CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7 Verkennend bodem- en asbestonderzoek

Raadsvergadering 30 september 2021, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Damianenweg 24'22.187 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Damianenweg 24 te Sint-Oedenrode Kadastrale gegevens: Gemeente Sint-Oedenrode, sectie S, nummer 68

Projectnummer: Datum:

20201385 7 mei 2020

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Damianenweg 24 te Sint-Oedenrode Kadastrale gegevens: Gemeente Sint-Oedenrode, sectie S nummer, 68

Opdrachtgever de heer R. Dekkers

Adviesbureau

Projecteleider

MILON bv

Shana Coomans msc

Rembrandtlaan 4 5462 CH Veghel info@milon.nl / www.milon.nl 073 - 5477253 Status definitief Datum 7 mei 2020 Projectnummer 20201385

Versie 1

Kwaliteitscontrole ing. Bregje van Lieshout

Inhoudsopgave 1 Inleiding ..................................................................................3 1.1 Algemeen .......................................................................... 3 1.2 Aanleiding en doel .............................................................. 3 1.3 Opbouw van het rapport ...................................................... 3 1.4 Betrouwbaarheid en onafhankelijkheid .................................. 3 2 Milieuhygiënisch vooronderzoek ..............................................4 2.1 Algemeen .......................................................................... 4 2.2 Afbakening en locatiegegevens ............................................. 4 2.3 Gebruik, potentiële bronnen en uitgevoerde onderzoeken ........ 7 2.4 Bodemkwaliteitskaart, bodemopbouw en geohydrologie........... 8 2.5 Hypothese ......................................................................... 8 3 Uitvoering verkennend bodemonderzoek .............................. 10 3.1 Onderzoeksstrategie ......................................................... 10 3.2 Veldwerkzaamheden ......................................................... 10 3.3 Zintuiglijke waarnemingen ................................................. 11 3.4 Laboratoriumwerkzaamheden.............................................

11 3.5 Analyseresultaten ............................................................. 12 3.6 Bespreking van de resultaten ............................................. 14 4 Uitvoering verkennend asbestonderzoek ............................... 17 4.1 Onderzoeksstrategie ......................................................... 17 4.2 Veldwerkzaamheden ......................................................... 17 4.3 Zintuigelijke waarnemingen ............................................... 18 4.4 Laboratoriumwerkzaamheden............................................. 19 4.5 Interpretatie en toetsing .................................................... 20 4.6 Bespreking van de resultaten ............................................. 21 5 Samenvatting en conclusies .................................................. 22

Bijlagen 1. Topografische overzichtskaart 2. Situatietekening 3. Profielbeschrijvingen 4. Analysecertificaten 5. Toetsing analyseresultaten

1

Inleiding

1.1

Algemeen

MILON bv te Veghel heeft in opdracht van de heer R. Dekkers een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de Damianenweg 24 te Sint-Oedenrode. Het verkennend bodemonderzoek wordt uitgevoerd volgens onderzoeksprotocol NEN 5740 en het verkennend asbestonderzoek wordt uitgevoerd volgens de onderzoeksprotocol NEN 5707 en NEN 5897.

1.2

Aanleiding en doel

De aanleiding voor het uitvoeren van de onderzoeken wordt gevormd door de voorgenomen herontwikkelingen op de locatie. Doel van het verkennend bodemonderzoek is het verkrijgen van inzicht in de bodemopbouw en actuele milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater. Het doel van het asbestonderzoek is, met een relatief geringe onderzoeksinspanning, na te gaan of de verdenking van de bodem met asbest terecht is.

1.3

Opbouw van het

In onderhavige rapportage komen de volgende aspecten aan de orde: ▪ ▪ ▪ ▪

de resultaten van het vooronderzoek (hoofdstuk 2); de resultaten van het verkennend bodemonderzoek (hoofdstuk 3); de resultaten van het verkennend asbestonderzoek (hoofdstuk 4); de conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 5).

De bijbehorende tekening(en), boorprofielen, analysecertificaten en toetsingstabellen zijn als bijlagen in deze rapportage opgenomen.

1.4

Betrouwbaarheid en onafhankelijkheid

De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder de BRL SIKB 2000 “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek”, protocol 2001 “Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen”, protocol 2002 “Het nemen van grondwatermonsters” en protocol 2018 “Maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem”. MILON bv is gecertificeerd volgens dit procescertificaat. Het onderzoek is geheel onafhankelijk uitgevoerd. MILON bv is geen eigenaar van de onderzoekslocatie en is financieel niet gelieerd aan de opdrachtgever. Het onderzoek is met de grootst mogelijke nauwkeurigheid en conform de daarvoor opgestelde normen en richtlijnen uitgevoerd. Hierbij wordt opgemerkt dat een bodemonderzoek slechts bestaat uit een steekproef waarbij een relatief gering aantal boringen en analyses worden uitgevoerd. Daarom kan niet geheel uitgesloten worden dat op de locatie een verontreiniging aanwezig is die bij dit onderzoek niet is aangetroffen. MILON bv acht zich niet aansprakelijk voor eventueel hieruit voortvloeiende (financiële) schade. Projectnummer: 20201385 Datum: 7 mei 2020

Pagina 3 van 24

2

Milieuhygiënisch vooronderzoek

2.1

Algemeen

Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5725:2017 nl Bodem - Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek Het doel van het vooronderzoek is inzicht krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen ter plaatse van de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Ook kunnen de resultaten van het vooronderzoek worden gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek. Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. Uiteindelijk dienen in het vooronderzoek de onderzoeksvragen uit de NEN 5725 “Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek” beantwoord te worden. Ten behoeve van het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Informatie opdrachtgever en eigenaar; • Informatie overheid inzake bodemonderzoeken, ophooglagen, vergunningen, (voormalige) brandstoftanks en andere mogelijke relevante informatie; • Website Bodemloket; • Historisch topografisch kaartmateriaal, website topotijdreis; • Actuele luchtfoto’s (Google Earth en Bing Kaarten); • Grondwaterkaart van Nederland/DINOloket; • Kadaster.

Voorafgaand aan de uitvoering van het veldwerk is een terreininspectie uitgevoerd. De resultaten van deze inspectie zijn opgenomen in onderhavig hoofdstuk.

2.2

Afbakening en locatiegegevens

Het onderzoeksgebied voor het vooronderzoek is geografisch afgebakend tot de onderzoekslocatie en de aangrenzende percelen tot 25 meter vanaf de grens van de onderzoekslocatie. In verticale richting is de locatie afgebakend tot 10 meter beneden maaiveld. Gezien de ligging en het gebruik van de locatie in relatie tot het doel van het onderzoek wordt deze afbakening voldoende geacht. De onderzoekslocatie is gelegen aan de Damianenweg 24 te Sint-Oedenrode en betreft de vier meest noordoostelijk gelegen schuren en de directe omgeving (inclusief oprit). In tabel 1 zijn de locatiegegevens weergegeven.

Projectnummer: 20201385 Datum: 7 mei 2020

Pagina 4 van 24

Tabel 1: Overzicht locatiegegevens Adres locatie

Damianenweg 24

Kadastrale gegevens locatie

gemeente Sint-Oedenrode, sectie S, perceelnummer(s) 68

Coördinaten Rijksdriehoekstelsel

x: 160899

Oppervlakte locatie (in m2)

circa 6.750

www.planviewer.nl/kaart

Oppervlakte bebouwd (in m2)

circa 2.000

www.planviewer.nl/kaart

Huidig gebruik

(woon)boerderij, opstallen, schuren

Verhardingen

Beton en klinkers

y: 400527

www.planviewer.nl/kaart https://pdokviewer.pdok.nl

De regionale ligging van de onderzoekslocatie is weergegeven op de topografische overzichtskaart in bijlage 1 en de luchtfoto in figuur 1.

Figuur 1: luchtfoto met globale ligging onderzoekslocatie (rood omrand) bron: Google Maps

De directe omgeving bestaat hoofdzakelijk uit agrarische percelen. De onderzoekslocatie is buiten de bebouwde kom gelegen. Voor een indruk van de onderzoekslocatie wordt verwezen naar figuur 2 en de situatietekening in bijlage 2.

Projectnummer: 20201385 Datum: 7 mei 2020

Pagina 5 van 24

Figuur 2: huidige situatie (6 foto's)

Projectnummer: 20201385 Datum: 7 mei 2020

bron: MILON bv

Pagina 6 van 24

2.3

Gebruik, potentiële bronnen en uitgevoerde onderzoeken

Gebruik en potentiële bronnen Volgens historisch topografisch kaartmateriaal is de Damianenweg ter hoogte van nummer 24 voor 1900 aangelegd. Of de weg destijds verhard was, is niet bekend. De omgeving bestond hoofdzakelijk uit heide en agrarische percelen. Tot op heden bestaat de directe omgeving van de onderzoekslocatie nog steeds uit met name agrarische percelen. Binnen de onderzoekslocatie is de eerste bebouwing in het jaar 1948 gerealiseerd. Uit historisch kaartmateriaal wordt duidelijk dat de locatie tussen 1966 en 1988 vaak is verbouwd. De overige bebouwing is tussen 1955 en 1996 binnen de onderzoekslocatie gerealiseerd. Voor zover bekend is de onderzoekslocatie in het verleden enkel in gebruik geweest voor agrarische doeleinden. Momenteel is de locatie in gebruik als veehouderij. Ter plaatse van de meest zuidelijke schuur binnen de onderzoekslocatie is een gierput gesitueerd. Voor zover bekend heeft op de locatie geen opslag plaats gevonden boven boven- of ondergrondse tanks. PFAS Sinds 8 juli is het ‘tijdelijk handelingskader PFAS’ in werking getreden. Hiermee is vastgesteld dat grond in Nederland tot 1,0 meter minus maaiveld (m-mv) verdacht is op het voorkomen van PFAS. De afkorting PFAS staat voor poly- en perfluoralkylstoffen. Dit zijn door de mens gemaakte stoffen die van nature niet in het milieu voorkomen.

Het handelingskader spreekt vooralsnog alleen over aan- en afvoer van grond en slib. In het kader van de aanleiding van dit onderzoek zijn analyses op PFAS daarom niet direct noodzakelijk. Er vindt voor zover bekend geen grondafvoer plaats en er zijn ook geen bronnen voor PFAS verontreiniging op locatie aanwezig of aanwezig geweest. Hierom is geen onderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van PFAS in de bodem. Asbest Asbest bevat mineralen met een vezelstructuur en zijn van natuurlijke herkomst. Asbestvezels in de lucht kunnen bij inademing longvlieskanker, buikvlieskanker of longkanker veroorzaken. De hoeveelheid asbest bij blootstelling en type asbestvezels die worden ingeademd, beïnvloeden de risico’s. Niet alle asbesthoudende producten zijn even hard. Deze hardheid is van invloed op de mate waarin asbestvezels vrij kunnen komen (hechtgebonden of niet-hechtgebonden). Asbest is na de 2de Wereldoorlog tot de jaren 80 van de vorige eeuw veel toegepast. Asbest werd gebruikt in gebouwen en woningen omdat het sterk, slijtvast, isolerend, brandwerend en goedkoop is. De risico's die asbest oplevert voor de gezondheid werden pas later bekend. Losgebonden asbest is vanaf 1983 vrijwel niet meer toegepast. De beroepsmatige toepassing en verkoop van alle soorten asbest is sinds 1 juli 1993 verboden.

Sinds 1 juni 1997 zijn voorafgaand aan de sloop van gebouwen asbestinspecties verplicht, waardoor de kans kleiner is geworden dat er asbest in de bodem en recyclinggranulaten terecht komt. Sinds 2005 is het gebruik van alle soorten asbest verboden in de Europese Unie. Bekend is dat ter plaatse van de huidige bebouwing asbestdaken aanwezig zijn zonder hemelwater afvoer. De onverharde bodem ter plaatse van de afwateringszone is derhalve verdacht op het voorkomen van asbest door afspoeling. Daarnaast is door de opdrachtgever aangegeven dat onder de betonverharding een fundering met puin aanwezig is over een

Projectnummer: 20201385 Datum: 7 mei 2020

Pagina 7 van 24

oppervlakte van circa 2.000 m². Gezien de aard van het materiaal onbekend is, is de fundering verdacht op het voorkomen van asbest. Uitgevoerde bodemonderzoeken Voor zover bekend zijn binnen de onderzoekslocatie en in de directe omgeving tot op heden geen bodemonderzoeken uitgevoerd.

2.4

Bodemkwaliteitskaart, bodemopbouw en geohydrologie

De onderzoekslocatie heeft een globale hoogteligging van circa 10,7 m+NAP. De gegevens van de bodemopbouw tot 25 m-mv zijn verkregen van DINOloket (uitgifte portaal van TNO, Geologische Dienst Nederland). Vanaf maaiveld tot circa 22 m-mv bestaat de bodem uit de formatie van Boxtel (zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, weinig zandige klei en grof zand). Hieronder is de formatie van Beegden (zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof zand, grind en midden zand, weinig zandige klei en fijn zand) aanwezig. Naar opgave van de Brabant ligt het onderzoeksgebied niet in een waterwingebied, grondwaterbeschermingsgebied of boringvrije zone. Het aanwezig zijn van ongeregistreerde onttrekkingen in de directe omgeving is niet bekend en wordt derhalve niet uitgesloten. Voor zover bekend wordt binnen het onderzoeksgebied geen grondwater onttrokken. Uit de bodemkwaliteitskaart van de gemeente ‘s-Hertogenbosch blijkt dat de onderzoeklocatie is gelegen in een gebied waarin de bodemkwaliteit op onbelaste percelen naar verwachting zal voldoen aan de bodemkwaliteitsklasse AW2000/Landbouw/natuur. De onderzoekslocatie is gelegen in de bodemfunctieklasse landbouw/natuur.

2.5

Hypothese

Op basis van de verkregen informatie uit het vooronderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem binnen de onderzoekslocatie niet eerder vastgesteld. Uit de verkregen informatie uit het vooronderzoek zijn voor zover bekend binnen de onderzoekslocatie geen bestaande verontreinigingen of verontreinigingsbronnen aanwezig. Vanwege het gebruik van de onderzoekslocatie als boerenerf met opstallen, wordt uitgegaan van een verdachte locatie. Conform de NEN 5740, wordt uitgegaan van de onderzoeksstrategie van een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming. De aanwezig gierput ter plaatse van de meest zuidelijk schuur wordt als aparte deellocatie onderzocht. Conform NEN 5740 wordt de gierput onderzocht middels de onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP). Binnen de onderzoekslocatie worden geen andere stoffen verwacht dan de parameters uit het standaardpakket grond en het standaardpakket grondwater. PFAS wordt in het onderzoek niet meegenomen. De onverharde bodem ter plaatse van de afwateringszone van de schuren met asbest dak zonder hemelwaterafvoer, is verdacht op het voorkomen van asbest.

Voor het verkennend asbestonderzoek worden deze locatie, conform de NEN 5707, onderzocht met de onderzoeksstrategie voor verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld.

Projectnummer: 20201385 Datum: 7 mei 2020

Pagina 8 van 24

De aanwezig fundering onder de puinverharding is verdacht op het voorkomen van asbest aangezien de aard van het materiaal onbekend is. Conform NEN 5897 wordt de fundering onderzocht middels de onderzoeksstrategie voor een afgedekte funderingslaag.

Projectnummer: 20201385 Datum: 7 mei 2020

Pagina 9 van 24

3

Uitvoering verkennend bodemonderzoek

3.1

Onderzoeksstrategie

Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740:2009+A1:2016 nl bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond. Op basis van de verkregen informatie uit het vooronderzoek en gestelde hypothese wordt het bodemonderzoek uitgevoerd conform de onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een diffuse heterogeen verdeelde bodembelasting (VED-HE). De aanwezige gierput word onderzocht conform de onderzoeksstrategie voor een mogelijke plaatselijke bodembelasting (VEP). De veldwerkzaamheden en de te analyseren grond- en grondwatermonsters zijn vastgesteld op basis van de totale oppervlakte van de onderzoekslocatie en zijn weergegeven in tabel 2. Tabel 2: Veldwerkzaamheden en analyses Locatie

oppervlakte (m2)

strategie

Gierput

<100

VEP

aantal boringen/gaten tot 0,5 mtot 2,0 mpeilbuis mv mv -

2

1

aantal analyses grond grondwater 1x STAP

1x STAP

Overig 6.750 VED-HE 15 3 -* 3x STAP terrein STAP: standaardpakket; het standaardpakket voor grond bestaat uit barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, PAK, PCB, minerale olie, lutum en organisch stof. Het standaardpakket voor grondwater bestaat uit barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, minerale olie, vluchtige aromatische en vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen; *: peilbuis ter plaatse van de gierput wordt gecombineerd met het overig terrein.

3.2

Veldwerkzaamheden

De veldwerkzaamheden zijn onder certificaat uitgevoerd door MILON bv, conform de vigerende versie van de BRL SIKB 2000 en protocollen 2001 en 2002. MILON bv is voor deze werkzaamheden gecertificeerd door Normec Certification (nummer EC-SIK-20269) en is erkend door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Op 23 maart 2020 zijn de veldwerkzaamheden uitgevoerd door de heer R.C.J. (Reinoud) de Jong en de heer A. (Antoon) Kokkes, beide erkend en ervaren veldwerker en medewerker van MILON bv. Veldwerkers van MILON bv zijn opgeleid voor het herkennen van asbesthoudende materialen. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: ▪ het verrichten van handboringen en plaatsen van peilbuizen conform tabel 2; ▪ het zintuiglijk beoordelen, beschrijven en het bemonsteren van de grond per 0,5 meter of gelijkwaardige laag; ▪ het afpompen van het grondwater in de peilbuis na plaatsing. Op 30 maart 2020 heeft de bemonstering van het grondwater plaatsgevonden, uitgevoerd door de heer A.P.J. (Antoine) Franken, erkend en ervaren veldwerker en medewerker van MILON bv. Hierbij zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: ▪ het bepalen van de grondwaterstand; Projectnummer: 20201385 Datum: 7 mei 2020

Pagina 10 van 24

▪ het afpompen van het grondwater in de peilbuis, waarbij gelijktijdig de zuurgraad, geleiding en troebelheid van het grondwater zijn gemeten; ▪ het bemonsteren van het grondwater. Ten behoeve van de analyse van zware metalen is het grondwater tijdens de grondwaterbemonstering gefiltreerd middels een 0,45 μm filter.

3.3

Zintuiglijke waarnemingen

De onderzoekslocatie is gedeeltelijk verhard met klinkers, puin en beton. De betonverharding bevindt zich voornamelijk op het noordelijke terreindeel. De dikte van de betonverharding varieert van 0,10 tot 0,18 meter. Onder de betonverharding is gedeeltelijk een sterk beton- en baksteenhoudende fundering van zand aanwezig. Voor het overige is een fundering van zand met sporen en resten baksteen aanwezig. Op het zuidelijke terreindeel is verharding aanwezig met sterk baksteen- en betonhoudend zand. De boven- en ondergrond bestaat overwegend uit zwak humeus, zwak siltig matig fijn zand. Zintuiglijk zijn bij diverse boringen in de bovengrond bijmengingen aangetroffen met bakstenen, beton en resten glas. Ter plaatse van de boringen 07, 08 en 17 zijn zintuiglijk resten asbest waargenomen. Boring 07 bevindt zich ter plaatse van de afwateringszone van de meest zuidelijke schuur. De boringen 08 en 17 bevinden zich in de beton- en puinfundering. Deze locaties zijn al eerder aangemerkt als asbestverdacht en worden onderzocht middels een verkennend bodemonderzoek (hoofdstuk 4). Voor meer informatie betreffende de bodemopbouw en de zintuiglijke waarnemingen wordt verwezen naar de boorbeschrijvingen in bijlage 3. Voor de ligging van de boorpunten wordt verwezen naar de situatietekening in bijlage 2.

In tabel 3 zijn de resultaten van de uitgevoerde veldmetingen tijdens de grondwaterbemonstering weergegeven. Tabel 3: Veldmetingen en zintuiglijke waarnemingen Peilbuis 01

Filterstelling (m -mv) 1,80 - 2,80

Grondwaterstand (m -mv) 1,28

pH (-) 7,2

EGV (µS/cm) 207

Troebelheid (NTU) 235

De gemeten zuurgraad (pH) en geleidingsvermogen (E.G.V.) zijn als normaal te beschouwen voor de waargenomen bodemopbouw en de ligging van de locatie. Opgemerkt wordt dat de troebelheid in het grondwater hoger is dan de waarde die voor grondwater als normaal wordt geacht (< 10 NTU). Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de concentratie van matig/slecht oplosbare organische parameters. Tijdens de monsterneming van het grondwater zijn zintuiglijk geen bijzonderheden waargenomen die zouden kunnen duiden op een mogelijke bodemverontreiniging.

3.4

Laboratoriumwerkzaamheden

De grond- en grondwatermonsters zijn ter analyse aangeboden aan SYNLAB Analytics & Services B.V. te Rotterdam. SYNLAB Analytics & Services B.V. is door de Raad voor Accreditatie (RvA) geaccrediteerd conform NEN-EN-ISO/IEC 17025:2005 (onder nummer L028) en erkend door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat voor de 'Analyse milieuhygiënisch bodemonderzoek' (AS3000). Projectnummer: 20201385 Datum: 7 mei 2020

Pagina 11 van 24

Van de in het veld genomen en separaat verpakte grondmonsters zijn, in opdracht van de projectleider van MILON bv, in het laboratorium mengmonsters samengesteld. In tabel 4 zijn per mengmonster de individuele grondmonsters en de zintuiglijke waarnemingen weergegeven. Tabel 4: Monstersamenstelling en zintuiglijke waarnemingen Locatie Overig terrein

Gierput

Analysemonster MM01

Monstertraject (m -mv) 0,00 - 0,50

MM02

0,00 - 0,65

MM03

0,20 - 1,15

MM04

0,90 - 1,50

Deelmonsters

Zintuiglijke waarnemingen

Aangevraagde analyses

05 (0,00 - 0,50) 06 (0,00 - 0,50) 17 (0,00 - 0,50) 08 (0,15 - 0,65) 10 (0,30 - 0,65) 11 (0,25 - 0,65) 19 (0,00 - 0,50) 01 (0,40 - 0,90) 11 (0,65 - 1,15) 14 (0,20 - 0,70) 01 (0,90 - 1,40) 02 (1,00 - 1,50) 03 (1,20 - 1,50)

matig betonhoudend, matig baksteenhoudend, zwak betonhoudend, resten asbest resten glas, resten beton, resten baksteen, zwak asbesthoudend, sporen baksteen -

Standaardpakket

-

Standaardpakket

Standaardpakket

Standaardpakket

- : geen bijzonderheden waargenomen; sporen/resten: <1% antropogene bijmenging; zwak: 1%-5% antropogene bijmenging; matig: 5%-15% antropogene bijmenging; sterk: 15%-50% antropogene bijmenging.

Alle analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. In de bijlage van deze certificaten zijn opmerkingen geplaatst omdat verschillen zijn geconstateerd met de te hanteren richtlijnen. Beïnvloeding van de betrouwbaarheid van de analyses wordt echter minimaal geacht.

3.5

Analyseresultaten

Toetsingskader Wet bodembescherming (Wbb) Voor de bepaling of (en in welke mate) bodemverontreiniging aanwezig is, zijn toetsingswaarden opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit en de Circulaire bodemsanering. In deze beleidstukken wordt onderscheid gemaakt in twee verschillende toetsingsniveaus: ▪ het toetsingsniveau waarbij sprake is van een duurzame en goede bodemkwaliteit waarbij geen noemenswaardige risico’s bestaan voor het ecosysteem en er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen. Getalsmatig wordt dit voor grond ingevuld door de achtergrondwaarde (AW), voor grondwater door de streefwaarde (S); ▪ het toetsingsniveau dat aangeeft waarboven ernstige vermindering of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant. Getalsmatig wordt dit voor zowel grond als grondwater ingevuld door de interventiewaarde (I). Voor de toetsing van de analyseresultaten is gebruik gemaakt van BOTOVA-gevalideerde software. De analyseresultaten van de grond en het grondwater zijn respectievelijk getoetst aan testcode T12 (Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb) en T13 (Beoordeling kwaliteit van grondwater volgens Wbb).

Voordat de meetwaarden van grond kunnen worden getoetst aan de achtergrond- en interventiewaarden dienen deze op basis van het lutumen/of organisch stofgehalte van de bodem gecorrigeerd te worden naar gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD). Voor grondwater vindt geen correctie plaats. Om de mate van verontreiniging aan te geven wordt een indexwaarde berekend (Index grond = (GSSD - AW) / (I - AW) en Index grondwater = (GSSD - S) / (I - S)). In tabel 5 is weergegeven wat deze Projectnummer: 20201385 Datum: 7 mei 2020

Pagina 12 van 24

indexwaarde betekend, welke termen worden gehanteerd en hoe overschrijdingen worden weergeven in de toetsingstabellen. In de tabel wordt de indexwaarde tussenhaakjes achter de verhoogde parameter weergegeven. Tabel 5: Mate van bodemverontreiniging en weergave in tabellen indexwaarde

betekenis

weergave in tabellen

<0

niet verontreinigd / niet verhoogd Een negatieve waarde voor de index houdt in dat de gestandaardiseerde waarde lager is dan achtergrond- of streefwaarde. Er is sprake van een goede bodemkwaliteit en geen sprake van een verontreiniging.

-

>0 <0,5

licht verontreinigd / licht verhoogd Een indexwaarde tussen de 0 en 0,5 betekend dat de gestandaardiseerde meetwaarde hoger is dan de achtergrond- of streefwaarde, maar (ver) onder de interventiewaarde ligt. Ondanks de lichte verhoging kan voor de parameter uitgegaan worden van verwaarloosbare risico's.

>AW of >S

>0,5 <1,0

matig verontreinigd / matig verhoogd. Een indexwaarde tussen de 0,5 en 1,0 betekend dat de gestandaardiseerde meetwaarde (dicht) bij de interventiewaarde ligt. Mogelijk is sprake van een ernstige verontreiniging. Afhankelijk van de specifieke situatie geeft deze waarde aanleiding voor het uitsplitsen van een mengmonster en/of het uitvoeren van een aanvullend of nader onderzoek.

> index

ernstig verontreinigd / sterk verhoogd. Bij een indexwaarde boven de 1 ligt de gestandaardiseerde meetwaarde boven de interventiewaarde. Voor de parameter is sprake van een ernstige vermindering of dreigende vermindering van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant of dier.

>1,0

>I

Toetsing van de analyseresultaten De toetsing van de analyseresultaten voor de (boven- en onder)grond en het grondwater is weergegeven in bijlage 5. Een samenvatting van de toetsing is weergegeven in tabel 6 en tabel 7. In deze tabellen zijn uitsluitend de verhoogde parameters en de bijbehorende indexwaarde weergegeven. Tabel 6: Toetsing van de analyseresultaten (grond) Locatie Overig terrein

Analyse- Deelmonsters monster MM01 05 (0,00 - 0,50) 06 (0,00 - 0,50) 17 (0,00 - 0,50) MM02

MM03

08 (0,15 - 0,65) 10 (0,30 - 0,65) 11 (0,25 - 0,65) 19 (0,00 - 0,50) 01 (0,40 - 0,90) 11 (0,65 - 1,15) 14 (0,20 - 0,70) 01 (0,90 - 1,40) 02 (1,00 - 1,50) 03 (1,20 - 1,50)

Zintuiglijke waarnemingen

> AW en <= I

Index >0,5

>I

matig betonhoudend, matig baksteenhoudend, zwak betonhoudend, resten asbest resten glas, resten beton, resten baksteen, zwak asbesthoudend, sporen baksteen ~

PCB (som 7) (0,01) zink (0,01) PAK (0,05) zink (0,13) lood (0,02)

-

-

-

-

-

~

-

-

-

PCB (som 7) (0,93)

Gierput

MM04

~ -: >AW: Index >0,5:

zintuiglijk geen bijmengingen waargenomen; het gehalte is lager of gelijk aan de betreffende toetsingswaarde; het gehalte is hoger dan de achtergrondwaarde, maar de indexwaarde is maximaal gelijk aan 0,5 (licht verontreinigd); het gehalte is hoger dan de achtergrondwaarde en de indexwaarde is hoger dan 0,5, maar maximaal gelijk aan 1 (matig verontreinigd); het gehalte is hoger dan de interventiewaarde (ernstig verontreinigd);

>I:

Projectnummer: 20201385 Datum: 7 mei 2020

Pagina 13 van 24

Tabel 7: Toetsing van de analyseresultaten (grondwater) Analysemonster 01-1-1

Filterstelling (m -mv) 1,80 - 2,80

-: >S: Index >0,5:

de concentratie is lager of gelijk aan de betreffende toetsingswaarde; de concentratie is hoger dan de streefwaarde, maar de indexwaarde is maximaal gelijk aan 0,5 (licht verontreinigd); het gehalte is hoger dan de streefwaarde en de indexwaarde is hoger dan 0,5, maar maximaal gelijk aan 1 (matig verontreinigd); het gehalte is hoger dan de interventiewaarde (ernstig verontreinigd).

>I:

3.6

> S (+index)

Index >0,5

>I

-

-

-

Aanvullend bodemonderzoek

Naar aanleiding van het matig verhoogde gehalte PCB in mengmonster MM02, is in overleg met de opdrachtgever (d.d. 30 maart 2020), besloten de individuele monsters van dit mengmonster te laten analyseren op PCB en organisch stofgehalte. De aanvullende analyses zijn uitgevoerd door SYNLAB Analytics & Services B.V. en weergegeven op het analysecertificaat in bijlage 4. De toetsing van de analyseresultaten is weergegeven in bijlage 5. Een samenvatting van de toetsing is weergegeven in tabel 8. In deze tabel zijn uitsluitend de verhoogde parameters weergegeven. Opgemerkt wordt dat het monster uit boring 17 niet in mengmonster MM02 aanwezig is en abusievelijk is geanalyseerd. Tabel 8: Toetsing van de analyseresultaten (uitsplitsing mengmonster MM02) Analyse- Monstertraject Deelmonsters monster (m -mv) 08.1 0,15 - 0,65 08 (0,15 - 0,65)

10.2

0,30 - 0,65

10 (0,30 - 0,65)

11.2 17.1

0,25 - 0,65 0,00 - 0,50

11 (0,25 - 0,65) 17 (0,00 - 0,50)

19.1

0,00 - 0,50

19 (0,00 - 0,50)

Zintuiglijke waarnemingen resten glas, resten beton, resten baksteen, zwak asbesthoudend resten baksteen

> AW en <= Index >0,5 I -

PCB (som 7) (0,25) sporen baksteen matig baksteenhoudend, PCB (som 7) zwak betonhoudend, (0,01) resten asbest resten baksteen -

>I -

-

PCB (som 7) (1,85)

-: het gehalte is lager of gelijk aan de betreffende toetsingswaarde; >AW: het gehalte is hoger dan de achtergrondwaarde, maar de indexwaarde is maximaal gelijk aan 0,5 (licht verontreinigd); Index >0,5: het gehalte is hoger dan de achtergrondwaarde en de indexwaarde is hoger dan 0,5, maar maximaal gelijk aan 1 (matig verontreinigd); >I: het gehalte is hoger dan de interventiewaarde (ernstig verontreinigd);

Op basis van de analyseresultaten van de uitsplitsing, blijkt dat ter plaatse van boring 19 een sterke verontreiniging met PCB aanwezig is. Derhalve is besloten om een aanvullend bodemonderzoek uit te voeren. Het doel van het aanvullend bodemonderzoek is het verkrijgen van inzicht in de verontreinigingssituatie ter plaatse van de aangetroffen verhoging en het afperken van deze verontreiniging. Voor de horizontale afperking worden 4 boringen tot circa 1 m-mv geplaatst rondom boring 19 en wordt de bovengrond geanalyseerd op PCB en organisch stof. Voor de verticale afperking is ter plaatse van boring 19 één boring tot 1,5 m-mv verricht. Voor de verticale afperking is een ondergrondmonster van boring 19 geanalyseerd. Op 22 april 2020 zijn de veldwerkzaamheden uitgevoerd door de heer A.P.J. (Antoine) Franken, erkend en ervaren veldwerker en medewerker van MILON bv. De werkzaamheden zijn ondersteund door de heer W. (Wesley) Deenen, veldwerker in opleiding bij MILON bv. Veldwerkers van MILON bv zijn opgeleid voor het herkennen van asbesthoudende Projectnummer: 20201385 Datum: 7 mei 2020

Pagina 14 van 24

materialen. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn de volgende veldwerkzaamheden uitgevoerd: ▪ het verrichten van 4 handboringen tot 1,0 m-mv; ▪ het verrichten van 1 handboring tot 1,5 m-mv; ▪ het zintuiglijk beoordelen, beschrijven en het bemonsteren van de grond per 0,5 meter of gelijkwaardige laag; Tijdens de veldwerkzaamheden zijn zintuiglijk bijmengingen waargenomen met baksteen. Voor meer informatie betreffende de bodemopbouw en de zintuiglijke waarnemingen wordt verwezen naar de boorbeschrijvingen in bijlage 3. Voor de ligging van de boorpunten wordt verwezen naar de tekening in bijlage 2. Het analysecertificaat en de toetsing van de analyseresultaten voor de grond zijn weergegeven in bijlage 4 en 5. Een samenvatting van de toetsing is weergeven in tabel 9. In deze tabel zijn uitsluiten de verhoogde parameters weergen. Tabel 9: Toetsing van de analyseresultaten Analyse- Aanleiding monster boring 19A.2 Verticale afperking 101.1 Horizontale afperking 102.1 Horizontale afperking 103.1 Horizontale afperking 104.1 Horizontale afperking

Deelmonsters 19A (0,50 - 0,70)

Zintuiglijke waarnemingen resten baksteen

101 (0,00 - 0,50)

resten baksteen

> AW en <= Index >0,5 I PCB (som 7) (0,02) -

102 (0,00 - 0,50)

~

-

-

103 (0,00 - 0,50)

resten baksteen

-

-

104 (0,15 - 0,50)

~

-

-

>I PCB (som 7) (1,02) PCB (som 7) (11,83) PCB (som 7) (4,37) -

~: zintuiglijk geen bijmengingen waargenomen; -: het gehalte is lager of gelijk aan de betreffende toetsingswaarde; >AW: het gehalte is hoger dan de achtergrondwaarde, maar de indexwaarde is maximaal gelijk aan 0,5 (licht verontreinigd); Index >0,5: het gehalte is hoger dan de achtergrondwaarde en de indexwaarde is hoger dan 0,5, maar maximaal gelijk aan 1 (matig verontreinigd); >I: het gehalte is hoger dan de interventiewaarde (ernstig verontreinigd).

3.7

Bespreking van de resultaten

Grond Tijdens de veldwerkzaamheden zijn in de boven- en ondergrond zintuiglijk bijmengingen waargenomen met bakstenen, beton, glas en asbestverdacht materiaal. Ter plaatse van de boringen waar asbestverdacht materiaal is aangetroffen, is een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd (hoofdstuk 4). Analytisch zijn ter plaatse van de gierput geen van de onderzochte parameters in een verhoogd gehalte aangetoond. Ter plaatse van het overige terrein zijn in de bovengrond licht verhoogde gehaltes aan zink, lood en PAK aangetoond. Deze licht verhoogde gehaltes worden naar alle waarschijnlijkheid veroorzaakt door de waargenomen bijmengingen met beton en baksteen. Bekend is dat in grond met dergelijke bijmengingen verhoogde gehaltes aan zware metalen en PAK kunnen voorkomen. Opgemerkt wordt dat de hier aangetroffen gehaltes gering zijn en geen aanleiding vormen tot aanvullend onderzoek.

Projectnummer: 20201385 Datum: 7 mei 2020

Pagina 15 van 24

Daarnaast is tevens een matig verhoogd gehaltes aan PCB gemeten in de bovengrond. Uit aanvullend onderzoek blijkt dat ter plaatse van de onderzoekslocatie een sterk verhoogd gehalte aan PCB aanwezig is. De verontreiniging is verticaal ingekaderd op 0,50 m-mv. In de horizontale richting is de verontreiniging niet volledig ingekaderd. Nader onderzoek is noodzakelijk om de volledige omvang en de ernst van de verontreiniging vast te stellen. Naar verwachting is de omvang verontreiniging met PCB groter dan 25 m³ en betreft het een ernstig geval van bodemverontreiniging. De oorzaak van de verontreiniging is niet bekend. Naar alle waarschijnlijkheid betreft het een historisch geval van bodemverontreiniging. In de ondergrond zijn geen van de onderzochte parameters in een verhoogd gehalte aangetoond. Grondwater Tijdens de veldwerkzaamheden zijn in de bodem geen bijzonderheden waargenomen die duiden op een mogelijke verontreiniging van het grondwater. Analytisch is in het grondwater geen verontreinigingen gemeten. Toetsing hypothese Door de aangetoonde verhoogde in de grond dient de opgestelde hypothese ‘onverdachte locatie’ verworpen te worden en te worden vervangen door de hypothese ‘verdachte locatie’.

Projectnummer: 20201385 Datum: 7 mei 2020

Pagina 16 van 24

4

Uitvoering verkennend asbestonderzoek

4.1

Onderzoeksstrategie

Het verkennend asbestonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5707+C1:2016 Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond en NEN 5897+C1:2016 Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat. Op basis van de verkregen informatie uit het vooronderzoek en gestelde hypothese wordt het asbest in bodemonderzoek uitgevoerd conform NEN 5707 middels de onderzoeksstrategie een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld ter plaatse van de onverharde bodem bij de afwateringszone van de schuren met asbestdaken zonder hemelwaterafvoer. Het onderzoek ter plaatse van de puinfundering- en verharding wordt uitgevoerd conform de NEN 5897 middels de strategie voor een afgedekte funderingslaag. De veldwerkzaamheden en de te analyseren monsters zijn vastgesteld op basis van de totale oppervlakte van de onderzoekslocatie en zijn weergegeven in tabel 10. Tabel 10: Veldwerkzaamheden en analyses Locatie

Onderzoeksopzet

oppervlakte (m2)

Aantal asbestgaten in de verdachte laag tot maximaal 0,5 m-mv

Gaten tot onderzijde verdachte laag tot maximaal 2,0 mmv

Aantal te analyseren (meng)monsters per verdachte laag

Afwateringszone schuren

NEN5707, verdachte bovengrond

-

6

-

2x asbest in grond

Puinfundering / verharding

NEN5897, Afgedekte funderingslaag

2.000

11

-

3x asbest in puin

Opgemerkt wordt dat in afwijking tot het onderzoeksprotocol één asbestgat in minder is gegraven en één analyse op asbest extra is uitgevoerd ter plaatse van de puinfundering. Met het aantal gegraven gaten en de extra analyse wordt nog steeds een representatief beeld verwacht ten aanzien van het asbestgehalte in de puinfundering. Hiermee betreft het een niet kritische afwijking. Maaiveldinspectie Gestart wordt met het uitvoeren van een maaiveldinspectie. Een maaiveldinspectie is essentieel om de locatie op te delen in homogene (deel)locaties zodat de effectiviteit van het onderzoek wordt vergroot. Daarnaast kan de maaiveldinspectie worden gebruikt om een schatting te geven van het asbestgehalte in de toplaag. In de uitvoeringsfase van het asbestonderzoek worden conform de NEN 5707 laagsgewijs proefgaten gegraven, waarbij de vrijkomende grond wordt gezeefd of uitgeharkt. Eventuele asbestverdachte materialen (> 20 mm) welke niet door de zeef of hark gaan, worden per proefgat verzameld en in gesloten plastic zakken aan het laboratorium aangeboden voor onderzoek op de aanwezigheid van asbest. Van de fijne grondfractie (< 20 mm) wordt een mengmonster samengesteld van minimaal 10 kilogram droge stof en analytisch onderzocht op het gehalte en soort asbest. Indien in één of meer proefgaten zintuiglijk asbest wordt aangetroffen, zullen de verdachte monsters apart geanalyseerd worden.

Projectnummer: 20201385 Datum: 7 mei 2020

Pagina 17 van 24

4.2

Veldwerkzaamheden

De veldwerkzaamheden zijn onder certificaat uitgevoerd door MILON bv, conform de vigerende versie van de BRL SIKB 2000 en protocol 2018. MILON bv is voor deze werkzaamheden gecertificeerd door Normec Certification (nummer EC-SIK-20269) en is erkend door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Op 23 maart 2020 zijn de veldwerkzaamheden uitgevoerd door de heer R.C.J. (Reinoud) de Jong en de heer A. (Antoon) Kokkes, beide erkend en ervaren veldwerker en medewerker van MILON bv. Veldwerkers van MILON bv zijn opgeleid voor het herkennen van asbesthoudende materialen. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: ▪ Het uitvoeren van een visuele maaiveldinspectie; ▪ het laagsgewijs graven van proefgaten conform tabel 10; ▪ het zeven en inspecteren van het uitgegraven grondmateriaal; ▪ het verzamelen van asbesthoudende materialen (> 20 mm); ▪ het samenstellen van verzamelmonsters (< 20 mm); ▪ het herstellen van de gegraven gaten.

4.3

Zintuigelijke waarnemingen

Het grootste gedeelte van de onderzoekslocatie is verhard middels puin en beton. Ter plaatse van de puinverharding is geen asbestverdacht materiaal op het maaiveld waargenomen. Ter plaatse van de onverharde afwateringslijn tussen de schuren is eveneens geen asbestverdacht materiaal op het maaiveld waargenomen. Het te inspecteren maaiveld rond de schuren is grotendeels vrij van objecten en waterplassen. Ten tijde van de visuele inspectie was het droog en was er voldoende daglicht. De geschatte inspectie-efficiëntie voor de berm is weergegeven in tabel 11. Tabel 11: Schatting van de inspectie-efficiëntie Type grond

Conditie maaiveld

Inspectie-efficiëntie* klassen

Zand

Droog, los en geen vegetatie

90 % – 100 %

Zand

Vochtig, vastgereden en/of matige vegetatie

70 % – 90 %

Klei/leem en veen

Droog, los en geen vegetatie

70 % – 90 %

Klei/leem en veen

Vochtig, vastgereden en/of matige vegetatie

50 % – 70 %

schatting X

De resultaten van de maaiveldinspectie wijken niet af van de gestelde onderzoekshypothese. De onderzoeksopzet hoeft niet te worden aangepast en er hoeft geen overweging plaats te vinden om direct door te gaan tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest. Inspectie en monsterneming bodem Ter plaatse van het noordelijke terreindeel is een betonverharding aanwezig. Onder de betonverharding is een fundering van sterk baksteen- en betonhoudend zand aanwezig. De aanwezig puinfundering bestaat eveneens uit sterk baksteen- en betonhoudend zand. Op het zuidelijke terreindeel is verharding aanwezig met sterk baksteen- en betonhoudend zand.

Projectnummer: 20201385 Datum: 7 mei 2020

Pagina 18 van 24

Door de monsternemer in het veld is de fundering en verharding beoordeeld als zand. Uit nadere beoordeling van het materiaal en het gebruik van het materiaal, blijkt echter dat het om puin gaat. Ter plaatse van de onverharde bodem ter plaatse van de afwateringszone van de schuren met asbestdaken, bestaat de bovengrond hoofdzakelijk uit zwak siltig, zwak humeus matig fijn zand. Zintuiglijk zijn bijmengingen met grind, baksteen en beton waargenomen. Al het ontgraven materiaal uit de proefgaten is gezeefd en geïnspecteerd, waarbij in proefgaten A01, A07, A08, A14, A15 en A16 asbestverdacht materiaal is aangetroffen. In de overige proefgaten zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Het asbestverdachte materiaal en de fijne fractie uit de proefgaten zijn separaat verpakt. Op basis van de zintuiglijke waarnemingen zijn door de monsternemer in het veld verschillende verzamelmonsters samengesteld (zie tabel 12). Voor meer informatie betreffende de bodemopbouw en de zintuiglijke waarnemingen wordt verwezen naar de profielbeschrijvingen in bijlage 3. De ligging van de proefgaten is weergegeven op de situatietekening in bijlage 2.

4.4

Laboratoriumwerkzaamheden

De verzamelmonsters en eventueel asbestverdacht materiaal zijn ter analyse aangeboden aan SYNLAB Analytics & Services B.V. te Rotterdam. SYNLAB Analytics & Services B.V. is door de Raad voor Accreditatie (RvA) geaccrediteerd conform NEN-EN-ISO/IEC 17025:2005 (onder nummer L028) en erkend door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat voor de 'Analyse milieuhygiënisch bodemonderzoek' (AS3000). De monsters zijn in het laboratorium geanalyseerd op asbest en de asbestverdachte materialen op het soort, gewicht en gehalte asbest. Eventuele mengmonsters zijn samengesteld in opdracht van de projectleider van MILON bv. In tabel 12 zijn de monsters en de zintuiglijke waarnemingen weergegeven. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. Tabel 12: Monstersamenstelling en zintuiglijke waarnemingen Locatie Afwateringszone schuren

Analysemonster MMA4 MMA4 AVM MMA5

Puinfundering/-verharding

Projectnummer: 20201385 Datum: 7 mei 2020

Deelmonsters (traject, m-mv) A07 (0,00 - 0,20) A08 (0,00 - 0,20) A08 (0,00 - 0,20)

A01

A06 (0,00-0,20) A11 (0,00-0,20) A12 (0,00-0,20) A17 (0,00-0,20) A01 (0,15 - 0,65)

A01 AVM

A01 (0,15 - 0,65)

MMA2

MMA2 AVM

A14 (0,00 - 0,50) A15 (0,00 - 0,50) A16 (0,00 - 0,50) A14 (0,00 - 0,50)

MMA3

A02 (0,15 - 0,65)

Zintuiglijke waarnemingen zwak betonhoudend, resten asbest, zwak baksteenhoudend -

resten glas, resten beton, resten baksteen, zwak asbesthoudend resten glas, resten beton, resten baksteen, zwak asbesthoudend -

matig baksteenhoudend, zwak betonhoudend, resten asbest -

Pagina 19 van 24

Locatie

Analysemonster

Deelmonsters (traject, m-mv) A03 (0,30 - 0,65) A04 (0,15 - 0,65) A05 (0,25 - 0,65)

Zintuiglijke waarnemingen

- : geen bijzonderheden waargenomen; sporen/resten: <1% antropogene bijmenging; zwak: 1%-5% antropogene bijmenging; matig: 5%-15% antropogene bijmenging; sterk: 15%-50% antropogene bijmenging.

4.5

Interpretatie en toetsing

De analyseresultaten worden geïnterpreteerd conform hoofdstuk 6.6 van de NEN 5707 en NEN 5897. Bij een verkennend asbestonderzoek worden namelijk uitsluitend indicatieve asbestgehalten (gewogen) berekend. Indien het indicatieve gehalte asbest in grond groter is dan 0,5 x interventiewaarde (oftewel 50 mg/kg gewogen asbest) dient een nader onderzoek asbest uitgevoerd te worden conform NEN 5707 en/of NEN 5897. Bij lagere indicatieve gehalten (< 50 mg/kg gewogen asbest) mag niet van een verontreiniging met asbest worden gesproken en is een nader onderzoek asbest niet noodzakelijk. Het analysecertificaat is weergegeven in bijlage 4 en de berekening van het gewogen asbestgehalte in bijlage 5. De toetsing van de analyseresultaten is weergegeven in tabel 13. Tabel 13: Analyseresultaten verkennend asbestonderzoek Locatie

Toetsing van de analyseresultaten Analyse monster

Afwateringszone schuren

Puinfundering/verharding

Proefgaten (m-mv)

Gemeten asbestgehalte mg/kg ds

Totaal gewogen asbestconcentr atie

<20 mm

>20 mm

Totaal

mg/kg ds

Toetsing

MMA4

A07 (0,00 - 0,20) A08 (0,00 - 0,20)

5.900

154

6.054

22.495

>I

MMA5

A06 (0,00-0,20) A11 (0,00-0,20) A12 (0,00-0,20) A17 (0,00-0,20)

25.932,6

-

25.932,6

25.932,6

>I

A01

A01 (0,15 - 0,65)

480

566

1.046

3.866

>I

MMA2

A14 (0,00 - 0,50) A15 (0,00 - 0,50) A16 (0,00 - 0,50)

62

59

121

292,29

>I

MMA3

A02 (0,15 - 0,65) A03 (0,30 - 0,65) A04 (0,15 - 0,65) A05 (0,25 - 0,65)

2,17

-

2,17

2,17

-

-: geen gehalte boven de detectielimiet aangetoond; >D: gehalte boven de detectielimiet maar onder de norm voor nader onderzoek; > I: gehalte > interventiewaarden. Een nader asbestonderzoek is noodzakelijk.

Projectnummer: 20201385 Datum: 7 mei 2020

Pagina 20 van 24

4.6

Bespreking van de resultaten

Tijdens de monsterneming zijn bijmengingen waargenomen met beton en baksteen. Al het ontgraven materiaal uit de proefgaten is gezeefd en geïnspecteerd, waarbij in proefgaten A01, A07, A08, A14, A15 en A16 asbestverdachte materialen zijn aangetroffen. Ter plaatse van de onverharde bodem aan de afwateringszone van de asbestdaken zonder hemelwaterafvoer is asbest ver boven de interventiewaarde aangetoond. Aanvullend onderzoek is noodzakelijk om de omvang van de verontreiniging vast te stellen. Ter plaatse van puinfundering en -verharding is tevens asbest aangetoond boven de norm voor nader onderzoek en de interventiewaarde. In overleg met de opdrachtgever wordt geen nader onderzoek uitgevoerd en wordt, gelet op de resultaten, het puin afgevoerd als asbesthoudend materiaal . De oprit en de puinverharding betreft geen bodem en wordt gezien als een asbesthoudend pad. Hiermee is IL&T bevoegd gezag. Voorafgaand aan de verwijdering dient een melding gemaakt te worden bij IL&T. Geadviseerd wordt om de afvoer te laten uitvoeren door een door de BRL7000 gecertificeerd aannemer. Dit is geen verplichting maar, gelet op aangetroffen waarden, bedrijven met een dergelijk certificaat beschikken vaak over de juiste materialen om aan de heersende veiligheidscondities te voldoen en hier naar te leven.

Toetsing hypothese Doordat het indicatieve gehalte asbest in bodem hoger is dan de norm van naderonderzoek dient de opgestelde hypothese ‘verdachte locatie’ behouden te blijven. Er wordt gesproken van een verontreiniging met asbest. Aanvullend onderzoek is noodzakelijk.

Projectnummer: 20201385 Datum: 7 mei 2020

Pagina 21 van 24

5

Samenvatting en conclusies

Door MILON bv te Veghel is, in opdracht van de heer R. Dekkers een verkennend bodemen asbestonderzoek verricht volgens de onderzoeksprotocollen NEN 5725, NEN 5740 en NEN 5707. De onderzoekslocatie betreft het perceel Damianenweg 24 te Sint-Oedenrode. Het onderzoek is uitgevoerd in verband met de voorgenomen het verkrijgen van inzicht in de bodemopbouw en de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater.. Vooronderzoek In het verleden is de onderzoekslocatie in gebruik geweest als boerderij met opstallen. Er is een gierput aanwezig in het onderzoeksgebied. Verder zijn voor zover bekend geen bodemverontreinigingen of verontreinigende activiteiten aanwezig. Er zijn geen bodemonderzoeken op de locatie of in de directe omgeving bekend. De totale oppervlakte van de onderzoekslocatie bedraagt circa 6.750 m2. Vanwege het gebruik van de onderzoekslocatie als boerenerf met opstallen, wordt conform de NEN 5740 uitgegaan van de onderzoeksstrategie van een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming. De gierput wordt conform de NEN 5740 onderzocht conform de onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP).

De onverharde bodem ter plaatse van de afwateringszone van de schuren met asbest dak zonder hemelwaterafvoer, wordt conform de NEN 5707, onderzocht met de onderzoeksstrategie voor verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld. De aanwezig fundering onder de puinverharding wordt conform de NEN 5897 onderzocht middels de onderzoeksstrategie voor een afgedekte funderingslaag. Onderzoeksresultaten Verkennend bodemonderzoek Tijdens de veldwerkzaamheden zijn in de bovengrond bijmengingen waargenomen aan bakstenen en beton. Ter plaatse van de boringen 07, 08 en 17 zijn zintuiglijk resten asbest waargenomen. Boring 07 bevindt zich ter plaatse van de afwateringszone van de meest zuidelijke schuur. De boringen 08 en 17 bevinden zich in de beton- en puinfundering. Deze locaties zijn al eerder aangemerkt als asbestverdacht. In tabel 14 zijn de analyseresultaten samengevat. Het onderzoek heeft geleid tot een goed beeld van de bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie. Tabel 14: Onderzoeksresultaten grond en grondwater Bodemlaag

Parameter*

Toetsing

zink, lood en PAK

licht verhoogd

PCB**

sterk verhoogd

ondergrond

-

niet verhoogd

grondwater

-

niet verhoogd

bovengrond

*: uitsluitend de verhoogde parameters zijn weergeven **: na aanvullend bodemonderzoek

Projectnummer: 20201385 Datum: 7 mei 2020

Pagina 22 van 24

Verkennend asbestonderzoek Tijdens de monsterneming zijn bijmengingen waargenomen met beton en baksteen. Al het ontgraven materiaal uit de proefgaten is gezeefd en geïnspecteerd, waarbij in proefgaten A01, A07, A08, A14, A15 en A16 asbestverdachte materialen zijn aangetroffen. Ter plaatse van de onverharde bodem aan de afwateringszone van de asbestdaken zonder hemelwaterafvoer is asbest ver boven de interventiewaarde aangetoond. Aanvullend onderzoek is noodzakelijk om de omvang van de verontreiniging vast te stellen. Ter plaatse van puinfundering en -verharding is tevens asbest aangetoond boven de norm voor nader onderzoek. Bij herontwikkelingen op de onderzoekslocatie dient het puin als asbesthoudend te worden afgevoerd. Voorafgaand dient hiervoor een melding gemaakt te worden bij IL&T. Conclusies en aanbevelingen Het onderzoek heeft geleid tot een goed beeld van de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie. In het grondwater zijn geen verhoogde concentraties gemeten. In de grond is een sterk verhoogd gehaltes aan PCB aangetoondDe oorzaak voor het sterk verhoogde gehalte aan PCB is onbekend. Naar alle waarschijnlijkheid betreft het een historisch geval van bodemverontreiniging. In het kader van de toekomstige herontwikkelingen is nader onderzoek noodzakelijk om de mate en de omvang van de verontreiniging verder vast te stellen.

Op basis van de resultaten van het nader onderzoek wordt een risicobeoordeling uitgevoerd en kan de juiste saneringsvariant worden bepaald. Voor het overige zijn in de grond ten hoogste licht verhoogde gehaltes aangetoond. Ten aanzien van asbest is ter plaatse van de afwateringszone van de asbestdaken zonder hemelwaterafvoer asbest aangetoond boven de interventiewaarde. Nader asbestonderzoek is noodzakelijk om de omvang van de verontreiniging vast te stellen. Ter plaatse van puinfundering en -verharding is tevens asbest aangetoond boven de norm voor nader onderzoek en de interventiewaarde. In overleg met de opdrachtgever wordt geen nader onderzoek uitgevoerd en wordt, gelet op de resultaten, het puin afgevoerd als asbesthoudend materiaal . De oprit en de puinverharding betreft geen bodem en wordt gezien als een asbesthoudend pad. Hiermee is IL&T bevoegd gezag. Voorafgaand aan de verwijdering dient een melding gemaakt te worden bij IL&T. Geadviseerd wordt om de afvoer te laten uitvoeren door een door de BRL7000 gecertificeerd aannemer. Dit is geen verplichting maar, gelet op aangetroffen waarden, bedrijven met een dergelijk certificaat beschikken vaak over de juiste materialen om aan de heersende veiligheidscondities te voldoen en hier naar te leven. Algemeen wordt opgemerkt dat dit verkennend bodemonderzoek geen bewijsmiddel is zoals bedoeld in het Besluit bodemkwaliteit.

Afhankelijk van de bestemming en toepassing bij afvoer van de grond kan een partijkeuring (AP04) noodzakelijk zijn.

Projectnummer: 20201385 Datum: 7 mei 2020

Pagina 23 van 24

Bijlagen

Bijlage 1

Topografische overzichtskaart met ligging onderzoekslocatie Deze kaart is noordgericht

Ligging onderzoekslocatie

Bijlage 2

Bijlage 3

Legenda (conform NEN 5104) grind

klei

geur

Grind, siltig

Klei, zwak siltig

Grind, zwak zandig

Klei, matig siltig

geen geur zwakke geur matige geur sterke geur

Grind, matig zandig

Klei, sterk siltig

Grind, sterk zandig

Klei, uiterst siltig

Grind, uiterst zandig

Klei, zwak zandig

uiterste geur

olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig

Klei, sterk zandig

zand

uiterste olie-water reactie

p.i.d.-waarde >0

Zand, kleiïg

>1 >10 Zand, zwak siltig

>100

leem

>1000

Zand, matig siltig

Leem, zwak zandig

>10000

Zand, sterk siltig

Leem, sterk zandig

monsters geroerd monster

Zand, uiterst siltig

overige toevoegingen zwak humeus

veen Veen, mineraalarm

matig humeus

ongeroerd monster volumering

overig bijzonder bestanddeel

Veen, zwak kleiïg

sterk humeus

Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand

Veen, sterk kleiïg

zwak grindig

Veen, zwak zandig

matig grindig

Veen, sterk zandig

sterk grindig

Gemiddeld laagste grondwaterstand slib

water

peilbuis blinde buis

casing

hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting

grind afdichting filter

Projectnaam:

Damianenweg 24

Plaatsnaam:

Sint-Oedenrode

Projectcode:

20201385

Projectleider:

Shana Coomans

Pagina:

1 van 5

Boring 01

Boring 02

Datum: 23-3-2020 Veldwerker:

Datum: 23-3-2020

Reinoud de Jong

Veldwerker: 0 6

0

1 40

klinker

2

0 6

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, resten wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, licht grijsbeige, Edelmanboor

50

Reinoud de Jong

Zand, matig fijn, zwak siltig, donker bruinbeige, Edelmanboor

1 50

50

Zand, matig fijn, zwak siltig, donker beigebruin, Edelmanboor

2

100

100

100

Zand, matig fijn, zwak siltig, licht grijsbeige, Edelmanboor

3 3 4

150

150

150

Zand, matig fijn, zwak siltig, licht grijsbeige, Zuigerboor

5

klinker

4 170

200

250

280

Boring 03

Boring 04

Datum: 23-3-2020 Veldwerker:

Datum: 24-3-2020

Reinoud de Jong

0

Veldwerker: 0

tuin

20

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, resten wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor

1

Zand, matig fijn, zwak siltig, licht grijsbeige, Edelmanboor

2

50

Toon Kokkes 0

0

gras Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, resten beton, resten baksteen, donker grijsbruin, Edelmanboor

1 50

50

3

100

4 150

150

Boring 05

Boring 06

Datum: 23-3-2020 Veldwerker:

Datum: 23-3-2020

Reinoud de Jong

Veldwerker: 0

0

1

50

50

gras Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, matig betonhoudend, matig baksteenhoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor

Reinoud de Jong

0

0

gras

50

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, matig baksteenhoudend, zwak betonhoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor

1

50

Projectnaam:

Damianenweg 24

Plaatsnaam:

Sint-Oedenrode

Projectcode:

20201385

Projectleider:

Shana Coomans

Pagina:

2 van 5

Boring 07

Boring 08

Datum: 24-3-2020 Veldwerker:

Datum: 23-3-2020

Toon Kokkes

Veldwerker: 0

0

1 50

50

gras Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, resten glas, resten beton, resten baksteen, zwak asbesthoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor

Reinoud de Jong 0

0

Kernboor 15

1 50 65

Boring 09

Datum: 23-3-2020

Reinoud de Jong

Veldwerker: 0

0

groenstrook

50

50

Reinoud de Jong 0

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, resten wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor

1

Kernboor

1

30

2

50

Boring 11

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, resten baksteen, donker grijsbruin, Edelmanboor

Datum: 23-3-2020

Reinoud de Jong

Veldwerker: 0

0

beton

Reinoud de Jong 0

0

Kernboor

2

Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen baksteen, licht geelbeige, Edelmanboor

3

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen baksteen, donker grijsbruin, Edelmanboor

25

65

100

Zand, matig fijn, zwak siltig, licht grijsbeige, Edelmanboor

4 150

1

50

groenstrook Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, resten wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor

15

1

150

Zand, matig fijn, zwak siltig, resten baksteen, licht geelbeige, Edelmanboor

Boring 12

Datum: 23-3-2020

50

beton

18

65

Veldwerker:

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, resten glas, resten beton, resten baksteen, zwak asbesthoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor

Boring 10

Datum: 23-3-2020 Veldwerker:

beton

50

Projectnaam:

Damianenweg 24

Plaatsnaam:

Sint-Oedenrode

Projectcode:

20201385

Projectleider:

Shana Coomans

Pagina:

3 van 5

Boring 13

Boring 14

Datum: 23-3-2020 Veldwerker:

Datum: 23-3-2020

Reinoud de Jong

Veldwerker: 0

0

groenstrook

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, resten wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor

1 50

50

Reinoud de Jong 0

groenstrook

20

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, resten wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor

1

Zand, matig fijn, zwak siltig, donker bruinbeige, Edelmanboor

2

50

70

Zand, matig fijn, zwak siltig, licht grijsbeige, Edelmanboor

3

100

4 150

150

Boring 15

Boring 16

Datum: 23-3-2020 Veldwerker:

Datum: 23-3-2020

Reinoud de Jong

0

Veldwerker: 0

beton

10

Kernboor

50

groenstrook

35

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, resten wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor

50

Zand, matig fijn, zwak siltig, licht grijsbeige, Edelmanboor

Boring 18

Datum: 23-3-2020

Datum: 24-3-2020

Reinoud de Jong

Veldwerker: 0

0

1

50

0

1

2

50

Boring 17

Veldwerker:

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, licht geelbeige, Edelmanboor

1 50

Reinoud de Jong

50

gras Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, matig baksteenhoudend, zwak betonhoudend, resten asbest, donker grijsbruin, Edelmanboor

Toon Kokkes 0

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor

1

50

gras

50

Projectnaam:

Damianenweg 24

Plaatsnaam:

Sint-Oedenrode

Projectcode:

20201385

Projectleider:

Shana Coomans

Pagina:

4 van 5

Boring 19

Boring 19A

Datum: 24-3-2020 Veldwerker:

Datum: 22-4-2020

Toon Kokkes

Veldwerker: 0

0

gras

0

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, resten baksteen, donker grijsbruin, Edelmanboor

1 50

50

Antoine Franken

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen baksteen, donker grijsbruin, Edelmanboor

1 50

50

2 70

3 100

100

Boring 21

Datum: 24-3-2020

Datum: 23-3-2020

Toon Kokkes

Veldwerker: 0

0

gras

50

50

0

0

groenstrook Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, resten wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor

1 50

50

Boring 101

Boring 102

Datum: 22-4-2020

Datum: 22-4-2020

Antoine Franken

Veldwerker: 0

0

gras

50

50

2 70

3 100

Antoine Franken 0

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, resten baksteen, donker grijsbruin, Edelmanboor

1

100

Reinoud de Jong

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor

1

Veldwerker:

Zand, matig fijn, zwak siltig, donker beigegeel, Edelmanboor

150

150

Veldwerker:

Zand, matig fijn, zwak siltig, resten baksteen, donker grijsbruin, Edelmanboor

Zand, matig fijn, zwak siltig, licht beigegeel, Edelmanboor

4

Boring 20

gras

50

50

Zand, matig fijn, zwak siltig, donker beigegeel, Edelmanboor

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor

1

Zand, matig fijn, zwak siltig, resten baksteen, donker grijsbruin, Edelmanboor

2 70

3 100

gras

100

Zand, matig fijn, zwak siltig, resten baksteen, donker grijsbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, donker beigegeel, Edelmanboor

Projectnaam:

Damianenweg 24

Plaatsnaam:

Sint-Oedenrode

Projectcode:

20201385

Projectleider:

Shana Coomans

Pagina:

5 van 5

Boring 103

Boring 104

Datum: 22-4-2020 Veldwerker:

Datum: 22-4-2020

Antoine Franken

Veldwerker: 0

0

50

50

2 70

3 100

Antoine Franken 0

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, resten baksteen, donker grijsbruin, Edelmanboor

1

100

gras

15

1 50

50

Zand, matig fijn, zwak siltig, resten baksteen, donker grijsbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, donker beigegeel, Edelmanboor

Volledig beton ongebroken Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraal geelbeige, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraal geelbeige, Edelmanboor

2

100

beton

100

Projectnaam:

Damianenweg 24

Plaatsnaam:

Sint-Oedenrode

Projectcode:

20201385

Projectleider:

Shana Coomans

Pagina:

1 van 3

Proefgat

A01

Proefgat

Datum: 23-3-2020

A02

Datum: 23-3-2020

Veldwerker:

Reinoud de Jong

Veldwerker:

Reinoud de Jong

lengte (m):

0,35

lengte (m):

0,35

breedte (m):

0,35

breedte (m):

0,35

0

0

beton

0

0

Kernboor

Kernboor

15

2 1 -50 65

Proefgat

15

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, resten glas, resten beton, resten baksteen, zwak asbesthoudend, donker grijsbruin, Schep, 0.7KG > 20MM, 22 x asbest 0.2KG

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=9792a57f-afcc-464a-be67-7057c0522285