CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij regels_Bijlage 2 Masterplan Klooster Franciscanessen Veghel.pdf

Raadsvergadering 29 april 2021, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Bijlage 2: Vast te stellen BP 'Kloosterkwartier Veghel' met bijlagen waaronder het Masterplan 'Klooster Franciscanessen Veghel'18.264 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

#7

#8

#8

#9

25

KLOOSTER FRANCISCANESSEN VEGHEL TECHNISCHE STAAT GEBOUWEN OVERZICHT MET GEBOUWEN Inventarisatie Op basis van een rondgang door de gebouwen is een globale inschatting gemaakt van de technische staat van de gebouwen. Van bijna alle gebouwen zijn de inspectieresultaten van de Monumentenwacht Noord-Brabant van oktober 2017 verwerkt in deze rapportage. De bouwtechnische, constructieve en installatietechnische toestand van alle gebouwen is het in het algemeen goed. Aan gebouwen en installaties wordt planmatig onderhoud uitgevoerd. De rijks-monumentale gebouwen worden onderhouden door Monumentenwacht. Voor de overige gebouwen is een meerjarenonderhoudsplan (MJOP) opgesteld. Dat plan is het uitgangspunt voor het onderhoud. De draagconstructies van de gebouwen verkeren in een goede staat, zo blijkt uit een visuele inspectie. Conclusie Gebouwen 1 t/m 3 zijn rijksmonumenten. Met name het moederhuis met haar gasthuisvleugels is aan de binnenzijde in 1988 fors verbouwd. Hierdoor zijn veel monumentale delen verloren gegaan. De technische staat is ernstig verouderd, waardoor herbestemming tot hoge kosten zal leiden. De kapel biedt weinig mogelijkheden voor een nieuwe bestemming die economisch haalbaar is.

#6 26

De gebouwen 6, 7 en 10 hebben wel een relatief goede structuur ten behoeve van een economisch haalbare herbestemming. Voor de gebouwen 4, 5, 8 en 11 t/m 13 is dat een stuk lastiger. Die gebouwen hebben een structuur die niet functioneel is. Gebouw 9 is pas enkele jaren oud. Herbestemming naar een andere functie ligt niet voor de hand, gezien de gebouwstructuur. Het gebouw zou de huidige bestemming, ontmoeting, kunnen behouden. Geïnspecteerde bouwdelen 1 Moederhuis 2 Gasthuisvleugels Kapel 3 4 Wasserij ULO-schoolgebouw 5 Internaat gebouw 6 7 Zigzag-gebouw 8 Veranda/fietsenstalling 9 Ontmoetingsgebouw Appartementengebouwen 10 11 Gymzaal 12 Noodgebouw 13 Garages

KLOOSTER FRANCISCANESSEN VEGHEL

27

KLOOSTER FRANCISCANESSEN VEGHEL DEEL II: TRANSFORMATIEKADER De methodiek van het transformatiekader, beschreven in hoofdstuk 7, is aangereikt door de provincie Noord-Brabant en ontwikkeld door onder andere de Technische Universiteit Delft. Het kader geeft een interpretatie van de huidige waarden en vertaalt die naar mogelijke nieuwe waarden. Op die manier geeft het transformatiekader inzicht in toekomstige ontwikkelmogelijkheden.

28

Hoofdstuk 7 Transformatiepotentieel

KLOOSTER FRANCISCANESSEN VEGHEL

29

KLOOSTER FRANCISCANESSEN VEGHEL TRANSFORMATIEPOTENTIEEL Drie gradaties Het transformatiekader is feitelijk een interpretatie van de waarden die uit de analyse voortkwamen. Die interpretatie is vertaald naar mogelijkheden van het gebied als geheel, van ensembles binnen dat gebied en van afzonderlijke objecten. De onderbouwing heeft plaats door te refereren aan de analyse en het bouw- en tuin-historisch onderzoek. Het transformatiepotentieel wordt uitgedrukt in drie gradaties: een hoog, beperkt en gemengd transformatiepotentieel. (Bron: leidraad transformatiekader versie 1.4 10-02-1017 Pilot Erfgoedfabriek Technische Universiteit Delft.)

#7 30

Hoog transformatiepotentieel Hoog transformatiepotentieel betekent: mogelijkheden voor ontwikkeling door middel van interventie, transformatie, herontwerp of reconstructie. Het maakt daarbij niet uit wat de huidige functies zijn en wat de nieuwe toepassingen worden. Dat komt omdat cultuurhistorische waarden of oorspronkelijke karakteristieken zijn verdwenen of sterk zijn aangetast. Juist het, vast en zekere spijtige, verlies van wat ooit was maakt het dus mogelijk om relatief vrij nieuwe bestemmingen te vinden. Overigens kan het ook leiden tot een reconstructie, een herstel. Per onderdeel dient dit te worden bezien. Op de kaart is hoog transformatiepotentieel ingekaderd met de kleur turquoise.

Beperkt transformatiepotentieel Beperkt transformatiepotentieel wil zeggen dat door de cultuurhistorische waarde of het behouden karakter er beperkingen zijn voor wat er mogelijk is. Wat er ook gebeurt: die waarde en dat karakter dienen te worden behouden, mogelijk zelfs versterkt. Het betekent niet dat ingrijpen, verandering, een nieuw ontwerp of aanpassing uitgesloten is. Wel betekent het dat er zwaarwegende argumenten nodig zijn om tot verandering te komen en dat het van belang is essentiële kwaliteiten te behouden. Op de kaart is beperkt transformatiepotentieel ingekaderd met de kleur paars.

Gemengd transformatiepotentieel Gemengd transformatiepotentieel is van toepassing op net zo gemengde zones. Die zijn niet meer zo gaaf als voorheen en daardoor ligt behoud of restauratie niet direct voor de hand, al is het wel degelijk mogelijk. Aanpassingen zijn bespreekbaar, zolang ze passen binnen de gestelde kaders. Gemengd transformatiepotentieel heeft soms betrekking op zones waar hoog en beperkt door elkaar lopen. Een voorbeeld is een waardevolle ruimte met een allesbehalve waardevolle afwerking. Op de kaart is gemengd transformatiepotentieel ingekaderd met de kleur oranje.

KLOOSTER FRANCISCANESSEN VEGHEL TRANSFORMATIEPOTENTIEEL GEVELS Gevels Een overzicht van het transformatiepotentieel van de diverse gevels. G1 beperkt transformatiepotentieel De gevels van het Moederhuis met de gasthuisvleugels zijn beoordeeld met een hoge monumentale waarde. G2 beperkt transformatiepotentieel Gevels hebben een hoge monumentale waarde. G3 gemengd transformatiepotentieel Exterieur, interieur en constructie hebben hoge mate van authenticiteit. Bij transformatie van de gevels deze vervangen door een gevel passend bij de kenmerken van aangrenzende bebouwing als het Moederhuis. G4 gemengd transformatiepotentieel De gevels van de wasserij zijn van belang aan alle kanten. Het is onderdeel van een langere wand die de Franciscanessenlaan definieert en ook de afscherming vormt van het terrein van het kloostercomplex. De gevelwanden zijn van waarde, de voormalige functie is afleesbaar. Bij transformatie aandacht hiervoor. G5 en G6 gemengd transformatiepotentieel De straatwand van dit voormalig schoolgebouw is van belang als onderdeel van een langere wand die de Franciscanessenlaan definieert en ook de afscherming vormen van het kloostercomplex. De gevelwanden zijn van waarde, de voormalige functie is afleesbaar. Bij transformatie aandacht hiervoor.

G7 gemengd transformatiepotentieel Dit gebouw bezit interessante gevels die qua materialisering en gevelopgeningen aansluiten bij aangrenzende gebouwen en daarom behoudenswaardig zijn, met name de inmiddels inpandige buitengevels van de grote zaal. G8 gemengd transformatiepotentieel De straatwand van dit gebouw is van belang als onderdeel van een langere wand die de Franciscanessenlaan definieert. Bij transformatie van het bouwvolume wordt aanbevolen stramien, materialisering en gevelopeningen aan te passen aan de karakteristiek van de huidige straatwand. G9 hoog transformatiepotentieel Bij interventie op deze locatie (sloop zigzag-gebouw) is het wel gewenst een nieuwe gevel te realiseren in de hoogte als de huidige bebouwing en passend bij de aangrenzende bebouwing als het Moederhuis en het internaat. G10 hoog transformatiepotentieel Gevels met geen tot weinig waarden kunnen getransformeerd worden.

31

KLOOSTER FRANCISCANESSEN VEGHEL Massa Op de kaart op deze pagina zijn behalve massa’s van gebouwen ook die van overige buitenruimten aangeduid. Bij de kloostertuin bijvoorbeeld is het van belang vast te stellen dat een mogelijke transformatie wordt bemoeilijkt door de waterhuishoudkundige situatie ter plaatse. M1 en M2 beperkt transformatiepotentieel M3 gemengd transformatiepotentieel De bouwmassa heeft stedenbouwkundige waarde door de afschermende werking tussen de begraafplaats en het binnenterrein. M4 gemengd transformatiepotentieel De bouwmassa heeft stedenbouwkundige waarde door de afschermende werking tussen de Franciscanessenlaan en het binnenterrein. De aanbouw aan de wasserij is van recentere datum. M5 gemengd transformatiepotentieel De bouwmassa heeft stedenbouwkundige waarde door de afschermende werking tussen de Franciscanessenlaan en het binnenterrein. M6 gemengd transformatiepotentieel De bouwmassa heeft stedenbouwkundige waarde, het definieert de kruising van de Deken van Mierstraat en de Franciscanessenlaan. Bij interventie op deze locatie (sloop internaat) is het gewenst een nieuwe bouwvolume te realiseren in als de huidige bebouwing. M7 gemengd transformatiepotentieel De bouwmassa heeft stedenbouwkundige waarde, het geeft een afschermende werking van het binnenterrein in de oksel van het internaat.

M8 hoog transformatiepotentieel Het zigzaggebouw heeft geen behoudenswaardige status. Bij sloop ervan wel vervangen door een alternatieve afschermende massa bij voorkeur in de vorm van een gebouw passend in de straatwand ter plaatse. M9 hoog transformatiepotentieel De bouwmassa’s rondom de oude gymzaal hebben geen behoudenswaardige status. Echter is bebouwing hier wel mogelijk t.b.v. afscherming binnenterrein (zie S13) en herbestemming gymzaal. M10 hoog transformatiepotentieel Het ontmoetingsgebouw is van recente datum en kent een indifferente waarde.

32

M11 en M12 hoog transformatiepotentieel Op deze locatie is bebouwing wel denkbaar als poortfunctie tussen stad en park, waarbij M12 nog een extra afschermende rol heeft voor het plein aan de Franciscanessenlaan. M13 en M14 hoog transformatiepotentieel Deze gebouwen bezitten geen monumentale waarde. M15 beperkt transformatiepotentieel Deze bomenrij op de begraafplaats is een waardevol element, het vormt een decor voor de begraafplaats, schermt de tuin af en markeert een oude kavelgrens. M16 gemengd transformatiepotentieel Het buitenbosje vormt een groene massa die de entree van de tuin begeleid (samen met de aangrenzende school) en een afschermende werking heeft tussen tuin en de Meester van Coothstraat. Deze functie kan ook op andere wijze worden gerealiseerd. Bij transformatie, bijvoorbeeld met bebouwing, rekening hiermee houden. M17 gemengd transformatiepotentieel Dit bos vormt de contramal voor het open binnengebied. Het zorgt daarnaast voor afscherming tussen de tuin en de periferie. Bij transformatie van dit gebied rekening houden met de afschermende werking. De nieuwe afscherming kan bestaan uit een combinatie van bos en bebouwing waarbij er een duidelijke overgang is tussen de dynamiek van de periferie en de luwte van de tuin. Ook wordt het kenmerkende contrast tussen open en gesloten gerespecteerd.

Bij transformatie ook rekening houden met bestaande waardevolle bomen en de verdwenen structuren van S4 en S6 (boogstructuur). Transformatie vindt plaats in samenhang met S11, de gracht. M18 beperkt transformatiepotentieel De platanenlaan is een van de monumentale en structuurbepalende onderdelen van de tuin en dient behouden te blijven. Hierbij dient opgemerkt te worden dat de bomen volledig tot wasdom zijn gekomen en dat de vitaliteit bij de uitwerking verder onderzocht dient te worden. Immers de enorme scheefstand van de bomen en de forse scheuren in de stammen weerspiegelen de ouderdom van de bomen. M19 en M20 gemengd transformatiepotentieel Beide objecten (dierenverblijf en prieel) bij transformatie herplaatsen. M21 beperkt transformatiepotentieel De waardevolle bomen rondom de vijver, zorgen voor een beslotenheid. Bij transformatie van ruimte R5 rekening houden met deze bomen en de vijver. M22 hoog transformatiepotentieel Dit bosperceel, gelegen binnen de oorspronkelijke boog, vormt samen met M17 de contramal voor het meer open binnengebied. Hier is ruimte om de overgang naar het open gebied vorm te geven cq verdunning te maken in het bosperceel. Er wordt hierbij rekening gehouden met aanwezige waardevolle bomen.

TRANSFORMATIEPOTENTIEEL MASSA

KLOOSTER FRANCISCANESSEN VEGHEL TRANSFORMATIEPOTENTIEEL STRUCTUREN Structuren Gevels, paden, grachten en kavelgrenzen vormen lijnen en die lijnen geven structuur aan het gebied. S1 gemengd transformatiepotentieel Het is wenselijk om bij toekomstige verkavelingen rekening te houden met de oude verbindingen en verkavelingsrichtingen. S2 beperkt transformatiepotentieel Het is wenselijk om bij toekomstige verkavelingen rekening te houden met de oude verbindingen en verkavelingsrichtingen. Deze lijn is altijd een grenslijn geweest waarop een bebouwingswand de grens vormde tussen het kloostercomplex en de buitenwereld. S3 gemengd transformatiepotentieel De enige verbinding die buiten het omgrachtte deel van de tuin is gerealiseerd. Het poortje nabij de hoek van de begraafplaats en de brug markeert deze verbinding. Behoud is belangrijk. S4 gemengd transformatiepotentieel Verbindingen door de tuin en vanaf het kloostercomplex richting de periferie zijn er vanaf het begin geweest. Het is wenselijk bij transformatie rekening te houden met deze rol van verbindingen en deze te respecteren cq opnieuw te introduceren. S5 beperkt transformatiepotentieel Het is wenselijk bij transformatie dit resterend deel van de oude padenstructuur te integreren in het plan.

S6 gemengd transformatiepotentieel De boogvorm die het oorspronkelijke pad had kan als thema opgenomen worden in bij de transformatie van de tuin. S7 beperkt transformatiepotentieel Het is wenselijk bij transformatie dit resterend deel van de oude padenstructuur te integreren in het plan en de boogvorm als ontwerpthema te gebruiken.

S8 beperkt transformatiepotentieel De platanenlaan is een van de monumentale en structuurbepalende onderdelen van de tuin en dient behouden te blijven. Zie ook M18. S9 beperkt transformatiepotentieel De begraafplaats is een monumentaal onderdeel van de huidige tuin. Het dient behouden te blijven. S10 beperkt transformatiepotentieel De gracht is een belangrijke structuurdrager in de tuin en volgt oude kavelgrenzen. De gracht is ook symbolisch belangrijk, het is een duidelijke begrenzing van de tuin. De structuur is behoudens waardig. S11 gemengd transformatiepotentieel De gracht is een belangrijke structuurdrager in de tuin en volgt oude kavelgrenzen. De gracht is ook symbolisch belangrijk, het is een duidelijke begrenzing van de tuin. In het verleden is de gracht onderbroken bij uitbreiding van het ziekenhuis. Bij transformatie kan onderzocht worden of de gracht opnieuw volwaardig gesloten kan worden cq geheeld. Ook dient de verwijzing naar de grondvorm van het park en de samenhang met oude kavelstructuren gerespecteerd te worden. S12 beperkt transformatiepotentieel Tussen de gebouwen zijn altijd binnenplaatsen en hoven aanwezig geweest, negatieve ruimte. De binnenplaats van het Moederhuis heeft een beperkt transformatiepotentieel. S13 hoog transformatiepotentieel Tussen de gebouwen zijn altijd binnenplaatsen en hoven aanwezig geweest, negatieve ruimte.

De binnenplaatsen hebben een hoog transformatiepotentieel. Bij transformatie is het denkbaar dit als stedenbouwkundig thema op te nemen.

33

KLOOSTER FRANCISCANESSEN VEGHEL TRANSFORMATIEPOTENTIEEL RUIMTE Ruimte In het gebied zijn ruimtes te definiëren. Iedere ruimte heeft een specifiek transformatiepotentieel. R1 hoog transformatiepotentieel Het betreft momenteel een onsamenhangende ruimte die onduidelijk gedefinieerd is. Bij transformatie van dit gebied moet rekening gehouden worden met het aanbrengen van samenhang. Thema’s hierbij kunnen zijn: een verloop van bebouwingsdichtheid van hoog (zuid) naar laag (noord), het gebruiken van bebouwing of groene massa om hoven en pleinen opnieuw te definiëren. De grens van de begraafplaats (achter de kapel) vormt van oudsher een overgang naar het terreindeel dat overwegend onbebouwd was. R2 gemengd transformatiepotentieel Bij transformatie van de stedelijke ruimte van de Franciscanessenlaan aandacht besteden aan een goede routing richting de tuin. De bestaande bebouwingswand vormt de ruimte. R3 beperkt transformatiepotentieel De begraafplaats is een ruimte met beperkt transformatiepotentieel. Hierbij dient opgemerkt te worden dat deze plek in het verleden veelvuldig getransformeerd is. In de eerste aanleg van de tuin is was deze plek ingericht als bloementuin, later als bloementuin met broeikas en nu als begraafplaats.

R4 gemengd transformatiepotentieel Bij transformatie van de ruimte rekening houden met functiediversiteit, inpassen van iconen en symbolen, open karakter van de tuin, stilteplekken, fruitbomen. R5 beperkt transformatiepotentieel De vijver verwijst naar de grondvormen van de tuin. Het dient daarom behouden te blijven.

34

KLOOSTER FRANCISCANESSEN VEGHEL Totaalkaart In de totaalkaart komen alle dimensies van het Transformatiekader bij elkaar: lijnen en ruimten, massa’s en gevels. Het tranformatiepotentieel wordt verder uitgewerkt door middel van ontwerpend onderzoek, hetgeen het uiteindelijke stedenbouwkundig plan oplevert. TRANSFORMATIEPOTENTIEEL BEPERKT

TRANSFORMATIEPOTENTIEEL GEMENGD

TRANSFORMATIEPOTENTIEEL HOOG

35

KLOOSTER FRANCISCANESSEN VEGHEL DEEL III: STEDENBOUWKUNDIG PLAN Het transformatiekader dient te worden vertaald naar een stedenbouwkundig plan. Bij dat plan zijn omwonenden en anderen betrokken. Hoe dat gebeurde, is te lezen in hoofdstuk 8. Vervolgens gaat hoofdstuk 9 over het plan zelf en schenkt aandacht aan het verleden en het heden. De landschappelijke invulling is een van de belangrijke onderdelen van het plan, aangezien hieruit blijkt of en hoe aansluiting met de omgeving wordt gevonden en wat de positie van het kloosterpark, de ‘verborgen parel’, wordt.

36

Hoofdstuk 8: Participatieproces Hoofdstuk 9: Stedenbouwkundige en landschappelijke visie op het plan

KLOOSTER FRANCISCANESSEN VEGHEL

37

KLOOSTER FRANCISCANESSEN VEGHEL PARTICIPATIEPROCES Burgerparticipatie De Zusters Franciscanessen hebben bij de verandering van het gebruik van hun complex altijd gestreefd naar dialoog. Toen in 2018 de eerste nieuwe bewoners en gebruikers zich meldden is het zogeheten burenoverleg in het leven geroepen. Daarnaast is de dialoog gezocht met omwonenden, bijvoorbeeld op weg naar het stedenbouwkundig plan. Die dialoog zou in eerste instantie bestaan uit drie bijeenkomsten voor alle betrokkenen. Het werden er twee, omdat in plaats van avond 3 er een reeks van gesprekken met kleine groepjes omwonenden kwam. Een geplande derde avond na al die deelbijeenkomsten gingen vanwege de coronacrisis niet door. 21 november 2019, eerste avond: ideeëngeneratie/-toetsing. De Zusters Franciscanessen, de initiatiefnemers van Leefgoed en rijksbouwmeester en Meierijstedeling Floris Alkemade lichtten de plannen toe en dan vooral de doelen die beoogd worden. Verder is het transformatie-

#8 38

kader gepresenteerd en kregen de gasten de vraag om met ideeën en/of meningen te komen. Daarbij was zo ongeveer elk thema bespreekbaar: stedenbouwkundige ideeën, functies, verkeer, logistiek en leefbaarheid kwamen bijvoorbeeld voorbij. 16 december 2019, tweede avond: toetsing uitwerking op basis van input avond I. Na een korte samenvatting van de eerste avond, gaf Floris Alkemade een toelichting op de concepten die nadien op stedenbouwkundig gebied zijn ontwikkeld. In groepen en plenair volgde een discussie en daaruit bleek dat er enthousiasme bestaat over het concept Leefgoed en dat twee bedachte woontorens van tien en elf lagen werden afgewezen door veel aanwezigen. Daarnaast kwamen er veel individuele belangen aan de orde. Avonden voor kleine groepen Een en ander leidde tot het besluit om extra avonden te organiseren voor steeds andere deelgebieden rond het complex. Het zou de kans bieden om dieper op indivi-

duele belangen in te gaan en tegelijkertijd aanwezigen niet vermoeien met onderwerpen die voor hen amper interessant zijn. De volgende avonden zijn georganiseerd: • 14 januari 2020 1e sessie Molenbeemden • 21 januari 2020 1e sessie Deken van Miertstraat en centrum Veghel • 28 januari 2020 2e sessie Molenbeemden • 04 februari 2020 2e sessie Deken van Miertstraat en centrum Veghel • 10 februari 2020 3e sessie Molenbeemden • 12 februari 2020 3e sessie Deken van Miertstraat en centrum Veghel • 3 februari 2020 1e sessie Stationsstraat • 18 februari 2020 1e sessie Kloosterkwartier • (Bernhoven-terrein) • 20 februari 2020 2e sessie Stationsstraat, met wandeling in kloostertuin • 04 maart 2020 1e sessie Mgr. Van den Tillaartstraat

De ingelaste avonden droegen enorm bij aan de kwaliteit van de dialoog, het wederzijds begrip en het draagvlak voor de gecreëerde oplossingen. Een compliment aan de deelnemende bewoners is in dit verband op zijn plaats. Op 10 maart 2020 zou de derde participatieavond worden gehouden met als centrale thema de presentatie van dit masterplan. Die werd vanwege het coronavirus verzet naar 25 maart en werd vanwege datzelfde virus opnieuw afgezegd. Op dit moment is het onduidelijk wanneer zo’n bijeenkomst alsnog mogelijk is. Daarom wordt dit plan verspreid onder de deelnemers van het participatieproces en andere belanghebbenden. Overigens komt dit plan grotendeels overeen met wat tijdens de deelsessies is gepresenteerd, zaken zijn hooguit wat dieper uitgewerkt en gevisualiseerd. Zoals na afloop van elk participatieproces is er de vraag of alle wensen gehonoreerd zijn? Vast niet. Het is een utopie om te denken dat elke individuele wens ingewilligd kan worden. De schrijvers van dit plan zijn er echter

KLOOSTER FRANCISCANESSEN VEGHEL van overtuigd dat tegelijkertijd wel aan heel veel wensen tegemoet is gekomen. Ook zijn bezwaren weggenomen. Dat geldt bijvoorbeeld voor de woontorens. Het is niet alleen te danken aan de presentatie en verantwoording door de initiatiefnemers, maar ook en misschien wel vooral aan de constructieve houding en het begrip van de omwonenden. Ter afronding van het participatieproces wordt nog een presentatieavond ingepland waarbij iedereen welkom is. Deze avond kan vanwege corona nog niet worden gepland. De bijeenkomst is bedoeld om de plannen te delen, maar eveneens mensen te inspireren deel te nemen aan Leefgoed. Want dat idee wordt pas een succes als veel mensen meedoen.

39

KLOOSTER FRANCISCANESSEN VEGHEL STEDENBOUWKUNDIGE EN LANDSCHAPPELIJKE VISIE OP HET PLAN Veghel maakt een aantal veelbetekenende transformaties door. Op bestuurlijk vlak ontstond Meierijstad. Buurgemeentes werden onderdeel van een nieuwe, grotere gemeente – nog op zoek naar de identiteit van dit nieuwe verband. Op technologisch vlak zien we de invloed van het internetwinkelen onder meer in de manier waarop in het centrum het winkelapparaat zich moet herpositioneren. Waar de vorige generatie zich bezighield met de geboortegolf, krijgen wij te maken met een vergrijzing.

ring waar het industriële erfgoed de thuisbasis wordt voor ontvangsten, lezingen, creativiteit, food, recreatie en culturele uitingen in de breedste zin van het woord. Een herinterpretatie van het industriële verleden.

Juist in het centrum van Veghel wordt nu duidelijk zichtbaar hoe het eind van het ene gebruik aanleiding biedt voor vernieuwing. Bestaande gebouwen krijgen een ander gebruik en daarmee ook een andere identiteit. Transformatie als hoopvol teken van onze tijd.

Bij het kloostercomplex gaat het om een herinterpretatie van het religieuze verleden. Een minstens zo rijke bron van inspiratie en erfgoed. Waar het CHV-terrein vernieuwing in een heel andere betekenis zoekt, kan het kloostercomplex – los van zijn religieuze achtergrond – goedbeschouwd juist op dezelfde waarden van gemeenschapszin gestoeld blijven. Gelegen in het hart van Veghel biedt het een uitgelezen kans om juist daar een veel betekende vernieuwing op gang te brengen waarbij het complex dat altijd afgesloten was, zich nu alzijdig verbindt met de omringende gemeente.

De herontwikkeling van het kloostercomplex kan niet los gezien worden van de andere grote herontwikkeling in het centrum, die van het CHV-terrein. Daar wordt aangestuurd op een krachtige identiteit en programme-

Hier komen een aantal urgent geworden maatschappelijke vragen op een prachtige manier bij elkaar. De zorgvraag is aan het veranderen, er komt een grote vergrijzingsgolf aan en de overheid doet noodgedwongen een

#9 40

groter beroep op zelfredzaamheid en mantelzorg. Vereenzaming onder alle leeftijdsgroepen – een op de tien volwassenen in Nederland voelt zich in ernstige mate vereenzaamd – is een onderdeel van onze moderne maatschappij geworden. Geen zaken om de ogen voor te sluiten maar te onderzoeken op welke manier deze ontwikkelingen juist een aanleiding kunnen bieden om onze steden en dorpen beter in te richten. Een stad die goed is ingericht voor de meest kwetsbaren, is een stad die voor iedereen meerwaarde heeft. Op deze manier biedt het kloostercomplex van de Zusters Franciscanessen een uitgelezen kans om dat wat zich als een probleem aandient om te vormen tot een krachtige en positieve impuls van vernieuwing. Hier kan de gemeenschap de kwetsbaren opnemen, niet door ze als een aparte groep te behandelen die onzichtbaar blijft, maar door ze nadrukkelijk op te nemen in een gemeenschap van verschillende bevolkingsgroepen, leeftijden en achtergronden.

De stedenbouwkundige structuur van Veghel sluit prachtig aan op dit gebied. Vanuit alle kanten komen routes aan op het kloostercomplex. De belangrijkste stedenbouwkundige ingreep bestaat dan ook uit het openen en laten aansluiten van het complex op de omgeving. Het voorheen verboden gebied bevat een tuin van grote kwaliteit en allure. Een geschenk van de zusters voor de gemeenschap. Een tuin die nog wel heringericht en hier en daar aangepast moet worden, maar die in zijn volgroeide staat alle aanleiding biedt om een uitzonderlijke kwaliteit aan de identiteit van Veghel toe te voegen. Een deel van de aantrekkelijkheid ligt ook in het verborgen karakter ervan. Het idee is om ook de nieuwe toegangen als poorten vorm te geven om zo het gevoel dat je een andere wereld betreedt zoveel mogelijk intact te houden. Het biedt daarmee ook de mogelijkheid om de tuin indien nodig ’s nachts af te sluiten. De gebouwen van het kloostercomplex zijn deels rijksmonument, ontworpen door voormalig rijksbouwmeester dr. Pierre Cuypers. Deze gebouwen maken een on-

KLOOSTER FRANCISCANESSEN VEGHEL losmakelijk onderdeel van het geheel uit. De kunst is om ze op een juiste manier te herprogrammeren nu hun religieuze gebruik naar de achtergrond verschuift. Het Moederhuis kan start-ups huisvesten en bijzondere woonvormen, de kapel kan gebruikt worden voor bijeenkomsten en maatschappelijke functies zoals bijvoorbeeld een gezondheidscentrum en huisvesting van welzijnsorganisaties. Belangrijk blijft in dat verband dat de programmering niet zozeer op evenementen gericht is, maar op het stimuleren van dagelijkse ontmoetingen. Meer sociaal contact houdt mensen langer zelfstandig en vormt de basis van onze maatschappij. Het ontmoetingscentrum zal daar ook een belangrijke rol in spelen. Een nieuwe route naast het kloostergebouw zal er rechtstreeks op aan gaan sluiten. Aan de hand van een zorgvuldig bouwhistorisch onderzoek is gekeken welke delen van het complex herontwikkeld kunnen worden en ruimte bieden voor nieuwbouw. Het onderzoek vormde de basis voor een aantal ruimtelijke modellen waarin getest is wat de draagkracht van DR. PIERRE CUYPERS

het complex in relatie tot de omgeving is. Bij het ontwikkelen van deze modellen zijn de omwonenden nadrukkelijk betrokken. De dialoogavonden zijn goed bezocht, de discussies waren levendig en leidden tot wederzijds inzicht en verrijking van de plannen. Het uitwerkingsplan is in een aantal stappen tot stand gekomen waarbij in de vorm van schetsen, maquettestudies, overleggen en uitwerkingen onderzocht werd op welke manier het gebied ingericht kon gaan worden. Daarbij is enerzijds gekeken vanuit het gevraagde programma maar vooral ook wat stedenbouwkundig gezien de draagkracht van het gebied is. Vanuit architectonische en stedenbouwkundige inzichten waren de ontwerpers van mening dat op deze locatie het natuurlijke zwaartepunt van Veghel duidelijker tot uitdrukking gebracht kon worden. Een veelbetekenend moment waarbij de groei en vernieuwing van Veghel niet langer in de randen maar juist midden in het centrum gezocht wordt. Een belangrijke omslag waarbij het centrum niet alleen een uitermate rijk verleden representeerd maar ook een belangwekkende toekomst.

De meeste discussies met omwonenden gingen over het aantal bouwlagen dat in deze studies naar voren kwamen. De ontwerpers hadden op dat punt stevige voorstellen gemaakt met op een beperkt aantal goed afgewogen plekken, hoogteaccenten tot meer dan tien lagen. Hier is in het ontwerpproces goed naar de bezwaren van de omwonenden geluisterd. Alternatieven werden onderzocht en gepresenteerd waarbij de hoogteaccenten werden teruggebracht in een plan dat op dat punt wat minder expressief werd maar zonder aan kwaliteit in te boetten.

tepunt zich vormt in aansluiting op het centrum. De gebouwen en het verleden ervan zijn veelbetekenend maar de essentie ligt hier toch in het samenbrengen van een gemeenschap waar bevolkingsgroepen, kwetsbaar en krachtig, oud en jong bij elkaar komen. De kunst van het verbinden.

De Franciscanessenlaan zal daarbij de grootste verandering ondergaan. Het vreemde hek midden door de straat verdwijnt en het wordt een mooie route naar het park. De nieuwe bebouwing in deze straat opent zich zodat er een aantal open ruimtes en licht aan de straat worden toegevoegd. Deze straat wordt een voetgangersgebied. Het zigzag-gebouw aan de voorzijde van de Deken van Miertstraat verdwijnt daarvoor, zodat de mogelijkheid ontstaat een auto-ontsluiting aan die zijde te creëren.

Verbinding is een belangrijke gedachte geweest voor het ontwerp. Het verbinden van oud en nieuw, maar ook jong en oud. Verbinden op sociaal niveau, maar ook ruimtelijk.

Aan de Meester van Coothstraat komt een nieuw woongebouw op de plek van de voormalige schoolgebouwen. Ook hier is in overleg met de omwonenden onderzocht wat de beste volumeopbouw is. Een opzet waar ook weer het poortkarakter, de toegang naar het park, als uitgangspunt genomen is. Een krachtige transformatie die een enorme impuls voor de leefbaarheid en dynamiek van het centrum van Veghel zal betekenen. Net als bij het CHV-terrein door de erfenis van een andere tijd en cultuur te herinterpreteren en een ander gebruik en betekenis te geven. Op beide terreinen speelt de openbare ruimte een uitzonderlijk belangrijke rol, ontmoeting als identiteit en doelstelling. Waar het CHV-terrein zich op het evenement en de bijzondere activiteiten richt, richt het kloostercomplex zich juist op het verrijken van het alledaagse leven. Allerlei doodlopende routes worden verbonden, groei in het midden van de gemeenschap waarbij een nieuw zwaar-

Voor het landschapsontwerp van het kloostercomplex is gekeken naar de huidige waarden van het gebied en zijn context, maar ook naar waar de kansen liggen voor de toekomst.

Te beginnen op een hoger schaalniveau; de zichtlijnen. Vanaf de Deken van Mierstraat is de platanenlaan in de kloostertuin al goed te zien wanneer men over de Fransiscanessenlaan kijkt. Vanaf de Stationsstraat is de kapel te zien wanneer men over de Mgr. Van den Tillaartstraat kijkt. Deze visuele verbindingen zijn vanuit de geschiedenis altijd belangrijk geweest ter oriëntatie. In het ontwerp zijn deze zichtlijnen daarom geaccentueerd door bomen strategisch langs deze lijnen te plaatsen. Deze zichtlijnen kruisen elkaar op een open plek waar de mogelijkheid zich voordoet om de eerste ontmoetingen te faciliteren. Een ruime, open plek waar verschillende stromen elkaar kruisen en waar men even kan gaan zitten of een praatje kan maken. De Fransiscanessenlaan zal een enorme kwaliteitsslag doormaken. Voorheen werd deze straat gescheiden door een hek en was deze ingericht op functionaliteit en daarmee doorgaans verhard. Nu dit hek verdwijnt, ontstaat er de mogelijkheid om het straatprofiel aan te passen. Een autovrije straat met een centraal wandelpad en aan weerszijde groen in de vorm van beplanting en meerstammige heesters. Hierdoor hebben de appartementen op de begane grond iets meer privacy, blijft de platanenlaan zichtbaar en ontstaat er een prettig leefklimaat.

41

KLOOSTER FRANCISCANESSEN VEGHEL Tussen de bestaande en de nieuwe gebouwen ontstaan er als het ware een aantal binnenplaatsen, of hofjes. Deze sluiten aan bij de maat van de binnenplaats van het Moederhuis. Twee hiervan, in de directe nabijheid, bieden de kans om een belangrijke maatschappelijke rol te vervullen voor de omgeving. Wanneer men vanaf de Deken van Mierstraat het gebied betreedt, wordt men direct ontvangen in het eerste hof. Omarmd door een groene haag en uitgerust met natuurlijke speelaanleidingen en bloeiende beplanting biedt dit hof de mogelijkheid aan kinderen (van onder andere het kinderdagverblijf) om te spelen in een natuurlijke omgeving. Ook is dit een educatieve omgeving waarin jong en oud wat kan leren over natuur.

42

Als men doorloopt betreedt men het tweede hof. Gelegen naast het ontmoetingscentrum, in het hart van het gebied, biedt dit hofje de ruimte voor (spontane) ontmoeting tussen passanten. Met jeu de boules-banen voorzien van zitgelegenheden en omarmd door hagen, bloeiende beplanting en met enkele monumentale bomen, is dit straks een aangename plek om te verblijven. Er zijn meerder microklimaten aanwezig, dus willen bewoners lekker in de zon zitten of in de schaduw, de hele dag door is dit mogelijk. Zo kunnen mensen optimaal van het buitenleven genieten. Wanneer men de route vervolgt komt men steeds dichterbij de kloostertuin. De verschijningsvorm van de ter-

reininrichting neemt daarom een steeds vrijere vorm aan. Oplettende wandelaars zal het opgevallen zijn dat er een mooie diversiteit een beplanting aanwezig is op het terrein. Bloeiende vaste planten en siergrassen, mooie hagen, bloeiende en besdragende heesters en een grote variatie aan bomen; grote en zelfs een aantal monumentale, met hier en daar kleinere, in groepjes geplaatst of in tweetallen zodat er als het ware een poort ontstaat. De parksfeer van de kloostertuin kruipt door het gebied tot aan de Deken van Mierstraat en nodigt uit om het gebied te betreden. Iedereen is welkom.

De tuin wordt opengesteld voor de Veghelse gemeenschap om te kunnen genieten van dit prachtige park. Via een viertal groene poorten wordt de toegang verleend. Het is de doelstelling de huidige sfeer van de kloostertuin te behouden. Een zogenaamde bezinningstuin. Nu welliswaar alleen toegankelijk voor de Zusters van Franciscanessen. Maar in de toekomst (gedoseerd) toegankelijk voor iedereen. Los van de historische waarde van

KLOOSTER FRANCISCANESSEN VEGHEL de poorten, gaan de poorten dus ook een rol vervullen in de beheersing van de rust in het kloosterpark. Op basis van praktijkervaring zal de kloostertuin open worden gesteld voor bezinning. Het kloosterpark blijft in haar opzet behouden zoals deze nu is. Bescherming van de huidige opzet is het uitgangspunt.

Aansluiting met Masterplan 2030 Veghel Centrum De kloostertuin wordt genoemd in het Masterplan 2030 Veghel Centrum. Ook wil het kloostercomplex nadrukkelijk aansluiting vinden bij het centrum en daarmee bij dat masterplan. Redenen genoeg om aandacht te schenken aan dat masterplan. Het Masterplan2030 Veghel Centrum erkent de waarde van de historische lintenstructuur. De as tussen de

GEBOUW B

GEBOUW E

oude haven en de Hoofdstraat vormt daarvan de basis, aangevuld met onder andere de Deken van Miertstraat, de Stationsstraat en de Gasthuisstraat. Al deze linten hebben een eigen, herkenbare identiteit, die voldoende aanknopingspunten biedt om ze in de toekomst verder uit te bouwen. Dat is vooral het geval als sprake is van een combinatie van hoogwaardige bebouwing in het lint en een aantrekkelijke buitenruimte. In het Masterplan 2030 Veghel Centrum wordt onder meer ingegaan op de bestaande kwaliteiten van de kloostertuin het benutten

van de bestaande structuren van het aanwezige groen, het toevoegen van wonen en de mogelijke koppeling met zorg. Het is, zo wordt gesteld, een verborgen parel in de onmiddellijke nabijheid van het centrum. Met name het opwaarderen van de Franciscanessenlaan tot een hoogwaardig groen aangeklede belevingsstraat zal de route en de koppeling naar het kloosterpark sterk verbeteren. De planontwikkeling en het ontwerp van de openbare ruimte borduren voort op de kansen en verbindingen die genoemd zijn in het Masterplan 2030.

GEBOUW C

GEBOUW G + H

43

KLOOSTER FRANCISCANESSEN VEGHEL Moederhuis en kapel Het centrale hoofdgebouw maakt deel uit van een groep markante katholieke gebouwen, die verder bestaan uit de pastorie, kerk en de congregatiekapel. De Lambertuskerk en de kapel zijn van de hand van dr. Pierre Cuypers, die onder ook het centraal station en het Rijksmuseum in Amsterdam ontwierp.

van Halteren uit ’s-Hertogenbosch. Van Halteren liet het daar niet bij, hij voerde meerdere verbouwingen uit van het moederhuis. De kapel heeft een eigen karakter en een mooie verstilde en ambachtelijke kwaliteit. De plattegrond is kruisvormig met een lage vieringtoren met vier hoektorentjes. Het zijn typische kenmerken van de Delftse School.

Cuypers ontwierp ook de zijvleugels van het moederhuis, waarin het jaartal 1872 vermeld staat. De neogotische kapel die hij ontwierp en bouwde is in 1939 vervangen door een grotere kapel naar ontwerp van J.J.M.

Het moederhuis en de kapel vormen het hart van het Kloosterkwartier, zowel qua gebouwde omgeving als qua functioneel gebruik. Met de rijke historie en het feit dat ze als rijksmonument onderdeel zijn van het en-

44

semble van de Cuypersgebouwen, behoeft de centrale positie van het moederhuis en de kapel nauwelijks verantwoording. Eén van de drijfveren achter de herontwikkeling van het klooster is immers de renovatie en het behoud van de rijksmonumenten. De verdere uitwerking van de renovatie volgt later. Vanwege het monumentale karakter blijft het gebouw qua vorm zoals het is. Historische elementen blijven behouden en, mochten ze ooit zijn verwijderd, zoveel als mogelijk teruggebracht. De uitwerking hiervan is een nauwkeurig proces en gebeurt in goed overleg met de

Rijksgebouwendienst en de monumentenzorg van de gemeente Meierijstad. Minstens zo belangrijk is de functie die het hart van het Kloosterkwartier krijgt. Die functie moet passen bij het verhaal van de zusters. Moet ervoor zorgen dat de verhalen van de congregatie doorgaan. Juist daarom zijn veel functies van Leefgoed ondergebracht in het moederhuis, de kapel en het later gebouwde ontmoetingscentrum. Hierbij sluiten we aan op de eerdere uiteenzetting van de minimale en maximale variant in ruimtebeslag ten behoeve van de Leefgoed-functies.

KLOOSTER FRANCISCANESSEN VEGHEL In de minimale variant blijft het ontmoetingscentrum in huidige functie behouden en wordt de kapel omgevormd tot een Leefgoed-plein. Dat plein biedt werk- en verblijfsplekken voor de Leefgoed-partners. Denk hierbij een eerstelijns gezondheidszorgfuncties en de nu al aanwezige functies als de biljartvereniging, WyZorg, Join Us en andere welzijnsorganisaties. Dat kan eventueel in combinatie met werkplekken voor startups. Het moederhuis kan in de minimale variant worden omgevormd tot zelfstandige woningen, al dan niet aangevuld met zorgverlening.

In de maximale variant wordt ook de begane grond van het moederhuis, de begane grond en eerste verdieping van gebouw E toegevoegd aan het Leefgoed-plein. Verder wordt er een verdiepingsvloer in de kapel toegevoegd, waardoor nagenoeg een verdubbeling van beschikbare ruimte in de kapel ontstaat. Zo kan de ruimte steeds worden aangepast aan de behoefte.

45

KLOOSTER FRANCISCANESSEN VEGHEL DEEL IV: REALISATIE De hoofdstukken 10 tot en met 13 gaan over de verdere invulling van enkele deelgebieden. Het gaat daarbij om die onderdelen die bepalend worden voor de leefbaarheid van het gebied. Hoofdstuk 10 geeft een toelichting op de woon-, zorg-, leef- en werkconcepten, inclusief het gebruik van de gebouwen en het gebied. Het is te lezen als een praktische invulling om Leefgoed in de praktijk te brengen. Beelden daarvan zijn getoond in hoofdstuk 9. Ze dienen nog te worden uitgewerkt. Richtinggevend hiervoor is het in hoofdstuk 11 opgenomen beeldkwaliteitsplan. Hoofdstuk 12 geeft een toelichting op het mobiliteitsconcept. Aansluitend op de maatschappelijke veranderingen in de maatschappij is gekozen voor de verduurzaming van onze mobiliteit. In afstemming met de gemeente Meierijstad en de Zusters Franciscanessen is een planning opgesteld; die is opgenomen in hoofdstuk 13. Het is een belangrijk handvat om het gebied ook gedurende de herontwikkeling leefbaar te houden voor de Zusters Franciscanessen, evenals de directe omwonenden. De focus ligt op een zo’n kort mogelijke doorlooptijd, gezien de centrale ligging in het centrum.

46

Hoofstuk 10: Wonen, zorgen, werken en leven Hoofdstuk 11: Beeldkwaliteitsplan Hoofdstuk 12: Mobiliteitsconcept Hoofdstuk 13: Proces, procedures en planning

KLOOSTER FRANCISCANESSEN VEGHEL

47

KLOOSTER FRANCISCANESSEN VEGHEL WONEN, ZORGEN, WERKEN EN LEVEN De behoefte op het gebied van wonen, zorg, leven en werken vormen het bestaansrecht van Leefgoed. Die behoefte is in beeld gebracht door kennis van de participanten bijeen te brengen, marktonderzoeken te raadplegen en de woonvisie van de gemeente Meierijstad te gebruiken.

Vergrijzing De vergrijzingsgolf heeft grote gevolgen voor de Nederlandse samenleving. In 2035 is één van de vier inwoners van Nederland ouder dan 65 jaar en één van die vijf 65-plussers is ouder dan 85 jaar. Met name de groep 85-plussers groeit de komende decennia explosief. De senioren zijn niet alleen in omvang een groeiende groep, ze zijn ook anders dan de ‘bejaarden’ van vroeger.

#10 48

Van ‘dank-je-wel’ naar ‘ik-wil’ De ouderen van nu zijn mondiger, kritischer, vitaler en digitaal vaardiger dan voorheen. De toekomstige vraag naar seniorenhuisvesting komt niet meer van de naoorlogse generatie die de opbouw van de verzorgingsstaat meemaakte, maar van de protestgeneratie uit de jaren zestig. Ze stellen andere eisen aan de huisvesting en zijn ook bereid en in staat zijn daar zelf initiatieven in te nemen.

Toenemende druk op verpleeghuizen In het Nederlandse beleid voor de seniorenhuisvesting domineert al jaren de gedachte dat mensen zo lang mogelijk zelfstandig thuis willen blijven wonen. Dit sluit aan bij de wens van de meeste ouderen. Er is echter een groeiende groep ouderen waarvoor dit niet geldt. Het enige alternatief is voor hen het verpleeghuis, waarvoor mensen alleen met een zware zorgindicatie in aanmerking komen en waar zij gemiddeld maar acht maanden wonen. De kloof tussen thuis wonen en het verpleeghuis is enorm. De gevolgen zijn bekend: veel valongelukken thuis, vereenzaming en een inefficiënt gebruik van de woningvoorraad – dat laatste slaat op het feit dat ouderen te lang in een huis wonen dat niet meer geschikt voor ze is.

KLOOSTER FRANCISCANESSEN VEGHEL Aanvullende diensten Meer dan de helft van de ouderen (66 procent) vindt het erg belangrijk vindt dat er aanvullende diensten bij een wooncomplex worden geleverd, zo blijkt uit onderzoek. Er is vooral behoefte aan huishoudelijke hulp (51 procent). Ook de aanwezigheid van een boodschappendienst, een maaltijdservice, een stomerij en was- en strijkservice worden op prijs gesteld. Iets minder dan de helft van de ouderen waardeert gezamenlijke activiteiten. Hierbij wordt gedacht aan sport en bewegen, gezamenlijk koffiedrinken of kaarten. Wonen met zorg De overheid verwacht veel van mantelzorg door naaste familie. Toch blijkt dat slechts een derde van de kinderen met ouders boven de 70 jaar mantelzorg kan en wil geven. Woonconcepten met zorg bieden daarom uitkomst. Daarbij passen investeringen in de gemeenschappelijke ruimtes voor activiteiten en in uitgebreide zorg- en dienstverlening.

Starters en betaalbaarheid De betaalbaarheid van woningen staat onder druk. Een stijgende vraag, een beperkte groei in aanbod en lage rentes blijven de huur- en koopprijzen van huizen aanhoudend omhoogstuwen. Consequentie van deze ontwikkeling is een groot tekort aan goedkope- en middeldure huur- en koopwoningen. Consequentie hiervan is dat nogal wat starters op de woningmarkt Meierijstad verlaten en veelal niet terugkeren.

Eenzaamheid Het thema eenzaamheid wordt vaak in verband gebracht met ouderen. Toch is er een grote groep jongeren in Nederland die zich alleen voelt. Uit onderzoek blijkt dat 8 procent van de jongeren tussen de 12 en 25 jaar chronische gevoelens van eenzaamheid heeft. Door eenzaamheid bij jongeren preventief aan te pakken worden ernstige gevolgen voorkomen en blijven bovendien de daaruit voortvloeiende hoge zorgkosten beperkt. Het initiatief Join Us is er voor deze jongeren. Join Us brengt jongeren in contact met leeftijdsgenoten en anderen en helpt ze sociaal sterker worden. Dit doet Join Us samen met welzijnsorganisaties in heel Nederland.

49

KLOOSTER FRANCISCANESSEN VEGHEL Woonconcepten Deze woonconcepten bestaan vooral uit zelfstandige appartementen, met de mogelijkheid zorg te ontvangen. Dankzij de locatie van het Kloosterkwartier zijn ze te vinden in het centrum en dus dichtbij commerciële en maatschappelijke voorzieningen. Een deel van die voorziening is zelfs te vinden bij Leefgoed zelf. Het levert een mix van functies op per gebouw en gebied (zie hieronder).

GEBOUW (ZORG-)WONINGEN A 24 in duur woonsegment B 24 in duur woonsegment C 30 in sociaal woonsegment D 30 in sociaal woonsegment E 40 - 48 in duur woonsegment F 46 in middelduur woonsegment G 10 in duur woonsegment 24 in sociaal woonsegment H 10 in duur woonsegment 24 in sociaal woonsegment 2 3 37 - 55 in sociaal woonsegment 4 5 45 in sociaal woonsegment 7 9 in middelduur woonsegment 8 8 in middelduur woonsegment

50

(MAATSCHAPPELIJK) VERHUURBAAR

0 - 900 m2

1.200 - 2.400 m2 0 - 1.500 m2 520 m2 825 m2

KLOOSTER FRANCISCANESSEN VEGHEL Inspiratie-concepten Thuishuis Het Thuishuis is een soort ‘studentenhuis’ voor alleenstaande ouderen. Daarbij staan veiligheid, huiselijkheid, gezelligheid en zelfredzaamheid voorop. Bewoners kunnen samen koffiedrinken, koken, klussen of een spelletje doen. Ze beschikken tegelijkertijd over een eigen woonruimte. Gezamenlijk delen de bewoners een woonkamer, (bij) keuken, hobbyruimte, wasmachine, een of twee logeerkamers en mogelijk een tuin. In principe regelen de bewoners zoveel mogelijk zelf; ter ondersteuning kan een beroep worden gedaan op vrijwilligers en zo nodig op professionele hulpverleners. Bewoners van een Thuishuis betalen huur (afgestemd op een AOW-inkomen) aan de verhuurder, meestal een woningcorporatie. Er bestaan al Thuishuizen in Amstelveen, Deurne, Harderwijk, Woerden en Winkel (NH). Ook elders in Meierijstad bestaat iets soortgelijks: in Schijndel is een Thuishuis voor licht dementerende ouderen onder de naam ‘Het andere wonen’.

Buurtcirkel voor eenzame ouderen Hoewel veel mensen op steeds latere leeftijd een actief (sociaal) leven hebben, zijn er ook veel ouderen eenzaam. Daarom bedacht de Rotterdamse zorgorganisatie Pameijer de Buurtcirkel. Het is een groep van negen tot twaalf buurtbewoners die elkaar helpen bij dagelijkse zaken, zoals boodschappen, administratie en ook sociale activiteiten ontwikkelen. Wederkerigheid is het sleutelwoord: samen gebruik maken van elkaars talenten. Een recente studie van onderzoeksbureaus Movisie en Risbo toont aan dat deze aanpak werkt: deelnemers doen weer mee in de samenleving en ervaren een grote sociale verbetering.

De zorgbutler De ZorgButler is steun en toeverlaat binnen een woonvoorziening voor mensen met een lichte tot matige zorgvraag. Alle bewoners hebben een persoonsgebonden budget, beschikbaar gesteld vanuit de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo), Zorgverzekeringswet (ZVW) of Wet Langdurige Zorg (Wlz). Ze wonen zelfstandig, hebben een eigen voordeur, brievenbus en deurbel. Elke ZorgButler ‘runt’ een gezamenlijke woonkamer en keuken en organiseert zorg en andere diensten. Het concept garandeert behalve de zekerheid van zorg ook betaalbaar wonen, eigen regie en een beschutte woonomgeving. .

51

KLOOSTER FRANCISCANESSEN VEGHEL BEELDKWALITEITSPLAN Het spreekt vanzelf dat de ontwerpers van de nieuwbouw, dicht bij het klooster, rekening houden met dat gebouw. Het moet er mee verwant zijn en moet de krachtige artefacten, de historische onderdelen en voorwerpen, de aandacht gunnen die ze verdienen. Ze moeten de monumentale gebouwen niet overschreeuwen en mogen er niet mee concurreren. Tegelijkertijd mogen en moeten het eigentijdse gebouwen zijn die een eigen plek opeisen. Wat daarbij helpt is historische elementen gebruiken als inspiratie en die met enige bescheidenheid toe te passen. In het beeldkwaliteitsplan wordt ingegaan op de typologieën en de bouwblokken in relatie tot de plek in het gebied. Dit wordt geïllustreerd met referentiebeelden die de keuze voor de architectuur ondersteunen en als inspiratie dienen.

Gebouwen A en B herbergen zogeheten urban villa’s. Het zijn grote appartementen met een stedelijke uitstraling. Ze passen bij uitstek bij het centrum van Veghel en bij de appartementengebouwen waar de zusters wonen. De twee torens staan dankzij het landschapsplan op een fraaie locatie. De villa’s vormen samen forse massa’s. Open hoeken, verspringingen in het metselwerk en balkons zorgen ervoor dat het allemaal niet té robuust wordt en er sprake is van subtiliteit. Dat is ook te danken aan de verdeling tussen basis, tussenstuk en bovenbouw – die verdeling wordt zichtbaar gemaakt met horizontale banden. De ontwerpers lieten zich hierbij inspireren door de oorspronkelijke architectuur van het moederhuis.

#11 52

REFERENTIES BLOKKEN A EN B: VOORNAME EENVOUD; URBAN VILLA’S

REFERENTIES BLOKKEN C EN D: VOORNAME EENVOUD

KLOOSTER FRANCISCANESSEN VEGHEL Gebouw C en D zijn gebouwen met kleinere (zorg)woningen. Ze sluiten aan en zijn verwant aan het bestaande hoekgebouw. Gebouw D fungeert als formele afsluiting van het hof, de plaats van gebouw C zorgt samen met de tegenoverliggende bebouwing dat de Franciscanessenlaan breed wordt en er een hof ontstaat. Aan de overkant zijn het ontmoetingscentrum, de kloosterkapel en de kop van gebouw F zichtbaar.

De gebouwen zijn subtiel en streng. Ze hebben een staccato gevelindeling met gelijkvormige gevelelementen die niet afhankelijk zijn van de aan- of afwezigheid van balkons. De subtiliteit wordt versterkt door plinten en een eenvoudige horizontale scheiding ter hoogte van de begane grond.

GEÏNSPIREERD OP MAATVOERING BOSSCHE SCHOOL

53

KLOOSTER FRANCISCANESSEN VEGHEL Gebouw E heeft een markante positie tussen het Moederhuis en het hoekgebouw. Twee verschillende tijden en detailniveaus worden in dit gebouw samengebracht. Het gebouw vormt, samen met de zijgevel van het Moederhuis, de begeleiding van entree naar het ontmoetingscentrum vanuit het centrum van Veghel voor langzaam verkeer. De zijgevel van het Moederhuis wordt daarbij volledig vrijgemaakt. Tussen blok E en het hoekgebouw mag de auto naar binnen.

REFERENTIES BLOK E: HOGER BLOK; MOOIE EENVOUD

Gebouw F is een langgerekt gebouw tussen begraafplaats en de nieuwe routes naar het park. Hier zullen de zusters verblijven als het Moederhuis wordt getransformeerd. Het gebouw vormt een afbakening tussen begraafplaats en de ‘stedelijke kamer’ die het vormt samen met de gebouwen van Centre Veghel. De kop naar het ontmoetingscentrum vormt een hof tussen gebouw C en de kapel.

De eerste twee lagen van gebouw E pikt de hoogte opbouw op van het Moederhuis. Met een donkere steen gescheiden door speklagen wordt de maat en schaal van het Moederhuis overgenomen. Daarboven 4 lagen wonen in een lichtere steen, die geïnspireerd mag zijn op de kloostermoppen van de kloosterkapel. Zo is de opbouw van een basement met daarop een lichaam en een kop expliciet gemaakt. Tussen kop en lichaam ook een horizontale band als scheiding. Aan de Deken van Miertstraat vraagt de gevel om een extra accent en afbouw naar een smaller kopelement. Dit kan in de vorm van een ‘lantaarn’. De details zijn subtiel en aanwezig d.m.v. penanten. Vooral de Deken van Miertstraat vraagt om een hoger detailniveau. Dit past bij deze straat en compenseert ook het ontbreken van een detail en schaalverkleining in het hoekgebouw. Gebouw E moet een echt kop en poortgebouw worden en geeft toegang tot de kloostertuin via de nieuw aan te leggen hoven en paden. Gebouw E mag met zijn hoogte de derde telg worden naast de kerk en de kapel.

Daarmee wordt een opdeling gerealiseerd die dit gebouw plastisch en aangenaam maken in de schaal van de stedelijke wand die dit gebouw vormt; stedelijke kamer waar Urban Villa’s A en B te gast zijn. Horizotaal heeft het gebouw ook een belangrijke opdeling, gebouw F mag een plint krijgen van donker metselwerk en spekbanden vanwege zijn importantie in de stedenlijke wandwerking. Ook is er extra aandacht nodig voor de afronding van het gebouw door middel van een subtiel dakranddetail en/of een horizontale band ter plaatse van de laatste laag.

REFERENTIES BLOK F: MODERNE VERTALING KLASSIEKE ARCHITECTUUR

REFERENTIES BLOK E: HOGER BLOK; BASIS, MIDDENBOUW, KOP

REFERENTIES BLOK E: BLOKKEN OPEN HOEK VERZACHTEN MASSAWERKING. TOREN LIJKT VERJONGT DOOR EENVOUDIG OMKERING METSELWERK RELIËF EN TOCH GEWOON STAPELEN 54

Gebouw F is vanwege zijn vorm en functie ook wel het ‘kleine Moederhuis’ genoemd. Een hoofdgebouw met twee vleugels die een afronding kennen. De opdeling is subtiel in de vorm van verspringende geveldelen.

KLOOSTER FRANCISCANESSEN VEGHEL Gebouw G en H vormen een poort naar het kloosterpark. De beide blokken liggen tegenover elkaar en zijn spiegel-symmetrisch. Daarmee maken ze duidelijk dat ze toegang geven tot een bijzondere tuin dat achter deze gebouwen ligt en toegankelijk is via een langzame verkeersroute tussen deze gebouwen in. De gebouwen zijn duidelijk familie van de overige nieuwe bebouwing. Ze verdienen echter een andere benadering. Dat is te danken aan hun uitzonderlijke ligging in het buitenbosje. De indeling is vrijer en de horizontale banden mogen overal en in elke laag aanwezig zijn. Zo wordt de gelaagdheid getoond. Architectuur en stijlmiddelen maken het echt een gebouw van deze tijd.

REFERENTIES BLOK G EN H: OPENBARE INRICHTING EN RUSTIGE ARCHITECTONISCHE BLOKKEN: EENVOUD EN NATUURLIJKE INRICHTING, GROTE RUIME OPENINGEN EN BALKONS, OVERGANG HOVEN NAAR DE VRIJE INRICHTING VAN HET OORSPRONKELIJKE LANDSCHAPSPARK (KLOOSTERTUIN)

REFERENTIES BLOK G EN H: BLOKKEN MET HORIZONTALE GELEDING. POORTWERKING NAAR DE ‘KLOOSTERTUIN’ OPGETILD TEN OPZICHTE VAN HET MAAIVELD.

55

KLOOSTER FRANCISCANESSEN VEGHEL MOBILITEITSCONCEPT Directe aanleiding voor een apart hoofdstuk inzake mobiliteit, lag in de ambitie om bij de herontwikkeling van het klooster mobiliteitsinnovatie op de agenda te zetten. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het delen van auto’s tussen de Kloosterkwartierbewoners. In samenwerking met Goudappel Coffeng is daarom een onderzoek verricht naar haalbaarheid hiervan, met een positieve uitkomst, wat direct een verminderend effect zou hebben op het aantal benodigde parkeerplaatsen en op de verkeerstoename van het omliggende wegennet. Op basis van gesprekken met omgevings- en verkeersdeskundigen van gemeente Meijerijstad is echter vastgesteld dat het inzetten op mobiliteitsinnovatie als te vooruitstrevend wordt ervaren. Een traditionele oplossing ligt meer voor de hand. Het primaire doel van LEEFGOED is maatschappelijke innovatie. Derhalve is teruggeschakeld op het gebied van mobiliteitsinnovatie. Wat echter wel enorme impact heeft op de planvorming, gezien de vergrote behoefte aan parkeerplaatsen die daardoor ontstaat binnen het plangebied. Gecombineerd met de ambitie om het kloosterpark volledig te vergroenen.

Bereikbaarheid en parkeren Kloostercomplex A. Normatieve (kwantitatieve) parkeeropgave In de Parkeeronderbouwing Kloosterkwartier Veghel van Goudappel Coffeng is een berekening gemaakt van het benodigd aantal parkeerplaatsen voor bewoners, gebruikers en bezoekers. Hierbij zijn de normen geoptimaliseerd, voortkomend uit de typologie woningen en maatschappelijke voorzieningen. Op piekmomenten, zoals de zaterdagavond, berekent het bureau een behoefte van 286 parkeerplaatsen, waarvan 113 voor bezoekers. De piekbelasting van par-

#12 56

keren door bewoners is vastgesteld op 187. Op basis van feitelijke metingen door Goudappel Coffeng blijken in de directe omgeving van het klooster voldoende parkeerplaatsen beschikbaar tijdens de drukste momenten, zoals de avonden dat veel bewoners thuis zijn. Anders gesteld: bezoekers kunnen hun auto’s prima in het openbare gebied buiten het Kloosterkwartier kwijt. B. Parkeeroplossing Op het kloosterterrein is op maaiveldniveau ruimte voor ongeveer 185 parkeerplaatsen, exclusief de 50 parkeerplaatsen die nu al in het kloosterpark bestaan. Verder

zijn er nog voldoende parkeerplaatsen in het openbare gebied, zo leert het onderzoek. Onzekerheid is er echter over de specifieke doelgroepen en de parkeerplaatsen die zij nodig hebben. De behoefte kan de komende vijftig jaar nogal eens wijzigen. De gemeente Meierijstad heeft gevraagd daar rekening mee te houden. Zoals het Kloosterkwartier graag gebruik maakt van parkeervoorzieningen in het centrum, zo kan dat centrum zo nu en dan uitwijken naar dit complex. Daarbij kan worden gedacht aan evenementen, zoals een kermis. De gemeente wil mede daarom graag dat er meer par-

KLOOSTER FRANCISCANESSEN VEGHEL keerplaatsen komen in het Kloosterkwartier. Die plaatsen zijn dan meteen een mooie buffer voor het geval de al genoemde doelgroepen meer parkeerplek nodig hebben. Veel varianten zijn onderzocht, waarbij steeds rekening is gehouden met de financiële consequenties en de openbare toegankelijkheid. Een ondergrondse parkeergarage met 110 parkeerplaatsen in de blauw omlijnde zone (beeld 2) ligt het meest voor de hand. Bewoners kunnen hun auto dan ondergronds kwijt. De parkeerplaatsen bovengronds komen hierdoor beschikbaar voor openbaar parkeren.

Bijkomend voordeel is dat het parkeren in het park (II) niet meer nodig is. Mogelijk dat die parkeerplaatsen toch blijven bij wijze van reserve. Bereikbaarheid en verkeer Goudappel Coffeng onderzocht ook de toename van de verkeersintensiteit als gevolg van dit plan. Er is volgens dat onderzoek sprake van een toename met 575 tot 765 motorvoertuigbewegingen per dag. Tabel 2 toont aan dat binnen de bestaande wegcapaciteit de groei van het verkeer op een verkeersveilige wijze afgewikkeld kan worden.

57

KLOOSTER FRANCISCANESSEN VEGHEL PROCES, PROCEDURES EN PLANNING Belangrijke stappen op weg naar een nieuwe woon- en werkgemeenschap in het centrum van Veghel zijn al gezet. Zo is er al een stedenbouwkundig plan gemaakt, dat voorziet in een transformatie van bestaande gebouwen, sloop van gebouwen en de ontwikkeling van nieuwe woningen. Om een en ander te realiseren moeten planologische procedures worden gevolgd. Huidige bestemming Doorlooptijden kruimelprocedure Voor afwijkingen van het bestemmingsplan die vallen onder de kruimelgevallen, geldt onder de Wabo de reguliere procedure. De beslistermijn is acht weken. Bezwaar, beroep en hoger beroep zijn mogelijk. Er is geen

terinzagelegging. Wel kunnen de artikelen 4:7 en 4:8 Awb worden toegepast binnen de termijn van acht weken, met een eventuele verlenging van zes weken. Doorlooptijden afwijkingsprocedure Voor de omgevingsvergunning ‘buitenplans afwijken bestemmingsplan’ (dat heette voorheen projectbesluit) is de uitgebreide procedure van toepassing. De beslistermijn is zes maanden. Ook is een verklaring van geen bedenking door zowel de gemeenteraad als de Rijksdienst van toepassing. Hiervoor dient het onderhavige masterplan. Binnen de eerste acht weken dient beslist te worden of de termijn wordt verlengd met zes weken. De procedure is als volgt: terinzagelegging van ontwerp-

#13 58

besluit met zienswijzengelegenheid van zes weken, terinzagelegging besluit, beroep en hoger beroep. De terinzageleggingstermijn van het besluit is zes weken en komt boven op de beslistermijn van zes maanden. Doorlooptijden bestemmingsplanprocedure De toepassing van een reguliere bestemmingsplanprocedure vergt dezelfde aanvullende onderzoeken als de afwijkingsprocedure. De doorlooptijd is echter aanzienlijk langer, gemiddeld één tot anderhalf haar. Gezien de concrete uitwerking van onderhavig plan, lijkt een bestemmingsplanprocedure niet nodig. Vanwege de gemiddelde leeftijd van de Zusters Fran-

ciscanessen en hun uitdrukkelijke wens de herontwikkeling nog mee te maken, heeft het de grote voorkeur grotendeels de kruimelgevallenregeling toe te passen. Met uitzondering van de gebouwen G, H, 2 en 3 lijkt dit mogelijk. Het houdt de vaart erin en dat is ook in het belang van het succes van Leefgoed. Veel participanten kunnen immers pas verder of aan de slag als de fysieke omgeving, de gebouwen en buitenruimte dus, klaar is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=7bd2c1d3-a82b-4c52-8eeb-8a7e9e73cbf9