CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage T07. 210507 Onderzoek dassen Looieind 14 Erp BE-0873

Raadsvergadering 29 juni 2023, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Buitengebied Veghel, herziening Looieind 14'6.095 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MELES MELES Onderzoek naar het voorkomen van dassen

LOCATIE: LOOIEIND 14 ERP RAPPORTNUMMER: 2021-BE-0873 In opdracht van: P. van de Crommert Looieind 14 5469 SR Erp

E Brabant Eco Ecologische dienstverlening

Onderzoek naar dassen; Looieind 14 Erp

Colofon Rapportage Brabant Eco Rapportnummer 2021-BE-0873

Opdrachtgever P. van de Crommert

Locatie Looieind 14 Erp

Opleverdatum 07 mei 2021

Uitvoerder

Brabant Eco Ecologische dienstverlening De Lange Kant 27 5061PX Oisterwijk 06-24218274

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking van dit rapport is niet toegestaan zonder vermelding van bron

Dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. Desondanks aanvaardt Brabant Eco geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek door toepassing van adviezen.

P a g i n a |1

Onderzoek naar dassen; Looieind 14 Erp

Inhoudsopgave

1.

2.

3.

4.

5.

6. 7.

Inleiding en onderzoek……………………………………………………….....3 Aanleiding Doelstelling Centrale vraagstelling criteria De das (Meles meles)..…………………………………………………………...4 Uiterlijk Verspreiding Verblijfplaatsen Territorium Voedselkeuze voortplanting Waarneming Wet natuurbescherming……………………………………………………..… .8 Beschermde planten en dieren EU Habitatrichtlijn Overig beschermde soorten Zorgplicht Plangebiedsbeschrijving… ………………………………..…….………10 Omschrijving plangebied Huidige situatie Beoogde situatie Onderzoek……………………..………………………………………..….……..13 Aantonen aanwezigheid of afwezigheid Functioneel leefgebied Omvang van de populatie Aanbevelingen…. ……………………………………………………….24 Lijst van bronnen …………………………………………………….…26 Bijlagen

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a |2

Onderzoek naar dassen; Looieind 14 Erp

1. INLEIDING EN ONDERZOEK 1.1 Aanleiding Opdrachtgever de heer P. van de Crommert heeft voorheen aan Looieind 14 te Erp in de gemeente Meijerijstad een recreatiebedrijf uitgebaat in de vorm van een speelboerderij met horecagelegenheid. Het voornemen is om het recreatiebedrijf te beëindigen en om de planlocatie om te vormen tot een woonlocatie met burgerwoningen. Bij deze werkzaamheden is opdrachtgever gebonden aan de Wet natuurbescherming. In het voorjaar van 2020 is door Archimil een flora en fauna onderzoek uitgevoerd naar beschermde natuurwaarden bij de te slopen boerderij. Rapportage 27 mei 2020 met rapportnummer 3559R001.(zie bijlage 1). Bij de quickscan die is uitgevoerd in en nabij de te slopen boerderij is geen beschermde flora en fauna waargenomen die een belemmering kan vormen voor de voorgenomen activiteit. Ook volgens Verspreidingsgegevnes van de NDFF komen binnen een straal van 1 kilometer binnen het plangebied geen dassen voor ( bijlage 2). Initiatiefnemer heeft twijfels over het voorkomen van dassen achter op het plangebied en heeft daarom Brabant Eco de opdracht gegeven om het voorkomen van dassen (Meles meles) aan te tonen dan wel uit te sluiten. Onderliggend rapport, 2021-BE-0873, geeft een overzicht van het onderzoek met resultaten en adviezen.

1.2 Doelstelling Het doel van dit verkennend onderzoek is om vast te stellen dan wel uit te sluiten of op de planlocatie Looieind 14 te Erp in de gemeente Meijerijstad verblijfplaatsen van dassen voorkomen. Er wordt een eerste inzicht verkregen in de verblijfplaatsen en te belopen wissels door dassen in en om het plangebied met mogelijke vervolgstappen die genomen kunnen worden met betrekking tot aanvullend onderzoek, nader effectonderzoek en nadere procedures. De resultaten van het onderzoek kan door initiatiefnemer in combinatie met andere informatie gebruikt worden bij het onder andere zorgvuldig handelen, de zorgplicht, het onderbouwen van maatregelen voor een ontheffingsaanvraag, het voorkomen van een overtreding, het behoud van de functionaliteit van vaste voortplantingsplaatsen en rustplaatsen en zo bijdragen aan het behoud van een goed staat van instandhouding van de Meles meles. Dit rapport geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van natuurwetgeving en -beleid en de mogelijke effecten als gevolg van het project en kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek.

1.3 Centrale vraagstelling Komen op de planlocatie Looieind 14 te Erp vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dassen voor? Hoe hiermee best om te gaan om de gunstige staat van instandhouding te waarborgen.

1.4 Criteria Op dit natuuronderzoek zijn de volgende criteria van toepassing: o Het onderzoek is uitgevoerd door deskundige ecologen volgens de definitie van de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (ecologisch deskundige/RVO.nl) o Het onderzoek is uitgevoerd door een onafhankelijk bureau. Brabant Eco en Frenk van de Wal verklaren hierbij geen enkel belang te hebben in de uitkomst van dit onderzoek. o De resultaten zijn zo objectief en betrouwbaar mogelijk verkregen. o Het onderzoek voldoet aan de interne proces- en kwaliteitseisen van Brabant Eco.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a |3

Onderzoek naar dassen; Looieind 14 Erp

2. DE DAS (Meles meles) 2.1

Uiterlijk

De das met als Latijnse naam Meles meles behoort tot de familie van de marterachtigen en is met een kopromp lengte van 65 centimeter een van de grootste voorkomende landroofdieren in Nederland. Het dier heeft een karakteristieke zwart/wit tekening op zijn kop. Het is een sterk, gedrongen gebouwd dier, met korte sterke poten. Het is een zogenaamde zoolganger met een karakteristiek hobbelgangetje. De das heeft aan de voorpoten vijf lange nagels, aan de achterpoten vijf korte. De poten, borst en onderbuik hebben kortere zwart/bruine haren, op de rug groeien stugge dekharen met daaronder een donzen ondervacht. In het veld is een mannetjesdas moeilijk te onderscheiden van een vrouwtje. Zijn kop is iets breder en zijn staart wat dunner. Het vrouwtje heeft een fraaie pluimstaart, waarmee ze haar jongen achter zich aanloodst. Een jonge das is te herkennen aan het formaat en het vaak speelse gedrag. Een jaarling is te herkennen aan de gave vacht en smetteloze witte banen bij de kop. In Nederland voorkomende dassen worden gemiddeld 5 jaar oud met een maximale leeftijd van 15 jaar. De meeste dassen sneuvelen in het verkeer.

2.2

Verspreiding

Dassen geven de voorkeur aan hoog en droog gelegen woonplaatsen. Ze houden van een kleinschalig weideof akkerlandschap bij bosranden of houtwallen, maar ook meer open terreinen, zoals heidevelden komen dassen voor. Het leefgebied moet voldoende dekking en voldoende voedselaanbod bieden met zo weinig mogelijk verstoring. Als gevolg van het op grote schaal jagen op dassen in de eerste helft van de vorige eeuw bestond de populatie dassen in 1960 slechts uit 1200 dieren. Langzaam is deze populatie zich aan het herstellen en wordt momenteel op 6.000 geschat.

Voorkomen van dassen in Nederland; 1900, 1980 en 2010.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a |4

Onderzoek naar dassen; Looieind 14 Erp De verspreiding van de das is altijd beperkt gebleven tot bepaalde gebieden. In laaggelegen gebieden komt de das niet voor. De meeste dassen komen voor in het zuiden en midden van het land, maar de dieren rukken op naar het noorden en oosten. De drie grootste populaties bevinden zich op de Veluwe, Zuid-Limburg en de Maasvallei. Deze populaties bevatten gezamenlijk zo’n 84% van alle dassen in Nederland. In onderstaande twee afbeeldingen wordt de verspreiding van de das op dit moment weergegeven. De eerste afbeelding geeft de verspreiding in Nederland weer terwijl de tweede afbeelding de verspreiding in de omgeving van het plangebied weergeeft volgens waarneming.nl. De ligging van het plangebied is met een rode cirkel aangegeven. In de directe omgeving van het plangebied zijn het laatste jaar geen waarnemingen doorgegeven.

Verspreidingsgegevnes van Meles meles

Waarnemingen van dassen laatste jaar volgens waarneming.nl . plangebied aangegeven met rode cirkel

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a |5

Onderzoek naar dassen; Looieind 14 Erp

2.3

Verblijfplaatsen

Normaal verblijven dassen gedurende de dag in een burcht.: een complex ondergronds holenstelsel. Voor het graven van een burcht wordt een hellend, met bomen begroeid terrein gekozen. Deze burchten worden vaak generaties na elkaar gebruikt en worden daardoor ook steeds complexer van structuur. Bij het graven wordt de aarde achterwaarts naar buiten en naar boven gebracht, waarbij een typische gekromde sleuf wordt gevormd. Vanaf een burchtsite vertrekken meerdere duidelijke wissels, die dan stilaan met de toenemende afstand vervagen. Een woongedeelte is bekleed met droog gras, mos, bladeren, dennennaalden en varenloof. In droge nachten wordt dit in de omgeving verzameld en achterwaarts de burcht ingetrokken. Dit wordt vaak vernieuwd. In de winter worden de pijpen soms van binnenuit gedicht met nestmateriaal. Ook de kraamkamer van de jongen is bekleed met plantenmateriaal. Er worden een viertal burchten onderscheiden naar gelang de structuur, het gebruik en de ligging: o De hoofdburcht, waar ook de jongen worden geboren, is het epicentrum van de lokale dassengroep. o Bijburchten bevinden zich op vrij korte afstand (100 meter) in de omgeving. Deze zijn niet permanent bezet en fungeren als reserve. o Een subsidairy bevind zich verderaf en wordt seizoenaal in gebruik genomen. (bv nabij een tijdelijke voedselbron).

o Vluchtpijpen of “outliers”, die doorgaans enkel in geval van verstoring worden benut. Burchten kunnen, met een doorsnede tot meer dan 100 meter, opvallens groot worden en weerspiegelen een investering van jaren en generaties. In sommige gebieden is het voorhanden zijn van goede burchtsites een beperkende factor in de populatiedynamiek. Een gevarieerd landschap, waarin kleinere en grotere bossen, weiden en akkers met bijhorende lineaire elementen elkaar afwisselen, vormt in principe een ideaal dassenbiotoop.

2.4

Territorium

Het territorium van de das varieert van zo'n dertig tot 400 hectare, afhankelijk van het aanbod aan voedsel. In een rijk agrarisch cultuurlandschap kunnen er wel 30 dassen leven op driehonderd hectare terwijl in andere gebieden slechts tien dieren op vijfduizend hectare leven. In Nederland is het territorium doorgaans tussen 30 en 50 ha groot. Een territorium bevat de burcht en voedselgronden van een familiegroep. Vaak overlappen de voedselgronden met die van nabijgelegen groepen

2.5

Voedselkeuze

Dassen zijn alleseters. Ze zijn slechte jagers en eten dat wat ze direct voor de neus tegenkomen. Door hun luidruchtige manier van foerageren ontsnapt vrijwel alles wat alert is. Ze eten daarom voornamelijk regenwormen die ze 's nachts in weilanden en open gebieden opsporen. Verder eten ze bosvruchten, gevallen fruit, noten, eikels, knollen, maïs, koren, paddenstoelen, knaagdieren, slakken, kevers en hommelen wespenbroed. In bermen, akkerranden en slootkanten wroet de das vaak naar kevers en insectenlarven. Een das eet 400-600 gram per dag en het duurt vaak uren voordat hij genoeg voedsel heeft gevonden.

2.6

Voortplanting

Dassen zijn niet monogaam, maar vaak blijft een paar de rest van hun leven bij elkaar. De paartijd van de das valt in de vroege lente, maar soms wordt er ook in andere maanden, met name in de zomer, gepaard. In februari-maart worden de jongen geboren. De werkelijke draagtijd bedraagt echter maar 7 weken, aangezien de implantatie van de bevruchte eicel niet meteen plaatsvindt. Een worp bestaat uit twee tot vier, maar meestal uit drie jongen. De ogen openen zich na ongeveer vijf weken en na twaalf weken worden de jongen gespeend. In de eerste 6 tot 8 weken van hun leven blijven de jongen ondergronds, daarna gaan ze voorzichtig de wereld boven verkennen. Als ze de burcht uitgaan komt de moeder eerst de omgeving met gesnuffel inspecteren. Dan gaat ze terug om haar jongen op te halen. In het begin blijven ze maar kort buiten en schieten ze bij het minste teken van onraad terug in de veilige burcht. Na een week worden ze wat moediger en beginnen hun omgeving te onderzoeken en ruwe en woeste spelletjes met elkaar te spelen. Later worden ze door de moeder meegenomen en leren zelf hun eten te zoeken. Sommige jonge dieren blijven in de familiegroep, maar andere maken vaak lange trektochten op zoek naar een nieuw territorium. Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a |6

Onderzoek naar dassen; Looieind 14 Erp

2.7

Waarneming

De das is goed waarneembaar door de vele sporen die hij achterlaat. Zowel zijn loopsporen, eetsporen, uitwerpselen en bewoningssporen, zijn vrij goed herkenbaar. Dassenburchten zijn te herkennen aan de grote hoeveelheden zand en ‘gemorst’ nestmateriaal, waardoor ze te onderscheiden zijn van vossenholen. Op deze stortbergen loopt vaak een geul en er zijn dassenharen en loopsporen op te vinden. Bij oudere burchten zijn vaak 20 tot 30 cm brede wissels tussen de holingangen en foerageergebieden of plekken met nestmateriaal te vinden. Ook zijn er vaak mestputjes in de buurt van de burcht. De vorm van een niet al te oud en uitgesleten dassenhol is iets breder dan hoog met een diameter van 25 tot 30 cm. Andere dieren zoals muizen, kleine marters en vossen, leven vaak bij de dassen in hun burcht. Loopsporen van de das zijn goed herkenbaar. Ze hebben de vorm van een halvemaan met 5 ovale tenen met zware nagelafdrukken van lange nagels aan de voorpoten tot wel 3 cm. Ze zijn 5 tot 6 cm breed met een niervormig middenvoetkussen. Dassen lopen, in tegenstelling tot alle andere marterachtigen, niet in de typische martersprong, maar met een schommelende stap of draf. De das gebruikt ook bomen in de omgeving van de burcht als krabboom en als speelboom. Een krabboom wordt gebruikt om de nagels aan te slijpen en dat doen ze ongeveer op dezelfde wijze als de kat.

Als er jongen zijn, is er vaak ook een speelboom bij de burcht te vinden. Deze is duidelijk te herkennen omdat de bosbodem rondom deze boom is. Uitwerpselen van de das zijn zwart, donkergroen, vast en worstvormig tot bruin, geel en dikvloeibaar en vormloos. Dit is afhankelijk van het gegeten voedsel. De das graaft kleine, 10 tot 15 cm diepe, putjes om zijn uitwerpselen in te deponeren. Deze mestputjes maakt de das in de omgeving van de burcht, aan de bosrand, in het foerageergebied en langs territoriumgrenzen. Vraatsporen van de das kun je aantreffen op maïskolven. Ze knakken de stengels, waardoor ze bij de maïskolven kunnen en trekken de schutbladen er in smalle rafels vanaf. De das laat ook graafsporen achter, wanneer hij op zoek is naar voedsel en keert daarbij koeienvlaaien en graspollen om. Dit is echter van kleinere omvang dan bij everzwijnen. Dassen graven ook wespen- of bijennesten uit, waarbij de restanten in de buurt van het nest te vinden zijn en de uitgraving precies de vorm heeft van de snuit van de das. Dassen krabben ook wel eens de bodem aan de voet van dode bomen uit wanneer ze op zoek zijn naar insecten. Geluid. De das is een stil dier, toch kan hij veel verschillende geluiden maken. In opwinding maakt de das mekkerende, tokkende, snuivende en grommende geluiden. Bij de jongen maakt de das piepende en kirrende geluiden.

Bij bedreiging is een diep, zwaar gebrom te horen en bij angst, gevechten en hevige pijn schreeuwt hij hard.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a |7

Onderzoek naar dassen; Looieind 14 Erp

3. Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming is de Nederlandse wet die de bescherming van natuurgebieden en soorten regelt. Met deze wet worden de Europese natuurbeschermingsrichtlijnen (de vogel- en habitatrichtlijn) zo helder mogelijk geïmplementeerd. Bovendien sluit het instrumentarium van de Wet natuurbescherming aan op het huidige omgevingsrecht en de toekomstige Omgevingswet. Het eerste aanspreekpunt voor de aanvraag van een omgevingsvergunning is de gemeente. De bevoegdheden om te toetsen aan de Wet natuurbescherming is bij de provincie gelegd. Het uitgangspunt van de wet is dat er geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit nadrukkelijk is toegestaan.

Soortenbescherming De Wet natuurbescherming beschermt de in Nederland voorkomende wilde planten- en diersoorten via een zogenaamde zorgplicht. Voor deze beschermde soorten is het uitgangspunt dat activiteiten moeten worden voorkomen die deze beschermde soorten aantasten. Wanneer dit niet mogelijk is, dan is het uitvoeren van een dergelijke activiteit alleen toegestaan met een ontheffing van de provincie.

3.1 Beschermde planten en dieren De Wet natuurbescherming kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: o Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. o Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. o Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode.

Bij het besluit of een afwijking van het verbod kan worden toegestaan, wordt evenwel niet naar de gevolgen van deze afwijking voor het individuele plant of dier gekeken, maar naar de gevolgen voor de instandhouding van de betrokken soort. Wel zal rekening gehouden moeten worden met de zorgplicht en het dierenwelzijn.

3.2 EU-Habitatrichtlijn Het doel van de Habitatrichtlijn is het waarborgen van de biologische diversiteit in de Europese Unie door de natuurlijke habitat en wilde dier- en plantensoorten die van Europees belang zijn in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen. Dit zijn soorten die genoemd zijn in bijlage IV van de Habitatrichtlijn, bijlage II van het Verdrag van Bern en bijlage I van het Verdrag van Bonn, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt. Op deze soorten is het beschermingsregime van paragraaf 3.2 van de Wet natuurbescherming van toepassing. De EU-Habitatrichtlijn is in 1992 van kracht geworden.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a |8

Onderzoek naar dassen; Looieind 14 Erp

3.3 Overig beschermde soorten Dit zijn soorten genoemd in bijlage A van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. Het betreft een limitatieve lijst. De beschermde status van soorten kan per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden. Voor soorten die niet in de bijlagen van de Wet natuurbescherming worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wet natuurbescherming) als vangnet. Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te voorkomen.

Tabel: Beschermingsregime van de Wet natuurbescherming

3.4 Zorgplicht Voor alle in het wild levende planten en dieren, ook niet wettelijk beschermde soorten, kent de Wet natuurbescherming een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor het in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun leefomgeving. Dit betekend dat handelingen (of het nalaten hiervan) waarvan men weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat ze nadelig zijn voor planten en/of dieren, niet mogen worden uitgevoerd.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a |9

Onderzoek naar dassen; Looieind 14 Erp

4. PLANGEBIEDSBESCHRIJVING 4.1 Omschrijving plangebied De planlocatie is gelegen aan Looieind 14 te Erp in de gemeente Meijerijstad. Het plangebied bestaat uit de boerderij met daarachter de speelboerderij met vooral de daarachter gelegen speelweide met vijver. Looieind is een zijstraat van de Morschehoef welke een verbindingsweg is tussen Erp en Uden. De directe omgeving van het plangebied bestaat uit agrarische percelen, intensieve veehouderijen met bouw- en weilanden en burgerwoningen Ten zuidwesten ligt de kern Erp, op een afstand van circa 600 meter is de bebouwde kom. De ligging van het plangebied in de wijdere omgeving is weergegeven in onderstaande afbeelding. De globale grenzen van het plangebied in de daaropvolgende afbeelding. Uden

Veghel

Boekel Erp

Satellietfoto omgeving plangebied, planlocatie is oranje omcirkeld. Bron: Google maps.

Het plangebied bestaat uit een vijver met strand waaromheen een houtwal gelegen is en daarvoor een verwilderde speelweide met vooral enkele knotwilgen. De houtwal is beplant met vooral (knot) wilgen en daarnaast beuken en eiken. Links achter de vijver richting de kippenschuur van de buren bevind zich laurier. Laurier is ook geplaatst op de scheiding rechts van de weide tussen het plangebied en de buren. Het onderzochte gedeelte is in onderstaande afbeelding met oranje aangegeven. Het totale plangebied is geel gestreept en de gebouwen zijn in rood aangegeven. Naar en rond de bebouwing is een erfverharding aangelegd met betonklinkers. Midden in het plangebied ligt een verlaten geasfalteerde baan voor trapskelters.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a | 10

Onderzoek naar dassen; Looieind 14 Erp

1 2 3

globaal omlijnd de totale planlocatie in geel gestreept, het te onderzoeken gebied in oranje en de gebouwen in rood. Bron: Casper Kalb projectaandrijving.

4.2 Huidige situatie In de huidige situatie zijn drie gebouwen aanwezig op het terrein: 1. Een oude boerderij direct aan de voorzijde van de weg. Deze boerderij is in vervallen staat en heeft nu de functie van bedrijfswoning (ca. 350 m2 ) 2. De recreatieve speelboerderij. Het betreft een groot pand in boerderijstijl, dat is voorzien van een bar en keuken en een grote open binnenruimte met vide, bestemd voor de recreatieve activiteiten voor te ontvangen groepen (ca. 485 m2 ) 3. Een bijgebouw, dat onder andere wordt gebruikt ten behoeve van opslag (ca. 275 m2 ). Om de gebouwen is ongeveer 1.500 m2 verharding aanwezig. Voor het overige zijn op het terrein nog een skelterbaan en springkussens aanwezig. In de oostelijke hoek van de planlocatie ligt een vijver. In de schuur (gebouw 3 ) zijn sporen van een kerkuil gevonden in de vorm van braakballen en mestsporen. Deze kerkuil heeft een rustplaats in de schuur.

4.3 Beoogde situatie In de nieuwe situatie zullen alle recreatieve voorzieningen worden verwijderd. De recreatieve speelboerderij zal worden omgezet in een burgerwoning. Deze is te bereiken via dezelfde ontsluiting als in de huidige situatie. De huidige woonboerderij zal worden gesloopt en herbouwd als twee wooneenheden. Deze wordt evenwijdig aan het Looieind gebouwd, met een inrit aan de noordzijde, vanaf het Looieind (zoals bestaand). Dit is hieronder op tekening weergegeven. Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a | 11

Onderzoek naar dassen; Looieind 14 Erp

situatieschets beoogde situatie. Bron: Casper Kalb projectaandrijving

Overzicht van bebouwing: van links naar rechts woonboerderij, speelboerderij en schuur.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a | 12

Onderzoek naar dassen; Looieind 14 Erp

5. ONDERZOEK Brabant Eco heeft de opdracht gekregen om onderzoek te doen naar dassen aan Looieind 14 te Erp in de gemeente Meijerijstad. Basis in deze is het voorkomen aan te tonen dan wel uit te sluiten. Daarnaast zal gedurende het onderzoek ook bepaald worden de omvang van de populatie, de rust- verblijfplaatsen en de rol van de populatie in de omgeving.

4.1 Het aantonen van aanwezigheid of van afwezigheid Ten eerste is onderzocht of er en waar zich dassen in het plangebied voorkomen. Na de verspreiding te hebben onderzocht ( zie paragraaf 2.2) heeft op 25 maart 2021 in de voormiddag ecoloog Frenk van de Wal de planlocatie bezocht. De weersomstandigheden waren half bewolkt met een zuidwesten wind windkracht 2 en met een temperatuur van 10 graden Celsius. Tijdens het onderzoek blijkt dat het redelijkerwijs aannemelijk is dat er dassen voorkomen in het plangebied. Dit bleek onder andere uit de vraatsporen op het grasland van het gebied:

Vraatsporen

Vraatsporen

Vraatsporen

Vraatsporen

Daarnaast zijn er wissels aangetroffen in het rechterachterstuk van de weide en achter langs de houtwal. De afrastering naar het erachter gelegen maisveld is op 4 plaatsen ondergraven.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a | 13

Onderzoek naar dassen; Looieind 14 Erp

Wisselspoor

Wisselspoor

Wisselspoor

Wisselspoor

In de houtwal rondom de vijver zijn een 25-tal holen aangetroffen waarvan enkele vrij kleine voor een das. Rechtsachter in de hoek, nabij de wissels en in het midden van de ruige weide bevinden zich holen van waarschijnlijk dassen zoals op de zandwal in het midden van het plangebied.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a | 14

Onderzoek naar dassen; Looieind 14 Erp

Rond de uitgang van het hol in het midden van de ruige weide is een pootafdruk van een das aangetroffen en nabij het hol rechtsachter een mestputje met poep.

Pootafdruk van das

Uitwerpselen in put

Stichting Das & Boom registreert, in samenwerking met de dassenwerkgroep Noord-Brabant, dassenburchten en verkeersslachtoffers onder dassen. De aangereden das kan duiden op de aanwezigheid van een dassenburcht.

4.2 Functioneel leefgebied Om het gebruik van de waarschijnlijk aanwezig zijnde burcht in beeld te brengen waar zich de locaties van vaste voortplantingsplaatsen, rustplaatsen, foerageergebieden en migratieroutes bevinden zijn er gedurende de tijdsperiode van 25 maart tot 7 mei 2021wildcamera’s gehangen op plaatsen met habitatkenmerken waarvan de das afhankelijk is. De camera’s zijn voorzien van een sensor die reageert op de combinatie van warmte en beweging. Als er een warmbloedig dier (bijvoorbeeld een zoogdier of vogel) voor de camera beweegt, begint deze met opnemen. Overdag zijn de beelden in kleur, en ’s-nachts of bij te weinig licht schakelt de camera automatisch over naar een infrarood beeld. De camera maakt hierbij geen geluid en er zijn geen lampjes te zien waardoor een dier kan schrikken. De dieren blijven dus doorgaan met hun activiteit en wanen zich vaak onbespied In onderstaande afbeelding is het plangebied aangegeven met daarop de gevonden holen, wissels en doorgangen

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a | 15

Onderzoek naar dassen; Looieind 14 Erp

Met blauwe stippen zijn de holen welke zich in de houtwallen bevinden aangegeven. De duidelijk door een das uitgegraven grotere zijn met een grotere stip aangegeven. Doorgangen onder het hekwerk door met een blauw balkje. De wissels zijn aangegeven met een blauwe lijn. In het midden van het plangebied is een grasveld waarin veel vraatsporen gevonden zijn in de vorm van omgewoelde grond als gevolg van het zoeken naar regenwormen door dassen. In de volgende afbeelding zijn de posities van de camera’s aangegeven in rood genummerd.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a | 16

Onderzoek naar dassen; Looieind 14 Erp

1 2

5

4 1

7 1

3 1

8

6

De camera’s hadden de volgende opstellingen. Gedurende de gehele onderzoek tijd is gebruik gemaakt van 2 camera’s. Van 28 maart tot en met 9 april zijn er daarnaast 2 extra camera’s geplaatst. De camera’s zijn telkens op die locaties geplaatst waar de meeste informatie te behalen zou zijn met betrekking tot het onderzoek. Cameraplaats 1 : de doorgang onder het hek door boven de wissel van 28 maart tot 3 april. Cameraplaats 2 : de uitgang van het hol “rechtsachter” van 28 maart tot 9 april en 14 tot en met 7 mei. Cameraplaats 3 : het “witte hol in het midden” van 9 april tot 24 april Cameraplaats 4 : de wissel richting het noorden, van 28 maart tot 2 april. Cameraplaats 5 : het hol “achter de losse wal” van 25 tot en met 28 maart. Cameraplaats 6 : het hol “achter de vijver” van 25 tot en met 28 maart. Cameraplaats 7 : richting de vijver, van 28 maart tot en met later dan 14 april. Cameraplaats 8 : richting het grasveld van 25 maart tot en met 9 april.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a | 17

Onderzoek naar dassen; Looieind 14 Erp

In onderstaande tabel staat per cameraplaats aangegeven hoeveel opnames van welke soort opgenomen zijn.

Das

C1

C2

C3

C4

10

46

2

3

3

7

Konijn Haas

2

Muis

C5 3

C6 6

20

36

7

4

17

5

13

1 16

2

2

2 6

Eend Merel

C8

1

Vos Egel

C7

2 2

Houtduif Holenduif

1 8

2

46

36

22

Ekster

2

1

Roodborst

5

28

13

18

1

Kraai

2

Kauw

1

Koolmees

2

Zwartkop

1

Spreeuw

1

Groene specht Fazant

3 3

1

Lijster

2

34

Huiskat

1

4

Mens

3

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

1

7

12 1

4

3

6

6

2

3

P a g i n a | 18

Onderzoek naar dassen; Looieind 14 Erp In totaal zijn er zes verschillende soorten zoogdieren en veertien vogelsoorten waargenomen gedurende het onderzoek., naast de huiskat, vlinder en de mens. Daarnaast is tijdens de diverse bezoeken aan de locatie de groene specht vaak waargenomen op de bomen nabij de speelboerderij. Onder deze waarnemingen zijn 72 opnames van de das. Omdat het, na het vinden van sporen, zeer aannemelijk zou zijn dat er een moervos achter in de zuidelijke wal holen bezette met jongen is van 24 april tot en met 7 mei hier een wildcamera geplaatst en zijn er diverse opnames van deze vossenfamilie gemaakt.

Cameraplaats 4 met zicht op wissel

Houtduif

kraai

Ekster

fazant

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a | 19

Onderzoek naar dassen; Looieind 14 Erp

Groene specht

nestelplaats

Vos

vos

Das

konijn

Das

Das

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

fazant

P a g i n a | 20

Onderzoek naar dassen; Looieind 14 Erp

Das

Das

Das

Das

Das

Das

Das

Das

Das

Das

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a | 21

Onderzoek naar dassen; Looieind 14 Erp

4.3 Omvang van de populatie Volgens de opgenomen beelden hebben we meerdere opnames van twee verschillende dieren. Uit nadere analyse van de beelden kwam duidelijk dat we te maken hebben met een beer en een zeug. Deze maken tijdens de onderzoekperiode vooral gebruik van het hol “rechtsachter” met nummer 2. Waarschijnlijk maken deze twee dassen onderdeel uit van een grotere populatie in de omgeving omdat een lokale populatie vaak uit meerdere dassenfamilies bestaat. Navraag bij de werkgroep dassen Noord-Brabant leert ons dat de dichtstbijzijnde burcht zich op enkele kilometers afstand richting het noorden in de Goorse bossen bevindt. Ten westen van het plangebied, op 10 meter afstand stroomt een loop. Een das kan aardig zwemmen maar als het niet moet wil hij het liever overslaan. Zodat genoemde loop een natuurlijke barrière lijkt te zijn. Navraag bij de dassenwerkgroep Brabant en de stichting das & boom leert ons dat er in de directe omgeving van het plangebied geen burchten van dassen bekend zijn. De dichtstbijzijnde burcht ligt in de Goorse bossen op ongeveer 2 kilometer richting het noorden. Andere burchten liggen in Het Hurkske op 3 kilometer zuidelijker van Erp en bij het Gerecht op 7 kilometer afstand ten zuidwesten van Erp en westelijk van de Zuid Willemsvaart.

De stichting das & boom en in samenwerking met de dassenwerkgroep Brabant kunnen we gebruik maken van inzicht in de populatieontwikkeling in de streek van tot 10 a 15 jaar ecologische relevante gegevens uit de bestanden van de Stichting Das & Boom. In overleg met genoemde stichting en vrijwilligersgroep zal de burcht van het plangebied aan deze gegevens worden toegevoegd.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a | 22

Onderzoek naar dassen; Looieind 14 Erp In onderstaande afbeelding is de locatie van de hoofdburcht van de dassen aangegeven met een gele ster en bijburchten of vluchtpijpen met een kleinere oranje ster. De twee zuidelijkste holen waren aan het einde van de onderzoeksperiode in gebruik door een vos met jongen, waardoor de dassen zich vooral ten noorden van de vijver ophielden.

Locaties van burchten en vluchtpijpen met sterren aangegeven. Op zaterdag 24 april is er samen met Willy Thijssen van de dassen werkgroep Brabant en Reza Reffeltrath van de stichting Das & Boom een veldbezoek gebracht aan de planlocatie. De doelstelling van dit bezoek was drieledig: 1. Delen van kennis wederzijds. 2. Krijgen van inzicht in de regionale populatie. 3. Advies over het behoud van de burcht naar de toekomst De heer Thijssen heeft hierover een verslag gemaakt met adviezen en aanbevelingen voor het behoud van de burcht. (zie bijlage 3).

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a | 23

Onderzoek naar dassen; Looieind 14 Erp

6. AANBEVELINGEN Initiatiefnemer wenst de dassen met verblijfplaatsen op zijn perceel te behouden. Er worden geen ontwikkelingen uitgevoerd op de planlocatie waardoor er geen overtreding van de Wet natuurbescherming optreedt. Er is daarom geen ontheffing van het bevoegd gezag noodzakelijk. Het plangebied kan door de wijze van beheer (meer) geschikt gemaakt worden voor de das. Onder andere door het verbeteren en blijven verbeteren van de habitat waarin de das zich veilig voelt en voldoende voedsel kan vinden. Ten eerste is het voor dassen erg belangrijk dat deze zich beschermd voelen in hun rustplaatsen. Daarom is het aan te bevelen om het westelijke deel van het plangebied als rustgebied te maken. Dat wil zeggen dat dit deel van het gebied zo weinig mogelijk betreden dient te worden. Te denken valt aan een afgezet deel van de locatie waar zich een rust- en stiltegebied voor de das bevind. Aan te bevelen is om bij het Brabants landschap hier formeel gestalte aan te laten geven. Ten tweede heeft de das graag een foerageergebied in de directe omgeving. Het leefgebied van de das is erg afhankelijk van het voedselaanbod. Daarom zouden in het rustgebied enkele fruitbomen kunnen worden aangeplant met daarnaast bes- en vruchtdragende struiken.

In deze fruit- bes- en vruchtdragende bomen en struiken dient voldoende variatie te zitten om zodoende het hele jaar rond voedselvoorziening te hebben. Bij de landschappelijke inpassing met groenstructuren worden bij voorkeur inheems (streekeigen) groen aangeplant. Groei en bloei van deze planten en de momenten waarop rupsen, bijen of vogels sterk van hun blad, nectar en struifmeel afhankelijk zijn, zijn op elkaar afgestemd. Een belangrijk verschil met uitheemse soorten die vaak eerder en te vroeg uitlopen/bloeien. De voorkeur gaat uit naar en bes- en nootdragende struiken zoals sporkehout (vuilboom), Gelderse roos, wilde kardinaalsmuts, lijsterbes, hondsroos, sleedoorn en hazelaar. Deze ten gunste van foerageerfuncties voor dassen, maar ook kleine knaagdieren, vogels, insecten en insecteneters zoals vleermuizen zullen hiervan profiteren. Huismussen zullen schuilgelegenheid vinden in stekelige struiken zoals bijv. (groenblijvende) hulst of meidoorn. Lindebomen trekken tijdens hun relatief lange bloeitijd grote aantallen insecten aan, en dus ook eerdergenoemde insecteneters. Om de biodiversiteit van het begin van de kringloop te verhogen is het aanleggen van een bloemenweide en het plaatsen van een insectenhotel aan te bevelen.

Hiervoor kan een deel ingezaaid worden met een meerjarig grasmengsel met algemene overblijvende soorten, zoals margriet, rode klaver, kleine pimpernel, wilde peen, duizendblad en gewoon knoopkruid. Soorten die van nature ook in bermen voorkomen. Er kunnen bomen en struiken geplant gaan worden, zoals zwarte els, linden, zomereik, zoete kers, sleedoorn en wilgen. En veldesdoorn, lijsterbes, vuilboom en wilde appel. Ook het plaatsen van een vlechthaag als afscheiding kan bijdragen aan deze biodiversiteit. Deze vlechthaag bestaat uit bes/ en nootdragende struiken: meidoorn, sleedoorn, hazelaar, wilde kardinaalsmuts, Gelderse roos, hondsroos, egelantier, wilde kamperfoelie en wegedoorn. Het overige deel van het plangebied kan ingezaaid worden als grasland. Door dit grasland goed te bemesten zullen er veel regenwormen voorkomen wat als voornaam voedsel voor dassen aangemerkt wordt. Het bemesten kan door begrazing maar ook door effectieve bemesting. Ook is het van belang om het grasland regelmatig te beregenen. Ten derde heeft een das graag bescherming en beschutting. Dit zal door het juist aanleggen van een variatie in beplanting ontstaan. Het effect op de gunstige staat van intandhouding van de das is redelijk optimaal door het geschikte en verbeterde leefgebied.

Om de dassen te sturen in hun leefgebied zou er aan de achterzijde van direct ten noorden van het plangebied gelegen woningen een dassenafrastering geplaatst kunnen worden. Deze afrastering zou dan 30 centimeter onder maaiveld verticaal in de grond moeten zitten met een bocht van 90 graden weer 30 centimeter terug. Voor dassen is dit afdoende als afscherming van een grens. De woning op het plangebied zou ook door zo een gebied beschermd kunnen worden terwijl de aanwezige schuur al een goede afbakening van het dassen rustgebied is.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a | 24

Onderzoek naar dassen; Looieind 14 Erp

Er bevind zich een duurzaam levensvatbare populatie dassen op het plangebied die zich op langere termijn zal kunnen handhaven mits deze zich veilig blijft voelen en voldoende voedsel kan vinden. De dassenpopulatie mag zeker niet afgeschermd worden van andere populaties in de omgeving. In afbeelding is het totale perceel van Looieind 14 globaal aangegeven in oranje, de verblijfplaatsen van dassen met oranje sterren en het af te sluiten “rustgebied” in groen.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a | 25

Onderzoek naar dassen; Looieind 14 Erp

7. lijst van bronnen www.wetnatuurbescherming.nl www.das en boom.nl www.dassenwerkgroepbrabant.nl www.bij12.nl www.NDFF.nl www.verspreidingsatlas.nl www.rijksoverheid.nl www.wikipedia.nl www.meijerijstad.nl

o o o

Als bijlage 1 is toegevoegd de rapportage quickscan Archimil d.d. 27 mei 2020 Als bijlage 2 is toegevoegd de verspreidingsgegevens NDFF Als bijlage 3 is toegevoegd het bezoekverslag van de dassenwerkgroep

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

P a g i n a | 26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=1c14f162-82e3-4e4f-b1fc-e6913c8f914b