Bijlage 6. zienswijzen van de 21 MRE gemeenten
Tekst van het document
Astöiïâ,
dtv%.
Metropool regio Eind hoven Postbus 985 5ó0042 Eindhoven
Behandeld door:
J.G.A.M. Meulendijks
Telefoonnummer:
(0493) 671 212
Uw brief:
18 juli 2025
Uw kenmerk:
0071 7-3894/RLì/WB R
Zaaknummer:
07 432024193052
Bijlage(n): 2ó september 2025
Verzenddatum:
Onderwerp: Bovenregionale samenwerking M RE voor zienswijze
Geacht bestuur,
op 18 juli hebben wij de aanbiedingsbrief voor zienswijzen op de concept samenwerkingsagenda's en regelingen MRE met Meierijstad, Weert en Venlo ontvangen. Als raden en colleges van de zes Peelgemeenten spreken wij onze waardering uit voor de inspanningen die geleverd zijn om de bovenregionale samenwerking tussen de Metropoolregio Eindhoven en de gemeenten Venlo, Meierijstad en Weert vorm te geven. Wij onderschrijven de kracht van samenwerking en de potentie die dit biedt voor het realiseren van brede welvaart en de ontwikkeling van onze regio. Tegelijkertijd vinden wij het belangrijk om op basis van zorgvuldige overwegingen onze zienswijze met u te delen, in lijn met het proces en eerdere inbreng vanuit de Peelgemeenten. Zo kunnen we gezamenlijk komen tot een evenwichtige en doordachte uitwerking van de voorgenomen afspraken. ln deze brief vindt u onze zienswijze.
Voorwaarden voor de regeling en verdere uitwerking Wij constateren dat de huidige voorwaarden waarop de bovenregionale samenwerking gebaseerd is, nog nietvoldoende inzichtelijkzijn of zijn uitgewerkt. Specifiekvragen de rolverdeling tussen de MRE-organisatie en de 21 gemeenten en de positie van subregio's daarin om verdere verduidelijking, zowel in de regeling als de verdere uitwerking. 1. Bovenregionale samenwerking mag niet ten koste gaan van de ontwikkelpotentie binnen de MRE en de mogelijkheden binnen de 21 gemeenten. Ook naar de toekomsttoe. Het is van belang om de positie van de MRE duidelijkte definieren in de regelingen. Daarnaast moet de interne thematische programmering scherp en op orde zijn. Dit vraagt om een versterking van de inhoudelijke MRE-agenda's én een aanscherping van de agenda voor bovenregionale samenwerking, voordat verdere afspraken worden gemaakt over samenwerking buiten de regio. 2. Er is behoefte aan betere governance-afspraken die niet leiden tot één bestuurlijk aanspreekpunt vanuit de MRE-regio, maar juist zorgen voor een meer evenwichtige vertegenwoordiging. Dit houdt onder meer in dat ook actief een gemeente uit de Peel wordt betrokken, waarbij het verder gaat dan enkel het bespreken van de voortgang. Dit is essentieel voor de Peelgemeenten, gezien het feit dat alle drie de beoogde partnergemeenten aan de Peelzijde van de MRE grenzen.
Bezoekadres Koningsplein 3 5721 GJ Asten Þ Postadres Postbus290 57204G Asten T(0493) 611212 Þ E gemeente@asten.nl Þ www.asten.nl I
t:' tJil"
BAN Re keni n g n u m m er: N L 1 ó
:)-"å:,';rt i
åt# i :åT, : Ï:#:Î
3
Vanuit zowel de regeling als samenwerkingsagenda's wordt nu niet duidelijk welk beslag dit legt op J" organisatie van de MRE en/of gemeenten. Het blijft onduidelijk hte de samenwerking praktisch wordt gefaciliteerd, welke concrete stappen iuuruoor" nodig zijn en wat de financiele consequenties zijn op de korte tot middellange termijn. Aãnvulling hierop is dat ook uitwisseling van kennis wordt toegezegJdie niei bij de IVRE, maar bij de gemeenten zelf zit. Wij vinden het essãntieãl om de basis en personele capaciteit binnen de MRE op orde te hebben voordat er afspraken met bovenregionale partnergemeenten worden gemaakt waar extra uitvoeringscapaciteit mee gemoeid gaat.
lnhoudelijke zienwiize
Daarnaast verzoeken wij om de belangen van de Peelgemeenten op het gebied van wonen, werken en mobiliteit nadrukkelijkte verankeren in de inhoudelijke samenwerkingsafspraken. De peelregio neemt immers voor de thema's wonen, werken en bul"ngrijke positie in binnen de samenwerking met de drie gemeenten. mobiliteit "un Daarbij vragen *" ,i"-k"ning te houden met logische en wederzijdse win-win afspraken in
de samenwerking. Economie 1. Wij verzoeken om expliciete afspraken te maken die waarborgen dat de programmering werklocaties in Meierijstad, Venlo en Weert complementair zijn aantestaandelocaties binnen de MRE. Ook bij uiteindelijke realisatie zullen afspraken moeten volgen over uitgifte (denk aan fasering, allocatie, g rond prijsmethod iek etc.). 2. Voorgestelde initiatieven zoals een "topwerklocatie" in Meierijstad vragen om nadei onderzoek. Daarbijverzoeken wij u om eerstte kijken naar beschikbare locaties binnen de MRE-regio zelf inclusief de mogelijkheid om het Regionaal Bedrijventerrein bij HelmoÀd en Someren als "topwerklocatie" te bestempelen. Brainport-gerelateerde bedrijven dienen prioriteitte krijgen bij vestiging binnen 3. M RE-gebied voordat b uiten regionale locaties worden overwoge n. Foodiech Brainport verdient nãdrukkelijke positionering in de afspraken binnen de 4. samenwerkingsagenda. Onderwijskunr"n br¡ten de regio zijn waardevol, mits eerst optimaal benut binnen 5. de MRE-regio. Wij ondersi"rn"n versterking van de triple helix-samenwerking, mits 6. weierkerigheid, transparantie en balans in uitvoeringskracht gewaarborgd zijn vanuit Meijerijstad, Venlo en Weert.
Mobiliteit Goederenvervoer, met name over de N279, vereist nadrukkelijke aandacht in 1 samenwerkingsafspraken vanuit de MRE met de gemeenten Meierijstad en Weert, gelet op de strategische ligging van deze verbinding en de verwachte ãconomische uitbieidingen van werklocaties die hierlangs plaatsvinden. We onderschrijven het rurnãn optrekken in het project N279 waarbij deze als robuuste rand voor ónze regio functioneert. Daarnaast ondersteunen wij de aandacht voor OV en fiets op deze robuuste rand zoals deze is meegenomen in de samenwerkingsagenda Meierijstad.
2
Ast"öäô,
ÑTL
2
3
Wij ondersteunen de samenwerkingsafspraak vanuit de MRE met de gemeente Venlo om gezamenlijk aandacht te vragen bij het Rijk voor de doorstroom op de Aó7 tussen Leenderheide en Zaarderheiken en het oplossen van knelpunten. Wate rtra nspo rt is ka nsrij k va n u it d u u rzaa m heidsperspectief, m aa r ve rgt zorgvuldige afstemming met leefbaarheid en doorstroming van de Nó15, onder andere in Laarbeek.
Wonen 1.
2
3
Wijvragen om afstemming van woningbouwopgaven op bredere regionale woonbehoeften en transparantie over financieringsstromen zoals de Beethoven Deal. De woonafspraken op MRE-niveau, waaronder de Beethoven Deal, realiseren we als MRE-regio zelf. Binnen de MRE-regio speelt de vraag hoe de woonopgaven beter'kwantitatief en kwalitatief' kunnen worden afgestemd en ingevuld. Dit impliceert dat de huidige aansluiting niet optimaal is. Verduidelijking is gewenst over dit punt en het mandaat van de MRE inzake woningbouwprogrammering en de daaraan verbonden criteria. Ook vragen de concrete opbrengsten van mogelijke aanpassingen in woonprogrammering om nadere uitleg, evenals de rolvan de provincie hierin. Tot slot vinden wij het, gezien de beschikbare mogelijkheden binnen de regio en de recent bekrachtigde bestuurlijke afspraken, voor de komende jaren niet noodzakelijk om aanvullende afspraken te maken over de spreiding van studenten en expats.
Wij vertrouwen erop dat u onze gezamenlijke zienswijze meeneemt in de afronding van de afspraken over de bovenregionale samenwerking. De peelgemeenten zetten zich daarbij graag in voor een constructief vervolg, gericht op het vinden van gezamenlijke oplossingen die de belangen van alle partijen respecteren en versterken.
Neem gerust contact op Als u naar aanleiding van deze brief nog vragen heeft, dan kunt u contact opnemen met J.G.A.M. Meulendijks via telefoonnummer (0493) 671 212 of per e-mail Jori.Meulendijks@asten.nl. Wij verzoeken u bij eventuele vervolgcorrespondentie of contact met de gemeente bovenstaand zaaknummer te vermelden.
Met vriendelij ke g roet, ens de gemeenteraad van Asten
m
g
van Erp-Sonnemans u
3-
Raadsbesluit
ililrilllilflillillllllllilllilllllllllllll]llllllllllllll 25R 4D0144
Çe
Øes¡1s 3ef g"tt.
Raadsvergadering
25 september 2025
Ondenverp
Zienswijze Bovenregionale samenwerkingen MRE met Weert, Venlo en Meierijstad
De gemeenteraad van Bergeijk, overwegende het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 19 augustus 2025, overwegende het advies van de commissie ABZ d.d. 02 september 2025,
gelet op Gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Eindhoven, artikel 17.3-e,25.3 en 26.2 besluit:
1. Een zienswijze in te dienen op de concept-samenwerkingsagenda's tussen Metropoolregio Eindhoven en respectievelijk Weert, Venlo en Meierijstad: ''De bovenregionale samenwerking met resp. Meierijstad, Venlo en Weert mag niet ten kaste gaan van de ambities op wonen, werken en mobiliteit zoals vastgesteld in Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant (2023) en Ontwikkelstrategie De Kempen 2024-
2040."
2. Geen zienswijze in te dienen op de concept-gemeenschappelijke regelingen "zonder mee/'tussen Metropoolregio Eindhoven en respectíevelijk Weert, Venlo en Meierijstad Zoals besloten in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Bergeijk van 25 september 2025.
De
H.L.M. van
Zienswijze Bovenregionale samenwerkingen MRE met Weert, Venlo en Meijerijstad 1
ì ii..1
i;;
\i llj
Cranendonck
Dagelijks Bestuur Metropooregio Eindhoven Postbus 985 5600 AZ Eindhoven
Betreft:
Zaaknummer: Contactpersoon: Email: Datum:
Zienswijze bovenregionale samenwerki ng MRE 0000359827 Damien Oud d.oud@cranendonck.nl 14 oktober 2025
Geacht Dagelijks Bestuur, Met deze brief geven wij onze zienswijze op de concept-samenwerkin$safspraken tussen de Metropoolregio Eindhoven en de betrokken gemeenten.
Cranendonck is als gemeente gelegen aan de buitengrens van de MRE en heeft een unieke ligging op het snijvlak van Brainport en Keyport. Juist vanuit deze positie zijn wij groot
voorstandervan een blik die verder reikt dan de bestuurlijke grenzen van de regio.ln onze ervaring is hetdaily urban system van de Brainportregio immers algroterdan grondgebied van de MRE-gemeenten. Gezien deze ligging richten wij ons in deze reactie in het bijzonder op de
samenwerkingsafspraken met de gemeente Weert. Wij zijn in algemene zin voorstander van deze samenwerking, temeer omdat zowel Cranendonck als Weert stevige ambities hebben op het gebied van woningbouw en werklocaties. De nabijheid van onze gemeenten
maakt een goede afstemming noodzakelijk. onze belangrijkste werklocaties immers dicht bij elkaar, en ook op de woningmarkt hebben ontwikkelingen
liggen
in de ene
gemeente direct invloed op de andere.
wij vinden hetdaarbij van groot belangdat bij deze samenwerkingeen aantal principes wordt gehanteerd:
l. voor partnergemeenten gelden dezelfde spelregels als MRE-gemeenten omdat het daily urban system groeit, is het voor zowel de partnergemeenten
als
MRE-$emeenten logisch om samen te werken. Maar wij vinden
het wel belangrijk dat deze gemeenten aan dezelfde spelregels worden gehouden. Dit geldt onder a ndere voor:
o De afspraken over het type bedríjvigheid op werklocaties, zoals vastgelegd in de regionale programmeringsafspraken van de MRE.
o De afspraken over inbreíden en uitbreiden op het gebied van wonen.
2. samenwerken moet win-win zijn voor alle betrokken gemeenten
samenwerking hoort bij te dragen aan de ambities van alle betrokken gemeenten, en mag niet ten koste van de ontwikkelruimte van gemeenten binnen
de MRE.
3' De MRE is een ecosysteem die in eerste instantie zijn eigen problemen oplost. Als het oplossen van primaire opgaven binnen dit ecosysteem
niet lukt, er dan pas
verdergekeken wordt en opgaven niet direct worden uitgeruild.
4' om actief vanuit de samenwerking en mogelijke co-creatie gezamenlijk in de overleggen, als onderdeel van de MRE delegatie en weert, op te trekken. Deze principes heeft ons college gedurende de totstandkoming
van deze samenwerkingsafspraken uitgedragen, en wij constateren dat de voorliggende set
afspraken in lijn is metdeze principes.wij kunnen dan ookvan harte instemmen voorliggende afspraken en complimenteren het MRE-bestuur met dit Tot slot roepen wU op om bovengenoemde principes nadrukkelíjk
metde
resultaat.
te borgen br.¡ de nadere
uitwerkíng van de afspraken. Daarnaast vinden wij het van belang dat de
samenwerking
met Vlaams Limburg verder wordt onderzocht, en in de komende periode
ook hiermee
samenwerki ngsafspra ken worden gemaa kt.
Pagina 2 van 3
Hoogachtend,
DE GEMEENTERAAD VAN CRANENDONCK,
Voorzitter
Griffier
ia rska
R.van Kessel
GemeenteCranendonck lCapucijnerpleinl,602l CA Budel lwww.cranendonck.nl 1140495 linfo@cranendonck-nl
Pagina 3 van 3
Metropoolregio Eindhoven Raiffeisenstraat 18 5611CH Eindhoven
Deurne, 7 oktober 2025 Betreft: Zienswijze van de gemeenteraad van Deurne op bovenregionale samenwerking
Geacht bestuur, De gemeenteraad van Deurne spreekt waardering uit voor de inspanningen die geleverd zijn om de bovenregionale samenwerking tussen de Metropoolregio Eindhoven (MRE) en de gemeenten Venlo, Meierijstad en Weert vorm te geven. Wij zien hierin een kansrijke ontwikkeling die kan bijdrage aan brede welvaart, innovatie en een toekomstbestendige regio. Om deze samenwerking duurzaam en effectief vorm te geven, willen wij enkele belangrijke aandachtspunten meegeven, gericht op het versterken van de basis en het inhoudelijk afstemmen van de samenwerking. Versterking van de basis Een succesvolle bovenregionale samenwerking begint bij een sterke interne organisatie. De gemeenteraad van Deurne benadrukt het belang van: 1. Heldere rolverdeling tussen de MRE-organisatie, de 21 aangesloten gemeenten en subregio’s. Dit voorkomt onduidelijkheid en bevordert een efficiënte samenwerking. 2. Evenwichtige governance, waarbij de Peelgemeenten actief en structureel worden betroken. Dit is van belang gezien de geografische ligging en inhoudelijke betrokkenheid bij de partnergemeenten. 3. Voldoende uitvoeringscapaciteit binnen de MRE. Voordat nieuwe afspraken worden gemaakt, moet de personele en inhoudelijke basis op orde zijn. Dit voorkomt overbelasting en waarborgt kwaliteit.
Onze opmerking is in lijn met de door de raad eerder afgegeven zienswijze op de conceptbegroting van de MRE (datum 27 mei 2025): Totdat deze regionale basis op orde is vragen wij om gepaste terughoudendheid met de (capaciteits)inzet op bovenregionale samenwerking. Dit signaal geven wij opnieuw af. Daarnaast vragen wij ook inzichtelijk te maken wat de capaciteitsvraag richting gemeenten gaat zijn. 4. Financiele impact. Wij vragen om afspraken te verduidelijken met betrekking tot (eventuele) kostenverdeling, inzet en verantwoordelijkheden.
Inhoudelijke samenwerking Wat betreft de inhoudelijke samenwerking vragen wij aandacht voor goede afstemming op de thema’s economie, mobiliteit en wonen. Economisch gezien is het belang dat nieuwe werklocaties complementair zijn aan bestaande locaties binnen de MRE. We vragen daarbij nadrukkelijk, om de voor de Brainport belangrijke sectoren, blijvend te positioneren in de samenwerkingagenda's. Het versterken van de triple helix samenwerking steunen wij. Op het gebied van mobiliteit is een gezamenlijke inzet nodig voor robuuste verbindingen, zoals de N279, die van belang is voor vervoer en economische ontwikkeling. Duurzame mobiliteitsoplossingen, waaronder openbaar vervoer en fietsverbindingen, wensen wij actief mee te nemen in de samenwerking. Watertransport biedt kansen vanuit duurzaamheidsperspectief, maar vraagt om zorgvuldige afstemming. De samenwerking biedt daarnaast kansen om onze lobbykracht te versterken, bijvoorbeeld als het gaat over de doorstroom van de A67 en de ontwikkelingen rondom de HOV-hub. Ten aanzien van wonen is het belangrijk dat woningbouwopgaven worden afgestemd op bredere regionale woonbehoeften. Transparantie over financieringsstromen, zoals bij de Beethoven Deal, is daarbij essentieel. Voor de gemeenteraad van Deurne staan de woonafspraken, zoals die gemaakt zijn binnen de MRE, niet ter discussie.
We vinden het belangrijk om hierin koersvast te zijn. Het nader afstemmen van de woonbehoeften met Venlo, Meierijstad en Weert vinden we goed omdat dit de druk verlaagt in de Brainport Regio en daarnaast aansluit bij de wensen van deze gemeenten. Dit vraagt om aanvullende afspraken waarin de complementariteit nader uitgewerkt wordt. Samenwerken met respect voor verschillen De gemeenteraad van Deurne staat positief tegenover verdere samenwerking. Wij (h)erkennen hierin ook dat belangen soms kunnen schuren en vinden het daarom van belang om actief bij te dragen aan een proces dat recht doet aan de positie van alle betrokken partijen. Wij willen hierin een betrouwbare en constructieve partner zijn. De gemeenteraad van Deurne vertrouwt erop dat onze zienswijze meegenomen wordt in de afronding en nadere specificering van de afspraken over bovenregionale samenwerking. Hoogachtend, Namens de gemeenteraad van de gemeente Deurne, De griffier,
De voorzitter,
R.J.C.M. Rutten
G.T. Buter
Illlllllll 1111 lil
gemeente
Eersel coonŵv e^vu cOŵ-ĉÄdt-ĉiJû?
Raadsvoorstel Raad d.d. Commissie d.d. B&W d.d.
16 september 2025 2 september 2025 5 augustus 2025
Portefeuillehouder Opsteller Zaaknr
LKO bjoo01 Z25001026
Onderwerp________________________________________________________ Zienswijze Bovenregionale samenwerkingen MRE met Weert, Venlo en Meierijstad Voorstel____________________________________________________________________ De raad voor te stellen: Geen zienswijzen in te dienen op: a) de gemeenschappelijke regeling “zonder meer” Metropoolregio Eindhoven - gemeente Meierijstad; b) de concept Samenwerkingsagenda Metropoolregio Eindhoven - Meierijstad; c) de gemeenschappelijke regeling “zonder meer” Metropoolregio Eindhoven - gemeente Venlo; d) de concept Samenwerkingsagenda Metropoolregio Eindhoven - Venlo; e) de gemeenschappelijke regeling “zonder meer” Metropoolregio Eindhoven - gemeente Weert; f) de concept Samenwerkingsagenda Metropoolregio Eindhoven - Weert. Inleiding/aanleiding______________________________________________________________ Op 11 juli 2025 heeft het Dagelijks Bestuur van de Metropoolregio Eindhoven (DB-MRE) u de drie concept gemeenschappelijke regelingen en daaraan gekoppelde samenwerkingsagenda’s tussen DB-MRE en de gemeenten Meierijstad, Venlo en Weert aangeboden. Aan u is gevraagd om uiterlijk 31 oktober 2025 een zienswijze kenbaar te maken. Uw eventuele zienswijze wordt betrokken bij de formele besluitvorming over de regelingen in het DB-MRE op 8 december 2025 en over de samenwerkingsagenda’s in het Algemeen Bestuur (AB)op 17 december 2025.
De (economische) groei legt in de hele MRE-regio druk op wonen, werklocaties, voorzieningen, talent en bereikbaarheid. Het AB heeft zich daarom op 3 juli 2024 positief uitgesproken over het verkennen van en zo mogelijk komen tot “bovenregionale samenwerkingen” met Meierijstad, Venlo en/of Weert met als doel om de druk te verlichten. De gesprekken tussen Metropoolregio Eindhoven (MRE) en voornoemde gemeenten hebben geleid tot de voorliggende samenwerkingsafspraken in drie “gemeenschappelijke regelingen zonder meer” en drie samenwerkingsagenda’s. Deze liggen ter besluitvorming voor bij MRE (en de daarin deelnemende gemeenten) en de gemeenten Meierijstad, Venlo en Weert. De colleges en raden van de MRE-gemeenten zijn tussentijds regelmatig door het DB-MRE geïnformeerd, waaronder via een brief op 14 oktober 2024, openbare AB-presentatie op 18 december 2024, brief op 24 maart 2025 en brief op 16 juni 2025. De Raadstafel21 is ook regelmatig bijgepraat over de laatste stand van zaken, net als individuele colleges en subregio’s die hier behoefte aan hadden. Wettelijk en/of beleidskader_____ Wet gemeenschappelijke regelingen
R25.058 Pagina 1 van 7
gemeente
Eersel Argumenten_____________________________________________________________________ 1.1 De samenwerking tussen MRE en Meierijstad, Venlo en Weert draagt bij aan vermindering van de druk (wonen, werklocaties, bereikbaarheid) op de MRE-regio. Het economisch succes van Brainport zorgt bij alle 21 gemeenten in de regio voor druk op wonen, werklocaties en op bereikbaarheid. De eigen strategie en maatregelen zoals Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant en de woondeal leiden op korte termijn nog niet tot vermindering van deze druk. Een druk die inmiddels ook voelbaar is buiten de grenzen van onze eigen regio. De gemeenten Meierijstad, Venlo en Weert hebben alle drie groeiambities waarin (extra) woningen zijn voorzien, die de druk op onze regio kunnen verlichten. Door samenwerking bij de allocatie van werklocaties kunnen zoekvragen van bedrijven in een breder perspectief worden bekeken en kunnen (MKB-)bedrijven via herhuisvesting gemakkelijker voor de bredere regio behouden blijven en kan aan meer (internationale) bedrijven een passend aanbod worden gedaan. In de praktijk werken MRE(-gemeenten) en Meierijstad, Venlo en Weert al samen op mobiliteitsdossiers zonder dat daar expliciete samenwerkingsafspraken onder liggen.
Dat is vanaf nu wel het geval waardoor we als MRE effectiever met deze drie gemeenten samen kunnen werken met provincie en Rijk om tot passende en snelle(re) oplossingen te komen. Dit past ook in uw besluit van 24 januari 2023 met betrekking tot het Samenwerkingsakkoord 20232026 Metropoolregio Eindhoven. Hierin heeft u het volgende besloten: "Wij roepen nu de twintig andere participerende gemeenten van de Metropoolregio Eindhoven op (ook) om het “succes van Brainpoď’ niet alleen in onze toch al florerende regio te laten neerkomen, maarte delen met naburige regio’s, zodat het in de aanbiedingsbrief genoemde “economische succes” en de daarmee samenhangende voordelen en nadelen verspreiden. ”. ” 1.2 De samenwerking tussen MRE en Meierijstad, Venlo en Weert sluit aan bij het gedrag en reispatroon van inwoners. Enerzijds zien we (structurele) files op de snelwegen tussen de Brainportregio en deze drie gemeenten. Anderzijds zijn de afstanden en reistijden, zeker naar internationale maatstaven, kort te noemen. Meierijstad, Venlo als Weert merken dat woningzoekenden uit de MRE-regio zoekgebied hebben verruimd naar hun gemeenten. Weert en Venlo beschikken over een intercitystation met in de directe nabijheid restcapaciteit voor woningbouw. Dit biedt bijvoorbeeld ook kansen voor studentenhuisvesting.
De reistijd van Weert naar Eindhoven Centraal bedraagt 16 minuten, die met Venlo momenteel 39 minuten. 1.3 De samenwerkingsafspraken met Meierijstad, Venlo en Weert zich richten zich primair op thema’s uit het MRE-samenwerkingsakkoord, met name werklocaties, wonen en bereikbaarheid. Binnen de MRE-samenwerking hebben we een verkenning uitgevoerd naar basis-, regionale en topvoorzieningen. Op basis daarvan werken we binnen de MRE-samenwerking aan een voorzieningenstrategieZ-aanpak. Weert en Meierijstad gaan een soortgelijke verkenning uitvoeren. Als (samenwerkende) gemeenten hebben we maar een beperkte formele taak op het thema talent. Wel kunnen we met Meierijstad, Venlo als Weert de dialoog met de voor een gemeente relevante kennisinstellingen faciliteren. We doen dit met behulp van Brainport Development. Door een complementaire benadering van talent/onderwijs, waarbij meer dan voorheen in deze gemeenten ook het bedrijfsleven (stageplaatsen) wordt betrokken, zetten we in op vergroting van het arbeidsmarkpotentieel voor de Brainportregio. 1.4 De afspraken met Meierijstad, Venlo en Weert hebben geen invloed op de afspraken die de 21 gemeenten in MRE-verband hierover al met elkaar hebben gemaakt. De afspraken hebben ook geen invloed op onze ambities uit de Kempische ontwikkelstrategie 2024-2040.
R25.058 Pagina 2 van 7
.gemeente
Eersel KŵwpiÿeA- cooi^éku ù-u ee**~ ujereŭAr&jio
1.5 Het is nadrukkelijk niet zo dat hierdoor het aantal gemeenten binnen de MRE-samenwerking wordt uitgebreid. Deze blijft bestaan uit 21 gemeenten. Meierijstad, Venlo en Weert gaan geen onderdeel uitmaken van de MRE-samenwerking en krijgen dus geen zitting in het AB, DB of de MREPortefeuillehouders-overleggen. Dit is vanaf het begin van dit proces met het AB afgesproken. 1 6 Een “regeling zonder meer is de lichtste juridische samenwerkingsvorm en sluit het beste aan op de ínhoud van de voorgenomen samenwerking. De ontwerpregelingen voor de samenwerking tussen MRE en Meierijstad, respectievelijk Venlo, en Weert, bevatten de minimale bepalingen zoals voorgeschreven door de Wgr, en verder de spelregels om de samenwerking te laten functioneren. De ontwerpregelingen bevatten geen inhoudelijke afspraken, deze staan in de Samenwerkingsagenda’s. Er is geen sprake van overdracht van taken of het oprichten van een bedrijfsvoering organisatie of een gemeenschappelijke orgaan. De publiekrechtelijke samenwerkingsvorm onder de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) die hier op aansluit is de zogenaamde “regeling zonder meer”. Dit is het lichtste instrument uit deze wet.
Het DB-MRE is op grond van art 17.2-e GR MRE bevoegd een gemeenschappelijke regeling tussen het openbaar lichaam MRE en andere openbare lichamen (zoals gemeenten) vast te stellen, voor zover het collegebevoegdheden betreft. Daarvan is hier in alle drie de gevallen sprake. 1.7 Het uitbrengen van een zienswijze is een collegebevoegdheid, op advies van de Raadstafel21 vraagt het DB-MRE naast de colleges ook de gemeenteraden om een zienswijze op zowel de samenwerkingsagenda’s en de regelingen. Het geven van een zienswijze op het aangaan van een gemeenschappelijke regeling tussen DBMRE en een gemeente is een collegebevoegdheid op grond van de GR MRE art 26.2. Het DB-MRE heeft op 16 juni 2025 besloten om de samenwerkingsagenda’s en de regelingen voor zienswijze voor te leggen aan de raden. Daarmee wordt invulling gegeven aan art 25.3 GR MRE om voor “andere dossiers” deze zogenaamde “voorhangprocedure” te volgen. Vanwege de samenhang tussen regeling en samenwerkingsagenda worden beiden documenten voorgelegd. Hierdoor wordt zowel het college als de raad gevraagd om een besluit te nemen over het eventueel indienen van een zienswijze. Alternatieven_________________________________________________________________ Er worden geen alternatieven voorgesteld. Het aanhaken van andere regio's past in uw eerdere oproep om de groei van de regio meer te spreiden.
Risico’s________________________________________________________________________ 1 De samenwerkingsagenda’s zijn nog vrij algemeen en procesmatig van karakter. De afspraken over woningen en werklocaties zijn deels procesmatig. De voorliggende ínhoud is ambtelijk en bestuurlijk afgestemd met de 21 gemeenten. Waar mogelijk worden er aantallen en hectares genoemd, maar er zijn nog geen concrete afspraken gemaakt over welke segmenten op welke termijn in de respectievelijke gemeenten zullen worden gerealiseerd. Na besluitvorming worden de voorliggende samenwerkingsagenda’s zo snel mogelijk uitgewerkt naar segmenten (type woningen, type bedrijventerreinen) en fasering, zodat we gericht druk op onze regio kunnen verminderen. 2 De MRE en deelnemende gemeenten hebben beperkte ambtelijke en bestuurlijke capaciteit beschikbaar. Het geven van opvolging aan de bovenregionale samenwerkingsafspraken ligt primair bij de MREwerkorganisatie. De primaire taak van de MRE-werkorganisatie is en blijft het faciliteren van de samenwerking tussen de 21 gemeenten. Dat betekent dat de capaciteitsinzet vanuit MRE voor deze bovenregionale samenwerkingen beperkt is. De MRE-directeur stuurt hierop.
R25.058 Pagina 3 van 7
gemeente
Eersel De capaciteitsinzet van de 21 MRE-gemeenten is ook beperkt. De meest belanghebbende ‘buurgemeenten’ uit het MRE-gebied zullen door de MRE-werkorganisatie het meest intensief worden betrokken, hiervoor worden zoveel mogelijk bestaande overlegmomenten en -tafels benut. Denk bijvoorbeeld aan de NOVEX-tafels Stedelijk Brabant en De Peel, of aan het al bestaande mobiliteitsoverleg van gemeenten aan de A2-Zuid, inclusief Weert (en Nederweert). De Kempengemeenten zijn voor deze samenwerkingen geen directe buurgemeenten en verwachten minimale inzet. Meierijstad, Venlo en Weert zijn zelf verantwoordelijk voor de realisatie van hun groeiambities en hun aandeel in de realisatie van de samenwerkingsagenda’s. Hiervoor wordt vanuit de MRE geen ambtelijke capaciteit beschikbaar gesteld. 3 Er zijn meer gemeenten in de invloedsfeer aan de Brainportregio, samenwerking met deze gemeenten is nog in een beginstadium. In lijn met eerdere besluitvorming in het AB-MRE is prioriteit gegeven aan het komen tot samenwerkingsagenda's met Meierijstad, Venlo en Weert. Aan de eerste, globale verkennende gesprekken met Tilburg en Den Bosch is op het moment van dit schijven, ook door deze twee steden, nog geen vervolg gegeven.
De verkenning van eventuele samenwerking met de Antwerpse en Limburgse Kempen richt zich primair op het zoeken naar samenwerkingskansen tussen bedrijfsleven en kennisinstellingen en wordt vanuit onze regio getrokken door de directeur van Brainport Development. Vanuit gemeentelijke/MRE perspectief ligt de focus op grensoverschrijdende bereikbaarheid. De voortgang hiervan wordt via de reguliere weg via MRE met de deelnemende gemeenten afgestemd en gedeeld. Financieel Er zijn geen directe financiële consequenties voor de gemeente (zoals bijvoorbeeld verhoging van de inwonerbijdrage) verbonden aan het aangaan van de samenwerking door MRE met de gemeenten Meierijstad, Venlo en Weert. Communicatie/Participatie_____________________________________________________ Het DB wordt van uw besluit op de hoogte gebracht. Communicatie over de bovenregionale samenwerking wordt verzorgd door de MRE organisatie.
R25.058 Pagina 4 van 7
gemeente
Eersel ktixnpìŷcA. cooťićľi. iľv tJbn, cOÉľ-efidt-e^ċo
Planning Actie Dagelijks Bestuur (vrijgave zienswijzen) Algemeen Bestuur (informeren) Zienswijzeperiode
Portefeuillehoudersoverlea Economie Mobiliteit Ruimte en wonen Laatste aanpassingen voorstel DB 1AB Dagelijks Bestuur Algemeen Bestuur Tekenmomenten Publicatie
Datum ma. 16 juni 2025 wo. 2 juli Vanaf ma. 18 augustus t/m vrij. 31 oktober Meierijstad: 18 sept. in de raad; Weert: 24 sept. in de raad; Venlo: 22 okt. in de raad. Data: do. 20 november wo. 26 november do. 27 november Na poho t/m vrij. 28 november ma. 8 december wo. 17 december 2025 do. 18 en/of vrijdag 19 december 2025 Direct aansluitend
Bijlagen________________________________________________________________ 1. Aanbiedingsbrief MRE zienswijzen concept samenwerkingsagenda's en regelingen MRE met Meierijstad, Weert en Venlo (25.14221) 2. Gemeenschappelijke regeling “zonder meer” MRE - gemeente Meierijstad (25.14222) 3. Concept Samenwerkingsagenda MRE-Meierijstad (25.14223) 4. Gemeenschappelijke regeling “zonder meer” MRE - gemeente Venlo (25.14226) 5. Concept Samenwerkingsagenda MRE-Venlo (25.14227) 6. Gemeenschappelijke regeling “zonder meer” MRE - gemeente Weert (25.14225) 7. Concept Samenwerkingsagenda MRE-Weert (25.14224) 8. Raadsvoorstel Samenwerkingsakkoord 2023-2026 Metropoolregio Eindhoven (R22.131)
R25.058 Pagina 5 van 7
cjemeente
Eersel tŷcA- COOV^KU Ůt. ÉŴT- COŴ^ĈJŕ-ÉrtO
Raadsbesluit R25.058 Onderwerp: Zienswijze Bovenregionale samenwerkingen MRE met Weert, Venlo en Meierijstad De raad van de gemeente Eersel; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 5 augustus 2025; gehoord de beraadslaging in de commissievergadering van 2 september 2025 (voortgezet op 4 september 2025);
besluit: geen zienswijzen in te dienen op: a) de gemeenschappelijke regeling “zonder meer” Metropoolregio Eindhoven - gemeente Meierijstad; b) de concept Samenwerkingsagenda Metropoolregio Eindhoven - Meierijstad; c) de gemeenschappelijke regeling “zonder meer" Metropoolregio Eindhoven - gemeente Venlo; d) de concept Samenwerkingsagenda Metropoolregio Eindhoven - Venlo; e) de gemeenschappelijke regeling “zonder meer” Metropoolregio Eindhoven - gemeente Weert; f) de concept Samenwerkingsagenda Metropoolregio Eindhoven - Weert.
Aldus besloten in de openbare vergadering van 16 september 2025 2025 (voortgezet op 18 september 2025)
R25.058 Pagina 7 van 7
KERNBELEID
Amendement 7
Verworpen
Titel
Wel een zienswijze indienen
Raadsvergadering
16 september 2025 (voortgezet 18 september 2025)
Onderwerp
Zienswijze Bovenregionale samenwerkingen MRE met Weert, Venlo en Meierijstad
Agendapunt
5.4
Ingediend door
ESA:
PvdA-GroenLinks:
VVD:
Kernbeleid: J.M.G.A. Adriaans
-
CDA
D66: -
De gemeenteraad van Eersel stelt het volgende amendement voor: geen zienswijze in te dienen op’ wijzigen in ‘de volgende zienswijze in te dienen’: 1. Huidige, vigerende afspraken, moeten heroverwogen en aangepast kunnen worden indien de sa menwerking met Meierijstad, Venlo en Weert daadwerkelijk zou kunnen leiden tot verlichting van de druk in de MRE-regio met betrekking tot, wonen, werklocaties en mobiliteit. 2. Op de volgende regelingen/agenda’s: a) de gemeenschappelijke regeling “zonder meer” Metropoolregio Eindhoven - gemeente Meierijstad; b) de concept Samenwerkingsagenda Metropoolregio Eindhoven - Meierijstad; c) de gemeenschappelijke regeling “zonder meer” Metropoolregio Eindhoven - gemeente Venlo; d) de concept Samenwerkingsagenda Metropoolregio Eindhoven - Venlo; e) de gemeenschappelijke regeling “zonder meer” Metropoolregio Eindhoven - gemeente Weert; f) de concept Samenwerkingsagenda Metropoolregio Eindhoven - Weert.
Toelichting: Overweging van de volgende feiten: In het raadsvoorstel staat De (economische) groei legt in de hele MRE-regio druk op wonen, werklocaties, voorzieningen, ta lent en bereikbaarheid. Het AB heeft zich daarom op 3 juli 2024 positief uitgesproken over het ver kennen van en zo mogelijk komen tot “bovenregionale samenwerkingen” met Meierijstad, Venlo en/of Weert met als doel om de druk te verlichten. De gemeenten Meierijstad, Venlo en Weert hebben alle drie groeiambities waarin (extra) woningen zijn voorzien, die de druk op onze regio kunnen verlichten. Door samenwerking bij de allocatie van werklocaties kunnen zoekvragen van bedrijven in een breder perspectief worden bekeken en kunnen (MKB-) bedrijven via herhuisvesting gemakkelijker voor de bredere regio behouden blijven en kan aan meer (internationale) bedrijven een passend aanbod worden gedaan. Van oordeel dat: Alleen als de huidige afspraken heroverwogen en aangepast kunnen worden, kan de huidige druk op wo nen en werklocaties en bereikbaarheid in de MRE-regio daadwerkelijk verlicht worden.
Invullen door de griffie: Stemming
Stemmen voor: 4 Stemmen tegen: 11 Hoofdelijke stemming: D ja Stemverklaring: U ja
R-Nummer
R25.058
Corsanummer
25.17478
KI nee K nee
-:\lrz-l
-o-ror"o-Mierlo
Metropoolregio Eindhoven t.a.v. het dagelijks bestuur Postbus 985 560042 EINDHOVEN
uw brief
n.v.t.
ons kenmerk2730717
behandeld door
Bob Altena
Geldrop
20 oklober 2025
onderwerp Zienswijze en besluitvorming bovenregionale samenwerking MRE
Beste Dagelijks Bestuur van de MRE De gemeente Geldrop-Mierlo heeft kennisgenomen van de concept-gemeenschappelijke regelingen en samenwerkingsagenda's van de MRE met de gemeenten Meieriistad, Venlo en Weert. Wij spreken onze waardering uit voor het zorgvuldig doorlopen proces en de wijze waarop zowel colleges als raden in de gelegenheid zijn gesteld hun zienswijze te geven. Graag maken wij gebruik van de mogelijkheid om formeel te reageren.
Gemeenschappelijke regeling "zonder meer" Wij onderschrijven de keuze voor de lichte juridische vorm van een gemeenschappelijke regeling "zonder meer". Deze biedt een heldere juridische basis zonder dat bevoegdheden worden overgedragen of extra bestuurslagen worden toegevoegd. Daarmee blijft de samenwerking naar verwachting wendbaar en aanvullend. Regionale uitvoeringskracht De regionale samenwerking binnen de MRE is voor ons het vertrekpunt. Wij achten het van belang dat de inzet op bovenregionale samenwerking de regionale uitvoeringskracht niet onder druk zet. De samenwerking met Meierijstad, Venlo en Weert moet daarom'lean'worden georganiseerd en mag de primaire opgaven van de 21 gemeenten niet verdringen. Dit sluit aan bij de kaderstellende uitgangspunten die het Algemeen Bestuur van de MRE in iuli 2024 heeft vastgesteld: de samenwerking dient aanvullend te zijn en licht georganiseerd. De bovenregionale samenwerking biedt ons daarbij de kans om samen met omliggende gemeenten onze gezamenlijke opgave in het kader van de schaalsprong te verlichten en onze doelen slimmer en effici6nter te realiseren, met behoud van de bestaande afspraken binnen de MRE.
Procesmatig karakter van de samenwerkingsagenda's Wij constateren dat de samenwerkingsagenda's vooral procesmatig zijn ingestoken. Dat biedt ruimte voor verdere concretisering, maar maakt het op dit moment lastig om resultaten meetbaar te maken. Wijverwachten in de verdere uitwerking dat meer concreet wordt welke doelen en resultaten gezamenlijk worden nagestreefd. blad 1 van 2
Bezoekadres: De Meent 2, s664GC Geldrop I postadres: Postbus 10101, 5660 GA Geldrop I T (040) 289 38 93 | E oemeente@qeldrop-mierlo.nl wr,vw.qeldrop-mierlo.nl I facebook.com/qemeente.qeldropmierlo I twitter.com/qGeldrop Mierlo
-i\)rz--l-Andere omliggende gemeenten Wij begrijpen de keuze om nu met Meierijstad, Venlo en Weert te starten, gezien hun ligging, groeidynamiek en bestaande samenwerkingsrelaties. Tegelijkertijd benadrukken wij dat ook andere omliggende gemeenten nauw verbonden zijn met ontwikkelingen in de Brainportregio. De bovenregionale samenwerking dient daarom toekomstbestendig en uitbreidbaar le zt1n.
Met inachtneming van bovenstaande aandachtspunten spreken wij een positieve zienswijze uit op de voorliggende regelingen en samenwerkingsagenda's.
Met vriendelijke groet, Gemeenteraad Geldrop-Mierlo, griffier,
W.H.F. Geboers
voorzitter,
.J
Bree
blad 2 van 2
Onderwerp:
zienswijze op bovenregionale samenwerking Uw brief, ontvangen op:
18 juli 2025 Uw kenmerk:
00717-3894/RLI/WBR Algemeen en Dagelijks Bestuur Metropoolregio Eindhoven Postbus 985 5600AZ EINDHOVEN
Ons kenmerk:
/ES/41881-2025 Bijlage(n): --
Gemert
: 31 oktober 2025
Verzonden:
Geacht bestuur, Op 18 juli hebben wij de aanbiedingsbrief voor zienswijzen op de concept samenwerkingsagenda’s en regelingen MRE met Meierijstad, Weert en Venlo ontvangen. Als raden en colleges van de zes Peelgemeenten spreken wij onze waardering uit voor de inspanningen die geleverd zijn om de bovenregionale samenwerking tussen de Metropoolregio Eindhoven en de gemeenten Venlo, Meierijstad en Weert vorm te geven. Wij onderschrijven de kracht van samenwerking en de potentie die dit biedt voor het realiseren van brede welvaart en de ontwikkeling van onze regio. Tegelijkertijd vinden wij het belangrijk om op basis van zorgvuldige overwegingen onze zienswijze met u te delen, in lijn met het proces en eerdere inbreng vanuit de Peelgemeenten. Zo kunnen we gezamenlijk komen tot een evenwichtige en doordachte uitwerking van de voorgenomen afspraken. In deze brief vindt u onze zienswijze.
Postadres Postbus 10.000 5420 DA Gemert Gemeentehuis Ridderplein 1 5421 CV Gemert Telefoon (0492) 378 500 E-mailadres gemeente@gemertbakel.nl Internet www.gemert-bakel.nl Twitter @gemGemertBakel Bankrekening NL83 BNGH 0285 0027 08 BIC BNGH NL2G Kvk-nummer 50371746 BTW-nummer 8055.16.712B.03
Voorwaarden voor de regeling en verdere uitwerking Wij constateren dat de huidige voorwaarden waarop de bovenregionale samenwerking gebaseerd is, nog niet voldoende inzichtelijk zijn of zijn uitgewerkt. Specifiek vragen de rolverdeling tussen de MRE-organisatie en de 21 gemeenten en de positie van subregio’s daarin om verdere verduidelijking, zowel in de regeling als de verdere uitwerking. 1. Bovenregionale samenwerking mag niet ten koste gaan van de ontwikkelpotentie binnen de MRE en de mogelijkheden binnen de 21 gemeenten. Ook naar de toekomst toe. Het is van belang om de positie van de MRE duidelijk te definiëren in de regelingen. Daarnaast moet de interne thematische programmering scherp en op orde zijn. Dit vraagt om een versterking van de inhoudelijke MRE-agenda’s én een aanscherping van de agenda voor bovenregionale samenwerking, voordat verdere afspraken worden gemaakt over samenwerking buiten de regio. 2. Er is behoefte aan betere governance-afspraken die niet leiden tot één bestuurlijk aanspreekpunt vanuit de MRE-regio, maar juist zorgen voor een meer evenwichtige vertegenwoordiging. Dit houdt onder meer in dat ook actief een gemeente uit de Peel wordt betrokken, waarbij het verder gaat dan enkel het bespreken van de voortgang. Dat is essentieel voor de Peelgemeenten, gezien het feit dat alle drie de beoogde partnergemeenten aan de Peelzijde van de MRE grenzen. 3.
Vanuit zowel de regeling als samenwerkingsagenda’s wordt nu niet duidelijk welk beslag dit legt op de organisatie van de MRE en/of gemeenten. Het blijft onduidelijk hoe de samenwerking praktisch wordt gefaciliteerd, welke concrete stappen daarvoor nodig zijn en wat de financiële consequenties zijn op de korte tot middellange termijn. Aanvulling hierop is dat ook uitwisseling van kennis wordt toegezegd die niet bij de MRE, maar bij de gemeenten zelf zit. Wij vinden
pagina 2 van 3
het essentieel om de basis en personele capaciteit binnen de MRE op orde te hebben voordat er afspraken met bovenregionale partnergemeenten worden gemaakt waar extra uitvoeringscapaciteit mee gemoeid gaat. Inhoudelijke zienwijze Daarnaast verzoeken wij om de belangen van de Peelgemeenten op het gebied van wonen, werken en mobiliteit nadrukkelijk te verankeren in de inhoudelijke samenwerkingsafspraken. De peelregio neemt immers voor de thema’s wonen, werken en mobiliteit een belangrijke positie in binnen de samenwerking met de drie gemeenten. Daarbij vragen we u rekening te houden met logische en wederzijdse win-win afspraken in de samenwerking. Economie 1. Wij verzoeken om expliciete afspraken te maken die waarborgen dat de programmering werklocaties in Meierijstad, Venlo en Weert complementair zijn aan bestaande locaties binnen de MRE. Ook bij uiteindelijke realisatie zullen afspraken moeten volgen over uitgifte (denk aan fasering, allocatie, grondprijsmethodiek etc.). 2. Voorgestelde initiatieven zoals een “topwerklocatie” in Meierijstad behoeven nader onderzoek. Daarbij verzoeken wij u om eerst te kijken naar beschikbare locaties binnen de MRE-regio zelf, inclusief de mogelijkheid om het Regionaal Bedrijventerrein bij Helmond en Someren als “topwerklocatie” te bestempelen. 3.
Brainport-gerelateerde bedrijven dienen prioriteit te krijgen bij vestiging binnen MRE-gebied voordat buitenregionale locaties worden overwogen. 4. Foodtech Brainport verdient nadrukkelijke positionering in de afspraken binnen de samenwerkingsagenda. 5. Onderwijskansen buiten de regio zijn waardevol, mits eerst optimaal benut binnen de MRE-regio. 6. Wij ondersteunen versterking van de triple helix-samenwerking, mits wederkerigheid, transparantie en balans in uitvoeringskracht gewaarborgd zijn vanuit Meijerijstad, Venlo en Weert. Mobiliteit 1. Goederenvervoer, met name over de N279, vereist nadrukkelijke aandacht in samenwerkingsafspraken vanuit de MRE met de gemeenten Meierijstad en Weert, gelet op de strategische ligging van deze verbinding en de verwachte economische uitbreidingen van werklocaties die hierlangs plaatsvinden. We onderschrijven het samen optrekken in het project N279 waarbij deze als robuuste rand voor onze regio functioneert. Daarnaast ondersteunen wij de aandacht voor OV en fiets op deze robuuste rand zoals deze is meegenomen in de samenwerkingsagenda Meierijstad. 2. Watertransport is kansrijk vanuit duurzaamheidsperspectief, maar vergt zorgvuldige afstemming met leefbaarheid en doorstroming van de N615, onder andere in Laarbeek. 3. De bovenregionale samenwerking mag niet ten koste gaan van de mobiliteitsopgave van Gemert-Bakel.
Een betere bereikbaarheid van onze gemeente is van zeer groot belang, waarbij we expliciet aangeven dat maatregelen aan de infrastructuur die voortvloeien uit bovenregionale samenwerking niet ten koste mogen gaan van maatregelen die de doorstroming van de N279 en bij de Beekse Brug bevorderen. Wonen 1. Wij vragen om afstemming van woningbouwopgaven op bredere regionale woonbehoeften en transparantie over financieringsstromen zoals de Beethoven Deal. De woonafspraken op MRE-niveau, waaronder de Beethoven Deal, realiseren we als MRE-regio zelf.
pagina 3 van 3
2.
3.
Binnen de MRE-regio speelt de vraag hoe de woonopgaven beter ‘kwantitatief en kwalitatief’ kunnen worden afgestemd en ingevuld. Dit impliceert dat de huidige aansluiting niet optimaal is. Verduidelijking is gewenst over dit punt en het mandaat van de MRE inzake woningbouwprogrammering en de daaraan verbonden criteria. Ook vragen de concrete opbrengsten van mogelijke aanpassingen in woonprogrammering om nadere uitleg, evenals de rol van de provincie hierin. Tot slot vinden wij het, gezien de beschikbare mogelijkheden binnen de regio en de recent bekrachtigde bestuurlijke afspraken, voor de komende jaren niet noodzakelijk om aanvullende afspraken te maken over de spreiding van studenten en expats.
Wij vertrouwen erop dat u onze gezamenlijke zienswijze meeneemt in de afronding van de afspraken over de bovenregionale samenwerking. De peelgemeenten zetten zich daarbij graag in voor een constructief vervolg, gericht op het vinden van gezamenlijke oplossingen die de belangen van alle partijen respecteren en versterken. Meer informatie Heeft u nog vragen? Neem dan contact op met mevrouw Elice Steijaert. Mail naar gemeente@gemert-bakel.nl onder vermelding van ons kenmerk van deze brief of bel naar ons algemene nummer (0492) 378 500.
Met vriendelijke groet, de raad van de gemeente Gemert-Bakel, de griffier,
de voorzitter,
M.C.P. Laurenssen
ing. M.S. van Veen
Onderwerp: Medewerker: Telefoonnummer: Bijlagen: Datum: Zaaknummer: Uw Kenmerk:
Indienen zienswijze Bovenregionale Samenwerkingen MRE Monique van Tuel- van Mierlo +31651988945 20 oktober 2025 349934 n.v.t.
Geachte leden van het Dagelijks Bestuur, De gemeente Heeze-Leende dankt u voor het toezenden van de drie concept gemeenschappelijke regelingen en daaraan gekoppelde samenwerkingsagenda’s tussen DBMRE en de gemeenten Meierijstad, Venlo en Weert, en de gelegenheid tot het indienen van een zienswijze. Wij hebben kennis genomen van deze stukken en delen graag onze zienswijze op de concepten met u. Heeze-Leende is een gemeente die graag samenwerkt. Samenwerken is een essentiële sleutel om zowel gezamenlijke als individuele ambities en beleidsdoelen waar te maken. Wij kunnen de samenwerkingen met Weert, Venlo en Meierijstad omarmen, mits: • Ieder vanuit eigen rol en identiteit een bijdrage kan blijven leveren. • Onze stem niet mag verwateren. • De samenwerkingsagenda’s tussen MRE en respectievelijk Meierijstad, Venlo en Weert bijdragen aan vermindering van de druk (wonen, werklocaties, bereikbaarheid) op de Brainportregio Eindhoven, zodat: o een ieder vanuit de brede welvaart gedachte een eigen plek kan krijgen om te wonen; o industrie en bedrijfsleven zich niet concentreren op één plek; o én we als regio goed bereikbaar blijven.
Graag delen wij een aantal zorgpunten met u: Uitvoeringskracht, slagkracht en financiën Hoewel wij positief zijn over de bovenregionale samenwerking, én het naar uw zeggen niet ten koste gaat van de uitvoeringskracht van de bestaande afspraken, willen wij daar toch aandacht voor blijven vragen: De uitvoeringskracht staat nu al onder druk. Het is nu al complex om met 21 gemeenten tot uitvoering te komen. Het buiten de regio gaan samenwerken moet wat Heeze-Leende betreft wel echt veel win-win opleveren. Er zijn al weer heel wat uren Pagina 1 van 2
besteedt om tot deze conceptteksten en de zienswijzeprocedure te komen. De focus van het werkprogramma MRE is uitvoering en wij vinden dat dit zo moet blijven. Wij verzoeken het DB-MRE dan ook om het AB-MRE en de gemeenteraden inzicht te geven in het Mean en Lean sturen van de MRE-directie op capaciteit-inzet vanuit de MRE voor bovenregionale samenwerking. Ook verzoeken wij het DB-MRE om de tot dusver gemaakte kosten en de nog te maken kosten zichtbaar te maken en deze met de participanten te delen. Inhoudelijke bijdragen van de gemeenten Weert, Venlo, Meierijstad Extra aandacht willen we vragen voor onze redenen om de samenwerking te verkennen. Volgens ons is dat de vraag of de bovenregionale gemeenten kunnen bijdragen aan de opgaves in het kader van de schaalsprong. We hadden verwacht dat de samenwerkingsagenda’s al wat meer inhoudelijk zouden zijn uitgewerkt, zeker gezien onze oproep eerder dit jaar om eerst de vraag te beantwoorden of de bovenregionale gemeenten kunnen bijdragen aan onze opgaves en dit eerst uit te werken in gezamenlijke agenda’s, alvorens veel tijd te stoppen in het opstellen van de benodigde governance. De agenda’s zijn nu op grote lijnen vooral gericht op afstemmen en kennis uitwisselen en zijn nog algemeen en/of procesmatig van karakter. Dit verlicht de druk op onze regio niet.
De vraag blijft: In hoeverre zien de drie bovenregionale gemeenten daadwerkelijk kans om inhoudelijk bij te dragen aan de opgaves van de schaalsprong? Wij vragen dan ook extra aandacht om snel tot nadere uitwerkingen te komen van de nu voorliggende samenwerkingsagenda’s, zodat we gericht druk op onze regio kunnen verminderen. Een vraag van onze zijde aan het DB-MRE is of het DB-MRE (op termijn) een rol ziet in de bovenregionale samenwerking voor provincie, rijk en bedrijfsleven? Tot slot Onder bovenstaande voorwaarden en dat ieder vanuit eigen rol, eigen identiteit een bijdrage kan blijven leveren, waarbij onze stem niet mag verwateren, ondersteunen we het idee van samenwerking van harte. Zodat een ieder vanuit de brede welvaart gedachte een eigen plek kan krijgen om te wonen, dat industrie en bedrijfsleven niet concentreren op één plek en de Brainportregio Eindhoven bereikbaar blijft. Wij wensen de MRE veel succes met deze opdracht. Bij eventuele correspondentie verzoeken wij u het zaaknummer 349934 te vermelden. Hoogachtend, DE RAAD VAN DE GEMEENTE HEEZE-LEENDE, de griffier,
de voorzitter,
Mevrouw C.E. Bos
T.M. Heldens
Dit document is in een geautomatiseerd systeem aangemaakt en daarom niet persoonlijk ondertekend Gemeente Heeze-Leende | Jan Deckersstraat 2, 5590GA, Heeze | www.heeze-leende.nl |040 2241400
Pagina 2 van 2
Metropoolregio Eindhoven t.a.v. Dagelijks Bestuur Raiffeisenstraat 18 5611 CH Eindhoven
3 oktober 2025
datum: verzonden op: onderwerp:
Zienswijze Bovenregionale samenwerking
uw brief:
kenmerk:
zaaknummer:
24845-2025
bijlage(n):
behandeld door:
A. Goossens
afschrift:
24845-2025:951219
Beste Dagelijks Bestuur, We beginnen graag met het uitspreken van onze waardering voor de inspanningen die geleverd zijn om de bovenregionale samenwerking tussen de Metropoolregio Eindhoven en de gemeenten Venlo, Meierijstad en Weert vorm te geven. Wij onderschrijven de kracht van samenwerking en de potentie die dit biedt voor het realiseren van brede welvaart en de ontwikkeling van onze regio. Tegelijkertijd vinden wij het belangrijk om op basis van zorgvuldige overwegingen enkele aandachtspunten met u te delen in deze zienswijze. Dat doen wij vanuit het perspectief van de gemeente Laarbeek, maar ook uit het perspectief van de Peel. In de aanloop hebben we ook vanuit de Peel eerder gezamenlijk bestuurlijk gereageerd, hieraan houden we graag vast in deze zienswijze procedure. Zo kunnen we gezamenlijk komen tot een evenwichtige en doordachte uitwerking van de voorgenomen afspraken. Voorwaarden voor samenwerking Wij constateren dat de huidige voorwaarden waarop de bovenregionale samenwerking gebaseerd zijn, nog niet voldoende inzichtelijk zijn of zijn uitgewerkt. Specifiek vragen de rolverdeling tussen de MREorganisatie en de 21 gemeenten, alsmede de positie van subregio’s daar in, om verdere verduidelijking. 1.
Bovenregionale samenwerking mag niet ten koste gaan van de ontwikkelpotentie binnen de MRE en de mogelijkheden binnen de 21 gemeenten. Ook naar de toekomst toe. Het is van belang om de positie van de MRE duidelijk te definiëren in de overeenkomsten en de interne thematische programmering scherp en op orde te hebben. Eerst dient versterking van de MREagenda’s plaats te vinden, voordat verdere afspraken gemaakt worden over samenwerking buiten de regio.
2.
Er is behoefte aan betere governance-afspraken die een evenwichtige vertegenwoordiging van elke subregio waarborgen in de totstandkoming, uitwerking en naleving van afspraken. Dit is essentieel voor de Peelgemeenten, gezien het feit dat alle drie de beoogde partnergemeenten aan de Peelzijde van de MRE grenzen.
3.
De bovenregionale samenwerking laat nu niet zien welk beslag dit legt op de organisatie van de MRE en/of gemeenten. Het blijft onduidelijk hoe de samenwerking praktisch wordt gefaciliteerd, welke concrete stappen daarvoor nodig zijn en wat de financiële consequenties zijn op de korte tot middellange termijn. Aanvulling hierop is dat ook uitwisseling van kennis
wordt toegezegd die niet (alleen) bij de MRE, maar bij de gemeenten zelf zit. Wij vinden het essentieel om de basis en personele capaciteit binnen de MRE op orde te hebben voordat er afspraken met bovenregionale partnergemeenten worden gemaakt waar extra uitvoeringscapaciteit mee gemoeid gaat. Inhoudelijke aandachtspunten Daarnaast verzoeken wij om de specifieke belangen op het gebied van wonen, werken en mobiliteit expliciet te verankeren in de inhoudelijke samenwerkingsafspraken. Hierin maken we onderscheid in aandachtspunten specifiek vanuit Laarbeek en de Peelregio. Laarbeek Vervoer over water Vanuit een duurzaamheidsperspectief snappen wij de opgave om vervoer over water te intensiveren, zoals vermeld in de samenwerkingsagenda met Meierijstad. Maar dit heeft een grote negatieve impact op de leefbaarheid van de kern Beek en Donk en doorstroming van de N615 bij de Beekse Brug. Elementen die op dit moment ook al onder druk staan en waarvoor meerdere mobiliteitsstudies worden uitgevoerd. Toename van vervoer over water kan wat ons betreft niet los gezien worden van maatregelen voor de leerbaarheid en doorstroming. Met klem willen we dan ook benadrukken om alleen in deze combinatie hier gevolg aan te geven. De gemeente Laarbeek wenst expliciet betrokken te worden in gesprekken of het vervolgproces hierover.
Noord-Zuid OV verbinding We willen graag nog meer aandacht en belang vestigen op de nieuwe Noord-Zuid OV verbinding van Den Bosch via Helmond naar Weert. Wij zijn opgetogen dat dit zowel in de samenwerkingsagenda met Weert als met Meierstad is opgenomen. Het is van belang om hierbij ook de tussenliggende dorpen aan te doen, zowel in realisatie als weg daar naar toe. Als Laarbeek worden we graag goed meegenomen in dit proces. Ontwikkeling bedrijventerreinen We onderschrijven het belang om intensiever te gaan samenwerken ten aanzien van de programmering en allocatie van werklocaties met alle drie de samenwerkingspartners. Echter, de realisatie van nieuwe “topwerklocaties” of bedrijventerreinen moeten hierbij aanvullend en niet concurrerend op het aanbod in Zuidoost Brabant zijn. In het specifiek geldt dit voor het Regionaal Bedrijventerrein Brainport Oost, maar ook voor lokale terreinen. We vragen hier extra behoedzaam in te zijn bij het vervolg. Peelregio De Peelregio neemt voor de thema’s wonen, werken en mobiliteit een belangrijke positie in binnen de MRE regio. Daarbij willen we dat rekening gehouden wordt met natuurlijke en wederzijdse win-win scenario’s. Economie 1.
Wij verzoeken om expliciete afspraken te maken die waarborgen dat werklocaties in Meierijstad, Venlo en Weert complementair zijn aan bestaande locaties binnen de MRE. Ook bij uiteindelijke realisatie zullen afspraken moeten volgen over uitgifte (denk aan fasering, allocatie, grondprijsmethodiek etc.).
2.
Voorgestelde initiatieven, zoals een “topwerklocatie” in Meierijstad, behoeven nader onderzoek. Daarbij willen we dat eerst gekeken wordt naar beschikbare locaties binnen de MRE-regio zelf,
inclusief de mogelijkheid om het Regionaal Bedrijventerrein Brainport Oost in Helmond en Someren als “topwerklocatie” te bestempelen. 3.
Brainport-gerelateerde bedrijven dienen prioriteit te krijgen bij vestiging binnen MRE-gebied voordat bovenregionale locaties worden overwogen.
4. 5.
Foodtech Brainport verdient nadrukkelijke positionering binnen de samenwerkingsagenda. Onderwijskansen buiten de regio zijn waardevol, mits eerst optimaal benut binnen de MRE regio.
6.
Wij ondersteunen versterking van de triple helix-samenwerking, mits wederkerigheid, transparantie en balans in uitvoeringskracht gewaarborgd zijn vanuit Meierijstad, Venlo en Weert.
Mobiliteit 1.
Goederenvervoer, met name over de N279, vereist nadrukkelijke aandacht in samenwerkingsafspraken vanuit de MRE met de gemeenten Meierijstad en Weert, gelet op de strategische ligging van deze verbinding en de verwachte economische uitbreidingen van werklocaties die hierlangs plaatsvinden.
2.
Watertransport is kansrijk vanuit duurzaamheidsperspectief, maar vergt zorgvuldige afstemming met leefbaarheid en doorstroming van de N615, onder andere in Laarbeek.
Wonen 1.
Wij vragen om afstemming van woningbouwopgaven op bredere regionale woonbehoeften en
2.
Binnen de MRE-regio speelt de vraag hoe de woonopgaven beter ‘kwantitatief en kwalitatief’
transparantie over financieringsstromen zoals de Beethoven Deal. kunnen worden afgestemd en ingevuld. Dit impliceert dat de huidige aansluiting niet optimaal is. Verduidelijking is gewenst over dit punt en het mandaat van de MRE inzake woningbouwprogrammering en de daaraan verbonden criteria. Ook vragen de concrete opbrengsten van mogelijke aanpassingen in woonprogrammering om nadere duiding, evenals de rol van de provincie hierin. 3.
Tot slot vinden wij het, gezien de beschikbare mogelijkheden binnen de regio en de recent bekrachtigde bestuurlijke afspraken, op dit moment niet noodzakelijk om aanvullende afspraken te maken over de spreiding van studenten en expats.
Wij vertrouwen erop dat u deze zienswijze meeneemt in de afronding van de afspraken over de bovenregionale samenwerking. Wij zetten ons daarbij graag in voor een constructief vervolg, gericht op het vinden van gezamenlijke oplossingen die de belangen van alle partijen respecteren en versterken. Meer informatie Heeft u nog vragen? Neem dan contact op met mevrouw A. Goossens, mail naar anne.goossens@laarbeek.nl onder vermelding van ons kenmerk van deze brief of bel naar ons algemene nummer (0492) 469 700. Met vriendelijke groet, de raad van de gemeente Laarbeek, burgemeester,
plaatsvervangend grifÏer,
L.A.G.P. van der Aa
J. van den Berg
Metropoolregio Eindhoven t.a.v. het Dagelijks Bestuur Postbus 985 5600 AZ Eindhoven
Behandeld door : M. Stoltenborg Doorkiesnummer : E-mailadres : m.stoltenborg@nuenen.nl Onderwerp : Bovenregionale samenwerking Metropoolregio Eindhoven Verzenddatum : 16 oktober 2025
Jan van Schijnveltlaan 2 Postbus 10.000, 5670 GA Nuenen T (040) 2631 631 www.nuenen.nl
Uw brief van Uw kenmerk Ons kenmerk Bijlage(n)
: : : :
17 juli 2025 1007173894/RLI/WBR 2744093 -
Geachte Bestuur, Wij hebben bovenstaande brief ontvangen waarin u ons gemeentebestuur de gelegenheid geeft om een zienswijze in te dienen over de ontwerpregelingen en concept samenwerkingsagenda’s ten behoeve van de bovenregionale samenwerking tussen de Metropoolregio Eindhoven (MRE) en de gemeenten Meierijstad, Weert en Venlo. Wij waarderen het dat wij deze gelegenheid hebben gekregen en uw bestuur het advies van Raadstafel21 heeft overgenomen. Wij hebben de ontwerpregelingen en concept samenwerkingsagenda’s besproken en besloten om onderstaande zienswijze in te dienen. Ook ons college heeft hiertoe besloten. Deze brief is dan ook mede namens ons college. In de afspraken over mobiliteit, in het bijzonder over het versterken van de onderlinge bereikbaarheid tussen de gemeenten en de MRE-regio, missen wij in de opsomming de ‘bundelroutes’, zoals de A270/N270 (Helmond -Nuenen-Eindhoven) en de N615 (Gemert-Nuenen-Eindhoven). De bundelroutes hebben een cruciale rol bij de afwikkeling van het (noord)oost-west verkeer, vooral daar waar geen spoor- en snelwegen aanwezig zijn. Daarom verzoeken wij om de versterking van de bundelroutes alsnog op te nemen in de samenwerkingsagenda’s. Versterking van deze routes is noodzakelijk voor een goede onderlinge bereikbaarheid en voor het behouden van een gezond leefklimaat door het tegengaan van sluipverkeer.
Daarnaast vragen we aandacht voor het volgende. Gelet op de enorme groei van de regio, is het logisch stap om afspraken te maken over bovenregionale samenwerking met gemeenten buiten de regio. Dit kan de regio helpen om de druk op de grote en snelle ontwikkelingen in de regio te verlichten. Tegelijkertijd kennen we een krappe arbeidsmarkt en is er beperkte (ambtelijke) capaciteit beschikbaar. Deze capaciteit hebben we hard nodig om binnen de MRE-samenwerking tot resultaten te komen. pagina 1 van 2 2723714