Bijlagen bij toelichting_Bijlage 5 Vormvrije m.e.r.-beoordeling.pdf
Tekst van het document
Ruimtelijke Onderbouwing
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Pierikstraat 11 te Gaanderen Kloosterkwartier te Veghel Gemeente Doetinchem
Gemeente Meierijstad
Projectnummer: 2814.03 Datum: 23 juni 2020
Inhoudsopgave Algemeen ............................................................................................................... 3 Toetsing ................................................................................................................. 4 2.1
Algemeen ................................................................................................................................................... 4
2.2
De kenmerken van het project ................................................................................................................... 4
2.3
De plaats waar de activiteit wordt verricht ............................................................................................... 5
2.4
De kenmerken van het potentiële effect .................................................................................................... 5
Conclusie ................................................................................................................ 8 Bijlage 1 Berekening verkeersgeneratie Bijlage 2 Memo effectbeoordeling stikstofdepositie
2
Algemeen Om te bepalen of voor het project een milieueffectrapport (M.E.R.) moet worden opgesteld, is het van belang om te kijken of de ontwikkeling een activiteit is als opgenomen in de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.). In de bijlage van het Besluit m.e.r. zijn twee onderdelen (C en D) opgenomen. Het onderscheid tussen deze twee bijlagen is dat in bijlage C er direct sprake is van een m.e.r.-plicht voor besluiten met een omvang boven de drempelwaarden en besluiten onder de drempelwaarden zijn niet m.e.r.-plichtig. Onderdeel D geeft aan of er voor besluiten beoordeeld moet worden of er m.e.r. noodzakelijk is. Voor besluiten met een omvang boven de drempelwaarden moet een m.e.r.-beoordeling worden uitgevoerd en voor besluiten met een omvang onder de drempelwaarden een zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling. Pas na het uitvoeren van een (vormvrije) m.e.r-beoordeling is duidelijk of er een M.E.R. moet worden opgesteld.
3
Toetsing 2.1
Algemeen Het initiatief ziet toe op het mogelijk maken van maximaal 387 (zorg)wooneenheden met bijbehorende ontsluiting, groen en parkeerplaatsen. Een deel van de woningen, 117 woningen, betreffen reeds bestaande dan wel planologisch bestaande woningen. De daadwerkelijke toename bedraagt daarmee circa 270 nieuwe (zorg)woningen binnen het plangebied. Daarnaast zal het plangebied ruimte bieden aan diverse maatschappelijke voorzieningen. Deze voorzieningen zijn op basis van het geldende bestemmingsplan eveneens reeds grotendeels mogelijk. Om te bepalen of voor het project een milieueffectrapport (M.E.R.) moet worden opgesteld, is het van belang om te kijken of de ontwikkeling een activiteit is als opgenomen in de bijlagen van het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.). De realisatie van de woningen met bijbehorende ontsluiting, groen en parkeerplaatsen kan worden gekwalificeerd als "de aanleg of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen" als genoemd in onderdeel D.11.2 van de bijlage van het Besluit m.e.r.. Bij de uitleg van de Europese m.e.r.-richtlijn wordt immers aangegeven dat 'stedelijke ontwikkelingsprojecten' breed moet worden geïnterpreteerd.
Bij de activiteit zijn drie relevante indicatieve drempelwaarden opgenomen, namelijk: • een oppervlakte van 100 hectare of meer; • een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen; • een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. De activiteit valt ruim beneden de gestelde drempelwaarde, waardoor geen sprake is van een directe m.e.r.-(beoordelings)plicht. Dit betekent concreet dat het bevoegd gezag zich ervan moet vergewissen of de activiteit, wanneer deze onder de drempelwaarden zit, daadwerkelijk geen belangrijke nadelige milieugevolgen kan hebben, waarbij het in het bijzonder moet worden nagegaan of sprake is van de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de Europese Richtlijn betreffende de milieueffectbeoordeling. Dit is de zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling. Bij het bepalen van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu wordt, conform de Bijlage III van de Europese Richtlijn, ingegaan op de volgende onderdelen: • de kenmerken van het project; • de plaats waar de activiteit wordt verricht; • de kenmerken van het potentiële effect.
2.2
De kenmerken van het project In het centrum van Veghel ligt het kloostercomplex van de Zusters Franciscanessen. Vanwege het teruglopende aantal zusters is de bebouwing binnen het complex in de loop der tijd grotendeels leeg komen te staan. Om de monumentale bebouwing en het gedachtegoed van de zusters voor de toekomst te behouden en voort te zetten, bestaat het voornemen om het kloostercomplex te herontwikkelen tot een nieuw maatschappelijk centrum waar de functies wonen, zorg, leven en werken samenkomen in het zogeheten Leefgoed concept. Het aantal (zorg)woningen binnen het plangebied neemt per saldo toe met 270 woningen. De beoogde maatschappelijke voorzieningen zijn op basis van het geldende bestemmingsplan eveneens reeds grotendeels mogelijk. Met het plan is sprake van herstructurering binnen bestaand stedelijk gebied.
4
2.3
De plaats waar de activiteit wordt verricht Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom van Veghel en meer specifiek in het centrum van deze kern. De locatie kan omschreven worden als een stedelijk gebied. Op circa 350 m ten westen van het plangebied stroomt de rivier de Aa. Het dichtstbijzijnde gebied, Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek, ligt op een afstand van circa 17 kilometer. Ook het Natura2000-gebied Kampina & Oisterwijske Vennen ligt op een dergelijke afstand. Navolgend is het plangebied (rood) ten opzichte van het Natura2000 gebied weergegeven.
Ligging plangebied (rode cirkel) t.o.v. Natura 2000-gebieden
2.4
De kenmerken van het potentiële effect De omvang van het project ligt ver beneden de voor de m.e.r.-beoordeling gedefinieerde drempelwaarden. In de navolgende paragrafen van dit hoofdstuk is aangetoond dat voor deze ontwikkeling geen sprake is van negatieve effecten op het milieu. Op grond van de kenmerken van het plan en de ligging, kan de realisatie van de woningen met bijbehorende ontsluiting, groen en parkeerplaatsen in potentie de volgende milieueffecten hebben: • verslechtering van de luchtkwaliteit in de omgeving; • invloed op omliggende beschermde natuurgebieden.
2.4.1
Luchtkwaliteit De herontwikkeling zal naar verwachting een toename van het aantal verkeersbewegingen met zich meebrengen. Verkeer zorgt voor uitstoot van stikstofdioxide en fijn stof. Door Goudappel Coffeng is maart 2020 een berekening van de verkeersgeneratie als gevolg van de ontwikkeling gemaakt1. Deze berekening is als bijlage 1 bijgevoegd.
1
Goudappel Coffeng, 23 maart 2020, Verkeersgeneratie Kloosterkwartier Veghel, kenmerk: 06411.20200323.N1.01
5
Uit het onderzoek komt naar voren dat de verkeersgeneratie voor de toekomstige functies in het plangebied tussen de 1.719 tot 2.293 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Voor de berekening is echter uitgegaan van een worst-case scenario waarbij de gehele toekomstige situatie is beschouwd. In de huidige situatie is ook al sprake van verkeersbewegingen, vanwege de huidige functies in het plangebied. Voor het aspect luchtkwaliteit wordt er vanuit gegaan dat de toename van het aantal verkeersbewegingen gelijk kunnen worden gesteld aan het aantal verkeersbewegingen die de functies in de nieuw te bouwen gebouwen genereren. Op basis van het programma worden in deze moeiwe gebouwen in totaal 270 (zorg)woningen gerealiseerd. Daarnaast biedt één gebouw ruimte aan 900 m2 aan maatschappelijke functies. De bijbehorende verkeersgeneratie is opgenomen in de navolgende tabel.
omvang 108 46 116 900 m2 Totaal
functie sociale (zorg)woningen middeldure (zorg)woningen dure (zorg)woningen maatschappelijke functie
verkeersgeneratie 3,7 3,9 5,6 14,2
totaal 400 179 650 128 1.357
Op basis van het voorgaand neemt het aantal verkeersbewegingen als gevolg van het initiatief met 1.357 toe. Hiervan zal naar verwachting bij maximaal 2% sprake zijn van een vrachtwagen. Met behulp van de NIBM rekentool2 (versie maart 2020) is bepaald dat het plan niet in betekenende mate bijdraagt aan luchtverontreiniging (zie navolgende afbeelding). Deze tool gaat uit van een worstcase situatie: bij de berekening van de concentratietoename zijn de kenmerken van het verkeer, de straat en de omgeving zo gekozen dat een situatie ontstaat met een maximale luchtverontreiniging. Toetsing aan de grenswaarden is op grond van de Wet milieubeheer niet noodzakelijk.
2
De NIBM-tool is een rekenprogramma voor luchtkwaliteit, dat gebaseerd is op de Standaardrekenmethode 1 (SRM1) uit de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007. Dit rekenmodel is gepubliceerd op de website van Kenniscentrum InfoMil (www.infomil.nl) van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
6
2.4.2
Beschermde natuurgebieden Natura 2000-gebieden Het plangebied ligt niet in een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied 'Kampina en Oisterwijkse vennen' ligt op ruim 17,6 kilometer afstand van het plangebied. Overige Natura 2000gebieden, liggen op een nog grotere afstand, vanaf 27 km. Door de aard en de omvang van de activiteiten en door de ruime afstand tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied 'Kampina en Oisterwijkse vennen' en overige Natura 2000-gebieden worden geen significante negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen en ontwikkelingsopgaven verwacht door directe verstoringsfactoren als oppervlakteverlies of versnippering. Door de aard en omvang van de activiteiten, de grote afstand en het ontbreken van een ecologische binding zijn ook significante negatieve effecten door indirecte verstoringsfactoren als verontreiniging, verdroging, geluidsverstoring of lichtverstoring op voorhand uit te sluiten. De extra (tijdelijke) stikstofdepositie die ontstaat als gevolg van de sloopwerkzaamheden wordt, gezien de relatief grote afstand tot de gevoelige habitattypen, verwaarloosbaar geacht. Om toch inzicht te krijgen in deze stikstofdepositie is door Buro Ontwerp & Omgeving een effectbeoordeling stikstofdepositie uitgevoerd3. De effectbeoordeling is als bijlage 2 bijgevoegd.
Uit de uitgevoerde effectbeoordeling blijkt dat de voorgenomen herontwikkeling van het kloostercomplex zowel in de bouwfase (de bouw van de nieuwe (zorg)woningen) als in de gebruiksfase (bewoning) geen stikstofdepositie groter dan 0,00 mol/ha/jr oplevert. Verder is in 2024 sprake van zowel een bouwfase als 50% van het programma in de gebruiksfase. Ook deze gecombineerde fase zorgt niet voor een stikstofdepositie groter dan 0,00 mol/ha/jr op omliggende Natura2000-gebieden. Brabants natuurnetwerk De Aa stroomt door Veghel heen en is aangewezen als ecologische verbindingszone (evz). Aangrenzend aan deze beek liggen enkele percelen die zijn aangewezen als bestaande natuur binnen het Brabants natuurnetwerk. De afstand tussen de desbetreffende percelen en het plangebied bedraagt meer dan 700 meter. Zodoende worden er geen effecten verwacht ten aanzien van de kavels die behoren tot het Brabants natuurnetwerk.
3
Buro Ontwerp & Omgeving, 22 juni 2020, Memo effectbeoordeling stikstofdepositie Herontwikkeling Kloostercomplex Veghel, projectnummer 2814.03
7
Conclusie Op grond van het voorgaande kan geconcludeerd worden dat mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu als gevolg van het initiatief kunnen worden uitgesloten. Het Chw bestemmingsplan ‘Kloosterkwartier Veghel’ kan zonder m.e.r.(-beoordeling) worden vastgesteld.
8
Bijlage 1 Berekening verkeersgeneratie
Bijlage 2 Memo effectbeoordeling stikstofdepositie