Bijlage Ib-5 Stikstofdepositieonderzoek memo Vrijwilligerswoningen St. Barbara Vlinderhoven Wijbosch Bijlagen 88-93 (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Bijlage 5
87/150
Stikstofdepositieonderzoek
memo
ADVISEURS
RHO
-
MEMO
mmm
DATUM
31
KENMERK
mei 2024
PROJECT
__20240607/153492/
OPDRACHTGEVER
(geanonimiseerd)
VAN
20240607
Schijndel Wijbosch
Butterfly
Effect BV
St Barbara 6
tiny houses
mmm
STIKSTOFMEMO 1.
SCHIJNDEL WIJBOSCH
ST BARBARA
6 TINY
HOUSES
INLEIDING
Aan de
Eerdsebaan in Schijndel is de opdrachtgever
dient getoetst te worden Natura
nen
6 tiny houses
om
te realiseren. De
de eisen uit de Omgevingswet, waarbij de mogelijke gevolgen
aan
2000-gebieden
voornemens
een
rol spelen. Figuur
1 laat de
ligging
van
het projectgebied
de
voor
ten
opzichte
beoogde ontwikkeling
stikstofdepositie binhet Natura 2000-
van
netwerk zien. Niet alle Natura 2000-gebieden zijn gevoelig voor stikstofdepositie. Het meest nabijgelegen gebied met stikstofgevoelige habitats betreft het Natura 2000-gebied Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek. De minimale afstand dit Natura 2000-gebied tot het projectgebied voelige habitats liggen op grotere afstand. van
—Nlijmens AN
bedraagt
12
kilometer. De andere
Natura
2000-gebieden
EN
4
Ven,
erputten TE Bossche
— Prog [_
EE
met
stikstofge-
ka
& han
SS
(O EEN
rs
ie SIN
\
nn
…
|
L
)
á
N
5
np
f
IN
N
Q
Habitatrichtlijn Á
vogelrichttijn
Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn E
eN
(Ì
Berkcur
Niet
bepaald
Rukve
Dd |
dg,
jdelrod
ke
t
|
Ö
Plein
bh
6 là
c
}
N279
Din
4
Des
H
Mi
H
Be
Ä N65 à
|
N618
f
O Eerde
r
En
%
|
GE \o\__
Oisterwijkse Vennen
\L f
4
Figuur 1 Ligging projectgebied (gemarkeerd)
ten
opzichte
van
Natura
2000-gebied (AERIUS calculator)
Hes
Met het rekenmodel Aerius (versie 2023. 2) is een berekening uitgevoerd om de mogelijke gevolgen van de ontwikkeling voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000-netwerk in beeld te brengen, daarbij zijn de realisatie- en gebruiksfase (na oplevering van de beoogde ontwikkeling) beschouwd. In deze memo wordt achtereenvolgens ingegaan op de gehanteerde uitgangspunten, de resultaten en de conclusie. De invoer- en uitvoergegevens vanuit Aerius zijn opgenomen in een aparte
bijlage.
2. TOETSINGSKADER Omgevingswet De aanwijzing en bescherming van de Nederlandse Natura 2000-gebieden is geregeld in de Omgevingswet en de bijbehorende uitvoeringsregelgeving. Elk Natura 2000-gebied is aangewezen door het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit door middel van een aanwijzingsbesluit. Het aanwijzingsbesluit bepaalt voor welke soorten en habitats het gebied wordt aangewezen, welke instandhoudingsdoelen gerealiseerd moeten worden (behoud, herstel, uitbreiding) en de exacte begrenzing van het gebied. Voor elk Natura 2000-gebied is een beheerplan worden opgesteld, waarin maatregelen zijn opgenomen om de instandhoudingsdoelstellingen te bereiken. Beheerplannen worden in de meeste gevallen vastgesteld door de Provincie. In het beheerplan kan ook worden bepaald welke activiteiten in het gebied zijn toegestaan en onder welke voorwaarden. Schadelijke effecten op de aanwezige natuurwaarden waarvoor het gebied is aangewezen moeten daarbij uitgesloten zijn. Voor Natura 2000-gebieden gelden onder meer de volgende verplichtingen: De overheid dient ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in de speci● ale beschermingszones niet verslechtert. Tevens mag er geen verstoring optreden voor de soorten waarvoor de beschermingszones zijn aangewezen.
Voor elk plan of project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van het gebied, maar afzonder● lijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor zo'n gebied, wordt een passende beoordeling gemaakt van de gevolgen voor het gebied. Bevoegde nationale instanties geven slechts toestemming voor het plan of project nadat zij de zekerheid hebben verkregen dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast. ● Als een plan of project om dwingende reden van groot openbaar belang toch moet worden gerealiseerd, terwijl significant negatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten, moeten alle nodige compenserende maatregelen worden genomen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Europees ecologisch netwerk (Natura 2000-gebieden)
bewaard blijft. Bij de beoordeling van de gevolgen van plannen, projecten en handelingen voor de instandhoudingsdoelstellingen spelen onder andere de ecologische effecten van verzuring en vermesting door een eventuele toename van stikstofdepositie een rol. Uit jurisprudentie volgt dat in een overbelaste situatie al bij een kleine toename van stikstofdepositie sprake kan zijn van significante negatieve effecten. In dat geval is een ecologische beoordeling noodzakelijk.
2/4
3. UITGANGSPUNTEN Realisatiefase Gedurende de realisatiefase is er sprake van inzet van materieel (zoals graafmachines en kranen) en transporten. Er wordt uitgegaan van de inzet van machines zoals opgenomen in tabel 1. Deze gegevens zijn gebaseerd op vergelijkbare projecten. De beoogde ontwikkeling betreft prefab tiny houses die na 20 jaar weer worden verwijderd. De tiny houses worden grotendeels in een werkplaats gemaakt en worden op maximaal 2 vrachtwagens naar de beoogde locatie gereden, waarna ze middels een mobiele hijskraan direct op de juiste plek worden gezet. De werkzaamheden zijn hierdoor beperkt en bestaan naast het hijsen van de tiny houses uit de verkeersbewegingen naar de nieuwe locatie. De afwerking wordt gedaan met kleine elektrische gereedschappen. Omdat deze elektrisch zijn, hoeven deze niet meegenomen te worden in de berekening. Het brandstofverbruik (l/uur) is gebaseerd op de Excel-tabel behorende bij het TNO-rapport ‘AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste worst-case schatting van NOx en NH 3 uitstoot van mobiele werktuigen’, gepubliceerd op 13 december 2021. De uitkomsten op jaarbasis zijn ingevoerd in AERIUS Calculator. Voor de realisatie wordt uitgegaan van het rekenjaar 2024.
Naarmate het rekenjaar verder in de toekomst ligt, worden de emissies ten gevolge van transportbewegingen lager, omdat het rekenmodel uitgaat van toepassing van schonere technieken in de toekomst. Het plaatsen van de 6 tiny houses zal niet meer dan een week duren. Tabel 1 Materieel inzet realisatie Type materiaal
Mobiele hijskraanStage IV, 2014-2018 75-560 kW GraafmachineStage IV, 2014-2018 75-560 kW
Duur inzet
(uren) 12 16
Gemiddeld verbruik (liter/uur) 6 24,2
Verbruik totaal (liter) 275 387
Voor de realisatie van de beoogde ontwikkeling wordt uitgegaan van 56 lichte verkeersbewegingen en 24 zware verkeersbewegingen. De verkeersbewegingen zijn ingevoerd als lijnbron. De inzet van het overige materieel is ingevoerd als vlakbron aangezien dit materieel op het hele terrein werkzaam zal zijn. Ten behoeve van het manoeuvreren van de vrachtwagens binnen het projectgebied is een lijnbron met 100% stagnatie toegevoegd.
Verkeersafwikkeling realisatiefase Het verkeer wikkelt af via de Eerdsebaan naar de N622. Een indicatie van de verkeersintensiteiten voor deze weg is te vinden op het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit 2023 (https://www. cimlk. nl/kaart). Volgens de kaart bedroegen de dagelijkse verkeersintensiteiten voor 2022 op de N622 10. 080 voor licht verkeer en 477 voor zwaar verkeer. Op de N622 gaat het extra verkeer op in het heersende verkeersbeeld. Dit is het geval op het moment dat het aan- en afrijdende verkeer, conform de Instructieregels voor Aerius, zich heeft verdund tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer. Het onderhavige project voegt in de realisatiefase maximaal 0,002% licht verkeer en maximaal 0,014% zwaar verkeer toe aan
de N622.
Gebruiksfase De beoogde ontwikkeling bestaat uit 6 tiny houses. De woningen worden niet aangesloten op het gas, zodoende is in de beoogde situatie geen sprake van directe emissies vanuit het project. De (potentiële) gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000-netwerk worden in de gebruiksfase bepaald door de emissies die samenhangen met de verkeersgeneratie. De verkeersgeneratie is berekend op basis van het CROW. Voor de beoogde ontwikkeling wordt aangesloten bij de CROW-functie ‘kleine eenpersoonswoning’. Op basis van de bovenstaande uitgangspunten leidt dit tot een kencijfer van 2,25 mvt/etmaal per woning. Voor de beoogde ontwikkeling leidt dit tot een verkeersgeneratie van (6 x 2,25 =) 13,5
3/4
mvt/etmaal gedurende een gemiddelde weekdag. Voor de gebruiksfase is uitgegaan van het rekenjaar 2024. Dit betekent dat beide fases in één berekening zijn uitgevoerd. Verkeersafwikkeling gebruiksfase Het verkeer wikkelt evenredig als in de realisatiefase af via de Eerdsebaan naar de N622. In de gebruiksfase voegt de ontwikkeling maximaal 0,134% licht verkeer toe aan de Heerweg. Op deze weg gaat het extra verkeer op in het heersende verkeersbeeld.
4. RESULTATEN EN CONCLUSIE Uit de berekening met AERIUS Calculator (2023. 2) voor de realisatie- en gebruiksfase blijkt dat er geen toename is van stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Op basis van de berekening zijn significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden in de realisatie- en gebruiksfase uitgesloten. De beoogde herontwikkeling is derhalve uitvoerbaar in het kader van de Omgevingswet.
4/4
92/150