Bijlage Rigo onderzoek 2024 beleidsscenario's Meierijstad
Tekst van het document
Beleidsscenario’s voor de woningmarkt Aan: Van: Onderwerp: Datum:
gemeente Meierijstad André Buys doorrekening beleidsscenario’s 27 februari 2024
Inleiding In 2021 heeft RIGO een studie verricht naar de ontwikkeling van de woningbehoefte in de gemeenten Uden en Meierijstad in de periode 2021-2040. Hierbij is een raming gemaakt van de ontwikkeling van de bevolking (huishoudens), de daarbij passende woningvoorraad en de huisvesting in de toekomst. Over de bevindingen is verslag gedaan in een uitgebreide rapportage voor beide gemeenten samen en in een beknopte notitie per gemeente. Inmiddels heeft de gemeente Meierijstad, mede gebruik makend van de inzichten uit 2021, een aantal beleidslijnen ontwikkeld. Onderdelen daarvan zijn het aantrekken (dan wel langer vasthouden van jongeren) en het bevorderen van doorstroming van senioren uit eengezinswoningen (‘downsizers'). Op de achtergrond zijn ook de demografische vooruitzichten door de Provincie (omhoog) bijgesteld. Bij de gemeente is nu de vraag gerezen wat het effect zou kunnen zijn van deze beleidslijnen en van de bijgestelde demografische prognose op de bouwopgave. In deze notitie worden deze effecten gekwantificeerd, voortbordurend op de analyses uit 2021.1 Achtereenvolgens komen aan de orde: • • •
De bijgestelde demografische prognose; Een doorstroomscenario (beleidsscenario). Het aantrekken en vasthouden van jongeren (beleidsscenario);
Voor deze doorrekeningen is gebruik gemaakt van het analysebestand uit 2021. Dit bevat een nauwkeurige reconstructie van de huishoudens, de woningvoorraad en de huisvesting in 2021 alsmede een basisscenario voor de ontwikkeling tot 2040. Zie de rapportage uit 2021 voor een nadere toelichting op de methode. 1
Alle uitkomsten in deze notitie zijn afgerond op tientallen. Hierdoor komen er kleine verschillen voor tussen tabellen en komen optellingen niet altijd op hetzelfde totaal uit.
Een nieuwe demografische prognose Meer huishoudens en voortgaande vergrijzing De Provincie Noord-Brabant maakt regelmatig demografische prognoses voor (delen van) de provincie. De nieuwste demografische prognose, uit november 2023, komt hoger uit dan de prognose die in het onderzoek uit 2021 is gebruikt. Het totaal aantal huishoudens in Meierijstad in 2040 komt ongeveer tweeduizend hoger uit dan in 2021 gedacht. We gaan hier niet in op de achtergrond van deze bijstelling, maar bespreken de gevolgen. In figuur 1 is het verschil tussen beide prognoses voor het jaar 2040 te zien. De plus zit onder meer bij alleenstaanden en stellen in de middenleeftijden en bij jonge gezinnen. De vergrijzing pakt iets minder groot uit dan eerder gedacht, maar ook in de nieuw prognose telt Meierijstad in 2040 veel 75-plus huishoudens. figuur 1
Huishoudenssamenstelling in Meierijstad in 2040 volgens twee prognoses
Bron: Provincie Noord-Brabant, bewerking RIGO
figuur 2
Huishoudenssamenstelling in Meierijstad in 2040 en in 2050 volgens de nieuwste prognose
Bron: Provincie Noord-Brabant, bewerking RIGO
1
In figuur 2 is een doorkijk gemaakt naar de periode 2040-2050. Wie denkt dat de vergrijzing dan ten einde is heeft het mis. In de leeftijdsklasse 65-74 neemt het aantal huishoudens tussen 2040 en 2050 inderdaad af, maar in 2050 is die groep verder doorgeschoven naar de klasse 75plus. Het aantal alleenstaande 75-plussers neemt na 2040 voorlopig nog verder toe. In totaal komen er tussen 2040 en 2050 nog circa 1.650 bij. De prognose heeft betrekking op de gemeente als geheel. Door RIGO is net als in 2021 een nadere toedeling gemaakt naar kern (zie tabel 1). Te zien is dat het aantal huishoudens in alle vier de onderscheiden kernen in 2040 hoger uitkomt dan in de oude prognose. N 2040 neemt het aantal huishoudens in alle kernen verder toe. tabel 1
Ontwikkeling van het aantal huishoudens volgens oude en nieuwe prognose, per kern
Erp Schijndel Sint-Oedenrode Veghel totaal
situatie 2021 2.810 10.390 7.760 13.970 34.930
oude prognose 2040 3.000 11.500 8.720 16.750 39.970
nieuwe prognose 2040 3.110 12.020 9.070 17.780 41.980
2050 3.250 12.470 9.460 18.450 43.630
Bron: Provincie Noord-Brabant, bewerking RIGO
Gevolgen voor de woningbehoefte Voor de woningbehoefte betekent de nieuwe prognose in ieder geval dat er in 2040 ongeveer tweeduizend woningen meer nodig zijn dan eerst gedacht. Daarbij nemen we aan dat voor alle extra huishoudens ook extra bewoonde woningen nodig zijn. 2 Wat voor woningen nodig zijn, is weergegeven in tabel 2 in termen van woningtypen en eigendom. Voor het jaar 2040 zijn de uitkomsten volgens de oude prognose (het basisscenario uit de analyse van 2021) en de nieuwe prognose naast elkaar gezet. Kwalitatief is er weinig verschil. In alle categorieën komt de nieuwe prognose hoger uit dan de oude. Net als bij de analyse uit 2021 valt op dat er nog een grote behoefte ontstaat aan eengezinswoningen, vooral koop. Een belangrijke achterliggende aanname daarbij is dat veel bestaande eengezinswoningen bezet blijven door lege-nest huishoudens, terwijl nieuwe jonge (aanstaande) gezinnen ook behoefte krijgen aan eengezinswoningen. Bij de behandeling van het doorstroomscenario, elders in deze notitie, komen we hier op terug. Ooit, als de vergrijzingsgolf omslaat in een sterftegolf, komen veel woningen langs natuurlijke weg vrij. Zoals al te zien is in figuur 2 is hiervan in ieder geval tot het jaar 2050 nog geen sprake. Integendeel, het aantal alleenstaande 75-plussers is dan nog verder toegenomen.
Stellen van 70 veranderen in alleenstaanden van 80, nog altijd in dezelfde woning. Dit vertaalt zich in een nog verdere toename van de behoefte aan eengezins(koop)woningen.
Een klein aantal huishoudens woont ‘onzelfstandig’, bijvoorbeeld op kamers, in een pension (arbeidsmigranten) of inwonend bij een ander huishouden (woningdelers) of in een niet-woning, zoals een woonwagen. Tussen 2021 en 2040 wordt in het basisscenario uitgegaan van een afname van het aantal onzelfstandig wonenden. Het aantal onzelfstandig wonenden in 2040 is bij verrekening met de nieuw prognose constant verondersteld. Het verschil tussen de twee prognoses vertaalt zich dus volledig in woningbehoevende huishoudens. 2
2
tabel 2
Ontwikkeling van de woningbehoefte tot 2040 (basisscenario), naar eigendom en woningtype
nieuwe prognose
situatie 2021
oude prognose 2040
2040
2050
200 340 80 2.090 2.710 110 2.820
230 400 120 2.190 2.940 70 3.010
230 410 120 2.280 3.040 70 3.110
250 420 130 2.390 3.190 70 3.260
huur app. huur egw. koop app. koop egw. bewoonde woningen onzelfstandig alle huishoudens
1.230 2.140 630 6.130 10.130 260 10.390
1.530 2.270 890 6.640 11.330 180 11.510
1.600 2.360 920 6.940 11.820 190 12.010
1.710 2.410 990 7.180 12.290 190 12.480
Sint-Oedenrode huur app. huur egw. koop app. koop egw. bewoonde woningen onzelfstandig alle huishoudens
790 1.230 350 5.100 7.470 280 7.750
950 1.310 480 5.780 8.520 200 8.720
980 1.360 500 6.040 8.880 190 9.070
1.050 1.380 540 6.290 9.260 190 9.450
1.650 2.270 930 8.520 13.370 600 13.970
2.230 2.620 1.360 10.130 16.340 420 16.760
2.370 2.790 1.440 10.750 17.350 420 17.770
2.490 2.830 1.540 11.170 18.030 420 18.450
Erp huur app. huur egw. koop app. koop egw. bewoonde woningen onzelfstandig alle huishoudens Schijndel
Veghel huur app. huur egw. koop app. koop egw. bewoonde woningen onzelfstandig alle huishoudens Bron: RIGO woningmarktsimulatie
3
tabel 3
Ontwikkeling van de woningbehoefte tot 2040 (basisscenario) naar eigendom
nieuwe prognose
situatie 2021
oude prognose 2040
2040
2050
350 180 2.170 2.700 110 2.810
420 200 2.310 2.930 70 3.000
430 210 2.400 3.040 70 3.110
440 220 2.520 3.180 70 3.250
corporatie part. huur koop bewoonde woningen onzelfstandig totaal huishoudens
2.390 980 6.760 10.130 260 10.390
2.610 1.190 7.530 11.330 180 11.510
2.690 1.280 7.860 11.830 190 12.020
2.760 1.360 8.170 12.290 190 12.480
Sint-Oedenrode corporatie part. huur koop bewoonde woningen onzelfstandig totaal huishoudens
1.380 640 5.450 7.470 280 7.750
1.570 690 6.270 8.530 200 8.730
1.600 740 6.540 8.880 190 9.070
1.650 780 6.830 9.260 190 9.450
2.890 1.030 9.450 13.370 600 13.970
3.500 1.340 11.480 16.320 420 16.740
3.680 1.480 12.190 17.350 420 17.770
3.770 1.560 12.710 18.040 420 18.460
Erp corporatie part. huur koop bewoonde woningen onzelfstandig totaal huishoudens Schijndel
Veghel corporatie part. huur koop bewoonde woningen onzelfstandig totaal huishoudens
In tabel 3 en tabel 4 is de behoefteraming nog anders uitgesplitst. Ook hier blijkt de behoefte bij toepassing van de nieuwe prognose niet veel te verschillen van de oude raming. Alle categorieën komen hoger uit. Ook groeit de behoefte over de hele linie verder door na 2040. De tabellen worden hier niet verder toegelicht.
4
tabel 4
Ontwikkeling van de woningbehoefte tot 2040 (basisscenario) naar prijsklasse voor de gemeente als geheel
bewoonde woningen huurwoningen tot kwal.grens tot 1e aft.grens tot 2e aft.grens tot lib.grens vrije sector koopwoningen tot €200.000 €200-250.000 €250-350.000 €350-450.000 vanaf €450.000
nieuwe prognose
situatie 2021
oude prognose 2040
2040
2050
1.500 4.210 1.040 1.590 1.500 9.840
1.740 4.990 1.160 1.750 1.870 11.510
1.860 5.150 1.210 1.850 2.030 12.100
1.960 5.310 1.250 1.890 2.120 12.530
2.310 3.380 6.560 4.560 7.010 23.820
2.410 3.620 6.980 5.440 9.130 27.580
2.580 3.820 7.400 5.700 9.500 29.000
2.680 4.000 7.700 5.970 9.880 30.230
5
Doorstroomscenario Achtergrond: lege-nesters in eengezinswoningen In het basisscenario ontstaat, ook bij de nieuwe prognose, nog een substantiële uitbreidingsbehoefte aan eengezinswoningen. Een belangrijke oorzaak is dat een groot deel van de bestaande voorraad eengezinswoningen bezet blijft door ‘lege-nesters’, ofwel senioren zonder kinderen. De alleenstaande 75-plusser in een ruime eengezins-koopwoning wordt rond het jaar 2040 een veel voorkomend verschijnsel en is ook in 2050 nog volop aanwezig. Als gevolg hiervan moeten er de komende decennia nog meer eengezinswoningen worden toegevoegd, althans als we toekomstige jonge (aanstaande) gezinnen ook op de manier willen laten wonen zoals hun ouders dat gewend zijn. Dit roept de vraag op of er niet iets te bereiken is in de sfeer van doorstromen. Willen al die lege-nesters echt niet verhuizen of is er geen geschikt aanbod? Anders gezegd: kunnen die lege-nesters niet worden verleid om hun eengezinswoning te verruilen voor een alternatief? Als dat lukt, hoeven die eengezinswoningen niet te worden gebouwd. De alternatieven moeten er dan wel komen. In de nu volgende verkenning wordt berekend wat het zou betekenen voor de bouwopgave tot 2040 als het lukt om meer lege-nesters tijdig te laten doorstromen uit hun eengezinswoning. Het alternatief wordt gezocht in de vorm van voor ouderen geschikte appartementen.
Dit is een versimpeling, want er bestaan vele vormen van voor senioren geschikte huisvesting, al dan niet gecombineerd met zorg. Het ontwikkelen van woonzorg-concepten is een vak apart. Onder lege-nesters verstaan we hier 55-plus huishoudens zonder kinderen. Ook dit is een versimpeling. Het gaat hier om een rekenvoorbeeld; de werkelijkheid is complexer. tabel 5
Huishoudens en hun huisvesting in 2040 volgens het basisscenario (nieuwe prognose)
Erp lege nesters *) in appartement in eengezinswoning onzelfstandig overige huishoudens in appartement in eengezinswoning onzelfstandig alle huishoudens
SintSchijndel Oedenrode
Veghel
totaal
230 1.250 40 1.520
1.530 4.180 90 5.800
1.060 3.460 120 4.640
2.170 5.460 190 7.820
5.000 14.350 450 19.800
120 1.440 30 1.590 3.110
990 5.120 100 6.210 12.010
420 3.940 70 4.430 9.070
1.640 8.080 230 9.950 17.770
3.170 18.590 420 22.180 41.980
*) 55-plus zonder kinderen Bron: RIGO woningmarktsimulatie
In tabel 5 is te zien dat in het jaar 2040 een groot deel van de bevolking uit lege-nesters zal bestaan. In Erp gaat het zelfs om ongeveer de helft van alle huishoudens, in Veghel om ruim een op de drie. Ook is te zien dat van die lege-nesters de grote meerderheid in eengezinshuizen zullen wonen. Hierdoor moeten er in dit scenario nog eengezinswoningen worden toegevoegd, want de overige huishoudens krijgen daar ook behoefte aan.
6
Woningbehoefte bij meer doorstroming In totaal treffen we in het basisscenario in 2040 14.350 lege-nesters in eengezinswoningen aan (zie tabel 5). In het doorstroomscenario nemen we aan dat het lukt om 20% van deze groep een ergens in de gemeente (niet per se in de eigen kern) een alternatief te bieden in de vorm van een aantrekkelijk appartement. In dat geval komen er 2.2870 eengezinswoningen vrij uit de voorraad. In tabel 6 is dit voor de gemeente als geheel nader uitgesplitst naar huur en koop. In de rechterkolom geven de negatieve getallen (in rood) aan wat vrijkomt. De meeste eengezinswoningen die vrijkomen zijn koopwoningen. Daar staat dan een behoefte aan appartementen tegenover die voor ongeveer de helft uit huurwoningen bestaat. Per saldo stromen lege nesters dus door van koop naar huur. tabel 6
Ontwikkeling van de huishoudens en hun huisvesting in Meierijstad volgens twee scenario’s
scenario 2040
lege nesters *) huur app. huur egw. koop app. koop egw. onzelfstandig overige hh. huur app. huur egw. koop app. koop egw. onzelfstandig
totaal huishoudens
situatie 2021
basis (a) doorstroom (b)
2.120 2.610 1.160 8.520 600 15.010
2.980 2.940 2.020 11.410 450 19.800
4.440 2.120 3.430 9.360 450 19.800
1.470 -820 1.400 -2.050 0 0
1.750 3.380 830 13.310 640 19.910
2.210 3.980 960 14.610 420 22.180
2.210 3.980 960 14.610 420 22.180
0 0 0 0 0 0
49.930
61.780
61.780
0
verschil (b-a)
*) 55-plus zonder kinderen
Bron: RIGO woningmarktsimulatie
Voor overige huishoudens (niet-zijnde lege-nesters) heeft het doorstroomscenario geen effect (zie tabel 6). Deze huishoudens wonen in even grote mate in eengezinswoningen als in het basisscenario. Het verschil is dat dit voor een deel woningen zijn die uit de voorraad zullen vrijkomen en die dus niet gebouwd hoeven te worden. Merk op dat, om dit scenario te laten slagen, sommige lege-nesters misschien wel naar een andere kern moeten verhuizen. Dit hangt mede af van de beschikbaarheid en geschiktheid van locaties in de gemeente. In Erp gaat het om 250 huishoudens (20% van de 1.250 in 2040 verwachte lege nesters in eengezinswoningen, zie tabel 5). Om deze allemaal in de kern zelf een alternatief te bieden in de vorm van appartementen, zouden tot 2040 250 appartementen moeten worden gebouwd. Dit is vrijwel de gehele netto bouwopgave in deze kern in de periode 2021-2040 (zie de huishoudensgroei per kern in tabel 1). Op papier (in berekeningen) is dit kloppend te krijgen. In de praktijk moet de vraag worden gesteld of eventueel beschikbare bouwlocaties in Erp niet beter kunnen worden benut voor eengezinswoningen, waar ook behoefte aan is, en of er elders in de gemeente niet veel betere locaties zijn voor appartementen. Hierbij komt meer kijken dan een cijfermatige behoefteraming.
7
tabel 7
Ontwikkeling van de woningbehoefte in Meierijstad volgens twee scenario’s
scenario 2040 type woning huur app.
gebruiksopp. < 60 m2 60 tot 80 80 tot 100 100 tot 120 > 120 m2 huur egw. < 60 m2 60 tot 80 80 tot 100 100 tot 120 > 120 m2 koop app. < 60 m2 60 tot 80 80 tot 100 100 tot 120 > 120 m2 koop egw. < 60 m2 60 tot 80 80 tot 100 100 tot 120 > 120 m2 bewoonde woningen onzelfstandig totaal huishoudens
situatie 2021 850 1.170 1.130 320 400 80 270 1.610 2.100 1.920 140 310 560 380 600 60 170 1.300 3.830 16.490 33.690 1.240 34.930
basis (a) doorstroom (b) verschil (b-a) 1.100 1.280 190 1.590 2.100 510 1.550 2.050 500 400 540 140 530 680 140 90 90 -10 330 270 -60 1.890 1.600 -290 2.310 2.040 -270 2.300 2.100 -200 160 190 30 400 490 100 790 1.120 330 620 950 330 1.010 1.620 610 60 60 0 200 180 -20 1.390 1.300 -100 4.170 3.870 -300 20.200 18.570 -1.630 41.090 41.100 0 870 870 0 41.960 41.970 0
Bron: RIGO woningmarktsimulatie
In tabel 7 is het effect van het doorstroomscenario verder uitgewerkt naar gebruiksoppervlakte van de woning. Dit is een belangrijk kwaliteitskenmerk. In de rechterkolom geven de negatieve getallen (in rood) te zien welke woningen uit voorraad vrijkomen. Het blijken vooral grote eengezinswoningen waaruit wordt doorgestroomd. De vrijkomende koopwoningen zijn al snel groter dan 120 vierkante meter. Daar staat dan een behoefte aan appartementen tegenover, die niet altijd zo groot hoeven te zijn. Per saldo gaan de doorstromers dus kleiner wonen (downsizen), wat ook past bij de levensfase van lege nesters. Toch zijn de alternatieven ook weer niet heel klein. Koopappartementen kleiner dan 80 m2 vormen nauwelijks een alternatief en huurappartementen moeten toch op een aantal uitzonderingen na groter zijn dan 60 m2. Of het daadwerkelijk lukt om lege-nesters tijdig te laten doorstromen hangt van meer zaken af dan alleen een aantrekkelijk woningaanbod. Het bouwen van niet al te krappe appartementen (of gelijkwaardig alternatief aanbod) is een voorwaarde, maar of dat voldoende is, is onzeker. Komen er geen lege-nesters in, dan zullen de gebouwde appartementen in 2040 bewoond worden door andere huishoudens en blijven de lege-nesters in hun eengezinswoningen wonen.
8
Aantrekken en vasthouden van jongeren Achtergrond Meierijstad heeft relatief weinig jonge huishoudens. En volgens de demografische prognose (ook de meest recente) blijft dat zo. Achtergrond is een structureel per saldo vertrek van jongeren. Tussen het 18de en het 24ste levensjaar vertrekken er meer inwoners dan er zich vestigen (figuur 3). Dit wordt overigens meer dan goed gemaakt door vestigers in de andere leeftijden, maar dit terzijde. figuur 3
Binnenlandse migratie van en naar Meierijstad in de jaren 2017 tot en met 2023
140
aantal personen
120 100
80 60
gevestigd
40
vertrokken
20 0
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
leeftijd Bron: CBS, bewerking RIGO
Het vertrek van jongeren wordt deels ingegeven door motieven die niets met de woningmarkt te maken hebben, zoals studie, werk en relaties. Ook bij vestigers spelen meerdere motieven, zoals het weer bij de ouders intrekken na het beëindigen van een studie. In dit scenario rekenen we met een toekomst waarin Meierijstad er in slaagt om structureel meer jongeren aan zich te binden (aan te trekken dan wel vast te houden) door middel van een daartoe geschikt woningaanbod. Die extra jongeren zullen vooral vestigers zijn uit de regio, maar een woning die aantrekkelijk is voor een vestiger is dat natuurlijk ook voor een ‘blijver’.
Effect op de bevolking Voor de doorrekening gaan we uit van een structurele verdubbeling van het jaarlijkse aantal vestigers in de leeftijden 18-24 jaar. Gemiddeld in de periode 2017-2023 vestigden zich jaarlijks 45 personen in die leeftijden. De leeftijdsverdeling van de vestigers is te zien in figuur 3. Het accent ligt op de twintigplussers; achttien- en negentienjarigen zijn nog niet zo actief op de woningmarkt. Met ingang van 2024 rekenen we met jaarlijks 45 extra jongeren. Om het effect hiervan op de woningbehoefte te bepalen, worden twee tussenstappen gemaakt: •
Een vertaalslag van inwoners naar (woning behoevende) huishoudens. Hierbij nemen we aan dat het in alle gevallen om jongeren gaat die ook onderdeel vormen van eigen huishoudens, die op hun beurt ook een woning nodig hebben. Het zijn dus geen vestigers die (weer) bij hun ouders intrekken.
9
•
Een doorrekening naar de toekomst. Jongeren blijven niet jong en alleenstaande jongeren blijven daarnaast meestal niet alleenstaand. Ook zullen ze niet allemaal voor altijd in de gemeente (en in hun eerste woning) blijven wonen. Sommige vestigers vertrekken op latere leeftijd alsnog, bijvoorbeeld om te gaan samenwonen in een andere gemeente. Een enkeling zal overlijden. En de extra vestigers krijgen ook kinderen, die op de heel lange termijn ook weer huishoudens gaan vormen.
Het cumulatieve effect van de extra vestiging, in termen van huishoudens, is te zien in figuur 4 (uitgesplitst naar leeftijd) en figuur 5 (uitgesplitst naar type). In 2024, het eerste jaar, gaat het bij 45 inwoners om 35 huishoudens, in de meeste gevallen (maar niet uitsluitend) alleenstaanden. Naarmate de tijd voortschrijdt worden de jongste vestigers ouder en gaan zij ook samenwonen en gezinnen stichten. Elk jaar komen er wel weer 35 nieuwe jonge huishoudens bij, waardoor de alleenstaanden blijven domineren. In totaal vormen de vestigers in het jaar 2030, voor zover ze nog in de gemeente wonen,155 huishoudens en in jaar 2040 245. In 2050 kan de extra vestiging zelfs voor circa 340 extra huishoudens hebben gezorgd. figuur 4
Cumulatief effect van jaarlijks aantrekken van 35 extra jonge huishoudens, naar leeftijd
Bron: RIGO op basis van CBS referentiecijfers
figuur 5
Cumulatief effect van jaarlijks aantrekken van 35 extra jonge huishoudens, naar samenstelling
Bron: RIGO op basis van CBS referentiecijfers
10
Effect op de woningbehoefte Waar hebben de extra jonge vestigers behoefte aan? In het eerste jaar (2024) gaat het nog uitsluitend om 35 jonge huishoudens, van wie de meeste alleenstaand. De daarbij behorende woningvoorraad bestaat dan vooral uit huurwoningen in het sociale segment. Bij nadere beschouwing gaat het zelfs in 13 van de 35 gevallen om woningen met een huurprijs onder de kwaliteitskortingsgrens (tabel 8). Naarmate verder in de tijd wordt gekeken, verandert de samenstelling van de groep en wordt de behoefte meer gedifferentieerd. Nieuwe vestigers blijven ieder jaar behoefte hebben aan huurwoningen met een lage huurprijs, maar ‘oudere’ jongeren uit eerdere lichtingen, voor zover nog in Meierijstad aanwezig, stromen ook door naar andere segmenten, mits die uiteraard beschikbaar zijn. De behoefte aan koopwoningen en aan eengezinswoningen neemt toe. Het accent blijft wel liggen op de relatief goedkope prijsklassen, ook bij koopwoningen.
tabel 8
Extra woningbehoefte als gevolg van het aantrekken van jaarlijks 35 jonge huishoudens vanaf 2024
woningtype huur app. huur egw. koop app. koop egw. totaal
2024 15 9 4 7 35
2030 55 36 15 50 156
2040 72 56 21 97 246
2050 91 75 26 146 338
huursegment tot kwal.grens tot 1e aft.grens tot 2e aft.grens tot lib.grens vrije sector totaal
2024 13 4 3 2 2 24
2030 39 20 10 9 12 90
2040 46 31 14 16 20 127
2050 65 38 19 19 25 166
koopsegment tot €200.000 €200-250.000 €250-350.000 €350-450.000 vanaf €450.000 totaal
2024 5 1 4 1 11
2030 18 10 25 7 5 65
2040 25 19 43 16 15 118
2050 32 24 59 26 31 172
Bron: RIGO woningmarktsimulatie
Nog meer jongeren binden? Het aantal van 35 jonge huishoudens per jaar is hier gebruikt als rekenvoorbeeld. Dit aantal kan ook hoger of lager uitvallen, dan komt de woningbehoefte naar verhouding hoger of lager uit. Wat in de praktijk haalbaar is, hangt behalve van het woningaanbod ook van andere vestigingsfactoren af. Dit werkt twee kanten op. Structureel meer jonge huishoudens brengt een woningbehoefte met zich mee. Andersom geredeneerd is dat woningaanbod een noodzakelijke (maar geen voldoende) voorwaarde om structureel meer jongeren te kunnen binden.
11