CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Ecologisch_Werkprotocol_Fioretti_College_(BTL_Advies).pdf

Raadsvergadering 23 juni 2022, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Technische vragen bestemmingsplan en beeldkwaliteitsparagraaf 'Fioretti locatie, Kasteellaan Sint-Oedenrode'2.629 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ecologisch werkprotocol

Fioretti College, SintOedenrode

COLOFON

Ecologisch werkprotocol Fioretti College, Sint-Oedenrode

OPDRACHTNEMER

BTL Advies B.V. Willemsplein 2-4 5211 AK ‘s-Hertogenbosch T: 073 205 11 00 E: advies@btl.nl

OPGESTELD DOOR

Matthias Koster (landschapsecoloog)

GETOETS DOOR

Pauline Maas (Specialist ecologie)

OPDRACHTGEVER

Gemeente Meierijstad t.a.v. Dhr. R. Boiten Stadhuisplein 1 5461 KN Veghel

FOTO VOORBLAD

Impressie van het plangebied Fioretti College, Sint-Oedenrode

PROJECTNUMMER

722180291

STATUS

DEFINITIEF

VERSIE

1.0

DATUM

8 oktober 2019

2

Ecologisch werkprotocol FIoretti College, Sint-Oedenrode Gemeente Meierijstad

INHOUDSOPGAVE COLOFON

2

INHOUDSOPGAVE

3

1

INLEIDING

4

1.1 1.2 1.3

4 4 4

2

3

4

Aanleiding Doelstelling ecologisch werkprotocol Beschrijving van het plangebied en voorgenomen ontwikkeling

AANWEZIGE NATUURWAARDEN

5

2.1

Gewone dwergvleermuis

5

WIJZE VAN ZORGVULDIG HANDELEN

6

3.1 3.2 3.3 3.4

6 6 6 8

Voorzorgmaatregelen Voorzorgmaatregelen broedvogels Mitigerende maatregelen vleermuizen (algemeen) Mitigatie- en compensatiemaatregelen (concreet)

COMMUNICATIE

9

4.1 4.2 4.3

9 9 9

Aantoonbaarheid handelen ecoloigsch werkprotocol Taken en verantwoordelijkheden Deskundige betrokkenheid

BIJLAGE

10

BIJLAGE 1: Logboek

10

3

Ecologisch werkprotocol FIoretti College, Sint-Oedenrode Gemeente Meierijstad

1

INLEIDING

1.1 AANLEIDING Gemeente Meierijstad is voornemens om sloopwerkzaamheden uit te voeren aan het voormalige Fioretti College te Sint-Oedenrode. Deze voorgenomen werkzaamheden hebben betrekking op het realisaren van meerdere woningen. Ten tijde van het uitgevoerde aanvullend onderzoek in 2019 zijn meerdere verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen. Het betreffen meerdere verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis. De voorgenomen sloopwerkzaamheden leiden tot overtreding van verbodsartikelen 3.5, lid 2 en lid 4 van de Wet natuurbescherming. Om deze reden is normaal gesproken een ontheffing nodig in het kader van de Wet natuurbescherming voor het uitvoeren van activiteiten die tot overtredingen leiden. Om deze reden is normaal gesproken een ontheffing nodig in het kader van de Wet natuurbescherming voor het uitvoeren van activiteiten die tot overtredingen leiden. Provincie Noord-Brabant (bevoegd gezag) stelt dat indien gewerkt kan worden conform het geldende Kennisdocument ‘Gewone dwergvleermuis’ het niet nodig is om een ontheffing aan te vragen. Om deze reden is door de opdrachtgever in samenspraak met een ecoloog van BTL Advies besloten om voor deze situatie geen ontheffing aan te vragen Wel moet de wijze van zorgvuldig handelen zijn vastgelegd, hiertoe dient dit onderhavige ecologisch werkprotocol.

1.2 DOELSTELLING ECOLOGISCH WERKPROTOCOL Het doel van dit ecologisch werkprotocol is om aantoonbaar te maken dat voldoende zorgvuldig wordt gehandeld ten aanzien van de gewone dwergvleermuis. In het werkprotocol is beschreven welke beschermde soorten in het plangebied voorkomen, wat de functionaliteit is van het plangebied voor deze soorten, op welke wijze negatieve effecten worden voorkomen (mitigatie) en hoe wordt voldaan aan de voorschriften uit de verleende ontheffing.

1.3 BESCHRIJVING VAN HET PLANGEBIED EN VOORGENOMEN ONTWIKKELING De directe omgeving van het plangebied kenmerkt zich door bebouwing, wegen en groenstructuren. Het terrein zelf bestaat uit een pand dat gebruikt werd als school en als bedrijfspand. Daarnaast bevinden zich meerdere opgaande groenstructuren. Het aanwezige pand wordt gesloopt. Eveneens wordt de aanwezige groenstructuur gekapt/gerooid. De sloop- en rooiwerkzaamheden worden vanaf de tweede helft van week 42 (16 oktober 2019) uitgevoerd. Op de huidige locatie vindt vanaf 2020 de realisatie van de nieuwbouw plaats. Het pand is in 3 verschillende delen op te delen (figuur 1): Linkervleugel: Dit deel bestaat uit een plat dak met ijzeren dakstrippen. Pluksgewijs bevinden zich meerdere kieren tussen het dakstrip en de muur. De muur bestaat uit verschillende dunne wanden. Dit deel van het gebouw bestaat uit meerdere verdiepingen. Het middendeel: het middendeel bestaat uit één verdieping die 3,5 meter hoog is. Het bevat een plat dak. De structuur bestaat uit een gesloten structuur. Rechtervleugel: Dit deel bestaat net als de linkervleugel uit meerdere verdiepingen. Het bevat een spouwmuur die nageïsoleerd is. De overgang van het dak naar de muren bestaat uit een ijzeren dakstrip, waar verschillende ruimtes tussen zitten.

Figuur 1.1 Ligging en begrenzing van het plangebied aan de Kasteellaan 6 (wit omkaderd) te Sint-Oedenrode (Bron: Google Maps).

4

Ecologisch werkprotocol FIoretti College, Sint-Oedenrode Gemeente Meierijstad

2 AANWEZIGE NATUURWAARDEN In 2019 is door BTL Advies onderzoek uitgevoerd naar beschermde flora en fauna in en nabij de te slopen panden. Tijdens deze onderzoeken zijn vleermuizen en. Hieronder volgt per soort(groep) beknopt een beschrijving van de betekenis van het plangebied. 2.1 GEWONE DWERGVLEERMUIS Van de gewone dwergvleermuis zijn tijdens het uitgevoerde aanvullend onderzoek in 2019 diverse waarnemingen gedaan. Het betrof zowel foeragerende en overvliegende exemplaren, maar ook diverse verblijfplaatsen van deze soort. De verblijfplaatsen zijn aangetroffen in zowel de linker- als rechter vleugel van het voormalige schoolgebouw. Het gaat hierbij om een zomer- en een paarverblijfplaats (afbeelding 2.1). In het middendeel van het gebouw zijn geen verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis vastgesteld.

Soort Gewone dwergvleermuis Gewone dwergvleermuis

Verblijfplaats Zomerverblijfplaats Paarverblijfplaats

Locatie Linkervleugel Rechtervleugel

Aantal exemplaren 1 exemplaar 1 exemplaar

Legenda Paarverblijfplaats gewone dwergvleermuis Zomerverblijfplaats gewone dwergvleermuis Foerageergebied gewone dwergvleermuis

Figuur 2.1 Functies van het plangebied voor vleermuizen (verblijfplaatsen en foerageergebied)

5

Ecologisch werkprotocol FIoretti College, Sint-Oedenrode Gemeente Meierijstad

3 WIJZE VAN ZORGVULDIG HANDELEN In dit hoofdstuk is beschreven op welke wijze het zorgvuldig handelen ten aanzien van de voorkomende beschermde soorten uitgevoerd moet worden. Op deze wijze wordt de gunstige staat van instandhouding van de voorkomende beschermde soorten niet aangetast. 3.1

VOORZORGMAATREGELEN

Te allen tijde dient de algemene zorgplicht in acht te worden genomen. De zorgplicht betekent dat er tijdens de uitvoering voldoende zorg genomen moet worden om schade aan soorten te voorkomen en dat er niet onnodig exemplaren worden beschadigd of gedood wanneer dit gemakkelijk is te voorkomen. Deze zorgplicht geldt altijd en overal. In kader van dit project houdt dit onder andere het volgende in: Voer de werkzaamheden rustig uit en in één richting (richting opgaand groen). Op deze manier zijn eventueel nog aanwezige dieren in de gelegenheid om te vluchten naar andere plekken. Het materieel moet zorgvuldig en deskundig worden gebruikt, zodat geen onnodige schade wordt veroorzaakt of onnodige verstoring van flora en fauna optreedt.

3.2

VOORZORGMAATREGELEN BROEDVOGELS

Om negatieve effecten als gevolg van de werkzaamheden op algemene broedvogels te voorkomen, dienen de volgende mitigerende maatregelen in acht worden genomen: Voer de werkzaamheden uit buiten de kwetsbare periode. Deze periode ligt grofweg tussen 15 maart tot 15 juli maar is sterk weersafhankelijk. Mocht het onoverkomelijk zijn om de werkzaamheden uit te voeren binnen het broedseizoen, dan dienen eventuele geschikte nestplekken in de woningen en werkgebied rondom de woningen voorafgaand aan het broedseizoen ontmoedigd te worden zodat de vogels hier niet kunnen nestelen.

3.3

MITIGERENDE MAATREGELEN VLEERMUIZEN (ALGEMEEN)

Richtlijn Bij aantasting van verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuizen gelden op basis van het Kennisdocument Gewone dwergvleermuis (BIJ12, 2017) de volgende richtlijnen. Voorafgaand aan de eigenlijke werkzaamheden te nemen maatregelen om aanbod en functioneren van alternatieve verblijfplaatsen tijdens de werkzaamheden te garanderen: Voor elke aan te tasten of te verwijderen verblijfplaats moeten vier nieuwe (tijdelijke) verblijfplaatsen gecreëerd worden in de vorm van platte vleermuiskasten of plaatvormige voorzieningen. Voor tijdelijke vervanging zomer- en paarverblijfplaatsen (zonder kraamfunctie) met < 10 dieren geldt model A. Voor kraamverblijfverblijfplaatsen geldt model C. Deze verblijfplaatsen moeten: •

binnen het kerngebied van de groep, en dan zo mogelijk binnen 100 meter, eventueel binnen 200 meter van de oorspronkelijke verblijfplaats worden geplaatst en dit buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden;

•

verschillende microklimaten aanbieden (clustering met verschillende richtingen);

•

een locatie hebben die gelijk of beter van kwaliteit is aan de oorspronkelijke situatie wat betreft hoogte (bij voorkeur op minimaal 3 meter hoogte), aanvliegroute, vrije vliegruimte en lichtvrij en moeten vrij zijn van verstoring en buiten bereik van predatoren;

•

bij voorkeur aan gebouwen geplaatst worden, bij uitzondering aan bomen;

•

wat betreft locaties van tijdelijk vervangende paarverblijven worden afgestemd met reeds ingenomen territoria van mannetjes. Deze verblijfplaatsen moeten tijdig voor de werkzaamheden aanwezig zijn om de dieren te laten wennen aan deze voorzieningen. Voor tijdelijke vervanging zomerverblijfplaatsen met

6

Ecologisch werkprotocol FIoretti College, Sint-Oedenrode Gemeente Meierijstad

< 10 dieren geldt een gewenningsperiode van minimaal drie maanden waarin vleermuizen actief zijn, waarna de huidige (potentiële) verblijfplaatsen worden ontmoedigd. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden te nemen maatregelen: •

Werk buiten de periode dat het verblijf wordt gebruikt als kraamverblijf, paar- of winterverblijf. Als een locatie jaarrond wordt gebruikt, is de paarperiode de minst kwetsbare periode om te werken, omdat de dieren dan het actiefst zijn.

•

Als vooraf tijdelijke voorzieningen zijn gerealiseerd en de dieren hebben voldoende tijd gehad om aan de nieuwe (tijdelijke) verblijfplaatsen te wennen, kan ook in de kwetsbare periode met uitzondering van de winterperiode, worden gewerkt. Hetzelfde geldt wanneer er bestaande alternatieven in de omgeving zijn en de locatie ongeschikt is gemaakt voordat de kwetsbare periode aanbreekt.

•

Voorafgaand aan de eigenlijke werkzaamheden moeten de verblijfplaatsen ongeschikt gemaakt worden. In geval van wanneer kolonies aanwezig zijn, moeten minimaal vijf dagen (met avondtemperaturen van meer dan 10 graden Celsius) voorafgaand aan de sloopwerkzaamheden van het gebouw de oorspronkelijke verblijfplaatsen ongeschikt gemaakt worden, in andere gevallen minimaal drie dagen van tevoren.

•

De basis van het ongeschikt maken is het verstoren van het microklimaat door het creëren van tocht; dit kan op verschillende manieren plaatsvinden. De beste manier om een spouw ongeschikt te maken is het eerst over de volledige hoogte van de muur of verdieping verwijderen van de hoeken van een gebouw waardoor er in de spouw een flinke tocht ontstaat en licht diep in de spouw kan doordringen. Ook kunnen de invliegopeningen, nadat de dieren zijn uitgevlogen, overdadig verlicht worden met bijvoorbeeld bouwlampen of er kan gewerkt worden met zogenaamde “exclusion flaps” waarbij wel uitgevlogen kan worden maar niet opnieuw ingevlogen. Een vleermuisdeskundige moet worden ingeschakeld om de best passende methode te bepalen, uit te voeren en te controleren.

In nieuwe situatie op te nemen voorzieningen voor de gewone dwergvleermuis om permanent het aanbod en functioneren van verblijfplaatsen te garanderen: •

Voor elke aangetaste of verwijderde verblijfplaats moeten vier nieuwe verblijfplaatsen worden gerealiseerd.

•

De permanente voorzieningen bevinden zich allen inwendig in het gebouw of als combinatie van inwendig en uitwendig, met uitzondering van de vervangende voorzieningen voor zomerverblijfplaatsen (zonder kraamfunctie) van < 10 dieren of vervanging van paarplaatsen, waarbij deze permanente voorzieningen zich ook allen uitwendig aan het gebouw mogen bevinden.

Deze verblijfplaatsen moeten: •

een vergelijkbare spreiding in het gebouw hebben als de oorspronkelijke verblijfplaatsen;

•

zo veel mogelijk dezelfde eigenschappen hebben als de oorspronkelijke verblijfplaatsen;

•

verschillende microklimaten aanbieden (clustering met verschillende richtingen);

•

van een met de oorspronkelijke verblijfplaats vergelijkbare materiaalsoort en volume zijn met een vergelijkbare bufferwaarde wat betreft opwarmen en afkoelen;

•

een locatie hebben die gelijk of beter van kwaliteit is aan de oorspronkelijke situatie wat betreft hoogte (bij voorkeur op minimaal 3 meter hoogte), aanvliegroute, vrije vliegruimte en moeten lichtvrij en vrij zijn van verstoring en buiten bereik van predatoren;

•

zo mogelijk geïntegreerd in het bouwplan worden opgenomen.

7

Ecologisch werkprotocol FIoretti College, Sint-Oedenrode Gemeente Meierijstad

3.4 MITIGATIE- EN COMPENSATIEMAATREGELEN (CONCREET)

Voor de ontmoediging van de huidige verblijfplaatsen op het Fioretti College (Kasteellaan 6) te Sint-Oedenrode worden de aanwezige ijzeren dakstrippen gedemonteerd. Hierdoor ontstaat openingen waardoor tocht in de verblijfplaats ontstaat. Dit gebeurt met ecologische begeleiding van een deskundige ecoloog. Om de zomer- en paarverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis (conform kennisdocumenten Gewone dwergvleermuis BIJ12, 2017) te mitigeren dienen acht nieuwe alternatieve verblijfplaatsen (type VK WS 01) te worden aangeboden (zie figuur…). Deze alternatieve (tijdelijke) vleermuiskasten worden ruim voorafgaand aan de werkzaamheden geplaatst zodat deze in juli/augustus hangen. Zodoende is voor de verblijfplaatsen een gewenningsperiode van minimaal drie maanden. Deze gewenningsperiode heeft de gewone dwergvleermuis nodig om de nieuwe verblijfplaatsen te vinden. Vier van de tijdelijke voorzieningen/verblijfplaatsen zijn 14 april 2019 gerealiseerd. Vanwege het feit dat in de directe omgeving meerdere vleermuiskasten aanwezig zijn vanuit andere uitgevoerde projecten met mitgatiemaatregelen zijn andere extra kasten niet opgehangen. De reeds aanwezige kasten hebben hun functie als tijdelijke voorziening verloren, aangezien de permanente voorzieningen voor de overige projecten als zijn gerealiseerd.

Legenda Tijdelijke vleermuiskasten aan gevel gebouw Opgehangen vleermuiskasten (andere projecten) in bomen Figuur 3.1 Uitgevoerde mitigatiemaatregelen ten behoeve van de sloop bebouwing Fioretti College te Sint-Oedenrode. Tevens opgenomen in de afbeelding zijn opgehangen vleermuiskasten ten behoeve van andere projecten in de directe omgeving van het plangebied.

8

Ecologisch werkprotocol FIoretti College, Sint-Oedenrode Gemeente Meierijstad

4 COMMUNICATIE 4.1 AANTOONBAARHEID HANDELEN ECOLOIGSCH WERKPROTOCOL 1.

Om aantoonbaar volgens dit werkprotocol te handelen, is het nodig dat te allen tijde een kopie van dit ecologische werkprotocol aanwezig is op de werklocatie. Het ecologische werkprotocol dient getekend te zijn door de directievoerder en/of de opzichter van het werk.

2.

Voor aanvang van de werkzaamheden moeten alle uitvoerende medewerkers een instructie gekregen hebben van de projectleider/werkvoorbereider of ecoloog ten aanzien van beschermde soorten.

3.

De resultaten en eventuele wijzigingen van de uitvoering van het zorgvuldig handelen moeten worden vastgelegd door middel van verslaglegging en worden toegevoegd aan dit document. In bijlage 1 is een logboek opgenomen voor de verslaglegging.

4.2 TAKEN EN VERANTWOORDELIJKHEDEN Een belangrijk aspect bij het uitvoeren van de maatregelen die zijn opgenomen in dit werkprotocol is de afstemming en communicatie tussen de betrokken partijen. Om snel te kunnen reageren op onverwachte situaties is het van belang om de lijnen tussen de uitvoering op het werkterrein en de ecologische begeleiding zo kort mogelijk te houden. Daarom worden afspraken en bevindingen vanuit het werkprotocol direct gecommuniceerd tussen de opzichter op het werk en de ecoloog, projectmanager en directievoerder (tabel 3). Tabel 3: overzicht contactpersonen voor afstemming en communicatie functie

naam

organisatie

telefoonnummer

Projectmanager

Reinhardt Boiten

Gemeente Meierijstad

0413 381551

Ecoloog

Matthias Koster

BTL Advies

073 2051100 / 06 83167423

Directievoerder Opzichter

Wanneer de ecoloog in het veld de controles heeft uitgevoerd en/of maatregelen heeft begeleid, wordt dit aansluitend teruggekoppeld aan de opzichter en projectmanager van het werk. De bevindingen en afspraken worden vastgelegd en toegevoegd aan dit document (zie logboek). Overleg met een ter zake kundige Op de volgende momenten dient overleg plaats te vinden met de ecoloog: ▪ Voorafgaand aan het ongeschikt maken van de verblijfplaatsen ▪ In het geval bijzonderheden worden aangetroffen ten aanzien van flora en fauna op locatie. ▪ Inrichting toekomstige situatie ten behoeve leefgebied vleermuizen

4.3 DESKUNDIGE BETROKKENHEID Bij het uitvoeren van de maatregelen wordt een ter zake kundige/ ecoloog betrokken. Deze voert de ecologische begeleiding uit voorafgaand aan en tijdens de uitvoering van de voorgenomen ontwikkeling. De deskundige ecoloog voldoet aan de eisen zoals deze worden beschreven op de site van www.rvo.nl. De ecologen van BTL Advies voldoen aan deze eisen van het bevoegd gezag. Dit zijn één of meerdere van de volgende eisen: ▪ heeft een afgeronde hbo- of universitaire opleiding, met als zwaartepunt (Nederlandse) ecologie; ▪ heeft een afgeronde mbo-opleiding, met als zwaartepunt de Wet natuurbescherming, soortenherkenning en zorgvuldig handelen ten opzichte van die soorten; ▪ is werkzaam voor een ecologisch adviesbureau, zoals een bureau dat is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus; ▪ zet zich aantoonbaar actief in op het gebied van de soortenbescherming en is werkzaam of aangesloten bij Nederlandse organisaties als de Zoogdiervereniging, RAVON, Stichting Das en Boom, Vogelbescherming Nederland, Vlinderstichting, Natuurhistorisch Genootschap, KNNV, NJN, IVN, EIS Nederland, FLORON, SOVON, STONE, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, De Landschappen en Stichting Beheer Natuur en Landelijk gebied; ▪ zet zich aantoonbaar actief in op het gebied van de monitoring en/of bescherming.

9

Ecologisch werkprotocol FIoretti College, Sint-Oedenrode Gemeente Meierijstad

BIJLAGE BIJLAGE 1: LOGBOEK Uitgevoerde werkzaamheden

Datum

Uitvoerder

Opmerkingen/bijzonderheden

Ophangen tijdelijke verblijfplaatsen (mitigatie)

12-04-2019

Matthias Koster (ecoloog BTL Advies)

Opstellen/oplevering ecologisch werkprotocol

01-10-2019

Matthias Koster (ecoloog BTL Advies)

4 kasten aan Basisschool Dommelrode, overige kasten worden gebruikt vanuit reeds uitgevoerde en afgeronde projecten met mitigatiemaatregelen De contactgegevens in tabel 3 moeten door de aannemer worden ingevuld.

Aanvullend veldbezoek ten behoeve sloop panden

02-10-2019

Matthias Koster (ecoloog BTL Advies

Uitleg uit te voeren werkzaamheden

Werkinstructie geven

10

Ecologisch werkprotocol FIoretti College, Sint-Oedenrode Gemeente Meierijstad

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=218dc370-7f76-4d35-9cc3-83bb19774821