CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Brief provincie met toezichtoordeel 2025 van IBT Omgevingsrecht

Raadsinformatiebrieven 31 december 2025, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Toezichtoordeel IBT Omgevingsrecht 2025, d.d. 26-08-20255.232 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Brabantlaan 1 Postbus 90151 5200 MC ’s-Hertogenbosch Telefoon (073) 681 28 12

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Meierijstad Postbus10001 5460 DA VEGHEL

Fax (073) 680 76 80 www.brabant.nl IBAN NL86INGB0674560043

Bereikbaarheid openbaar vervoer en fiets: Onderwerp

www.brabant.nl/route

Interbestuurlijk Toezicht (IBT): toezichtoordeel Omgevingsrecht 2025

Datum

Geacht college, De provincie ziet met IBT erop toe dat de lokale overheden hun maatschappelijke taken goed uitvoeren. Daardoor dragen wij bij aan een bestendig en veilig Brabant met een sterk openbaar bestuur. Een bestuur dat zelf het goede voorbeeld geeft en waar de inwoners op kunnen vertrouwen. Respect voor de eigen verantwoordelijkheid van besturen en raden is het uitgangspunt. Wij hebben een provinciaal Beleidskader Toekomstbestendig Bestuur. Daarin staat dat wij systematisch toezicht houden op de uitvoering van wettelijke taken door gemeenten en waterschappen, onder meer op het domein omgevingsrecht. Naast het systematisch toezicht ligt de nadruk meer op lerend toezicht en dialoog. Voor meer informatie verwijzen wij u naar onze provinciale website www.brabant.nl/ibt. Omgevingsrecht

Met deze brief informeren wij u over de prestaties van uw gemeente in 2025 op het gebied van: a) Tijdigheid: tijdige bestuurlijke vaststelling en actualiteit van de uitvoerings- en handhavingsdocumenten (U&H-documenten of ook wel VTH-documenten) op basis van de Omgevingswet (beleidscyclus U&H); b) Kwaliteit: naleving van een selectie uit de procescriteria U&H op basis van de Omgevingswet met bijbehorende uitvoeringsbesluiten. Tevens informeren wij u over ons samenvattend eindoordeel over uw gemeente. Samenvattend eindoordeel omgevingsrecht: ‘voldoet’

Dit eindoordeel is op basis van de criteria in het Jaarplan IBT. Dit betekent dat uw gemeente de kleur ‘groen’ krijgt op de kaart, die wij via een digitaal dashboard op onze website www.brabant.nl/ibt publiceren. Het dashboard bevat ook kaarten met de prestaties van het systematisch toezicht op de andere toezichtgebieden die ook op uw gemeente van toepassing zijn.

22 juli 2025 Ons kenmerk

C2347600/6164416 Uw kenmerk

Contactpersoon

Team IBT Omgevingsrecht Telefoon

073 – 681 28 12 Email

ibt@brabant.nl Bijlage

1

Doelstelling omgevingsrecht

Datum

De hoofddoelstelling van de wetgeving op het terrein van het omgevingsrecht is een veilige en gezonde leefomgeving te bewerkstelligen. En deze op een duurzame en doelmatige wijze te behouden, beheren, gebruiken en ontwikkelen. De lokale overheden spelen daarbij een belangrijke rol door een adequate uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving (U&Htaken). Als de overheden deze U&H-taken niet goed uitvoeren, kan dat grote invloed hebben op de veiligheid en gezondheid van de leefomgeving.

22 juli 2025 Ons kenmerk

C2347600/6164416

Op grond van de Omgevingswet en de Verordening systematische toezichtsinformatie dient iedere gemeente te beschikken over de volgende documenten: a) een actuele Uitvoerings- en Handhavingsstrategie (U&H-strategie) met een geldige looptijd; b) jaarlijks vóór 1 februari een uitvoeringsprogramma U&H; c) jaarlijks vóór 1 mei een evaluatieverslag U&H. Criteria waaraan wij toetsen

We vinden transparantie over de manier waarop we toezicht houden en wat onze beoordelingscriteria zijn belangrijk. Daarom bevat ons Jaarplan IBT de toetsingscriteria voor gemeenten en waterschappen. Het betreft de volgende criteria: Voldoet Voldoet gedeeltelijk Voldoet niet

De wettelijk verplichte U&H-documenten voldoen aan de eisen en zijn tijdig vastgesteld. De wettelijk verplichte U&H-documenten voldoen grotendeels aan de eisen en één of meer van die documenten zijn niet later dan één maand te laat vastgesteld. De wettelijk verplichte U&H-documenten voldoen niet aan de eisen en één of meer van die documenten zijn meer dan één maand te laat vastgesteld.

Toezichtbevindingen beleidscyclus U&H

Het ingevulde beoordelingsformulier is vooraf in concept per mail aan onze contactpersoon van uw gemeente toegezonden met gelegenheid voor reactie. We hebben een reactie ontvangen. Die reactie is door ons betrokken bij het opstellen van de definitieve beoordeling.

Tijdigheid Wij stellen vast dat uw gemeente alle U&H-documenten in 2025 tijdig vaststelde. Samen met het overgrote deel van uw collega-gemeenten behoort u tot de categorie koplopers in Brabant op het gebied van het bestuurlijk tijdig vaststellen van de wettelijke U&H-documenten. Daarvoor spreken wij graag onze waardering uit. U geeft daarmee een uitstekende invulling aan de voorbeeldfunctie die u heeft richting burgers, bedrijven en andere overheden.

2/4

Datum

Kaartjes met een overzicht van de prestaties op tijdigheid van alle gemeenten in Brabant treft u aan op onze website www.brabant.nl/ibt.

22 juli 2025 Ons kenmerk

C2347600/6164416

Kwaliteit We stellen vast dat uw gemeente niet voldoet aan alle door ons beoordeelde procescriteria U&H. Waar u niet voldoet, ziet u in de bijlage. U leest hierna of en zo ja, welke consequenties dat heeft. Gevraagde actie(s) van uw kant

Opheffen tekortkomingen Tekortkomingen U&H-documenten (kwaliteit): Wij verwachten van u dat u maatregelen treft dan wel heeft getroffen, zodanig dat de geformuleerde verbeterpunt(en) tijdig worden gerealiseerd en wij dat in de documenten van de komende beleidscyclus terugzien.

Toesturen digitale informatie Ook volgend jaar willen wij zicht houden op de tijdigheid en actualiteit van de U&H-documenten en de naleving van de procescriteria U&H. Daarom vragen wij u ons te informeren door het toesturen van de volgende informatie naar ibt@brabant.nl: 1) uw vaststellingsbesluit(en) samen met: a) de U&H-documenten of b) de vindplaats van de U&H-documenten op de website van uw gemeente, en; 2) de informatie waaruit blijkt dat de U&H-documenten aan de raad bekend zijn gemaakt; 3) graag ontvangen wij ook van u per mail het werkprogramma U&H en het jaarverslag U&H van de omgevingsdienst voor uw gemeente. Als u zich heeft aangemeld voor de digitale werkomgeving IBT Omgevingsrecht, kunt u er desgewenst ook voor kiezen om die stukken daar te uploaden. Aparte toezending via het hiervoor genoemde algemene IBT-mailadres is dan niet nodig.

Informeren gemeenteraad In verband met de belangrijke rol van de gemeenteraad in de horizontale verantwoording, adviseren wij u uw raad te informeren over de inhoud van deze brief.

3/4

Regiobijeenkomsten Omgevingsrecht

Datum

Als onderdeel van lerend toezicht en dialoog organiseren wij jaarlijks in het najaar een regiobijeenkomst waarin ‘Best-Practices’ worden gedeeld voor een nog betere kwaliteit van de U&H-documenten en uitvoering van de U&H-taken. De bijeenkomst vindt dit jaar plaats op 25 en 30 september. Gastheer zijn respectievelijk Waterschap Brabantse Delta voor de regio midden- en west Brabant en de gemeente Meierijstad voor de regio Brabant noord en zuidoostBrabant. De bijeenkomst is met name bedoeld voor medewerkers van gemeenten en waterschappen die betrokken zijn bij het opstellen van de U&Hdocumenten. Alle bij ons bekende U&H-contactpersonen ontvangen daarvoor tijdig een uitnodiging. Deelname aan een bijeenkomst bevelen wij van harte aan.

22 juli 2025 Ons kenmerk

C2347600/6164416

Tot slot

Indien u nog vragen heeft, kunt u contact opnemen met de toezichthouder voor uw gemeente of via ibt@brabant.nl. Als u schriftelijk reageert op deze brief, verzoeken wij u daarbij ons kenmerk te vermelden. Dat is belangrijk voor een snelle en correcte digitale verwerking.

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, namens deze,

H.J.M.P.M. van den Bogaard, programmamanager kwaliteit openbaar bestuur In verband met geautomatiseerd verwerken is dit document digitaal ondertekend.

4/4

Bijlage: Beoordelingsformulier 2025 systematisch toezicht IBT-Omgevingsrecht Gemeente Meierijstad Procesinformatie (beoordeelde documenten) Verordening kwaliteit Verordening Uitvoering en Handhaving Omgevingsrecht gemeente Meierijstad U&H: U&H-strategie:

Uitvoering- en Handhavingsstrategie Omgevingsrecht

UP U&H 2025:

Uitvoeringsprogramma 2025

ER U&H 2024:

Evaluatierapportage VTH-beleidsplan Meierijstad 2018-2024

Beoordeling afgerond: 26 mei 2025

Reactie gevraagd:

Reactie ontvangen:

Reactie verwerkt:

26 mei 2025

10 juni 2025

21 juli 2025

Met interbestuurlijk toezicht zoals de provincie Noord-Brabant dit uitvoert, draagt de provincie bij aan een bestendig en veilig Brabant met een sterk openbaar bestuur. Een bestuur dat zelf het goede voorbeeld geeft richting burgers en bedrijven en waarop de mensen kunnen vertrouwen. De kaders en uitgangspunten voor het interbestuurlijk toezicht zijn vastgelegd in het beleidskader Toekomstbestendig bestuur. De wijze waarop in deze bestuursperiode invulling wordt gegeven aan dit beleid is vastgelegd in de uitvoeringsagenda Toekomstbestendig bestuur 2024-2027.

Beoordelingsvragen Deze beoordelingsvragen zien op de tijdigheid/actualiteit en kwaliteit van de wettelijk vereiste documenten voor de uitoefening van de uitvoerings- en handhavingstaak (hierna: U&H-documenten of ook wel VTHdocumenten) van gemeenten. De wettelijke basis daarvan ligt in de Omgevingswet met bijbehorende uitvoeringsbesluiten (Omgevingsbesluit (met de zogeheten procescriteria U&H), Besluit kwaliteit Leefomgeving) en de provinciale Verordening systematisch toezichtinformatie Noord-Brabant. Het doel van de wetgever is dat provincies, gemeenten en waterschappen hun U&H-organisatie zodanig professioneel inrichten dat een goede kwaliteit van de uitvoering van die taken is gewaarborgd. Daaronder verstaat de wetgever met name dat de U&H-taken op een strategische en programmatische manier worden gedaan met aandacht voor onderlinge afstemming van de werkzaamheden. Dat levert een stevige bijdrage op aan het realiseren van een veilige en gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit; en deze op een duurzame en doelmatige wijze te behouden en te ontwikkelen voor het bereiken van maatschappelijke opgaven. Een tijdige en goede naleving van de procescriteria U&H is niet alleen wettelijke verplicht.

Het is ook belangrijk voor een goede sturing op de U&H-beleidscyclus en voor de instandhouding van een professionele U&Hstructuur om risico’s te voorkomen op het gebied van volksgezondheid, veiligheid of onomkeerbare schade aan de leefomgeving. De ambitie van de provincie is samen met gemeenten en waterschappen ervoor te zorgen dat alle U&Hdocumenten 100% actueel en op tijd zijn en voldoen aan de procescriteria U&H. De normering voor het eindoordeel is toegelicht onderaan dit format van het beoordelingsformulier. De beoordelingsvragen met bijbehorende beoordelingscriteria zijn via de mail op 6 december 2024 bekend gemaakt aan de contactpersonen IBT Omgevingsrecht bij gemeenten en waterschappen. Omdat de beoordelingsvragen 2025 identiek zijn aan de beoordelingsvragen 2024 zijn deze vooraf niet toegezonden met een verzoek om reactie. Dit hebben we immers vorig jaar al gedaan. Met de beoordelingsvragen 2025 willen we nagaan in hoeverre opvolging gegeven wordt aan de aanbevelingen en tekortkomingen uit de beoordelingsronde 2024. De beoordelingsvragen 2025 zijn opgenomen in het Jaarplan IBT 2025. Het definitieve beoordelingsformulier is ook geplaatst op de website IBT-Omgevingsrecht in de SharePoint werkomgeving. 1

Verordening kwaliteit uitvoering en handhaving omgevingsrecht Vraag 1: Stelt de gemeenteraad regels over de uitoefening van de U&H-taken of de daarmee samenhangende werkzaamheden die in opdracht van B&W worden uitgevoerd om een goede kwaliteit van de uitoefening van die taken door de omgevingsdiensten te waarborgen? (Ow art. 18.23, lid 1, onder a (kwaliteit basistakenpakket omgevingsdiensten) Toelichting wetgever: Onder de Omgevingswet hebben de betrokken bestuursorganen de plicht om te zorgen voor een goed kwaliteit van de uitoefening van de uitvoering- en handhavingstaak (art. 18.20 lid 1 Ow). Daartoe kan/mag de gemeenteraad regels stellen over de uitoefening van de thuistaken, en moet de gemeenteraad regels stellen over de uitoefening van de basistaken of de daarmee samenhangende werkzaamheden (art. 18.20 lid 3 en art. 18.23 lid 1 Ow). Voor de invulling van deze verplichting is door de VNG en het IPO een Modelverordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht opgesteld, die voor gemeenten en provincies gelijkluidend is. Door zich te committeren aan de kwaliteitscriteria, door middel van een vastgestelde verordening voor deze criteria en door deze verordening daadwerkelijk uit te voeren, zorgen de betrokken bestuursorganen ervoor dat ze in staat is om goede kwaliteit te leveren.

Definitief oordeel: Voldoet Gemeente heeft op 3 november 2022 de Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht vastgesteld. Het betreft een gewijzigde verordening omdat de juridische basis is verandert van de Wabo naar de Omgevingswet. De datum waarop deze nieuwe verordening inwerking treed valt samen met de inwerkingtreding van de omgevingswet. In deze verordening zijn opgenomen de regels over de uitoefening van de U&H-taken of de daarmee samenhangede taken die door of in opdracht van burgemeester en wethouder worden uitgevoerd. Vraag 2.a. Evalueren B&W jaarlijks over de naleving van de actuele kwaliteitscriteria U&H voor de eigen organisatie en de omgevingsdienst en doen zij daarover mededeling aan de gemeenteraad? Vraag 2.b. Als blijkt dat de kwaliteitscriteria U&H niet zijn of niet konden worden nageleefd, motiveren B&W dan de reden waarom en hoe wel voor de gestelde kwaliteit wordt gezorgd? (Modelverordening U&H omgevingsrecht art. 5, lid 2 en 3) Toelichting wetgever: Over de naleving van de kwaliteitscriteria wordt jaarlijks mededeling gedaan aan de gemeenteraad. Het gaat hier om een belangrijke inhoudelijke mededelingsplicht die kan worden meegenomen in bestaande jaarlijkse rapportages, in de op grond van het Omgevingsbesluit (afd. 18.2) op te stellen documenten. Definitief oordeel: Voldoet gedeeltelijk.

Omgevingsdienst (voldoet) In opdracht van de omgevingsdienst ODBN heeft een extern bureau in januari 2025 onderzoek gedaan of wordt voldaan aan de kwaliteitscriteria. In de rapportage wordt geconcludeerd dat de ODBN aan de kwaliteitscriteria waar een volledige validatie (deskundigheidsgebieden die door de ODBN worden uitgevoerd) heeft plaatsgevonden voldoet. De deskundigheidsgebieden die niet volledig worden uitgevoerd door de ODBN (maar in samenwerking met andere omgevingsdiensten, Veiligheidsregio, ILT, specialistische partij of gemeente) zijn niet meegenomen in dit onderzoek. Tekortkomingen: In de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie is opgenomen dat 100% van de eigen organisatie voldoet aan de geldende kwaliteitscriteria zoals is aangegeven in de verordening uitvoering en handhaving Omgevingsrecht. In het Uitvoeringsprogramma 2025 is een planning opgenomen om te voldoen aan de kwaliteitscriteria. Zowel de U&H-strategie als het Uitvoeringsprogramma 2025 zijn ter informatie aangeboden aan de raad. Dit betekent dat op dit moment niet kan worden aangetoond dat de organisatie voldoet aan de 2

kwaliteitscriteria. Dit betreft een herhaalde tekortkoming. Ook in 2022, 2023 en 2024 hebben wij deze tekortkoming geconstateerd. Verbeterpunten: Evalueer over de naleving van de Kwaliteitscriteria en –doelen van uw eigen organisatie zodat burgemeester en wethouders jaarlijks hierover mededeling aan de raad kunnen doen. Dit betekent dat wij verscherpt zullen toezien op de planning zoals is opgenomen in het Uitvoeringsprogramma 2025 om te komen tot de evaluatie van de kwaliteitscriteria. Vraag 3. Voldoen B&W aan deskundigheidsgebied 27 (Cultuurhistorie) van de actuele kwaliteitscriteria U&H? Toelichting wetgever: Deskundigheidsgebied 27 van de actuele kwaliteitscriteria 2.3 (deel B kritieke massa) bevat de eisen aan de U&H-medewerkers en aan de organisaties die de daar genoemde activiteiten op het gebied van cultuurhistorie uitvoeren. De criteria voor kritieke massa hebben geen relatie met de omvang van het werkaanbod. Ze geven de organisaties een ondergrens van het aantal medewerkers en hun deskundigheid, die nodig is om activiteiten in continuïteit uit te kunnen voeren. Definitief oordeel: Voldoet niet Tekortkomingen: In de Evaluatierapportage VTH-beleidsplan Meierijstad 2018-2024 wordt niet ingegaan op de naleving van de geldende kwaliteitscriteria voor de eigen organisatie voor het deskundigheidsgebied Cultuurhistorie.

Hierdoor kunnen wij niet vaststellen of aan dit kwaliteitscriteria wordt voldaan. Verbeterpunten: Evalueer over de naleving van de Kwaliteitscriteria en doe hierover mededeling aan uw raad. Aanbeveling: Neem in het verslag een bijlage op waarin volgens de indeling van de deskundigheidsgebieden van de (geldende) kwaliteitscriteria inzicht gegeven wordt in opleiding, ervaring, kennis en specialisme van de medewerkers, die een bijdrage leveren aan VTH-producten.

Beleidsplan Uitvoerings- & Handhavingsstrategie (BP U&H-strategie) Vraag 4: Stellen B&W een U&H-strategie vast in een of meer documenten waarin gemotiveerd wordt aangegeven welke U&H-doelen worden gesteld en welke werkzaamheden met het oog op die doelen zullen worden verricht? (Ob art. 13.5, lid 1 en Ob art. 13.6) Toelichting wetgever: Het is de bedoeling dat gemeenten en waterschappen ieder voor zich een U&H-strategie vaststellen en schriftelijk vastleggen. Dat kan in een gezamenlijk U&H-document of apart. U&H-strategie bevat het geheel van prioriteiten, doelstellingen, strategie en werkwijze. Voor uitvoering hoort daar een analyse van inzichten, technieken en werkwijzen bij. Het op elkaar afstemmen van doelen van uitvoering en handhaving is belangrijk. U&H-strategie wordt, indien nodig, ook afgestemd met andere bestuursorganen. Met wie hangt af van de vraag welke andere bestuursorganen door het beleid worden geraakt, bijvoorbeeld omdat samenwerking aan de orde is. Een goede interne afstemming tussen de werkeenheden uitvoering en handhaving en met andere werkterreinen binnen de eigen organisatie is ook van belang. Definitief oordeel: Voldoet 3

Het college heeft op 28 januari 2025 de Uitvoering- en Handhavingsstrategie Omgevingsrecht vastgesteld. In hoofdstuk 1 wordt ingegaan op de 10 hoofddoelen die zijn onderverdeeld in 3 sporen, te weten: algemeen, vergunningen en Toezicht & handhaving. Per doel zijn de werkzaamheden nader uitgewerkt. De motivatie van de doelen volgt uit: evaluatie VTH-beleidsplan Meierijstad 2018-2024, collegewerkprogramma 2024-2027 en de Toekomstvisie Meierijstad. De werkzaamheden die daarvoor zullen worden verricht zijn uitgewerkt in het Uitvoeringsprogramma 2025 welke is opgenomen in bijlage 1 behorende bij de U&H-strategie. Vraag 5: Wordt de uitvoerings- en handhavingsstrategie gebaseerd op een analyse van de problemen die zich kunnen voordoen bij de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet? (Ob art. 13.5, lid 4) Toelichting wetgever: Er moet sprake zijn van door het bestuursorgaan schriftelijk vastgelegde handhavingsdoelstellingen. Deze moeten gebaseerd zijn op een probleemanalyse waarbij het bestuursorgaan in kaart heeft gebracht voor welke regelgeving (de Ow en het bij of krachtens de andere betrokken wetten bepaalde) het de zorg voor de bestuursrechtelijke handhaving is opgedragen, wat de kansen op overtredingen van die regelgeving zijn en wat de effecten van die overtredingen voor de fysieke leefomgeving zijn.

Een goede probleem- of risicoanalyse is één van de belangrijkste factoren om een kwalitatief goede beleidscyclus te realiseren. Op basis van de probleemanalyse bepaalt het bestuursorgaan welke activiteiten nodig zijn om de in kaart gebrachte handhavingsdoelen te bereiken en welke prioriteiten het daarbij stelt. Definitief oordeel: Voldoet In de Uitvoerings- en handhavingsstrategie Omgevingsrecht hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de uitgevoerde risicoanalyse en prioriteiten over de verschillende 8 modules (Bouwen, RO en Omgevingsplan), aangevuld met de toetsings- en toezichtstrategie. In bijlage 4 wordt uitleg over de werking risico-besturingsmodel gegeven. Vraag 6: Gaan B&W in de uitvoerings- en handhavingsstrategie ook in op de uitoefening van uitvoering en handhaving voor het onderdeel cultureel erfgoed? (Ow art. 1.2 en Ob art. 13.5) Toelichting wetgever: De Omgevingswet bepaalt in artikel 1.2 dat de fysieke leefomgeving in ieder geval ook het onderdeel erfgoed omvat. Daarmee zijn de wettelijke procescriteria U&H ook van toepassing op de uitvoering en de handhaving daarvan. Dat wil zeggen dat in de omgevings-/probleemanalyse en de prioriteitenstelling die tot de U&Hstrategie behoren wordt ingegaan op voornoemd onderdeel. Als gemeenten de U&H-taken op het gebied van erfgoed niet goed uitvoeren, is het risico groot dat cultureel erfgoed beschadigd wordt of zelfs verloren gaat.

Definitief oordeel: Voldoet De uitoefening van de uitvoering en handhaving voor het onderdeel cultureel erfgoed/monument is opgenomen in de risico-/probleemanalyse. Voor de uitoefening wordt voor de verschillende activiteiten een beperkt c.q. groot risico toegekend. Op basis van deze risicoanalyses zijn zowel voor VTH als voor naleving van de regels in het omgevingsplan, beoordelingskaders en toezicht protocollen uitgewerkt. Vraag 7: Gaan B&W in de uitvoerings- en handhavingsstrategie ook in op de uitoefening van uitvoering en handhaving van de regels in het omgevingsplan? (Ow art. 1.2, 2.4 en Ob art. 13.5) Toelichting wetgever: De Omgevingswet bepaalt in artikel 2.4 dat de gemeenteraad voor het gehele grondgebied van de gemeente één omgevingsplan vaststelt waarin regels over de fysieke leefomgeving worden opgenomen. De wettelijke procescriteria U&H zijn ook van toepassing op de uitvoering en de handhaving daarvan. Dat wil zeggen dat in de omgevings-/probleemanalyse en de prioriteitenstelling die tot de U&H-strategie behoren wordt ingegaan op voornoemd onderdeel. 4

Definitief oordeel: Voldoet De uitoefening van de uitvoering en handhaving van de regels uit het omgevingsplan is opgenomen in de risico/probleemanalyse. Voor de uitoefening wordt voor de verschillende activiteiten een beperkt c.q. groot risico toegekend. Op basis van deze risicoanalyses zijn VTH beoordelingskaders en toezicht protocollen uitgewerkt.

Uitvoeringsprogramma Uitvoering & Handhaving 2025 Vraag 8. Werken B&W jaarlijks de uitvoerings- en handhavingsstrategie uit in een uitvoeringsprogramma, waarin wordt aangegeven welke werkzaamheden het komende jaar zullen worden verricht, waarbij zij rekening houden met de gestelde doelen en gestelde prioriteiten? (Ob art. 13.6 lid 1) Toelichting wetgever: Het uitvoeringsprogramma dat het bestuursorgaan jaarlijks moet opstellen voor zijn activiteiten, legt een relatie met de geldende vastgestelde U&H-strategie. Het programmeren van de activiteiten moet plaatsvinden in lijn met de prioriteitenstelling van activiteiten die op haar beurt weer in relatie moet staan met het bereiken van de door het bestuursorgaan geformuleerde doelen. Definitief oordeel: Voldoet Het college heeft op 28 januari 2025 het Uitvoeringsprogramma 2025 vastgesteld. De wijze waarop de prioritering heeft plaatsgevonden volgt uit de uitwerking van de doelen zoals zijn opgenomen in het Uitvoeringsprogramma 2025. De prioritering volgt uit de uitkomst van de risicoanalyse volgens het risicomodel. Hierbij zijn de activiteiten (verdeeld over 4 modules) beoordeeld op effecten en kans. Vraag 9. Gaan B&W in het uitvoeringsprogramma uitvoerings- en handhaving ook in op de uitoefening van uitvoering en handhaving voor het onderdeel cultureel erfgoed? (Ow art. 1.2 en Ob art.

13.6 lid 1) Toelichting wetgever: De Omgevingswet bepaalt in artikel 1.2 dat de fysieke leefomgeving in ieder geval ook het onderdeel erfgoed omvat. Daarmee zijn de wettelijke procescriteria U&H ook van toepassing op de uitvoering en de handhaving daarvan. Dat wil zeggen dat in het uitvoeringsprogramma ook wordt ingegaan op voornoemd onderdeel. Als gemeenten de U&H-taken op het gebied van erfgoed niet goed uitvoeren, is het risico groot dat cultureel erfgoed beschadigd wordt of zelfs verloren gaat. Definitief oordeel: Voldoet In het Uitvoeringsprogramma 2025 wordt ingegaan op de uitoefening van de uitvoering en handhaving voor het onderdeel erfgoed. Het beoordelingskader voor vergunningen en de vastgestelde toezicht protocollen wordt afgestemd op de risicoanalyse en de daarop vastgestelde prioritering. Vraag 10: Gaan B&W in het uitvoeringsprogramma uitvoering- en handhaving ook in op de uitoefening van uitvoering en handhaving van de regels in het omgevingsplan? (Ow art. 1.2, 2.4 en Ob art. 13.6 lid 1) Toelichting wetgever: De Omgevingswet bepaalt in artikel 2.4 dat de gemeenteraad voor het gehele grondgebied van de gemeente één omgevingsplan vaststelt waarin regels over de fysieke leefomgeving worden opgenomen. De wettelijke procescriteria U&H zijn ook van toepassing op de uitvoering en de handhaving daarvan.

Dat wil zeggen dat in het uitvoeringsprogramma ook wordt ingegaan op voornoemd onderdeel. Definitief oordeel: Voldoet In het Uitvoeringsprogramma 2025 wordt ingegaan op de uitoefening van de uitvoering en handhaving van de regels van het omgevingsplan. De beoordelingskaders/checlisten voor vergunningen en de vastgestelde 5

toezicht protocollen wordt afgestemd op de risicoanalyse en de daarop vastgestelde prioritering.

Beoordeling tijdigheid Vraag11: Stellen B&W het uitvoeringsprogramma uitvoering- en handhaving jaarlijks vóór 1 februari vast? (Verordening systematische toezichtinformatie Noord-Brabant) Toelichting wetgever: Jaarlijks wordt de U&H-strategie uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma met de uit te voeren activiteiten in het komende jaar. De provincie heeft de wettelijke taak van interbestuurlijk toezichthouder op de kwaliteit van de taakuitvoering door gemeenten en waterschappen onder meer op het domein omgevingsrecht. Doel is om informatie te verschaffen om systematisch toezicht te kunnen uitoefenen. Definitief oordeel: Voldoet Het college heeft op 28 januari 2025 het Uitvoeringsprogramma 2025 vastgesteld.

Borging van middelen Vraag 12: Dragen B&W er zorg voor dat: a. De voor het bereiken van de doelen en voor het verrichten van de werkzaamheden, benodigde en beschikbare financiële en personele middelen inzichtelijk worden gemaakt en in de begroting worden gewaarborgd; b. Voor de uitvoering van het uitvoeringsprogramma voldoende financiële en personele middelen beschikbaar zijn? (Ob art. 13.10) Toelichting wetgever: De gemeente zorgt ervoor dat de voor de uitvoering van de U&H-strategie benodigde en beschikbare financiële en personele middelen in de begroting worden opgenomen en worden toegelicht. Voor de in het uitvoeringsprogramma concreet beschreven activiteiten moet worden aangegeven wat de voor die activiteiten benodigde en beschikbare capaciteit en financiële middelen zijn. Capaciteit en financiële middelen moeten uiteraard toereikend zijn voor de uitvoering van het uitvoeringsprogramma. Dit geldt niet alleen bij het opstellen van het uitvoeringsprogramma; ook tijdens de uitvoering moeten de capaciteit en financiële middelen worden bewaakt. Definitief oordeel: Voldoet gedeeltelijk In bijlage 2 U&HS Juridische verantwoording wordt aangegeven dat bij de vastgestelde begroting 2024 in verband met de invoering van de omgevingswet vanaf 2024 zowel incidenteel als structureel extra formatie wordt opgenomen.

Dit zodat geborgd is dat de werkzaamheden die hieruit voortvloeien in de formatie zijn opgenomen. In de begroting voor 2025 is dit tevens vastgelegd en dus geborgd. Tekortkomingen: De benodigde en beschikbare financiële en personele middelen voor het bereiken van de doelen en voor het verrichten van de werkzaamheden worden niet inzichtelijke gemaakt. Verbeterpunten: Maak inzichtelijk de benodigde en beschikbare financiële en personele middelen voor het bereiken van de doelen en voor het verrichten van de werkzaamheden en neem dit op in het Uitvoeringsprogramma.

6

Evaluatierapportage Uitvoering & Handhaving 2024 Vraag 13. Rapporteren B&W jaarlijks over de mate waarin uitvoering van het uitvoeringsprogramma uitvoering en handhaving heeft plaatsgevonden en de mate waarin deze uitvoering heeft bijgedragen aan het bereiken van de gestelde doelen? (Ob art. 13.11, lid 1) Toelichting wetgever: Een cyclisch verlopend uitvoeringsproces wordt door middel van evaluatie afgesloten met een rapportage over en verantwoording van de uitgevoerde activiteiten aan de gemeenteraad. Daarbij wordt getoetst of de geleverde inspanningen ook het bereiken van de uitvoeringsdoelstellingen hebben opgeleverd. Indien deze doelstellingen zijn bereikt, zal dit in algemene zin leiden – indirect – tot positieve effecten op de omgevingskwaliteit. Indien deze doelstellingen niet zijn bereikt, kan dit leiden tot conclusies en aanbevelingen over aanpassingen van de U&H-strategie, het jaarprogramma of de uitgevoerde U&H-activiteiten. Voor input voor het uitvoeringsprogramma van het komende jaar is het belangrijk dat de interne evaluatie voorafgaand aan het opstellen van het uitvoeringsprogramma wordt gedaan.

Definitief oordeel: Voldoet In het Evaluatierapport VTH-beleidsplan Meierijstad 2018-2024 rapporteren B&W over de mate waarin de uitvoeringsprogramma’s van de eigen organisatie, de omgevingsdienst en van de veiligheidsregio heeft plaatsgevonden en de mate waarin deze uitvoering heeft bijgedragen aan het bereiken van gestelde doelen. Het college heeft op 30 april 2024 de Evaluatierapportage VTH-beleidsplan 2018-2024 vastgesteld. Voor het jaar 2024 is geen aparte evaluatie rapportage opgesteld. De reden daarvoor is dat de gemeente in 2024 gewerkt heeft met het verlengde uitvoeringsprogramma 2023 vanwege de inwerkingtreding van de omgevingswet en zich heeft gefocust op het opstellen van een uitvoerings- en handhavingsstrategie zoals bedoeld onder de omgevingswet. Deze werkwijze is vooraf overlegd met de toezichthouder. Opmerking: Wij gaan ervan uit in de komende evaluatierapportage het college rapporteert over de mate waarin uitvoering van het uitvoeringsprogramma uitvoering en handhaving heeft plaatsgevonden en de mate waarin deze uitvoering heeft bijgedragen aan het bereiken van de gestelde doelen Vraag 14. Wordt naar aanleiding van de evaluatierapportage de uitvoerings- en handhavingsstrategie bezien en zo nodig aangepast? (Ob, art. 13.11, lid 2) Toelichting wetgever: De U&H-strategie wordt regelmatig bezien en waar nodig aangepast.

De periode waarop de strategie betrekking dient te hebben, is niet voorgeschreven. Het ligt echter voor de hand dat het beleid betrekking heeft op een periode van minstens een jaar. Het bestuursorgaan is vrij om een langere periode te kiezen. Het feit dat de periode waarvoor het beleid wordt vastgesteld meerdere jaren kan bedragen, neemt niet weg dat ten minste eenmaal per jaar moet worden bezien of de vastgestelde strategie door wijziging van het desbetreffende document moet worden aangepast. Tussentijdse aanpassingen doorvoeren en opnemen als strategie is ook mogelijk. Definitief oordeel: Voldoet. Zie vraag 13. Opmerking: Wij gaan ervan uit dat in de komende evaluatierapportage de uitvoerings- en handhavingsstrategie wordt bezien en zo nodig aangepast.

7

Vraag 15. Gaan B&W in de evaluatierapportage ook in op de uitoefening van uitvoering en handhaving voor het onderdeel cultureel erfgoed? (Ow art. 1.2 en Ob art. 13.11) Toelichting wetgever: De Omgevingswet bepaalt in artikel 1.2 dat de fysieke leefomgeving in ieder geval ook het onderdeel erfgoed omvat. Daarmee zijn de wettelijke procescriteria U&H ook van toepassing op de uitvoering en de handhaving daarvan. Dat wil zeggen dat in de evaluatierapportage wordt ingegaan op voornoemd onderdeel. Het gaat daarbij mede om de manier waarop is omgegaan met klachten en verzoeken van burgers. Als gemeenten de U&H-taken op het gebied van erfgoed niet goed uitvoeren, is het risico groot dat onroerend cultureel erfgoed beschadigd wordt of zelfs verloren gaat. D.w.z. dat in de evaluatie aandacht dient te worden besteed aan de uitvoering en de handhaving van het onderdeel ‘vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering’. Het gaat daarbij mede om de manier waarop is omgegaan met klachten en verzoeken van burgers . Definitief oordeel: Voldoet Zie vraag 13 Opmerking: Wij gaan ervan uit dat in de komende evaluatierapportage wordt ingegaan op de uitoefening van de uitvoering en handhaving voor het onderdeel cultureel erfgoed. Vraag 16: Gaan B&W in de evaluatierapportage ook in op de uitoefening van uitvoering en handhaving van de regels in het omgevingsplan? (Ow art. 1.2, 2.4 en Ob art.

13.11) Toelichting wetgever: De Omgevingswet bepaalt in artikel 2.4 dat de gemeenteraad voor het gehele grondgebied van de gemeente één omgevingsplan vaststelt waarin regels over de fysieke leefomgeving worden opgenomen. De wettelijke procescriteria U&H zijn ook van toepassing op de uitvoering en de handhaving daarvan. Dat wil zeggen dat in de evaluatierapportage ook wordt ingegaan op voornoemd onderdeel.

D.w.z. dat in de evaluatie aandacht dient te worden besteed aan de wijze waarop uitvoering is gegeven aan de bestuursrechtelijke handhaving en de verlening van omgevingsvergunningen. De genoemde omgevingsvergunningen gaan over de activiteiten bouwen van een bouwwerk, het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, in gevallen waarin dat bij een bestemmingsplan, beheerverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit is bepaald, het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan, een beheerverordening, een exploitatieplan, de planregels of een voorbereidingsbesluit en het slopen van een bouwwerk in gevallen waarin dat in een bestemmingsplan, beheerverordening of voorbereidingsbesluit is bepaald. Definitief oordeel: Voldoet Zie vraag 13 Opmerking: Wij gaan ervan uit dat in de komende evaluatierapportage wordt ingegaan op de uitoefening van de uitvoering en handhaving van de regels in het omgevingsplan.

8

Beoordeling tijdigheid Vraag 17. Stellen B&W de evaluatierapportage jaarlijks vóór 1 mei vast? (Verordening systematische toezichtinformatie Noord-Brabant) Toelichting wetgever: Jaarlijks evalueert een gemeente of de activiteiten die zijn opgenomen in de uitvoeringsprogramma’s zijn uitgevoerd en in hoeverre deze activiteiten hebben bijgedragen aan het bereiken van de vastgestelde beleidsdoelen. De provincie heeft de wettelijke taak van interbestuurlijk toezichthouder op de kwaliteit van de taakuitvoering door gemeenten en waterschappen onder meer op het domein omgevingsrecht. Doel is om informatie te verschaffen om systematisch toezicht te kunnen uitoefenen. Definitief oordeel: Voldoet Zie vraag 13 Opmerking: Het college heeft op 30 april 2024 de Evaluatierapportage VTH-beleidsplan 2018-2024 vastgesteld.

Oordeel kwaliteit (exclusief vragen 11 en 17) Op basis van de behaalde scores en conform de vastgestelde beoordelingscriteria en normen, is het eindoordeel voor het onderdeel kwaliteit: voldoet Aantal

Punten

Toetsingsvragen

15

-

Score Voldoet (2 punten)

12

24

Score Voldoet gedeeltelijk (1 punt)

2

2

Score Voldoet niet (0 punten)

1

0

Totaal aantal punten

-

26

Eindoordeel o.b.v. punten

26/30 x 100% = 86,67

Toelichting eindoordeel:

≥ 80 = Voldoet ≥ 60 en < 80 = Voldoet gedeeltelijk < 60 = Voldoet niet

Oordeel tijdigheid (vragen 11 en 17) Op basis van de behaalde scores en conform de vastgestelde beoordelingscriteria en normen, is het oordeel voor het onderdeel tijdigheid: voldoet.

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=93ef39ad-7f7f-4715-a277-90636873a7c1