Bijlagen bij toelichting
Tekst van het document
RgKecpZmRcrP (30 augustus 2023)
8/8
Watertoets ter plaatse van de Teeuwishoek te Schijndel
Pagina 3 van 22
Titel Opdrachtgever Adviesbureau
Watertoets ter plaatse van de Teeuwishoek te Schijndel
Initiatiefnemer
MILON bv Rembrandtlaan 4 5462 CH Veghel
Pagina 4 van 22
Titel:
Watertoets ter plaatse van de Teeuwishoek te Schijndel
Status:
Definitief
Datum:
26 april 2022
Opdrachtgever:
Initiatiefnemer
Projectnummer:
20211297
Auteur: Projectleider: Telefoonnummer: E-mail: Website:
Thomas van Engelen Thomas van Engelen 073-5477253 info@milon.nl/thomas@milon.nl www.milon.nl
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of MILON bv. Op al onze leveringen en diensten zijn de RVOI-2001 en de algemene aanvullende voorwaarden van MILON bv van toepassing. Beide sets algemene voorwaarden zijn te raadplegen en te downloaden via www.milon.nl/algemene-voorwaarden. MILON bv is gecertificeerd conform ISO 9001 en VCA**, voldoet aan niveau 3 op de CO2 prestatieladder en is erkend door het ministerie van IenW voor: ▪ BRL SIKB 1000 “Monsterneming voor partijkeuringen”, protocol 1001, 1002 en 1003; ▪ BRL SIKB 2000 “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek”, protocol 2001, 2002, 2003 en 2018; ▪ BRL SIKB 6000 “Milieukundige begeleiding van (water)bodemsaneringen, ingrepen in de waterbodem en nazorg” en protocol 6001 (processturing en verificatie).
Pagina 5 van 22
Inhoudsopgave 1. Inleiding .............................................................................................................................................. 7 1.1. Opdrachtverlening ............................................................................................................. 7 1.2. Aanleiding ............................................................................................................................. 7 1.3. Doel ......................................................................................................................................... 7 1.4. Betrouwbaarheid ................................................................................................................ 7 2. Onderzoekslocatie .......................................................................................................................... 8 2.1. Locatiegegevens ................................................................................................................. 8 3. Beleid watertoets ........................................................................................................................... 10 3.1. Rijksoverheid ...................................................................................................................... 11 3.2.
Provinciaal beleid ............................................................................................................. 13 3.3. Waterschapsbeleid .......................................................................................................... 14 3.4. Gemeentelijk beleid ........................................................................................................ 15 4. Waterhuishouding ........................................................................................................................ 15 4.1. Geohydrologie ................................................................................................................... 17 4.2 Overige aspecten ............................................................................................................. 18 5. Wateradvies ..................................................................................................................................... 19 5.1 Bevoegd gezag.................................................................................................................. 19 5.2 Dimensionering infiltratie of bergingsvoorziening ............................................. 19 6. Uitgangspunten en randvoorwaarden .................................................................................. 20 7.
Samenvatting en conclusies ...................................................................................................... 22
Bijlage 1. 2.
Topografische overzichtskaart Structuurontwerp
Pagina 6 van 22
1.
Inleiding
1.1.
Opdrachtverlening
Op 10 april 2022 heeft MILON bv te Veghel schriftelijk opdracht gekregen van de initiatiefnemer, voor het uitvoeren van een watertoets. De onderzoekslocatie is gelegen ter plaatse van de Teeuwishoek te Schijndel. Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden.
1.2.
Aanleiding
De aanleiding voor het uitvoeren van de watertoets wordt gevormd door de voorgenomen herontwikkeling van de locatie.
1.3.
Doel
De watertoets heeft als doel om water als ordenend principe een rol te laten spelen bij ruimtelijke plannen en besluiten, door alle relevante waterhuishoudkundige aspecten vroegtijdig te betrekken bij de planvorming.
1.4.
Betrouwbaarheid
Het onderzoek is onafhankelijk uitgevoerd. MILON bv is geen eigenaar van de onderzoekslocatie en financieel niet gelieerd aan de opdrachtgever. Het onderzoek is met de grootst mogelijke nauwkeurigheid en conform de daarvoor opgestelde normen en richtlijnen uitgevoerd. MILON bv acht zich niet aansprakelijk voor eventueel hieruit voortvloeiende (financiële) schade.
Pagina 7 van 22
2.
Onderzoekslocatie
2.1.
Locatiegegevens
De onderzoekslocatie is kadastraal bekend als gemeente Schijndel, sectie D met perceelnummer 7215. De oppervlakte van de gehele locatie bedraagt circa 727 m2. De locatie is in de huidige situatie grotendeels onbebouwd en braakliggend. In figuur 1 en 2 zijn overzichtsfoto’s van de onderzoekslocatie weergegeven.
Figuren 1 en 2: Overzichtsfoto’s onderzoekslocatie aan de zuidwestelijke zijde aan Teeuwishoek (links) en noordelijk van de onderzoekslocatie aan de Verdistraat (rechts) (Bron: Google Maps/Street View) In onderstaande afbeelding wordt een luchtfoto van de onderzoekslocatie getoond.
Figuur 3 en 4: Ligging onderzoekslocatie (Bron: Google Maps)
Pagina 8 van 22
Overig terrein en omgeving De onderzoekslocatie ligt in de bebouwde kom van Schijndel. De locatie ligt ten noorden en noordoosten van de Teeuwishoek en ten zuiden van de Verdistraat. De omgeving wordt rondom gekenmerkt door met name woonhuizen met siertuin. Voormalig gebruik Volgens historisch topografisch kaartmateriaal is de huidige bebouwing op en aangrenzend aan de locatie sinds 1985 in gebruik. Het pand ten oosten van de locatie zijn sinds 1927 aanwezig.
2.2. Ruimtelijk plan of voornemen De aanleiding voor het uitvoeren van de watertoets wordt gevormd door de voorgenomen herontwikkeling van de locatie. Initiatiefnemer is voornemens twee woonhuizen te realiseren op de onderzoekslocatie. Het ontwerpplan is weergegeven in figuur 5 en in zijn geheel toegevoegd als bijlage 2.
Figuur 5: Structuurontwerp (bron: DEUX architecten)
Pagina 9 van 22
In onderstaande tabel is weergegeven hoe de verhardingssituatie er in de huidige en toekomstige situatie uitziet. Tabel 1. verhardingssituatie huidige en toekomstige situatie Huidige m2 (circa)
Toekomstig m2 (circa)
Verschil m2 (circa)
Bebouwing
27
362
+335
Verharding
-
Onverhard
700
50 (parkeerplaatsen) 64 (overige verharding) 251
Totaal plangebied
727
727
+114 -449 -/-
De ontwikkeling op de locatie heeft, zoals blijkt uit de tabel, tot gevolg dat het verhard oppervlak toeneemt met circa 449 m2.
Pagina 10 van 22
3.
Beleid watertoets
De wetgeving en het beleidskader spelen een belangrijke rol in het doorlopen van de watertoetsprocedure. Uit de beleidsstukken van de overheden blijkt welke eisen en wensen ze hebben en welk belang ze hebben bij een goed beheersbaar watersysteem.
3.1.
Rijksoverheid
Waterwet Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden, waarmee een achttal wetten is samengevoegd tot één wet. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. De Waterwet richt zich op de zorg voor waterkeringen, waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterfuncties (zoals de drinkwatervoorziening). De wet biedt de basis voor het stellen van normen ten aanzien van deze onderwerpen. Verder bevat de wet regelingen voor het beheer van water. Een belangrijk gevolg van de Waterwet is dat de huidige vergunningstelsels uit de afzonderlijke waterbeheerwetten worden gebundeld. Dit resulteert in één vergunning, de Watervergunning. Minstens zo belangrijk is dat zoveel mogelijk activiteiten onder algemene regels vallen. In de regel komt dit neer op een meldingsplicht in plaats van een vergunningenprocedure. Niet alles is in algemene regels vast te leggen en voor deze activiteiten in, op, onder of over watersystemen is er de watervergunning. De Wet gemeentelijke watertaken is onderdeel van de Waterwet.
In deze Wet heeft de gemeente de zorgplicht gekregen voor: • Het doelmatig inzamelen en verwerken van overtollig afvloeiend hemelwater; • Het doelmatig nemen van maatregelen in openbaar gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. In de Wet milieubeheer is de derde zorgplicht voor de gemeente opgenomen. De gemeente dient zorg te dragen voor het inzamelen transporteren van stedelijk afvalwater.
Pagina 11 van 22
Wet ruimtelijke ordening en de watertoets De watertoets is per 1 november 2003 wettelijk verplicht (en vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening). De watertoets betekent dat ruimtelijke plannen (waaronder bestemmingsplannen) die vanaf deze datum ter inzage worden gelegd, voorzien moeten zijn van een waterparagraaf. Ruimtelijke plannen van de initiatiefnemer (bijv. gemeente of projectontwikkelaar) worden overlegd met de waterbeheerder. In de waterparagraaf geeft de initiatiefnemer aan welke afwegingen in het plan ten aanzien van water zijn gemaakt. Het is een toelichting op het doorlopen proces en maakt de besluitvorming ten aanzien van water transparant. In geval van locatiekeuzes en bij herinrichting van bestaand bebouwd gebied geeft de initiatiefnemer expliciet aan welke rol de kosten en risico's van verdroging, verzilting, overstroming en overlast hebben gespeeld bij de besluitvorming. De waterparagraaf grijpt zichtbaar terug op de afsprakennotitie en het wateradvies. Nationaal Waterprogramma 2022-2027 Het programma geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast voor de periode 2022-2027 om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterprogramma richt zich op schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is.
Belangrijke punten uit het nationaal waterprogramma zijn: • Eerst vasthouden, dan bergen en dan pas afvoeren; • Hemelwater zo veel mogelijk afkoppelen, mits schoon (anders eerst zuiveren); • Uitbreiding van verhard oppervlak zo veel mogelijk compenseren met hectares oppervlaktewater. Met deze punten zal rekening gehouden worden bij de uitvoering van de plannen. Nationaal Bestuursakkoord Water Met het NBW-Actueel (2008) onderstrepen het Rijk, het Interprovinciaal Overleg, de Unie van Waterschappen en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten de gezamenlijke opgave om het watersysteem op zo kort mogelijke termijn en tegen de laagste maatschappelijke kosten op orde te brengen en te houden. Samenwerken is de rode draad van het geactualiseerde Nationaal Bestuursakkoord. Een actualisatie van het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) uit 2003 komt voort uit de invoering van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW), de noodzaak tot het aanscherping van een aantal begrippen en het beschikbaar komen van nieuwe klimaatscenario's. Ook is een nieuwe fase aangebroken in het samenwerkingsproces, waarbij het zwaartepunt verschuift van planvorming naar uitvoering. Het NBW is een uitwerking van de uitvoering van waterbeleid 21e eeuw (WB21) en de KRW. De belangrijkste doelen en taken zijn: • het teveel (overlast) of tekort (onderlast) aan water aanpakken; • verbetering van de waterkwaliteit.
Pagina 12 van 22
3.2.
Provinciaal beleid
Regionaal Water en Bodem Programma Het Regionaal Water en Bodem Programma 2022–2027 (RWP) is de strategische basis voor het Brabantse water- en bodembeleid en -beheer voor de korte en de lange termijn, rekening houdend met Europese, landelijke, provinciale en regionale doelen, duurzaamheid en klimaatveranderingen. Het Regionaal Water en Bodem Programma 2022–2027 integreert de milieu- en de wateropgave. Doel van dit nieuwe RWP is: een klimaatadaptief Brabant met veilig, schoon en voldoende water en een vitale bodem. Deze opgaven zijn ook van belang voor vrijwel alle andere provinciale opgaven: wonen en werken, infrastructuur en mobiliteit, landbouw en voedsel, natuur en biodiversiteit, erfgoed, een concurrerende en duurzame economie, en de energietransitie. De ambitie van het RWP luidt: ‘Brabant heeft in 2050 een klimaatbestendig en veerkrachtig water- en bodemsysteem en is bestand tegen extremen’. Om deze ambitie te bereiken werkt het RWP 5 beleidsopgaven uit: 1. Voldoende water (o.a. Europese KRW-doelen); 2. Schoon water (o.a. Europese KRW-doelen); 3. Waterveiligheid; 4. Vitale bodem; 5. Klimaatadaptatie Interim Omgevingsverordening De Interim Omgevingsverordening vervangt onder meer de Verordening ruimte, Verordening water en Provinciale milieuverordening.
In de Interim Omgevingsverordening staan regels waarmee een gemeente rekening moet houden bij het ontwikkelen van bestemmingsplannen. Zo zijn er de waterwingebieden en grondwaterbeschermingsgebieden in opgenomen en worden gebieden aangewezen als reserveringsgebied voor waterberging. Deze gebieden worden ingezet om wateroverlast uit regionale watersystemen (beken, waterlopen) tegen te gaan. Voorts zijn normen opgenomen voor regionale waterkeringen, wateroverlast, de beoordeling van de waterveiligheid, afspraken over het beheer van wateren, waterwegen en waterkeringen, peilbesluiten en planvorming. Ook zijn milieuregels opgenomen die het drinkwater moeten beschermen. Het grondwater rond de Brabantse drinkwaterwinningen worden beschermd met speciale zones, waarbinnen bepaalde activiteiten beperkt of niet zijn toegestaan zonder vergunning. Verordening water Noord-Brabant In de Provinciale verordening water Noord-Brabant heeft de provincie normen opgenomen voor regionale waterkeringen, wateroverlast, de beoordeling van de waterveiligheid, afspraken over het beheer van wateren, waterwegen en waterkeringen, peilbesluiten en planvorming. Provinciale milieuverordening Noord-Brabant (PMV) In de Provinciale milieuverordening Noord-Brabant 2010 (PMV) zijn milieuregels opgenomen die het drinkwater moeten beschermen.
Het grondwater rond de Brabantse drinkwaterwinningen wordt beschermd met speciale zones, waarbinnen bepaalde activiteiten beperkt of niet zijn toegestaan zonder vergunning.
Pagina 13 van 22
3.3.
Waterschapsbeleid
Waterbeheerplan 2022-2027 Het waterbeheerprogramma beschrijft de doelen van Waterschap Aa en Maas voor de periode 20222027. Het plan is afgestemd op de ontwikkeling van het Nationaal Waterprogramma, het Regionaal Water en Bodem Programma en het Stroomgebiedsbeheerplan. Het waterbeheerprogramma komt voort uit afspraken in de Omgevingswet. Er worden thema’s uitgewerkt zoals klimaat en de inrichting van de ruimte en economische activiteiten. Met het Waterbeheerprogramma werkt het waterschap samen met andere organisaties aan een klimaatbestendig en veerkrachtig waterbeheer. Dat waterbeheer draagt bij aan een duurzame ontwikkeling van het werkgebied en daarbuiten. Om dit te bereiken heeft het waterschap de volgende drie programma’s uitgewerkt 1. Waterveiligheid: Door in de programmaperiode de dijken te versterken en te onderhouden, zorgt het waterschap ervoor dat de dijken voldoen aan de normen. De komende jaren staan er enkele dijkverbeteringsprojecten op het programma. Maar aandacht voor dijken alleen is niet voldoende. Ook de ruimtelijke inrichting van Midden- en West-Brabant en adequaat optreden als zich een crisis voordoet (crisisbeheersing) zijn bepalend voor het beperken van overstromingsrisico’s. 2.
Klimaatbestendig en gezond watersysteem: Met het waterbeheer richt het waterschap zich voor een belangrijk deel op het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering (klimaatbestending). Maar ook op het beperken van die gevolgen. Samenwerking, een slimme inrichting van de openbare ruimte en het stimuleren van burgers en bedrijven zijn ingrediënten van de aanpak. 3. Schoon water: De komende jaren werkt het waterschap samen met alle partners aan het verbeteren van de waterkwaliteit. Bij alle zuiveringen optimaliseert het waterschap de processen. Het neemt maatregelen gericht op extra zuivering op stoffen in het water zoals stikstof en fosfor als bijdrage aan het halen van de KRW-doelen (Kaderrichtlijn Water) in het oppervlaktewater (water in sloten en beken) Samen met andere partijen zet het waterschap in op een bronaanpak zodat minder medicijnresten en andere probleemstoffen in het afvalwater terecht komen. Keur Waterschap Aa en Maas, Brabantse Delta en De Dommel 2015 De waterschappen Aa en Maas, Brabantse Delta en De Dommel hebben nieuwe waterregels vastgesteld. De Keur kent gebods- en verbodsbepalingen die erop gericht zijn watergangen te beschermen. Zo is het in bepaalde gevallen verboden om zonder vergunning water te lozen of te onttrekken aan oppervlaktewater. Ook legt de Keur in sommige gevallen aan burgers een onderhoudsverplichting op.
Daarnaast mag men zonder Keurontheffing geen activiteiten ontplooien of bouwwerken plaatsen die het onderhoud aan watergangen kunnen belemmeren. Dit betekent dat voor bepaalde activiteiten nabij watergangen of met mogelijke invloed op watergangen een ontheffing bij het waterschap moet worden gevraagd. De Keur van het waterschap is enkel van toepassing wanneer direct wordt geloosd naar een oppervlaktelichaam in beheer en eigendom van het waterschap. De Keur is een verordening waarin staat wat wel en niet mag rond watergangen, dijken en grondwater. Voor veel zaken hoeven burgers en bedrijven geen vergunning meer aan te vragen. Een melding aan het Pagina 14 van 22
waterschap volstaat. Alle ingrepen welke een grote impact hebben op belangrijke watergangen en keringen blijven vergunningplichtig. Vanaf 1 maart 2015 geldt de nieuwe keur in de drie waterschappen. Het doel van de regels is om de wateraanvoer en waterafvoer te waarborgen, Noord-Brabant te beschermen tegen overstromingen en de gevolgen van droogte te beperken. In de Keur is een Algemene Regel is een gevoeligheidsfactor opgenomen. Afhankelijk van kenmerken van het beïnvloedingsgebied wordt een gevoeligheidsfactor toegepast. Naarmate de gevoeligheid van een gebied of oppervlaktewatersysteem voor de gevolgen van piekafvoeren lager is, is minder compensatie nodig. Er worden drie waarden voor de gevoeligheidsfactor gehanteerd: ¼, ½ en 1. Het is gezien het globale karakter van de toets niet zinvol hier meer detail in aan te brengen. Welke gevoeligheidsfactor van toepassing is, kan worden afgelezen van de Kaart Algemene Regel afvoer regenwater door verhard oppervlak 2015 (De gevoeligheidsfactoren worden alleen bij de Algemene Regel toegepast. Bij de toepassing van de Beleidsregel (vergunningen) wordt niet gewerkt met een gevoeligheidsfactor maar wordt maatwerk geleverd om de retentie-eis te bepalen.). Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater.
De drie Brabantse waterschappen, Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta hanteren sinds 1 maart 2015 dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Deze (beleids)uitgangspunten zijn geformuleerd in de ‘Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’. De beleidsterm ‘hydrologisch neutraal’ heeft dan ook vooral betrekking op het zo veel mogelijk (binnen de ontwikkeling) neutraliseren van de negatieve hydrologische gevolgen van (toekomstige) ruimtelijke ontwikkelingen in ruimte en tijd. De ontwikkeling mag geen hydrologische achteruitgang aan de randen van het plangebied ten opzichte van de referentiesituatie tot gevolg hebben: • Er is geen (onvertraagd) toename van de waterafvoer op de rand van het plangebied; • Er mogen geen veranderingen van oppervlaktewaterstanden optreden op de grens van het plangebied en daarbuiten (tenzij veranderingen gewenst zijn); • Er mag geen overlast optreden door extreme neerslag gebeurtenissen. De voorkeursvolgorde bij het nemen van maatregelen tegen wateroverlast gaan uit van het principe water vasthouden dan wel hergebruiken, water bergen en als laatste pas water afvoeren. Bij een toename en afkoppeling van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd.
De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. Hoewel er relatief veel kleine plannen zijn, veroorzaken deze op deelstroomgebiedsniveau nauwelijks een toename van de maatgevende afvoer. Bij een toename en afkoppeling van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. De grenswaarde in de algemene regels voor het compenseren van nieuw verhard oppervlak is aangepast van 2.000 m2 naar 500 m2.
3.4.
Gemeentelijk beleid
De gemeente Meierijstad heeft zijn speerpunten m.b.t. de waterhuishouding beschreven in het verbreed gemeentelijk rioleringsplan “Waardevol water in Meierijstad” (2017 t/m 2022). Deze speerpunten worden hieronder kort toegelicht:
Pagina 15 van 22
• Klimaatbestendig inrichten openbaar en particulier gebied, onder andere door het lokaal afkoppelen van verharde oppervlak. • Verhogen waterbewustzijn en stimuleren waterbewust handelen, onder andere door de kennis over waterbeheer te integreren in het onderwijssysteem. • Verduurzamen afvalwaterketen, door gesloten watercirculatiesystemen aan te leggen, het energieverbruik te minimaliseren en energie uit stromend water en afvalwater te halen. • Behalen KRW-doelen, door verbetermaatregelen zo efficiënt mogelijk uit te voeren zonder dat de kwaliteit verloren gaat. • Doelmatig verwerken afvalwater in het buitengebied, bijvoorbeeld door waar haalbaar dubbele riolen aan te leggen • Verhogen belevingswaarde en benutten water voor natuur en recreatie, bijvoorbeeld door de vuilbelasting op oppervlaktewateren te reduceren. • Verder professionaliseren van het stedelijk waterbeheer, bijvoorbeeld door het integreren van meetnetten en het uitvoeren van stresstesten. • Samenwerken bijvoorbeeld door samenwerktingsactiviteiten te organiseren en continue te streven naar verbetering in de communicatie naar burgers.
Pagina 16 van 22
4.
Waterhuishouding
Om de waterbelangen in een zo vroeg mogelijk stadium in beeld te hebben heeft het waterschap de Watertoets ontwikkeld. In het kader van het watertoetsproces worden hierbij de relevante en beschikbare wateraspecten bekeken.
4.1.
Geohydrologie
Globale hoogteligging De onderzoekslocatie heeft een globale hoogteligging van 9,0 m+NAP. Op figuur 6 is te zien dat er nagenoeg geen hoogteverschil aanwezig is.
8,9 m
8,9 m
9,1 m
9,0 m
9,1 m
9,1 m
Figuur 6. Hoogteverschil onderzoekslocatie (bron: Ahn) Regionale bodemopbouw De gegevens van de bodemsamenstelling en de hydrologische gegevens zijn verkregen uit DINOloket. Vanaf maaiveld tot circa 30 m-mv is een matig doorlatende deklaag aanwezig, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, met weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind (formatie van Boxtel). In de deklaag zit een kleiige eenheid (van circa 2,5 tot 4,5 m-mv), hoofdzakelijk bestaande uit leem (formatie van Boxtel met Laagpakket van Liempde). Onder de deklaag tot circa 35,5 m-mv bevindt Pagina 17 van 22
zich eveneens een zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof zand, grind en midden zand, met weinig zandige klei en fijn zand, een spoor klei (Formatie van Beegden). Geohydrologie Naar opgave van de provincie Noord-Brabant ligt het onderzoeksgebied niet in een grondwaterbeschermingsgebied. Op de onderzoekslocatie wordt voor zover bekend geen grondwater onttrokken. Het aanwezig zijn van ongeregistreerde onttrekkingen in de directe omgeving is niet bekend en wordt derhalve niet uitgesloten. Kwel en infiltratie In de Digitale Wateratlas is te herleiden dat de locatie zich niet in een infiltratiegebied bevindt. Oppervlaktewater in de omgeving Uit de vastgestelde legger is af te lezen dat de locatie nabij A-watergang 2030520 is gelegen. Zie ook de onderstaande uitsneden in figuur 7 en 8.
Figuur 7 en 8. Ligging onderzoekslocatie (Bron: Vastgestelde Legger Oppervlaktewater Waterschap Aa en Maas)
Regenwater en overige neerslag Het plangebied is gelegen in het zuidwestelijk deel van Schijndel. Hemelwater dat op de onderzoekslocatie valt, infiltreert in het grotendeels onverharde terreindeel op het terrein. Voor zover bekend is er doorgaans geen sprake van wateroverlast op of in de omgeving van de onderzoekslocatie. Gemiddelde grondwaterstand De gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) wordt aangegeven in de Klimaateffectatlas op 1,5-2,0 mmv. de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) wordt aangegeven op >2,0 m-mv.
4.2
Overige aspecten
Afvalwater Binnen het plangebied komt in de huidige situatie geen afvalwater vrij. Voor de toekomstige bebouwing zal nieuwe riolering aangelegd moeten worden. Bodemkwaliteit Er is tot op heden voor zover bekend geen bodemonderzoek uitgevoerd op de onderzoekslocatie. Pagina 18 van 22
5.
Wateradvies
5.1
Bevoegd gezag
Volgens het beleid van waterschap Aa en Maas dient, in bepaalde gevallen, de benodigde compensatie te worden berekend.
5.2
Dimensionering infiltratie of bergingsvoorziening
De watertoets wordt uitgevoerd in verband met de voorgenomen woningbouw op de onderzoekslocatie. In de toekomstige situatie zal de verhardingssituatie veranderen. De hemelwatervoorziening dient dan ook aangepast te worden aan de nieuwe inrichting. In de hemelwatervoorziening wordt het hemelwater afkomstig van het terrein geborgen. Tabel 2. verhardingssituatie huidige en toekomstige situatie Huidige m2 (circa)
Toekomstig m2 (circa)
Verschil m2 (circa) +335
Bebouwing
27
362
Verharding
-
Onverhard
700
50 (parkeerplaatsen) 64 (overige verharding) 251
Totaal plangebied
727
727
+114 -449 -/-
De ontwikkeling op de locatie heeft, zoals blijkt uit de tabel, tot gevolg dat het verhard oppervlak toeneemt met circa 449 m2. Omdat het verhard oppervlak met minder dan 500 m 2 toeneemt geldt er geen verplichting tot het realiseren van een waterbergingsvoorziening.
Pagina 19 van 22
6.
Uitgangspunten en randvoorwaarden
Hierna worden de overige uitgangspunten aangegeven voor de infiltratie- of bergingsvoorziening. Wateroverlast Om wateroverlast op de locatie en de omgeving te voorkomen moet men rekening houden met: ▪ het afstromende hemelwater wordt zoveel mogelijk oppervlakkig (bovengronds) naar de infiltratie- of bergingsvoorziening afgevoerd; ▪ wateroverlast ter plaatse van de toekomstige bebouwing wordt mede voorkomen door een drempelhoogte van enkele decimeters boven maaiveld. Hemelwater zal zo in geen geval de panden instromen; ▪ indien wenselijk dient een overstortvoorziening naar het riool of oppervlaktewater opgenomen te worden om overlast te voorkomen tijdens extreem weer. Milieuhygiënische voorwaarden Om neerslag die van de daken en overige verharde oppervlakken afstroomt te mogen infiltreren/bergen, dient onder meer aan de volgende voorwaarden te worden voldaan: ▪ vereist is de toepassing van niet-uitloogbare bouwmaterialen als kunststoffen en geen zink, lood, koper of asfalt. Staal, aluminium en zink voorzien van een duurzame coating kan wel worden toegepast. Hierbij ontstaan geen verhoogde concentraties verontreinigende stoffen (DuBomaatregelen); ▪ neerslag van (afgekoppelde) verhardingen zoals opritten en/of terrassen bij woningen mag niet verontreinigd zijn met chemische bestrijdingsmiddelen, olie, agressieve reinigingsmiddelen of andere verontreinigende stoffen.
Bij de communicatie met de toekomstige bewoners van het plangebied moet duidelijk worden gewezen op de risico’s van het toepassen van chemicaliën en dergelijke, en de gevolgen van het niet naleven van deze regels; ▪ het is nooit toegestaan afvalwater in de bodem te infiltreren of via infiltratievoorzieningen in de bodem te lozen. Onderhoud en vervuiling Om de werking van de infiltratie- of bergingsvoorziening in stand te houden dient men rekening te houden met: ▪ regelmatig onderhoud van de aanvoer- en afvoerzijde van de voorzieningen zal noodzakelijk zijn om te garanderen dat de systemen blijven functioneren; ▪ het is onwenselijk chemische bestrijdingsmiddelen toe te passen of agressieve reinigingsmiddelen te gebruiken op de verharde oppervlakken. Het is niet wenselijk tijdens gladheid door bevriezing of sneeuwval zout en dergelijke gladheidbestrijdingsmiddelen op de bestrating en parkeerplaatsen e.d. toe te passen. Een alternatief kan zand zijn; ▪ Op de afgekoppelde “buitenverhardingen” mogen geen handelingen worden uitgevoerd die vervuiling van het oppervlak veroorzaken. Wil men toch buitenactiviteiten verrichten waarbij vervuiling van verhard oppervlak ontstaat bv.
het reinigen van voertuigen of het schoonmaken van onderdelen, dan moet het gedeelte waar deze activiteit(en) plaatsvindt voorzien worden van de juiste bodembeschermende maatregelen (Nederlandse Richtlijn voor Bodembescherming). Dit betekent dat het vrijkomende afvalwater al dan niet via een olie/benzine-afscheider of andere noodzakelijke (reiniging)voorziening naar het afvalwaterriool (DWA-riool) moet worden getransporteerd of geloosd, en niet in de bodem mag worden geïnfiltreerd of op oppervlaktewater worden geloosd. ▪ het is aan te bevelen de kwaliteit van de te lozen neerslag (in de loop van de tijd) te monitoren. Pagina 20 van 22
Communicatie Het is belangrijk om een grote betrokkenheid van de (aanstaande) gebruikers/eigenaren op te bouwen ten aanzien van de waterhuishouding en het milieu. Zo zal uitgelegd moeten worden waarom geen auto’s mogen worden gewassen op de parkeerplaatsen (ook privé plaatsen), geen chemische onkruidbestrijdingsmiddelen mogen worden toegepast en geen zout gebruikt wordt bij gladheidbestrijding et cetera. Ook het in stand houden en onderhoud van de voorzieningen zijn essentiële aandachtspunten, in het bijzonder voor de eigenaren/gebruikers van het plangebied. Een en ander zal in een zo vroeg mogelijk stadium met de eigenaren/gebruikers moeten worden besproken. Ook de juridische aspecten van afkoppelen en wat erbij komt kijken, moeten helder naar eigenaren en gebruikers worden gecommuniceerd en op schrift worden gesteld. Verantwoordelijkheden moeten vooraf worden vastgelegd.
Pagina 21 van 22
7.
Samenvatting en conclusies
Op 10 april 2022 heeft MILON bv te Veghel schriftelijk opdracht gekregen van de initiatiefnemer, voor het uitvoeren van een watertoets. De onderzoekslocatie is gelegen ter plaatse van de Teeuwishoek te Schijndel. Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Onderzoekslocatie De onderzoekslocatie is kadastraal bekend als gemeente Schijndel, sectie D met perceelnummer 7215. De oppervlakte van de gehele locatie bedraagt circa 727 m2. De locatie is in de huidige situatie grotendeels onbebouwd en braakliggend. De onderzoekslocatie ligt in de bebouwde kom van Schijndel. De locatie ligt ten noorden en noordoosten van de Teeuwishoek en ten zuiden van de Verdistraat. De omgeving wordt rondom gekenmerkt door met name woonhuizen met siertuin. Watertoets De aanleiding voor het uitvoeren van de watertoets wordt gevormd door het voornemen tot herontwikkeling van de locatie ten behoeve van woningbouw. In onderstaande tabel is weergegeven hoe de verhardingssituatie er in de huidige en toekomstige situatie uitziet. Tabel 3. verhardingssituatie huidige en toekomstige situatie Huidige m2 (circa)
Toekomstig m2 (circa)
Verschil m2 (circa) +335
Bebouwing
27
362
Verharding
-
Onverhard
700
50 (parkeerplaatsen) 64 (overige verharding) 251
Totaal plangebied
727
727
+114 -449 -/-
De ontwikkeling op de locatie heeft, zoals blijkt uit de tabel, tot gevolg dat het verhard oppervlak toeneemt met circa 449 m2. Omdat het verhard oppervlak met minder dan 500 m 2 toeneemt geldt er geen verplichting tot het realiseren van een waterbergingsvoorziening.
Pagina 22 van 22
Bijlagen
Bijlage 1
Topografische overzichtskaart met ligging onderzoekslocatie Deze kaart is noordgericht
Ligging onderzoekslocatie
Bijlage 2
wandelpad
openbaar groen
groenstrook
N
SITUATIE gemeente
Schijndel sectie
D
DEUX architecten
projectnmr.
:
406
getekend
:
EP
blad
:
S08_1
schaal
:
1 : 500
datum
:
16-03-2022
formaat
:
A3
type
:
Nieuwe situatie
project
:
herontwikkeling Teeuwishoek te Schijndel
opdrachtgever
:
By Brekel BV
nummer
7156
exterieur Kerkstraat 17
5492 AH
Sint-Oedenrode
t : 0413-473324
f ; 0413-474749
e : deux@deuxarchitecten.nl
i : www.deuxarchitecten.nl
Verkennend asbest in bodemonderzoek en nader/ aanvullend bodemonderzoek Conform NEN 5707 en in lijn met NTA 5755
Auteur:
Mevr. W.J.E. Verbruggen-van den Broek
Controle:
Dhr. Ing. T.M.W. van Breugel
Veldwerk:
Dhr. B. Brouwer
Opdrachtgever:
By Brekel Vastgoed Postbus 5071 5201 GB ‘s-Hertogenbosch
Verkennend asbest in bodemonderzoek en nader/ aanvullend bodemonderzoek Locatie:
Teeuwishoek ong., Schijndel
Projectnummer:
21-346 NTA+ABO 7-12-2021
Datum:
Samenvatting Ter plaatse van Teeuwishoek ong. te Schijndel is een asbest in bodemonderzoek conform NEN 5707 en een aanvullend/ nader bodemonderzoek in lijn met NTA 5755 uitgevoerd op de locatie Teeuwishoek ong. te Schijndel. Aanvullend/ nader bodemonderzoek: Op basis van de analyseresultaten van het aanvullend onderzoek, kan worden geconcludeerd dat in de grond rondom boring B08 maximaal verhogingen ten opzichte van de achtergrondwaarden worden aangetroffen. De matige verontreiniging in de bodemlaag 0,50-0,85 m-mv van boring B08 is hiermee voldoende ingekaderd. Op de locatie is geen sterke bodemverontreiniging aanwezig. Indien wordt besloten of vanuit de gemeente wordt gevraagd om de spot met de matige verhoging te verwijderen van de locatie, dient rekening te worden gehouden met verhoogde afvoerkosten. NEN 5707 (asbest in bodemonderzoek) Op basis van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek naar asbest, op het oostelijke deel van het terrein, kan worden geconcludeerd dat op de locatie zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest in de bodem wordt aangetroffen. Ter plaatse van de grond onder de asbesthoudende golfplaten is indicatief een monster genomen van de toplaag (0-10 cm). Dit monster is samengesteld door op verschillende plekken de toplaag af te schrapen, waardoor de meest verontreinigde laag is bemonsterd.
Op basis van de analyse blijkt dat ter plaatse van deze laag een concentratie van asbest van 130 mg/kg ds. wordt aangetroffen. Deze concentratie overschrijdt de restconcentratienorm van 100 mg/kg. Wij adviseren om de toplaag onder asbesthoudende golfplaten te ontgraven. De grond dient afgevoerd te worden als asbesthoudende grond. Deze werkzaamheden kunnen wellicht worden uitgevoerd als de asbesthoudende golfplaten worden verwijderd. Ten behoeve van deze werkzaamheden zou een plan van aanpak moeten worden ingediend bij de desbetreffende gemeente waarbinnen de onderzoekslocatie is gelegen.
Inhoud 1.
Inleiding .................................................................................................................................................1
2.
Vooronderzoek ......................................................................................................................................3
3.
Veldwerkzaamheden ...........................................................................................................................4
4.
5.
3.1
Onderzoeksstrategie ...................................................................................................................4
3.2
Veldwerk ten behoeve van de grond.........................................................................................5
Analyseresultaten ................................................................................................................................7 4.1
Toetsing analyseresultaten ........................................................................................................7
4.2
Interpretatie analyseresultaten .................................................................................................8
Conclusie en aanbevelingen...............................................................................................................9
Bijlage 1. Ligging onderzoekslocatie Bijlage 2. Situatie uitgevoerd bodemonderzoek Bijlage 3. Veldwerkverslag Bijlage 4. Boorprofielbeschrijvingen (conform NEN 5104) Bijlage 5. Analysecertificaten Bijlage 6. Getoetste analyseresultaten Bijlage 7. Foto’s onderzoekslocatie Bijlage 8. Certificaat
Alle rechten zijn uitdrukkelijk voorbehouden aan Terra milieu BV. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/ of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande toestemming van Terra milieu BV. Terra Milieu BV werkt als onafhankelijk adviesbureau samen met het veldwerkbureau Bodemflex BV. Bodemflex BV voert onafhankelijk veldwerk uit onder de certificaten BRL SIKB 1000, 2000 en 6000. Bodemflex BV heeft verder geen connecties met de opdrachtgever. Het veldwerk en de analyseresultaten worden onafhankelijk gerapporteerd.
1.
Inleiding
In uw opdracht heeft Terra Milieu een asbest in bodemonderzoek conform NEN 5707 en een aanvullend/ nader bodemonderzoek in lijn met NTA 5755 uitgevoerd op de locatie Teeuwishoek ong. te Schijndel. De locatie is in gebruik als bosschage. Verkennend bodemonderzoek cf. NEN 5740 Terra Milieu bv heeft voorafgaand aan onderhavige rapportage een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 uitgevoerd (kenmerk rapport: 21-346 VBO, d.d. 08-11-2021 (v1.1)). Conclusie: − Op basis van de matige verontreiniging aan PCB in de puinhoudende grond, ter plaatse van boring B08 (0,50-0,85 m-mv), dient een aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden. Het aanvullend onderzoek bestaat uit het horizontaal en verticaal inkaderen van de matige verontreiniging met PCB in de grond; − Op basis van het aantreffen van de asbesthoudende golfplaten op het maaiveld en het puin in de bodem dient de bovengrond als verdacht beschouwd te worden op de aanwezigheid van asbest. Geadviseerd wordt op de locatie een onderzoek naar asbest in bodem conform NEN 5707 uit te voeren. Verkennend asbest in bodemonderzoek cf. NEN 5707 Het doel van het onderzoek is om met een relatief geringe inspanning aan te tonen of het vermoeden dat verontreinigende stoffen in de vorm van asbest aanwezig zijn op de locatie terecht is.
Aanvullend/ nader onderzoek in lijn met NTA 5755 Naar aanleiding van de aangetroffen matige verontreiniging van PCB’s, ter plaatse van boring B08, is ter plaatse van de onderzoekslocatie een aanvullend onderzoek in de lijn met NTA 5755 uitgevoerd. Het doel van het onderzoek is om de ernst en omvang van de verontreiniging met PCB’s vast te leggen. Ten behoeve van de verontreiniging met PCB’s is een conceptueel model voor de locatie Teeuwishoek ong. te Schijndel opgesteld. Het conceptueel model is verplicht om de onderzoeksstrategie conform NTA 5755 ‘Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek – Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging’ vast te stellen. Het conceptueel model is gebaseerd op de volgende beschikbare gegevens: − Historische gegevens; − Op de locatie uitgevoerde bodemonderzoeken.
Onderzoekslocatie: Teeuwishoek ong., Schijndel Projectnummer: 21-346 NTA
1
Uiteindelijk kunnen de volgende onderzoeksvragen worden geformuleerd: 1. Wat is de omvang van de matige verontreiniging met PCB’s in de grond, in zowel horizontale als verticale richting? Of is er sprake van een sterke verontreiniging? De ligging van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1. De situatie van het uitgevoerde bodemonderzoek is weergegeven in bijlage 2.
Onderzoekslocatie: Teeuwishoek ong., Schijndel Projectnummer: 21-346 NTA
2
2.
Vooronderzoek
Het volledige vooronderzoek, conform NEN 5725, is tijdens het verkennend bodemonderzoek (kenmerk rapport: 21-346 VBO, d.d. 08-11-2021 (v1.1)) volledig uitgevoerd en beschreven. In dit hoofdstuk beschrijven we alleen het deel van de onderzoekslocatie en laten we omgeving verder buiten beschouwing. Voor het volledige vooronderzoek wordt naar het verkennend bodemonderzoek verwezen. Onderzoekslocatie De locatie is in het verleden in gebruik geweest voor agrarische doeleinden. Sinds de jaren ’50 is de omgeving in gebruik voor woondoeleinden. De locatie zal in de toekomst worden gebruikt voor woningbouw. Op de locatie zijn in het verleden nog geen bodemonderzoeken uitgevoerd. Terra Milieu bv heeft voorafgaand aan onderhavige rapportage een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 uitgevoerd (kenmerk rapport: 21-346 VBO, d.d. 08-11-2021 (v1.1)). Conclusie: − Op basis van de matige verontreiniging aan PCB in de puinhoudende grond, ter plaatse van boring B08 (0,50-0,85 m-mv), dient een aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden. Het aanvullend onderzoek bestaat uit het horizontaal en verticaal inkaderen van de matige verontreiniging met PCB in de grond; − Op basis van het aantreffen van de asbesthoudende golfplaten op het maaiveld en het puin in de bodem dient de bovengrond als verdacht beschouwd te worden op de aanwezigheid van asbest.
Geadviseerd wordt op de locatie een onderzoek naar asbest in bodem conform NEN 5707 uit te voeren. Conclusie vooronderzoek Op basis van de matige verontreiniging aan PCB in de puinhoudende grond, ter plaatse van boring B08 (0,50-0,85 m-mv), dient een aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden. Het aanvullend onderzoek bestaat uit het horizontaal en verticaal inkaderen van de matige verontreiniging met PCB in de grond. Op basis van het aantreffen van de asbesthoudende golfplaten op het maaiveld en het puin in de bodem dient de bovengrond als verdacht beschouwd te worden op de aanwezigheid van asbest. Geadviseerd wordt op de locatie een onderzoek naar asbest in bodem conform NEN 5707 uit te voeren.
Onderzoekslocatie: Teeuwishoek ong., Schijndel Projectnummer: 21-346 NTA
3
3.
Veldwerkzaamheden
De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door de heer B. Brouwer geregistreerd als erkend monsternemer van Bodemflex BV. Bodemflex is een onafhankelijk veldwerkbureau. Het certificaat is opgenomen in bijlage 9. De veldwerkgegevens zijn opgenomen in bijlage 4, foto’s van de locatie zijn opgenomen in bijlage 8. 3.1
Onderzoeksstrategie
NEN 5707: Op basis van het aantreffen van de asbesthoudende golfplaten op het maaiveld en het puin in de bodem dient de bovengrond als verdacht beschouwd te worden op de aanwezigheid van asbest. Om de aard en omvang van de verontreiniging met asbest vast te stellen wordt een onderzoek conform de NEN 5707 ‘Bodem – Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem’. Het onderzoek zal worden uitgevoerd conform de richtlijn NEN 5707, voorafgaande door een maaiveldinspectie. De asbestgaten worden op het oostelijke deel van het perceel en rondom de golfplatendak en ter plaatse van de bijmengingen met puin geplaatst. Uitgaande van een verdachte locatie wordt conform de NEN 5707 de onderzoeksstrategie “verdachte grond, plaatselijke bodembelasting, heterogeen verdeeld” gehanteerd: +Oppervlakte <2.000m2
Aantal sleuven/gaten en boringen 0,5 m-mv Boring 2,0 m-mv 4 2
Aantal analyses Bovengrond Ondergrond 2 -
Plaatmateriaal -
1 De analyses van de grond worden aangeleverd conform pakket asbest in grond NEN 5898
Aanvullend/ nader bodemonderzoek: Het conceptueel model is verplicht om de onderzoeksstrategie conform NTA 5755 ‘Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek – Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging’ vast te stellen. Het conceptueel model is gebaseerd op de volgende beschikbare gegevens: − Historische gegevens; − Op de locatie uitgevoerde bodemonderzoeken. Uiteindelijk kunnen de volgende onderzoeksvragen worden geformuleerd: 1. Wat is de omvang van de matige verontreiniging met PCB’s in de grond, in zowel horizontale als verticale richting? Of is er sprake van een sterke verontreiniging?
Onderzoekslocatie: Teeuwishoek ong., Schijndel Projectnummer: 21-346 NTA
4
Op basis van de bekende gegevens van de te onderzoeken locatie en voorgaande resultaten is onderstaande strategie gehanteerd. Locatie Rondom boring B08
Aantal boringen ca. 1,0 m-mv ca. 2,0 m-mv 5
Aantal analyses Bovengrond Ondergrond 1 5
1 De analyses van de grond worden aangeleverd op PCB’s inclusief lutum en organische stof
3.2
Veldwerk ten behoeve van de grond
Het veldwerk ten behoeve van de monstername van de grond zijn uitgevoerd op d.d. 29 november 2021 door de heer B. Brouwer van Bodemflex BV. De grond is globaal opgebouwd uit matig fijn, matig siltig zand. De boorstaten van de boringen zijn opgenomen in bijlage 5. Tijdens het uitvoeren van het veldwerk zijn de volgende bijzonderheden waargenomen: Boring/ gat B08-2/ G01 G3
Traject (cm-mv) 50-85 0-50
Zintuiglijke waarneming Matig puinhoudend Zwak puinhoudend
NEN 5707: Maaiveldinspectie: Het maaiveld is op d.d. 29 november 2021 steekproefsgewijs geïnspecteerd door de heer B. Brouwer van Bodemflex BV waarbij werd voldaan aan onderstaande randvoorwaarden. Er is tijdens de maaiveldinspectie géén asbestverdachte plaatmaterialen aangetroffen. Zintuiglijk is in de grond ook géén asbestverdachte plaatmaterialen aangetroffen. Tijdens het vrij maken van de bosschage rondom de asbestverdachte golfplaten kwam naar voren dat er geen dakgoten aanwezig zijn. Voordat een visuele inspectie van het maaiveld kan worden uitgevoerd, moet worden voldaan aan een aantal randvoorwaarden, namelijk: − − − − − − −
Het maaiveld moet vrij inspecteerbaar zijn; Het maaiveld moet droog, vorstvrij zijn en er mag geen sneeuw aanwezig zijn; Minimaal 25% van het te inspecteren maaiveld moet vrij zijn van objecten, vegetatie en plassen; Er mag niet meer dan 10 mm/u regen vallen; Er mag geen neerslag in de vorm van hagel of sneeuw vallen; De inspectie mag niet tussen zonsondergang en zonsopkomst plaatsvinden; Er mag door mist niet een zicht van minder dan 50 meter zijn opgetreden.
Na deze inspectie is het verkennend onderzoek naar asbest in bodem uitgevoerd. Tijdens het uitvoeren van het veldwerk zijn 4 asbestgaten (30x30x50 cm) gegraven. In deze gaten is 1 boring tot een diepte van 2,0 m-mv geplaatst. Tevens zijn, vanwege ontbreken van een dakgoot, ter plaatse van de asbesthoudende golfplaten aan beide zijdes 2 asbestsleuven met een lengte van 2 meter gemaakt waarbij de toplaag (10 cm) is bemonsterd. Dit is gedaan om voldoende materiaal te kunnen bemonsteren en een
Onderzoekslocatie: Teeuwishoek ong., Schijndel Projectnummer: 21-346 NTA
5
beter beeld van de aan- of afwezigheid aan asbest te krijgen per locatie. Zintuiglijk zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Door de erkend veldwerker zijn vervolgens de volgende monsters samengesteld. In de onderstaande tabel staat vermeld welke analyses zijn gebruikt voor het onderzoek naar asbest. Locatie
Monstercode
Oostelijk terrein Druppelzones
MM1-1 MM3-1
Traject (cm-mv) 0-50 0-10
Opgebouwd uit asbestgaten/ asbestsleuven G1+G3 S1+S2
Soort analyse Asbest in grond NEN 5898 Asbest in grond NEN 5898
Aanvullend/ nader bodemonderzoek: Het veldwerk ten behoeve van de monstername van de grond zijn uitgevoerd op d.d. 2911-2021 door de heer B. Brouwer van Bodemflex BV. Uiteindelijk zijn de volgende grondmonsters samengesteld en aangeleverd ter analyses. Dit betreffen de monsters welke direct rondom boring B08 zijn geplaatst en tevens de onderlaag van de matig verontreinigde grond van boring B08. Monstercode
Doel
101-2 102-2 103-2 104-2 B08-2-4 B08-2-2
Horizontale inkadering noordzijde Horizontale inkadering oostzijde Horizontale inkadering zuidzijde Horizontale inkadering westzijde Laagdikte bepaling verontreiniging Verticale inkadering
Onderzoekslocatie: Teeuwishoek ong., Schijndel Projectnummer: 21-346 NTA
Traject (cm-mv) 50-100 50-100 50-100 50-100 0-50 85-135
Analyse PCB’s (7), incl. lutum en organische stof PCB’s (7), incl. lutum en organische stof PCB’s (7), incl. lutum en organische stof PCB’s (7), incl. lutum en organische stof PCB’s (7), incl. lutum en organische stof PCB’s (7), incl. lutum en organische stof
6
4.
Analyseresultaten
De analyses zijn uitgevoerd door een erkend laboratorium (geaccrediteerd conform AS3000), de analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 6. 4.1
Toetsing analyseresultaten
De analyseresultaten zijn getoetst aan de streef- en interventiewaarden, zoals deze zijn opgenomen in de Circulaire bodemsanering 2013 en de Regeling bodemkwaliteit. De concentraties welke in het lab worden gemeten worden bij toetsing nog gecorrigeerd op basis van het gehalte aan lutum & organische stof. De getoetste analyseresultaten zijn opgenomen in bijlage 7. NEN 5707: Het maaiveld van de onderzoekslocatie is steekproefsgewijs geïnspecteerd, hierbij is zintuiglijk geen asbest aangetroffen. De golfplaten zijn voornamelijk geplaatst ter plaatse van het schuurtje met asbesthoudende golfplaten. In de navolgende tabel is de aangetroffen concentratie (grondmonster fijne fractie) aan asbest weergegeven. Locatie
Monstercode
Traject
Asbest concentratie (mg/kg ds.)
Oostelijk terrein Druppelzones
MM1-1 MM3-1
0-50 0-10
<0,5 mg/kg ds. 130 mg/kg ds.
Aanvullend/ nader bodemonderzoek: De analyseresultaten van de grondmonsters die voor analyse zijn ingezet zijn in de tabel hieronder weergegeven. Monstercode
Parameter
101-2 102-2 103-2 104-2 B08-2-4 B08-2-2
PCB PCB PCB PCB PCB PCB
Overschrijding van1 Achtergrondwaarde 0,0219 0,0212 -
Tussenwaarde -
Interventiewaarde -
1 De geanalyseerde concentraties van de parameters welke verhoogd ten opzichte van de achtergrond-, tussen-
of interventiewaarde worden aangetroffen zijn in deze tabel weergegeven.
Onderzoekslocatie: Teeuwishoek ong., Schijndel Projectnummer: 21-346 NTA
7
4.2
Interpretatie analyseresultaten
NEN 5707: Het maaiveld is steekproefsgewijs geïnspecteerd, hierbij is zintuiglijk geen asbest aangetroffen. Analytisch is in de puinhoudende grond géén asbest aangetoond. In de grond rondom de asbesthoudende golfplaten wordt een asbestgehalte van 130 mg/kg ds. gewogen asbestconcentratie aangetroffen. Aanvullend/ nader bodemonderzoek: Op basis van de analyseresultaten kan worden geconcludeerd dat in de grond rondom boring B08 maximaal verhogingen ten opzichte van de achtergrondwaarden worden aangetroffen. De matige verontreiniging in de bodemlaag 0,50 – 0,85 m-mv is hiermee voldoende ingekaderd.
Onderzoekslocatie: Teeuwishoek ong., Schijndel Projectnummer: 21-346 NTA
8
5.
Conclusie en aanbevelingen
Aanvullend/ nader bodemonderzoek: Op basis van de analyseresultaten van het aanvullend onderzoek, kan worden geconcludeerd dat in de grond rondom boring B08 maximaal verhogingen ten opzichte van de achtergrondwaarden worden aangetroffen. De matige verontreiniging in de bodemlaag 0,50-0,85 m-mv van boring B08 is hiermee voldoende ingekaderd. Op de locatie is geen sterke bodemverontreiniging aanwezig. Indien wordt besloten of vanuit de gemeente wordt gevraagd om de spot met de matige verhoging te verwijderen van de locatie, dient rekening te worden gehouden met verhoogde afvoerkosten. NEN 5707 (asbest in bodemonderzoek) Op basis van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek naar asbest, op het oostelijke deel van het terrein, kan worden geconcludeerd dat op de locatie zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest in de bodem wordt aangetroffen. Ter plaatse van de grond onder de asbesthoudende golfplaten is indicatief een monster genomen van de toplaag (0-10 cm). Dit monster is samengesteld door op verschillende plekken de toplaag af te schrapen, waardoor de meest verontreinigde laag is bemonsterd. Op basis van de analyse blijkt dat ter plaatse van deze laag een concentratie van asbest van 130 mg/kg ds. wordt aangetroffen. Deze concentratie overschrijdt de restconcentratienorm van 100 mg/kg. Wij adviseren om de toplaag onder asbesthoudende golfplaten te ontgraven.
De grond dient afgevoerd te worden als asbesthoudende grond. Deze werkzaamheden kunnen wellicht worden uitgevoerd als de asbesthoudende golfplaten worden verwijderd. Ten behoeve van deze werkzaamheden zou een plan van aanpak moeten worden ingediend bij de desbetreffende gemeente waarbinnen de onderzoekslocatie is gelegen. Algemeen Het onderzoek is met de grootst mogelijke nauwkeurigheid en conform de daarvoor opgestelde normen en richtlijnen uitgevoerd. Tijdens het verkennend onderzoek is echter slechts een beperkt aantal boringen geplaatst en analyses ingezet. Hierdoor blijft het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het onderzoek is uitgevoerd, mogelijk dat de bodemopbouw / bodemkwaliteit lokaal afwijkt van de resultaten van dit verkennend bodemonderzoek. Het onderzoek is alleen ter plaatse van de directe omgeving van de bebouwing uitgevoerd, hierbij is het gedeelte van de locatie waar een beton- en of overige verhardingslagen worden aangetroffen niet onderzocht.
Onderzoekslocatie: Teeuwishoek ong., Schijndel Projectnummer: 21-346 NTA
9
Bijlage 1.
Ligging onderzoekslocatie
Kadastrale kaart
Uw referentie: 21-346
Deze kaart is noordgericht
12345 25
Schaal 1: 500
Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens
Kadastrale gemeente Sectie Perceel
Schijndel D 7215
Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 18 oktober 2021 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
Bijlage 2.
Situatie uitgevoerde bodemonderzoek
G4 Golfplaten op maaiveld S1
G3
Golfplatendak S2
G2
G1(B08-2)
Uit deze tekening kan geen exacte maatvoering worden gehaald
Legenda Onderzoekslocatie Asbestsleuf Asbestgat
0
5m
25 m
Asbestgat, zintuigelijk schoon Asbestgat, zintuigelijk asbestverdacht Asbestgat, analytisch schoon Asbestgat, analytisch asbest
Verkennend asbest in bodemonderzoek By Brkel Projectontwikkeling II B.V. Projectnummer: 21-346 Opdrachtgever: Adres: Kadastraal Sectie: D, nr. 7215 Postcode, plaats: 5201 GB, 's-Hertogenbosch Schaal 1:250
FLEXIBEL, DESKUNDIG en TOEGANKELIJK Postbus 72
5275 ZH Den Dungen
Tel. 0413 82 00 20
Fax 0413 82 0025
www.terramilieu.nl info@terramilieu.nl
101
102 B08-2
104
103
0
Uit deze tekening kan geen exacte maatvoering worden gehaald
Legenda Boring tot 0,5 m-mv Boring tot 2,0 m-mv Boring met peilbuis
Analyse bovengrond Analyse ondergrond Niet geanalyseerd
2,5 m
Analyse grond(water) <Achtergrond-/Streefwaarde Analyse grond(water) >Achtergrond-/Streefwaarde Analyse grond(water) >Tussenwaarde Analyse grond(water) >Interventiewaarde
Nader bodemonderzoek By Brkel Projectontwikkeling II B.V. Projectnummer: 21-346NTA Opdrachtgever: Adres: Kadastraal Sectie: D, nr. 7215 Postcode, plaats: 5201 GB, 's-Hertogenbosch Schaal 1:250
FLEXIBEL, DESKUNDIG en TOEGANKELIJK Postbus 72
5275 ZH Den Dungen
Tel. 0413 82 00 20
Fax 0413 82 0025
www.terramilieu.nl info@terramilieu.nl
12,5 m
Bijlage 3.
Veldwerkverslag
Bijlage 4.
Boorprofielbeschrijvingen (conform NEN 5104)
Boring:
101
Boring:
102
Datum:
29-11-2021
Datum:
29-11-2021
0
0
bosschage
05388328240 -50
50
-100
100
-150
150
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
0538832271$
Zand, matig fijn, matig siltig, beigegeel, Edelmanboor
05388324640
-50
50
-100
100
Zand, matig fijn, matig siltig, beigegeel, Edelmanboor
0538832270 -150
150 Zand, matig fijn, matig siltig, beigegeel, Edelmanboor
-200
200
Zand, matig fijn, matig siltig, beigegeel, Edelmanboor -200
200
Boring:
103
Boring:
104
Datum:
29-11-2021
Datum:
29-11-2021
0
0
bosschage
-50
50
150
-100
100
-150
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
05388317620
Zand, matig fijn, matig siltig, beigegeel, Edelmanboor
0538832362/
-50
50
-100
100
0538833037/ 150
-130 -150
Zand, matig fijn, matig siltig, beigegeel, Edelmanboor 200
-200
Projectnaam: Teeuwishoek ong. Schijndel Projectcode: 21-346NTA
bosschage Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
05388317710
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
05388322895
0
0
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
05388325911
bosschage Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
0538832472%
Zand, matig fijn, matig siltig, licht beigebruin, Edelmanboor
05388318531
0
0
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, beigegeel, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, beigegeel, Edelmanboor
200
-200
Boring:
B08-2
Boring:
G1
Datum:
29-11-2021
Datum:
29-11-2021
0
0
bosschage
0538832274% -50
50
0
0
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Schep
-85
bosschage Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Schep
-50
50 Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, matig puinhoudend, donkerbruin, Schep
-85
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, matig puinhoudend, donkerbruin, Schep
0
bosschage
Zand, matig fijn, matig siltig, beigegeel, Edelmanboor
100 0538831761% -135
Zand, matig fijn, matig siltig, beigegeel, Edelmanboor
150 05388317675 -185
Boring:
G2
Boring:
G3
Datum:
29-11-2021
Datum:
29-11-2021
0
0
bosschage
0
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, donkerbruin, Schep 50
-50
Projectnaam: Teeuwishoek ong. Schijndel Projectcode: 21-346NTA
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak puinhoudend, donkerbruin, Schep 50
-50
Boring:
G4
Boring:
S1
Datum:
29-11-2021
Datum:
29-11-2021
0
0
bosschage Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, donkerbruin, Schep
-50
50
Boring:
S2
Datum:
29-11-2021
0
0 -10
bosschage Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Schep
Projectnaam: Teeuwishoek ong. Schijndel Projectcode: 21-346NTA
0
0 -10
bosschage Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Schep
Legenda (conform NEN 5104)
grind
klei Grind, siltig
geur Klei, zwak siltig
geen geur zwakke geur
Grind, zwak zandig
matige geur
Klei, matig siltig
sterke geur Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
matige olie-water reactie sterke olie-water reactie
Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10
Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000 Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
Zand, uiterst siltig
>10000
monsters
geroerd monster
overige toevoegingen
ongeroerd monster
zwak humeus volumering
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
overig bijzonder bestanddeel Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
peilbuis
blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting
grind afdichting filter
Projectnaam: Teeuwishoek ong. Schijndel Projectcode: 21-346NTA
Bijlage 5.
Analysecertificaten
Terra Milieu BV T.a.v. Teun Breugel Industrieweg 7a 5275 ZH VUGHT NETHERLANDS
Analysecertificaat Datum: 02-Dec-2021
Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer/Versie Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Monster(s) ontvangen
2021194454/1 21-346NTA Teeuwishoek ong. Schijndel 29-Nov-2021
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De analyse resultaten hebben alleen betrekking op het beproefde object. De grondmonsters worden tot 4 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 werkdag voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst.