Bijlage T08. Verslag veldbezoek Looieind 14 Erp - 24-04-21 - Dassenwerkgroep Brabant
Tekst van het document
T.a.v.
De heer F. van de Wal Brabant Eco Ecologische dienstverlening Stichting Dassenwerkgroep Brabant Mees 82 5831 MP Boxmeer
Betreft: Verslag veldbezoek Looieind 14 Erp
Op 24 april 2021 heb ik samen met collega-vrijwilliger Reza Reffeltrath een bezoek gebracht aan het adres Looieind 14 te Erp. Aanwezig waren Peter van de Crommert (eigenaar) en Frenk van de Wal (Brabant Eco). Het betreft een voormalige speelboerderij annex evenementenlocatie. Gezamenlijk hebben we het terrein bekeken en geïnventariseerd op dassenactiviteit. Direct vielen de vele foerageersporen op vrijwel het hele terrein op. Met name de wroetsporen in het gras, waar dassen op zoek waren geweest naar emelten en engerlingen. Dit geeft aan dat het een vrij rustig gebied betreft, waar de dassen niet gehinderd worden door bijvoorbeeld de geuren van mensen en honden. Een aantal wroetsporen was nog vers, mogelijk van de voorgaande nacht. In de aarden wal aan de westzijde van het perceel troffen we enkele ondiepe (vlucht)pijpen aan, die gegraven waren door das. Zie bijlage 1 (1). Verderop in deze begroeide wal en de aangrenzende sloot aan de zuidzijde lagen veel prooiresten (onder meer van eend en konijn). Overduidelijk afkomstig van een moervos, die daar een nest jongen grootbracht (2). De circa 10 pijpen die door de vossenfamilie in gebruik waren leken oorspronkelijk dassenpijpen te zijn geweest. Ook aan de zuidzijde waar de wal dicht begroeid was en in de droge sloot aan de oostzijde waren diverse sporen van de jonge vosjes zichtbaar (3).
Evenals aan de waterkant van de vijver (4). Er liep een dassenwissel (5) over de wal naar een vers gegraven, ondiepe (vlucht)pijp (6). Langs de westzijde van het perceel lagen in een walletje enkele niet belopen dassenpijpen (7). Verderop waren duidelijk zichtbare wissels in het gras aanwezig (8) en enkele onderdoorgangen onder het gaas bij de erfgrens (9). In de noorwestelijke hoek van het terrein tussen wat braamstruweel bevonden zich 2 dassenpijpen, waarvan één redelijk door das belopen leek (10). Ook waren hier sleepsporen van das zichtbaar. In de ruigte nabij de burchtlocatie was een latrine met enkele niet recent gebruikte mestputjes (11). Onder het gaas aan de noordzijde troffen we nog een wissel met onderdoorgang aan (12). Na het veldbezoek werden door Frenk nog enkele video’s getoond, die de weken daarvoor waren gemaakt. Hieruit bleek dat de huidige burchtlocatie (10) zeer goed gebruikt en zeer waarschijnlijk ook nog steeds permanent bewoond werd. Op de video’s waren 2 verschillende dassen zichtbaar, waarvan het geslacht niet met zekerheid vastgesteld kon worden.
CONCLUSIE Op het terrein bevindt zich een klein dassenburchtje van 2 pijpen, dat zeer waarschijnlijk permanent bewoond wordt. Verder wordt het hele terrein vrij intensief door das gebruikt als foerageergebied. De huidige vossenbouw is van oorsprong ook een dassenburcht. De dassen zijn hier verjaagd door de moervos met jongen, die een puinhoop maken van de burcht (poepen, slepen met prooiresten en alle pijpen in- en uitlopen). De das heeft daar een hekel aan en heeft daarom deze burcht verlaten. Als de jonge vossen uitgelopen zijn (juli/augustus) zullen de dassen hier hoogstwaarschijnlijk weer terugkeren. Deze burcht biedt voordelen, zoals begroeiing (dekking) en rust. Aanbevelingen voor inrichting van het terrein: Dassen verplaatsen zich graag in de begroeiing. Daarom zouden wat extra houtwallen, singels en hagen een verbetering zijn. Deze bij voorkeur aanplanten met vruchtdragende struiken die op verschillende tijdstippen vrucht dragen. Zie bijlage 2 voor een lijst van geschikte soorten. Zeker in perioden van droogte zijn vruchten een welkome aanvulling op het menu. Vanwege de vele regenwormen is de beschikbaarheid van vochtig en voedselrijk grasland van groot belang. Het areaal grasland kan uitgebreid worden. Extensieve begrazing biedt voordelen, zoals bemesting en kort houden van het gras.
Een te groot aantal dieren kan ertoe leiden dat het gras vertrapt wordt en daardoor minder geschikt wordt als voedselbron voor de das. Verder kunnen fruitbomen worden aangeplant als boomgaard of solitair. Uiteraard is rust en het ontbreken van geuren van mensen en honden in het gebied essentieel voor de das. Er zijn diverse middelen voor advies en subsidie beschikbaar. Het Coördinatiepunt Landschapsbeheer van Brabants Landschap kan daar meer over vertellen. Ik stel voor om hiervoor contact op te nemen met de heer Ferdinand ter Schure, tel. 06 52318840 of email: fterschure@brabantslandschap.nl Ik hoop u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben.
Met vriendelijke groet,
W. Thijssen secretaris Dassenwerkgroep Brabant Met het oog op het milieu geven wij de voorkeur aan correspondentie via email. Stichting Dassenwerkgroep Brabant zet zich in voor de das in Brabant. Zij doet dit onder meer d.m.v. informatieverstrekking en voorlichting, het verzamelen en verspreiden van gegevens en het verrichten van veldwerk. Web
: www.dassenwerkgroepbrabant.nl
E-mail : info@dassenwerkgroepbrabant.nl
KvK
: 17190229
Bankrekening : NL 78 RABO 01218.82.934
Bijlage 1
Bijlage 2
Inheems plantmateriaal ten behoeve van (compensatie) leefgebied das Singel en houtwal: Lijsterbes Hazelaar Meidoorn
-
Sorbus aucuparia Corylus avellana Crataegus monogyna
Sleedoorn Hondsroos Beuk
-
Prunus spinosa Rosa canina Fagus Sylvatica
Mispel Inlandse vogelkers Vuilboom -
Mespilus germanica Prunus padus Rhamnus frangula
Gewone vlier
Sambucus nigra
-
Fruitbomen (hoogstam) Zoete kers Wilde appel Wilde peer
-
Prunus avium Malus sylvestris Pyrus pyraster
De fruitbomen kunnen ook als overstaander in een haag aangeplant worden NB: Van belang is dat struiken en bomen worden gebruik die opgekweekt zijn uit zaden van autochtone herkomst