CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlageboek Zijtaart-Zuid

Raadsvergadering 30 september 2021, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan ‘Zijtaart-Zuid’42.121 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan

Zijtaart-Zuid Bijlagenboek

Bezoekadres Stadhuisplein 1 5461 KN Veghel Postadres Postbus 10.001 5460 DA Veghel T: 14 0413 E: info@meierijstad.nl W: www.meierijstad.nl IBANnr: NL31 RABO 0171 5811 48

Betreffende

Zijtaart-Zuid_bijlagen

Planstatus

vastgesteld

Projectnummer

NL.IMRO.1948.ZIJ000BP0012019M-VG01

Datum

21 september 2021

Inhoudsopgave Bijlagen bij toelichting Bijlage 1

Ladder voor duurzame verstedelijking

6

Bijlage 2

Akoestisch onderzoek wegverkeer

23

Bijlage 3

Quickscan flora en fauna

76

Bijlage 4

Verkennend bodemonderzoek

91

Bijlage 5

Waterparagraaf

173

Bijlage 6

Archeologisch bureau- en booronderzoek

195

Bijlage 7

Selectieadvies archeologie

247

Bijlage 8

Notitie beantwoording zienswijzen en ambtelijke wijzigingen

252

NL.IMRO.1948.ZIJ000BP0012019M-VG01

Pagina: 3 van 260

Datum:13-07-2021

Bijlagen bij toelichting

NL.IMRO.1948.ZIJ000BP0012019M-VG01

Pagina: 5 van 260

Datum:13-07-2021

Bijlage 1 Ladder voor duurzame verstedelijking

NL.IMRO.1948.ZIJ000BP0012019M-VG01

Pagina: 6 van 260

Datum:13-07-2021

Ladder voor duurzame verstedelijking Zijtaart-Zuid, gemeente Meierijstad Definitief

colofon

titel rapport Ladder voor duurzame verstedelijking datum 12 oktober 2020 projectnummer P01876 opdrachtgever Gemeente Meierijstad BRO Projectleider RV Projectteam AD bron Kaft BRO

BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl www.bro.nl

“Als we anderen de ruimte niet gunnen zullen we zelf steeds meer opgesloten raken.” Prof. Hans Galjaard

Inhoudsopgave 1

Aanleiding

3

2

Planinitiatief en onderzoeksopzet

4

3

Conclusie ladder voor duurzame verstedelijking 3.1 Sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling 3.2 Passend binnen behoefte van het ruimtelijk verzorgingsgebied 3.3 Gesitueerd buiten bestaand stedelijk gebied 3.4 Geen onaanvaardbare effecten

5 5 5 6 6

Bijlage 1

7

B1 Verzorgingsgebied

8

B2 Kaderstellend beleid Brabantse Agenda Wonen Wonen in Regionaal Perspectief (Noordoost Brabant West) Structuurvisie Veghel 2030 Woonvisie Meierijstad 2018 Conclusie

9 9 9 10 10 10

B1.3 Kwantitatieve behoefte

11

B1.4 Kwalitatieve behoefte Kwalitatief aanbod

13 13

maandag 12 oktober 2020

2

1 Aanleiding Ladder voor duurzame verstedelijking

1

Aanleiding

De kern Zijtaart wordt aan de zuidelijke zijde uitgebreid met woningbouw. Het project zal worden opgesplitst in twee fases: Fase A (westelijk deel) waar 50 woningen zijn voorzien krijgt een directe bouwtitel en fase B (oostelijk deel) waar maximaal 35 woningen zijn voorzien wordt geregeld via een wijzigingsbevoegdheid. Voor fase A wordt de laddertoets uitgevoerd, voor fase B wordt deze doorgeschoven.

In de nieuwe bestemmingsregeling wordt de bestemming ‘Agrarisch’ en ‘Groen – Landschapselement’ gewijzigd naar ‘Woongebied’. Door de omvang van de uitbreiding, namelijk het mogelijk maken van 50 woningen, moet het initiatief beschouwd worden als een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorg-

Binnen het huidige bestemmingsplan is de beoogde ontwik-

vuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimte-

keling van fase A (50 woningen) niet toegestaan. Om de ont-

lijke besluiten.

wikkeling formeel mogelijk te maken is een wijziging van het bestemmingsplan noodzakelijk. In het Bro (art 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening) is vastgelegd dat de toelichting bij een bestemmingsplan of projectafwijking moet voldoen aan de systematiek van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking (hierna: ‘ladder’). De ladder is een wettelijk verplicht motiveringsinstrument waaraan iedere ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ (art 1.1.1 Bro) moet worden getoetst.

Per 1 juli 2017 luidt het tweede lid van art. 3.1.6. als volgt: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.”

maandag 12 oktober 2020

3

2 Planinitiatief en onderzoeksopzet Ladder voor duurzame verstedelijking

2

Planinitiatief en onderzoeksopzet

De beoogde uitbreiding van Zijtaart zuid omvat in fase A maximaal 50 woningen. De doelgroepen voor de woningen zijn voornamelijk starters, senioren en gezinnen sociale huur. De volgende tabel geeft de verdeling weer.

Onderverdeling plan

Percentage

sociale huur

25% 1

Goedkope koop

35%

Middeldure koop

30%

Dure koop

10%

Het programma bestaat qua woningtypologie uit vrijstaande, tweekappers en rijwoningen. De exacte onderverdeling ligt nog niet vast. Het programma is gebaseerd op de ‘Herijking van de Woonvisie’ van Meierijstad. In fase B zijn vooralsnog maximaal 35 woningen beoogd. De typologie en programma van deze woningen zijn nog niet bekend. Fase B zal middels een wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan worden opgenomen. Bij de beoordeling van het bestemmingsplan dient te worden gekeken naar de haalbaarheid van een wijzigingsbevoegdheid. Derhalve zal een doorkijk worden gegeven naar het beoogde aantal in het bestemmingsplan. De definitieve Laddertoets wordt als wijzigingsvoorwaarden in het bestemmingsplan gewaarborgd en wordt hierdoor formeel doorgeschoven.

1

Onderzoeksopzet Voor het initiatief wordt onderzocht of en op welke manier de toevoeging van de 50 woningen van fase A te verantwoorden is vanuit de methodiek van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. Daarnaast maken we een doorkijk of de 35 woningen van fase B voor alsnog te realiseren zijn. De hoofdvraag van dit onderzoek luidt: Voldoet het initiatief aan een (kwantitatieve en kwalitatieve) behoefte en is er sprake van duurzaam ruimtegebruik binnen het verzorgingsgebied? Het antwoord op de hoofdvraag uit dit onderzoek wordt verkregen door middel van ruimtelijk-functioneel onderzoek, waarbij zowel de kwantitatieve als kwalitatieve behoefte aan de ontwikkeling wordt onderzocht binnen het verzorgingsgebied. Ook wordt gekeken naar de locatieafweging binnen of buiten het bestaand stedelijk gebied. Bovendien worden door middel van het onderzoek de te verwachten effecten van de beoogde ontwikkeling in beeld gebracht. Met de resultaten van het onderzoek is de Ladder voor Duurzame Verstedelijking doorlopen. Voor het bepalen van de behoefte en het duurzaam ruimtegebruik is onder andere gekeken naar:  CBS-gegevens  Brabantse agenda Wonen  Wonen in regionaal perspectief  Structuurvisie Veghel 2030  Woonvisie Meierijstad 2018  Regionaal perspectief Wonen, Noordoost Brabant West  Monitor bevolking en wonen 2020 De beoogde ontwikkeling is hierna getoetst aan de ladder.

Indicatief tot 225k VON (prijspeil 2020).

maandag 12 oktober 2020

4

3 Conclusie ladder voor duurzame verstedelijking Ladder voor duurzame verstedelijking

3

Conclusie ladder voor duurzame verstedelijking

3.2

Passend binnen behoefte van het ruimtelijk verzorgingsgebied

Sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling

De beoogde ontwikkeling betreft een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Dit blijkt uit de volgende gegevens: 1. Het plangebied heeft in dit bestemmingsplan de vol-

2.

naar de afbakening van de relevante regio, om zo de be-

gen. Wel wordt het aantal te bouwen woningen iets over-

hoefte in beeld te brengen. Hiervoor kijken we naar de regio-

schreden.

nale woningmarkt, die gedefinieerd wordt op basis van vergemeente Meierijstad als primair verzorgingsgebied. Binnen deze gemeente vinden 67% van alle verhuisbewegingen plaats. Daarnaast gaan we uit van de regio ’s-Hertogenbosch en Uden-Veghel samen als secundair verzorgingsgebied. In deze regio’s vinden nog eens 20% van de verhuisbewegin-

gende bestemmingen ‘Agrarisch’ en ‘Groen – Land-

gen plaats. Daarnaast sluit de afbakening aan bij de regio-

schapselement’. Op basis van dit bestemmingsplan is

nale woningmarktgebieden zoals gedefinieerd in de Bra-

wonen op de locatie niet toegestaan en is een wijziging

bantse Agenda Wonen. Tezamen behelzen het primaire en

van de bestemming noodzakelijk.

het secundaire verzorgingsgebied 87% van alle verhuizin-

Een stedelijke ontwikkeling is volgens het besluit ‘een

gen.

haventerrein, of van kantoren, detailhandel, woning-

Het initiatief wordt passend geacht binnen de behoefte in het

bouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Het ini-

verzorgingsgebied. Hieronder volgt een beknopte onderbou-

tiatief om 50 (plus een doorkijk naar 35) woningen te

wing. De volledige onderbouwing van de woningbehoefte is

bouwen kan onder deze definitie worden geschaard, ge-

opgenomen in bijlage van deze rapportage.

groen gebied naar een woningbouwlocatie.

Kwantitatieve behoefte

Vanaf 12 nieuwe woningen is sprake van een nieuwe

Voor de komende periode tot 2030 is er voor de gemeente

stedelijke ontwikkeling. Aangezien het om de toevoeging

Meierijstad (primair verzorgingsgebied) een resterende

gaat van 50 woningen (plus een doorkijk naar nog eens

kwantitatieve behoefte aan 825 woningen tot 1.780 wonin-

35 woningen), kan het initiatief gekwantificeerd worden

gen. De ontwikkeling betreft de realisatie van 50 woningen

als een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’.

(fase A), waardoor de kwantitatieve behoefte niet wordt overschreden. Gespecifieerd op de kern Zijtaart is er blijkens de gemeente Woonvisie sprake van de volgende behoefte: 

Voor de resterende 35 woningen (fase B) is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen. De gemeente wil dit deel van het plangebied wellicht op termijn gaan ontwikkelen maar dit is mede afhankelijk van de woningbehoefte tegen die tijd en de verkoop van fase A. Kwalitatieve behoefte Provincie, samenwerkende gemeente en gemeente Meierijstad zetten in op een gevarieerd en aantrekkelijk aanbod van woonmilieus en woningen. Daarbij wordt met name ingezet op een kwaliteitsverbetering aansluitend op het bestaande aanbod en de (toekomstige) behoefte en het versterken van

zien het hier gaat om de ontwikkeling van agrarisch en

2

De harde plancapaciteit bedraagt 9 woningen2.

Resteert een aanvullende behoefte van (59-13-9=)37 wonin-

ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zee-

3.

De realisatie (2018/2019) bedraagt 13 woningen.

Voor de onderbouwing van de woonbehoefte is gekeken

huisbewegingen. In dit behoefteonderzoek gaat het om de

3.1

Een behoefte aan 59 woningen binnen Zijtaart.

de woonkwaliteiten en milieus. Het gaat daarbij om het creëren van specifieke woonkwaliteiten en een divers woningaanbod dat de kracht en eigenheid van wijken en kleine kernen recht doet. Als we kijken naar de behoefte van de regio, gemeente en de kern Zijtaart dan wordt er met dit initiatief grotendeels aangesloten op een kwalitatieve behoefte. Zo is binnen de gemeente Meierijstad (en de kern Zijtaart) een behoefte aan goedkope/ sociale en betaalbare/ middeldure woningen om in de toekomstige vraag te kunnen voorzien, de doorstroming van de woningmarkt te bevorderen en in woningvoorraad te completeren. De gemeentelijke Woonvisie schrijft zelfs voor dat minimaal 25% dient te bestaan uit sociale huurwoningen.

(nl. 2 Edith Stein, 1 Kapitein S. Klapwijkstraat, 6 past. Clercxstraat 31-35)

maandag 12 oktober 2020

5

3 Conclusie ladder voor duurzame verstedelijking Ladder voor duurzame verstedelijking

Op basis van de huidige gegevens wordt in het plan voorzien

bestemming ‘Wonen’ en de bestemming ‘Agrarisch met

maar ook van die in Zijtaart zelf. Daarmee dragen ze bij aan

in 25% sociale huurwoningen, waardoor wordt voldaan de eis

waarden’.

het behoud en misschien zelfs uitbouw van het voorzienin-

Binnen het bestaand stedelijk gebied van de kern zijn

genaanbod, het verenigingsleven en de leefbaarheid in het

geen andere locaties binnen het stedelijk gebied be-

dorp.

van de Woonvisie.

De overige woningen worden gelijkmatig verdeeld tussen

schikbaar waar ruimte is voor de maximaal 50 nieuwe

goedkope tot middeldure koopwoningen waarbij ook speci-

woningen, die gerealiseerd worden om te voorzien in de

Verwacht mag tevens worden dat de een deel van de nieuwe

fiek aandacht is besteed voor seniorenwoningen. Dit past

eigen en gemeentelijke woningbehoefte. Het plangebied

bewoners mobiel zullen zijn en veel huishoudens zullen over

ook binnen de bevolkingsontwikkelingen van de gemeente

biedt de meest geschikte mogelijkheid om te voldoen

een of twee auto’s beschikken. Daarmee zullen ook de ver-

en de kern, waaruit blijkt dat Zijtaart het meest vergrijsde

aan de woningbehoefte in Zijtaart, omdat er fysiek ruimte

keersbewegingen in het dorp toenemen, maar het aantal is

kerkdorp rond Veghel en dat in de komende decennia nog

is en deze aansluit op andere woningen en daarmee

dusdanig beperkt dat dit geen sprake zal zijn van een nega-

verder zal toenemen. Daarnaast is er de opgave om de leef-

aansluit aan het stedelijk gebied. Andere locaties waar

tieve impact op de leefbaarheid gezien de goede ontsluiting

tijdsopbouw van dit kerkdorp zo evenwichtig mogelijk te hou-

woningbouw fysiek mogelijk zou zijn, van vergelijkbare

van het plan.

den, door het gedifferentieerd bouwen. Nadruk dient hier te

omvang, bevinden zich ook buiten het bestaand stedelijk

liggen op multifunctionele woningen en betaalbare woningen

gebied3.

voor jongeren. Gelet op de toekomstige vraag en het (flexibele en) gevarieerde woningbouwprogramma wordt er voor-

Gelet op de huidige ruimtelijke structuren, bebouwing

zien in de kwalitatieve behoefte, die in zowel de regiovisie

rondom het plangebied en alternatieve bouwmogelijkheden

(regionaal perspectief wonen) als de Woonvisie van de ge-

binnen de kern, kan worden geconcludeerd dat er sprake is

meente wordt onderschreven.

van duurzaam ruimtegebruik. Hoewel de planlocatie niet binnen bestaand stedelijk gebied ligt, is de locatie aansluiten op

3.3

Gesitueerd buiten bestaand stedelijk gebied

Het plangebied is gelegen buiten bestaand stedelijk gebied: 

3

bestaande stedelijke functies wat de keuze voor deze locatie toch geschikt maakt.

Het plangebied heeft in het vigerende bestemmingsplan

3.4

Geen onaanvaardbare effecten

de volgende bestemmingen: ‘Agrarisch’ en ‘Groen –

Zijtaart is een van de kleine kernen van gemeente Meierij-

Landschapselement’. Dit betekent dat het plangebied

stad. Door het geringe aantal inwoners en de korte afstand

geen stedelijke functie heeft.

tot Veghel beschikt Zijtaart over weinig eigen voorzieningen.

Het plangebied vormt met diverse zijde woonbebouwing

Met de toevoeging van maximaal 50 woningen neemt ook

een overgang tussen het dorp en het landelijk gebied.

het aantal inwoners toe. Deze nieuwe inwoners zullen welis-

Het plan is vanuit verschillende zijden omringd door de

waar veel gebruik maken van de voorzieningen in Veghel,

De plancapaciteit is in beeld gebracht aan de hand van monitorgegevens.

maandag 12 oktober 2020

6

Bijlage 1

Onderbouwing woningbouwbehoefte

Bijlage 1 Ladder voor duurzame verstedelijking

Tabel 1: Verhuizingen binnen en naar gemeente Meijerijstad6

B1 Verzorgingsgebied Het verzorgingsgebied is het gebied waarbinnen vraag en aanbod van woonruimte plaatsvindt, ook wel de woningmarkt. De woningmarktafbakening verschilt per initiatief en valt niet per definitie samen met een bestuurlijke regio. Een belangrijke indicator voor het functioneren van de regionale woningmarkt is het aantal verhuisbewegingen binnen en naar de betreffende gemeente. Wanneer gekeken wordt naar de verhuisstromen (tabel B1.1) blijkt dat er in totaal 7.560 verhuizingen hebben plaatsgevonden in de gemeente Meierijstad, waarvan 67% binnen de eigen gemeente. Voor de kwantitatieve en kwalitatieve analyse van de vraag wordt daarom gekeken naar de gemeente Meierijstad als primair verzorgingsgebied. Als secundair verzorgingsgebied gaan we uit van de regio ’s-Hertogenbosch4 en Uden-Veghel5. Hier vindt nog eens 20% van de verhuisbewegingen plaats. Bij deze bepaling is het aantal verhuizingen naar Meijerijstad leidend (zie ook tabel B1.1, maar kijken we eveneens naar de gedefinieerde regionale woningmarkten binnen de provincie Noord-Brabant. Tezamen behelzen het primaire en het secundaire verzorgingsgebied 87% van de verhuizingen.

4 5 6

Verhuisbewegingen

Absoluut

Relatief (%)

Binnen gemeente verhuisd

5.058

67%

Tussen gemeente verhuisd

2.502

33%

Verhuisbewegingen totaal

7.560

100%

Top 10 vanuit gemeente naar Meierijstad ‘s-Hertogenbosch

287

4%

Eindhoven

240

3%

Uden

239

3%

Bernheze

181

2%

Sint-Michielsgestel

150

2%

Tilburg

90

1%

Oss

83

1%

Nijmegen

73

1%

1.461

19%

Totaal top 10

Vanuit overige regiogemeente naar Meierijstad Boekel

34

1%

Landerd

25

1%

Boxtel

67

3%

Haaren

8

0%

Heusden

23

1%

Vught

38

2%

Totaal top 10

195

8%

De regio ’s-Hertogenbosch bestaat uit de gemeente ’s-Hertogenbosch, Oss, Bernheze, Sint-Michielsgestel, Vught, Haaren, Heusden en Boxtel De regio Uden-Veghel bestaat uit de gemeente Meierijstad, Boekel, Uden en Landerd CBS (2017). Verhuizingen binnen en naar gemeente

maandag 12 oktober 2020

8

Bijlage 1 Ladder voor duurzame verstedelijking

B2 Kaderstellend beleid

 

Binnen het verzorgingsgebied zien we vier kaderstellende beleidsstukken die koers en richting geven aan het thema wonen en woningbouw voor de komende jaren. 

Brabantse Agenda Wonen Wonen is een centraal thema in het provinciale beleid. Brabant wil blijven behoren tot de top van Europese kennis- en innovatieregio’s. Daarvoor is een aantrekkelijk woon-, leefen vestigingsklimaat belangrijk, evenals een goed functionerende woningmarkt. In de Brabantse Agenda worden vier actielijnen benoemd: 1. Accent op duurzame verstedelijking; 2. Meer nadruk op de bestaande woningvoorraad; 3. Inzetten op een vraaggericht, flexibel planaanbod met ruimte voor nieuwe woonvormen; 4. Versterken van de regionale samenwerking en vernieuwen van regionale woningbouwafspraken. Deze actielijnen dienen als leidraad voor de flinke woningbouwopgave voor de komende 10 tot 15 jaar binnen de provincie Brabant. De ambitie die in de Agenda wordt uitgesproken is tot de top te behoren van de Europese kennis- en innovatieregio’s. Een aantrekkelijk woon-, leef- en vestigingsklimaat is hiervoor essentieel. De regionale woningmarkten dienen derhalve goed te functioneren. Dit betekent dat:  er voldoende woningen worden gebouwd;  er een gevarieerd en aantrekkelijk aanbod is van woningen en woonmilieus, dat aansluit op de vraag van de woonconsument, met aandacht ook voor de huisvesting van specifieke doelgroepen en nieuwe woonvormen;

maandag 12 oktober 2020

er oog is voor verduurzaming en kwaliteitsverbetering van de bestaande woningvoorraad en woonomgeving; het wonen bijdraagt aan de omgevingskwaliteit van stad én dorp en de mogelijkheden voor woningbouw op binnenstedelijke locaties en om woonruimte te realiseren in leegstaand vastgoed zo goed mogelijk worden benut; het planaanbod voor woningbouw realistisch en flexibel is; het planaanbod – zowel kwantitatief, kwalitatief als ruimtelijk – regionaal is afgewogen, met specifiek aandacht voor de meer grootschalige gebiedsontwikkelingen en uitbreidingslocaties.

Gemeenten staan als eerste overheid aan de lat voor de woningmarkt. De provincie heeft naast een regisserende rol ook een stevige kennis- en adviesfunctie, bijvoorbeeld door elke drie jaar de bevolkings- en woningbehoefteprognose te actualiseren. Vanuit haar regierol wil de provincie de samenwerking tussen gemeenten versterken. Met als belangrijkste doelen: versnelling van de woningbouwproductie, vernieuwing en verduurzaming van de bestaande woningvoorraad en het ombouwen van leegstaand vastgoed naar woonruimte.

Wonen in Regionaal Perspectief (Noordoost Brabant West) In de Brabantse Agenda Wonen is het de opdracht om tot een regionaal perspectief te komen op bouwen en wonen voor de verschillende regio’s. Meierijstad is gelegen binnen de regio Noordoost Brabant (subregio Veghel-Uden e.o.). In dit regionaal perspectief is de nadruk gelegd op vier thema’s die aansluiten op de actielijnen en principes uit de Brabantse Agenda Wonen. De thema’s zijn:  sociale huursector;  middeldure huursector;

 

transformatie van leegstaand vastgoed; energietransitie.

De regio wil een meer regionaal georganiseerde sociale woningmarkt voor haar inwoners. De vraag naar middeldure huur blijft een landelijk en dus ook regionaal een belangrijk thema. De regio wil in het kader van dit onderwerp ook de goedkope koopsector meenemen, omdat dit in bepaalde mate dezelfde doelgroepen bedient. Zij wil o.a. inventariseren van (mogelijke) knelpunten die plannen voor middeldure huur (en goedkope koop) in de weg staan en de realisatie van middeldure huurwoningen bevorderen door o.a. meer samenwerking tot stand te brengen tussen verschillende partijen. In het kader van een duurzaam verstedelijkingsbeleid is het van belang om (transformatie)locaties en leegstaand vastgoed optimaal te benutten en te herbestemmen. In veel vastgoedmarkten hoeft per saldo niet veel meer te worden toegevoegd aan vierkante meters of is zelfs sprake is van krimp. Wonen is in feite nog de enige groeimarkt de komende jaren. Transformatie van leegstaand vastgoed is, naast ‘wonen’, met name een ruimtelijk vraagstuk. Vanuit de woningbouwopgave gezien, is transformatie slechts één van de manieren om een benodigd woningbouwprogramma te realiseren. Vanuit de transformatieopgave gezien, is wonen één van de functies die mogelijk is. De Noordoost-Brabantse gemeenten hebben samen met de waterschappen en de provincie de ambitie om een energie neutrale regio te realiseren.

Voor nieuwbouw geldt dat er gasloos gebouwd moet worden, waardoor er per definitie alternatieve energiebronnen worden gebruikt.

9

Bijlage 1 Ladder voor duurzame verstedelijking

Structuurvisie Veghel 2030 De voormalige gemeente Veghel heeft voor de fusie een structuurvisie vastgesteld waarin de gemeente haar visie op het ruimtelijke beleid schets tot 2030. Een nieuwe structuurvisie is nog niet van kracht. De voormalige gemeente Veghel bestaat uit een gebied waar mensen gebruik kunnen maken van de voorzieningen van een stad en tegelijkertijd kunnen profiteren van sociale samenhang, dorpse waarden en landschap. Daarbij is fysieke kwaliteit een belangrijke vestigingsfactor. Investeren daarin, zoals in het creëren van een gevarieerde woningvoorraad en in het veraangenamen van openbare ruimten, parken, pleinen en landelijk gebied, zorgt ervoor dat het gebied aantrekkelijke blijft om te wonen, te werken en te recreëren. In de structuurvisie wordt ervoor gekozen om voort te bouwen op deze typisch kwaliteiten van de omgeving. Voor het thema wonen geldt dat de gemeente zich wil blijven richten op het versterken van de dorpse woonkwaliteiten. Dat betekent gevarieerde woonmilieus, die aansluiten op de veranderende woonwensen. De bijbehorende woningbouwstrategie moet zich richten op het creëren van een goed verblijfsklimaat, een gevarieerde woningbouw en een zo evenwichtig mogelijke sociale structuur in wijken en dorpen. De setting (voor deze dorpse woonkwaliteiten) is altijd groen en kleinschalig en de dichtheden zijn relatief laag.

Dat geldt zowel voor grondgebonden als gestapelde woningen en zowel voor inbreidings- als uitleglocaties.

Woonvisie Meierijstad 2018 Op 5 juli 2018 heeft de gemeenteraad de nieuwe woonvisie voor Meierijstad vastgesteld. Als kaders voor de nieuwe visie zijn onder andere uitgangspunten uit het Europees, rijks- en

maandag 12 oktober 2020

provinciaal beleid en het Coalitieakkoord 2017-2022 gehandhaafd. Enkele uitgangspunten (die van toepassing zijn op onderhavig initiatief) hieruit zijn:  Waar wonen en werken jeugd aantrekt en er een goede ruimtelijke balans is tussen werken, wonen en leven en iedereen kan meedoen;  Er is ondersteuning waar die nodig is en een divers woningaanbod;  Meierijstad neemt de behoefte van de woningzoekenden als uitgangspunt bij het formuleren van de woonvisie;  Meierijstad maakt het mogelijk dat gebouwd kan worden in alle kernen. Meierijstad geeft ruimte aan woningbouwplannen om te voorzien in de diversiteit van woningbehoeften en wensen van eigen inwoners en tijdelijke vestigers. Voor de woningbehoefte kijken wordt daarom gekeken naar zowel de korte als lange termijn, het behouden van het goede van het landelijk wonen en aantrekkelijk maken en versterken van de stedelijke kern én samenwerken. Niet alleen met de plaatselijke partners en inwoners, maar ook met de regio. Daarom wordt gefocust op vier thema’s en de realisatiekracht van deze visie, die als volgt is vertaald:  de dynamiek van de woningmarkt: een continue afstemming van de vraag naar passende woningen en het aanbod (bestaand en nieuw) in relatie tot de behoefte op de langere termijn onder wisselende omstandigheden.

 wonen, welzijn en zorg: de samenhang tussen demografische ontwikkelingen (de vergrijzing en toename van eenpersoonshuishoudens), de transitie in het sociale domein gericht op een inclusieve samenleving waar iedereen meedoet en de invloed daarvan op de leefomgeving;

duurzaamheid: aandacht voor de energetische uitdagingen en het zo optimaal mogelijk gebruik maken van bestaande infrastructuur en vastgoed; leefbaarheid: een juiste balans tussen enerzijds de specifieke woonkwaliteiten en anderzijds een divers woningaanbod wat de kracht en eigenheid van wijken en kleine kernen recht doet.

Aanvullende afspraken: Ter uitvoering van de Woonvisie geldt voor nieuwe initiatieven op het gebied van woningbouw, dat 25% van de woningen binnen het plan sociale huurwoningen moeten worden. Voor alle nieuwe woningbouwinitiatieven vanaf 4 woningen.

Conclusie Provincie, samenwerkende gemeente en gemeente Meierijstad zetten in een een gevarieerd en aantrekkelijk aanbod van woonmilieus en woningen. Daarbij wordt met name ingezet op een kwaliteitsverbetering aansluitend op het bestaande aanbod en de (toekomstige) behoefte en het versterken van de woonkwaliteiten en milieus. Het gaat daarbij om het creeren van specifieke woonkwaliteiten en een divers woningaanbod dat de kracht en eigenheid van wijken en kleine kernen recht doet.

10

Bijlage 1 Ladder voor duurzame verstedelijking

B1.3 Kwantitatieve behoefte In deze paragraaf is de behoefte (vraagontwikkeling) van de gemeente Meierijstad (primaire verzorgingsgebied) en de regio ’s-Hertogenbosch en Uden-Veghel (secundaire verzorgingsgebied) geanalyseerd. Dit is gedaan aan de hand van bevolkingsprognose (Primos) en woningvoorraad van ‘NoordBrabant Monitor Bevolking en Wonen’. De vraagbehoefte is afgezet tegen het aanbod om zo aan te kunnen geven of er nog ruimte is voor de ontwikkeling van extra woningen. Bevolkings- en huishoudensprognose Uit tabel 3 blijkt dat zowel in het primaire als het secundaire verzorgingsgebied het aantal inwoners en nog relevanter het aantal huishoudens toeneemt. Dit ligt in lijn met de prognoses van de provincie Noord-Brabant uit 2017. De reden dat het aantal huishoudens sneller groeit dan het aantal inwoners wordt onder meer verklaard doordat er steeds meer kleine huishoudens bijkomen (gezinsverdunning). Door de verwachte groei van het aantal huishoudens, groeit ook de behoefte aan woningen. In de tabel is in de laatste kolom de ontwikkeling tussen 2020 en 2030 weergegeven, aansluitend bij de looptijd van het bestemmingsplannen (van 10 jaar).

Gedeputeerde Staten Noord-Brabant stellen ten minste eens per bestuursperiode een bevolkings- en woningbehoefteprognose op en leggen deze voor aan de regionale ruimtelijke overleggen. De bevolkings- en woningbehoefte prognose wordt opgesteld per RRO-gebied, uitgesplitst naar het stedelijk concentratiegebied en kernen in landelijk gebied en met de mogelijkheid deze onder te verdelen per gemeente. Deze hebben ook betrekking op de aantallen te bouwen woningen per gemeente, kunnen betrekking hebben op de aard van de te bouwen woningen en is er op gericht dat in de gemeentelijke woningbouwplanning en -programmering voldoende realisme en flexibiliteit wordt gewaarborgd om in te kunnen spelen op de sterke dynamiek op de woningmarkt, op nieuwe (onvoorziene) inbreidings-, herstructurerings- en transformatiemogelijkheden en op de mogelijkheden woonruimte te realiseren in leegstaand en leeg komend vastgoed. Bovendien wordt rekening gehouden met het uitgangspunt dat ten behoeve van kernen in het landelijk gebied zoveel woningen mogen worden gebouwd als nodig is voor de natuurlijke bevolkingsgroei, met de mogelijkheid om naast deze beleidsmatige insteek ook in te kunnen spelen op actuele trendmatige migratie-ontwikkelingen.

Prognose woningvoorraad In de tabel op pagina 12 is de provinciale prognose voor de benodigde woningvoorraad in twee scenario’s weergegeven. Deze prognose wordt onder andere opgesteld o.b.v. de huishoudensprognose en het aantal onttrekkingen (sloop) van het woningaanbod. In beide scenario’s is er zowel in het primaire als het secundaire verzorgingsgebied sprake van een aanzienlijke groei van de woningvoorraad. Tussen 2020 en 2030 zijn er in het lage scenario voor Meijerijstad (37.00524.545=) 2.460 woningen benodigd. Voor het hoge scenario zijn er respectievelijk 3.415 woningen benodigd. Ook uit de Woonvisie Meierijstad (2018) blijkt dat de bevolkingsgroei voor de periode tot 2030 zorgt voor woningbouwbehoefte. In het basisdocument wordt hierbij onderscheidt gemaakt tussen kwantitatieve en kwalitatieve behoefte. In figuur 2 is een tabel weergegeven met de kwantitatieve woningbehoefte in Meierijstad, gespecifieerd op de kernen. Op basis van deze cijfers is er voor de komende 10 jaar zelfs behoefte aan 3.136 tot 3.941 woningen binnen de gemeente Meierijstad.

Tabel 2: Bevolking- en huishoudensprognose7

Meierijstad Regio 's-Hertogenbosch Regio Uden (excl. Meijerijstad)

7

2020

2025

2030

2035

2040

Ontwikkeling 2020-2030 (%)

Inwoners

81.330

83.140

84.440

85.370

86.010

3,8

Huishoudens

34.630

36.270

37.480

38.240

38.730

8,2

Inwoners

422.340

429.310

436.500

442.460

445.380

3,4

Huishoudens

187.820

194.630

200.800

205.020

207.050

6,9

Inwoners

68.200

68.870

69.650

70.180

70.640

2,1

Huishoudens

29.000

30.080

30.910

31.400

31.630

6,6

Primos Online, 2020. Gekozen is voor gegevens van Primos, aangezien deze meer actueel zijn dan de prognoses van provincie Noord-Brabant.

maandag 12 oktober 2020

11

Bijlage 1 Ladder voor duurzame verstedelijking

Tabel 3

Prognose woningvoorraad in twee scenario's8 2020

Meierijstad

's-Hertogenbosch

Uden

34.545

72.990

19.018

2025

2030

2035

2040

Ontwikkeling 2020-2040

Scenario hoog

36.485

37.960

38.550

38.895

9,9

Scenario laag

35.900

37.005

37.595

37.940

7,1

Scenario hoog

76.435

79.345

81.495

83.425

8,7

Scenario laag

75.680

78.110

80.265

82.195

7,0

Scenario hoog

19.765

20.615

20.955

21.190

8,4

Scenario laag

19.460

20.120

20.460

20.695

5,8

Tabel 4: Harde plancapaciteit9 2019

2019 t/m

2024 t/m

2023

2028

Meierijstad

1.635

1.470

165

's-Hertogenbosch

2.900

2.760

140

775

720

55

Uden

Figuur 1: Overzicht woningbouwplannen in relatie tot de woningbouwopgave

Een deel van de woningbehoefte zal de komende jaren worden opgevangen door de harde plancapaciteit (zie tabel 5). Deze bedroeg in 2019 (meest actuele peiling) 1.635 woningen in de gemeente Meierijstad. De harde plancapaciteit is onvoldoende om te voorzien in het benodigd aantal woningen. Er is met andere woorden, in het lage scenario tot 2030 sprake van een aanvullende behoefte aan woningen van (2.460-1.635) = 825. In het hoge scenario zijn dit 1.780 woningen. Ook in het secundaire verzorgingsgebied is er in beide gemeenten en in beide scenario’s sprake van een aanvullende woningbehoefte.

plangebied wellicht op termijn gaan ontwikkelen maar dit is mede afhankelijk van de woningbehoefte tegen die tijd en de verkoop van fase A. Conclusie Voor de komende periode tot 2030 is er voor de gemeente Meierijstad (primair verzorgingsgebied) een resterende kwantitatieve behoefte aan 825 woningen tot 1.780 woningen. De ontwikkeling betreft de realisatie van 50 woningen (fase A), waardoor de kwantitatieve behoefte niet wordt overschreden. Gespecifieerd op de kern Zijtaart is er blijkens de gemeente Woonvisie sprake van de volgende behoefte: • Een behoefte aan 59 woningen binnen Zijtaart. • De realisatie (2018/2019) bedraagt 13 woningen. • De harde plancapaciteit bedraagt 9 woningen . Resteert een aanvullende behoefte van (59-13-9=)37 woningen. Wel wordt het aantal te bouwen woningen iets overschreden. Voor de resterende 35 woningen (fase B) is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen. De gemeente wil dit deel van het plangebied wellicht op termijn gaan ontwikkelen maar dit is mede afhankelijk van de woningbehoefte tegen die tijd en de verkoop van fase A.

Bovendien blijkt uit voortgang woonbeleid en inventarisatielijst woningbouwplannen (2019) dat de gemeente voor de komende 10 jaar een bouwprogramma van circa 59 woningen aan de kern Zijtaart wil toekennen. Dit aantal volgt uit de woningbehoefte en een beleidsmatige keuze van de gemeente over de wijze waarop deze behoefte over de kernen wordt verdeeld. Er is dus voor de gehele kern Zijtaart ruimte voor de toevoeging van maximaal 59 woningen. De 50 geplande woningen passen hierbinnen. Voor de resterende 35 woningen (fase B) is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen. De gemeente wil dit deel van het 8 9

Provincie Noord-Brabant, Monitor bevolking en wonen, maart 2020. Provincie Noord-Brabant, Monitor bevolking en wonen, maart 2020.

maandag 12 oktober 2020

12

Bijlage 1 Ladder voor duurzame verstedelijking

B1.4 Kwalitatieve behoefte Kwalitatief aanbod Brabantse agenda wonen De provincie zet zich vanuit de Brabantse agenda wonen in op gevarieerd en flexibel planaanbod voor betaalbare woningen. Specifiek wordt ook aandacht besteed een de capaciteit voor het middensegment (koop en middeldure huur). Blijkens de Agenda schiet de voorraad op dit middensegment nog steeds te kort. Daarnaast wil de provincie ook inzetten voornieuwe woonvormen zoals flexwonen, tiny houses, cpo en groepswoningen waarbij al dan niet enige combinatie is met zorgwonen. Regionaal perspectief Wonen De gemeenten Bernheze, Boekel, Boxtel, Haaren, ’s-Hertogenbosch, Heusden, Landerd, Meierijstad, Sint-Michielsgestel, Oss, Uden en Vught hebben samen vanuit de Brabantse Agenda Wonen een regionaal perspectief wonen samengesteld voor de subregio Noordoost Brabant West. Hierin worden een aantal afspraken en wensen rondom wonen vastgesteld. De regio voorziet een volkshuisvestelijke opgave rond de sociale- en middeldure huursector, zowel kwantitatief als kwalitatief. De regio verwacht dat de druk op de sociale sector nog meer zal toenemen vanwege de extramuralisering van de zorg en het duurder worden van de particuliere huur- en koopmarkt.

maandag 12 oktober 2020

De subregio Noordoost-Brabant West wil een groter aanbod in middeldure huurwoningen voor hen die teveel verdienen voor sociale huur en (nog) niet kunnen/ willen kopen, daarnaast completeert het de woningvoorraad en kan het de doorstroming vanuit en tussen woningsegmenten bevorderen. Qua typen woningen is er vooral nog vraag naar woningen voor senioren in het sociale en het vrije huursegment, goede sociale huurwoningen voor starter, betaalbare koopwoningen voor doorstromende senioren en betaalbare koopwoningen voor starters met een middeninkomen. Het planinitiatief bestaat uit sociale huurwoningen, vrije sectorwoningen, betaalbare en middeldure koopwoningen. Structuurvisie Veghel Blijkens de structuurvisie Veghel is Zijtaart het meest vergrijsde kerkdorp rond Veghel en dat zal in de komende decennia nog verder toenemen. Een opgave ligt om de leeftijdsopbouw van deze kerkdrop zo evenwichtig mogelijk te houden, door het gedifferentieerd te bouwen. Nadruk dient hier te liggen op multifunctionele woningen en betaalbare woningen voor jongeren. Binnen de kern Zijtaart zijn voldoende ruimten om voor de komende jaren te voorzien in de woonbehoefte. Hiervoor heeft de structuurvisie twee locaties aangewezen als mogelijke woningbouwlocatie, waarbij de projectlocatie is gelegen in locatie twee: a. Inbreiding op de locatie school en dorpshuis. b.

(zuidoostelijke) Aanbreiding aan de Pater Thijssenstraat. Woonvisie gemeente Meierijstad Uit de recente Woonvisie van de gemeente Meierijstad blijkt dat er een behoefte is een betaalbare en flexibele woningen voor verschillende doelgroepen om te kunnen voldoen aan de kwalitatieve behoefte binnen de gemeente.

Specifiek is er een behoefte aan sociale huur, vrije sector huur en goedkope koopwoningen. Om aan deze kwalitatieve behoefte te voldoen hanteert de gemeente Meierijstad bij een woningbouwontwikkeling dat minimaal een kwart dient te bestaan uit sociale huurwoningen. Een verdeling van het programma is: Woningtype (prijspeil 2018)

Percentage

Sociale huur

25%

Vrije sector huur

15%

Goedkope koopwoningen < € 185.000

20%

Middeldure koopwoningen € 185.00 tot € 275.000

20%

Dure koopwoningen € 275.000

10%

Variabel in te zetten

10%

Vanuit het beleid van de gemeente blijkt dat er in kwalitatieve zin in Meierijstad vooral behoefte is naar mogelijkheden voor met name starters en jonge gezinnen om zich te vestigen en daarnaast in beperkte mate ook naar woningen voor het middensegment. Het gaat hierbij zowel om huurwoningen als betaalbare koopwoningen. Gezien het beoogde programma sluit het planinitiatief hier voor het overgrote deel bij aan en voorziet daarmee in een kwalitatieve behoefte. Voor de kwalitatieve invulling daarvan is in de zomer van 2018 een project gestart om met de kleine kernen de specifieke woningbehoefte op korte termijn per kern in beeld te brengen. Per kern is, in samenwerking met de dorpsraad, een avond georganiseerd om met bewoners in gesprek te gaan over hun concrete woonbehoefte. Het algemene beeld dat daaruit naar voren kwam is dat er in alle kleine kernen vooral een behoefte is aan betaalbare woningen voor starters en geschikte woningen voor senioren die door willen stromen. Daarnaast is een beperkte behoefte aan nieuwbouw (zelfbouw) voor doorstromers. De huidige woningvoorraad in

13

Bijlage 1 Ladder voor duurzame verstedelijking

de kleine kernen bestaat voornamelijk uit grote(re) vrijstaande koopwoningen, dit aandeel is duidelijk veel hoger dan in de grote kernen. Kwalitatief aanbod Het bestaande woningaanbod in gemeente Meierijstad geeft een vrij eenzijdig beeld. De woningen bestaan voor het overgrote deel uit eengezinswoningen (83%). Koopwoningen beslaan circa 2/3 van de totale woningvoorraad. De leefmilieus in de wijken en dorpen zijn vooral van dorpse kwaliteit. Grondgebonden en vaak vrijstaande woningen in overzichtelijke buurten overheersen in hoge mate, zo ook in Zijtaart. De variatie aan groene woonmilieus is groot, doordat elke wijk en zeker elk dorp een geheel eigen identiteit heeft. De binding aan wijken en kerkdorpen is dan ook groot10.

verder zal toenemen. Daarnaast is er de opgave om de leeftijdsopbouw van deze kerkdrop zo evenwichtig mogelijk te houden, door het gedifferentieerd bouwen. Nadruk dient hier te liggen op multifunctionele woningen en betaalbare woningen voor jongeren. Gelet op de toekomstige vraag en het (flexibele en) gevarieerde woningbouwprogramma wordt er voorzien in de kwalitatieve behoefte, die in zowel de regiovisie (regionaal perspectief wonen) als de Woonvisie van de gemeente wordt onderschreven.

Conclusie Uit het voorgaande blijkt dat binnen de gemeente Meierijstad (en de kern Zijtaart) een behoefte is aan goedkope/ sociale en betaalbare/ middeldure woningen om in de toekomstige vraag te kunnen voorzien, de doorstroming van de woningmarkt te bevorderen en in woningvoorraad te completeren. De gemeentelijke Woonvisie schrijft zelfs voor dat minimaal 25% dient te bestaan uit sociale huurwoningen. Op basis van de huidige gegevens wordt in het plan voorzien in 25% sociale huurwoningen, waardoor wordt voldaan de eis van de Woonvisie. De overige woningen worden gelijkmatig verdeeld tussen goedkope tot middeldure koopwoningen waarbij ook specifiek aandacht is besteed voor seniorenwoningen. Dit past ook binnen de bevolkingsontwikkelingen van de gemeente en de kern, waaruit blijkt dat Zijtaart het meest vergrijsde kerkdorp rond Veghel en dat in de komende decennia nog

10

Structuurvisie Veghel, 2013

maandag 12 oktober 2020

14

0 B1.4 Kwalitatieve behoefte Ladder voor duurzame verstedelijking

Hoofdvestiging Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 Vestiging Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam T +31 (0)20 506 19 99 Vestiging Tegelen Industriestraat 94 5931 PK Tegelen

www.bro.nl | info@bro.nl

maandag 12 oktober 2020

T +31 (0)77 373 06 01

15

Bijlage 2 Akoestisch onderzoek wegverkeer

NL.IMRO.1948.ZIJ000BP0012019M-VG01

Pagina: 23 van 260

Datum:13-07-2021

Bestemmingsplan woningbouw Zijtaart-Zuid Akoestisch onderzoek optredende gevelbelastingen Rapportnummer: Rm190289aaA0

Rm190289aaA0.teey

2

Opdrachtgever:

Adviseur:

Aeres Milieu Noordhoven 4 Tel.: 0475-320000

6042 NW ROERMOND

Contactpersoon:

de heer G Reuver

K+ Adviesgroep Jodenstraat 6 Postbus 224 Tel: 0475-470470 E-mail: info@k-plus.nl Behandeld door:

Datum

:

16-3-2020

Referentie

:

Rm190289aaA0.teey

6101 AS ECHT 6100 AE ECHT

mw. T.J.M. Eykenboom BSc

Rm190289aaA0.teey

3

INHOUD 1

Inleiding

4

2 2.1 2.2 2.2.1 2.3

Uitgangspunten Ruimtelijke gegevens Verkeersgegevens Wegverkeerslawaai Toegepaste rekenmethode

5 5 5 5 6

3 3.1 3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.1.4 3.1.5 3.1.6 3.1.7 3.2

Normstelling Wet geluidhinder Wegverkeerslawaai Algemeen Omvang geluidzones langs wegen Aftrek conform artikel 110g Wet geluidhinder Aftrek stille banden Stedelijk en buitenstedelijk gebied Nieuwe situaties Maximaal toelaatbare geluidbelasting Bouwbesluit 2012

7 7 7 7 7 8 8 9 9 9

4 4.1 4.1.1 4.1.2 4.2 4.3

Berekeningsresultaten Wegverkeerslawaai Pastoor Clercxstraat Leiserondweg Goede ruimtelijke ordening Cumulatie en Bouwbesluit

10 10 10 13 15 18

5 5.1 5.2 5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.3 5.3.1 5.3.2 5.3.3 5.3.4

Evaluatie Rekenresultaten & Conclusie Algemeen Wet geluidhinder Algemeen Pastoor Clercxstraat Leinserondweg Niet gezoneerde wegen Reibroekstraat Pater Thijssenstraat Ceciliastraat Pastoor van de Bultstraat

22 22 22 22 22 22 23 23 23 23 24

Bijlagen: Bijlage I Bijlage II Bijlage III

Figuren akoestisch model Berekeningsgegevens en –resultaten optredende gevelbelasting Verstrekte verkeersgegevens

Rm190289aaA0.teey

1

4

INLEIDING In opdracht van Aeres Milieu is, in het kader van een bestemmingsplanwijziging ten behoeve van nieuwbouwwoningen in de omgeving van de Pastoor Clerxstraat te Zijtaart, gemeente Meijerijstad, door K+ Adviesgroep een akoestisch onderzoek verricht naar de te verwachten optredende geluidbelastingen vanwege wegverkeerslawaai ter plaatse van de nieuwe situatie Wet geluidhinder. In figuur 1.1 is een overzicht van de huidige situatie opgenomen, in bijlage I is de situatie opgenomen.

Figuur 1: Situatie (bron: Google maps) In opdracht van Aeres Milieu is, in het kader van een bestemmingsplanwijziging ten behoeve van nieuwbouwwoningen omgeving Pastoor Clerxstraat te Zijtaart, gemeente Meijerijstad, door K+ Adviesgroep een akoestisch onderzoek verricht naar de te verwachten optredende geluidbelastingen vanwege wegverkeerslawaai ter plaatse van de nieuwe situatie Wet geluidhinder. De berekeningen zijn gebaseerd op: - de “Wet geluidhinder”; - het “Reken- en Meetvoorschrift Geluid 2012”; - het “Besluit Geluidhinder”.

Rm190289aaA0.teey

5

2

UITGANGSPUNTEN

2.1

Ruimtelijke gegevens Bij het onderzoek is gebruik gemaakt van een door de opdrachtgever verstrekte situatietekening, kaartmateriaal van de Publieke Dienstverlening op de Kaart (PDOK), het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN2) en Google Streetview. In bijlage I is de gehanteerde situatietekening opgenomen.

2.2

Verkeersgegevens

2.2.1

Wegverkeerslawaai De verkeersgegevens voor de Pastoor Clercxstraat, Reibroekstraat en Pater Thijssenstraat zijn aangereikt door de gemeente Meijerijstad. De gegevens hebben betrekking op 2013 en 2016 waardoor een groeipercentage van 1,0% is toegepast om tot het maatgevende jaar 2030 te komen. Van de overige wegen heeft de gemeente geen gegevens beschikbaar. Voor de Ceciliastraat en Pastoor van de Bultstraat is uitgegaan van 100 voertuigen per etmaal. Voor de Leinserondweg is uitgegaan van 200 voertuigen per etmaal. Gezien de aanliggende woningen en ontsluiting van de wegen is het aangenomen aantal een worst-case scenario. Voor de verdeling is gebruik gemaakt van een standaard verdeling erftoegangswegen bibeko en gebiedsontsluitingswegen bubeko. In tabel 2.1 is een overzicht opgenomen van de gehanteerde verkeersgegevens. Tabel 2.1: Overzicht verkeersgegevens 2030. Straat Pastoor Clercxstraat (bibeko & bubeko)

Etmaalintensiteit 675 (2016) 776 (2030)

Reibroekstraat

2.399 (2016) 2.758 (2030)

Pater Thijssenstraat

190 (2013) 225 (2030)

Ceciliastraat

100

Periode verdeling

Verdeling per voertuigcategorie Qlv Qmv Qzv

D

6,72%

93,38%

4,60%

2,02%

A

3,30%

95,51%

3,37%

1,12%

N

0,78%

95,24%

2,38%

2,38%

6,75% 2,72% 1,01% 6,01% 5,00% 0,99% 6,70% 3,70% 0,60%

95,75% 96,68% 97,60% 60,58% 65,79% 66,67% 95,75% 96,68% 97,60%

3,75% 2,83% 1,90% 3,65% 2,63% 0,00% 3,75% 2,83% 1,90%

0,50% 0,50% 0,50% 35,77% 31,58% 33,33% 0,50% 0,50% 0,50%

D A N D A N D A N

Snelheid km/h

Wegdek

30/60

01

30

01

30

80

30

80

Rm190289aaA0.teey

6

Vervolgtabel 2.1: Overzicht verkeersgegevens 2030. Straat

Etmaalintensiteit

Pastoor van de Bultstraat

100

Leinserondweg

200

Periode verdeling D 6,70% A 3,70% N 0,60% D 6,60% A 3,60% N 0,80%

Verdeling per voertuigcategorie Qlv Qmv Qzv 95,75% 3,75% 0,50% 96,68% 2,83% 0,50% 97,60% 1,90% 0,50% 92,50% 5,50% 2,00% 94,25% 4,00% 1,75% 96,00% 2,50% 1,40%

Snelheid km/h

Wegdek

30

80

60

01

Hierbij is: Periode: gemiddelde uuraandeel betreffende periode in procenten van de etmaalintensiteit. Qlv: gemiddeld uuraandeel lichte motorvoertuigen voor respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode in procenten. Qmv: gemiddeld uuraandeel middelzware motorvoertuigen voor respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode in procenten. Qzv: gemiddeld uuraandeel zware motorvoertuigen voor respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode in procenten. Snelheid: ter plaatse toegestane maximum snelheid. Wegdek: type 01: Glad asfalt. type 80: Elementenverharding in keperverband (CROW316).

Voor nadere informatie inzake de in- en uitvoerparameters wordt verwezen naar de in bijlage II opgenomen rekenbladen. De verkeersgegevens zijn opgenomen in bijlage III. 2.3

Toegepaste rekenmethode De geluidbelastingen zijn bepaald met behulp van “Standaard Rekenmethode II”, zoals deze is beschreven in het “Reken- en Meetvoorschrift geluid 2012”. Bij de modellering van het akoestisch rekenmodel is gebruik gemaakt van het pakket WinHavik als ontwikkeld door dirActivity.

Rm190289aaA0.teey

7

3

NORMSTELLING WET GELUIDHINDER

3.1

Wegverkeerslawaai

3.1.1

Algemeen In de Wet geluidhinder dient met betrekking tot de geluidbelasting van een weg in nieuwe situaties de geluidbelasting in Lden in dB te worden bepaald. Dit is een gemiddeld geluidniveau over de dag-, avond- en nachtperiode en wordt bepaald met de volgende formule: day evening night 1  Lden = 10 lg 12 *10 10 + 4 *10 10 + 8 *10 10  24 

L

3.1.2

L

+5

L

+10

   

Omvang geluidzones langs wegen Krachtens de Wet geluidhinder worden aan weerszijden van een weg zones aangegeven (art. 74 Wgh). Binnen deze zones worden eisen gesteld aan de geluidbelasting. Buiten de zones worden geen eisen gesteld. Een weg is niet zoneplichtig indien er sprake is van: − wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied (art. 74 lid 2a. Wgh) of; − wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km/h geldt (art. 74 lid 2b. Wgh). De breedte van de geluidzones als functie van het aantal rijstroken van de weg en het soort gebied is weergegeven in tabel 3.1. Tabel 3.1: Breedte geluidzones aan weerszijde van de weg in meters. Gebied Stedelijk Buitenstedelijk

3.1.3

1 of 2 rijstroken 3 of meer rijstroken 1 of 2 rijstroken 3 of 4 rijstroken 5 of meer rijstroken

Breedte (m) geluidzones (art. 74) 200 350 250 400 600

Aftrek conform artikel 110g Wet geluidhinder Op grond van verdere ontwikkelingen in de techniek en het treffen van geluid reducerende maatregelen aan de motorvoertuigen, is te verwachten, dat het wegverkeer in de toekomst minder geluid zal produceren dan momenteel het geval is. Binnen de Wet geluidhinder is middels artikel 110g de mogelijkheid geschapen om deze vermindering van de geluidsproductie in de geluidbelasting door te voeren. Deze aftrek mag alleen worden toegepast bij het toetsen van de geluidbelasting aan de normstelling en niet bij het bepalen van het binnenniveau (artikel 3.4 Reken- en Meetvoorschrift geluid 2012). De

Rm190289aaA0.teey

8

hoogte van de aftrek is afhankelijk van de representatieve snelheid voor lichte motorvoertuigen. In tabel 3.2 is een overzicht opgenomen van de hoogte van de aftrek. Tabel 3.2: Overzicht aftrek 110 g Wet geluidhinder (artikel 3.4 RMV2012). Representatieve snelheid < 70 km/h

Aftrek artikel 110g Wgh 5 dB 4 dB voor situaties dat de geluidbelasting zonder aftrek artikel 110g Wgh 57 dB bedraagt 3 dB voor situaties dat de geluidbelasting zonder aftrek artikel 110g Wgh 56 dB bedraagt 2 dB voor andere waarden van de geluidbelasting

 70 km/h  70 km/h  70 km/h

3.1.4

Aftrek stille banden In artikel 3.5 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 is een aftrek opgenomen voor stille banden. Deze aftrek geldt alleen bij wegen met rijsnelheden van 70 km/h en hoger. Standaard is de aftrek 2 dB. In de volgende situaties is de aftrek 1 dB: - Zeer Open Asfalt Beton; - 2-laags ZOAB, met uitzondering van 2-laags ZOAB-fijn; - Uitgeborsteld beton; - Geoptimaliseerd uitgeborsteld beton; - Oppervlaktebewerking. Een overzicht van de stille bandenaftrek is opgenomen in tabel 3.3. Tabel 3.3: Overzicht stille banden aftrek. Representatieve snelheid < 70 km/h  70 km/h

 70 km/h

3.1.5

Wegverharding Alle ZOAB, 2-laags ZOAB, uitgeborsteld beton, geoptimaliseerd uitgeborsteld beton, oppervlaktebewerking Alle andere verhardingen dan bovenstaand vermeld

Correctie artikel 3.5 (stille banden aftrek) 0 dB 1 dB

2 dB

Stedelijk en buitenstedelijk gebied Gebieden binnen de bebouwde kom, met uitzondering van de gebieden binnen de bebouwde kom gelegen binnen de zone langs een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens, worden als stedelijk aangemerkt. Als buitenstedelijke gebieden worden gebieden buiten de bebouwde kom, alsmede de bovengenoemde uitgezonderde gebieden binnen de bebouwde kom aangemerkt.

Rm190289aaA0.teey

3.1.6

9

Nieuwe situaties In al die gevallen waar in de aanleg van een geluidgevoelig object en/of een zoneplichtige weg door vaststelling of herziening van een bestemmingsplan wordt voorzien, is er sprake van 'nieuwe situaties'.

3.1.7

Maximaal toelaatbare geluidbelasting Normen met betrekking tot de geluidbelasting in 'nieuwbouw situaties' zijn in artikel 82 t/m 87 van de Wet geluidhinder vermeld. In eerste instantie wordt ervan uitgegaan dat een zogenaamde voorkeursgrenswaarde niet mag worden overschreden. Indien de voorkeursgrenswaarde wel maar de maximale ontheffingswaarde niet wordt overschreden, kan onder bepaalde voorwaarden bij Algemene Maatregel van Bestuur ontheffing worden verleend voor een hogere toelaatbare geluidbelasting. Wanneer de maximale ontheffingswaarde wordt overschreden is onder zeer strikte regels nieuwbouw mogelijk. Het plan dient dan te voorzien in zogenaamde dove-gevels. In de Wet geluidhinder worden voor nog niet geprojecteerde woningen in binnenstedelijk gebied de volgende eisen gesteld: - voorkeursgrenswaarde: 48 dB (art. 82 lid 1) - maximale ontheffingswaarde binnenstedelijk gebied 63 dB (art. 83 lid 2) Niet geprojecteerd betekent dat het vigerende bestemmingsplan geen woonbebouwing toestaat of dat de huidige locatie geen woonbebouwing heeft zodat het bestemmingsplan moet worden herzien. In het kader van de Wet geluidhinder is sprake van een nieuwe situatie.

3.2

Bouwbesluit 2012 In het Bouwbesluit 2012 zijn in afdeling 3.1 voorschriften opgenomen voor bescherming tegen geluid van buiten. Als bij industrie-, weg- en spoorweglawaai de betreffende voorkeursgrenswaarde wordt overschreden stellen gemeenten op basis van de Wet geluidhinder een zogenoemd hogere-waardenbesluit vast, waarin plaatselijk hogere geluidbelastingen worden toegestaan («hoogst toelaatbare geluidbelasting») die in het bestemmingsplan worden opgenomen. In dergelijke zones mag alleen worden gebouwd wanneer de door de aanvrager van een omgevingsvergunning te realiseren karakteristieke geluidwering hoger is dan de in artikel 3.2 gegeven minimum waarde van 20 dB. Wanneer dergelijke zones niet zijn vastgesteld, zoals bij 30 km/h wegen dan dient overeenkomstig artikel 3.2 te worden voldaan aan de minimum eis van 20 dB.

Rm190289aaA0.teey

4

10

BEREKENINGSRESULTATEN Uitgaande van voornoemde uitgangspunten zijn de te verwachten toekomstige optredende gevelbelastingen bepaald. Als waarneemhoogte is uitgegaan van ongeveer het midden van de gevel, een en ander afhankelijk van het aantal bouwlagen en de gebouwhoogte. De ligging van de waarneempunten is opgenomen in de in bijlage I opgenomen figuren. Navolgend is per weg aangegeven het waarneempunt, de waarneemhoogte, de berekende waarde, de gehanteerde aftrek artikel 110g, de toetsingswaarde, de voorkeursgrenswaarde en de maximale ontheffingswaarde. De bijbehorende rekenbladen zijn opgenomen in bijlage II. De toetsingswaarden zijn tegen een gekleurde achtergrond weergegeven. De betekenis hiervan is als volgt: Groen: de voorkeursgrenswaarde wordt niet overschreden in het kader van de Wet geluidhinder worden geen restricties opgelegd. Geel: de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden, de maximale ontheffingswaarde wordt niet overschreden. Aan de hand van door de gemeente vastgestelde beleidsregels kan onder bepaalde voorwaarden ontheffing worden verleend voor een hogere toelaatbare geluidbelasting. Oranje: de maximale ontheffingswaarde wordt overschreden. Voor de betreffende gevel kan geen hogere toelaatbare grenswaarde worden vastgesteld. Woningbouw is niet toegestaan of het plan moet ter plaatse voorzien in een “dove” gevel.

4.1

Wegverkeerslawaai

4.1.1

Pastoor Clercxstraat Tabel 4.1: Berekeningsresultaten Pastoor Clercxstraat (in dB). Waar- Waar- Berekende neem- neemwaarde punt hoogte 1 1.5 52 1 4.5 52 1 7.5 52 2 1.5 43 2 4.5 44 2 7.5 44 3 1.5 33 3 4.5 34 3 7.5 35 4 1.5 41 4 4.5 42 4 7.5 42

Aftrek Toetsingsartikel waarde 110g Wgh Wgh 5 47 5 47 5 47 5 38 5 39 5 39 5 28 5 29 5 30 5 36 5 37 5 37

Bestemming

wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen

VoorkeursMaximale grenswaarde grenswaarde Wgh Wgh 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63

Rm190289aaA0.teey

11

Vervolgtabel 4.1: Berekeningsresultaten Pastoor Clercxstraat (in dB). Waar- Waar- Berekende neem- neemwaarde punt hoogte 5 1.5 36 5 4.5 37 5 7.5 38 6 1.5 34 6 4.5 35 6 7.5 36 7 1.5 31 7 4.5 31 7 7.5 33 8 1.5 21 8 4.5 21 8 7.5 25 9 1.5 32 9 4.5 31 9 7.5 31 10 1.5 34 10 4.5 34 10 7.5 35 11 1.5 36 11 4.5 37 11 7.5 38 12 1.5 40 12 4.5 41 12 7.5 42 13 1.5 31 13 4.5 32 13 7.5 35 14 1.5 26 14 4.5 26 14 7.5 29 15 1.5 26 15 4.5 28 15 7.5 35 16 1.5 37 16 4.5 38 16 7.5 41 17 1.5 40 17 4.5 40 17 7.5 41 18 1.5 25 18 4.5 25 18 7.5 26 19 1.5 34

Aftrek Toetsingsartikel waarde 110g Wgh Wgh 5 31 5 32 5 33 5 29 5 30 5 31 5 26 5 26 5 28 5 16 5 16 5 20 5 27 5 26 5 26 5 29 5 29 5 30 5 31 5 32 5 33 5 35 5 36 5 37 5 26 5 27 5 30 5 21 5 21 5 24 5 21 5 23 5 30 5 32 5 33 5 36 5 35 5 35 5 36 5 20 5 20 5 21 5 29

Bestemming

wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen

VoorkeursMaximale grenswaarde grenswaarde Wgh Wgh 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63

Rm190289aaA0.teey

12

Vervolgtabel 4.1: Berekeningsresultaten Pastoor Clercxstraat (in dB). Waar- Waar- Berekende neem- neemwaarde punt hoogte 19 4.5 34 19 7.5 35 20 1.5 39 20 4.5 38 20 7.5 38 21 1.5 30 21 4.5 29 21 7.5 29 22 1.5 20 22 4.5 22 22 7.5 28 23 1.5 27 23 4.5 27 23 7.5 30 24 1.5 27 24 4.5 27 24 7.5 28 25 1.5 22 25 4.5 23 25 7.5 24 26 1.5 28 26 4.5 27 26 7.5 28 27 1.5 28 27 4.5 28 27 7.5 29 28 1.5 20 28 4.5 21 28 7.5 22 29 1.5 17 29 4.5 19 29 7.5 26 30 1.5 18 30 4.5 16 30 7.5 18 31 1.5 33 31 4.5 32 31 7.5 32 32 1.5 29 32 4.5 29 32 7.5 29 33 1.5 12 33 4.5 10

Aftrek Toetsingsartikel waarde 110g Wgh Wgh 5 29 5 30 5 34 5 33 5 33 5 25 5 24 5 24 5 15 5 17 5 23 5 22 5 22 5 25 5 22 5 22 5 23 5 17 5 18 5 19 5 23 5 22 5 23 5 23 5 23 5 24 5 15 5 16 5 17 5 12 5 14 5 21 5 13 5 11 5 13 5 28 5 27 5 27 5 24 5 24 5 24 5 7 5 5

Bestemming

wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen

VoorkeursMaximale grenswaarde grenswaarde Wgh Wgh 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63

Rm190289aaA0.teey

13

Vervolgtabel 4.1: Berekeningsresultaten Pastoor Clercxstraat (in dB). Waar- Waar- Berekende neem- neemwaarde punt hoogte 33 7.5 10 34 1.5 36 34 4.5 35 34 7.5 35 35 1.5 38 35 4.5 37 35 7.5 37

4.1.2

Aftrek Toetsingsartikel waarde 110g Wgh Wgh 5 5 5 31 5 30 5 30 5 33 5 32 5 32

Bestemming

wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen

VoorkeursMaximale grenswaarde grenswaarde Wgh Wgh 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63

Leiserondweg Tabel 4.2: Berekeningsresultaten Leinserondweg (in dB). Waar- Waar- Berekende neem- neemwaarde punt hoogte 1 1.5 14 1 4.5 17 1 7.5 22 2 1.5 22 2 4.5 23 2 7.5 27 3 1.5 20 3 4.5 16 3 7.5 24 4 1.5 29 4 4.5 27 4 7.5 27 5 1.5 11 5 4.5 15 5 7.5 22 6 1.5 27 6 4.5 27 6 7.5 28 7 1.5 28 7 4.5 28 7 7.5 29 8 1.5 26 8 4.5 26 8 7.5 28 9 1.5 28 9 4.5 28 9 7.5 28 10 1.5 29 10 4.5 28

Aftrek Toetsingsartikel waarde 110g Wgh Wgh 5 9 5 12 5 17 5 17 5 18 5 22 5 15 5 11 5 19 5 24 5 22 5 22 5 6 5 10 5 17 5 22 5 22 5 23 5 23 5 23 5 24 5 21 5 21 5 23 5 23 5 23 5 23 5 24 5 23

Bestemming

wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen

VoorkeursMaximale grenswaarde grenswaarde Wgh Wgh 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63

Rm190289aaA0.teey

14

Vervolgtabel 4.2: Berekeningsresultaten Leinserondweg (in dB). Waar- Waar- Berekende neem- neemwaarde punt hoogte 10 7.5 27 11 1.5 26 11 4.5 26 11 7.5 27 12 1.5 6 12 4.5 8 12 7.5 12 13 1.5 13 13 4.5 17 13 7.5 23 14 1.5 13 14 4.5 17 14 7.5 24 15 1.5 21 15 4.5 22 15 7.5 24 16 1.5 14 16 4.5 17 16 7.5 20 17 1.5 11 17 4.5 14 17 7.5 21 18 1.5 12 18 4.5 16 18 7.5 23 19 1.5 13 19 4.5 17 19 7.5 22 20 1.5 25 20 4.5 25 20 7.5 25 21 1.5 21 21 4.5 22 21 7.5 27 22 1.5 19 22 4.5 20 22 7.5 25 23 1.5 24 23 4.5 24 23 7.5 26 24 1.5 32 24 4.5 31 24 7.5 31

Aftrek Toetsingsartikel waarde 110g Wgh Wgh 5 22 5 21 5 21 5 22 5 1 5 3 5 7 5 8 5 12 5 18 5 8 5 12 5 19 5 16 5 17 5 19 5 9 5 12 5 15 5 6 5 9 5 16 5 7 5 11 5 18 5 8 5 12 5 17 5 20 5 20 5 20 5 16 5 17 5 22 5 14 5 15 5 20 5 19 5 19 5 21 5 27 5 26 5 26

Bestemming

wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen

VoorkeursMaximale grenswaarde grenswaarde Wgh Wgh 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63

Rm190289aaA0.teey

15

Vervolgtabel 4.2: Berekeningsresultaten Leinserondweg (in dB). Waar- Waar- Berekende neem- neemwaarde punt hoogte 25 1.5 37 25 4.5 37 25 7.5 37 26 1.5 33 26 4.5 32 26 7.5 32 27 1.5 32 27 4.5 32 27 7.5 32 28 1.5 37 28 4.5 36 28 7.5 36 29 1.5 26 29 4.5 25 29 7.5 28 30 1.5 36 30 4.5 35 30 7.5 35 31 1.5 30 31 4.5 30 31 7.5 30 32 1.5 31 32 4.5 31 32 7.5 31 33 1.5 35 33 4.5 35 33 7.5 35 34 1.5 21 34 4.5 20 34 7.5 20 35 1.5 18 35 4.5 20 35 7.5 22

4.2

Aftrek Toetsingsartikel waarde 110g Wgh Wgh 5 32 5 32 5 32 5 28 5 27 5 27 5 27 5 27 5 27 5 32 5 31 5 31 5 21 5 20 5 23 5 31 5 30 5 30 5 25 5 25 5 25 5 26 5 26 5 26 5 30 5 30 5 30 5 16 5 15 5 15 5 13 5 15 5 17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=bbfd0b2c-0306-4df4-a140-c7a97fa23a2a