Bijlagen bij toelichting_Bijlage 15 Nader ecologisch onderzoek.pdf
Tekst van het document
Nader ecologisch onderzoek
Ontwikkeling kloostercomplex Deken van Miertstraat 2 t/m 16 te Veghel
Z-enzovoorts B.V.
Projectnummer: 2814.03 Datum: 18-9-2020
Nader ecologisch onderzoek Ontwikkeling kloostercomplex Deken van Miertstraat 2 t/m 16 te Veghel
Opdrachtgever:
Z-enzovoorts B.V.
Projectnummer:
2814.03
Datum:
18-9-2020
Projectleider en rapporteur:
Laura Tilleman
Autorisatie:
Jur Metselaar
Opdrachtnemer:
Buro Ontwerp & Omgeving Velperweg 157 6824 MB Arnhem Postbus 2033 6802 CA Arnhem info@ontwerpenomgeving.nl www.ontwerpenomgeving.nl
Deken van Miertstraat 2 t/m 16 te Veghel
1
2814.03
INHOUD
Pagina
1
INLEIDING .........................................................................................................................................3
2
PROJECTGEBIED EN WERKZAAMHEDEN...........................................................................................4 2.1 Beschrijving projectgebied .................................................................................................. 4 2.2 Geplande werkzaamheden.................................................................................................. 4
3
RESULTATEN QUICKSCAN .................................................................................................................5 3.1 Roek ..................................................................................................................................... 5 3.2 Gierzwaluw en huismus....................................................................................................... 5 3.3 Buizerd en sperwer.............................................................................................................. 5 3.4 Vleermuizen......................................................................................................................... 5 3.5 Steenmarter......................................................................................................................... 5 3.6 Eekhoorn ............................................................................................................................. 6
4
ONDERZOEKSMETHODE ...................................................................................................................7 4.1 Roek ..................................................................................................................................... 7 4.2 Gierzwaluw .......................................................................................................................... 7 4.3 Huismus ............................................................................................................................... 7 4.4 Vleermuizen......................................................................................................................... 8 4.5 Steenmarter......................................................................................................................... 9 4.6 Eekhoorn ............................................................................................................................. 9
5
RESULTATEN EN TOETSING ........................................................................................................... 10 5.1 Roek ................................................................................................................................... 10 5.2 Gierzwaluw ........................................................................................................................ 10 5.3 Huismus ............................................................................................................................. 11 5.4 Vleermuizen....................................................................................................................... 11 5.5 Steenmarter....................................................................................................................... 14
6
CONCLUSIE..................................................................................................................................... 15
LITERATUURLIJST ................................................................................................................................... 16 Bijlage 1: Figuur paaronderzoek vleermuizen ....................................................................................... 17
Deken van Miertstraat 2 t/m 16 te Veghel
2
2814.03
1
INLEIDING In opdracht van Z-enzovoorts B.V. is door Buro Ontwerp & Omgeving een nader ecologisch onderzoek uitgevoerd op het terrein aan de Deken van Miertstraat 2 t/m 16 te Veghel, ook wel bekend als het kloostercomplex. Het betreft vier gebouwen en het zogenoemde buitenbosje van de kloostertuin. De ontwikkeling op deze locatie voorziet in de sloop van de wasserij, het ULO-gebouw, het internaatgebouw en het zigzaggebouw, de kap van de houtopstanden en de nieuwbouw van appartementengebouwen. Het nader ecologisch onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de resultaten van de quickscan natuurtoets die Staring Advies op 24 augustus 2018 in het projectgebied heeft uitgevoerd. Hieruit kwam naar voren dat de projectlocatie potentieel geschikt is als nestplaats voor de roek, gierzwaluw en huismus en als verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuizen en de steenmarter. Er is daarom nader onderzoek gedaan om vast te stellen of er verblijfplaatsen of jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn van deze soorten. Ook is een aanvullend bezoek aan het buitenbosje vereist om te onderzoeken of zich hier een nestplaats van de eekhoorn bevindt.
De volgende vragen staan centraal in het onderzoek: Zijn de roek, gierzwaluw, huismus, gebouwbewonende vleermuizen, steenmarter en eekhoorn in het projectgebied aanwezig? Wat is de functie van het projectgebied voor de roek, gierzwaluw, huismus, gebouwbewonende vleermuizen, steenmarter en eekhoorn? Moet er een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) worden aangevraagd? Moeten er mitigerende en compenserende maatregelen worden genomen? In het voorliggende rapport worden achtereenvolgens het projectgebied (hoofdstuk 2), de resultaten uit de quickscan (hoofdstuk 3), de onderzoeksmethode (hoofdstuk 4), de resultaten van het nader onderzoek (hoofdstuk 5) en de conclusie (hoofdstuk 6) beschreven.
Deken van Miertstraat 2 t/m 16 te Veghel
3
2814.03
2
PROJECTGEBIED EN WERKZAAMHEDEN
2.1
Beschrijving projectgebied Het projectgebied is gelegen in de kern van Veghel en bestaat uit vier gebouwen en het deel van de kloostertuin dat bekend staat als het buitenbosje (figuur 1). De directe omgeving van het projectgebied kan getypeerd worden als een woonomgeving binnen de bebouwde kom.
Figuur 1. Topografische weergave van het projectgebied.
Het buitenbosje heeft een oppervlakte van circa 3.000 m 2, de gebouwen die gesloopt worden hebben samen een oppervlakte van circa 2.610 m². Van noord naar zuid zijn de gebouwen bekend als de wasserij, het ULOgebouw, het internaatgebouw en het zigzaggebouw. Het buitenbosje ligt in het zuidwesten van de kloostertuin en bestaat voornamelijk uit zomereiken en Spaanse aken. Aan de zuidkant grenst het direct aan de begraafplaats van het kloostercomplex en aan de westkant ligt de Mr. van Coothstraat. Circa 100 meter ten zuidoosten van het buitenbosje bevinden zich de wasserij, het ULO-gebouw en het internaatgebouw. Deze gebouwen liggen alle drie aan de Franciscanessenlaan. Het zigzaggebouw bevindt zich in het zuidelijke deel van het kloostercomplex en ligt aan de Deken van Miertstraat. De Sint-Lambertuskerk en het klooster liggen ten westen van de te onderzoeken gebouwen en ten zuiden van het buitenbosje. 2.2
Geplande werkzaamheden De voorgenomen ontwikkeling bestaat uit de kap van het buitenbosje en de sloop van de wasserij, het ULOgebouw, het internaatgebouw en het zigzaggebouw. Hiervoor in de plaats worden appartementengebouwen gerealiseerd.
Deken van Miertstraat 2 t/m 16 te Veghel
4
2814.03
3
RESULTATEN QUICKSCAN Op 24 augustus 2018 is in het projectgebied een quickscan natuurtoets uitgevoerd door Staring Advies. Uit de quickscan blijkt dat er meer informatie benodigd was om de effecten van de sloop van de bebouwing en de kap van de houtopstanden volledig te kunnen toetsen aan de Wet natuurbescherming. Hieronder worden deze resultaten nog eens kort besproken.
3.1
Roek Uit de quickscan natuurtoets bleek dat het projectgebied een geschikte leefomgeving vormt voor de roek. In het projectgebied werden 31 recent gebruikte nesten aangetroffen die toebehoren tot deze soort. De kap van de bomen in het buitenbosje zou kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming als deze als nestlocatie worden gebruikt door de roek. Hieruit volgt dat middels een gerichte inventarisatie moet worden onderzocht hoeveel bezette roekennesten er daadwerkelijk aanwezig zijn.
3.2
Gierzwaluw en huismus Drie van de vier gebouwen in het projectgebied werden tijdens de quickscan geschikt bevonden voor de gierzwaluw en huismus. Het gaat om het wasserijgebouw, het ULO-gebouw en het internaatgebouw. De sloop van deze opstallen zou kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming als deze als nest- of verblijfplaats fungeren voor deze soorten. Nader onderzoek moet uitwijzen of de gierzwaluw en huismus in het projectgebied aanwezig zijn en welke functie het projectgebied voor ze heeft.
3.3
Buizerd en sperwer In het noorden van de kloostertuin werd van zowel de sperwer als de buizerd een horst aangetroffen. Omdat de initiatiefnemer ervan afziet om in dit deel van het terrein te gaan bouwen, zijn deze soorten niet in het onderhavige rapport meegenomen.
3.4
Vleermuizen Tijdens het veldbezoek zijn potentiële invliegopeningen aangetroffen in alle vier te onderzoeken gebouwen en in meerdere oude bomen in de kloostertuin. Verblijfsplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen kunnen daarom in het projectgebied aanwezig zijn. Omdat de initiatiefnemer ervan afziet om in grote delen van de kloostertuin te gaan bouwen, zijn boombewonende vleermuizen niet in het onderhavige rapport meegenomen. De bomen in het buitenbosje beschikken niet over geschikte boomholtes waardoor verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen uitgesloten kunnen worden. In de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) wordt in de wijde omgeving van het projectgebied melding gemaakt van de volgende gebouwbewonende soorten: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger en watervleermuis. De sloop van de gebouwen zou kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming als deze als verblijfplaats fungeren voor vleermuizen. De aanwezigheid van vleermuizen in de bebouwing moet daarom nader worden onderzocht.
3.5
Steenmarter Het ULO-gebouw en het wasserijgebouw zijn geschikt bevonden voor de steenmarter. De sloop van deze opstallen zou kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming als deze als verblijfplaats fungeren voor deze soort. Nader onderzoek moet uitwijzen of de steenmarter in het projectgebied aanwezig is en welke functie het projectgebied voor de soort heeft.
Deken van Miertstraat 2 t/m 16 te Veghel
5
2814.03
3.6
Eekhoorn Alle houtopstanden werden tijdens de quickscan natuurtoets geschikt bevonden voor de eekhoorn. De kap van het buitenbosje zou daarom kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming. Er werden tijdens het vooronderzoek geen sporen van deze soort aangetroffen, maar omdat de quickscan plaatsvond in een periode met veel blad aan de bomen is nader onderzoek naar de eekhoorn noodzakelijk.
Deken van Miertstraat 2 t/m 16 te Veghel
6
2814.03
4
ONDERZOEKSMETHODE
4.1
Roek Het nader onderzoek naar de roek werd uitgevoerd door de gehele kloostertuin te inventariseren op het aantal bezette nesten. De inventarisaties werden uitgevoerd conform het kennisdocument van BIJ12 en vonden daarom plaats in de optimale periode 15 april t/m 10 mei. In deze periode werden daarom twee veldbezoeken afgelegd met een tussenliggende periode van minstens tien dagen (BIJ12, 2017a).
4.2
4.3
Datum
Tijd
Temp. (°C)
Wind (Bft.)
Weer
Waarnemers
24-04-2020
9:30 – 11:00
13 - 17
N2
Zonnig en onbewolkt
06-05-2020
8:45 – 10:45
10 - 12
NO 2
Zonnig en onbewolkt
L. Tilleman en J. Metselaar L. Tilleman en J. Metselaar
Gierzwaluw Het nader onderzoek naar de gierzwaluw is, conform het kennisdocument van BIJ12, uitgevoerd tussen 15 mei en 31 juli. In deze periode zijn er drie veldbezoeken afgelegd met een tussenperiode van tien dagen. Tenminste één van de bezoeken vond plaats tussen 20 juni en 7 juli, wanneer er (mogelijk) jongen in het nest aanwezig zijn. De inventarisaties begonnen twee uur voordat de zon onderging en duurden tot aan zonsondergang (BIJ12, 2017b). Datum
Tijd
Temp. (°C)
Wind (Bft.)
Weer
Waarnemers
9-6-2020
19:55-21:55
15
N2
Bewolking droog
60%,
29-6-2020
20:05-22:05
18
ZW 4
Bewolking droog
90%,
9-7-2020
19:55-21:55
18
W2
Bewolking droog
90%,
L. Tilleman J. Metselaar H. Peters M. v.d. Acker L. Tilleman H. Peters L. de Bruijn M. v.d. Acker L. Tilleman J. Metselaar H. Peters L. de Bruijn
Huismus Het nader onderzoek naar de huismus werd uitgevoerd door de geschikte gebouwen te inventariseren op het aantal nestlocaties. De inventarisaties werden uitgevoerd conform het Kennisdocument van BIJ12 en vonden daarom plaats tussen 1 april en 15 mei. In deze periode werden twee veldbezoeken afgelegd met een tussenliggende periode van minimaal tien dagen. Tijdens deze veldbezoeken is onderzoek gedaan naar nestindicatief en territoriaal gedrag van huismussen. Gedurende één uur is gekeken of er zingende mannetjes aanwezig zijn en of gebruik wordt gemaakt van invliegopeningen naar nestlocaties (BIJ12, 2017c).
Deken van Miertstraat 2 t/m 16 te Veghel
7
2814.03
4.4
Datum
Tijd
Temp. (°C)
Wind (Bft.)
Weer
Waarnemers
24-04-2020
8:30– 9:30
13
N2
Zonnig en onbewolkt
06-05-2020
7:45 – 8:45
8 - 10
NO 2
Zonnig en onbewolkt
L. Tilleman en J. Metselaar L. Tilleman en J. Metselaar
Vleermuizen Het nader onderzoek naar vleermuizen werd uitgevoerd conform het vleermuisprotocol 2017 (Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus & Zoogdiervereniging, 2017). Omdat onderzoek werd gedaan naar gebouwbewonende vleermuizen werden de onderzoeksmethoden van de gewone dwergvleermuis aangehouden, waarbij ook andere vleermuissoorten aangetoond kunnen worden. Dit houdt in dat er in de periode 15 mei tot 30 september de volgende onderzoeken werden uitgevoerd: Kraamverblijven: Twee onderzoeksrondes (15 mei - 15 juli) met een tussenperiode van minimaal tien dagen; Zomerverblijven: Twee onderzoeksrondes (15 mei - 15 aug) met een tussenperiode van minimaal tien dagen, waarbij minimaal één onderzoeksronde moet plaatsvinden in de kraamperiode; Paarverblijven: Twee onderzoeksrondes (15 aug - 30 sep) met een tussenperiode van minimaal tien dagen. In deze periode baltsen de mannetjes van de gewone en ruige dwergvleermuis om vrouwtjes te lokken. Deze activiteit wordt vastgesteld rondom de paarverblijfplaatsen. Massawinterverblijven: Twee onderzoeksrondes (1 aug - 10 sep) met een tussenperiode van minimaal tien dagen. Dit onderzoek kan gecombineerd worden met het onderzoek naar paarverblijven. De veldbezoeken werden uitgevoerd onder omstandigheden die gunstig zijn voor het waarnemen van vleermuizen.
De temperatuur was bij alle veldbezoeken tenminste 10°C, de windsnelheid lag onder de 5 Bft. en er viel geen neerslag. De veldbezoeken voor de verschillende verblijfsfuncties werden gecombineerd uitgevoerd indien dit mogelijk was. Type Datum Tijd Temp. Wind (Bft.) Weer Waarnemers onderzoek (°C) Zomer
26-05-2020
03:32 – 05:32
10 - 9
NO 1
Bewolking en droog
Kraam
09-06-2020
21:55 – 00:30
15- 13
N2
Bewolking 600% en droog
Kraam/ Zomer
09-07-2020
21:55 – 00:10
18- 17
W3
Bewolking 9010% en droog
Paar/ Massawinter
19-08-2020
22:55 – 02:00
22 - 21
ZO2 – W3
Bewolking 70100% en droog
Deken van Miertstraat 2 t/m 16 te Veghel
8
0%
2814.03
L. Tilleman M. v.d. Acker H. Peters L. de Bruijn E. Kaandorp L. Tilleman J. Metselaar H. Peters M. v.d. Acker M. Pijpers L. Tilleman J. Metselaar H. Peters L. de Bruijn M. Pijpers L. Tilleman H. Peters
Paar/ Massawinter
01-09-2020
23:00 – 02:05
13 – 12
NW2 – W2
Bewolking 9080% en droog
L. Tilleman H. Peters
De onderzoeken werden uitgevoerd met behulp van vleermuisdetectors (Batlogger M en Pettersson D200) waarmee ultrasone geluiden van vleermuizen geluiden van vleermuizen hoorbaar werden gemaakt voor het menselijk oor. 4.5
Steenmarter Het nader onderzoek naar de steenmarter werd uitgevoerd met een cameraval. Beide geschikte gebouwen zijn geïnspecteerd en de camera is geplaatst op de locatie waar de trefkans het hoogst is. De camera is geplaatst in de periode mei t/m juli omdat de steenmarters dan (mogelijk) jongen hebben. Zo kan er worden vastgesteld of het om een voortplantings- of rustplaats gaat.
4.6
Datum
Activiteit
15-05-2020 24-06-2020
Plaatsen camera Ophalen camera
Eekhoorn Het nader onderzoek naar de eekhoorn wordt uitgevoerd in het najaar van 2020, wanneer er geen bladeren aan de bomen zitten. In deze periode wordt één veldbezoek uitgevoerd, waarbij in het buitenbosje is gezocht naar boomnesten van de eekhoorn.
Deken van Miertstraat 2 t/m 16 te Veghel
9
2814.03
5
RESULTATEN EN TOETSING
5.1
Roek In het buitenbosje binnen het projectgebied zijn in totaal 39 roekennesten waargenomen, wat betekent dat deze plek functioneert als vaste rust- en verblijfplaats, evenals voortplantingsplaats. Het is aannemelijk dat deze nesten tot één subkolonie behoren. Binnen een straal van 200 meter zijn in de kloostertuin nog 35 andere roekennesten waargenomen (figuur 2). Dit betekent dat alle nesten in het park behoren tot één metapopulatie. Gezien binnen het projectgebied de meeste nesten aanwezig zijn op een relatief kleine afstand, is het mogelijk dat de moederkolonie zich in het buitenbosje bevindt (Ministerie van Economische Zaken, 2012). Bij werkzaamheden op deze locatie worden Wnb artikel 3.1 lid 1, 2 en 4 (mogelijk) overtreden. Voor overtreding van artikel 3.1 lid 1 (doden en vangen) is geen ontheffing van de Wet natuurbescherming noodzakelijk indien mitigerende maatregelen worden getroffen en zorgvuldig wordt gehandeld. Voor het overtreden van de verbodsbepalingen uit artikel 3.1 lid 2 en 4 (nesten wegnemen en soorten opzettelijk storen) is een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk.
Figuur 2. Buitenbosje en park achter het kloostercomplex. De bolletjes geven bomen aan met roekennesten, de grootte geeft aan hoeveel nesten er in één boom aanwezig zijn. Het rode kader geeft globaal de projectlocatie aan (buitenbosje).
5.2
Gierzwaluw Tijdens alle bezoeken is er een gierzwaluw waargenomen bij kantpannen van het ULO gebouw (figuur 3 en 6). Tijdens het eerste bezoek is waargenomen dat deze meerdere keren in- en uitvloog van 21:07 tot 22:22. Tijdens het tweede bezoek is éénmaal het invliegen waargenomen om 21:59 en tijdens het derde bezoek is het invliegen drie keer waargenomen, om 21:43, 22:14 en 22:15. Bij de laatste invliegmomenten ging het om twee exemplaren, het mannetje en het vrouwtje. Het projectgebied bevat een nestlocatie van de gierzwaluw, wat betekent dat deze plek functioneert als vaste rust- en verblijfplaats, evenals voortplantingsplaats.
Deken van Miertstraat 2 t/m 16 te Veghel
10
2814.03
Bij werkzaamheden op deze locatie worden Wnb artikel 3.1 lid 1, 2 en 4 (mogelijk) overtreden. Voor overtreding van artikel 3.1 lid 1 (doden en vangen) is geen ontheffing van de Wet natuurbescherming noodzakelijk indien mitigerende maatregelen worden getroffen en zorgvuldig wordt gehandeld. Voor het overtreden van de verbodsbepalingen uit artikel 3.1 lid 2 en 4 (nesten vernielen en soorten opzettelijk storen) is een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk.
Figuur 3. Invlieglocatie van de gierzwaluw aan de zijde van het ULO gebouw.
5.3
Huismus Tijdens de twee veldbezoeken (24 april en 6 mei 2020) zijn er geen huismussen waargenomen in of rondom de projectlocatie. Negatieve effecten op de huismus als gevolg van de werkzaamheden kunnen daarom worden uitgesloten.
5.4
Vleermuizen Eerste veldonderzoek (zomerverblijven) Het eerste veldbezoek werd uitgevoerd in de vroege ochtend van 26 mei 2020. Tijdens het veldbezoek werden er drie verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuizen vastgesteld in het zigzaggebouw. Deze vleermuizen zijn om 4:46, 5:07 en 5:12 ingevlogen in open stootvoegen (figuur 5 en 6). Bij aankomst was er ook activiteit van foeragerende gewone dwergvleermuizen in het buitenbosje en bij het water. Verder zijn er alleen overvliegende gewone dwergvleermuizen waargenomen. Tweede veldonderzoek (kraam- en zomerverblijven) Het tweede veldbezoek werd uitgevoerd in de avond van 9 juni 2020. Tijdens het veldbezoek is er één zomerverblijfplaats van een gewone dwergvleermuis vastgesteld in het wasserijgebouw (figuur 4 en 6). Deze is om 22:32 ingevlogen tussen de gevel en het dakbeschot. Daarnaast is er foerageeractiviteit waargenomen van de gewone dwergvleermuis aan de zuidzijde van het zigzaggebouw. Verder zijn er passerende gewone dwergvleermuizen, laatvliegers en rosse vleermuizen waargenomen en eenmaal een overvliegende gewone grootoorvleermuis (wasserijgebouw). Deze hadden geen binding met het projectgebied.
Deken van Miertstraat 2 t/m 16 te Veghel
11
2814.03
Figuur 4. Locatie van de invliegende dwergvleermuis in het wasserijgebouw.
Derde veldonderzoek (kraamverblijven) Het derde veldbezoek werd uitgevoerd in de avond van 9 juli 2020. Op deze avond is één zomerverblijfplaats van gewone dwergvleermuis vastgesteld in het zigzaggebouw (figuur 5 en 6). Deze is ingevlogen in een open stootvoeg om 22:18 en vloog weer uit om 22:33. Aan de straatkant van het zigzaggebouw zijn overvliegende gewone dwergvleermuizen waargenomen en één laatvlieger. Aan de binnenzijde van het zigzaggebouw was er bijna constant foerageeractiviteit van gewone dwergvleermuizen rond de heg. Bij de andere gebouwen zijn passerende gewone dwergvleermuizen waargenomen en bij het wasserijgebouw drie keer een laatvlieger. Deze soorten hadden echter geen binding met het projectgebied.
Figuur 5. Locaties van de invliegende dwergvleermuizen in het zigzaggebouw. Witte pijlen geven de locaties van het veldbezoek op 26-5-2020 aan. De blauwe pijl geeft de in- en uitvlieglocatie aan die waargenomen is op 9-7-2020.
Deken van Miertstraat 2 t/m 16 te Veghel
12
2814.03
Vierde veldonderzoek (paar- en massawinterverblijven) Het vierde veldbezoek vond plaats in de nacht van 19 op 20 augustus 2020. Tijdens dit bezoek zijn op tien plaatsen territoria vastgesteld. Van deze territoria zijn er twee die betrekking hebben op gebouwen binnen het projectgebied (figuur 6 en bijlage 1). Er bevindt zich één paarverblijf in het ULO gebouw. Er werd namelijk meerdere malen een baltsende gewone dwergvleermuis gehoord tussen het ULO gebouw en de wasserij (23:44, 1:39). Daarnaast waren er ook twee exemplaren te zien op de noordwestelijke hoek van het schoolplein. Verder is er één paarverblijf vastgesteld aan de noordzijde van het zigzaggebouw. Hier was meerdere malen een baltsende gewone dwergvleermuis te horen (23:49 en 00:54). Er was de hele avond veel activiteit van gewone dwergvleermuizen verspreid over het projectgebied en er is twee keer een overvliegende laatvlieger waargenomen, bij de Franciscanessenlaan en de wasserij. Deze toonde echter geen baltsgedrag of binding met het projectgebied. Verder werden er geen waarnemingen gedaan die duiden op de aanwezigheid van (massa)winterverblijven. Vijfde veldonderzoek (paar- en massawinterverblijven) Het vijfde veldbezoek vond plaats in de nacht van 1 op 2 september 2020. Tijdens dit bezoek is er een stuk minder activiteit waargenomen dan tijdens het vorige bezoek.
Een nieuw territorium is vastgesteld aan de zuidzijde van het zigzaggebouw, hier was een baltsende gewone dwergvleermuis aanwezig van 23:04 tot 23:33 (figuur 6 en bijlage 1). Verder konden er geen nieuwe paarverblijven binnen het projectgebied vastgesteld worden. Op sommige plaatsen is enkele keren een baltsende gewone dwergvleermuis waargenomen, maar deze waren te kort aanwezig om van binding met het projectgebied te spreken. Verder zijn er deze avond herhaaldelijk waarnemingen gedaan van een gewone grootoorvleermuis aan de binnenzijde van het zigzaggebouw en zijn er twee ruige dwergvleermuizen waargenomen bij de kapel en bij de appartementen ten oosten van het wasserijgebouw. Deze soorten toonden echter geen baltsgedrag of binding met het projectgebied. Verder werden er geen waarnemingen gedaan die duiden op de aanwezigheid van (massa)winterverblijven. Toetsing Wet natuurbescherming In totaal zijn er vijf zomerverblijven en drie paarverblijven van vleermuizen waargenomen binnen het projectgebied. Bij werkzaamheden op deze locatie worden Wnb artikel 3.5 lid 1, 2 en 4 (mogelijk) overtreden. Voor het overtreden van de verbodsbepalingen uit artikel 3.5 lid 1 (doden en vangen) is geen ontheffing van de Wet natuurbescherming noodzakelijk indien mitigerende maatregelen worden getroffen en zorgvuldig wordt gehandeld.
Voor het overtreden van de verbodsbepalingen uit artikel 3.5 lid 2 en 4 (verblijfplaatsen vernielen en soorten opzettelijk storen) is een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk.
Deken van Miertstraat 2 t/m 16 te Veghel
13
2814.03
Figuur 6. Locaties van de verblijfplaatsen van de gierzwaluw en gewone dwergvleermuis (paar- en zomerverblijven) in de bebouwing.
5.5
Steenmarter Op de zolder van het wasserijgebouw is een cameraval geplaatst om vast te stellen of de steenmarter aanwezig is. Deze locatie werd beschouwd als de meest kansrijke plek voor de plaatsing van de val. De cameraval werd geplaatst op 15 mei 2020 en is weggehaald op 24 juni 2020. Uit de analyse van de cameravalgegevens is gebleken dat in deze bebouwing geen verblijfplaats van de steenmarter aanwezig is. Op basis van de huidige onderzoeksinspanning kan worden uitgesloten dat de te slopen bebouwing een vaste rust- en verblijfplaats vormt voor de steenmarter.
Deken van Miertstraat 2 t/m 16 te Veghel
14
2814.03
6
CONCLUSIE Buro Ontwerp & Omgeving heeft in opdracht van Z-enzovoorts B.V. een nader ecologisch onderzoek uitgevoerd aan de Deken van Miertstraat 2 t/m 16 te Veghel. Het onderzoek vond plaats naar aanleiding van de sloop van de wasserij, het ULO-gebouw, het internaatgebouw en het zigzaggebouw, de kap van het buitenbosje en de ontwikkeling van appartementengebouwen. In onderstaande tabel staat een samenvatting van de resultaten. Bij aanwezigheid van de soort is aangegeven waar deze soort is aangetroffen, welke artikelen van de Wet natuurbescherming worden overtreden en welke vervolgstappen genomen moeten worden. Soort
Aanwezigheid
Locatie
Overtreding
Vervolgstap
Roek
39 nesten
Buitenbosje
Wnb artikel 3.1 lid 2 en 4
• Ontheffing Wnb
3.1 lid 2 en 4
• Activiteitenplan • Ontheffing Wnb
3.5 lid 2 en 4
• Activiteitenplan • Ontheffing Wnb
Gierzwaluw Huismus Gebouwbewonende vleermuizen Steenmarter Eekhoorn
1 nest
ULO
5 zomerverblijven 3 paarverblijven
Zigzag (4) , wasserij (1)
PM
-
• Activiteitenplan
Zigzag, ULO, internaat -
Nader onderzoek najaar 2020
Voor het overtreden van de verbodsbepalingen uit artikel 3.1 lid 2 en 4 en artikel 3.5 lid 2 en 4 is een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Ten behoeve van de ontheffingsaanvraag dient een activiteitenplan te worden opgesteld. Daarnaast zijn ook Wnb artikel 3.1 lid 1 en artikel 3.5 lid 1 relevant voor deze soorten. Deze artikelen hebben betrekking op het doden en vangen van soorten. Er is echter geen ontheffing in het kader van deze artikelen noodzakelijk indien mitigerende maatregelen worden getroffen en zorgvuldig wordt gehandeld. Dit dient opgenomen te worden in het activiteitenplan.
Deken van Miertstraat 2 t/m 16 te Veghel
15
2814.03
LITERATUURLIJST
BIJ12 (2017). Kennisdocument Roek, Corvus frugilegus, versie 1.0, juli 2017. Utrecht, Nederland: BIJ12. BIJ12 (2017). Kennisdocument Huismus, Passer domesticus, versie 1.0, juli 2017. Utrecht, Nederland: BIJ12. BIJ12 (2017). Kennisdocument Gierzwaluw, Apus apus, versie 1.0, juli 2017. Utrecht, Nederland: BIJ12. Ministerie van Economische Zaken (2012). Soortenstandaard roek 2012. Versie 1.0, december 2012. Dienst Regelingen, ministerie van Economische Zaken, Den Haag Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2017). Vleermuisprotocol 2017, maart 2017. www.netwerkgroenebureaus.nl en www.zoogdiervereniging.nl
Deken van Miertstraat 2 t/m 16 te Veghel
16
2814.03
Bijlage 1: Figuur paaronderzoek vleermuizen In onderstaande figuur zijn de locaties weergegeven van baltsende gewone dwergvleermuizen tijdens de onderzoeken in het najaar. De blauwe cirkels geven aan dat de balts tijdens één bezoek is waargenomen en oranje cirkels geven aan dat de balts tijdens beide bezoeken is waargenomen. Pijlen geven aan dat de balts soms ook op een andere locatie te horen was. Tenslotte geven zwarte stippen locaties van de paarverblijven aan.
Deken van Miertstraat 2 t/m 16 te Veghel
17
2814.03