CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage T06. Onderzoek veehouderijen en milieuzonering

Raadsvergadering 29 juni 2023, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Buitengebied Veghel, herziening Looieind 14'19.904 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Onderzoek veehouderijen en milieuzonering Looieind 14, Erp

LS Plan & Advies Adres

:

Berktweg 3 5076 PA Haaren

KvK-nr. Tel. E-mail

: : :

67701051 06 31 58 00 26 linda@lsplanadvies.nl

Onderzoek veehouderijen en milieuzonering Looieind 14, Erp

Projectgegevens Project Projectlocatie

: :

Onderzoek veehouderijen en milieuzonering Looieind 14, 5469 SR Erp

Opgesteld door Projectnr. Datum

: : :

ing. L.M.M. Soetens 2010-1 27 mei 2020

2

Onderzoek veehouderijen en milieuzonering Looieind 14, Erp

INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING....................................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding en doel ...................................................................................................................... 4 1.2 Ontwikkeling Looieind 14, Erp .................................................................................................... 4 1.3 Leeswijzer ................................................................................................................................... 7 2. TOELICHTING BEOORDELINGSKADER ..................................................................................... 8 2.1 Bedrijven en milieuzonering algemeen ....................................................................................... 8 2.2 Wet geurhinder en veehouderij en normstelling ......................................................................... 9 2.2.1 Verordening geurhinder en veehouderij – gemeente Meierijstad ..................................... 10 2.2.2 Berekening voorgrondbelasting geur veehouderijen ........................................................ 10 2.2.3 Beoordeling omgekeerde werking geur veehouderijen .................................................... 11 2.3 Achtergrondbelasting geur veehouderijen en beoordeling woon- en leefklimaat.....................

11 2.3.1 Geurgebiedsvisie – gemeente Meierijstad ........................................................................ 12 2.3.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant ................................................................. 13 2.3.3 Berekening achtergrondbelasting geur ............................................................................. 13 3. TOETSING LOOIEIND 14, ERP ................................................................................................... 14 3.1 Omgevingstype en ligging plangebied i.r.t. omgeving .............................................................. 14 3.2 Beoordeling milieubelastende activiteiten in omgeving ............................................................ 16 3.2.1 Looieind 20, Erp ................................................................................................................ 16 3.3 Achtergrondbelasting geur........................................................................................................ 18 3.4 Beoordeling en afweging woon- en leefklimaat geur ................................................................ 19 4. SAMENVATTING EN CONCLUSIE .............................................................................................

20 BIJLAGEN............................................................................................................................................. 22

3

Onderzoek veehouderijen en milieuzonering Looieind 14, Erp

1. INLEIDING 1.1

Aanleiding en doel

Aan de Looieind 14 te Erp, gemeente Meierijstad, is in de huidige situatie een recreatief bedrijf gevestigd. Hierbij is o.a. een bedrijfswoning en een bedrijfsgebouw (recreatieboerderij voor dagrecreatieve activiteiten) aanwezig. Doelstelling van initiatiefnemer is om het recreatief bedrijf te beëindigen. De bestaande bedrijfswoning wordt hierbij gesloopt en gewijzigd gesitueerd herbouwd. De woning zal daarbij in de toekomstige situatie fungeren als burgerwoning (‘Woning 1’). Het bestaande bedrijfsgebouw wordt behouden en inpandig van functie gewijzigd, eveneens tot een burgerwoning (‘Woning 2’). Om de beoogde situatie mogelijk te maken dient een ruimtelijke procedure te worden doorlopen. De locatie is gelegen in het buitengebied van Erp. In dit buitengebied zijn diverse veehouderijen aanwezig. Bij elke ruimtelijke procedure dient ‘een goede ruimtelijke ordening’ in acht te worden genomen. Een goede ruimtelijke ordening voorziet onder andere in het voorkomen van hinder door milieubelastende activiteiten. Tevens dient voorkomen te worden dat de vestiging van een nieuwe functie negatieve gevolgen heeft voor bestaande functies en bedrijvigheid. Aangezien de bestemmingswijziging van de twee woningen (gevoelige functies) plaatsvindt in de invloedssfeer van een aantal omliggende veehouderijen, dient het aspect veehouderijen en milieuzonering onderzocht te worden.

LS Plan & Advies is verzocht om de mogelijkheden te onderzoeken inzake de beoogde bestemmingsherziening van de twee woningen aan Looieind 14 te Erp. Hierbij worden twee onderzoeksvragen behandeld, namelijk: • Zorgt de beoogde situatie aan Looieind 14 te Erp voor onevenredige beperkingen voor de belangen en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende veehouderijen? • Is ter plaatse van de gevoelige functies op Looieind 14 te Erp sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, bezien vanuit het aspect veehouderijen en milieuzonering? In onderhavige rapportage worden deze onderzoeksvragen onderzocht en beantwoord.

1.2

Ontwikkeling Looieind 14, Erp

De projectlocatie is geadresseerd Looieind 14, 5469 SR te Erp. De gronden van de projectlocatie zijn kadastraal bekend als gemeente Erp, sectie R, perceelnummer 142. In de huidige situatie is ter plaatse een recreatiebedrijf gevestigd. In het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied’, als vastgesteld door de voormalige gemeente Veghel, is ter plaatse een bestemmingsvlak met de enkelbestemming ‘Recreatie’ en de functieaanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – 2’ toegekend. Blijkens de regels is hierdoor de uitoefening van een recreatief bedrijf toegestaan, in deze een speelpark, camping en dagrecreatieve activiteiten. Ook is hierbij een bedrijfswoning toegestaan. Onderwerp van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling zijn een tweetal aanwezige gebouwen. Het betreft de huidige bedrijfswoning en een bestaand bedrijfsgebouw. De huidige en beoogde situatie zijn illustrerend weergegeven op Afbeelding 1 en Afbeelding 2. Aan de voorzijde van de locatie, haaks op de weg Looieind, is de bestaande bedrijfswoning aanwezig. Deze woning wordt gesloopt en gewijzigd gesitueerd herbouwd. De nieuwe situering van de woning is op Afbeelding 1 inzichtelijk gemaakt. Deze woning wordt in de beoogde situatie gebruikt als burgerwoning. In onderhavige rapportage zal deze woning worden aangeduid als ‘Woning 1’. Ten zuidwesten van de bestaande bedrijfswoning is een bedrijfsgebouw aanwezig.

Dit gebouw wordt als recreatieboerderij gebruikt voor dagrecreatieve activiteiten. Gelet op aard, gebruik en bestemming betreft dit reeds een (geur)gevoelige functie. Het gebouw wordt namelijk gebruikt voor menselijk (dag)verblijf in het kader van de recreatieve activiteiten. Hiertoe zijn bovendien inpandig de diverse werknemers ter plaatse aanwezig. Dit bestaande bedrijfsgebouw wordt behouden en inpandig van

4

Onderzoek veehouderijen en milieuzonering Looieind 14, Erp

functie gewijzigd, tot een nieuwe burgerwoning. In onderhavige rapportage zal deze woning worden aangeduid als ‘Woning 2’. Ter plaatse van Looieind 14 te Erp is in het verleden ook een veehouderij (varkens- en schapenhouderij) actief geweest. Per 5 januari 2010 is de omgevingsvergunning, activiteit milieu, voor het gehele veebestand ingetrokken. De veehouderij is op dat moment dus volledig beëindigd. Na beëindiging van de veehouderij is het recreatiebedrijf opgericht. Dit volgt tevens uit de bijgevoegde luchtfoto in Afbeelding 3. Het aanwezige bedrijfsgebouw voor het recreatiebedrijf is in 2010 gebouwd, dus na beëindiging van de veehouderij. Dit bedrijfsgebouw heeft dus geen onderdeel uitgemaakt van de veehouderij. Dit gebouw betreft dus in de huidige situatie reeds een geurgevoelig object, waarop omliggende veehouderijen volledig dienen te toetsen aan de normstelling. Voor dit gebouw (‘Woning 2’) geldt dat dit zowel in de huidige, als in de beoogde situatie (ongewijzigd) een geurgevoelig object betreft. De bestaande bedrijfswoning heeft wel onderdeel uitgemaakt van de voormalig aanwezige veehouderij (na 19 maart 2000 opgehouden onderdeel uit te maken van deze veehouderij). Dat deze woning onderdeel heeft uitgemaakt van de aanwezige veehouderij is bepalend voor de toetsing aan o.a. de geurwetgeving (toetsing aan vaste afstanden, in plaats van geurnormering).

Deze woning zal echter volledig worden gesloopt en er wordt een nieuwe woning opgericht (gewijzigde situering). Deze nieuw te bouwen woning heeft geen onderdeel meer uitgemaakt van de voormalige veehouderij. Voor deze woning (‘Woning 1’) geldt derhalve dat dit een nieuw (geur)gevoelig object betreft. Bovengenoemde status van beide woningen is bepalend voor de wijze van toetsing in onderhavige rapportage. Dat zal bij de toetsing, waar relevant, nader worden toegelicht. De locatie is gelegen buiten de bebouwde kom en in een gebied aangemerkt als concentratiegebied voor toepassing van de Wet geurhinder en veehouderij.

Bestaande bedrijfswoning, slopen en gewijzigd herbouwen

Bestaande bedrijfsgebouw, functiewijziging tot woning

Woning 1

Woning 2

Afbeelding 1: Situatieweergave bestaande en beoogde situatie, op luchtfoto en met kadastrale ondergrond.

5

Onderzoek veehouderijen en milieuzonering Looieind 14, Erp

Afbeelding 2: Situatieweergave beoogde situatie, op kadastrale ondergrond.

Afbeelding 3: Oprichting bedrijfsgebouw recreatiebedrijf d.d. 2010. Bron: Topo Tijdreis.

6

Onderzoek veehouderijen en milieuzonering Looieind 14, Erp

1.3

Leeswijzer

In dit eerste hoofdstuk is een inleiding gegeven op het voornemen. Het tweede hoofdstuk bevat een inleiding op de relevante toetsingskaders en uitleg over de gehanteerde beoordelingsmethodiek. In hoofdstuk 3 worden de onderzoeksvragen beoordeeld. Het laatste hoofdstuk betreft de conclusie en geeft een beantwoording van de onderzoeksvragen.

7

Onderzoek veehouderijen en milieuzonering Looieind 14, Erp

2. TOELICHTING BEOORDELINGSKADER 2.1

Bedrijven en milieuzonering algemeen

Het woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied wordt bepaald door de milieubelastende activiteiten in de directe omgeving. Gelet op de ligging van de locatie in het buitengebied, omringd door (intensieve) veehouderijbedrijven, heeft o.a. deze sector mogelijk invloed op het woon- en leefklimaat, wegens bijvoorbeeld de aspecten geur (voor- en achtergrondbelasting), luchtkwaliteit en geluid. Ook overige bedrijfsmatige activiteiten kunnen invloed hebben op het woon- en leefklimaat ter plaatse. Een goede ruimtelijke ordening voorziet in het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven of veehouderijen) en gevoelige functies (zoals woningen of andersoortig verblijf) wordt hinder en gevaar voorkomen en wordt het bedrijven mogelijk gemaakt zich binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen. Deze systematiek wordt ‘milieuzonering’ genoemd. De VNG-Handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’, editie 2009 bevat een richtafstandenlijst, waarmee milieuzonering kan worden toegepast. Deze richtafstandenlijst bevat richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.

Deze richtafstanden geven een indicatieve afstand, waarmee hinder ter plaatse van gevoelige functies wordt voorkomen bij een gemiddeld nieuw bedrijf binnen het betreffende type bedrijvigheid. De richtafstanden bieden bovendien in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten. Deze toepassing geeft derhalve een zeer goede indicatie inzake het woon- en leefklimaat ter plaatse van gevoelige functies en de eventuele gevolgen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van deze bedrijvigheid. Ook voor de veehouderijsector zijn richtafstanden opgenomen in de VNG-handreiking. Als de richtafstanden niet worden behaald is nader onderzoek vereist om de aanvaardbaarheid van een ontwikkeling aan te tonen. De richtafstandenlijsten vermelden de richtafstanden die bij voorkeur worden aangehouden tussen bedrijven en de omgevingstypen ‘rustige woonwijk’ en ‘rustig buitengebied’. Bij het omgevingstype ‘gemengd gebied’, kunnen gemotiveerd kleinere richtafstanden worden aangehouden, daar deze gebieden gezien de aanwezige functiemenging of ligging nabij drukke wegen al een hogere milieubelasting kennen. Navolgend zijn de definities van beide omgevingstypen uit de VNG-handreiking opgenomen.

Tabel 1: Omgevingstypen (Bron: VNG-Handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’) Omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied. Omgevingstype gemengd gebied Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend.

8

Onderzoek veehouderijen en milieuzonering Looieind 14, Erp

Tabel 2: Richtafstanden en omgevingstype (Bron: VNG-Handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’)

Milieucategorie

1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6

2.2

Richtafstand tot omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m

Richtafstand tot gemengd gebied

omgevingstype

0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m

Wet geurhinder en veehouderij en normstelling

De Wet geurhinder en veehouderij (en het Activiteitenbesluit milieubeheer) maakt binnen een concentratiegebied, waarbinnen de gemeente Meierijstad ook valt, alleen onderscheid in geurgevoelige objecten binnen en buiten de bebouwde kom. De toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object, binnen de bebouwde kom, mag in beginsel niet meer bedragen dan 3,0 OU E/m3. Buiten de bebouwde kom is de toegestane geurnorm op een geurgevoelig object 14,0 OUE/m3. Het betreft daarbij de geurbelasting veroorzaakt door dieren met geuremissiefactor, zoals varkens, pluimvee of vleesrunderen. Deze geurnorm is niet van toepassing op geurgevoelige objecten toebehorende aan een andere veehouderij, of toebehorende aan een voormalige veehouderij (beëindigd op of na 19 maart 2000). Voor deze geurgevoelige objecten wordt getoetst aan vaste afstanden (100 m tot emissiepunt binnen de bebouwde kom, 50 m tot emissiepunt buiten de bebouwde kom). De afstand tussen een veehouderij waar dieren worden gehouden van een diercategorie waarvoor niet bij ministeriële regeling (Regeling geurhinder en veehouderij) een geuremissiefactor is vastgesteld (zoals paarden of melkrundvee), en een geurgevoelig object bedraagt ten minste 100 meter en 50 meter van het emissiepunt tot een geurgevoelig object respectievelijk binnen en buiten de bebouwde kom.

Daarnaast geldt voor alle stallen (ongeacht de diercategorie) een minimale afstand tussen de buitenzijde van de gevel van een dierenverblijf van 50 meter en 25 meter respectievelijk binnen en buiten de bebouwde kom. Of er sprake is van een geurgevoelig object (GGO), volgt uit de definitie als opgenomen in de Wet geurhinder en veehouderij (zie Tabel 3) en de naar aanleiding hiervan ontstane jurisprudentie. Een woning valt onder de definitie van geurgevoelige objecten. Woonerven en tuinen worden bijvoorbeeld niet formeel beschermd op grond van de geurregelgeving, daar hier geen sprake is van gebouwen.

Tabel 3: Definitie ‘geurgevoelig object’ Wet geurhinder en veehouderij Geurgevoelig object Gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt, waarbij onder «gebouw, bestemd voor menselijk wonen of menselijk verblijf» wordt verstaan: gebouw dat op grond van het bestemmingsplan, bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening, een inpassingsplan als bedoeld in artikel 3.26 of 3.28 van die wet daaronder mede begrepen, de beheersverordening, bedoeld in artikel 3.38 van die wet, of, indien met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van het bestemmingsplan of de beheersverordening is afgeweken, de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van laatstgenoemde wet mag worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf;

Verder is dus bepalend of een geurgevoelig object is gelegen binnen of buiten de bebouwde kom. De ‘bebouwde kom’ is in de Wet geurhinder en veehouderij niet gedefinieerd. Wel is dit toegelicht in de Memorie van Toelichting, behorende bij de Wet geurhinder en veehouderij. Blijkens de Memorie van 9

Onderzoek veehouderijen en milieuzonering Looieind 14, Erp

Toelichting is de bebouwde kom ‘het gebied dat door aaneengesloten bebouwing overwegend een woon- en verblijffunctie heeft en waarin veel mensen per oppervlakte-eenheid ook daadwerkelijk wonen of verblijven’. De grens van de bebouwde kom volgt niet uit de Wegenverkeerswet, maar dient bepaald te worden op basis van de (stedenbouwkundige) aard van de omgeving. Wanneer een gemeente afwijkende geurnormen wil hanteren, dan kunnen zij hiertoe een geurverordening vaststellen. Gemeenten mogen bij verordening van de normen van de Wet geurhinder en veehouderij afwijken, binnen bepaalde grenzen. Het hanteren van afwijkende normen moet worden onderbouwd vanuit een ruimtelijke visie op de ontwikkeling van het gebied, zoals een (geur)gebiedsvisie. 2.2.1 Verordening geurhinder en veehouderij – gemeente Meierijstad Bij gemeentelijke verordening kunnen gemeenten afwijken van de wettelijke normen en vaste afstanden, als opgenomen in de Wet geurhinder en veehouderij en het Activiteitenbesluit milieubeheer. Door de gemeente Veghel is op 23 december 2010, aangepast op 4 december 2014, een gemeentelijke geurverordening vastgesteld. Met deze verordening werden afwijkende geurnormen van toepassing verklaard voor een aantal specifieke gebieden (zones grenzend aan woongebieden, bepaalde bebouwingsconcentraties buitengebied, bepaalde ontwikkelingslocaties woongebieden, bestaande bedrijventerreinen).

Voor het buitengebied (overig) bleef hierbij ongewijzigd de wettelijke geurnorm voor de voorgrondbelasting in concentratiegebieden van 14,0 OU E/m3 van toepassing. Onderhavige projectlocatie is in dit buitengebied (overig) gelegen. Vanwege de fusie van een drietal gemeentes tot gemeente Meierijstad is deze verordening per 1 januari 2019 van rechtswege komen te vervallen en gelden weer de wettelijke normen en vereiste vaste afstanden. De gemeente Meierijstad beschikt tot op heden niet over een geurverordening. Voor onderhavige projectlocatie is hierdoor de wettelijke geurnorm van 14,0 OU E/m3 voor de voorgrondbelasting van toepassing. Voor de twee woningen op onderhavige projectlocatie is derhalve de volgende normstelling voor geur van toepassing: • Voorgrondbelasting 14,0 OUE/m3 voor dieren(verblijven) met in de Rgv toegekende emissiefactoren; • Minimaal vereiste vaste afstand 50 meter van de gevel van een GGO tot een emissiepunt van een dierenverblijf, voor dieren zonder in de Rgv toegekende geuremissiefactoren; • Minimaal vereiste vaste afstand 25 meter van de gevel van een GGO tot een gevel van een dierenverblijf, voor alle landbouwhuisdieren.

Deze normen worden door het bevoegd gezag in acht genomen bij beslissingen inzake omgevingsvergunningen (of meldingen) voor veehouderijbedrijven, voor zover het betreft de geurbelasting vanwege tot die veehouderijen behorende dierenverblijven. Omgekeerd kan deze normstelling ook worden toegepast bij een beoordeling of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. 2.2.2 Berekening voorgrondbelasting geur veehouderijen De voorgrondgeurbelasting van een veehouderij wordt op grond van de Regeling geurhinder en veehouderij berekend met het verspreidingsmodel V-Stacks Vergunning 2010. In dit programma wordt de emissie gemodelleerd, evenals de wijze van verspreiding. In de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) zijn de emissiefactoren opgenomen voor dieren met geuremissiefactor. De geuremissie vanuit een veehouderij is de som van de voor de verschillende diercategorieën, gehouden in de onderscheiden huisvestingssystemen, berekende aantallen odour units per seconde per dier (OUE/s). Hierbij dient het aantal dieren vermenigvuldigd te worden met de emissiefactor als opgenomen in Bijlage 1 bij de Rgv. Onderhavige rapportage gaat uit van de meest recente emissiefactoren als opgenomen in o.a. de geldende Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) en de Regeling ammoniak en veehouderij (Rav).

10

Onderzoek veehouderijen en milieuzonering Looieind 14, Erp

Voor het modelleren van de brongegevens wordt gebruik gemaakt van de ‘Gebruikershandleiding VStacks vergunning’. Voor de geldende vergunningrechten van de bedrijven zijn afschriften van de geldende vergunningen opgevraagd bij het bevoegd gezag. Deze gegevens worden toegepast bij de input voor de diverse berekeningen. 2.2.3 Beoordeling omgekeerde werking geur veehouderijen Het wettelijk kader (Wet geurhinder en veehouderij en Activiteitenbesluit milieubeheer) schrijft voor op welke wijze het bevoegd gezag de geurhinder vanwege dierenverblijven moet beoordelen indien een veehouderij uitbreidt of wijzigt. Indirect heeft deze geurwetgeving ook consequenties voor de totstandkoming van geurgevoelige objecten en dus voor de ruimtelijke ordening, dit wordt de ‘omgekeerde werking’ genoemd. De reden hiervoor is duidelijk, een geurnorm is bedoeld om personen te beschermen tegen geurhinder, dus omgekeerd moet het bevoegd gezag ook geen nieuwe situaties toestaan waarbij personen zichzelf blootstellen aan overmatige geurhinder. Voor de ‘omgekeerde werking’ van geur kan rekening worden gehouden met de feitelijk toegestane situatie (zoals een verleende omgevingsvergunning milieu), of de ‘worst case’-situatie.

Als de feitelijke toegestane situatie van een veehouderij reeds voor een overbelaste situatie zorgt op bestaande geurgevoelige objecten, dan wordt blijkens jurisprudentie deze feitelijke toegestane situatie gehanteerd (bijvoorbeeld ABRvS 1 oktober 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BF3866). Immers is uitbreiding dan niet zonder meer mogelijk en dienen geurreducerende maatregelen te worden toegepast. Is er nog geen sprake van een overbelaste situatie (dus het bedrijf voldoet aan de geldende normstelling op bestaande geurgevoelige objecten) dan wordt uitgegaan van de randen van het bouwvlak. Uitgaan van de randen van het bouwvlak is in lijn met de bestaande vaste jurisprudentie (bijvoorbeeld ABRvS 13 februari 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ1271). Volgens deze jurisprudentie dient in beginsel als uitgangspunt de grens van het aangegeven bouwvlak gehanteerd te worden, aangezien binnen het gehele bouwvlak bedrijfsbebouwing tot stand kan komen waarin hinderveroorzakende activiteiten plaatsvinden. Bij ruimtelijke ordening dient rekening gehouden te worden met gevestigde belangen en ontwikkelingsmogelijkheden, en een bouwvlak kan niet zomaar worden verkleind. Als er op de randen van het bouwvlak echter sprake is van een overbelaste situatie, in die windrichting waarin geurgevoelige objecten binnen de contour liggen, dan kan ook worden uitgegaan van de vergunde situatie.

Dit volgt uit vaste jurisprudentie hieromtrent.

2.3

Achtergrondbelasting geur veehouderijen en beoordeling woon- en leefklimaat

Het woon- en leefklimaat ten aanzien van het aspect geur door veehouderijen wordt bepaald uitgaande van de achtergrondbelasting en de voorgrondbelasting. De voorgrondbelasting is hierbij de geurbelasting ten gevolge van één individuele veehouderij. Voor de voorgrondbelasting geldt bovendien de normstelling zoals opgenomen in de Wet geurhinder en veehouderij (en het Activiteitenbesluit milieubeheer) en een gemeentelijke geurverordening. Dit is in voorgaande paragrafen toegelicht. Deze normstelling wordt toegepast indien een veehouderij voornemens is om uit te breiden, of te wijzigen. De achtergrondbelasting betreft de geurbelasting ten gevolge van de veelheid van veehouderijen in de omgeving. Voor de achtergrondbelasting van geur ten gevolge van veehouderijen is er geen sprake van een wettelijke normstelling. Wel dient beoordeeld te worden dat er sprake is van een ‘goede ruimtelijke ordening’ en dientengevolge een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor de achtergrondbelasting wordt normaliter gewerkt met (in ruimtelijke beleidskaders) vastgestelde streefwaarden. Indien een afweging gemaakt dient te worden omtrent het woon- en leefklimaat, wordt beschouwd welke vorm van geurbelasting maatgevend is ter plaatse van het geurgevoelige object. Het woon- en leefklimaat wordt immers bepaald door de meest maatgevende belasting.

Per rekenpunt moeten de hoogste voorgrondbelasting en de helft van de achtergrondbelasting tegenover elkaar worden afgewogen. De voorgrondbelasting is bepalend indien deze meer dan de helft van de achtergrondbelasting bedraagt. Anders is de achtergrondbelasting bepalend voor de kwaliteit van het woon- en leefklimaat. De mate van geurhinder kan vervolgens worden bepaald uitgaande van de meest bepalende belasting van het gebied (voorgrond- of achtergrondbelasting). PRA Odournet BV heeft in opdracht van het 11

Onderzoek veehouderijen en milieuzonering Looieind 14, Erp

(voormalig) ministerie van VROM de relatie tussen geurbelasting en geurhinder onderzocht. Aan de hand van de geurbelasting kan het percentage geurgehinderden worden berekend. De omrekentabel voor het bepalen van het percentage geurgehinderden is opgenomen in Bijlage 6 van de ‘Handreiking bij de Wet geurhinder en veehouderij’. Hiervoor is relevant dat het plangebied van onderhavige rapportage wordt aangemerkt als gelegen binnen een concentratiegebied. Met het percentage geurgehinderden kan vervolgens het woon- en leefklimaat worden bepaald. Het RIVM hanteert bij haar milieurapportages voor het aspect geurhinder onderstaande milieukwaliteitscriteria. Tabel 4: Milieukwaliteitscriteria RIVM

Milieukwaliteit Zeer goed Goed Redelijk goed Matig Tamelijk slecht Slecht Zeer slecht Extreem slecht

Geurgehinderden (%) <5 5 – 10 10 – 15 15 – 20 20 – 25 25 – 30 30 – 35 35 – 40

In de praktijk is bovendien discussie of bovenstaande omrekenmethode nog gehanteerd mag worden, doordat door de GGD een andere correlatie tussen de mate van geurbelasting en de ervaring van geurhinder is gepresenteerd. Dit GGD-rapport is gedateerd 23 maart 2015 en opgesteld in samenwerking met onder andere het Institute for Risk Assessment Sciences en de Universiteit Utrecht. In een uitspraak van de ABRvS d.d. 7 december 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:3275) is geconcludeerd dat bovenstaande systematiek op basis van het rapport van PRA Odournet BV nog mag worden toegepast. De Afdeling benadrukt in deze uitspraak dat in de inleiding van het GGD-rapport is vermeld dat het een eerste aanzet betreft tot het nader omschrijven van de blootstellingsresponsrelaties en dat niet te verwachten is dat dit onderzoek antwoord geeft op alle denkbare vragen over de relaties tussen geurbelasting en geurhinder. De aankondigingsbrief van 10 maart 2015 bij het rapport bevat voorts nog geen eenduidig advies. Er is derhalve nu nog geen aanleiding om de systematiek van PRA Odournet en de Handreiking geurhinder en veehouderij niet meer toe te passen. Wel dient in de besluitvorming een motivatie opgenomen te worden, waarom nog gebruik wordt gemaakt van deze systematiek. Uit het GGD-rapport volgen in algemeenheid hogere percentages geurgehinderden.

Wegens het standpunt van de ABRvS en bovengenoemde redenen is er daarom ook in deze rapportage voor gekozen om de geurbelasting blijvend te beschouwen op basis van de Handreiking bij de Wet geurhinder en veehouderij. 2.3.1 Geurgebiedsvisie – gemeente Meierijstad Zoals in paragraaf 2.2.1 reeds is toegelicht beschikt de gemeente Meierijstad niet over een geurverordening. De gemeente beschikt bovendien niet over een geurgebiedsvisie, dan wel beleidsregels inzake de toetsing van geurbelasting van veehouderijbedrijven. De voormalige gemeente Veghel had de ‘Beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder’ vastgesteld (inwerkingtreding 30 december 2010). Deze beleidsregel had betrekking op de vertaling van het criterium ‘aanvaardbaar woon- en leefklimaat’ voor het aspect cumulatieve geurhinder uit stallen van veehouderijen, welke werd toegepast bij het beoordelen van ruimtelijke initiatieven en plannen. Als de achtergrondbelasting niet hoger is dan de in de beleidsregel opgenomen toetswaarde, dan zijn er vanuit het deelaspect achtergrondbelasting geurhinder voor veehouderijen geen belemmeringen om mee te werken aan een ruimtelijk initiatief. Dan was er dus aantoonbaar sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Deze toetswaarde was voor het buitengebied (overig), als hier van toepassing, een achtergrondbelasting van maximaal 20 OUE/m3 (overeenkomend met een hinderpercentage van maximaal 20% en classificatie ‘matig’).

12

Onderzoek veehouderijen en milieuzonering Looieind 14, Erp

Boven deze toetswaarde was er blijkens de gemeentelijke beleidsregels in beginsel geen sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Met uitzondering en onder voorwaarden (positieve beoordeling van de overige milieu- en planologische aspecten), kon overwogen worden om gemotiveerd van deze toetswaarde af te wijken tot een absolute bovengrens van 28 OU E/m3. Vanwege de fusie van een 3-tal gemeentes tot gemeente Meierijstad is deze beleidsregel per 1 januari 2019 van rechtswege komen te vervallen en is er geen specifiek gemeentelijk beleid meer van toepassing voor de achtergrondbelasting van geur. De gemeente Meierijstad beschikt nog niet over dergelijke beleidsregels. Doordat de gemeente Meierijstad niet beschikt over dergelijke beleidsregels kan gesteld worden dat de wettelijke norm voor de voorgrondbelasting van 14,0 OUE/m3 aanvaardbaar wordt geacht. Een dergelijke voorgrondbelasting komt, in concentratiegebied, overeen met 25% geurgehinderden. 25% geurgehinderden komt vervolgens overeen met een achtergrondbelasting van 28,0 OU E/m3. Door het ontbreken van een beleidskader kan dit nog worden aangenomen als een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor onderhavige rapportage wordt de (strengere) toetsing gehanteerd als van toepassing in de ‘Beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder’ van de voormalige gemeente Veghel, als voorgaand toegelicht.

2.3.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Naast gemeentelijk beleid omtrent geur, heeft de provincie Noord-Brabant ook een streefwaarde voor de achtergrondbelasting (de geur ten gevolge van de veelheid aan veehouderijen in de directe omgeving) in haar beleid opgenomen. Dit beleid betreft de Interim omgevingsverordening NoordBrabant. Hierin is een normstelling opgenomen voor veehouderijen die willen uitbreiden, van maximaal 12% en 20% geurgehinderden in respectievelijk de bebouwde kom en het buitengebied. Voor het buitengebied komt dit overeen met een achtergrondbelasting van circa 20 OU E/m3. Deze streefwaarde dient te worden toegepast bij de planvorming en vergunningverlening van veehouderij-ontwikkelingen. 2.3.3 Berekening achtergrondbelasting geur De achtergrondbelasting van geur ten gevolge van veehouderijen wordt berekend met het rekenprogramma V-Stacks gebied V-2010.1. De modellering vindt hierbij plaats conform de werkafspraken als opgenomen in de ‘Gebruikershandleiding V-Stacks gebied’. Om de achtergrondbelasting in te voeren wordt gebruik gemaakt van het Web-BVB van de provincie Noord-Brabant. Dit in combinatie met de geldende vergunningrechten van individuele veehouderijen. Het Web-BVB Brabant betreft een online database, in beheer bij de provincies en gemeenten, met de geldende (milieu)vergunningrechten van veehouderijen.

De actualiteit is hierbij een verantwoordelijkheid van de diverse gemeentes die deze database bijhouden.

13

Onderzoek veehouderijen en milieuzonering Looieind 14, Erp

3. TOETSING LOOIEIND 14, ERP In dit hoofdstuk wordt de toetsing van veehouderijen en milieuzonering uitgevoerd voor het planvoornemen aan de Looieind 14 te Erp, zoals nader toegelicht in paragraaf 1.2.

3.1

Omgevingstype en ligging plangebied i.r.t. omgeving

Op Afbeelding 4 is de ligging van de locatie weergegeven met de omliggende functies (en geldende bestemmingen). Hieruit volgt dat de locatie Looieind 14 te Erp in hoofdzaak wordt omringd door bestaande burgerwoningen (geel gekleurde bestemmingsvlakken). In zuidelijke richting zijn twee agrarisch bestemde locaties aanwezig, het betreft Looieind 20 en Groothees 21. Het gebied rondom de Looieind kan ‘worst case’ aangemerkt worden als rustig buitengebied. Immers, ondanks dat er sprake is van lintbebouwing met o.a. agrarische bedrijvigheid, zijn de aanwezige functies hoofdzakelijk (burger)woningen. Dit betekent dat de richtafstanden uit de VNG-handreiking bij onderhavige toetsing onverkort zullen worden toegepast. In Tabel 5 zijn de richtafstanden opgenomen voor de omliggende bedrijven. In deze tabellen zijn de richtafstanden genoteerd, behorende bij een rustige woonwijk / rustig buitengebied. Op Afbeelding 5 zijn de contouren met afstanden inzichtelijk gemaakt rondom de nieuwe woningen op de projectlocatie.

Looieind 14

Looieind 20 Groothees 21

Afbeelding 4: Uitsnede luchtfoto met bestemmingen en adressen, bestemmingsvlak huidig recreatiebedrijf Looieind 14 globaal rood omkaderd weergegeven. (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)

14

Onderzoek veehouderijen en milieuzonering Looieind 14, Erp

Looieind 20 Groothees 21

Afbeelding 5: Uitsnede luchtfoto met afstanden rondom nieuwe woningen Looieind 14, Erp. Tabel 5: Veehouderijen in directe omgeving, met toe te passen richtafstanden.

Stof

Geluid

Gevaar

Grootste afstand

Categorie

Kortste afstand bouwvlak tot gevoelige objecten (m)

Adres en omschrijving Looieind 20 Pluimveehouderij (vleeskuikenouderdieren) Groothees 21 Rundveehouderij (melk- en vleesrundvee)

Geur

Richtafstanden in meters (bij rustige woonwijk / rustig buitengebied)

200

30

50

0

200

4.1

73

100

30

30

0

100

3.2

163

15

Onderzoek veehouderijen en milieuzonering Looieind 14, Erp

3.2

Beoordeling milieubelastende activiteiten in omgeving

Het woon- en leefklimaat ter plaatse van de projectlocatie wordt bepaald door de milieubelastende activiteiten in de directe omgeving. In de VNG-handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’, editie 2009 zijn de richtafstanden opgenomen als van toepassing voor o.a. veehouderijbedrijven. Voor veehouderijen geldt hierbij een maximale richtafstand van 200 meter (voor het aspect geur). Indien de ontwikkeling plaatsvindt buiten 200 meter kan in beginsel reeds worden gesteld dat de ontwikkeling deze bedrijven niet beperkt in hun ontwikkelingsmogelijkheden en dat tevens sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ten gevolge van deze veehouderijen. Op Afbeelding 5 zijn de nieuwe woningen inzichtelijk gemaakt, met daaromheen de diverse afstanden. Hieruit volgt dat binnen een afstand van 200 meter enkel de veehouderijen Looieind 20 en Groothees 21 zijn gelegen. (Binnen deze 200 meter zijn overigens tevens geen bedrijfsmatige locaties aanwezig, anders dan de twee genoemde veehouderijbedrijven, zie hiertoe Afbeelding 4). In Tabel 5 zijn de richtafstanden inzichtelijk gemaakt, behorende bij de bedrijven Looieind 20 en Groothees 21. Tevens is in deze tabel de kortste afstand opgenomen tussen de rand van de bouwvlakken en de nieuwe woningen. Uit deze tabel volgt dat voor Groothees 21 te Erp ruimschoots aan de richtafstanden wordt voldaan.

De afstand bedraagt minimaal 163 meter, bij een benodigde richtafstand van 100 meter. Ook voor overige veehouderijbedrijven (> 200 m) wordt dus ruimschoots voldaan aan de richtafstanden voor alle milieuaspecten. Hieruit kan geconcludeerd worden dat er ten gevolge van deze veehouderijen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in het plangebied en dat de ontwikkeling niet zorgt voor onevenredige belemmeringen in de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden. Voor Looieind 20 te Erp wordt niet volledig voldaan aan de richtafstanden. Uit Tabel 5 volgt dat aan de richtafstanden wordt voldaan, behoudens voor het aspect geur. Voor deze locatie is derhalve voor dit aspect een nadere beschouwing benodigd. Er wordt wel ruimschoots voldaan aan de gestelde richtafstanden voor stof, geluid en gevaar, afkomstig van dit bedrijf. Voor deze aspecten kan dus reeds geoordeeld worden dat er sprake is van een aanvaardbare situatie. In navolgende paragraaf zal een aanvullende beschouwing plaatsvinden voor het aspect geur. 3.2.1 Looieind 20, Erp Aan de Looieind 20 te Erp is een intensieve veehouderij (pluimveehouderij, houderij van vleeskuikenouderdieren) gevestigd. De geldende melding in het kader van het Activiteitenbesluit milieubeheer (in combinatie met een Omgevingsvergunning Beperkte Milieutoets) dateert van 28 augustus 2019.

De vergunningrechten voor het bedrijf zijn opgesomd en toegelicht in Bijlage 2. Ten behoeve van onderhavig onderzoek heeft de gemeente Meierijstad een afschrift van de geldende vergunningrechten voor deze locatie ter beschikking gesteld. De beoordelingen en berekeningen in deze rapportage zijn uitgevoerd o.b.v. de input uit deze documentatie. Bij dit besluit zijn diertabellen en een geurberekening bijgevoegd. De conclusies volgen derhalve uit berekeningen en toetsing n.a.v. het ingestelde dossieronderzoek. Uit Tabel 5 volgt dat aan alle richtafstanden wordt voldaan, behoudens aan de richtafstand voor het aspect geur. Dit aspect behoeft derhalve een nadere beschouwing. Voor de overige aspecten (stof, geluid en gevaar) wordt wel ruimschoots aan de richtafstanden voldaan. Voor deze aspecten kan dus geconcludeerd worden dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Beoordeeld dient te worden of ten gevolge van onderhavige wijziging van het bestemmingsplan, het bedrijf wordt beperkt in de ontwikkelingsmogelijkheden en of er in het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Deze toetsing vindt navolgend plaats.

16

Onderzoek veehouderijen en milieuzonering Looieind 14, Erp

Voorgrondbelasting geur dierenverblijven In Bijlage 2 is een nadere toelichting gegeven op de vergunde situatie van Looieind 20 te Erp. In Bijlage 1 zijn de gekozen rekenpunten inzichtelijk gemaakt als gehanteerd in de berekeningen. In Bijlage 3 zijn de volledige invoergegevens en rekenresultaten opgenomen van de geurberekeningen (voorgrondbelasting). In Tabel 6 zijn de rekenresultaten opgesomd. Conform de rekenregels voor de omgekeerde werking is zowel gerekend met de vergunde situatie, als ook met een ‘worst case’-situatie, namelijk op de uiterste hoekpunten van het geldende bouwvlak. Hierbij zijn twee scenario’s inzichtelijk gemaakt met de volledige vergunde emissie geprojecteerd op verschillende hoekpunten. In de berekening is de geurbelasting inzichtelijk gemaakt op Woning 1, Woning 2 en de bestaande burgerwoningen in directe omgeving (gelegen tussen de veehouderij en onderhavige ontwikkeling, of in dezelfde windrichting als onderhavige ontwikkeling). Zoals in paragraaf 1.2 nader toegelicht betreft Woning 2 reeds een bestaand geurgevoelig object (en heeft dit gebouw nooit toebehoord aan de voorheen ter plaatse gevestigde veehouderij). In de huidige situatie moet het bedrijf aan Looieind 20 te Erp dan ook reeds voldoen aan de geurnormen voor de voorgrondbelasting op dit gebouw. Met het planvoornemen blijft de toetsing op dit gebouw ongewijzigd behouden.

Uit de rekenresultaten volgt dat de voorgrondbelasting van de melding Activiteitenbesluit milieubeheer en OBM d.d. 28 augustus 2019 op alle geurgevoelige objecten voldoet aan de normstelling van 14,0 OUE/m3. Op Woning 1 is de voorgrondbelasting maximaal 7,9 OUE/m3. Op Woning 2 is de voorgrondbelasting maximaal 10,2 OUE/m3. Tevens volgt uit deze berekening dat de vergunde geurbelasting het hoogst is op de bestaande burgerwoning Looieind 18 (12,6 OUE/m3). Deze woning is direct tegen het bedrijf Looieind 20 gelegen en in dezelfde windrichting als onderhavig plangebied. Tevens is een berekening gemaakt waarbij alle vergunde emissie van Looieind 20 te Erp op de uiterste hoek van het bouwvlak is geprojecteerd. Uit deze berekening volgt, zie o.a. Tabel 6, dat dan o.a. op de bestaande geurgevoelige objecten (Looieind 18 en Woning 2) niet voldaan wordt aan de normstelling. De geurbelasting is hierbij het hoogste op Looieind 18, wat betekent dat dit object reeds het meest bepalend is voor de ontwikkelingsmogelijkheden. Daar zowel Looieind 18, als het bedrijfsgebouw dat wordt omgezet tot Woning 2, bestaande geurgevoelige objecten betreffen waarop getoetst moet worden, betekent dat deze situatie voor het bedrijf vergunningtechnisch niet mogelijk is.

Conform vaste jurisprudentie, zie hiertoe ook paragraaf 2.2.3, wordt de feitelijke toegestane (vergunde) situatie gehanteerd indien het niet mogelijk is om uit te gaan van de ‘worst case’ hoeken van het bouwvlak (indien die reeds voor een overbelaste situatie zorgt). Vervolgens is ook nog een variant berekend, waarbij alle geurbelasting op een andere hoek van het bouwvlak is gelegd. Hieruit volgt een overbelaste situatie op bestaand geurgevoelig object, Woning 2. Daar het bedrijf reeds op dit gebouw moet toetsen is ook deze situatie vergunningtechnisch niet mogelijk. Het is voor het bedrijf dus niet mogelijk om de bedrijfsvoering te wijzigen met alle vergunde emissie op de hoekpunten. Blijkens vaste jurisprudentie, mag in onderhavige situatie dus de feitelijk toegestane situatie (zoals een geldende omgevingsvergunning milieu) worden gehanteerd voor de beoordeling. Derhalve is voor de berekening van Looieind 20 te Erp rekening gehouden met de werkelijke emissiepunten, als opgenomen in de geldende vergunning (en dus niet vanuit de hoek van het bouwvlak). Uit de uitgevoerde berekening, zie Tabel 6, volgt dat met de vergunde situatie d.d. 28-082019 op de objecten binnen het plangebied ruimschoots wordt voldaan aan de wettelijke normstelling voor de voorgrondbelasting. Concluderend, de bestaande geurgevoelige objecten zijn reeds bepalend voor de ontwikkelingsmogelijkheden.

Looieind 18 te Erp is hierbij bovendien het meest bepalend voor de ontwikkelingsmogelijkheden. Woning 2 betreft reeds een bestaand geurgevoelig object. De herbestemming met functiewijziging van dit gebouw heeft geen gevolgen voor de ontwikkelingsmogelijkheden. De toetsing op dit object blijft voor het aspect geur ongewijzigd behouden. 17

Onderzoek veehouderijen en milieuzonering Looieind 14, Erp

Uit de berekeningen volgt bovendien dat de nieuwe Woning 1 een lagere geurbelasting heeft dan de bestaande geurgevoelige objecten Looieind 18 en Woning 2. Hieruit volgt dat de realisatie van Woning 1 geen gevolgen heeft voor de ontwikkelingsmogelijkheden. Doordat de twee woningen van onderhavige projectlocatie op circa 73 meter afstand tot de rand van het bouwvlak van Looieind 20 zijn gelegen, kan tevens geconcludeerd worden dat ook voldaan wordt aan de minimaal vereiste vaste afstanden voor geur (respectievelijk 50 en 25 meter). Er is hierdoor op de projectlocatie (ter plaatse van de twee woningen) sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ten aanzien van het aspect geur (voorgrondbelasting). Er wordt ruimschoots voldaan aan de normstelling. Gelet op het bovenstaande is onderhavige ontwikkeling tevens niet onevenredig beperkend voor de ontwikkelingsmogelijkheden van Looieind 20 te Erp. De bestaande geurgevoelige objecten zijn reeds meer bepalend. Tabel 6: Rekenresultaten voorgrondbelasting geur (OUE/m3) Looieind 20, Erp Nr.

Adres

X-coördinaat

Geurbelasting Y-coördinaat Geurnorm AIM en OBM 28-08-2019

Geurbelasting Geurbelasting AIM en OBM AIM en OBM 28-08-2019 28-08-2019 Hoek 1 Hoek 2 15,5 10,9

1 Woning 1 - 1

170 991

402 326

14

7,3

2 Woning 1 - 2

170 979

402 322

14

7,9

16,9

11,4

3 Woning 1 - 3

170 969

402 351

14

6,2

11,5

8,2

4 Woning 1 - 4

170 981

402 355

14

5,9

11,0

7,6

5 Woning 2 - 1

170 954

402 324

14

8,2

18,0

11,4

6 Woning 2 - 2

170 939

402 310

14

9,4

19,3

14,4

7 Woning 2 - 3

170 923

402 295

14

10,2

23,0

19,1

8 Woning 2 - 4

170 914

402 306

14

9,0

18,6

15,0

9 Woning 2 - 5

170 944

402 334

14

7,5

14,5

10,6

10 Looieind 18 - 1

171 033

402 240

14

11,3

19,9

11,1

11 Looieind 18 - 2

171 024

402 236

14

12,6

23,5

12,9

12 Looieind 18 - 3

171 019

402 244

14

12,5

25,6

13,3

13 Looieind 15

171 049

402 296

14

7,8

11,4

7,3

14 Looieind 13B

171 030

402 338

14

6,4

11,6

7,7

15 Looieind 13A

171 018

402 363

14

5,0

9,1

6,9

3.3

Achtergrondbelasting geur

Uit voorgaande paragrafen volgt dat ter plaatse van het plangebied aan Looieind 14 te Erp kan worden voldaan aan de normstelling voor de voorgrondbelasting geur en de minimaal vereiste vaste afstanden voor geur. Echter, wegens de veelheid aan veehouderijen in de omgeving van een geurgevoelig object, kan er desondanks wel sprake zijn van een te hoge achtergrondbelasting. Bovendien wordt het woonen leefklimaat bij veehouderijen in hoofdzaak bepaald door het aspect geur. Onder de achtergrondbelasting wordt de geurbelasting verstaan als gevolg van de veelheid aan veehouderijen in de omgeving van een geurgevoelig object. De achtergrondbelasting is daarmee een goede graadmeter voor hinder ten gevolge van veehouderijbedrijven. Hiervoor wordt de gezamenlijke geurbelasting van de omliggende veehouderijen, binnen een straal van 2 kilometer rondom de projectlocatie bepaald. Binnen 2 kilometer rondom de Looieind 14 te Erp zijn enkel veehouderijen gelegen binnen de gemeentes Meierijstad en Boekel (zie hiertoe ook Bijlage 1). Voor de invoergegevens van de berekening is derhalve gebruik gemaakt van de database van Web-BVB van deze gemeentes, downloaddatum 19-05-2020.

Deze gegevens zijn nog wel als volgt gewijzigd om een meer nauwkeurige berekening te verkrijgen: • Vervangen invoergegevens Looieind 20 te Erp voor werkelijke emissiepunten uit melding Activiteitenbesluit milieubeheer (en OBM) d.d. 28 augustus 2019. De achtergrondbelasting is berekend met het programma V-Stacks Gebied. De in- en uitvoergegevens zijn bijgevoegd in Bijlage 4. De rekenresultaten zijn opgesomd in Tabel 7.

18

Onderzoek veehouderijen en milieuzonering Looieind 14, Erp

Tabel 7: Rekenresultaten achtergrondbelasting (OUE/m3) Nr.

X-coördinaat

Y-coördinaat

Streefwaarde

Achtergrondbelasting

% geurgehinderden

1 Woning 1 - 1

170 991

402 326

20

9,616

12,01%

2 Woning 1 - 2

170 979

402 322

20

10,028

12,38%

3 Woning 1 - 3

170 969

402 351

20

9,118

11,55%

4 Woning 1 - 4

170 981

402 355

20

8,797

11,25%

5 Woning 2 - 1

170 954

402 324

20

10,297

12,62%

6 Woning 2 - 2

170 939

402 310

20

11,596

13,74%

7 Woning 2 - 3

170 923

402 295

20

13,249

15,09%

8 Woning 2 - 4

170 914

402 306

20

12,535

14,52%

9 Woning 2 - 5

170 944

402 334

20

10,214

12,54%

Adres

Uit de rekenresultaten volgt dat ter plaatse van Woning 1 de achtergrondbelasting maximaal 10,028 OUE/m3 bedraagt. Dit voldoet ruimschoots aan de streefwaarde (< 20 OUE/m3). Deze streefwaarde (toetswaarde) is zowel afkomstig uit de voormalige gemeentelijke beleidsregels, als uit het provinciale beleid. Ter plaatse van Woning 2 is de achtergrondbelasting maximaal 13,249 OU E/m3 en voldoet dus eveneens ruimschoots aan de streefwaarde (toetswaarde). Het percentage geurgehinderden in het plangebied varieert van 11,25% tot 15,09%. Dit komt overeen met een milieukwaliteitsklasse van ‘Redelijk goed’ tot ‘Redelijk goed / matig’.

3.4

Beoordeling en afweging woon- en leefklimaat geur

Het woon- en leefklimaat kan worden beoordeeld, uitgaande van zowel de voorgrondbelasting als de achtergrondbelasting. Blijkens de rekenresultaten is in onderhavige situatie de voorgrondbelasting van Looieind 20 te Erp het meest bepalend voor het woon- en leefklimaat ter plaatse van de projectlocatie. (De berekende voorgrondbelasting is immers meer dan de helft van de berekende achtergrondbelasting.) Voor de voorgrondbelasting is Looieind 20 te Erp het bepalende bedrijf. Uit de rekenresultaten volgt dat op Woning 1 de voorgrondbelasting maximaal 7,9 OUE/m3 bedraagt. Op woning 2 is de voorgrondbelasting maximaal 10,2 OUE/m3. Dit voldoet beiden ruimschoots aan de normstelling van 14,0 OUE/m3. De voorgrondbelasting op de projectlocatie komt overeen met 17 – 20% geurgehinderden en kwaliteitsklasse ‘Matig’. Dit is voor het buitengebied passend te achten. Daar er ruimschoots voldaan wordt aan de normstelling, kan geconcludeerd worden dat er sprake is van een aanvaardbare situatie. De achtergrondbelasting bedraagt maximaal 10,028 OUE/m3 en 13,249 OUE/m3 ter plaatse van respectievelijk Woning 1 en Woning 2. Dit voldoet ruimschoots aan de toetswaarde (20 OUE/m3) uit het voormalige gemeentelijke beleid en het reeds geldende provinciale beleid. Het percentage geurgehinderden in het plangebied varieert van 11,25% tot 15,09%.

Dit komt overeen met een milieukwaliteitsklasse van ‘Redelijk goed’ tot ‘Redelijk goed / matig’. Concluderend, uit bovenstaande rekenresultaten volgt dat er ter plaatse van de twee woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor het aspect geur.

19

Onderzoek veehouderijen en milieuzonering Looieind 14, Erp

4. SAMENVATTING EN CONCLUSIE Aan Looieind 14 te Erp is in de huidige situatie een recreatiebedrijf gevestigd. Hierbij is o.a. een bedrijfswoning en een bedrijfsgebouw (recreatieboerderij voor dagrecreatieve activiteiten) aanwezig. Doelstelling van initiatiefnemer is om het recreatief bedrijf te beëindigen. De bestaande bedrijfswoning wordt hierbij gesloopt en gewijzigd gesitueerd herbouwd. De woning zal daarbij in de toekomstige situatie fungeren als burgerwoning (‘Woning 1’). Het bestaande bedrijfsgebouw wordt behouden en inpandig van functie gewijzigd, eveneens tot een burgerwoning (‘Woning 2’). De ruimtelijke ontwikkeling is dus gericht op de vestiging van twee woonfuncties ter plaatse. Aan het begin van onderhavige rapportage zijn twee onderzoeksvragen gesteld. Navolgend worden de vragen samengevat beantwoord voor de ontwikkeling. Voor een meer uitgebreide beantwoording wordt verwezen naar de van toepassing zijnde teksten en rekenresultaten in onderhavige rapportage. •

Vraag 1: Zorgt de beoogde situatie aan Looieind 14 te Erp voor onevenredige beperkingen voor de belangen en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende veehouderijen?

In onderhavige onderzoeksrapportage zijn de omliggende veehouderijbedrijven opgesomd, met de van toepassing zijnde richtafstanden uit de VNG-handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’. Binnen een afstand van 200 meter zijn enkel de veehouderijen Looieind 20, Erp en Groothees 21, Erp aanwezig. Uit de tabel met de van toepassing zijnde richtafstanden volgt dat voor Groothees 21 te Erp ruimschoots aan de richtafstanden wordt voldaan. Dit geldt bovendien voor de overige veehouderijen (aanwezig op meer dan 200 meter). Voor deze bedrijfsactiviteiten kan dus met zekerheid worden geconcludeerd dat de ontwikkeling niet zorgt voor onevenredige beperkingen in de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden. Voor Looieind 20 te Erp wordt enkel niet voldaan aan de richtafstand voor het aspect geur. Wegens het houden van pluimvee is de aan te houden richtafstand voor geur 200 meter. De kortste afstand tussen dit bedrijf (bouwvlak) en de twee nieuwe woningen aan Looieind 14 te Erp bedraagt 73 meter. Voor de overige richtafstanden afkomstig van dit bedrijf (stof, geluid en gevaar) wordt wel ruimschoots voldaan. Derhalve is voor het aspect geur een nadere beschouwing gemaakt. Looieind 20 te Erp beschikt over een geldende melding Activiteitenbesluit milieubeheer i.c.m. een Omgevingsvergunning Beperkte Milieutoets d.d. 28 augustus 2019.

Rondom de projectlocatie Looieind 14 te Erp zijn reeds diverse bestaande burgerwoningen aanwezig. Ook Woning 2 (in de huidige situatie de recreatieboerderij) betreft een bestaand geurgevoelig object (welke niet heeft toebehoord aan de voormalige veehouderij). Indien Looieind 20 te Erp voornemens is om uit te breiden, of te wijzigen, dan dient reeds op deze bestaande geurgevoelige objecten (Woning 2 en de bestaande burgerwoningen) aan de normstelling te worden voldaan. Uit de berekeningen van de voorgrondbelasting volgt dat het voor Looieind 20 niet mogelijk is om alle vergunde geuremissie op de uiterste hoekpunten van het bouwvlak te projecteren. Dan is er immers sprake van overbelasting op bestaande geurgevoelige objecten. Uit deze berekeningen kan wel geconcludeerd worden dat de oprichting van Woning 1 niet bepalend is voor de ontwikkelingsmogelijkheden. Deze woning kent een lagere geurbelasting vanaf het bedrijf dan reeds bestaande geurgevoelige objecten. De bestaande burgerwoning Looieind 18 te Erp is bovendien het meest bepalend voor de ontwikkelingsmogelijkheden. Om bovengenoemde redenen is voor Looieind 20 te Erp de voorgrondbelasting, conform vaste jurisprudentie, bepaalt op basis van de vergunde situatie. Uit de rekenresultaten volgt dat zowel op Woning 1, als op Woning 2 ruimschoots aan de normstelling wordt voldaan.

De voorgrondbelasting van de melding Activiteitenbesluit milieubeheer en OBM d.d. 28 augustus 2019 voldoet op alle geurgevoelige objecten aan de normstelling van 14,0 OU E/m3. Op Woning 1 is de voorgrondbelasting maximaal 7,9 OUE/m3. Op Woning 2 is de voorgrondbelasting maximaal 10,2 OUE/m3.

20

Onderzoek veehouderijen en milieuzonering Looieind 14, Erp

Doordat de twee woningen van onderhavige projectlocatie op circa 73 meter afstand tot de rand van het bouwvlak van Looieind 20 zijn gelegen, kan tevens geconcludeerd worden dat ook voldaan wordt aan de minimaal vereiste vaste afstanden voor geur (respectievelijk 50 en 25 meter). Concluderend, de ontwikkelingsmogelijkheden blijven ongewijzigd behouden, daar de bestaande geurgevoelige objecten reeds meer bepalend zijn voor de ontwikkelingsmogelijkheden. De beoogde situatie aan Looieind 14 te Erp zorgt dus niet voor onevenredige beperkingen in de belangen en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende veehouderijen. •

Vraag 2: Is ter plaatse van de gevoelige functies op Looieind 14 te Erp sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, bezien vanuit het aspect veehouderijen en milieuzonering?

In onderhavige onderzoeksrapportage zijn de omliggende bedrijfsmatige activiteiten van veehouderijbedrijven opgesomd, met de van toepassing zijnde richtafstanden uit de VNG-handreiking. Uit de tabel met van toepassing zijnde richtafstanden volgt dat voor alle bedrijfsactiviteiten aan de richtafstanden kan worden voldaan. Dit is enkel anders voor het aspect geur afkomstig van Looieind 20 te Erp (pluimveehouderij). Voor de overige bedrijven kan reeds afdoende geconcludeerd worden dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, bezien vanuit het aspect veehouderijen en milieuzonering. Voor het aspect geur heeft een nadere beschouwing plaatsgevonden. Dit betrof enerzijds de voorgrondbelasting van Looieind 20 te Erp en anderzijds de achtergrondbelasting van geur (geur ten gevolge van de veelheid aan veehouderijen in de omgeving). Voor de voorgrondbelasting is Looieind 20 te Erp het bepalende bedrijf. Uit de rekenresultaten volgt dat op Woning 1 de voorgrondbelasting maximaal 7,9 OUE/m3 bedraagt. Op Woning 2 is de voorgrondbelasting maximaal 10,2 OUE/m3. Dit voldoet beiden ruimschoots aan de normstelling van 14,0 OUE/m3. De voorgrondbelasting op de projectlocatie komt overeen met 17 – 20% geurgehinderden en kwaliteitsklasse ‘Matig’. Daar er ruimschoots voldaan wordt aan de wettelijke normstelling, kan geconcludeerd worden dat er sprake is van een aanvaardbare situatie.

De achtergrondbelasting bedraagt maximaal 10,028 OUE/m3 en 13,249 OUE/m3 ter plaatse van respectievelijk Woning 1 en Woning 2. Dit voldoet ruimschoots aan de toetswaarde (20 OUE/m3) uit het beleid van de voormalige gemeente Veghel en het geldende provinciale beleid (Interim omgevingsverordening Noord-Brabant). Het percentage geurgehinderden in het plangebied varieert van 11,25% tot 15,09%. Dit komt overeen met een milieukwaliteitsklasse van ‘Redelijk goed’ tot ‘Redelijk goed / matig’. Concluderend, ter plaatse van de twee woningen in de beoogde situatie op locatie Looieind 14 te Erp is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, bezien vanuit het aspect veehouderijen en milieuzonering.

21

Onderzoek veehouderijen en milieuzonering Looieind 14, Erp

BIJLAGEN Bijlage 1: Ligging rekenpunten t.b.v. berekeningen Bijlage 2: Toelichting vergunde situatie Looieind 20, Erp Bijlage 3: Invoergegevens en rekenresultaten voorgrondbelasting geur Looieind 20, Erp Bijlage 4: Invoergegevens en rekenresultaten achtergrondbelasting geur

22

Onderzoek veehouderijen en milieuzonering Looieind 14, Erp

Bijlage 1: Ligging rekenpunten t.b.v. berekeningen

Geurgevoelige objecten projectlocatie Looieind 14, Erp Nr. GGLID Xcoordinaat 1 Woning 1 - 1 170 991 2 Woning 1 - 2 170 979 3 Woning 1 - 3 170 969 4 Woning 1 - 4 170 981 5 Woning 2 - 1 170 954 6 Woning 2 - 2 170 939 7 Woning 2 - 3 170 923 8 Woning 2 - 4 170 914 9 Woning 2 - 5 170 944

Ycoordinaat 402 326 402 322 402 351 402 355 402 324 402 310 402 295 402 306 402 334

Geurnorm voorgrond 14,0 14,0 14,0 14,0 14,0 14,0 14,0 14,0 14,0

Bestaande geurgevoelige objecten omgeving Nr. GGLID Xcoordinaat 10 Looieind 18 - 1 171 033 11 Looieind 18 - 2 171 024 12 Looieind 18 - 3 171 019 13 Looieind 15 171 049 14 Looieind 13B 171 030 15 Looieind 13A 171 018

Ycoordinaat 402 240 402 236 402 244 402 296 402 338 402 363

Geurnorm voorgrond 14,0 14,0 14,0 14,0 14,0 14,0

Ligging veehouderijen (Web-BVB) t.o.v. plangebied.

Bijlage 2: Toelichting vergunde situatie Looieind 20, Erp Voor het bedrijf aan de Looieind 20 te Erp is op 10 juli 2019 een omgevingsvergunning verleend onder dossiernummer VH-UV 20150356, kenmerk 19488311. Deze omgevingsvergunning had betrekking op het oprichten van een nieuwe pluimveestal en het veranderen van een milieu-inrichting (Omgevingsvergunning Beperkte Milieutoets). In samenhang met deze aanvraag omgevingsvergunning is voor het bedrijf d.d. 28 augustus 2019 een melding in het kader van het Activiteitenbesluit milieubeheer geaccepteerd (nummer UV 20150356, kenmerk 1948269628 en dossiernr. AMVB_MW2019-010). De melding AIM en OBM zijn respectievelijk geaccepteerd en vergund voor het houden van de volgende diercategorieën, -aantallen en huisvestingssystemen. Vergunde situatie Looieind 20, Erp – AIM en OBM d.d. 28-08-2019

Onderdeel van de acceptatie van de melding Activiteitenbesluit milieubeheer d.d. 28 augustus 2019 betrof een berekening van de geurbelasting met V-Stacks Vergunning. Door de gemeente Meierijstad is een afschrift van bovengenoemde besluiten, met bijbehorende aanvraagdocumenten en bijlagen beschikbaar gesteld. De bron- en emissiegegevens zijn ongewijzigd overgenomen uit deze documenten (waaronder de geurberekening), als toebehorende aan het besluit. Deze emissiegegevens zijn daarbij nog steeds overeenkomstig de geldende Regeling geurhinder en veehouderij.

Bijlage 3: Invoergegevens en rekenresultaten voorgrondbelasting geur Looieind 20, Erp

Naam van de berekening: AIM en OBM 28-08-2019 Gemaakt op: 19-05-2020 14:24:37 Rekentijd: 0:00:04 Naam van het bedrijf: Looieind 20, Erp - AIM en OBM 28-08-2019 Berekende ruwheid: 0,25 m Meteo station: Eindhoven Brongegevens: Volgnr.

BronID

X-coord.

Y-coord.

EP Hoogte

Gem.geb. hoogte

EP Diam.

EP Uittr. snelh.

E-Aanvraag

1 2 3 4

Stal 1 Stal 2 Stal 3 Stal 4

170 971 170 958 170 946 170 932

402 150 402 166 402 179 402 193

4,8 4,8 4,0 4,8

3,8 3,8 3,8 3,8

1,77 1,77 2,14 1,77

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=8fe2941d-a555-4c5a-91c9-4fea5c8735d7