Bijlage III tussen Aa-dal en Rooise Heide
Tekst van het document
15
Zie ook Beijers (red.) 2003, p. 66-67
RAAP-rapport 2970 / eindversie, 26 oktober 2015
[25]
Tussen Aa-dal en Rooise Heide; herijking van het erfgoedbeleid van de gemeente Schijndel
-
wegenstructuur
-
verkavelingspatroon
-
microreliëf (rabattenstructuur)
-
structuur van sloten en greppels
-
de Biezenloop
-
bebossing met populieren (binnen de oude verkavelingsstructuur) en broekbossen
-
hoge (historisch-)ecologische waarden
Vertroebelde / verdwenen kenmerken: -
gebied veel geslotener geworden door populierenbossen
-
verdwijnen historische kavelbeplanting in grootschalige populierenopstand?
-
in zuidwestelijk deel landschap opener geworden door verdwijnen kavelbeplanting
Beekdalen en broeken
halfopen, regelmatige broekontginning (bh1) Schijndel kent geen eigen beekdalen; het beekdal dat voor Schijndel van betekenis was ligt in de aangrenzende gemeente Bernheze. Wel kent Schijndel enkele regelmatige broekontginningen aan de rand van de Oude-Molenheide en aan de randen van het Wijboschbroek. Hier lagen kleinschalige, door kavelbeplanting omgeven percelen grasland in een vrij regelmatig grid. De kavels waren wat groter dan die in de vochtige kampontginningen, maar het meest onderscheidend was toch wel de ligging. Het gaat namelijk om de rand van een jonge broekontginning, waarvan een gedeelte dus al vóór 1840 in ontginning werd genomen. In het huidige landschap is de randbeplanting verdwenen, maar de verkaveling is nog vrijwel intact. Langs de wegen eromheen is in het deel bij de Oude-Molenheide echter wel bebouwing verrezen, wat het onbebouwde karakter van dit gebied heeft aangetast. Een deel van het gebied is niet meer als grasland, maar als akkerland in gebruik. Belangrijk is verder dat de ontginning is opgenomen in de jonge broekontginning daaromheen. Waardevolle kenmerken: -
verkavelingspatroon
-
als ruimtelijke structuur nog herkenbaar binnen jongere broekontginningen
Vertroebelde / verdwenen kenmerken: -
kavelrandbeplanting
-
bebouwing toegenomen in het deel bij de Oude-Molenheide
-
grondgebruik diverser geworden
Oude heideontginningen
RAAP-rapport 2970 / eindversie, 26 oktober 2015
[26]
Tussen Aa-dal en Rooise Heide; herijking van het erfgoedbeleid van de gemeente Schijndel
halfopen, regelmatige heideontginning (oh1) In de 18e en vroege 19e eeuw begon men vanuit de kampontginningen te ‘knabbelen’ aan de gemeijnt, het vroegere heidegebied richting Sint-Oedenrode en daarom wel de Rooise Heide genoemd. De oudste ontginningen bestonden uit een combinatie van akkerland, grasland en kleine naald- en loofbossen, waarbij akkerland domineerde. De structuur was zeer regelmatig, met een rechthoekig grid van wegen. Tussen de strookkavels, waarin de blokken land waren verdeeld, stond perceelsrandbeplanting. Bebouwing kwam hier en daar voor, maar de indruk bestaat dat het land in de eerste plaats toebehoorde aan de boeren op het ‘oude land’. Het rechthoekige grid is nog herkenbaar, maar daar houdt de intactheid van dit landschap wel mee op. Door het gebied werd een – op zich nu al weer cultuurhistorisch waardevolle – spoorlijn getrokken, die het rechte grid niet volgt. De verkaveling werd fors opgeschaald en de randbeplanting verdween vrijwel geheel. Gehandhaafd bleef de kavelgrens die de rand van het vroegste deel van deze ontginning vormde. Verspreide bebouwing kwam niet tot stand, maar de bebouwing langs de Langstraat zorgde wel voor een ‘bebouwder beeld’. Belangrijker nog is de totstandkoming van het bedrijventerrein tussen Spoorlaan en Rooiseweg, waardoor een deel van deze oude heideontginning werd bebouwd.
Vooral de korte poot van de L-vormige ontginning, die langs de Rooiseweg-N637, heeft veel te lijden gehad van deze relatief recente ontwikkelingen. Waardevolle kenmerken: -
rationele/gridvormige karakter van de wegenstructuur
-
onverharde wegen en paden
-
een kavelgrens als zuidrand van het oudste deel van de ontginning
-
het Duits Lijntje
Vertroebelde / verdwenen kenmerken: -
verkaveling opgeschaald
-
kavelrandbeplanting verdwenen
-
bebouwing toegenomen langs Langstraat en op het bedrijventerrein in het oosten
-
grondgebruik diverser geworden
-
rationele wegenstructuur door wegconstructie Rooiseweg-N637 aangetast
-
contrast met aangrenzende heideontginningen verdwenen
regelmatige heideontginning met bos (oh2) Het westelijke deel van deze oude heideontginning bestond uit opgaand bos, afgewisseld door kleine stukjes open cultuurland en een boerderij. Tussen de kavels stond randbeplanting. Het geheel oogt als een systematische ontginning vanuit de aanwezige boerderij. Veelal zien we in heideontginningen dat het aanvankelijk aangeplante bos al snel verdween om plaats te maken voor akkerland. Dat zien we ook hier terug, alhoewel het nog meer dan een
RAAP-rapport 2970 / eindversie, 26 oktober 2015
[27]
Tussen Aa-dal en Rooise Heide; herijking van het erfgoedbeleid van de gemeente Schijndel
eeuw duurde voor het laatste bos verdwenen was. Ook hier is de regelmaat nog te herkennen, maar het landschap veranderde in de afgelopen eeuw fors. De boerderij als kern van het landschap is verdwenen, evenals de bebossing. Kleine kavels maakten plaats voor grote blokvormige, en de spoorlijn doorsnijdt ook dit gebied. Het contrast met de aangrenzende, vanouds halfopen oude heideontginning is daardoor verdwenen. Dat geldt bovendien ook voor het contrast met de aangrenzende jonge heideontginning. Waardevolle kenmerken: -
rationele karakter van de wegenstructuur
-
een kavelgrens als zuidrand van het oudste deel van de ontginning
-
het Duits Lijntje
Vertroebelde / verdwenen kenmerken: -
verkaveling opgeschaald
-
kavelrandbeplanting verdwenen
-
oorspronkelijke ontginningsboerderij (?) verdwenen
-
bos verdwenen
-
contrast met aangrenzende heideontginningen verdwenen
Jonge heide- en broekontginningen
open, regelmatige jonge heideontginning (hr1) De ontginning van de Rooise Heide en Vlagheide werd vanuit de oude heideontginningen in zuidwestelijke richting na 1845 voltooid. 16 Hier ontstond uiteindelijk in de vroege 20e eeuw een regelmatig grid van wegen, waarbij de tussenliggende blokken in blokvormige kavels verdeeld werden. Het grondgebruik was heel divers van aard; grasland en akkerland overheersten. Perceelsrandbeplanting kwam zeker nog op grote schaal voor, alhoewel ook sloten zullen zijn gebruikt. Langs de wegen stond mogelijk laanbeplanting. Bebouwing ontbrak in dit gebied. Soms werd later bebouwing toegevoegd, waarbij het MOB-complex daarvan een bijzonder voorbeeld is. Feitelijk is de situatie sinds de ontginning van grote delen van de Rooise Heide niet veel veranderd. De weinige kavelbeplanting is verdwenen en er heeft wel wat kavelvergroting plaatsgevonden, maar de hoofdstructuur is nog zeer goed herkenbaar. Alleen in de zuidoosthoek van het westelijk deel lijkt de verkaveling echt fors opgeschaald te zijn. Daarnaast zijn er hier en daar boerderijen gesticht. Het meest aangetast is de oostelijke helft, de Vlagheide; hier is een bedrijventerrein verrezen en is een vuilstort aangelegd. Waardevolle kenmerken: -
16
rationele/gridvormige karakter van de wegenstructuur
Beijers (red.) 2003, p. 58-59
RAAP-rapport 2970 / eindversie, 26 oktober 2015
[28]
Tussen Aa-dal en Rooise Heide; herijking van het erfgoedbeleid van de gemeente Schijndel
-
onverharde wegen en paden
-
laanbeplanting langs de wegen
-
in belangrijke mate intactheid van de verkaveling
-
gemengd grondgebruik
Vertroebelde / verdwenen kenmerken: -
verkaveling opgeschaald in de zuidoosthoek van het westelijk deel
-
enkele boerderijen verrezen
-
een gedeelte van de oostelijke helft (Vlagheide) is bebouwd of in een vuilstort omgevormd
stuifzandbebossing (hs1) In vergelijking met andere Brabantse gemeenten kent Schijndel nauwelijks jonge droge heidebebossingen of stuifzandbebossingen. Zo liggen de Eerdse Bergen grotendeels net buiten de gemeentegrenzen. Stuifzanden zijn er in de regio echter wel meer geweest. 17 Een relict van een fraaie stuifzandwal bevindt zich in het zuidoostelijk deel van het bedrijventerrein Duin. Reliëf en beplanting zijn hier nog intact, alhoewel door de aanleg van spoorlijn en bedrijventerrein de context in sterke mate verstoord is. Waardevolle kenmerken: -
reliëf
-
beplanting
Vertroebelde / verdwenen kenmerken: -
context is grotendeels verdwenen
voormalige stuifzandbebossing (hs2) Een aanzienlijk deel van de stuifzandbebossing die we hiervoor noemden, is verdwenen door bebouwing of ontginning. Hier hebben we om die reden dus geen cultuurhistorische waarden vanuit dit historisch grondgebruik meer te verwachten. Waardevolle kenmerken: -
geen
Vertroebelde / verdwenen kenmerken:
17
-
reliëf
-
beplanting
-
context
Beijers (red.) 2003, p. 96-97
RAAP-rapport 2970 / eindversie, 26 oktober 2015
[29]
Tussen Aa-dal en Rooise Heide; herijking van het erfgoedbeleid van de gemeente Schijndel
open, regelmatige jonge broekontginning (hb1) De Oude Molenheide werd vanuit een vroeger ontgonnen rand (zie bh1) in de vroege 20e eeuw in ontginning gebracht. Ook hier werd een rationeel grid van wegen aangelegd, waartussen een patroon van blok- en strookvormige kavels werd aangelegd. Kavelrandbeplanting kwam wel voor, maar niet op grote schaal. Laanbeplanting daarentegen werd wel op grote schaal aangelegd. Langs de Middelrodense Dijk ontstond bebouwing; elders kwam die wel voor, maar in beperkte mate. In de kern van het gebied ontstond een zeer fijnmazige begreppeling, waarvan het doel tot op heden nog onduidelijk is, maar die mogelijk samenhangt met de leemwinning daar. Weliswaar is de structuur van het gebied in hoge mate nog intact, inclusief de bijzondere begreppeling, maar door de aanleg van camping De Molenheide, de visvijver daar tegenover en het sportpark is het karakter van het gebied wel sterk veranderd in de afgelopen ruime eeuw. De visvijver was voorheen een openluchtzwembad, aangelegd in leemkuilen. 18 Het overdekte zwembad vond later iets zuidelijker een plek. Daarnaast is de agrarische bebouwing fors toegenomen. De laanbeplanting vinden we nog altijd in het gebied terug, net als de hoofdstructuur van wegen en verkaveling. Waardevolle kenmerken: -
wegenstructuur
-
laanbeplanting
-
hoofdstructuur van verkaveling
-
houtsingels
-
Middelrodense Dijk als hoofdas van bewoning
-
deel van bijzondere begreppeling in middengebied
Vertroebelde / verdwenen kenmerken: -
aanleg van camping, visvijver en sportpark
-
forse toename agrarische bijgebouwen / verrommeling
halfopen, regelmatige jonge broekontginning (hb2) De kern van het Wijboschbroek bestaat historisch gezien uit een betrekkelijk open westelijk deel en een bebost oostelijk deel. Het westelijk deel kende een regelmatig wegengrid van lange noord-zuid-lopende wegen en korte verbindingen daartussen. Elk langgerekte strook was in kleine strookjes verdeeld, waarbij het grondgebruik gemengd was. Elke kavel kende randbeplanting; een deel was beplant met loofbos. Het meeste bos stond op rabatten. In het gebied kwam een enkel gebouwd object voor.
18
De topografische kaart uit 1900 laat op de heide een leemafgraving zien, die via een Electrische spoorbaan met de steenfabriek aan de Zuid-W illemsvaart (Kanaaldijk Zuid) verbonden was. De fabriek werd in 1898 opgericht en in 1930 gesloten. Het terrein van de steenfabriek is nog steeds een geïsoleerd bedrijventerrein aan het kanaal.
RAAP-rapport 2970 / eindversie, 26 oktober 2015
[30]
Tussen Aa-dal en Rooise Heide; herijking van het erfgoedbeleid van de gemeente Schijndel
De geschetste situatie is grotendeels nog intact. De wegenstructuur is ten dele opgeheven, vermoedelijk om redenen van natuurontwikkeling. Verder is er wat bebouwing bijgekomen en staat de bebossing op andere percelen dan die in de vorige eeuw. De meest ingrijpende verandering is echter, dat de meeste perceelsrandbeplanting verdwenen is. Waardevolle kenmerken: -
hoofdlijn van de wegenstructuur
-
verkaveling
-
microreliëf
-
percelen opgaand bos in dezelfde mate als in vroege 20e eeuw, maar anders gesitueerd
Vertroebelde / verdwenen kenmerken: -
wegenstructuur aangetast
-
perceelsrandbeplanting deels verdwenen
jonge broekbebossing (hb3) Het oostelijk deel van het Wijboschbroek bestaat al sinds de ontginning uit (populieren)bos op rabatten voor de houtteelt. Het karakter was en is gesloten en de wegenstructuur in een regelmatig grid is nog altijd aanwezig. Daardoor is het landschap één van de gaafste van Schijndel. Hetzelfde geldt voor het Elderbroek. Waardevolle kenmerken: -
wegenstructuur
-
microreliëf
-
aanwezigheid van opgaand loofbos
Vertroebelde / verdwenen kenmerken: -
geen
Nederzettingen
straatdorp (sd1) De nederzetting die als straatdorp is aangemerkt ligt geheel binnen de bebouwde kom en hebben we derhalve niet nader geanalyseerd. keuterij (sd2) Omdat de bebouwing van Schijndel zo verspreid was, hebben we de verschillende gehuchten niet afzonderlijk onderscheiden, maar gerekend tot de landschapstypen waar ze onderdeel van uitmaakten. Eén bijzondere bebouwingsconcentratie hebben we echter wel apart genomen, namelijk die van Hoeven in het oostelijk deel van Schijndel. Dit gehucht ontstond als een concentratie van hutjes aan de rand van de heide. Hiervan is om begrijpelijke redenen niets meer herkenbaar; het gehucht is omgevormd tot een nederzetting aan de rand van een flink aangepakte
RAAP-rapport 2970 / eindversie, 26 oktober 2015
[31]
Tussen Aa-dal en Rooise Heide; herijking van het erfgoedbeleid van de gemeente Schijndel
jonge-heideontginning. Met uitzondering van (mogelijk) de bebouwing is hier geen waardevol element aan te wijzen, anders dan de aanwezigheid van een gehucht op zich.
3.1.2 Waardering Waarderingsklassen Op basis van de methodiek zoals beschreven in hoofdstuk 2 hebben we het cultuurlandschap van Schijndel gewaardeerd. Een zeer hoge waarde werd toegekend aan het Wijboschbroek. Hier hebben we te maken met een vrijwel intacte broekontginning uit de vroege 20e eeuw, waar we de ontginningsstructuur nog duidelijk herkennen. Hetzelfde geldt voor buitenplaats De Denneboom, één van de weinige buitenplaatsen in Schijndel. Een hoge waarde is toegekend aan de vochtige kampontginning van de Prekers, waar we ondanks de toegenomen bebossing nog veel van het oude kampenlandschap kunnen herkennen. De jongere ontginningen van de Oude Molenheide, het Elderbroek en de Rooise Heide hebben nog veel van hun oorspronkelijke karakteristieken behouden. Daarnaast zijn er enkele deelgebieden van het fijnmazige kampenlandschap die een deel van hun oorspronkelijke beplanting behouden hebben en daarom ook een hoge waardering hebben gekregen. Verreweg het grootste deel van het Schijndels buitengebied kunnen we als gemiddeld betitelen, overeenkomend met de klasse ‘redelijk hoge waarde’ uit de vorige versie van de cultuurhistorische waardenkaart.
De hoofdstructuur van het landschap is nog intact en er komen nog bijzonder fraaie plekjes met veel historisch detail voor, maar de ingrepen ten behoeve van de moderne landbouw hebben de oude karakteristiek van het cultuurland buiten de nederzettingen deels doen verdwijnen. Het betreft dan bijvoorbeeld de kavelbeplanting, de fijnmazigheid van de verkaveling en de brede voorpootstroken. Het grootste deel van de gemiddeld gewaardeerde gebieden valt in de hoogste score (3,3) die nog als gemiddeld kan worden aangeduid. Laag gewaardeerde gebieden vinden we in het Schijndelse buitengebied in beperkte mate. Het betreft de al eerder genoemde camping, visvijver en sportpark ten noordwesten van de kern van Schijndel, het sportpark nabij de Rooise Heide, de vuilstort ten zuiden van Schijndel en enkele kleinere deelgebieden. Een zeer lage waardering wordt doorgaans toegekend aan overbouwde landschappen. Omdat deze niet voorkomen in het Schijndels buitengebied, ontbreekt deze waarderingsklasse dan ook. Vergelijking met provinciale waardering De provincie Noord-Brabant heeft in haar cultuurhistorische waardenkaart uitspraken gedaan over gebieden die zij van cultuurhistorische waarde én van provinciaal belang acht. Dat betekent dat de specifieke waarden binnen die gebieden een vertaling dienen te krijgen in het bestem-
RAAP-rapport 2970 / eindversie, 26 oktober 2015
[32]
Tussen Aa-dal en Rooise Heide; herijking van het erfgoedbeleid van de gemeente Schijndel
mingsplan dat mede is gericht op behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden én regels stelt ter bescherming van de cultuurhistorische waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden. De gebieden die volgens de provincie cultuurhistorisch waardevol zijn, zijn het Wijboschbroek, de Schijndelsche en Rooische Heide, het Lieseind en De Geelders en Gemonde. Daar voegen zij bovendien Landhuis Denneboom als complex van provinciaal belang aan toe. Natuurlijk niet helemaal toevallig is dat de genoemde gebieden overeenkomen met de gebieden die wij als cultuurhistorisch waardevol hebben aangemerkt, met één belangrijk verschil: de provincie heeft de vlakken van deze gebieden zó groot gemaakt, dat ze aaneensluiten en daarmee vrijwel het hele Schijndelse buitengebied bedekken. Vooral het door ons onderscheiden kampenlandschap is daarmee voor een belangrijk deel in de provinciale waardevolle zone terecht gekomen. Vooral gebieden die wij van gemiddelde waarde hebben geacht – door de grootschalige verdwijning van kavelbeplanting in de afgelopen eeuw – worden door de provincie toch als waardevol benoemd. Die benadering sluit aan op onze ‘nota bene’ hieronder. Nota bene Een waardering is niet ‘voor eeuwig en altijd’.
Een goede omgang met gemiddeld of laag gewaardeerde landschappen kan het gebied in waarde doen stijgen. Zeker in de gemiddeld gewaardeerde gebieden, die vooral die waarde kregen door het grootschalig verdwijnen van kavelbeplanting en opschaling van de verkaveling, kunnen strategische ingrepen leiden tot een geleidelijke verhoging van het landschap. Bovendien is het kampenlandschap zo karakteristiek voor het Schijndels cultuurlandschap en herbergt het zoveel waarden – ook gebouwd, bijvoorbeeld – dat extra aandacht daarvoor ondanks de gemiddelde waardering aanbevelenswaardig is. Vanuit die optiek is het derhalve raadzaam om ook dit aspect mee te nemen in de beleidsoverwegingen.
3.2 Landschapselementen 3.2.1 Inventarisatie De geïnventariseerde landschapselement zijn overgenomen uit Kaartbijlage 7 Historisch landschap opgesteld door SRE Milieudienst in 2013 In paragraaf 2.3.2 is beschreven welke elementen wel, al dan niet zijn opgenomen in de inventarisatiekaart. Voor een inhoudelijke toelichting van de geïnventariseerde elementen wordt verwezen naar het rapport Schijndels erfgoed 2013. Deze gegevens zijn aangevuld met een bestand met historische kavelgrenzen, afkomstig van de gemeente Schijndel, en een bestand met waardevol reliëf, gekarteerd aan de hand van historische kaarten en het Actueel Hoogtebestand Nederland 2 (AHN). Ook is informatie van de klankbordgroep toegevoegd. In de achterliggende GIS-data zijn de relevante bronnen bij elk nieuw object toegevoegd.
RAAP-rapport 2970 / eindversie, 26 oktober 2015
[33]
Tussen Aa-dal en Rooise Heide; herijking van het erfgoedbeleid van de gemeente Schijndel
3.2.2
Waardering
Waarderingsklassen Op basis van de methodiek zoals beschreven in hoofdstuk 2 hebben we de landschapselementen van Schijndel gewaardeerd. De score op de afzonderlijke criteria is opgenomen in de GISdatabase; het (afgeronde) gemiddelde daarvan is zichtbaar gemaakt op de waarderingskaart. In alle gevallen zijn de structuren (wegen, spoorlijnen) gewaardeerd met hun begeleidende fenomenen, zoals sloten, bermen, beplanting, etc. Zeer hoge score Uit de eindscore blijkt dat met name de jongere elementen, zoals de rationale wegenstructuur in de jonge broek- en heideontginningen, zeer hoog scoren. Doordat deze elementen met een grootschalige rationele structuur zijn aangelegd, zijn bij latere ontwikkelingen, zoals schaalvergroting en intensivering in de landbouw, weinig aanpassingen nodig geweest in het landschap. Als we naar de individuele criteria kijken zien we dat de elementen in deze gebieden met name hoog scoren op gaafheid van verharding (veel wegen zijn hier nog onverhard) en gaafheid van het profiel. Andere elementen die zeer hoog scoren zijn onder andere enkele bosjes en het parkachtig groen bij De Bus in het uiterste westen van de gemeente. Hoge score Aan de overgrote meerderheid van elementen - met name de wegen - is een hoge waardering toegekend. Veel wegen van deze wegen scoren hoog door de aanwezigheid van wegbeplanting, wat hier historisch vaak zeer passend is.
Veel wegen zijn echter geasfalteerd en enigszins verbreed, wat de eindscore iets lager doet uitkomen. Met name de wegen met historische bebouwing (linten) scoren hoog waar het gaat om de samenhang met andere elementen en/of patronen en de mate waarin het element bijdraagt aan de leesbaarheid van het landschapstype. Middelmatige score Aan weinig elementen is een middelmatige score toegekend. Het betreft enkele wegen die sterk zijn gewijzigd door verbreding en asfaltering en/of omdat ze relatief jong zijn. Basiswaarde Geen van de elementen is in de categorie basiswaarde opgenomen. Verdwenen Elementen die deels of geheel verdwenen zijn, zijn niet gewaardeerd en als 'verdwenen' op de waarderingskaart weergegeven.
3.2.3
Behoudenswaardige onderdelen
Van de geïnventariseerde elementen zijn de kwaliteiten Zichtbaarheid, Fysieke kwaliteit en Inhoudelijke kwaliteit in beeld gebracht door een score toe te kennen aan de operationele parameters. Alleen de fysieke kwaliteiten van de elementen kunnen door middel van een bestemmingsplan worden geborgd. De inhoudelijke en beleefde kwaliteiten, zoals zichtbaarheid en zeldzaam-
RAAP-rapport 2970 / eindversie, 26 oktober 2015
[34]
Tussen Aa-dal en Rooise Heide; herijking van het erfgoedbeleid van de gemeente Schijndel
heid en informatiewaarde kunnen op andere wijze worden benut, bijvoorbeeld in de vorm van stimuleringsmaatregelen om elementen beter zichtbaar en toegankelijk te maken. Per gewaardeerd element is gekeken op welk onderdeel van de fysieke kwaliteit een hoge score is toegekend (score 3). Vervolgens is dit vertaald naar te borgen ruimtelijke karakteristieken, te weten: behoud van beplanting, verharding, begrenzing(en), reliëf en profiel. Per element is in de kolom 'behoud' opgenomen welke karakteristiek geborgd dient te worden.
3.3 Bouwkunst en stedenbouw 3.3.1 Inventarisatie De geïnventariseerde objecten en complexen zijn, voor zover uiteindelijk van voldoende belang geacht, als historische bouwkundige waarden aangegeven op de cultuurhistorische waardenkaart. Op deze kaart is de locatie van de objecten weergegeven. Onder het inventarisatiethema “Historische bouwkunst” wordt een aantal subthema’s onderscheiden, waarvan in het buitengebied vooral het subthema “boerderij” relevant is. Binnen de bouwcategorieën bestaan verschillende bouwtypen, als verfijning van de hoofdcategorie. Deze “bouwtypen” zijn in een aparte kolom van de bijbehorende database vermeld. In de categorie “agrarisch” wordt bijvoorbeeld onderscheid gemaakt in de bouwtypen “hallehuisboerderij”, “Langgevelboerderij”, Kortgevelboerderij”, etc. De kaartlaag met de historisch-bouwkundige waarden biedt verder de volgende informatie: - alle rijksmonumenten (hoofd- en bijgebouwen); - alle gemeentelijke monumenten (hoofd- en bijgebouwen) - overige karakteristieke gebouwen - gebouwen met bouwhistorische verwachting; - de beschermde stads- en dorpsgezichten (niet aanwezig); - overige bijzondere stedenbouwkundige ensembles. Rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten In de kaartlaag met de historisch-bouwkundige waarden zijn alle rijksmonumenten en de gemeentelijke monumenten in beeld gebracht, uitgezonderd de archeologische monumenten.
Deze monumenten hebben verder geen deel meer uitgemaakt van het thans uitgevoerde vervolgonderzoek van de waardevolle objecten. Overige waardevolle gebouwen, objecten en ensembles Op de waardenkaart is een groot aantal waardevolle items gemarkeerd, niet zijnde beschermde monumenten. In het buitengebied betreft het voornamelijk historische boerderijen. In de inventarisatie is een minimale leeftijdsgrens aangehouden: 1970. De periode van het naoorlogs erfgoed (1945-1970) is dus volledig in de inventarisatie meegenomen.
RAAP-rapport 2970 / eindversie, 26 oktober 2015
[35]
Tussen Aa-dal en Rooise Heide; herijking van het erfgoedbeleid van de gemeente Schijndel
3.3.2 Waardering Waardering objecten De in de kaart opgenomen waardevolle objecten hebben op de criteria van de erfgoedmeetlat tenminste overwegend positief gescoord. Ze zijn dan ook veelal van belang als onderdeel/ondersteuning van de cultuurhistorische gebiedskarakteristiek en/of vanwege ensemblewaarde met nabijgelegen karakteristieke en/of beschermde objecten. Ook is er altijd sprake van een duidelijke herkenbaarheid van het oorspronkelijke concept en een redelijke tot hoge mate van gaafheid van hoofdvorm, in relatie tot de ontwikkelingsgeschiedenis en de historische gelaagdheid van het gebied en de vele kernen. Definitie totaalwaarden Zeer hoge cultuurhistorische waarde De objecten met een zeer hoge cultuurhistorische waarde scoren op de criteria van de erfgoedmeetlat merendeels hoog tot zeer hoog. Het betreft zeer hoogwaardige onderdelen (gebouwen, objecten en ensembles), die vanwege de voornamelijk hoge ruimtelijke waarden, historische waarden en objectwaarden van wezenlijk en onlosmakelijk belang zijn voor de gemeente Schijndel en de historisch-ruimtelijke gebiedskarakteristieken. Wanneer ze zouden worden getoetst aan de algemeen gehanteerde monumentenselectiecriteria dan is de kans zeer groot dat ze voldoende waarden bezitten voor de kwalificatie gemeentelijk monument. Integrale instandhouding is zeer gewenst.
Deze categorie kan dan ook als 'monumentwaarde' worden gekenschetst. Mocht de gemeente in de toekomst overwegen nieuwe gemeentelijke monumenten aan te gaan wijzen, dan is dit de topcategorie, waaruit geselecteerd kan worden. Rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten vallen eveneens vrij wel altijd in de categorie zeer hoge cultuurhistorische waarde. Hoge cultuurhistorische waarde De objecten met een hoge cultuurhistorische waarde scoren in de regel vooral bij de criteria betreffende gaafheid en zeldzaamheid wat lager dan de categorie zeer hoge waarde, vaak vanwege de wijzigingen aan details. Verder betreft het karakteristieke objecten. die vanwege de voornamelijk hoge én positieve ruimtelijke waarden en historische waarden van grote betekenis zijn voor de gemeente Schijndel en de historisch-ruimtelijke gebiedskarakteristieken. Instandhouding van de hoofdvormen en het gevelbeeld is wenselijk. Ook voor deze categorie geldt dat er veelal voldoende waarden aanwezig zijn om nader onderzoek te rechtvaardigen naar de monumentwaardigheid voor de kwalificatie gemeentelijk monument. Deze categorie kan dan ook als 'mogelijke monumentwaarde' worden gekenschetst. Mocht de gemeente in de toekomst overwegen nieuwe gemeentelijke monumenten aan te gaan wijzen, dan is dit eveneens een categorie, waaruit geselecteerd kan worden.
Middelhoge cultuurhistorische waarde (beeldondersteunende waarde) Deze categorie objecten is voornamelijk wat betreft de hoofdverschijningsvorm goed herkenbaar gebleven; details of gevelindelingen kunnen verstoord zijn. Voorwaarde is dat er sprake is van
RAAP-rapport 2970 / eindversie, 26 oktober 2015
[36]
Tussen Aa-dal en Rooise Heide; herijking van het erfgoedbeleid van de gemeente Schijndel
een meer dan voldoende mate van herkenbaarheid van het oorspronkelijke concept en de functie en dat deze objecten een wezenlijk onderdeel vormen de gebiedskarakteristieken. Deze objecten hebben vooral een beeldondersteunende waarde. Instandhouding van de hoofdvormen en de huidige footprint is wenselijk. Lage cultuurhistorische waarde Categorie, die grotendeels bestaat uit objecten van recente datum: nieuwe woonhuizen of in het recente verleden volledig herbouwde / fantasievol vernieuwde boerderijen, waarbij niet of nauwelijks gebruik is gemaakt van de oorspronkelijke karakteristiek van de bebouwing. De oorspronkelijke toestand en het gebruik zijn niet meer herkenbaar. Ook kan het gaan om zeer grondig verbouwde historische objecten, waarbij de oorspronkelijke verschijningsvorm en het gebruik niet meer afleesbaar zijn. Enkele objecten hebben nog een zeer beperkte beeldondersteunende waarde. Waardering vlakken historische bouwkunde en stedenbouw (ensembles)
Het betreft de vlakken, die in de legenda van kaartbijlage 10: cultuurhistorische verwachtingenen waardenkaart als “Historische stedenbouw - hoge waarde” zijn opgenomen, voor zover liggend binnen het plangebied buitengebied. Uit de huidige toelichting (door SRE): De selectie en waardering van de vlakken “Historische stedenbouw van hoge waarde” (erfgoedkaart) hebben plaatsgevonden op basis van de historische waarde van de structuur en de bebouwing en de onderlinge samenhang daarvan, de herkenbaarheid van beide elementen en de samenhang met de historisch-landschappelijke omgeving. Ook de representativiteit voor de historische ruimtelijke ontwikkeling van de verschillende gebieden in de regio en de landschappelijke samenhang binnen en tussen verschillende gebieden speelde daarbij een rol. In dit geval komen er in Schijndel enkel gebieden van hoge waarde voor, die als oranje omlijnde vlakken op de kaart staan aangeduid. Het gaat om de volgende vlakken: - Achterste Hermalen - Boogaard - De Bus (Woudseweg) - De Borne - Elde - Elschot - Hoeves / Heertveld - Houterd - Keur - Lieseind
RAAP-rapport 2970 / eindversie, 26 oktober 2015
[37]
Tussen Aa-dal en Rooise Heide; herijking van het erfgoedbeleid van de gemeente Schijndel
- Locht - Oetelaar - Plein - Schoot - Schootse Hoek - Weidonk - Wijbosch De hoog gewaardeerde vlakken “historische stedenbouw” zijn opnieuw beoordeeld en gewaardeerd. Dit is in de eerste plaats gebeurd vanuit het perspectief van de historische bouwkunst, in relatie tot de aanwezige gebiedskarakteristiek en de samenhang met het landschap en de aanwezige structuren. De dichtheid, de zichtbaarheid, herkenbaarheid, de gaafheid en onderlinge relatie van de waardevolle (beschermde) gebouwen spelen hierbij een wezenlijke rol. Er is gekeken naar de samenhang tussen bebouwing, landschappelijke en nederzettingsstructuren, het landschap en groen enerzijds en de bebouwing anderzijds. De gehanteerde criteria zijn gaafheid, herkenbaarheid en zeldzaamheid op gemeentelijk niveau, wat betreft de aanwezige historische ruimtelijke structuren en de bebouwing. De stedenbouwkundige vlakken / ensembles met een hoge waarde worden in de regel gekenmerkt door een hoge dichtheid aan cultuurhistorisch waardevolle objecten. De stedenbouwkundige vlakken zijn getoetst aan de volgende criteria: 1.
het belang van het gebied of ensemble als voorbeeld of onderdeel van de cultuurhistorische gebiedskarakteristiek en de ontwikkelingsgeschiedenis/historische gelaagdheid;
2.
het belang van het gebied vanwege de bijzondere betekenis voor het beeld van de omgeving, vanwege opmerkelijke ligging, zichtlijnen, aanwezigheid van landmarks, etc.
3.
de structurele gaafheid en herkenbaarheid van het gebied;
4.
de dichtheid en kwaliteit van de aanwezige beschermde en/of karakteristieke bebouwing, waarbij gelet is op herkenbaarheid, gaafheid en (in mindere mate) zeldzaamheid.
Per criterium kunnen de volgende scores worden gegeven: xxx (zeer hoge waarde), xx (hoge waarde), x (middenwaarde), 0 (lage waarde), - (geen waarde). De eindscore bepaalt de waardengradatie: 1 Zeer hoge waarde - minimaal 3 maal xxx, 2 maal xx 2 Hoge waarde - minimaal 3 maal xx, 2 maal x 3 Middenwaarde - minimaal 4 maal x 4 Basiswaarde - minimaal 2 maal x en 3 maal 0 Geen bijzondere waarde - alles daaronder
Gebied
RAAP-rapport 2970 / eindversie, 26 oktober 2015
Crit
Crit
Crit
Crit
Score
[38]
Tussen Aa-dal en Rooise Heide; herijking van het erfgoedbeleid van de gemeente Schijndel
1
2
3
4
001
Achterste Hermalen
xx
x
xx
xx
2
002
Boogaard
x
x
0
x
4
003
De Bus (Woudseweg)
x
0
x
0
4
004
Elde / De Borne
xx
x
xx
xx
2
005
Hoeves / Heertveld
x
x
x
0
4
006
Houterd
xx
x
xx
xx
2
007
Keur
x
0
x
0
4
008
Lieseind
xx
0
xx
x
3
009
Locht
x
x
x
x
3
010
Oetelaar
xx
x
xx
x
2
011
Plein
xx
x
xx
x
2
012
Schoot
x
x
xx
xx
2
013
Schootse Hoek
x
0
x
0
4
014
Weidonk
x
x
0
0
4
015
Wijbosch
x
x
x
x
3
Tabel 6. Historische stedenbouw, waarden
Conclusie n.a.v. nieuwe waardering: Slechts een aantal van de eerder als hoogwaardig gekwalificeerde ensembles historische stedenbouw heeft in de nieuwe toetsing de waarde “hoog” 2 gekregen. Het betreft de ensembles Achterste Hermalen, Elde-De Borne, Houterd, Oetelaar, Plein en Schoot. Enkele ensembles hebben, mede vanwege de matige of lage kwaliteit van de aanwezig historische bebouwing, het deels ontbreken daarvan of de nadrukkelijke aanwezigheid van nieuwe bebouwing een middenwaarde 3 (Lieseind, Locht en Wijbosch) of basiswaarde 4 (alle overige ensembles). Op de cultuurhistorische waardenkaart zijn tevens nieuwe begrenzingsvoorstellen voor deze gebieden gedaan. Stedenbouwkundig waardevol gebied hoge waarde De historische situatie in deze gebieden is nog redelijk gaaf, zowel op structuurniveau als wat betreft de historische bebouwing. Er is sprake van een meer dan lokale waarde en een hoge mate van zeggingskracht. Interventies kunnen aangegrepen worden om cultuurhistorische waarden, daar waar mogelijk en nodig, verder te versterken. Een historisch-ruimtelijke analyse is hierbij gewenst. Stedenbouwkundig waardevol gebied middenwaarde Het aanwezige erfgoed is een weerslag van de plaatselijke historische ontwikkeling en als zodanig onderdeel van het cultuurlandschap van Schijndel. Het gebied draagt bij aan de lokale identiteit, maar de samenhang is op onderdelen vertroebeld.
Ontwikkelingen bieden een kans om de kwaliteit te verbeteren. Bij deze transformatie dient een basiszorgvuldigheid te worden betracht,
RAAP-rapport 2970 / eindversie, 26 oktober 2015
[39]
Tussen Aa-dal en Rooise Heide; herijking van het erfgoedbeleid van de gemeente Schijndel
waarbij vanuit het generieke landschapsbeleid aandacht wordt besteed aan de landschappelijke kwaliteiten van een gebied. Stedenbouwkundig waardevol gebied basiswaarde en geen bijzondere waarde Als onderdeel van de historische leefomgeving heeft het gebied op dit moment niet een heel bijzondere waarde. Het historische karakter is aanwezig, maar ook deels vervaagd, veelal door sterke modernisering of vernieuwing van de bebouwing. Er is geen sprake van uitgesproken cultuurhistorische waarde of zeldzaamheid. Ontwikkelingen bieden een kans om de kwaliteit te verbeteren of cultuurhistorische waarden te (re)construeren. Daarbij is aandacht voor de historische kenmerken van het gebied gewenst.
Korte karakteristiek van de gebieden met Historische stedenbouw – hoge waarde 001 Achterste Hermalen Het gebied Achterste Hermalen ligt in de zuidwesthoek van de gemeente Schijndel, tegen de Beekse Loop aan en vanuit het dorp gezien achter het gehucht Hermalen. Het behoorde tot de parochie Schijndel en maakte deel uit van de gemeynte van de Bodem van Elde. Achterste Hermalen ligt in de leemrijke vlakte van verspoelde dekzanden. In het oosten ligt de uitloper van een zone met dekzandwelvingen en -ruggen, waarop oudbouwland ligt. Daar ligt ook het oude gehucht Achterste Hermalen. Het gebied ligt aan de bovenloop van de Beekse Loop en van twee minder belangrijke beekjes die het Elder Broek in liepen. Het ensemble betreft het kerngebied van het gehucht dat mogelijk in de dertiende eeuw ontstond uit een ontginning met korte en smalle stroken, zoals die ook bij de Kaatse Hoeven herkenbaar is. In dit gehucht stond een St.Antoniuskapel. Hoewel de kapel verdween is het gehucht goed herkenbaar gebleven. Het manifesteert zich in de eerste plaats door een hoevenreeks binnen die oude verkaveling langs de Achterste Hermalen en een tweede reeks langs het iets noordelijker gelegen Hermalen. De oudere boerderijen staan op deze smalle diepe percelen op enige afstand haaks op de openbare weg.
Er is sprake van een bebouwing met een redelijk gave samenhang in schaal, korrelgrootte, traditionele bouwvormen, typen en materiaalgebruik, ingebed in een bijzondere en kenmerkende historische nederzettingsstructuur. 004 Elde / De Borne Elde is een gehucht in het westen van Schijndel. Het gaf zijn naam aan de gemeynte genaamd De Bodem van Elde, waar het middenin lag. Elde hoorde vanouds wereldlijk en kerkelijk onder Schijndel. Het gehucht ligt midden in een vlakte van verspoelde dekzanden en leem. In het oosten strekt de dekzandrug van Schijndel nog juist tot in dit gebied. Elde gebruikte voor de afwatering een min of meer natuurlijke waterloop tussen de velden, alsook sloten op de rand van gemeynte en cultuurland. Er kunnen twee nederzettingen onderscheiden worden. De oudste ligt op de rand van de rug van Schijndel, langs de straat genaamd De Borne die ruwweg van zuidzuidoost naar noordnoordwest loopt en die deels door de ontwateringsloop begeleid werd. Deze straat is tweezijdig bebouwd met boerderijen en bij sommige boerderijen liggen hoge akkers. Dit zou in oorsprong een neder-
RAAP-rapport 2970 / eindversie, 26 oktober 2015
[40]
Tussen Aa-dal en Rooise Heide; herijking van het erfgoedbeleid van de gemeente Schijndel
zetting uit het midden van de dertiende eeuw kunnen zijn. De tweede nederzetting is jonger en bestaat uit boerderijen langs de grens van de gemeenschappelijke grond die aanvankelijk door een sloot gevormd werd. Langs die grens is een voorpootstrook gekomen waar voorlangs later een weg aangelegd is. Het gaat hier dus om een eenzijdige bebouwing. Door de voorpootstrook staan de oudere boerderijen soms opvallend ver van de weg af. Vanaf de verdeling van de Bodem van Elde tussen de deelnemende gemeenten in 1804 is men begonnen met het aanleggen van rechte wegen over de gemeynte. Eén daarvan, de “Gemondse Weg”, passeert door het gehucht Elde. Een deel van de boerderijen staat daardoor langs een lijn (de oude gemeyntegrens) die schuin ten opzichte van de Gemondse Weg loopt. Er is sprake van een bebouwing met een redelijk gave samenhang in schaal, korrelgrootte, traditionele bouwvormen, typen en materiaalgebruik, ingebed in een bijzondere en kenmerkende historische nederzettingsstructuur. De boerderijen langs de Gemondseweg zijn ingrijpend gewijzigd of vernieuwd. 006 Houterd Houterd is een oud gehucht ten noorden van Schijndel, aan de westrand van het Wijbosch Bos, aan de weg die ooit naar het kasteel van Heeswijk leidde. Houterd hoort vanouds wereldlijk en kerkelijk onder Schijndel en maakte gebruik van de gemeynte van Schijndel-oost.
Het eigenlijke gehucht Houterd ligt op een dekzandrug met oud bouwland. Enkeerdgronden vinden we alleen bij sommige hoeven van het gehucht Houterd en in een van de westelijke heikampen. Van een natuurlijke ontwatering via beken is, behalve een beginnend beekje in het zuiden, geen sprake. Het oorspronkelijk eenzijdig straatgehucht Houterd is hier duidelijk de vroegste nederzetting, mogelijk daterend van voor 1200. De boerderijen stonden aan de oostkant van de Houterdse Dijk. Aan de westzijde was aanvankelijk wildernis. Uitbreiding van Houterd naar het natte oostelijk gelegen bos was niet mogelijk. Wel kwam veel later een aantal heikampen in westelijke richting tot stand. Het ensemble bestaat uit een reeks (voormalige) boerderijen in een losse lintstructuur, voornamelijk langs de oostzijde van de Houterdsedijk. Er is sprake van een bebouwing met een redelijk gave samenhang in schaal, korrelgrootte, traditionele bouwvormen, typen en materiaalgebruik, ingebed in een bijzondere en kenmerkende historische nederzettingsstructuur. 010 Oetelaar Dit gebied met grote min of meer afgeronde kampen moet voor de stichting van de gemeynte van de Bodem van Elde reeds ingericht geweest zijn. Uit de verkavelingsstructuur is nog enigszins op te maken is hoe het gebied in kampen verdeeld was. Het westelijk deel vertoont gebogen lange stroken als hoofdstructuur van de ontginning.
Dit doet sterk aan een Waldhufenverkaveling denken en zal ook hier zijn oorsprong in dertiende-eeuwse bosontginning hebben. Alleen aan de buitenzijde van het gebied komen duidelijke voorpootstroken voor. Toen in de vijftiende eeuw de voorpootstroken aangelegd werden was er dus in het binnengebied al geen gemeenschappelijk gebruikte grond meer. Dat wil niet zeggen dat alle grond ook ontgonnen was. De Oetelaarsstraat (en de Kruisstraat) vormde van oudsher de belangrijkste nederzettingsstructuur en verenigde een lint van erven met hoeven. Op twee na zijn al die erven nog bewoond. Op veel erven staan nog historische boerderijen. Er is sprake van een bebouwing met een redelijk
RAAP-rapport 2970 / eindversie, 26 oktober 2015
[41]
Tussen Aa-dal en Rooise Heide; herijking van het erfgoedbeleid van de gemeente Schijndel
gave samenhang in schaal, korrelgrootte, traditionele bouwvormen, typen en materiaalgebruik, ingebed in een bijzondere en kenmerkende historische nederzettingsstructuur. 011 Plein en 012 Schoot Met de naam Hermalen duiden we hier een groep grote middeleeuwse kampen aan die van Schijndel langs de noordkant van de spoorlijn naar het westen strekt. Hiertoe behoren ook Plein en Schoot. Het gebied maakt vanouds op wereldlijk en kerkelijk gebied deel uit van Schijndel en hoorde tot de gemeynte van de Bodem van Elde. Hermalen ligt op een westelijke uitloper van de rug van Schijndel. Het is een zone met dekzandwelvingen waarin ook grote vlekken met oud bouwland voorkomen. De in 1301 uitgegeven Schrijvers Hoeve is de meest westelijke van de reeks en mogelijk de jongste. De Schootse Hoeve zal ouder zijn en de omgeving van het Plein nog wat ouder. De grenzen van de kampen werden kennelijk gevormd door sloten die te samen een seminatuurlijk bekennetwerk gingen vormen. De interne inrichting van de oudere kampen is vrij chaotisch. Over het algemeen zullen de kampen eerst in blokvormige of niet al te smalle stroken verdeeld geweest zijn. Op de nu talrijke perceelsgrenzen kwamen populieren en struiken, zodat ook dit gebied deel ging uitmaken van het populierenlandschap. Na de Tweede Wereldoorlog zijn de verkavelingen deels uit beeld verdwenen en is het populierenbestand belangrijk uitgedund.
Het nederzettingspatroon heeft zich hier geheel aan de oudere ovale en jongere rechthoekige kampen aangepast. De boerderijen staan steeds aan de rand van de kampen en tezamen vormden ze een verzameling elkaar rakende ringen en rijen. Een bijzondere nederzettingsvorm is die van De Plein. Op de Schijndelse kaart van 1757 is het een naar het zuidoosten breed uitlopende 750 meter lange ruimte tussen twee rijen boerderijen. In 1832 staan er aan de zuidwestkant 9 en aan de overzijde 5 boerderijen. In de ruimte tussen de hoeven loopt ook nog de beek De Borne. De Plein is meestal 100 meter breed en verbreedt dan tot 250 meter richting heide. In wezen is het een reststrook tussen twee groepen oud cultuurland. Qua genese is De Plein dus niet anders dan de meestal “Plaats” genoemde dorpspleinen waar een kerk op staat. Alleen ontbreekt dat laatste element hier. Op veel erven staan nog historische boerderijen. Er is sprake van een bebouwing met een redelijk gave samenhang in schaal, korrelgrootte, traditionele bouwvormen, typen en materiaalgebruik, ingebed in een bijzondere en kenmerkende historische nederzettingsstructuur. Het waardevolle deel van Schoot bestaat uit een kort lint met historische erven net buiten de bebouwde kom van Schijndel, langs de Schootsestraat. De boerderijen, waaronder enkele uit de wederopbouwperiode, zijn op verschillende wijze georiënteerd.
Deels staan ze direct aan (evenwijdig of haaks), deels op enige afstand van de openbare weg. Er is sprake van een bebouwing met een vrij gave samenhang in schaal, korrelgrootte, traditionele bouwvormen, typen en materiaalgebruik, ingebed in een bijzondere en kenmerkende historische nederzettingsstructuur.
Korte karakteristiek van de gebieden met een middenwaarde Historische stedenbouw
RAAP-rapport 2970 / eindversie, 26 oktober 2015
[42]
Tussen Aa-dal en Rooise Heide; herijking van het erfgoedbeleid van de gemeente Schijndel
008 Lieseind Lieseind is een straatgehucht ten noordwesten van Schijndel. Het hoort vanouds wereldlijk en kerkelijk onder Schijndel. Het maakte gebruik van de gemeynte van de Bodem van Elde en was gericht op het westelijk deel van de Molenheide. Het gehucht Lieseind ligt op de noordelijke rand van de dekzandrug van Schijndel. De gronden direct achter de boerderijen zijn wat hoger dan verderop, mogelijk een gevolg van ophoging met mest. Het gebied heeft geen zichtbare natuurlijke afwatering. Lieseind ligt als een krans rond het westelijke deel van de Molenheide. De akkerlanden lagen "achter" de boerderijen. Vóór de boerderijen werden in de vijftiende eeuw voorpootstroken aangelegd. De verbinding tussen de boerderijen werd hoofdzakelijk over de rand van de heide onderhouden. Na 1804, de verdeling van de Bodem van Elde, werd dat een echte weg. Door de aanwezigheid van de voorpootstroken liggen de oudere boerderijen een eindje van de weg af. Jongere boerderijen zijn in de voorpootstrook gebouwd. De huidige lintbebouwing bestaat uit een mix van oude en jonge boerderijen en woonhuizen, waarbij recente bebouwing overheersend is. Historische boerderijen zijn merendeels verbouwd tot woonhuizen en veelal ingrijpend vernieuwd. Slechts op enkele plekken is nog sprake van enige samenhang, zoals in de zuidelijke scherpe bocht van de Lieseindsestraat.
Overigens ontbreekt een gave samenhang in schaal, korrelgrootte, traditionele bouwvormen, typen en materiaalgebruik. De nog wel enigszins kenmerkende historische nederzettingsstructuur wordt bepaald door veel nieuwe invullingen.
009 Locht Onderdeel van de kampontginningen ten oosten van Schijndel. Locht hoort vanouds wereldlijk en kerkelijk onder Schijndel en gebruikte de gemeynte van Schijndel-oost. Dit gebied ligt op de noordflank van de rug van Schijndel die bestaat uit een zone met dekzandwelvingen. In het gebied van De Locht komen enkele hoge bolle akkers voor. Locht ligt thans deels binnen de bebouwde kom van Schijndel, waardoor het ensemble voor een deel wordt bepaald door recente woningbouw. Aan de Veghelsedijk / hoek Broekkant bevindt zich nog een klein ensemble langgevelboerderijen uit het midden van de twintigste eeuw. De meest prominent gelegen boerderij is recentelijk vernieuwd. Voorts is er sprake van een bebouwing met nog enige samenhang in schaal, korrelgrootte, traditionele bouwvormen, typen en materiaalgebruik, ingebed in een kenmerkende historische nederzettingsstructuur, echter vervaagd door deels nieuwe invullingen. 015 Wijbosch Wijbosch is een groot gehucht van Schijndel, gelegen tussen de Schijndelse Akker en Eerde aan de weg naar Veghel. Wijbosch hoort vanouds wereldlijk en kerkelijk onder Schijndel en maakte gebruik van de gemeynte van Schijndel-oost. Het grootste deel van Wijbosch ligt op de rug van Schijndel, met dekzandwelvingen met oudbouwland. Met uitzondering van de kampen in het noordoosten komt overal enkeerdgrond voor.
Een natuurlijke ontwatering door beekjes is niet herkenbaar, wel zijn er vanouds enkele gegraven waterlossingen. Tegenwoordig ligt Wijbosch grotendeels binnen de bebouwde kom van Schijndel. Net buiten de bebouwde komt (dus in BP Buitengebied) liggen twee uitlopers van het gebied: de Kerkstraat en de Pastoor van Vroonhovenstraat, beide met een eenvoudige, vrij jonge losse lintbebouwing, bestaande uit langgevel-
RAAP-rapport 2970 / eindversie, 26 oktober 2015
[43]
Tussen Aa-dal en Rooise Heide; herijking van het erfgoedbeleid van de gemeente Schijndel
boerderijen uit het tweede of derde kwart van de twintigste eeuw, vlak langs de openbare weg gesitueerd. De boerderijen zijn veelal vooral in hoofdvorm goed behouden gebleven, maar overigens verbouwd, met modern ingerichte erven. Er is hier sprake van een bebouwing met nog enige samenhang in schaal, korrelgrootte, traditionele bouwvormen, typen en materiaalgebruik, ingebed in een eenvoudige en niet heel bijzondere lintbebouwingsstructuur.
RAAP-rapport 2970 / eindversie, 26 oktober 2015
[44]
Tussen Aa-dal en Rooise Heide; herijking van het erfgoedbeleid van de gemeente Schijndel
4 Adviezen 4.1 Inleiding Primair doel van de herijking van het erfgoedbeleid was om de stap naar borging van specifieke waarden in het bestemmingsplan mogelijk te maken. Derhalve hebben we op verschillende manieren per object of groep objecten de te borgen waarden aangeduid. In dit hoofdstuk gaan we hier verder op in.
4.2 Historisch cultuurlandschap 4.2.1 Dubbelbestemming Waarde - cultuurhistorie Het is een politieke keuze of het cultuurhistorisch belang in de hele gemeente vlakdekkend een rol mag spelen in de gemeentelijke planologie of slechts in specifieke, geselecteerde deelgebieden. Vanuit een gebiedsgerichte benadering en het provinciale standpunt in acht nemend adviseren we om ten minste voor de gebieden met een hoge en zeer hoge waarde een dubbelbestemming ‘waarde – cultuurhistorie’ op te nemen, waaraan een vergunningplicht voor specifieke activiteiten en de verplichting aan te tonen dat de voorgenomen activiteiten geen afbreuk doen aan de cultuurhistorische waarde van het gebied gekoppeld kunnen worden. Indien wenselijk kan bij de opname van regels gelet worden op datgene wat specifiek in de verschillende deelgebieden aan waarden aanwezig is (zie § 4.2.2), in plaats van een generieke set regels die in de hele gemeente geldt. Binnen het proces van beoordeling van de vergunningaanvraag zal een afwegingsmoment voor de vergunningverlener moeten worden opgenomen voor de vraag of de ingreep dusdanig is dat cultuurhistorische waarden in het geding zijn.
Op die manier wordt voorkomen dat automatisch een nader onderzoek wordt gevraagd terwijl het achteraf gezien om een huis-, tuin- en keukenplannetje gaat dat geen wezenlijke afbreuk doet aan de cultuurhistorische waarde(n) en waar bovendien het verzoek om een cultuurhistorische onderbouwing qua kosten in geen verhouding staat tot de geplande ingreep. Er wordt op die manier voor slechts een selectie van de aanvragen binnen een gebied met deze dubbelbestemming daadwerkelijk een nadere onderbouwing gevraagd. Deze kan van de vergunningsaanvrager worden gevraagd in de vorm van een cultuurhistorische analyse met ontwerphandreikingen of een landschaps- of stedenbouwkundig plan met cultuurhistorische analyse. Binnen deze mogelijke analysevormen kan de cultuurhistorische waardenkaart een rol spelen, maar afhankelijk van het schaalniveau kan ook een verdiepend onderzoek noodzakelijk zijn. Beoordeling van de vergunningaanvraag en het – indien nader gevraagd - door aanvrager aangeleverde onderzoek ter onderbouwing kan plaatsvinden door de betrokken gemeentelijk ambtenaar, al dan niet met (adviserende) ondersteuning van in- of externe adviseurs (historisch geo-
RAAP-rapport 2970 / eindversie, 26 oktober 2015
[45]
Tussen Aa-dal en Rooise Heide; herijking van het erfgoedbeleid van de gemeente Schijndel
grafen, historisch-(steden)bouwkundigen). Daarbij kan worden gedacht aan een onafhankelijke commissie van deskundigen, met minstens daarin vertegenwoordigd de discipline cultuurhistorie.
4.2.2 Specifieke informatie over aanwezige waarden Per landschapstype hebben we in dit rapport een korte toelichting opgenomen, alsmede een opsomming van waardevolle kenmerken en van vertroebelde/verdwenen kenmerken. Elk landschapstype bestaat op de kaart uit een aantal deelgebieden die tot dat landschapstype gerekend zijn. Per deelgebied is in de GIS-database in de kolom ‘behoud’ opgenomen welke ruimtelijke karakteristieken geborgd zouden moeten worden. Daarbij hebben we getracht een zo specifiek mogelijk lijstje te maken voor zaken die alleen in dát deelgebied spelen. Wanneer geen wegen een deelgebied doorsnijden, hebben we bijvoorbeeld niet de ‘wegenstructuur’ als waardevol kenmerk aangegeven, terwijl dat in zijn algemeenheid voor dat landschapstype wél een waardevol kenmerk kan zijn. Niet elk waardevol kenmerk komt dus in elk deelgebied voor, en dat hebben we hiermee getracht tot uiting te brengen. Deze opsomming is voor alle deelgebieden opgenomen, ook wanneer de waarde ervan ons inziens beperkt is. Dat is mede gedaan omdat vrijwel de hele gemeente door de provincie in haar Verordening Ruimte is aangeduid als ‘cultuurhistorisch waardevol’ en derhalve uiteindelijk ook de waarden in ons inziens minder waardevolle gebieden geborgd zullen moeten worden.
Naast de kolom ‘behoud’ is er in het GIS overigens nog een kolom met per deelgebied een éénregelige toelichting op de waardering. Deze informatie kan worden gebruikt ter ondersteuning van de vertaling van het behoudsadvies.
4.2.3 Nieuwe ontwikkelingen / afwijkingen / wijzigingen Voor ontwikkelingen die niet binnen het bestemmingsplan passen zal een afzonderlijke afweging gemaakt moeten worden. De voorwaarden die verbonden zijn aan het bestaande bestemmingsplan zijn dan immers niet van kracht. Eventuele voorwaarden bij nieuwe ontwikkelingen zullen in beleid moeten worden vastgelegd. Wij adviseren om ten minste in gebieden met de waarderingscategorie ‘middelmatig’, ‘hoog’ en ‘zeer hoog’ bij ontwikkelingen een cultuurhistorisch onderzoek met handreikingen voor ontwerp mede leidend te laten zijn voor een ruimtelijk ontwerp. Dat geldt minimaal voor alle ingrepen groter dan huis-, tuin- en keukenniveau. 19 Beoordeling hiervan kan plaatsvinden door de betrokken gemeentelijk ambtenaar, al dan niet met ondersteuning van in- of externe adviseurs.
4.3 Landschapselementen 4.3.1 Enkelbestemming of dubbelbestemming? Voor specifieke elementen zou het in theorie wenselijk kunnen zijn om in de vorm van een enkelbestemming of een aanduiding een vergunningstelsel voor specifieke ingrepen aan deze ob-
19
Hiermee doelen we voor wat betreft landschap op plannen groter dan bijvoorbeeld een aanbouw aan een bestaande woning (tenzij die woning expliciete cultuurhistorische waarde heeft).
RAAP-rapport 2970 / eindversie, 26 oktober 2015
[46]
Tussen Aa-dal en Rooise Heide; herijking van het erfgoedbeleid van de gemeente Schijndel
jecten en structuren te koppelen. In de praktijk gaat het echter om zoveel elementen dat het werkbaarder is om een dubbelbestemming op te nemen, waarbij in de regeling wordt verwezen naar de waarderingskaart. De planologische bescherming raden we aan voor alle elementen met een hoge of zeer hoge waarde.
4.3.2 Specifieke informatie over aanwezige waarden Voor de landschapselementen zijn er geen algemene opsommingen van waardevolle aspecten per type element; hier hebben we volstaan met het aangeven per gewaardeerd element van de eigenschappen die behoudenswaardig zijn (zoals beplanting, verharding, profiel als het om wegen gaat). Deze aanduiding staat in het GIS in de kolom ‘behoud’. Daarbij hebben we in deze kolom alleen die aspecten als behoudenswaardig aangeduid, waar het specifieke element een hoge score op heeft. Scoort een weg bijvoorbeeld hoog op verharding maar uiteindelijk totaal ‘gemiddeld’, dan is verharding als behoudenswaardig kenmerk opgevoerd. Dat betekent dus, dat niet alleen van elementen die in zijn totaliteit hoog scoren, behoudenswaardige kenmerken zijn gescoord, maar dat alle hoog scorende deelcriteria zijn omgezet in een behoudsadvies, onafhankelijk van de eindwaardering. In de databases komen overigens geen laag gewaardeerde elementen voor.
4.4 Historische bouwkunst en stedenbouw 4.4.1 Adviezen voor instandhoudingsbeleid voor karakteristieke objecten De aan de hand van de waarderingscriteria getoetste objecten geven aanleiding voor het doen van suggesties voor specifiek beleid om deze waardevolle elementen te borgen in toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen. Daarvoor zijn verschillende mogelijkheden. De indeling in verschillende waardencategorieën is hierbij richtinggevend. Zeer hoge cultuurhistorische waarde Hierboven is al aangegeven, dat de objecten met een zeer hoge cultuurhistorische waarde dusdanig veel kwaliteiten bezitten, dat zij ook in een toetsing aan de hand van monumentenselectiecriteria hoog zullen scoren. De inventarisatieresultaten kunnen daarom ook van dienst zijn voor mogelijk toekomstige inventarisatie- en aanwijzingsprojecten voor het samenstellen / uitbreiden van een gemeentelijke monumentenlijst. De huidige gemeentelijke Erfgoedverordening voorziet in de mogelijkheid om objecten of terreinen aan te wijzen tot gemeentelijk monument. Ook bevat de verordening de standaard instandhoudingsbepalingen. Het is formeel niet mogelijk om via de erfgoedverordeningen beeldbepalende panden aan te wijzen. Gezien de hoge kwaliteit van deze objecten is het aan te bevelen voor de instandhouding hiervan de mogelijkheden voor het samenstellen van een gemeentelijke monumentenlijst te onderzoeken.
De nu voorhanden zijnde groslijst is een uitstekend vertrekpunt voor een nadere inven-
RAAP-rapport 2970 / eindversie, 26 oktober 2015
[47]
Tussen Aa-dal en Rooise Heide; herijking van het erfgoedbeleid van de gemeente Schijndel
tarisatie, beschrijving, waardering en definitieve selectie van cultuurhistorisch waardevolle objecten en ensembles met het oog op aanwijzing als gemeentelijk monument. Wanneer besloten wordt om (voorlopig) niet over te gaan tot het aanwijzen van gemeentelijke monumenten bestaat er voor deze categorie objecten een alternatief, aansluitend bij de adviezen die hieronder ook voor objecten met een hoge cultuurhistorische waarde worden gegeven. Zeer hoge en hoge cultuurhistorische waarde Voor deze categorie wordt geadviseerd de instandhouding via het bestemmingsplan te borgen (“Waarde-cultuurhistorie”). Het bestemmingsplan voorziet in een regeling, die gevolgd moet worden bij wijziging of sloop. Voor beide is een omgevingsvergunning nodig. Het College van B&W maakt de belangenafweging tussen beeldwaarde en andere aspecten, hierbij geadviseerd door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en Cultuurhistorie.
Advies Enkele suggesties voor het opnemen van objecten met zeer hoge en hoge cultuurhistorische waarde in het bestemmingsplan: - Opnemen van een object in de bestemmingsomschrijving, waarbij, ter plaatse van de aanduiding ‘Waarde-cultuurhistorie’, de instandhouding van de karakteristieke hoofdvorm, de gevelindelingen en de materialisering (bijvoorbeeld bakstenen gevels, pannen- of rietdekking) van gebouwen wordt nagestreefd; - Omgevingsvergunning voor het slopen: een vergunningplicht instellen, wat betekent, dat voor het slopen van bouwwerken, ter plaatse van de aanduiding ‘karakteristiek’ een omgevingsvergunning vereist; - Omgevingsvergunning voor het wijzigen; niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden, die het normale onderhoud betreffen of reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan. Bij wijziging van gebouwen met een zeer hoge of hoge cultuurhistorische waarde dient zoveel mogelijk te worden uitgegaan van instandhouding en een restauratieve aanpak van hoofdvorm/kap en gevelbeeld. Oorspronkelijke gevelelementen dienen te worden gehandhaafd en indien nodig hersteld. Hiervoor dienen tevens welstandscriteria te worden opgenomen in de welstandsnota van de gemeente Schijndel. Deze welstandscriteria moeten aansluiten bij de algemene gebieds- en bebouwingskarakteristiek van het plangebied.
- De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien: o
geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de karakteristieke hoofdvorm en het gevelaanzicht van de bebouwing;
o
de karakteristieke hoofdvorm niet langer aanwezig is en niet zonder ingrijpende wijzigingen aan het gebouw kan worden hersteld;
o
de karakteristieke hoofdvorm in redelijkheid niet te handhaven is;
RAAP-rapport 2970 / eindversie, 26 oktober 2015
[48]
Tussen Aa-dal en Rooise Heide; herijking van het erfgoedbeleid van de gemeente Schijndel
o
het delen van een gebouw of bijgebouwen betreft, die op zichzelf niet als karakteristiek vallen aan te merken, en door sloop daarvan geen onevenredige aantasting van de karakteristieke hoofdvorm plaatsvindt.
Ook is het aan te bevelen om bij ruimtelijke ontwikkelingen eerst onderzoek te doen naar de cultuurhistorische waarde van deze objecten, ten einde geen bijzondere kwaliteiten verloren laten gaan. Middelhoge cultuurhistorische waarde Deze gebouwen hebben vooral veel waarde als ondersteuning van de gebiedskarakteristiek en als onderdeel van belangrijke cultuurhistorische ensembles in de gemeente Schijndel. Bij verbouwing is vooral behoud van de hoofdvorm, de schaal en de ruimtelijke betekenis binnen het historische ensemble het uitgangspunt. Ook hiervoor wordt aanbevolen welstandscriteria op maat op te nemen in de welstandsnota. Vervanging van deze panden is in principe mogelijk, maar wel volgens duidelijke op de historische gebiedskarakteristiek afgestemde regels en na verlenen van een omgevingsvergunning. Ook is het aan te bevelen om bij ruimtelijke ontwikkelingen eerst onderzoek te doen naar de cultuurhistorische waarde van deze objecten, ten einde geen bijzondere kwaliteiten verloren te laten gaan.