, of werd uitgebreid. In die tijd heeft het mogelijk gediend als scherm achter de Calvarieberg op het kerkhof dat daarmee een meer besloten karakter zal hebben gekregen. Op de foto uit 1924 zien we in dit deel van de huidige tuin ook één van de schoolgebouwen (de huishoudschool) staan. Nu (2018) zien we vooral jonge(re) aanplant. Die zal deels of volledig tot stand zijn gebracht na de sloop van het schoolgebouw op dit terrein.
Door de jonge(re) aanplant slingert een smal onverhard schorspad van een poortje tot aan de brug richting de Meester van Coothstraat. Dit pad zien we in de basis al terug op de ontwerptekening van Verhulst uit 1968. We treffen in het bosje hoofdzakelijk bruine beuk (Fagus) en berk (Betula) aan met een onderbegroeiing van klimop (Hedera) en wat heesters. Het karakter van dit bosje is vrij open. Bouw- en sloopvergunningen In de archieven van de gemeente Meierijstad zijn twee vergunningen aanwezig betreffende het Patronaatgebouw. In tabel 1 is een overzicht opgenomen van de vergunningen.
Kloosterkwartier Veghel
8
2814.03
Verkennend en nader bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem
Tabel 1
Buro Ontwerp & Omgeving
Bouwvergunningen
Dossier BHIC_7698_3750.0554_000
Bouw Vergroten gebouw
Datum d.d. 29-11-1924
BHIC_7698_3750.0849_000
Vergroten gebouw
d.d. 26-11-1928
Opmerking Aanbouw van kleedkamers en toiletten, en de aanleg van een kelder (16 x 6,5 m). Aanbouw keuken en bijbehorende opslagruimtes
In de bijbehorende bouwtekeningen zijn geen (ondergrondse) tanks vermeld. Tevens wordt geen melding gemaakt van de toepassing van asbest. Calamiteiten Voor zover bij de opdrachtgever bekend hebben zich op de onderzoekslocatie in het verleden geen calamiteiten met een bodembedreigend karakter voorgedaan. Ook uit informatie van de gemeente Meierijstad en de Omgevingsdienst Brabant Noord blijkt niet dat er zich in het verleden bodembedreigende calamiteiten hebben voorgedaan. Tanks Voor zover bekend, heeft er op of direct nabij de onderzoekslocatie nimmer opslag van oliehoudende producten in ondergrondse of bovengrondse tanks plaatsgevonden. Historisch bodemgebruik Uit de informatie van de Omgevingsdienst Brabant Noord blijkt dat er geen HBB-(historisch bodemgebruik) locaties ter plaatse van of in de directe omgeving van de onderzoekslocatie aanwezig zijn. 2.4 Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit Uitgevoerde bodemonderzoeken Op de onderzoekslocatie zijn de volgende bodemonderzoeken verricht (zie ook bijlage 6; omgevingsrapportage). -
Milieukundig bodemonderzoek Deken van Miertstraat 8 te Veghel, Bodeminzicht, projectnummer B1951, d.d. 12 oktober 2017; Van onderhavige onderzoekslocatie maakt alleen het toegangspad naar het Kloosterpark deel uit van dit onderzoek. In het bosdeel zijn boringen geplaatst. Tijdens het onderzoek zijn over het algemeen in zowel de boven- als in de ondergrond gehaltes aan zware metalen aangetoond boven de achtergrondwaarden. Plaatselijk zijn tevens gehaltes aan minerale olie, PCB en PAK gemeten boven de achtergrondwaarden. Onder het toegangspad (boring 60) is een sterke verontreiniging met zink aangetoond. Het grondwater bevat ten hoogste lichte verontreinigingen met barium. Dit betreft naar alle waarschijnlijkheid regionaal verhoogde achtergrondconcentraties.
Kloosterkwartier Veghel
9
2814.03
Verkennend en nader bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem
Buro Ontwerp & Omgeving
Nader bodemonderzoek Deken van Miertstraat 8 te Veghel (‘Hart van Veghel’), Buro ontwerp en omgeving, projectnummer 2814.01, d.d. 15 november 2018;
-
Tijdens het onderzoek zijn de in het bovengenoemde verkennende onderzoek aangetroffen sterk verontreinigde spots nader onderzocht. De sterke verontreiniging met zink onder het toegangspad (boring 60) is onder en direct langs het pad in de overwegend baksteen-, puin- en kolengruishoudende bodem aangetoond. Het betreft de bovengrond, tot gemiddeld 0,5 m -mv en lokaal tot maximaal 1,0 m -mv. De hoogst gemeten waarden zijn aangetoond aan de noordzijde van het pad. De verontreiniging is niet geheel in beeld gebracht omdat nog onbekend was of en zo ja waar grondroerende werkzaamheden plaats zouden gaan vinden. Hierdoor is de zinkverontreiniging richting het oosten zowel horizontaal als verticaal niet afgeperkt. Vermoedelijk bevindt de verontreiniging zich direct naast en onder de verharding en strekt zich uit richting het oosten tot aan een bruggetje. De exacte oorzaak van de verontreinigingen is niet te duiden. Mogelijk is in het verleden, voordat de weg was voorzien van een klinkerverharding, aangevuld/geëgaliseerd met (baksteen)puin en kolengruis. Hierdoor wordt er vanuit gegaan dat er hoogstwaarschijnlijk sprake van een historische verontreiniging (ontstaan vóór 1 januari 1987). Uit een indicatieve bepaling van de spoedeisendheid is gebleken dat er géén sprake is van onaanvaardbare humane, ecologische en verspreidingsrisico's.
Hiervan uitgaande, alsmede van de mate en het volume van de geconstateerde verontreinigingen (meer dan 25 m³ sterk verontreinigde grond), wordt gesteld het hier in het kader van de Wet bodembescherming een geval van ernstige bodemverontreiniging betreft, dat niet met spoed hoeft te worden gesaneerd. Om een beeld van de verontreinigingssituatie van het terrein te krijgen zijn in tabel 2 de resultaten van de eerder uitgevoerde onderzoeken (verkennend, oktober 2017, en nader onderzoek, november 2018) per onderzochte bodemlaag opgenomen. Van de boringen 59 en 60 is de exacte situering onbekend, de boringen liggen nabij respectievelijk boring 204 en A104. Tabel 2 Boring
Analyse- en toetsingsresultaten geanalyseerde bodemlagen, incl. gestandaardiseerde gehalten Diepte (m –mv)
Relevante zintuiglijke waarnemingen
0,0-0,07
Klinker
0,07-0,5
Resten baksteen
0,0-0,07
Klinker
0,07-0,35
Resten baksteen
0,35-0,8
Zwak baksteen, zwak kolengruis
0,8-1,0
-
0,0-0,07
Klinker
Monster-code en diepte
Analyse
Verhoogde parameters Wbb (gestandaardiseerde gehalten in mg/kg d.s.) > AW-waarde
59 60
A101
Kloosterkwartier Veghel
> T-waarde
Indicatie Bbk#
> I-waarde
59-1 (0,07-0,5)
Zink
-
-
-
AW
60-1 (0,35-0,8)
Zink
-
-
Zink (764)
NT
10
2814.03
Verkennend en nader bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem
Boring
Diepte (m –mv)
Relevante zintuiglijke waarnemingen
0,07-0,2
Zwak baksteen, sporen kolengruis
0,2-0,9
Sporen baksteen, sporen kolengruis
0,9-1,4
-
0,0-0,07
Klinker
0,07-0,5
Sporen baksteen, zwak humeus
0,5-1,0
-
Monster-code en diepte
Analyse
Buro Ontwerp & Omgeving
Verhoogde parameters Wbb (gestandaardiseerde gehalten in mg/kg d.s.) > AW-waarde
A102
A103
A103.1
A104
A104.1
A105
0,0-0,07
Klinker
0,07-0,2
-
0,2-0,5
Zwak baksteen, zwak kolengruis
0,0-0,3
-
0,3-1,3
matig kolengruis, sporen baksteen
1,3-1,8
-
> T-waarde
Indicatie Bbk#
> I-waarde
A101-4 (0,9-1,4)
Zink
-
-
-
AW
A102-1 0,5)
(0,07-
Zink
Zink (156,6)
-
-
Wonen
A103-2 (0,2-0,5)
Zink
Zink (323,0)
A103.1-2 (0,30,8)
Zink
Zink (393,5)
-
-
Industrie
Industrie
0,0-0,07
Klinker
0,07-0,4
Zwak baksteen
A104-1 0,4)
(0,07-
Zink
-
Zink (474,6)
-
Industrie
0,0-0,3
matig kolengruis, matig baksteen
A104.1-1 (0,00,5)
Zink
-
-
Zink (12.410)
NT
0,3 - 0,5
matig baksteen
0,5-1,0
-
A104.1-3 (0,51,0)
Zink
Zink (149,5)
-
-
Wonen
0,0-0,5
Sporen baksteen, zwak humeus
0,5-1,0
Sporen baksteen
A105-2 (0,5-1,0)
Zink
Zink (230,2)
-
-
Industrie
A106
0,0-1,0
Zwak baksteen
A106-1 (0,0-0,5)
Zink
Zink (249,6)
-
-
Industrie
A107
0,0-0,5
Sporen baksteen, zwak humeus
0,5-1,0
sporen baksteen, zwak kolengruis, zwak humeus
0,0-0,2
sporen baksteen, matig kolengruis, zwak humeus
A108-1 (0,0-0,2)
Zink
-
-
Zink (19.590)
NT
0,2-,06
-
A108-2 (0,2-0,6)
Zink (876,4)
NT
0,6-1,0
-
A108-3 (0,6-1,0)
Zink
-
-
-
AW
0.0-,05
zwak kolengruis, zwak baksteen, zwak humeus
0,5-1,0
-
0,0-0,5
Zwak baksteen, zwak humeus
A109-1 (0,0-0,5)
Zink
Zink (576,4)
NT
0,5-1,2
Sporen baksteen
A109-2 (0,5-1,0)
Zink
Zink (756,1)
NT
0,0-0,5
Zwak baksteen, matig humeus
A110-1 (0,0-0,5)
Zink
Zink (24.650)
NT
0,5-0,7
Resten baksteen, zwak humeus
A108
A108.1
A109
A110
Kloosterkwartier Veghel
11
2814.03
Verkennend en nader bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem
Boring
Buro Ontwerp & Omgeving
Diepte (m –mv)
Relevante zintuiglijke waarnemingen
Monster-code en diepte
Analyse
Verhoogde parameters Wbb (gestandaardiseerde gehalten in mg/kg d.s.)
0,7-1,5
-
A110-3 (0,7-1,2)
Zink
-
-
-
AW
0,0-0,5
Resten baksteen, zwak humeus
A111-1 (0,0-0,5)
Zink
-
-
Zink (1.376)
AW
0,5-0,7
Matig metselpuin
0,7-1,5
-
0,0-0,2
Sporen baksteen, zwak humeus
0,2-0,4
Zwak humeus
A112-2 (0,2-0,4)
Zink
-
-
Zink (7.790)
NT
0,4-0,6
Zwak humeus
0,6-1,5
-
0,0-0,5
Zwak metselpuin, zwak humeus
A113-1 (0,0-0,5)
Zink
-
-
-
AW
0,5-1,2
Zwak metselpuin
1,2-1,7
-
> AW-waarde
A111
A112
A113
> T-waarde
Indicatie Bbk#
> I-waarde
Wbb:
Zintuiglijk zijn geen waarnemingen gedaan welke kunnen duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging
<
: aangetroffen gehaltes kleiner dan achtergrondwaarde
>AWwaarde
: aangetroffen gehalte groter dan achtergrondwaarde
>Twaarde
: aangetroffen gehalte groter dan tussenwaarde (aanvullend / nader bodemonderzoek nodig)
>Iwaarde
: aangetroffen gehalte groter dan interventiewaarde (aanvullend / nader bodemonderzoek nodig)
Bbk:
De indicatieve beoordeling Bbk geldt voor de situatie "Grond, toepassing op landbodem"
AW Wonen Industrie NT
: overal toepasbaar (voldoet aan Achtergrondwaarde) : toepasbaar (functieklasse wonen) : toepasbaar (functieklasse industrie) : niet toepasbaar
#
: Alleen bepaald op basis van de geanalyseerde parameters
Resultaten uitgevoerd bodemonderzoek omgeving onderzoekslocatie In de nabijheid van de onderzoekslocatie is het volgende bodemonderzoek verricht. -
Verkennend bodemonderzoek Mr. Van Coothstraat 9, In Bodem, projectcode VEGANN, d.d. 22 maart 1995; Het onderzoek is uitgevoerd op de binnenplaats van het gebouw ten noorden van de onderzoekslocatie. De bebouwing betreft een school, welke wordt verbouwd tot rouwcentrum. Op de locatie was een ondergrondse tank aanwezig. Visueel en analytisch is geen verontreiniging met olie aangetroffen. In de bovengrond is een gehalte lood en PAK boven de streefwaarde aangetoond. In de ondergrond is een gehalte kwik boven de streefwaarde aangetoond. In het grondwater is een concentratie chroom boven de streefwaarde gemeten.
Kloosterkwartier Veghel
12
2814.03
Verkennend en nader bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem
-
Buro Ontwerp & Omgeving
Bodemonderzoek Mr. Van Coothstraat in Veghel, TAUW, projectnummer 1235424, d.d. 18 oktober 2016; Het onderzoek is uitgevoerd in het oostelijke trottoir van de Mr. Van Coothstraat, tussen huisnummers 1 t/m 11, naar aanleiding van het leggen van een waterleiding. Omdat in de boring ter hoogte van huisnummer 11 een sterke verontreiniging met zink is aangetroffen, is aanvullend (asbest)onderzoek uitgevoerd. Hieruit blijkt dat op deze locatie de grond sterk verontreinigd is met lood, zink of PAK. De gehaltes asbest liggen (ver) onder de 50 mg/kg ds. Het grondwater is niet meegenomen in het onderzoek. In het trottoir ter hoogte van de huidige onderzoekslocatie is in de ondergrond (circa 0,4 tot 1,0 m-mv) een bijmenging met puin en kooldeeltjes (boring 2) of kooldeeltjes (boring 3) aangetroffen. In deze bodemlagen zijn enkele metalen en PAK in gehaltes boven de achtergrondwaarde aangetoond (klasse Industrie).
Asbest Het voormalige gebouw op de locatie is gerealiseerd in de periode 1920-1930. De aanwezigheid van asbesthoudende materialen wordt derhalve als ‘klein’ beschouwd. Ook tijdens het uitvoeren van het vooronderzoek zijn geen aanwijzingen verkregen voor de mogelijke aanwezigheid van asbestverdachte materialen op of in de bodem van de onderzoekslocatie. PFAS Er zijn geen specifieke aanwijzingen voor de aanwezigheid van PFAS ter plaatse van de onderzoekslocatie. Publiekrechtelijke beperkingen ten aanzien van artikel 55 Wet bodembescherming Ten aanzien van deze percelen zijn geen publiekrechtelijke beperkingen opgenomen ten aanzien van het artikel 55 uit de Wet bodembescherming, hetgeen inhoudt dat bij het Kadaster geen geval van ernstige bodemverontreiniging is geregistreerd. Bodemkwaliteit Op de ‘Bodemkwaliteitskaart regio Noordoost Brabant’ valt de locatie voor de boven- en ondergrond in ‘Uitbreidingsgebieden bebouwde kom en buitengebied’. De gebiedseigen kwaliteit (P80percentiel) voldoet voor zowel de boven- als de ondergrond aan de bodemkwaliteitsklasse ‘Landbouw/natuur’.
Kloosterkwartier Veghel
13
2814.03
Verkennend en nader bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem
2.5
Buro Ontwerp & Omgeving
Regionale bodemopbouw en geohydrologische situatie Het maaiveld ligt globaal op een hoogte van circa 9,8 m +NAP. Volgens de Bodemkaart van Nederland ligt de locatie in een niet-gekarteerd gebied. De dichtstbijzijnde kaarteenheid betreft een Hoge zwarte enkeerdgrond, bestaande uit leemarm en zwak lemig fijn zand. Tabel 2 geeft de hydrologische bodemopbouw op basis van gegevens afkomstig van het DINOloket. Tabel 3
Geohydrologische bodemopbouw (Dinoloket)
m-mv 0 tot 26
Beschrijving Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, met weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof zand, grind en midden zand, met weinig zandige klei en fijn zand, een spoor klei en kans op stenen, keien en blokken Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof en midden zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei, klei en midden zand, met weinig veen, fijn en grof zand en een spoor bruinkool
26 tot 41
41 tot 65 65 tot 76
Formatie Formatie van Boxtel Formatie van Beegden
Formatie van Sterksel Formatie van Stramproy
Het grondwater bevindt zich naar verwachting op circa 8,5 m +NAP en stroomt globaal in zuidwestelijke richting. Onder invloed van de oostelijk gelegen vijver is de stromingsrichting van het freatische grondwater meer oostelijk. Er liggen geen pompstations in de buurt van de onderzoekslocatie die van invloed zouden kunnen zijn op de grondwaterstroming ter plaatse van de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbeschermings- en/of grondwaterwingebied of intrekgebied van grondwater. 2.6 Onderzoeksopzet ‘bosdeel’ Het verkennend bodemonderzoek voor het ‘bosdeel’ is gebaseerd op de in de NEN 5740 genoemde strategie voor een ‘verdachte locatie met een diffuse bodembelasting, heterogene verontreiniging‘ (paragraaf 5.1, NEN 5740). Op de locatie is tot circa 1985 bebouwing aanwezig geweest. Tijdens voorgaand onderzoek is in de (boven)grond een bijmenging met puin waargenomen. Derhalve is tevens een verkennend asbest in grondonderzoek uitgevoerd. Voor dit onderzoek is de strategie voor een ‘verdachte locatie met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld’ (paragraaf 6.4.5, NEN 5707) gehanteerd.
Kloosterkwartier Veghel
14
2814.03
Verkennend en nader bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem
2.7
Buro Ontwerp & Omgeving
Conceptueel model en onderzoeksstrategie toegangspad Het noordelijk deel van het terrein betreft een toegangspad naar het kloosterpark, welke voorzien is van klinkers. Ter plaatse van dit pad zijn tijdens de eerdere onderzoeken gehaltes zink boven de interventiewaarde aangetoond. De omvang van deze verontreiniging is niet geheel in beeld. Middels onderhavig nader onderzoek wordt getracht deze verontreiniging in beeld te brengen. Het bodemonderzoek wordt uitgevoerd conform de NTA 5755:2010 (Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek - Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging). Op basis van de resultaten van het voorgaand onderzoek is een conceptueel model opgesteld, waarbij de aandacht met name uitgaat naar de ernst en omvang van de verontreiniging. Op dit conceptueel model is de onderzoeksopzet gebaseerd (zie onderstaande tabel). Tabel 4
Conceptueel model in tabelvorm
Onderdeel
Toelichting
Verontreiniging met zink Omvang van de verontreiniging
-
De omvang van de verontreiniging is vooralsnog niet bekend. Verticaal is de sterke verontreiniging ter plaatse van het pad in beeld.
Ernst van de verontreiniging
-
Er is sprake van een verontreiniging met een gehalte boven de interventiewaarde met zink. Het betreft een ernstig geval van bodemverontreiniging; Het betreft geen ernstig geval van bodemverontreiniging met overige parameters.
Oorzaak van de verontreiniging
-
-
De oorzaak van de verontreiniging is onbekend; De matig tot sterke verontreiniging komt voor in de bodemlaag direct onder de klinkers, op een wisselende diepte tot maximaal 0,8 m-mv (humeus zand met bijmenging kolengruis en/of baksteen). De horizontale omvang van de verontreiniging is onbekend.
Antwoord op de volgende onderzoeksvragen is op basis van het conceptueel model nodig om aan de informatiebehoefte te voldoen en zo de onderzoeksdoelen te bereiken: - Wat is de omvang van de aangetroffen verontreinigingen met de verontreinigende parameters binnen het projectgebied? Naast het bepalen van de omvang zal tevens onderzoek uitgevoerd worden naar de gehaltes PFAS van de sterk verontreinigde laag, gericht op de eventuele afvoer van grond. 2.8 Kwaliteitsborging veldwerk en laboratoriumonderzoek Tenzij anders vermeld worden de veldwerkzaamheden uitgevoerd conform het Bemonsteringsprotocol PFAS-verbindingen in grond- en grondwater en de BRL SIKB 2000 Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB procescertificaat Veldwerk bij Milieuhygiënisch Bodemonderzoek en het bijbehorende protocol 2001 (Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen) en protocol 2018 (Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem). Kloosterkwartier Veghel
15
2814.03
Verkennend en nader bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem
Buro Ontwerp & Omgeving
De grond- en grondwatermonsters ten behoeve van de onderzoeken zijn, tenzij anders vermeld, ter analyse aangeboden aan het milieulaboratorium van Eurofins Analytico B.V. te Barneveld. Eurofins Analytico is een NEN-EN-ISO/IEC 17025 geaccrediteerd milieulaboratorium, en door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu erkend voor de uitvoering van milieuanalyses in het kader van AS3000 en AP04. De grondmonsters- en/of materiaalmonsters ten behoeve van het asbestonderzoek en de grondmonsters ten behoeve van de PFAS-analyses zijn, via het milieulaboratorium van Eurofins Analytico B.V, aangeboden aan Eurofins Omegam te Amsterdam. Eurofins Omegam is tevens een NEN-EN-ISO/IEC 17025 geaccrediteerd milieulaboratorium.
Kloosterkwartier Veghel
16
2814.03
Verkennend en nader bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem
3
Buro Ontwerp & Omgeving
RESULTATEN BODEM- EN ASBEST IN BODEM ONDERZOEK
3.1 Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden ten behoeve van het verkennend bodemonderzoek, het verkennend onderzoek asbest in bodem en het nader bodemonderzoek (toegangspad) zijn op 13 mei 2020 uitgevoerd door de erkende veldwerkers de heren D.K.J. van de Giessen en B.A.C. van de Loo, met medewerking van de heer B. van den Boer (veldwerker in opleiding), van Milieupartner B.V. uit Sint-Oedenrode. Op basis van de resultaten van het onderzoek zijn er op 24 juni 2020 aanvullende boringen (boring 206 t/m 210) geplaatst door de erkende veldwerker de heer B.A.C. van de Loo.. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn geen kritieke afwijkingen opgetreden van de protocollen beschreven in de BRL SIKB 2000. Tabel 5 geeft een overzicht van de uitgevoerde veldwerkzaamheden. Tabel 5
Uitgevoerde veldwerkzaamheden
Terreindeel
Her te ontwikkelen terrein (circa 3.100 m2)
Discipline
Aantal boringen/gaten
Boornummers
Verkennend bodemonderzoek (13 mei)
11x 0,5 m -mv 3x 2,0 m -mv 1 peilbuis
01 t/m 14
Nader bodemonderzoek (fase 1, 13 mei)
5x 1,0 m-mv
201 t/m 205
Nader bodemonderzoek fase 2 (24 juni)
5x 2,0 m-mv
206 t/m 210
Verkennend onderzoek asbest in bodem (13 mei) in combinatie met de boringen van het bodemonderzoek
15x 0,5 m -mv (0,3 m x 0,3 m), waarvan x 2,0 m -mv
01 t/m 14 en 205
Bij alle boringen/gaten is de vrijgekomen grond zintuiglijk beoordeeld op textuur, kleur en zintuiglijk waarneembare verontreinigingen. De gegevens van de monsterpunten zijn verwerkt tot boorprofielen, welke zijn opgenomen in bijlage 2. De situering van de boringen en de inspectiegaten is aangegeven op tekening 1 in bijlage 1.2. De asbestgaten zijn handmatig gegraven tot een diepte van maximaal 0,5 m -mv en hebben een lengte en breedte van circa 0,3 meter. Drie gaten zijn met een edelmanboor met een grotere diameter (12 cm) doorgezet tot een diepte van minimaal 2,0 m –mv, waarbij één gat is afgewerkt tot peilbuis.
Het grondwater is bemonsterd op 24 juni 2020, eveneens door de heer B.A.C. van de Loo van Milieupartner B.V. uit Sint-Oedenrode. Tabel 6 geeft een overzicht van de tijdens de monster-
Kloosterkwartier Veghel
17
2814.03
Verkennend en nader bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem
Buro Ontwerp & Omgeving
name van het grondwater gemeten grondwaterstand, zuurgraad (pH) en het elektrisch geleidingsvermogen (EC). Tevens is in de tabel de troebelheid van het grondwater aangegeven (in NTU). Tabel 6 Peilbuis
Grondwaterstanden, zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheid (NTU) Filterstelling (m -mv)
Grondwaterstand (m -mv)
Zuurgraad (pH)
Geleidbaarheid (EC: μs/cm)
Troebelheid (NTU)
2,8 – 3,8
1,78
6,7
770
9,4
08
De waarden voor de zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en de troebelheid (NTU) kunnen als normaal/niet afwijkend worden beschouwd. 3.2 Maaiveldinspectie, bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen Voorafgaand aan het veldwerk is het maaiveld geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Hierbij zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen, waarbij opgemerkt wordt dat een degelijke inspectie niet mogelijk was wegens de aanwezige begroeiing. Het uitgegraven materiaal is per inspectiegat gezeefd (20 mm) en afzonderlijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen in de fractie >20 mm. Ook hierbij zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen. Alle inspectiegaten zijn na het uitvoeren van het veldwerk gedicht met uitkomende grond. De bovengrond bestaat uit zeer fijn, zwak siltig zand. De bovengrond is tevens zwak tot matig humeus, plaatselijk tot een diepte van circa 2,2 m-mv. De ondergrond bestaat voornamelijk uit zwak tot matig grindig, matig fijn tot uiterst grof zand. Bij boring 14 is op een diepte van circa 1,2 m-mv tot de maximale boordiepte van circa 2,0 m-mv veen aanwezig. In de (boven)grond is een bijmenging met diverse bodemvreemde materialen aangetroffen. Er zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Tabel 7 geeft een overzicht van de zintuiglijke waarnemingen. Tabel 7 Boring
Zintuiglijke waarnemingen Traject (m –mv)
Zintuiglijke waarneming
Verkennend bodemonderzoek (bosdeel) 01
03
04
05
06 07
Kloosterkwartier Veghel
0,00 - 0,50
Zwak baksteenhoudend
0,50 - 1,00
Sporen baksteen
0,00 - 0,30
Zwak baksteenhoudend
0,30 - 0,80
Sporen baksteen, zwak sintelhoudend
0,00 - 0,50
Zwak baksteenhoudend, resten aardewerk
0,50 - 1,00
Sporen baksteen
0,00 - 0,50
Zwak baksteenhoudend, zwak sintelhoudend
0,50 - 0,70
Sporen baksteen, gestaakt op baksteen
0,00 - 0,50
Zwak baksteenhoudend, resten sintel
0,00 - 0,50
Zwak baksteenhoudend, zwak sintelhoudend,
0,70 - 0,90
Resten glas, zwak kolengruishoudend
18
2814.03
Verkennend en nader bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem
Boring
Traject (m –mv)
10
Zintuiglijke waarneming
0,00 - 0,50
Zwak baksteenhoudend, resten aardewerk
0,50 – 0,70
Matig sintelhoudend
11
0,00 - 0,50
Zwak baksteenhoudend
12
0,00 - 0,50
Zwak baksteenhoudend
13
14
Buro Ontwerp & Omgeving
0,00 - 0,50
Zwak baksteenhoudend
0,50 - 0,70
Sporen baksteen
0,00 - 0,50
Zwak baksteenhoudend, resten metaal, resten aardewerk
Nader bodemonderzoek (fase 1, toegangspad) 201
202
0,07 - 0,50
Zwak slakhoudend
0,50 - 0,80
Resten baksteen
0,07 - 0,45
Sporen baksteen
0,45 - 0,80
Resten metselpuin
203
0,30 - 0,75
Resten baksteen, sporen kolengruis, resten sintels
204
0,30 - 0,50
Zwak slakhoudend, resten metselpuin, gestaakt.
205
0,00 - 0,50
Matig sintelhoudend, zwak baksteenhoudend
Nader bodemonderzoek (fase 2) 206
0,50 - 1,50
sporen baksteen
207
0,50 - 1,20
matig baksteenhoudend
209
0,00 - 0,50
sporen baksteen
3.3 Laboratoriumonderzoek Ten behoeve van het analyseprogramma is rekening gehouden met de resultaten van de zintuiglijke waarnemingen. Aan de hand van de resultaten zijn van enkele mengmonsters de individuele monsters geanalyseerd. Tevens zijn aanvullende boringen geplaatst en aanvullende monsters geanalyseerd. Tabel 8 geeft een overzicht van de onderzochte monsters en de analysepakketten. De asbestmonsters zijn op locatie samengesteld van het uitgezeefde materiaal (fractie < 20 mm). Tabel 8 Monstercode
Analyseprogramma Boring/gat/monster (cm -mv)
Textuur en zint. waarnemingen
Analyses
Verkennend bodemonderzoek (bosdeel) MM01
01 (0,00 - 0,50), 03 (0,00 - 0,30) 04 (0,00 - 0,50), 10 (0,00 - 0,50)
Zand, bijmenging baksteen
Standaardanalysepakket grond
M01.1 (A*)
01 (0,00 - 0,50)
Zand, bijmenging baksteen
Koper, lood, zink
M03.1 (A*)
03 (0,00 - 0,30)
Zand, bijmenging baksteen
Koper, lood, zink
M04.1 (A*)
04 (0,00 - 0,50)
Zand, bijmenging baksteen
Koper, lood, zink
M10.1 (A*)
10 (0,00 - 0,50)
Zand, bijmenging baksteen
Koper, lood, zink
MM02
05 (0,00 - 0,50), 06 (0,00 - 0,50) 07 (0,00 - 0,50), 10 (0,50 - 0,70)
Zand, bijmenging baksteen en sintels
Standaardanalysepakket grond
Kloosterkwartier Veghel
19
2814.03
Verkennend en nader bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem
Monstercode
Boring/gat/monster (cm -mv)
Buro Ontwerp & Omgeving
Textuur en zint. waarnemingen
Analyses
M05.1 (A*)
05 (0,00 - 0,50)
Zand, bijmenging baksteen en sintels
Koper, lood, zink
M06.1 (A*)
06 (0,00 - 0,50)
Zand, bijmenging baksteen en sintels
Koper, lood, zink
M07.1 (A*)
07 (0,00 - 0,50)
Zand, bijmenging baksteen en sintels
Koper, lood, zink
M10.1 (A*)
10 (0,50 - 0,70)
Zand, bijmenging sintels
Koper, lood, zink
MM03
11 (0,00 - 0,50), 12 (0,00 - 0,50) 13 (0,00 - 0,50), 14 (0,00 - 0,50)
Zand, bijmenging baksteen
Standaardanalysepakket grond
MM04
01 (0,50 - 1,00), 03 (0,30 - 0,80) 04 (0,50 - 1,00), 05 (0,50 - 0,70) 09 (0,70 - 0,90), 13 (0,50 - 0,70)
Zand, bijmenging baksteen, sintels en kolengruis
Standaardanalysepakket grond
M01.2 (A*)
01 (0,50 - 1,00)
Zand, bijmenging baksteen
Koper, lood, zink
M03.2 (A*)
03 (0,30 - 0,80)
Zand, bijmenging baksteen
Koper, lood, zink
M04.2 (A*)
04 (0,50 - 1,00)
Zand, bijmenging baksteen
Koper, lood, zink
M05.2 (A*)
05 (0,50 - 0,70)
Zand, bijmenging baksteen
Koper, lood, zink
M09.3 (A*)
09 (0,70 - 0,90)
Zand, bijmenging kolengruis en glas
Koper, lood, zink
M13.2 (A*)
13 (0,50 - 0,70)
Zand, bijmenging baksteen
Koper, lood, zink
MM05
03 (1,00 - 1,50), 03 (1,50 - 2,00) 06 (0,50 - 1,00), 08 (1,00 - 1,50) 08 (1,50 - 2,00), 10 (0,70 - 1,20) 13 (0,70 - 1,20), 14 (0,70 - 1,20)
Zand, visueel schoon
Standaardanalysepakket grond
Nader bodemonderzoek (fase 1, toegangspad) 201.1
201 (0,07 - 0,50)
Zand, bijmenging slakken
Zink
202.2
202 (0,07 - 0,45)
Zand, bijmenging baksteen
Zink
203.2
203 (0,30 - 0,75)
Zand, bijmenging baksteen, kolengruis en sintels
Zink
204.2
204 (0,30 - 0,50)
Zand, bijmenging puin en slakken
Zink
205.1
205 (0,00 - 0,50)
Zand, bijmenging baksteen en sintels
Zink
M201.2
201 (0,50 - 0,80)
Zand, bijmenging baksteen
Zink
M201.3
201 (0,80 - 1,00)
Zand, humeus
Zink
M202.2
202 (0,45 - 0,80)
Zand, bijmenging puin
Zink
M203.3
203 (0,75 - 1,00)
Zand
Zink
M205.2
205 (0,50 - 0,70)
Zand, zwak humeus
Zink
MM PFAS
201 (0,07-0,50), 202 (0,07-0,45), 203 (0,30-0,75), 205 (0,00-0,50)
Zand, bijmenging baksteen en sintels
PFAS
Zand, visueel schoon
Zink
Nader bodemonderzoek (fase 2) M02.1 (B*)
02 (0,00 - 0,50)
Kloosterkwartier Veghel
20
2814.03
Verkennend en nader bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem
Monstercode
Boring/gat/monster (cm -mv)
Buro Ontwerp & Omgeving
Textuur en zint. waarnemingen
Analyses
M08.1 (B*)
08 (0,00 - 0,50)
Zand, visueel schoon
Zink
M206.1
206 (0,00 - 0,50)
Zand, zwak humeus
Zink
M206.2
206 (0,50 - 1,00), 206 (1,00 - 1,50)
Zand, sporen baksteen
Zink
M207.1
207 (0,00 - 0,50)
Zand, zwak humeus
Zink
M207.2
207 (0,50 - 1,00), 207 (1,00 - 1,20)
Zand, bijmenging baksteen
Zink
M208.1
208 (0,00 - 0,50)
Zand, zwak humeus
Zink
M209.1
209 (0,00 - 0,50)
Zand, sporen baksteen
Zink
M210.1
210 (0,00 - 0,50)
Zand, zwak humeus
Zink
08
-
Standaardanalysepakket grondwater
Grondwater 08-1-1
Verkennend onderzoek asbest MM ASB1
05 (0,0-0,5), 06 (0,0-0,5), 07 (0,0-0,5), 205 (0,0-0,5)
Zand, bijmenging baksteen en sintels
Asbest
MM ASB2
01 (0,0-0,5), 02 (0,0-0,5), 11 (0,0-0,5)
Zand, bijmenging baksteen
Asbest
MM ASB3
10 (0,0-0,5), 12 (0,0-0,5), 13 (0,0-0,5), 14 (0,0-0,5)
Zand, bijmenging baksteen
Asbest
Standaardanalysepakket grond:
droge stof, lutum, organische stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), PCB, PAK en minerale olie.
Standaardanalysepakket grondwater:
metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige aromaten (BTEX), styreen, naftaleen, gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOX) en minerale olie.
Asbest:
serpentijns asbest (chrysotiel) en amfibool asbest (amosiet, crocidoliet, anthophylliet, tremoliet en actinoliet).
A*
Naar aanleiding van de (matig tot sterk) verhoogde gehaltes koper, lood en zink zijn de opgemengde monsters separaat geanalyseerd
B*
Naar aanleiding van de resultaten van de uitsplitsing zijn deze monsters aanvullend geanalyseerd
3.4 Toetsingskader Grond en grondwater De analyseresultaten van de grond en het grondwater zijn in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb) getoetst aan de Achtergrondwaarden uit het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) en de interventiewaarden uit de Circulaire bodemsanering 2013. De analyseresultaten voor grond zijn omgerekend naar het gehalte voor standaardbodem en vervolgens getoetst aan de toetsingswaarden voor standaardbodem. Voor de omrekening naar standaardbodem wordt gebruik gemaakt van de gemeten percentages voor organische stof (humus) en lutum. De analyseresultaten van het grondwater zijn in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb) getoetst aan de streefwaarden en de interventiewaarden uit de Circulaire bodemsanering 2013. Tabel 9 bevat het toetsingskader volgens de Wbb (zie tevens bijlage 5.1).
Kloosterkwartier Veghel
21
2814.03
Verkennend en nader bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem
Tabel 9
Buro Ontwerp & Omgeving
Overzicht toetsingskader Wbb Gehalte/concentratie
Betekenis
Opmerking
≤ AW-waarde (of < detectielimiet)
niet verontreinigd
geen aanvullend onderzoek nodig (*A)
> AW-waarde ≤ T-waarde
licht verontreinigd
geen aanvullend onderzoek nodig (*A)
> T-waarde ≤ I-waarde
matig verontreinigd
mogelijk nader bodemonderzoek noodzakelijk
> I-waarde
sterk verontreinigd
nader bodemonderzoek noodzakelijk; mogelijk sprake van ernstige bodemverontreiniging
(*A)
Voor grondwater geldt de streefwaarde.
Toelichting:
De AW-waarden zijn achtergrondwaarden en zijn referentiewaarden voor een multifunctionele bodem. De halve som van de AW- en I-waarden ((AW+I)/2 = T-waarde) is een toetsingswaarde waarboven er een vermoeden is van ernstige bodemverontreiniging. Door middel van aanvullend onderzoek moet dit vermoeden worden getoetst. De I-waarden zijn de ‘interventiewaarden’. Als de I-waarde voor een stof wordt overschreden in meer dan 25 m3 grond of in meer dan 100 m3 grondwater (bodemvolume), dan wordt gesproken van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
De analyseresultaten zijn tevens getoetst aan de maximale waarden van het Bbk. Dit teneinde een indicatie omtrent de te verwachten bodemkwaliteitsklasse van de voorkomende bodemlagen te verkrijgen (zie tevens bijlagen 5.2). Asbest in bodemonderzoek De interventiewaarde voor asbest, zoals vastgesteld in de Circulaire bodemsanering 2013, bedraagt 100 mg/kg d.s. gewogen. Gewogen wil zeggen dat de totale asbestconcentratie, de concentratie serpentijnasbest vermeerderd met 10 maal de concentratie amfibool asbest is. Het resultaat van het verkennend onderzoek is een uitspraak over de mogelijke verontreiniging van de bodem op basis van verzamelde stukken asbesthoudend materiaal en (meng)monsters van de grond. Aan de hand van het verkregen indicatieve gehalte aan asbest wordt nagegaan of nader onderzoek al dan niet noodzakelijk is. Door de lagere onderzoeksintensiteit van het verkennend onderzoek kan in deze fase niet direct worden getoetst aan de interventiewaarde. In het verkennend onderzoek wordt het gehalte getoetst aan de interventiewaarde gecorrigeerd met een factor 2. Deze correctiefactor is een maat voor de betrouwbaarheid van het verkennend onderzoek in relatie tot het nader onderzoek. Indien het asbestgehalte kleiner is dan de helft van de interventiewaarde, dus kleiner dan 50 mg/kg ds.
gewogen, is het statistisch aannemelijk dat ook in een nader onderzoekstraject de interventiewaarde niet zal worden overschreden. In deze gevallen geldt er geen noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest. 3.5 Analyseresultaten De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 3. Het resultaat van de toetsing is in bijlage 4.1 numeriek weergegeven voor toetsing van grond aan de achtergrond- en interventiewaarden uit de Wbb en in bijlage 4.2 voor de toetsing aan het Bbk.
Kloosterkwartier Veghel
22
2814.03
Verkennend en nader bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem
Buro Ontwerp & Omgeving
Verkennend bodemonderzoek Tabel 10 bevat de analyse- en de toetsingsresultaten voor grond bij toetsing aan achtergrond- en interventiewaarden (Wbb). Tevens is een indicatie met betrekking tot de te verwachten bodemkwaliteitsklasse weergegeven op basis van het Besluit bodemkwaliteit. Tabel 10 Monstercode
Analyse- en toetsingsresultaten grond (mengmonsters) Boring/monster (m –mv)
Textuur en zint. waarnemingen
Gemeten verhoogde parameters Wbb (gestandaardiseerde gehalten in mg/kg d.s.)
Indicatie Bbk#
> AW-waarde
> T-waarde
> I-waarde
Lood (402,6)
Zink (1.307)
NT
Koper (222,2), lood (2.962), zink (10.190)
NT
MM01
01 (0,00 - 0,50), 03 (0,00 - 0,30) 04 (0,00 - 0,50), 10 (0,00 - 0,50)
Zand, bijmenging baksteen
Cadmium (1,135), koper (103,1) PAK (2,737)
MM02
05 (0,00 - 0,50), 06 (0,00 - 0,50) 07 (0,00 - 0,50), 10 (0,50 - 0,70)
Zand, bijmenging baksteen en sintels
Cadmium (3,901), kobalt (23,49), olie (254,9), PAK (4,985)
MM03
11 (0,00 - 0,50), 12 (0,00 - 0,50) 13 (0,00 - 0,50), 14 (0,00 - 0,50)
Zand, bijmenging baksteen
Lood (100,5), zink (154,4)
MM04
01 (0,50 - 1,00), 03 (0,30 - 0,80) 04 (0,50 - 1,00), 05 (0,50 - 0,70) 09 (0,70 - 0,90), 13 (0,50 - 0,70)
Zand, bijmenging baksteen, sintels en kolengruis
PAK (3,777), cadmium (0,6532), koper (43,3), lood (172,8)
MM05
03 (1,00 - 1,50), 03 (1,50 - 2,00) 06 (0,50 - 1,00), 08 (1,00 - 1,50) 08 (1,50 - 2,00), 10 (0,70 - 1,20) 13 (0,70 - 1,20), 14 (0,70 - 1,20)
Zand, visueel schoon
Lood (97,67), zink (395,9)
Wonen
Zink (1.015)
NT
Industrie
Wbb: <
: aangetroffen gehaltes kleiner dan achtergrond-, tussen- en interventiewaarde
>AW-waarde : aangetroffen gehalte groter dan achtergrondwaarde >Twaarde
: aangetroffen gehalte groter dan tussenwaarde (aanvullend / nader bodemonderzoek nodig
>Iwaarde
: aangetroffen gehalte groter dan interventiewaarde
Bbk:
De indicatieve beoordeling Bbk geldt voor de situatie "Grond, toepassing op landbodem"
#
: Op basis van de geanalyseerde parameters
AW Wonen Industrie NT
: overal toepasbaar (voldoet aan Achtergrondwaarde) : toepasbaar (functieklasse wonen) : toepasbaar (functieklasse industrie) : niet toepasbaar
Kloosterkwartier Veghel
23
2814.03
Verkennend en nader bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem
Buro Ontwerp & Omgeving
Om de mate van verontreiniging te bepalen zijn de mengmonsters MM01, MM02 en MM04 uitgesplitst. Tevens zijn enkele individuele monsters geanalyseerd op zink. Tabel 10 bevat een overzicht van de bodemlagen per boring (zowel uit het verkennend als het nader bodemonderzoek), en de (indien geanalyseerd) de analyse- en de toetsingsresultaten voor grond bij toetsing aan achtergrond- en interventiewaarden (Wbb). Tevens is een indicatie met betrekking tot de te verwachten bodemkwaliteitsklasse weergegeven. Tabel 11 Boring
Analyse- en toetsingsresultaten grond met gestandaardiseerde gehalten in mg/kg ds. Diepte (m –mv)
Relevante zintuiglijke waarnemingen
Monster-code en diepte
Analyse
0,0-0,5
M01.1 (0,0-0,5)
Koper, lood, zink
0,5-1,0
Zwak baksteen, humeus Sporen baksteen
02
0,0-0,5
Humeus
M02.1 (0,0-0,5)
Koper, lood, zink
03
0,5-1,0 0,0-0,3
M03.1 (0,0-0,5)
0,3-0,8
Zwak baksteen, Humeus Sporen baksteen
0,8-1,0
-
MM05 (*)
Koper, lood, zink Koper, lood, zink STAP
0,0-0,5
Zwak baksteen, aardewerk, humeus Humeus
M04.1 (0,0-0,5)
Verhoogde parameters Wbb (gestandaardiseerde gehalten in mg/kg d.s.) > AW-waarde
01
04
0,5-1,0
05
1,0-2,0 0,0-0,5 0,5-0,7
06
07
08
09
10
Zwak baksteen, zwak sintels, humeus Sporen baksteen
M03.2 (0,3-0,8)
M04.2 (0,5-1,0)
M05.1 (0,0-0,5) M05.2 (0,5-0,7)
0,0-0,5
Zwak baksteen, resten sintels
M062.1 0,5)
0,5-1,0
-
MM05 (*)
0,0-0,5
Zwak baksteen, zwak sintels
M07.1 (0,0-0,5)
0,5-0,8 0,8-1,0 0,0-2,5 2,5-3,8
Humeus Humeus -
0,0-0,7 0,7-0,9
Humeus Zwak kolengruis, humeus
0,9-1,4 0,0-0,5
Humeus Zwak baksteen, aardewerk, humeus Matig sintels, humeus
0,5-0,7
Kloosterkwartier Veghel
Koper, lood, zink
(0,0-
M08.1 (0,0-0,5) MM05 (*)
STAP
> T-waarde
> I-waarde
<
AW
Lood (62,94), zink (199,3) <
Wonen AW
Koper (173.4) Lood (75,73)
Lood (841,4), zink (3.216)
Zink (474,2)
Lood (97,67), zink (395,9) Koper (52)
NT Industrie Industrie
Lood (278,2), zink (957,7)
NT
Koper (68,28) lood (97,59), zink (332,2)
Industrie
Lood (51,79), zink (153,6) Koper (41,1), lood (250,9) Koper (40,38), lood (107,4) Lood (97,67), zink (395,9)
Wonen Zink (681,2)
Industrie Zink (2.839)
NT
Industrie Koper(576,6) lood (3.062), zink (8.923)
STAP
Indicatie Bbk#
< Lood (97,67), zink (395,9)
NT
AW Industrie
M09.3 (0,7-0,9)
Koper (211,1), lood (819,8), zink (4.352)
NT
M10.2 (0,5-0,7)
Koper (281,7),
NT
24
2814.03
Verkennend en nader bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem
Boring
Diepte (m –mv)
Relevante zintuiglijke waarnemingen
Monster-code en diepte
Analyse
Buro Ontwerp & Omgeving
Verhoogde parameters Wbb (gestandaardiseerde gehalten in mg/kg d.s.) > AW-waarde
> T-waarde
Indicatie Bbk#
> I-waarde lood (917,9), zink (1.179)
Lood (97,67), zink (395,9) Lood (100,5), zink (154,4)
Industrie
STAP
Lood (100,5), zink (154,4)
Wonen
MM03 (*)
STAP
Wonen
M13.2 (0,5-0,7) MM05 (*)
Koper, lood, zink STAP
Lood (100,5), zink (154,4) Lood (186,8)
MM03 (*)
STAP
MM05 (*)
STAP
Zink
Zink (3.506)
NT
Zink (4.594)
NT
0,7-1,2
-
MM05 (*)
STAP
11
0,0-0,5
MM03 (*)
STAP
12
0,5-1,0 0,0-0,5
MM03 (*)
13
0,5-1,0 0,0-0,5
Zwak baksteen, humeus Zwak baksteen, humeus Humeus Zwak baksteen, humeus Sporen baksteen, zwak humeus -
0,5-0,7 0,7-1,2 14
0,0-0,5 0,5-0,7 0,7-1,2
201
202
203
204
205
206
Zwak baksteen, metaal, humeus Humeus -
0,0-0,07
Klinker
0,07-0,5
Zwak slakken, resten slakken
201.1 0,5)
0,5-0,8
Resten baksteen
M201.2 (0,50,8)
Zink
0,8-1,0
-
M201.3 (0,81,0)
Zink
(0,07-
0,0-0,07
Klinker
0,07-0,45
Sporen baksteen, matig kool
202.1 (0,070,45)
Zink
0,45-0,8
Resten puin
M202.2 (0,50,8)
Zink
0,8-1,3
-
Wonen
Zink (935,5)
NT
Lood (97,67), zink (395,9) Lood (100,5), zink (154,4)
Industrie
Lood (97,67), zink (395,9)
Industrie
Wonen
Zink (277)
Industrie
Zink (7.157) Zink (210)
NT Industrie
0,0-0,07
Klinker
0,07-0,3
-
0,3-0,75
Resten baksteen, sporen kolengruis
203.2 0,75)
(0,3-
Zink
0,75-1,0
Zwak humeus
M203.3 (0,751,0)
Zink
<
AW
1,0-1,3
-
<
AW
Zink (759,3)
NT
0,0-0,7
Klinker
0,07-0,3
-
0,3-0,5
Resten puin, zwak slakken. Gestaakt
204.2 (0,3-0,5)
Zink
0,0-0,5
Matig sintels, zwak baksteen, zwak humeus
205.1 (0,0-0,5)
Zink
0,5-0,7
Zwak humeus
M205.2 (0,50,7)
Zink
<
AW
0,7-1,0
-
0,0 – 0,5
Zwak humeus
M206.1 (0,0,0,5)
Zink
<
AW
Kloosterkwartier Veghel
25
Zink (12.880)
NT
2814.03
Verkennend en nader bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem
Boring
Diepte (m –mv)
Relevante zintuiglijke waarnemingen
Monster-code en diepte
Analyse
Verhoogde parameters Wbb (gestandaardiseerde gehalten in mg/kg d.s.)
0,5 – 1,5
Sporen baksteen
M206.2 (0,51,5)
Zink
<
AW
1,5 – 2,0
-
0,0 – 0,5
Zwak humeus
M207.1 (0,00,5)
Zink
<
AW
0,5 – 1,2
Matig baksteen
M207.2 (0,51,2)
Zink
<
AW
1,2 – 1,7
-
0,0 – 0,8
Zwak humeus
M208.1 (0,00,5)
Zink
<
AW
0,8 – 1,0
-
0,0 – 0,5
Zwak humeus, sporen baksteen
M209.1 (0,00,5)
Zink
Zink (368.8)
Industrie
0,5 – 1,3
Zwak humeus
1,3 – 1,8
-
0,0 – 0,5
Zwak humeus
M210.1 (0,00,5)
Zink
Zink (247,8)
Industrie
0,5 – 1,5
-
> AW-waarde
207
208
209
210
Buro Ontwerp & Omgeving
*
> T-waarde
Indicatie Bbk#
> I-waarde
Zintuiglijk zijn geen waarnemingen gedaan welke kunnen duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging Betreft mengmonster
Wbb: <
: aangetroffen gehaltes kleiner dan achtergrondwaarde
>AW-waarde
: aangetroffen gehalte groter dan achtergrondwaarde
>T-waarde
: aangetroffen gehalte groter dan tussenwaarde (aanvullend / nader bodemonderzoek nodig)
>I-waarde
: aangetroffen gehalte groter dan interventiewaarde (aanvullend / nader bodemonderzoek nodig)
Bbk:
De indicatieve beoordeling Bbk geldt voor de situatie "Grond, toepassing op landbodem"
AW Wonen Industrie NT
: overal toepasbaar (voldoet aan Achtergrondwaarde) : toepasbaar (functieklasse wonen) : toepasbaar (functieklasse industrie) : niet toepasbaar
#
: Alleen bepaald op basis van de geanalyseerde parameters
Resultaten PFAS In tabel 12 zijn de PFAS-parameters weergegeven waarvan het gehalte boven de achtergrondwaarde is gemeten. Tevens is de indicatieve functieklasse in de zin van het Besluit bodemkwaliteit weergegeven.
Kloosterkwartier Veghel
26
2814.03
Verkennend en nader bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem
Tabel 12
Buro Ontwerp & Omgeving
Analyse- en toetsingsresultaten PFAS grond in µg/kg d.s.
Monstercode
Boring/monster (m –mv)
Gemeten verhoogde parameters PFAS (gehalten in µg/kg d.s.) ten opzichte van de achtergrondwaarde
Indicatie bodemkwaliteitsklasse
MM PFAS
201 (0,07-0,50), 202 (0,07-0,45), 203 (0,30-0,75), 205 (0,00-0,50)
<
AW
<
: aangetroffen gehaltes kleiner dan achtergrondwaarde
Bbk
: de indicatieve beoordeling Bbk geldt voor de situatie "Grond, toepassing op landbodem"
AW Wonen Industrie NT
: overal toepasbaar (voldoet aan Achtergrondwaarde) : toepasbaar (bodemkwaliteitsklasse wonen) : toepasbaar (bodemkwaliteitsklasse industrie) : niet toepasbaar
Grondwater Tabel 13 bevat de analyse- en de toetsingsresultaten voor grondwater bij toetsing aan streef- en interventiewaarden. Tabel 13
Analyse- en toetsingsresultaten grondwater in µg/l
Monstercode
Traject (m -mv)
08-1-1
2,8 – 3,8
Gemeten verhoogde parameters (concentraties in µg/l) > S-waarde
> T-waarde
Barium (120)
> I-waarde
-
-
Wbb: <
: aangetroffen gehaltes kleiner dan streef-, tussen- en interventiewaarde
>S-waarde
: aangetroffen gehalte groter dan streefwaarde
>T-waarde
: aangetroffen gehalte groter dan tussenwaarde
>I-waarde
: aangetroffen gehalte groter dan interventiewaarde
Verkennend onderzoek asbest in bodem De originele analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 3. De analyseresultaten van de grondanalyses (fractie < 20 mm) zijn in onderstaande Tabel 14 weergegeven. Tabel 14
Analyseresultaten asbest in de grond in mg/kg ds gewogen
Monstercode
Traject (m -mv)
Zintuiglijk / terreindeel
Gewogen gehalte asbest in mg/kg ds gewogen
Type asbest
Hechtgebonden
MM ASB1
05 (0,0-0,5), 06 (0,0-0,5), 07 (0,0-0,5), 205 (0,00,5)
Zwak baksteen, zwak sintels
<0,3
n.v.t.
n.v.t.
MM ASB2
01 (0,0-0,5), 04 (0,0-0,5), 11 (0,0-0,5)
Zwak baksteen
<0,3
n.v.t.
n.v.t.
MM ASB3
10 (0,0-0,5), 11 (0,0-0,5), 12 (0,0-0,5), 13 (0,0-0,5), 14 (0,0-0,5)
Zwak baksteen
< 0,4
n.v.t.
n.v.t.
Kloosterkwartier Veghel
27
2814.03
Verkennend en nader bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem
Buro Ontwerp & Omgeving
3.6 Interpretatie Verkennend en nader bodemonderzoek In de bovengrond is ter plaatse van diverse boringen een gehalte zink boven de interventiewaarde aangetoond. Tevens overschrijden (plaatselijk) de gehaltes koper en lood de interventiewaarde. Over het algemeen zijn de sterk verhoogde gehaltes te relateren aan de bijmenging met bodemvreemde materialen. Er is geen eenduidige samenhang met de plaatselijk aangetroffen bijmenging van sintels. Tevens wordt opgemerkt dat de aanwezigheid van kolengruis niet leidt tot sterk verhoogde gehaltes PAK. Er zijn drie sterk verontreinigde delen op het terrein te onderscheiden. • Het toegangspad naar het park; • Het westelijke deel van de locatie, tegen het trottoir van de Mr. van Coothstraat. • De oostkant van de locatie. Ter plaatse van het toegangspad is de sterke verontreiniging aanwezig vanaf direct onder de klinkerverharding tot een maximale diepte van 0,8 m-mv. In zowel horizontale en verticale richting is de sterke verontreiniging binnen de onderzoekslocatie voldoende in beeld gebracht. De oppervlakte van de sterk verontreiniging bedraagt circa 175 m2. Op basis van de gemiddelde laagdikte van circa 0,5 m-mv is het volume sterk verontreinigde grond circa 85 m3. De omvang ten noorden van de onderzoekslocatie (op het naastgelegen kadastrale perceel) is niet inzichtelijk.
Ter plaatse van de westelijk grens is de sterke verontreiniging aanwezig vanaf het maaiveld tot een maximale diepte van 0,7 m-mv. In zowel horizontale en verticale richting is de sterke verontreiniging binnen de onderzoekslocatie voldoende in beeld gebracht. De oppervlakte van de sterk verontreiniging bedraagt circa 340 m2. Op basis van de gemiddelde laagdikte van circa 0,5 m-mv is het volume sterk verontreinigde grond circa 170 m3. De omvang ten westen van de onderzoekslocatie (op het naastgelegen kadastrale perceel) is niet inzichtelijk. Ter plaatse van de oostelijke grens (oever van de gracht) is de sterke verontreiniging aanwezig vanaf het maaiveld tot een maximale diepte van 0,9 m-mv. Plaatselijk is de verontreiniging aanwezig in de bodemlaag van circa 0,5 tot 0,7 m-mv. In zowel horizontale en verticale richting is de sterke verontreiniging binnen de onderzoekslocatie voldoende in beeld gebracht. De oppervlakte van de sterk verontreiniging bedraagt circa 850 m2. Op basis van de gemiddelde laagdikte van circa 0,5 m-mv is het volume sterk verontreinigde grond circa 420 m3. De omvang ten zuiden van de onderzoekslocatie (op het naastgelegen kadastrale perceel) is niet inzichtelijk. Uitgaande van een oppervlakte van ongeveer 1.365 m2 en een laagdikte van ongeveer 50 cm is er binnen de onderzoekslocatie ongeveer 680 m3 sterk verontreinigde grond aanwezig.
In de sterk verontreinigde grond zijn geen gehaltes PFAS gemeten boven de achtergrondwaarde.
Kloosterkwartier Veghel
28
2814.03
Verkennend en nader bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem
Buro Ontwerp & Omgeving
Naast de sterk verontreinigde bovengrond is, binnen de onderzoekslocatie, de bovengrond over een oppervlakte van circa 700 m2 licht tot matig verontreinigd (klasse industrie) met zink. Op het overige deel is de bovengrond niet tot licht verontreinigd (klasse wonen of landbouw/natuur). Naast de sterk verhoogde gehaltes koper, lood en zink zijn in de bovengrond plaatselijk gehaltes cadmium, kobalt, PAK of minerale olie boven de achtergrondwaarde aangetoond. In de ondergrond zijn gehaltes lood en zink boven de achtergrondwaarde aangetoond. Deze ondergrond wordt beoordeeld als ‘klasse industrie’. In het grondwater is een concentratie barium boven de streefwaarde gemeten. Verkennend onderzoek asbest in bodem Zowel op het maaiveld als in de bovengrond is geen asbestverdacht materiaal in de fractie > 20 mm waargenomen. In de drie mengmonster van de grond is in de fractie < 20 mm geen asbest gemeten. 3.7
Milieuhygiënische risicobeoordeling huidig gebruik Omdat er meer dan 25 m3 grond sterk verontreinigd is, is er sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. De verontreiniging is hoogstwaarschijnlijk ontstaan voor 1987, het betreft een historisch geval van bodemverontreiniging. De provincie Noord-Brabant is het bevoegde gezag voor deze verontreiniging. Om de noodzaak van sanering te bepalen is een spoedeisendheidsbepaling uitgevoerd. Hiervoor is gebruik gemaakt van het programma Sanscrit. De beoordeling is opgenomen in bijlage 7. De milieuhygiënische beoordeling heeft betrekking op de sterke lood, koper en/of zink-verontreiniging in de grond. Bij een geval van ernstige bodemverontreiniging is er sprake van een potentieel risico dat aanleiding geeft tot een vorm van saneren of beheren. Met behulp van een standaard risicobeoordelingsmethode (Sanscrit) is getoetst of de verontreiniging bij het huidige gebruik risico's oplevert die onaanvaardbaar zijn voor de mens, voor het ecosysteem of vanuit het oogpunt van verspreiding van de verontreiniging. Deze beoordeling is uitgevoerd voor zowel het huidige gebruik (in Sanscrit aangeduid als ‘groen met natuurwaarde’) als het toekomstige gebruik (in Sanscrit aangeduid als ‘ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie’). Tabel 15 bevat de mogelijke resultaten van de milieuhygiënische risicobeoordeling.
Kloosterkwartier Veghel
29
2814.03
Verkennend en nader bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem
Tabel 15
Buro Ontwerp & Omgeving
Resultaten milieuhygiënische risicobeoordeling Mogelijk resultaat
Toelichting
Risico niet onaanvaardbaar
Indien uit de standaard risicobeoordeling volgt dat de aanwezige bodemverontreiniging bij het huidige of toekomstige gebruik geen onaanvaardbare risico's oplevert, is het niet noodzakelijk om met spoed te saneren. Wel is een vorm van beheer nodig, waaronder tenminste registratie van de aanwezigheid van bodemverontreiniging wordt verstaan. Verdere vormen van beheer zijn ter beoordeling door het bevoegd gezag.
Onaanvaardbaar risico (spoedig saneren)
Indien uit de standaard risicobeoordeling volgt dat de verontreiniging bij het huidige of toekomstige gebruik onaanvaardbare risico's oplevert is spoedig saneren vereist.
Onaanvaardbaar risico (specifieke beoordeling)
Indien uit de standaard risicobeoordeling blijkt dat de aanwezige verontreiniging bij het huidige of toekomstige gebruik onaanvaardbare risico's oplevert kan er, gelet op de mogelijke overschatting van de risico's in de standaard risicobeoordelingsmethode, aanleiding zijn te verwachten dat een meer specifieke risicobeoordeling voor het geval van verontreiniging tot een andere conclusie leidt. In een dergelijk geval kan, al dan niet op verzoek van het bevoegd gezag, een locatiespecifieke risicobeoordeling aansluitend aan de standaard risicobeoordeling uitgevoerd worden.