Bijlage Rapportage_aanvullend_onderzoek(vleermuizen)_Fioretti_College(BTL_Advies).pdf
Tekst van het document
Aanvullend onderzoek
Fioretti College, SintOedenrode
COLOFON
Aanvullend vleermuisonderzoek Fioretti College, Sint-Oedenrode
2
OPDRACHTNEMER
BTL Advies B.V. Willemsplein 2-4 5211 AK ‘s-Hertogenbosch T: 073 205 11 00 E: advies@btl.nl
OPGESTELD DOOR
Matthias Koster (landschapsecoloog)
GETOETS DOOR
Tom Zeegers (Adviseur ecologie)
OPDRACHTGEVER
Gemeente Meierijstad t.a.v. Dhr. R. Boiten Stadhuisplein 1 5461 KN Veghel
FOTO VOORBLAD
Impressie van het plangebied Fioretti College, Cromvoirt
PROJECTNUMMER
722180047
STATUS
DEFINITIEF
VERSIE
1.0
DATUM
10 oktober 2019
Vleermuisonderzoek Fioretti college, Sint-Oedenrode, Gemeente Meierijstad
INHOUDSOPGAVE COLOFON
2
INHOUDSOPGAVE
3
1
INLEIDING
4
1.1 1.2
4 4
2
3
Aanleiding Plangebied
WERKWIJZE
5
2.1 2.2
5 5
Doel Werkwijze vleermuisonderzoek
ONDERZOEKSRESULTATEN
6
3.1 3.2
6 6
Samenvatting Quckscan flora en fauna Bevindingen vleermuisonderzoek
4
TOETSING AAN NATUURWETGEVING
8
5
CONCLUSIE EN ADVIES VERVOLGSTAPPEN
10
BIJLAGEN Bijlage 1.1. Aangetroffen verblijfplaatsen vleermuizen LITERATUURLIJST
FOUT! BLADWIJZER NIET GEDEFINIEERD. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 10
3
1
INLEIDING
Dit hoofdstuk gaat in op de aanleiding van het aanvullende onderzoek. Eveneens is het plangebied kort toegelicht. 1.1
AANLEIDING
De gemeente Meierijstad is voornemens om de huidige bebouwing, het voormalige Fioretti College, aan de Kasteellaan 6 te slopen. Het gebouw dient niet meer als schoolgebouw. In de toekomst wordt hier nieuwbouw gerealiseerd. Uit het onderzoek van de quickscan (BTL Advies, 2018) in het plangebied blijkt de bebouwing geschikt te zijn als verblijfplaats voor vleermuizen. Hierdoor is aanvullend onderzoek noodzakelijk naar deze functionaliteit (zomeren paarverblijfplaats) van het plangebied voor vleermuizen.
1.2
PLANGEBIED
Het plangebied is uitvoerig beschreven in de bijbehorende quickscan (BTL Advies, 2018). Het plangebied ligt aan de Kasteellaan 6 te Sint-Oedenrode (Afbeelding 1). Het plangebied zelf bestaat uit een schoolgebouw, enkele solitaire bomen, opgaande struwelen en een betegeld plein. Het voormalige schoolgebouw is op te delen in drie verschillende delen: •
De linkervleugel: bestaande uit een dubbele laag. De wanden bestaan uit dunne wandplaten met een tussenruimte, de dakrand bevat een ijzeren dakstrip met enkele kieren.
•
Het middendeel. Dit deel bestaat uit één laag.
•
De rechtervleugel: bestaande uit een dubbele laag. De wanden bestaan uit een stenen muur met een spouwmuur die nageïsoleerd is. De dakrand bevat een ijzeren dakstrip met enkele kieren.
Figuur 1. Ligging en begrenzing van het plangebied aan de Kasteellaan 6 (wit omkaderd) te Sint-Oedenrode (Bron: Google Maps).
4
Vleermuisonderzoek Fioretti college, Sint-Oedenrode, Gemeente Meierijstad
2
WERKWIJZE
In dit hoofdstuk is kort de werkwijze van dit aanvullende onderzoek toegelicht. 2.1
DOEL
Het doel van het aanvullend onderzoek is het vaststellen van de functionaliteiten als verblijfplaatsen van vleermuizen binnen het plangebied. Indien deze functionaliteit wordt aangetroffen in het te onderzoeken gebied dient dit aanvullende onderzoek als basis voor de ontheffing van de voorgenomen werkzaamheden. In deze rapportage van het aanvullend onderzoek is beschreven welke soorten onderzocht worden, de functionaliteit voor deze soorten en de vervolgstappen om negatieve effecten te voorkomen (mitigatie).
2.2
WERKWIJZE VLEERMUISONDERZOEK
Uit de eerder uitgevoerde quickscan is aanvullend onderzoek naar verblijfplaatsen (zomer- en paarverblijfplaatsen) van vleermuizen aanbevolen. De te slopen bebouwing kan fungeren als zomer- en paarverblijfplaats voor vleermuizen. Het uitgevoerd vleermuisonderzoek is uitgevoerd conform het vleermuisprotocol uit 2017. Hiervoor zijn veldbezoeken uitgevoerd in de winter-, kraam- en paarperioden. Alle bezoeken zijn uitgevoerd door twee ecologen, aangezien met één ecoloog niet de vastgestelde 75% zich op het gehele plangebied haalbaar is. Een uitzondering geldt hierbij voor het laatste veldbezoek ten behoeve van de paarverblijfplaatsen. In de paarperiode is het onderzoek minder afhankelijk van de schemering. De baltsactiviteiten rondom een geschikt gebouw van mannelijke exemplaren zijn enkele uren na zonsondergang eveneens goed waar te nemen. Hierdoor is het mogelijk om één of meerder veldbezoeken in deze periode op een later tijdstip, dan de schemering, uit te voeren. Vleermuizen vormen een nachtactieve groep. Om deze reden zijn de veldbezoeken in de schemering en in de nacht uitgevoerd. Tijdens de veldbezoeken is gewerkt met een bat-detector om eventueel aanwezige vleermuizen waar te nemen (type Pettersson D240x). Specifiek is gelet op verblijf-indicerend gedrag, zoals zwermen, in- en uitvliegen en baltsgedrag. In tabel 1 is een overzicht weergegeven van de uitgevoerde onderzoeken.
DATUM
TIJD
15-05-2019
21:15-23:15
WAARNEMER
WEERSOMSTANDIGHEDEN
TYPE VELDWERK
M. van Oorschot
Droog, half bewolkt, 2 Bft, 18 graden
Onderzoek kraamperiode
Droog, licht bewolkt, 2 Bft, 23 graden
Onderzoek kraamperiode
Droog, half bewolkt, windstil, 16 graden
Onderzoek paarperiode
Droog, licht bewolkt, windstil, 11 graden
Onderzoek paarperiode
I. Bax M. van Oorschot 25-06-2019
03:00-05:15 I. Bax M. Koster
02-09-2019
21:30-23:30 I. Bax
03-10-2019
19:30-21:30
M. Koster
Tabel 1. Onderzoeksperioden ten behoeve van de vleermuisonderzoek conform het vleermuisprotocol 2017
5
3
ONDERZOEKSRESULTATEN
In dit hoofdstuk zijn de bevindingen van de veldbezoeken beschreven en toegelicht. Tevens worden de resultaten van de eerder uitgevoerde quickscan hier kort beschreven. 3.1
SAMENVATTING QUCKSCAN FLORA EN FAUNA (BTL ADVIES, 2018)
Broedvogels Tijdens het veldbezoek zijn een beperkt aantal vogels aangetroffen in het plangebied. De bebouwing binnen het plangebied fungeert niet als broedlocatie voor tal van vogels. Daarentegen kunnen de groenstructuren in het plangebied wel fungeren als broedlocatie voor verschillende vogels. Tijdens het veldbezoek zijn dan ook meerdere gebruikte nesten van de houtduif aangetroffen in de groenstructuren. Vleermuizen Het plangebied kan fungeren als foerageergebied voor vleermuizen. Het gaat hierbij zowel om de aanwezige groenstructuren als aanwezige bebouwing. De bebouwing in het plangebied kan fungeren als verblijfplaats voor vleermuizen (paar- en zomerverblijfplaats). Aanbevolen is om onderzoek te doen naar de functionaliteit als verblijfplaats van het plangebied voor deze soortgroep. Grondgebonden zoogdieren In het plangebied zijn geen nesten aangetroffen van de eekhoorn en eveneens geen sporen van de steenmarter, hierdoor worden deze soorten niet verwacht in het plangebied. Het plangebied kan daarentegen wel fungeren als foerageer- en migratiegebied voor algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren. Amfibieën Direct grenzend aan het plangebied zijn geen watervoerende watergangen aanwezig, waardoor voortplantingsbiotoop van amfibieën in en direct grenzend aan het plangebied uitgesloten zijn.
Daarentegen kunnen de groenstructuren in en rondom het plangebied fungeren als landbiotoop voor algemeen voorkomende amfibieën.
3.2
BEVINDINGEN VLEERMUISONDERZOEK
Alle relevante waarnemingen zijn in beeld gebracht in figuur 4.1. In de tekst worden verwijzingen gemaakt naar de symbolen die corresponderen met het figuur. 3.2.1
Kraam- en zomerperiode
Tijdens het eerste veldbezoek (15 mei) is aan de noordzijde van het plangebied (in het rechter hogere pand) een zomerverblijfplaats aangetroffen van de gewone dwergvleermuis. Gedurende het gehele veldbezoek zijn aan alle zijden van het pand foeragerende gewone dwergvleermuizen waargenomen. Tijdens het tweede veldbezoek (25 juni) is aan de zuidzijde van het plangebied een baltsend exemplaar van de gewone dwergvleermuis waargenomen. In- en/of uitvliegende exemplaren zijn tijdens het veldbezoek niet waargenomen. Tijdens het gehele bezoek zijn aan verschillende zijden van het plangebied foeragerende gewone dwergvleermuizen waargenomen. Eveneens is een foeragerende laatvlieger aan de noordzijde van het plangebied waargenomen. Dit exemplaar baltste soms kortdurend bij het plangebied. 3.2.2
Paarperiode
Tijdens het veldbezoek (2 september) zijn meerdere foeragerende gewone dwergvleermuizen rondom het plangebied waargenomen. Tijdens het veldbezoek is een baltsend exemplaar waargenomen. Dit exemplaar vloog gedurende het veldbezoek onder een kier van het dak bij het linker pand naar binnen. Hierdoor is vastgesteld dat in het plangebied een paarverblijfplaats aanwezig is.
6
Vleermuisonderzoek Fioretti college, Sint-Oedenrode, Gemeente Meierijstad
Ook de eerder vastgestelde zomerverblijfplaats in het rechter hogere pand was tijdens dit veldbezoek bezet. Hier is een gewone dwergvleermuis aangetroffen die de opening van de verblijfplaats meerdere keren kwam inspecteren. Baltsende activiteiten zijn bij dit verblijfplaats niet waargenomen. . Tijdens het laatste veldbezoek zijn meerder foeragerende gewone dwergvleermuizen rondom het plangebied waargenomen. Het ging hierbij om overvliegende exemplaren die de groenstructuren aan weerszijden van het plangebied (laan Kasteellaan en groenstructuur aan de noordzijde) gebruikten als vliegroute. Daarnaast is in het plangebied een baltsend exemplaar van de gewone dwergvleermuis waargenomen. Dit exemplaar verbleef een klein kwartiertje in het plangebied en is vervolgens niet meer waargenomen. Dit keer zijn geen invliegers of uitvliegers vastgesteld in het plangebied.
Legenda Paarverblijfplaats gewone dwergvleermuis Zomerverblijfplaats gewone dwergvleermuis Vliegroute en foerageergebied gewone dwergvleermuis Figuur 4.1.: Functionaliteit van het plangebied, Fioretti College (Kastellaan 6), voor vleermuizen
7
4 TOETSING AAN NATUURWETGEVING Onderstaand is getoetst of de voorgenomen activiteit effect kan hebben op de onderzochten soortgroepen. Voor onderbouwing van andere soortgroepen wordt verwezen naar de quickscan. Voor onderbouwing van de Wetsartikelen staat onderstaand een tekstkader met daarin de relevante wetsartikelen voor uw werkzaamheden. Vogelrichtlijnsoorten (Artikel 3.1) Algemene broedvogels Overtreding op broedvogels in de aanwezige groenstructuren wordt voorkomen door de werkzaamheden te starten buiten het broedseizoen (maart t/m augustus). Indien dit niet mogelijk is, moet vlak voorafgaand aan de start van de werkzaamheden een check plaatsvinden door een ecoloog. De situatie kan zich voordoen dat een broedvogel zich vestigt tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. In dat geval moet direct contact worden opgenomen met een ecoloog, zodat bepaald kan worden op welke wijze zorgvuldig gehandeld moeten worden. De werkzaamheden kunnen dan wel worden uitgevoerd, mits het nest behouden blijft, zolang het bebroed wordt. Habitatrichtlijnen (Artikel 3.5) Alle soorten vleermuizen zijn beschermd evenals alle typen vaste rust- en verblijfplaatsen. Het plangebied fungeert als onderdeel van het leefgebied van vleermuizen.
Rondom het pand zijn verschillende stootvoegen en openingen aanwezig die door vleermuizen benut kunnen worden als invliegopeningen voor een rust- en verblijfplaats. Gewone dwergvleermuis De voorgenomen sloop van het voormalige schoolgebouw leidt tot vernietiging van meerdere verblijfplaatsen (zomer- en paarverblijfplaats) van de gewone dwergvleermuis. Hiermee wordt verbodsartikel 3.5, lid 4 overtreden. Volgens de Wet natuurbescherming is een ontheffing noodzakelijk, echter stelt de provincie Noord- Brabant (bevoegd gezag), dat indien voldoende zorgvuldig wordt gehandeld, en wordt gemitigeerd volgens het kennisdocument ‘gewone dwergvleermuis’, een ontheffing niet noodzakelijk is. Het plangebied behoort niet tot het essentiële foerageergebied en/of vliegroute voor de gewone dwergvleermuis. De voorgenomen kap- en rooiwerkzaamheden leiden dan ook niet tot overtreding van verbodsartikelen. Laatvlieger Het plangebied wordt door enkele laatvliegers gebruikt als vliegroute en foerageergebied. De laatvliegers doorkruisen het plangebied om vervolgens via het oosten en zuiden te vertrekken. Doordat slechts enkele overvliegende vleermuizen zijn waargenomen en omdat in de omgeving voldoende alternatieve zijn om via de woonwijken van Sint-Oedenrode te bereiken, is er geen sprake van een essentiële vliegroute en foerageergebied.
Een afbreuk van deze vliegroute en foerageergebied zorgt niet dat verblijfplaatsen in de omgeving ongeschikt worden.
8
Vleermuisonderzoek Fioretti college, Sint-Oedenrode, Gemeente Meierijstad
Wet natuurbescherming Artikel 3.1 1 Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3 Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4 Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5 Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort Artikel 3.5 1 Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2 Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3 Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen.
5 Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
9
5 CONCLUSIE EN ADVIES VERVOLGSTAPPEN Algemene broedvogels Indien de kap- en rooiwerkzaamheden van de aanwezige beplanting in de broedperiode wordt uitgevoerd, bestaat de kans op het verstoren en/of vernietigen van broedende vogels en nesten. Deze voorgenomen kap- en rooiwerkzaamheden dienen dan ook buiten de broedperiode, maart-augustus, uitgevoerd te worden. Is dit niet mogelijk dan dient een ecologische inspectie voorafgaand aan de voorgenomen werkzaamheden uitgevoerd te worden. Vleermuizen Met de sloop van het schoolgebouw gaat één zomer- en één paarverblijfplaats verloren. Om te voorkomen dat er geen verbodsbepalingen worden overtreden, dient er voldoende zorgvuldig gehandeld, en gemitigeerd te worden. Om dit volgens regels te doen dient het kennisdocument van de Gewone dwergvleermuis gevolgd te worden (Bij12, 2017). Voor dit project betekent dat: Nog uit te voeren maatregelen •
Werken buiten de kwetsbare periode waarin de verblijfplaats wordt benut: o Het plangebied wordt gebruikt als verblijf tijdens de kraam- en paarperiode. De kraamperiode en doorlopend paarperiode loopt van 15 mei tot en met 31 oktober. Binnen deze periode mogen de huidige verblijfplaatsen niet worden aangetast of verstoord.
Reeds uitgevoerde maatregelen •
•
In het gebied is één zomerverblijfplaats en één paarverblijfplaats aanwezig, om deze te slopen dient er een veelvoud aan vervangende paarverblijfplaatsen te worden aangeboden. o In de regel wordt voor iedere verblijfplaats die verloren gaat vervangen door vier nieuwe verblijfplaatsen. Dit betekent dat er voor dit project 8 nieuwe zomer- en paarverblijfplaatsen aangeboden dienen te worden. o Wij adviseren u om de VK WS 01 Vleermuizenkast aan te schaffen via vivara.nl (of een soortgelijke kast). Deze kasten dienen opgehangen in afstemming met een deskundig ecoloog, om de kans van slagen zo groot mogelijk te maken, en te voldoen aan de voorwaarden die gesteld worden aan de locatie. De uitvoering van de maatregelen moeten vastgelegd worden, dit kan het best gedaan worden door een ecologisch werkprotocol op te stellen.
LITERATUURLIJST BTL Advies. (2018). Rapportage Quickscan Fioretti College, Sint-Oedenrode.
10
Vleermuisonderzoek Fioretti college, Sint-Oedenrode, Gemeente Meierijstad