Bijlage 7 - Ruimtelijke onderbouwing V4
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing bij uitbreiding parkeerplaatsen en kantoor FrieslandCampina DMV B.V. 6 september 2023
Kenmerk
R023-1235467HRE-V08-prr-NL
Verantwoording Titel
Ruimtelijke onderbouwing bij uitbreiding parkeerplaatsen en kantoor FrieslandCampina DMV B.V.
Opdrachtgever
FrieslandCampina DMV B.V.
Projectleider
Suzanne Swenne
Auteur(s)
Renze Haitsma, Kim van de Ven
Projectnummer
1235467
Aantal pagina’s
25
Datum
6 september 2023
Handtekening
Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.
Colofon TAUW bv Handelskade 37 Postbus 133 7400 AC Deventer T +31 57 06 99 91 1 E info.deventer@tauw.com
2/25
Kenmerk
R023-1235467HRE-V08-prr-NL
Inhoud 1
Inleiding ..................................................................................................................................... 5 1.1
Aanleiding en huidige situatie ............................................................................................ 5
1.2
Ligging en beschrijving plangebied .................................................................................... 5
1.3
Vigerend bestemmingsplan ................................................................................................ 6
1.3.1
Parkeerterrein NCB-laan 119 ...................................................................................... 6
1.3.2
Kantoor NCB-laan 95 .................................................................................................. 8
1.4 2
Projectbeschrijving .................................................................................................................... 9 2.1
Huidige situatie ................................................................................................................... 9
2.1.1
Parkeerterrein NCB-laan 119 (P2) .............................................................................. 9
2.1.2
Kantoor NCB-laan 95 .................................................................................................. 9
2.2
3
Leeswijzer .......................................................................................................................... 9
Voorgenomen activiteit ....................................................................................................... 9
2.2.1
Parkeerterrein NCB-laan 119 (P2) .............................................................................. 9
2.2.2
Kantoor NCB-laan 95 (en naastgelegen perceel) ..................................................... 10
Beleidskader ............................................................................................................................ 11 3.1
Rijksbeleid ........................................................................................................................ 11
3.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) ......................................................... 11
3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) ............................................... 11
3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking ...................................................................... 11
3.2
Provinciaal beleid ............................................................................................................. 12
3.2.1
Omgevingsvisie Noord-Brabant ................................................................................ 12
3.2.2
Structuurvisie Noord-Brabant 2010 (partiële herziening 2014) ................................. 12
3.2.3
Verordening ruimte.................................................................................................... 13
3.3
Gemeentelijk beleid .......................................................................................................... 14
3.3.1 4
Structuurvisie Veghel 2030 ....................................................................................... 14
Omgevingsaspecten ................................................................................................................ 14 4.1
Inleiding ............................................................................................................................ 14
4.2
Bodem .............................................................................................................................. 14
4.3
Ecologie ........................................................................................................................... 15
4.4
Water ................................................................................................................................ 16
3/25
Kenmerk
5
R023-1235467HRE-V08-prr-NL
4.5
Archeologie ...................................................................................................................... 17
4.6
Luchtkwaliteit .................................................................................................................... 19
4.7
Geluid ............................................................................................................................... 20
4.8
Externe veiligheid ............................................................................................................. 21
4.9
Verkeer en Parkeren ........................................................................................................ 24
Uitvoerbaarheid ....................................................................................................................... 25 5.1
Maatschappelijke haalbaarheid ........................................................................................ 25
Bijlage 1
MHW 2014, Verkennend en verificatie Bodemonderzoek NCB-laan 119 te Veghel
Bijlage 2
Ontwerp nieuwe situatie parkeerterrein Arcadis 2022
Bijlage 3
Beschikking bodemsanering, locatiecode NB086000074, met kenmerk 3354272, 8
februari 2013 Bijlage 4
TAUW 2017. Natuurtoets NCB-Laan 119, kenmerk R001-1235467RGR-V01
Bijlage 5
TAUW 2017. Notitie Vleermuisonderzoek, kenmerk N030-1235467KES-hgm-V01-NL
Bijlage 6
Samenvatting Watertoets Parkeerterrein NCB-laan 119
Bijlage 7
Samenvatting Watertoets Kantoor NCB-laan 95
Bijlage 8 BAAC 2019, Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek NCB-Laan 119 Friesland Campina V-19.0086 Bijlage 9 TAUW 2023, Luchtkwaliteits-onderzoek FrieslandCampina DMV Veghel, kenmerk R020-1235467LLB-V07-prr-NL Bijlage 10
TAUW 2022, Akoestisch onderzoek FrieslandCampina DMV ten behoeve van de
aanvraag van een omgevingsvergunning, kenmerk R121-1235467HDI-V05-prr-NL
4/25
Kenmerk
R023-1235467HRE-V08-prr-NL
1 Inleiding 1.1
Aanleiding en huidige situatie
FrieslandCampina DMV B.V. (verder FrieslandCampina DMV) maakt onderdeel uit van de FrieslandCampina coöperatie. De inrichting van FrieslandCampina DMV ligt aan de NCB-laan 80 in Veghel. FrieslandCampina DMV bedrijft een inrichting voor het produceren van zuivelproducten. Deze ruimtelijke onderbouwing heeft betrekking op twee ontwikkelingen van FrieslandCampina DMV aan de NCB-laan. De eerste ontwikkeling betreft het transformeren van het terrein van de voormalige Opel-garage aan de NCB-laan 119. FrieslandCampina DMV heeft dit terrein verworven om in te richten als parkeerterrein voor haar werknemers. Dit parkeerterrein wordt P2 genoemd. De tweede ontwikkeling heeft betrekking op het voormalig Ambiance terrein aan de NCB-laan 95. FrieslandCampina DMV heeft ook dit terrein verworven. Het betreft een voormalig zalencentrum Ambiance. FrieslandCampina DMV is voornemens een deel van haar kantooractiviteiten te verplaatsen naar dit pand of in de toekomst in te richten als parkeerterrein. Beide ontwikkelingen zijn strijdig met de huidige bestemmingsplannen. Om de strijdigheid op te heffen dient een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan te worden ingediend. Een dergelijke aanvraag dient voorzien te worden van een ruimtelijke onderbouwing.
1.2
Ligging en beschrijving plangebied
Het plangebied ligt in Veghel in de gemeente Meierijstad. Het westelijke deel van de kern van Veghel maakt onderdeel uit van het bedrijventerrein de Noordkade. Ten westen van het industrieterrein ligt de Zuid-Willemsvaart, welke parallel loopt aan de N279. Het hart van de kern Veghel bestaat uit de historische kern met aaneengesloten stedelijke bebouwing. De NCB-laan maakt onderdeel uit van deze ruimtelijke structuur. Dit lint loopt vanuit westelijke richting naar het centrum van Veghel. Langs de NCB-laan - komen naast bedrijven ook enkele woningen voor die geen relatie hebben met de bedrijven op het terrein. Zoals bovenstaand beschreven bestaat het plangebied uit twee delen aan de noordkant van de NCB-laan. Het eerste deel is het terrein rond de voormalige Opelgarage aan de NCB-laan 119. De locatie is kadastraal bekend als gemeente Veghel, sectie H, nummer 1979. Het tweede deel van het plangebied is het voormalige ‘Ambiance’ gebouw aan de NCB-laan 95 (kadastraal perceel 1728). Het terrein westelijk van ‘Ambiance’ behoort eveneens tot deze vergunningsaanvraag, maar de gewenste activiteiten passen daar binnen het geldend bestemmingsplan. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied aangeduid.
5/25
Kenmerk
R023-1235467HRE-V08-prr-NL
Figuur 1.1 Ligging van het plangebied
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Er gelden binnen het plangebied twee bestemmingsplannen. Voor het terrein van de Opelgarage geldt het bestemmingsplan Bedrijventerrein Veghel-West. Het voormalige ‘Ambiance’ wat nu de bestemming ‘kantoor met parkeren’ krijgt in plaats van ‘horeca’ valt onder de eerste herziening op het bestemmingsplan ‘Dorshout’ van destijds gemeente Veghel uit 1983. 1.3.1
Parkeerterrein NCB-laan 119
Het bestemmingsplan Bedrijventerrein Veghel-West is vastgesteld door de gemeenteraad van Veghel d.d. 18 april 2013. Het bestemmingsplan maakt onderscheid in een aantal deelgebieden. Het plangebied valt onder het deelgebied ‘Bedrijventerrein NCB-laan’. Het bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Veghel-West’ is een beheerplan. Dat wil zeggen dat er zoveel mogelijk aangestuurd wordt op het behoud van de huidige functies en structuren. Het bestemmingsplan laat 80 % bebouwing van het bouwperceel binnen het bouwvlak toe als het gaat om gebouwen niet zijnde bedrijfswoningen. De gronden zijn bestemd voor de bouw van industriële en ambachtelijke bedrijven, kantoren en handelsondernemingen, geen detailondernemingen zijnde, en ook voor de aanleg van de daarbij behorende wegen, opslag en parkeerruimten, groenvoorzieningen en terreinafscheidingen (zie figuur 1.2).
6/25
Kenmerk
R023-1235467HRE-V08-prr-NL
Figuur 1.2 Bestemmingsplan Bedrijventerrein Veghel-West (ruimtelijkeplannen.nl)
Op de planlocatie geldt de bestemming ’bedrijventerrein’. Bijbehorende functies zijn ondermeer parkeervoorzieningen. Het gebruik van het terrein voor parkeervoorzieningen is volgens het bestemmingsplan al mogelijk. Hoewel FrieslandCampina DMV een geluidzoneringsplichtige inrichting is, valt het parkeerterrein niet onder de zonering. Op het terrein zijn een tweetal zones aanwezig, namelijk: Een geluidzone van het gezoneerde industrieterrein aan de zuidzijde van de NCB-laan. FrieslandCampina DMV vormt onderdeel van het gezoneerde industrieterrein
Een veiligheidszone externe veiligheid ten gevolge van de lpg-installatie van het Schimmel tankstation aan de NCB-laan 117
7/25
Kenmerk
1.3.2
R023-1235467HRE-V08-prr-NL
Kantoor NCB-laan 95
Voor het kantoor aan de NCB-laan 95 is de eerste herziening van het bestemmingsplan ‘Dorshout’ van toepassing. De eerste herziening van het bestemmingsplan ‘Dorshout’ en bijbehorende plankaart stammen uit juli 1983. Het ‘Ambiance’ gebouw heeft de bestemming ‘horecabedrijven’ (zie figuur 1.3).
Figuur 1.3 Bestemming Ambiance gebouw (Bestemmingsplan Dorshout)
In artikel 23 deel 1. Wordt beschreven dat ‘’De op de kaart voor horecabedrijven aangewezen gronden bestemd zijn voor de bouw van gebouwen en andere bouwwerken voor bedrijfsdoeleinden in de horecasector, alsmede voor de aanleg van daarbij behorende andere werken. De niet bebouwde gronden zijn aangewezen als erf en tuin met de daarbij behorende andere werken (tuinmuren, terrassen)’’. De gewenste functie kantoor met parkeren is niet toegestaan binnen de horeca bestemming, zodat afwijking van het bestemmingsplan noodzakelijk is.
8/25
Kenmerk
R023-1235467HRE-V08-prr-NL
Het terrein westelijk naast het Ambiance gebouw heeft bestemming ‘Kantoren klasse B’ en is aangewezen voor de bouw van kantoren en van industriële en ambachtelijke bedrijven, alsmede handelsbedrijven met uitzondering van detailhandel, met de daarbij behorende gebouwen, andere bouwwerken en één dienstwoning, alsmede voor de aanleg van de daarbij behorende wegen, parkeerruimte, groenvoorzieningen en daarbij horende andere werken. Het terrein wordt gebruikt voor het parkeren auto’s en incidenteel voor het parkeren van vrachtwagens van FrieslandCampina DMV (parkeerterrein ‘P7’). Dit past binnen het bestemmingsplan.
1.4
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie en legt uit wat de voorgenomen activiteit inhoudt. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 het relevante beleid op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau toegelicht. Hoofdstuk 4 behandelt de milieuthema’s die mogelijk worden beïnvloed door het voornemen. Daarna wordt in hoofdstuk 5 een uitspraak gedaan over de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het voornemen.
2 Projectbeschrijving 2.1
Huidige situatie
2.1.1 Parkeerterrein NCB-laan 119 (P2) Het terrein dat wordt ingericht als parkeerterrein betreft een voormalige Opel garage met omliggend parkeerterrein. Het ligt op de hoek van de NCB-laan en de provinciale weg langs de Zuid-Willemsvaart. De voormalige showroom en garage zijn gesloopt. Het terrein is verhard met klinkers. De locatie heeft een totale oppervlakte van ongeveer 12.650 m2 (zie bijlage 1). 2.1.2
Kantoor NCB-laan 95
Het voormalige zalencentrum Ambiance is nog steeds aanwezig op de locatie. Dit pand beslaat een groot deel van het perceel. Ten westen van het perceel is een braakliggend terrein aanwezig, wat een kantoorbestemming kent. Dit terrein is eveneens eigendom van FrieslandCampina DMV. Ten oosten van het perceel zijn enkele woningen gelegen. Aan de noordzijde van het perceel is Abemec gevestigd, een leverancier in landbouwmachines.
2.2
Voorgenomen activiteit
2.2.1 Parkeerterrein NCB-laan 119 (P2) Op de productielocatie van FrieslandCampina DMV aan de zuidzijde van de NCB-laan kan nieuwbouw plaatsvinden. Een deel van bestaand parkeerterrein kan hierdoor komen te vervallen. Om het verlies van deze parkeercapaciteit dan te compenseren wordt het terrein van aan de NCB-laan 119 als parkeerterrein ingericht. Het verharde deel van het perceel wordt bestraat met betonstraatstenen en biedt ruimte voor 370 parkeerplaatsen met een afmeting van 2,55 x 5,13 m. Er wordt voor de representatieve bedrijfssituatie uitgegaan van een maximale bezetting van circa 80 % van de parkeerplaatsen (afgerond naar 300 plaatsen) in de dagperiode, en circa 5 % in zowel de avond- als nachtperiode (afgerond naar 20).
9/25
Kenmerk
R023-1235467HRE-V08-prr-NL
Daarnaast worden zes opstelplaatsen voor vrachtwagens opgenomen. Naar verwachting zullen drie tot vijf vrachtwagens tussen 18.00 uur en 8.00 uur worden opgesteld op P2, zodat chauffeurs aan de rijtijdenwet kunnen voldoen. Maximaal kunnen er zes vrachtwagens per etmaal parkeren. Rondom het parkeerterrein worden opsluitbanden van 80*200 mm aangebracht. Bij de inrit van het parkeerterrein aan de NCB-laan wordt eventueel een slagboom geplaatst1 (zie bijlage 2 voor de ontwerptekening). Het terrein wordt alleen voor het parkeren van personenauto’s en vrachtwagens gebruikt, exclusief voor werknemers of leveranciers van FrieslandCampina DMV. Het parkeerterrein wordt niet openbaar toegankelijk voor andere gebruikers. Groen Om de ruimtelijke kwaliteit van het gebied te verhogen wordt aan beide zijden van de inrit aan de oostkant van het parkeerterrein een groenstrook van lage beplanting toegevoegd. Aan de zuidzijde van de NCB-laan staat beplanting. Duurzaamheid Het slopen van de Opel garage en realiseren van parkeerterrein dicht bij de bedrijfslocatie van FrieslandCampina DMV is een voorbeeld van effectief ruimtegebruik. Reeds verhard oppervlak wordt gebruikt als parkeerterrein. 2.2.2 Kantoor NCB-laan 95 (en naastgelegen perceel) Op het perceel NCB-laan 95 wordt het gebouw van voormalig zalencentrum gebruikt als kantoor met parkeerplaatsen voor FrieslandCampina DMV.
Het terrein ten westen van het gebouw wordt evenals het terrein aan de NCB-laan 119 ingericht als parkeerplaats. Dit terrein wordt verhard met betonstraatstenen en er is ruimte voor 135 parkeerplaatsen van 2,55 x 5,13 meter. Aan de zijde van de NCB-laan staat beplanting en bij de ingang van het terrein wordt eventueel een slagboom geplaatst.
1
Arcadis 2017 Ontwerp nieuwe situatie parkeerterrein
10/25
Kenmerk
R023-1235467HRE-V08-prr-NL
3 Beleidskader 3.1
Rijksbeleid
3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geeft de ambitie aan voor Nederland in 2040. Die ambitie is vertaald in doelen voor de middellange termijn tot 2028. Het Rijk streeft naar een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland. De bestuurlijke drukte, ingewikkelde regelgeving of een sectorale blik met negatieve gevolgen voor de ontwikkeling van Nederland dient met de nieuwe structuurvisie gekeerd te worden. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Doorwerking plangebied Het onderhavig plan bevindt zich niet in de nationale hoofdstructuur en omvat geen ontwikkelingen van landsbelang. Het beleid inzake het nieuw bouwen op eigen terrein en parkeerterrein op buitenterrein wordt dan ook neergelegd bij de decentrale overheden. 3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van bestemmingsplannen voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. In het SVIR wordt bepaald welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Barro bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Bij besluitvorming over bestemmingsplannen moeten de regels worden gerespecteerd. Het merendeel van de regels legt beperkingen op, daarin is een gradatie te onderkennen. Deze zijn geformuleerd als een 'ja-mits', een 'ja, voor zover', een 'nee tenzij', een 'nee-als' of een stringente 'nee' bepaling. Doorwerking plangebied Het plan maakt geen ruimtelijke ontwikkeling mogelijk van nationaal belang. Het beleid inzake het parkeerterrein wordt dan ook neergelegd bij de decentrale overheden. 3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
De ladder voor duurzame verstedelijking is een verplichte motivering die moet worden opgenomen bij ieder plan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling (zie artikel 1.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro)). Uitbreiding van de bouwmogelijkheden en/ of functiewijziging in een bestemmingsplan betekent doorgaans dat sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.
11/25
Kenmerk
R023-1235467HRE-V08-prr-NL
Per 1 juli 2017 bestaat de ladder niet meer uit ‘treden’, maar is de tekst van art. 3.1.6. lid 2 Bro als volgt: ‘De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.’ Doorwerking plangebied In het Bro (artikel 1.1.1, lid 1, onder i) is voor stedelijke ontwikkeling de volgende definitie opgenomen: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. In artikel 3.1.6, lid 2 wordt een stedelijke ontwikkeling verder gedefinieerd als nieuwe stedelijke ontwikkeling. In het geval van FrieslandCampina DMV is er geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling maar sprake van een uitbreiding en eventuele verplaatsing van een parkeerterrein naar de noordkant van de NCB-laan en een herbestemming van een bestaand gebouw. Dit betekent dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als gesteld in artikel 3.1.6 Bro, lid 2 maar van uitbreiding en eventuele de verplaatsing van een bestaande stedelijke voorziening naar een andere locatie.
Hierdoor wordt toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking niet noodzakelijk geacht.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant De Omgevingsvisie Noord-Brabant (vastgesteld door Provinciale Staten d.d. 14 december 2018) geeft de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2050. De provincie onderscheid hierbij vier hoofdopgaven, namelijk: Werken aan de Brabantse energietransitie Werken aan een klimaatproof Brabant Werken aan de slimme netwerkstad Werken aan een concurrerende, duurzame economie Deze hoofdopgaven zijn in de Omgevingsvisie op hoofdlijnen uitgewerkt. Doorwerking plangebied Het verder centraliseren van de activiteiten binnen de inrichting van Friesland Campina DMV op het huidige terrein past binnen de laatste hoofdopgave, een concurrerende, duurzame economie. 3.2.2
Structuurvisie Noord-Brabant 2010 (partiële herziening 2014)
De Structuurvisie Ruimtelijke ordening (vastgesteld door Provinciale Staten d.d. 1 oktober 2010) geeft de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025 (met een doorkijk naar 2040). Voor het plangebied zijn twee uitsneden gemaakt welke hierna zijn weergegeven. Op 7 februari 2014 hebben de Provinciale Staten de Structuurvisie 2010, partiële herziening 2014 vastgesteld. Hierin is een aantal wijzigingen opgenomen ten aanzien van de Structuurvisie uit 2010.
12/25
Kenmerk
R023-1235467HRE-V08-prr-NL
De ruimtelijke belangen en keuzes zijn in vier ruimtelijke structuren geordend. Binnen deze structuren worden de belangrijkste maatschappelijke ontwikkelingen opgevangen. Samen vormen deze structuren de provinciale ruimtelijke structuur. De structuren geven een hoofdkoers aan: een ruimtelijk ontwikkelingsperspectief voor een combinatie van functies. Maar ook waar functies worden uitgesloten of welke randvoorwaarden de provincie aan functies stelt. Binnen de structuren is ruimte voor regionaal maatwerk. De vier structuren zijn: De groenblauwe structuur De infrastructuur
Het landelijk gebied De stedelijke structuur
Doorwerking plangebied De noordkant van de NCB-laan is aangeduid als ‘Stedelijk concentratiegebied’. Het gaat hierbij om het bestaande ruimtebeslag van een kern ten behoeve van een samenhangende ruimtelijke structuur van stedelijke functies. De provincie vindt het belangrijk dat er voldoende aanbod is voor bedrijven die hinder kunnen veroorzaken naar hun omgeving in de vorm van geluid-, stof-, geur- of verkeershinder en voor bedrijven met een extern veiligheidsrisico. De provincie vindt het belangrijk dat er voldoende terreinen geschikt blijven of geschikt worden gemaakt voor de vestiging van dit soort bedrijven. Hierbij wordt expliciet rekening gehouden met de (toekomstige) ruimtevraag van deze bedrijven. Het is daarom belangrijk dat er zorgvuldig wordt omgegaan met de beschikbare ruimte op de bedrijventerreinen. Het gebruik van een voormalig zalencentrum als nieuwe kantoorruimte voor een bedrijfsuitbreiding past binnen het zorgvuldig omgaan met ruimte. Ook het creëren van extra ruimte op de productielocatie van FrieslandCampina DMV en daardoor verplaatsen van parkeergelegenheid past binnen deze ambitie. 3.2.3
Verordening ruimte
Het ruimtelijke beleid van de provincie Noord-Brabant is vertaald in de Verordening ruimte. Provinciale Staten hebben op 10 juli 2015 opnieuw de Verordening ruimte vastgesteld. Op 17 juli 2015 is de Verordening in werking getreden. Gemeenten en planopstellers moeten bij het opstellen van dergelijke besluiten de regels van de Verordening ruimte toepassen, waarmee de gemeentelijke bevoegdheden worden ingeperkt. Behalve dat de verordening eisen stelt aan door de gemeenten in Noord-Brabant op te stellen bestemmingsplannen, projectbesluiten en beheersverordeningen, vormt het een toetsingskader voor nieuwe ontwikkelingen. Zorgplicht voor de ruimtelijke kwaliteit De zorgplicht voor de ruimtelijke kwaliteit omvat dat er zorgvuldig wordt omgegaan met het ruimtegebruik, er rekening wordt gehouden met de omgeving en de ontwikkeling bijdraagt aan het behoud of de versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Nieuwe ontwikkelingen bieden een kans voor behoud en ontwikkeling van het landschap. In de verordening is als hoofdregel opgenomen dat ontwikkelruimte bijdraagt aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit. Dit vergt een actieve instelling van iedereen die bij een ontwikkeling betrokken is.
13/25
Kenmerk
R023-1235467HRE-V08-prr-NL
Dit principe is van toepassing op zowel het stedelijk als het landelijk gebied en is verder uitgewerkt in artikel 3 van de Verordening ruimte. Doorwerking plangebied Het plangebied is gelegen in bestaand stedelijk gebied, stedelijk concentratiegebied. De provincie stuurt op benutting voor kansen in onder andere functiemenging, inbreiding, herstructurering, inbreiding en transformatie van het stedelijk gebied.
3.3 3.3.1
Gemeentelijk beleid Structuurvisie Veghel 2030
Op 19 december 2013 is de Structuurvisie Veghel 2030 vastgesteld. In deze structuurvisie worden de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen voor de lange termijn (op hoofdlijnen) vastgelegd. Veghel doet dat voor de periode tot 2030 en voor het hele grondgebied van de gemeente. In de structuurvisie wordt ervoor gekozen om voort te bouwen op typisch Veghelse kwaliteiten. Dat betekent dat de inspanningen erop gericht moeten zijn om Veghel als 'werkstad' op de kaart te houden en als 'woondorp(en)' juist meer op de kaart te zetten. Doorwerking plangebied De uitbreiding van FrieslandCampina DMV met kantoorgebouwen en parkeergelegenheid is een voorbeeld van Veghel als werkstad.
4 Omgevingsaspecten 4.1
Inleiding
In dit hoofdstuk zijn de omgevingsaspecten van de voorgenomen ontwikkeling in ogenschouw genomen. Er wordt uitgelegd met welke randvoorwaarden van de milieukundige aspecten en overige aspecten rekening gehouden moet worden bij de voorgenomen ontwikkeling in het plangebied. Deze aspecten kunnen beperkingen opleggen aan het gebruik van bepaalde locaties. Per milieukundig aspect is het wettelijk kader gegeven, uitgelegd hoe dit aspect door het voornemen wordt beïnvloed en een conclusie gegeven over de inpasbaarheid van het voornemen voor het milieukundig aspect. Per thema is onderscheid gemaakt tussen de twee locaties, waarbij voor de locatie NCB-laan 95 alleen is ingegaan in op het Ambiance terrein zelf omdat hier een strijdigheid met het bestemmingsplan bestaat.
4.2
Bodem
Wettelijk kader De bodemkwaliteit is een aspect bij bouwontwikkelingen. Het omgaan met bodemverontreiniging is onder andere geregeld binnen de Wet Bodembescherming.
14/25
Kenmerk
R023-1235467HRE-V08-prr-NL
Parkeerterrein NCB-laan 119 Als gevolg van de voormalige bedrijfsactiviteiten van de Opelgarage was de bodem verontreinigd met minerale olie en vluchtige aromaten2. Er is in het verleden een saneringsplan opgesteld en de locatie is gesaneerd door de vorige eigenaar. In bijlage 3 is een uitgebreide beschrijving van de besluitvorming, de gerelateerde documenten en de conclusies die de Omgevingsdienst Zuidoost Brabant trekt over de het toekomstig gebruik (parkeerterrein) in relatie tot de bodemkwaliteit3. Omdat het toekomstig gebruik niet gevoeliger is dan het huidig gebruik, zullen geen risico’s ontstaan door het nieuwe gebruik en zal de OZOB toestemming verlenen in het kader van de Wet Bodembescherming. Kantoor NCB-laan 95 De verandering bij het Ambiance gebouw betreft vooralsnog slechts een wijziging in gebruik van het gebouw. Op deze locatie vinden geen aanpassingen in de bodem plaats. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is inpasbaar voor het onderdeel bodem.
4.3
Ecologie
Wettelijk kader Vanaf 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Deze wet heeft betrekking op gebiedsbescherming (Natura 2000-gebieden), soortenbescherming en bescherming van bomen. Parkeerterrein NCB-laan 119 Bij dit project is alleen de soortenbescherming van belang aangezien het plangebied geen deel uitmaakt van een beschermd gebied en er ook geen houtopstand binnen het plangebied aanwezig is. Daarnaast reiken mogelijke effecten van de beoogde ontwikkeling ook niet tot de dichtstbijzijnde beschermde natuurgebieden omdat deze op minstens 15 km afstand liggen van FrieslandCampina DMV. In opdracht van FrieslandCampina DMV heeft TAUW onderzoek gedaan naar consequenties van de Wet Natuurbescherming voor de sloop van de voormalige Opelgarage aan de NCB-Laan (zie bijlage 4)4.Op basis van dat onderzoek kon de aanwezigheid van verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen niet uitgesloten worden. Voor andere soortgroepen is het plangebied niet geschikt en konden er voor die soortgroepen ook geen effecten van de sloop te verwachten zijn. Vervolgens is op 26 september 2017 door TAUW en Bureau Buitenwaard nader onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van verblijfsplaatsen van vleermuizen in de garage (die inmiddels is gesloopt) (zie bijlage 5). Tijdens dit onderzoek zijn geen verblijfplaatsen binnen het plangebied aangetroffen.
Deze kunnen met zekerheid worden uitgesloten5. 2
MHW 2014, Verkennend en verificatie Bodemonderzoek NCB-laan 119 te Veghel
3
Beschikking bodemsanering, locatiecode NB086000074, met kenmerk 3354272, 8 februari 2013
4
TAUW 2017Ruimtelijke onderbouwing bij uitbreiding parkeerplaatsen en kantoor FrieslandCampina DMV B.V., Kenmerk
R001-1235467RGR-V01 5
TAUW 2017, Notitie Vleermuisonderzoek. Kenmerk N030-1235467KES-hgm-V01-NL
15/25
Kenmerk
R023-1235467HRE-V08-prr-NL
Kantoor NCB-laan 95 Voor de functiewijziging van het Ambiance gebouw vinden vooralsnog geen werkzaamheden plaats die effect hebben op ecologische waarden van het terrein. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is inpasbaar voor het onderdeel ecologie.
4.4
Water
Wettelijk kader Relevante beleidsstukken op het gebied van water zijn het provinciaal Milieu- en Waterplan 2016-2021 van de provincie Noord-Brabant, het Waterbeheersplan 2016-2021 van Waterschap Aa & Maas, het Nationaal Waterplan, WB21, Nationaal Bestuursakkoord Water en de Europese Kaderrichtlijn Water. Belangrijkste gezamenlijke punt uit deze beleidsstukken is dat water een belangrijk sturend element is in de ruimtelijke ordening. De bekende driestapsstrategieën zijn leidend: Vasthouden-bergen-afvoeren (waterkwantiteit) Voorkomen-scheiden-zuiveren (waterkwaliteit) Op 3 maart 2015 is de Keur van Waterschap Aa & Maas goedgekeurd en in maart 2021 is deze geüpdatet. De Keur is een aanvulling op regels uit de Waterwet en is van toepassing op verschillende wateren die in het beheer zijn bij het waterschap. De voorschriften in de Waterwet en de Keur geven aan wat wel en niet mag en welke plichten er zijn6. In het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is het verplicht ruimtelijke plannen te 'toetsen op water', de zogenaamde Watertoets. De Watertoets is een waarborg voor water in ruimtelijke plannen en besluiten. Voor beide delen van het plangebied is de watertoets ingevuld. Parkeerterrein NCB-laan 119 Voor de aanleg van het parkeerterrein was bij de watertoets de korte procedure van toepassing7. Dit is het geval bij een klein plan met weinig relevante wateraspecten.
Het plangebied is niet gelegen in een waterwingebied, grondwaterbeschermingsgebied of boringsvrije zone. Bij de planvorming hoeft geen rekening te worden gehouden met de beperkingen uit het Provinciale Milieu- en Waterplan. De legger behorende bij de Keur 2015 is gecontroleerd. In het plangebied zelf zijn geen keurbeschermingsgebieden gelegen. Wel is het plangebied in de nabijheid van een vertakking van de Zuid-Willemsvaart gelegen. De ontwikkelingen vinden alleen binnen het plangebied plaats en hebben geen invloed op dit oppervlaktewater. In de Keur uit 2015 was opgenomen dat de toename van verhard oppervlak maximaal 2.000 m² mocht bedragen. Deze keur was van toepassing op moment van indienen (december 2019) van de aanvraag om een revisie van de omgevingsvergunning en afwijken bestemmingsplan.
6
BRO 2017, Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Theater en brug Noord- en Zuidkade gemeente Veghel
7
Samenvatting Watertoets Parkeerterrein NCB-laan 119
16/25
Kenmerk
R023-1235467HRE-V08-prr-NL
Het plangebied was reeds grotendeels verhard en de toename in verharding blijft onder de destijds geldende norm van 2.000 m2. Er is geen sprake van een grondwateronttrekking (inclusief drainage). Op grond daarvan waren geen maatregelen nodig voor extra waterberging. Door de lange doorlooptijd van de vergunningprocedure is de toename in verhard oppervlakte inmiddels ook gerealiseerd. Het hemelwater van het parkeerterrein infiltreert deels in de grond en wordt deels geloosd op de naastliggende sloot. Er komt geen hemelwater in het vuilwater riool. De aanleg van het parkeerterrein kent geen negatieve effecten voor het thema water. In bijlage 6 is de samenvatting van de ingevulde watertoets uit 2019 te vinden. Sinds maart 2021 geldt een nieuwe Keur. In de keur van Waterschap Aa & Maas uit 2021 is opgenomen dat de toename van verhard oppervlakte maximaal 500 m2 mag bedragen. Hierdoor zouden bij een uitbreiding van het parkeerterrein met 1.600 - 1.700 m2 maatregelen nodig zijn voor extra waterberging. Echter omdat ten tijde van indiening de keur uit 2015 als beleidskader geldig was, de extra verhard oppervlakte reeds is gerealiseerd, en dit de afgelopen twee jaar niet heeft geleid tot het overstromen van naastliggende sloot of een andere vorm van wateroverlast in de omgeving, achten wij extra maatregelen voor waterberging niet noodzakelijk.
Kantoor NCB-laan 95 Voor de functiewijziging van het Ambiance gebouw was bij de watertoets ‘geen belang’ van toepassing8. Bij het Ambiance gebouw is geen sprake van een verhardingstoename en/of afkoppeling van hemelwater. Ook wordt er geen afvalwater geloosd op oppervlaktewater. De verandering aan het Ambiance gebouw betreft een functiewijziging zonder relevante wateraspecten. In bijlage 7 is de samenvatting van de ingevulde watertoets te vinden. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is inpasbaar voor het onderdeel water.
4.5
Archeologie
Wettelijk kader Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Deze wet bevat de regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Volgens deze wet dient in een ruimtelijke onderbouwing een beschrijving te worden opgenomen hoe rekening is gehouden met in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten Monumenten. Het is met deze wet verplicht om de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. Het beleid van de provincie Noord-Brabant sluit aan op het nationale beleid voor de archeologische monumentenzorg. De provincie richt zich op de bescherming van objecten en de bescherming, benutting en ontwikkeling van structuren en ensembles van een grotere schaal.
8
Samenvatting Watertoets Kantoor NCB-laan 95
17/25
Kenmerk
R023-1235467HRE-V08-prr-NL
Parkeerterrein NCB-laan 119 De archeologische verwachtingskaart van de gemeente toont de archeologische verwachtingswaarde van het gebied.
Figuur 4.1 Uitsnede archeologische verwachtingskaart Veghel
Volgens de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart (figuur 4.1) ligt het parkeerterrein in een zone met middelhoge verwachting en daarmee krijgt het gebied een dubbelbestemming waarde ‘Archeologie’. Het bestemmingsplan Bedrijventerrein Veghel West noemt dat het verboden is op of in de gronden met de bestemming Waarde - Archeologie zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden) grondbewerkingen dieper dan 30 cm uit te voeren. Hiertoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage. Voor eventuele grondwerkzaamheden wordt een omgevingsvergunning aangevraagd. In artikel 15.3.3 staat ook dat werkzaamheden slechts toelaatbaar zijn als nader archeologisch onderzoek kan aantonen dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn.
18/25
Kenmerk
R023-1235467HRE-V08-prr-NL
BAAC heeft in 2019 een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek voor de NCB-Laan 1199(bijlage 8). Hieruit blijkt dat de bodem (een oorspronkelijk oude beekeerdgrond) door verploeging en ophoging grotendeels verstoord is. Op basis van de resultaten van het onderzoek is de kans op de aanwezigheid van (onverstoorde) archeologische resten klein. Derhalve wordt aan het gehele plangebied een lage verwachting voor alle perioden toegekend en wordt geen vervolgonderzoek geadviseerd. Kantoor NCB-laan 95 Een deel van het Ambiance gebouw ligt in een zone met een hoge archeologische verwachting. Omdat de verandering van het Ambiance gebouw vooralsnog slechts een functiewijziging betreft en geen werkzaamheden in de grond worden uitgevoerd, wordt geconcludeerd dat dit geen negatief effect heeft op archeologische waarden. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is inpasbaar voor het onderdeel archeologie.
4.6
Luchtkwaliteit
Wettelijk kader Hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5 Wm). Bij de start van een project moet onderzocht worden of het effect relevant is voor de luchtkwaliteit. Hierbij moet aannemelijk gemaakt worden, dat luchtkwaliteit ‘niet in betekenende mate’ aangetast wordt. Daartoe is een algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate’ (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) vastgesteld waarin de uitvoeringsregels vastgelegd zijn die betrekking hebben op het begrip NIBM. Parkeerterrein NCB-laan 119 De voorgenomen ontwikkeling leidt slechts tot een verplaatsing van de parkeergelegenheid naar een andere locatie en de wijziging van gebruik van een gebouw. Er is geen toename van vervuilende activiteiten door toename van industriële activiteiten in het plangebied. De ontwikkeling kan daarmee als ‘niet in betekende mate’ worden beschouwd. TAUW heeft in 2023 in het kader van de revisieaanvraag voor milieu een actualisatie van het luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd voor de gehele plant van FrieslandCampina DMV (zie bijlage 9). Hieruit blijkt dat de concentraties NO2 en fijn stof (PM2,5 en PM10) in de omgeving van FrieslandCampina DMV ruimschoots onder de grenswaarden uit de ‘Wet luchtkwaliteit’ blijven10.
Daarnaast doen zich in het plangebied geen andere wijzigingen voor die de luchtkwaliteit beïnvloeden. De aanleg van het parkeerterrein betreft geen toename van parkeerruimte maar slechts een verplaatsing van een activiteit naar een nieuwe locatie.
9
BAAC 2019, Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek NCB-Laan 119 Friesland Campina V-19.0086
10
TAUW 2022, Luchtkwaliteitsonderzoek FrieslandCampina DMV Veghel Kenmerk R020-1235467LBB-V07-prr-NL
19/25
Kenmerk
R023-1235467HRE-V08-prr-NL
Kantoor NCB-laan 95 De functiewijziging van het Ambiance gebouw heeft geen negatieve effecten op de luchtkwaliteit. Ook hier blijven de concentraties NO2 en fijn stof (PM2,5 en PM10) ruimschoots onder de grenswaarden uit de ‘Wet luchtkwaliteit’. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is inpasbaar voor het onderdeel luchtkwaliteit.
4.7
Geluid
Wettelijk kader In de Wet geluidhinder zijn geluidhindernormen voor toelaatbare equivalente geluidniveaus opgenomen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in buitennormen (geluidbelasting op de gevel) en binnennormen (binnenwaarde). De geluidhindernormen gelden voor woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen gelegen binnen de geluidzone van een (spoor)weg of gezoneerd industrieterrein. Een geluidzone is een aandachtsgebied aan weerszijden van een (spoor)weg en rondom een industrieterrein waarbinnen de geluidhindernormen van de Wet geluidhinder van toepassing zijn. Als onderdeel van de ruimtelijke procedure dient aangetoond te worden dat uitvoering van het plan in overeenstemming is met een ‘goede ruimtelijke ordening’. Voor geluid betekent dit dat duidelijk moet zijn dat het plan een voldoende akoestisch woon- en leefklimaat niet in de weg staat. In de Nota industrielawaai van de gemeente staan richtwaarden voor geluid in de gemeente Meierijstad. Akoestisch onderzoek TAUW heeft in 2023 in het kader van de revisieaanvraag voor milieu een actualisatie uitgevoerd van het akoestisch onderzoek voor de gehele plant van FrieslandCampina DMV11 (zie bijlage 10). De parkeerplaats bij de voormalige Opelgarage P2 en het voormalige Ambiance terrein liggen buiten het gezoneerde deel van het industrieterrein, ten noorden van de NCB-Laan.
Ondanks dat onderzoek voor de voorliggende locaties niet strikt noodzakelijk is, zijn de locaties wel meegenomen in het onderzoek. Op aangeven van het bevoegd gezag wordt de beoordeling van het geluid van de parkeerterrein P2 (en P7 bij Ambiance, maar deze valt buiten de scope van deze ruimtelijke onderbouwing) meegenomen in de berekening zoals die is uitgevoerd voor de totale inrichting. Hoewel buiten het gezoneerde deel van het bedrijventerrein worden deze voertuigbewegingen wel toegekend aan de inrichting en daarmee aan de zone. Toetsing vindt plaats aan de normen van de Wet geluidhinder (de zonebewakingspunten) en de vastgestelde maximaal toelaatbare geluidbelasting (MTG) waarden op de woningen in de directe omgeving. Op het voormalige Ambiance terrein vinden geen akoestisch relevante activiteiten plaats en er bevinden zich ook geen akoestisch relevante installaties. Deze activiteiten zijn daarom niet meegenomen in het geluidonderzoek. Onderstaand is wel gemotiveerd dat realisatie van een kantoorfunctie op deze locatie mogelijk is vanuit een goede ruimtelijke ordening.
11
TAUW (2022), Akoestisch onderzoek FrieslandCampina DMV ten behoeve van de aanvraag van een omgevingsvergunning,
kenmerk R121-1235467HDI-V06-prr-NL
20/25
Kenmerk
R023-1235467HRE-V08-prr-NL
Parkeerterrein NCB-laan 119 (P2) Zoals bovenstaand toegelicht zijn de geluideffecten van het parkeerterrein P2 integraal meegenomen in het akoestisch onderzoek voor de gehele inrichting. Hieruit komt naar voren dat de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus van de geluidbelastingen passen binnen de waarden die gesteld zijn aan de zonebewakingspunten, met andere woorden: de geluidbelasting past binnen de geluidzonering zoals die is vastgesteld. Wel vindt een overschrijding plaats in de nachtperiode op de vastgestelde MTG-waarden bij 7 woningen. Deze overschrijdingen worden veroorzaakt door relevante bronnen op het industrieterrein van FC DMV en zodoende niet als gevolg van de parkeerbewegingen op P2. Aanvullend is, in het akoestisch onderzoek, afgewogen dat het treffen van extra maatregelen aan deze bronnen niet haalbaar is. Om deze reden wordt het bevoegd gezag verzocht de MTG-waarden op deze woningen opnieuw vast te stellen. Ten aanzien van P2 wordt geconcludeerd dat de bijdrage van de verkeerseffecten op het parkeerterrein niet leidt tot knelpunten, waarmee realisatie van het parkeerterrein uitvoerbaar is. Kantoor NCB-laan 95 Het voormalige Ambiance terrein heeft volgens het vigerende bestemmingsplan een horeca bestemming.
De richtafstand voor geluidhinder is voor deze functie conform de VNG-publicatie hinderafstanden van 10 (café/bar) tot 30 meter (discotheek/muziekcafés) bij een rustige woonwijk. Wanneer sprake is van gemengd gebied, hetgeen hier aan de orde is gezien de bedrijvigheid en de geluidzones van industrieterrein en doorgaande wegen die over het gebied liggen, wordt deze hinderafstand verlaagd tot 0 óf 10 meter. Wanneer de bestemming van dit terrein wordt gewijzigd naar kantoor, dan hoort hier volgens de VNG een richtafstand van 10 meter bij voor geluid. Op circa 10 meter van het Ambiance gebouw ligt een woning. Door de wijziging van een horecafunctie naar een kantoorfunctie zal de geluidsoverlast afnemen. De bestemmingswijziging en bijbehorende richtafstand vormt hiermee vooralsnog geen belemmering voor de naastgelegen woning(en). Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is inpasbaar voor het onderdeel geluid.
4.8
Externe veiligheid
Wettelijk kader Het algemene Rijksbeleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving vanwege het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen door bedrijven (inrichtingen), het transport van gevaarlijke stoffen (openbare wegen, waterwegen, spoorwegen en buisleidingen) en het gebruik van luchthavens. Dat gebeurt onder andere door te voorkomen dat kwetsbare bestemmingen te dicht bij activiteiten met gevaarlijke stoffen gesitueerd zijn, door de zelfredzaamheid te bevorderen en door de calamiteitenbestrijding te optimaliseren. Voor ruimtelijke ontwikkelingen moet getoetst worden aan het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt).
21/25
Kenmerk
R023-1235467HRE-V08-prr-NL
De gemeente Meierijstad beschikt over een ‘Beleidsvisie Externe Veiligheid’, in werking getreden op 25 juni 2013. Deze beleidsvisie heeft tot doel de externe veiligheid in de gemeente Meierijstad te waarborgen. Hierin wordt gericht op de structurele beheersing en beperking van risico’s die voortvloeien uit de opslag, productie, het gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen. Voor de gemeentelijke organisatie is de visie een handvat om de afstemming en sturing van processen in goede banen te leiden. Voor het plangebied is het gebiedstype ‘gemengd gebied’ vastgesteld. Voor dit gebiedstype is een toetsingskader uitgewerkt. In het veiligheidsbeleid wordt gewerkt met afstanden of gebieden. PR-gebied: gebied waar plaatsgebonden risiconormen (PR) gelden en getoetst moeten worden; Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt
getroffen door een ongeval, indien deze zich onafgebroken en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren Invloedsgebied: gebied waar beoordeling en verantwoording van het groepsrisico (GR) nodig is. Het groepsrisico (GR) drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval in een inrichting waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn
TAUW heeft een Bevi toets uitgevoerd (Besluit externe veiligheid inrichtingen). De uitkomsten staan per locatie hieronder beschreven. Parkeerterrein NCB-laan 119 Bedrijfsgebouwen, die niet onder de definitie van kwetsbaar object vallen, worden als beperkt kwetsbaar object aangewezen conform het Bevi. Een parkeerterrein is in het kader van externe veiligheid niet aangemerkt als gevoelige bestemming. Omdat de toekomstige situatie geen beperkt kwetsbaar object omvat, en voor parkeergelegenheden geen personenaanwezigheid wordt toegekend12, zijn er geen belemmeringen voor de ontwikkeling in het kader van externe veiligheid. Kantoor NCB-laan 95 Voor het kantoorgebouw aan de NCB-laan 95 geldt de huidige bestemming als horeca en valt het onder een beperkt kwetsbaar object. De omschrijving luidt een gebouw met bijeenkomstfunctie, tot meer dan > 500 personen (bron: risicokaart13). Deze > 500 personen zijn incidenteel aanwezig en niet gedurende vaste tijden. De gemiddelde populatie die aanwezig is (voor de risicoberekeningen) is op basis van de populatieservice14 bepaald op 98 personen overdag, en 72 in de avond/nacht periode. De toekomstige ontwikkeling betreft een kantoorfunctie, als onderdeel van de inrichting FrieslandCampina DMV met een bedrijfsvloeroppervlakte van 900 m2.
12
Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico, VROM, 1 november 2007
13
www.risicokaart.nl
14
https://populatieservice.demis.nl/
22/25
Kenmerk
R023-1235467HRE-V08-prr-NL
Op basis van de handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico wordt een gemiddelde personen aanwezigheid van 1 per 30 m2 bedrijfsvloeroppervlakte aangehouden. Dit zou neerkomen een aanwezigheid van 30 personen in de dag periode. PR beoordeling In de nabijheid van de ontwikkeling zijn twee relevante inrichtingen aanwezig, namelijk een LPG-tankstation en FrieslandCampina DMV. Er zijn geen transportroutes of buisleidingen in de omgeving aanwezig. De inrichting (FrieslandCampina DMV) wordt niet meegenomen in de beoordeling van het PR en GR, omdat de kantoorfunctie onderdeel gaat worden van deze inrichting. Personen die verblijven in gebouwen van een inrichting zelf, worden niet meegenomen omdat aangenomen wordt dat deze personen op de hoogte zijn van de gevaren en risico’s van de inrichting (bijvoorbeeld door middel van het bedrijfsnoodplan) en zelfredzaam zijn. Voor het LPG-tankstation geldt dat de ontwikkeling niet binnen de PR 10-6 contour valt en kan geconcludeerd worden dat er geen belemmering op basis van het PR ontstaat. Dit is schematisch weergegeven in onderstaand figuur.
Figuur 4.2 Situatie overzicht van de toekomstige kantoorontwikkeling (groen) naast het terrein van FrieslandCampina DMV (ten zuiden van de ontwikkeling) en het LPG-tankstation ten westen. De zwarte lijnen geven de PR 10-6 contouren. De rode doorzichtige cirkel geeft de 1 % effectafstand (invloedsgebied weer)
23/25
Kenmerk
R023-1235467HRE-V08-prr-NL
GR beoordeling Het groepsrisico is afhankelijk van de aanwezigheid van mogelijke effecten in de omgeving van de ontwikkeling. In dit geval ligt de ontwikkeling in het invloedsgebied van het LPG-tankstation (zie bovenstaand figuur) en dient het groepsrisico verantwoord te worden. Omdat de wijziging in functie ertoe leidt dat er minder personen aanwezig zullen zijn (van gemiddeld 98 tot ongeveer 30 personen in de dagperiode en van 72 tot 0 in de nachtperiode) zal deze wijziging leiden tot een verlaging van het groepsrisico. De ontwikkeling levert dus een positief effect op de reeds vergunde situatie. Derhalve is een aanvullende groepsrisicoberekening niet van toegevoegde waarde. Conclusie Externe veiligheid als gevolg van inrichtingen waar risicovolle activiteiten plaats vinden vormt geen belemmering voor de ontwikkeling van het plangebied.
4.9
Verkeer en Parkeren
Wettelijk kader De gemeente Meierijstad heeft haar beleid voor parkeren bij nieuwe ruimtelijke plannen en projecten vastgelegd in de nota Parkeernormen Meierijstad 201815. Een van de uitgangspunten die de gemeente hierin hanteert is dat een nieuw bouwinitiatief geen parkeerproblemen in de omgeving mag veroorzaken. Het beleid van de gemeente is erop gericht dat parkeren in principe op eigen terrein wordt opgevangen. Parkeerterrein NCB-laan 119 Het parkeerterrein aan de NCB-laan 119 (P2) biedt ruimte voor 370 parkeerplaatsen met een afmeting van 2,55 x 5,13 m. Het aantal parkeerplaatsen compenseert daarmee ruimschoots aantal opgeheven parkeerplaatsen op de bedrijfslocatie aan de zuidzijde van de NCB-laan. Het aantal nieuwe parkeerplaatsen is afgestemd op de parkeerbehoefte voor werknemers en bezoekers van FrieslandCampina DMV. Tussen het parkeerterrein (P2) en de zuidzijde van de NCB-laan zal mogelijk een verzoek voor een voetgangersoversteekplaats of andere voorzieningen om oversteken veiliger te maken met de gemeente worden besproken. Kantoor NCB-laan 95 Dit parkeerterrein (P7) wordt verhard met betonstraatstenen en biedt ruimte aan 135 parkeerplaatsen van 2,55 x 5,13 meter.
Met de aanleg van dit parkeerterrein wordt voldaan aan het uitgangspunt van de gemeente dat een nieuw bouwinitiatief (uitbreiding van FrieslandCampina DMV) geen parkeerproblemen in de omgeving mag veroorzaken en dat parkeren op eigen terrein wordt opgevangen. Tussen het parkeerterrein (P7) en de zuidzijde van de NCB-laan zal in overleg met de gemeente worden bepaald of maatregelen mogelijk zijn om voetgangers veiliger te laten oversteken. De verkeerssituatie in de verdere omgeving van FrieslandCampina DMV wijzigt niet. 15
Nota Parkeernormen Meierijstad 2018, geldend vanaf 1-1-2019
24/25
Kenmerk
R023-1235467HRE-V08-prr-NL
Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is inpasbaar voor het onderdeel verkeer en parkeren.
5 Uitvoerbaarheid 5.1
Maatschappelijke haalbaarheid
Voorliggende ruimtelijke onderbouwing is onderdeel van de omgevingsvergunning. Gedurende de termijn van de ter inzage legging kan eenieder een zienswijze indienen. Op basis van de zienswijzen neemt het college van B&W een definitief besluit over het al dan niet afgeven van de vergunning.
25/25
Kenmerk
Bijlage 1
R023-1235467HRE-V08-prr-NL
MHW 2014, Verkennend en verificatie Bodemonderzoek NCB-laan 119 te Veghel
Verkennend en verificatie bodemonderzoek NCB-laan 119 te Veghel
definitief
2001 + 2002 + 2018 In opdracht van Opgesteld door Projectnummer Documentnaam Datum
FrieslandCampina DMV MWH B.V. M13B0360 \\nlarn1s01\data\data\Project\M13\M13B0360\2 (T ) Inhoudelijk Technisch\T4 Deliverables\m13b0360.r01 DEF WIHA-ciho.docx 26 februari 2014
Postadres Postbus 5076 6802 EB ARNHEM Nederland T +31(0)26 7507500 F +31(0)26 7513818
Bezoekadres Westervoortsedijk 50 6827 AT ARNHEM Nederland www.mwhglobal.nl
KVK Haaglanden 27 18 43 23 BNP Paribas 22 76 53 920 IBAN NL 75 BNP A 0227 653920/BIC BNPANL2A MWH is ISO 9001:2008 en VCA* gecertificeerd
Inhoudsopgave 1
Inleiding 1.1 Aanleiding en doel van het onderzoek 1.2 Referentiekader 1.3 Betrouwbaarheid
5 5 5 6
2
Vooronderzoek 2.1 Beschrijving van de locatie 2.2 Historische gegevens 2.3 Voorgaande onderzoeken 2.4 Locatie-inspectie 2.5 Hypothese en onderzoeksstrategie 2.6 Verificatie verdachte deellocaties
7 7 8 8 9 10 10
3
Veldwerk en analysestrategie 3.1 Voorbereiding veldwerk 3.2 Overzicht veldwerkzaamheden en analyse 3.3 Resultaten veldwerk bodemonderzoek 3.4 Analysestrategie
13 13 13 14 15
4
Bespreking onderzoeksresultaten 4.1 Algemene bodemkwaliteit 4.2 Restverontreiniging 4.3 Toetsing hypothese
17 17 19 19
5
Conclusies en aanbevelingen
21
Bronvermeldingen Bijlage 1 Bijlage 2.1 Bijlage 2.2 Bijlage 3 Bijlage 4.1 Bijlage 4.2 Bijlage 5.1 Bijlage 5.2 Bijlage 6 Bijlage 7 : Bijlage 8 Bijlage 9
3
22
: overzichtskaart (1:25.000) : situatietekening (1:1.000) : situatietekening (1:250) : boorbeschrijvingen inclusief legenda : toetsing analyseresultaten grond : toetsing analyseresultaten grondwater : analysecertificaten grond : analysecertificaat grondwater : analysecertificaat asbest foto´s onderzoekslocatie : kwaliteitsborging veldwerk : beschikking 8 februari 2013
Opgesteld door Datum
MWH B.V. 26 februari 2014, definitief
1
Inleiding
Door FrieslandCampina DMV is op 14 januari 2014 aan MWH B.V. opdracht verstrekt voor het uitvoeren van een verkennend en verificatie bodemonderzoek ter plaatse van NCB-laan 119 te Veghel (bijlagen 1 en 2).
1.1
Aanleiding en doel van het onderzoek
De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen aankoop van de locatie NCB-laan 119 te Veghel door de firma FrieslandCampina DMV. Doel van het onderzoek is het in kaart brengen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem om te bepalen welke aan de bodemkwaliteit gerelateerde risico’s FrieslandCampina DMV loopt bij de aankoop van het grondperceel. Deze risico’s kunnen zijn: onzekerheid over de omvang van de verontreinigingssituatie; onzekerheid over een eventuele saneringsverplichting, opgelegd door het bevoegd gezag de provincie Noord Brabant. Deze onzekerheden uiten zich in een onzekerheid over eventuele noodzakelijke saneringskosten in de toekomst. Door het verkennend en verificatie bodemonderzoek kan worden ingeschat of er nog aanvullend onderzoek noodzakelijk is en kunnen deze risico’s worden weggenomen.
1.2
Referentiekader
De onderzoeksstrategie is afgeleid van de NEN 5740 (bron 1). In overeenstemming met deze norm is voorafgaand aan het veldonderzoek een vooronderzoek uitgevoerd gebaseerd op de NEN 5725 (bron 2). Het verkennend onderzoek bestond uit vooronderzoek, veldonderzoek, chemische analyses, toetsing en interpretatie. Vanwege onderzoek naar asbest in bodem is gebruik gemaakt van NEN 5707 (bron 3). De werkzaamheden zijn uitgevoerd conform een gecertificeerd kwaliteitssysteem (ISO9001:2008 en VCA*). Het veldwerk is uitgevoerd onder het procescertificaat van de BRL SIKB 2000 (bron 4): ‘Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB procescertificaat Veldwerk Milieuhygiënisch Bodemonderzoek’, protocol 2001: ‘Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen’ (bron 5), protocol 2002: ‘Het nemen van grondwatermonsters’) (bron 6) en protocol 2018, ’Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem’ (bron 7). De uitgevoerde kernboringen vallen niet onder een specifieke BRL of protocol.
2001 + 2002 + 2018
MWH B.V. is voor deze werkzaamheden gecertificeerd door Lloyd’s Register (certificaatnummer RQA664313) en de genoemde medewerkers erkend en geregistreerd bij Rijkswaterstaat Leefomgeving. De advieswerkzaamheden voor dit project zijn uitgevoerd vanuit ons kantoor te Arnhem. MWH B.V. heeft geen financiële of juridische belangen met betrekking tot het eigendom van de locatie.
5
Opgesteld door Datum
MWH B.V. 26 februari 2014, definitief
In dit rapport wordt voor grond de volgende terminologie gehanteerd: kleiner of gelijk aan de achtergrondwaarde (AW) of detectiegrens: geen sprake van een verhoogde concentratie; niet verontreinigd; groter dan AW, kleiner dan of gelijk aan de tussenwaarde (T): licht verhoogde concentratie; licht verontreinigd. Voor de tussenwaarde (T) geldt de volgende berekening: (achtergrondwaarde + interventiewaarde)/2; groter dan T, kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde (I): matig verhoogde concentratie; matig verontreinigd; groter dan I: sterk verhoogde concentratie; sterk verontreinigd. De terminologie voor grondwater is als volgt: kleiner of gelijk aan de streefwaarde (S) of detectiegrens: geen sprake van een verhoogde concentratie; niet verontreinigd; groter dan de streefwaarde (S), kleiner dan of gelijk aan de tussenwaarde (T): licht verhoogde concentratie; licht verontreinigd. Voor de tussenwaarde (T) geldt de volgende berekening: (streefwaarde + interventiewaarde)/2; groter dan T, kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde (I): matig verhoogde concentratie; matig verontreinigd; groter dan I: sterk verhoogde concentratie; sterk verontreinigd.
De terminologie voor asbest in de grond is als volgt: geen asbest aangetoond (concentratie beneden of gelijk aan de bepalingsgrens): niet verhoogd; concentratie boven de bepalingsgrens en beneden of gelijk aan de interventiewaarde: licht verhoogd; concentratie boven de interventiewaarde: sterk verhoogd.
1.3
Betrouwbaarheid
Dit onderzoek is op een zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de huidige richtlijnen en methoden op het gebied van bodemonderzoek. Aan de hand van de uit de bronnen verzamelde informatie is een onderzoeksstrategie afgeleid, waarvan het aannemelijk wordt geacht dat deze representatief is voor de locatie. Voor elk bodemonderzoek geldt dat het is gebaseerd op een beperkt aantal monsterpunten en analyses. De hiervoor voorgeschreven onderzoeksstrategie geeft een goed beeld van de algemene bodemkwaliteit. Tevens wordt opgemerkt dat een bodemonderzoek een momentopname is. De resultaten van het onderzoek kunnen minder representatief worden naarmate de tijd verstrijkt. Indien na het onderzoek op of nabij de locatie (bodembedreigende) activiteiten of calamiteiten plaatsvinden en/of in de omgeving (mobiele) verontreinigingen aanwezig zijn, kan de bodemkwaliteit hierdoor worden beïnvloed.
6
Opgesteld door Datum
MWH B.V. 26 februari 2014, definitief
2
Vooronderzoek
In dit hoofdstuk worden de resultaten van het vooronderzoek besproken. Dit resulteert in een hypothese over de mogelijke verontreinigingssituatie op de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is uitgevoerd conform NEN 5725 (bron 2).
2.1
Beschrijving van de locatie
De regionale ligging van de onderzoekslocatie en de bijbehorende situatietekening zijn weergegeven in bijlage 1 en 2. In tabel 1 zijn de locatiegegevens weergegeven. Tabel 1: Locatiegegevens Locatienaam Kadastraal Oppervlakte Huidig gebruik Verhardingen Aanleiding onderzoek