Bijlage 5 - Quickscan flora en fauna
Tekst van het document
Quickscan Flora en Fauna Rooiseweg 8 & 8a te Schijndel Toetsing aan natuurwetgeving en -beleid Definitief
Quickscan Flora en Fauna Rooiseweg 8 & 8a te Schijndel
1
colofon
projectnaam Quickscan Flora en Fauna Rooiseweg 8 & 8a te Schijndel datum 8 januari 2025 projectnummer P08069 opdrachtgever By Brekel Projectontwikkeling II B.V. BRO projectleider RBo opgesteld door MvE interne controle RdM bron kaft BRO
Willemsplein 2 5211 AK ’s-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55 info@bro.nl www.bro.nl
Quickscan Flora en Fauna Rooiseweg 8 & 8a te Schijndel
2
Inhoudsopgave 1
2
3
Inleiding
4
1.1
4
Werkwijze quickscan flora en fauna
6
Conclusie 6.1
14
Vervolgtraject en advies
14
6.1.1 6.1.2
14 14
AERIUS-berekening Soortgericht onderzoek
Planbeschrijving
5
2.1 2.2
5 5
7
Samenvatting
15
Toetsing gebiedsbescherming
8
8
Geraadpleegde bronnen
16
3.1 3.2
8 8
Huidige situatie Toekomstige situatie
Wettelijke gebiedsbescherming Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid
4
Toetsing beschermde houtopstanden
9
5
Toetsing soortenbescherming
10
5.1
11
Vogels 5.1.1
5.2
Vleermuizen 5.2.1
5.3
Toetsing Toetsing
Vaatplanten 5.8.1
11
11 12
12 12
12 12
12 12
13
Ongewervelde diersoorten 5.7.1
5.8
Toetsing
Vissen 5.6.1
5.7
Toetsing
Amfibieën 5.5.1
5.6
Toetsing
Reptielen 5.4.1
5.5
Toetsing
Grondgebonden zoogdieren 5.3.1
5.4
Toetsing
Toetsing
5.9 Specifieke zorgplicht 5.10 Invasieve exoten
13
13 13
13 13
13 13
Quickscan Flora en Fauna Rooiseweg 8 & 8a te Schijndel
3
1
Inleiding
Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt dat deze in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid moeten worden uitgevoerd. Ten behoeve van de sloop van de huidige bebouwing en nieuwbouw aan de Rooiseweg 8 en 8a te Schijndel, is door middel van een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan) een beoordeling gemaakt van de mogelijke effecten die het plan kan hebben op beschermde natuurwaarden. Hierdoor wordt duidelijk of het plan in overeenstemming is met de natuurwetgeving. Per 1 januari 2024 is de Wet natuurbescherming opgegaan in de Omgevingswet (Ow). In deze wet vindt men de beschermingsregels voor soortenbescherming en gebiedsbescherming als uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Ook de bescherming van houtopstanden is hierin opgenomen. Daarnaast vindt provinciale gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), welke is uitgewerkt in de respectievelijke omgevingsverordening.
1.1
Werkwijze quickscan flora en fauna
In de quickscan zijn de gevolgen van de ruimtelijke ingreep afgezet tegen potentieel aanwezige natuurwaarden die vanuit de Omgevingswet en provinciaal beleid zijn beschermd. Deze werkwijze vloeit voort uit de brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’ van het Ministerie van Economische Zaken van december 2016. Om een beeld te krijgen van de natuurwaarden is op 19 november 2024 tussen 16.00 – 17.00 uur door een ecoloog van BRO1 een verkennend veldbezoek gebracht aan het plangebied en de directe omgeving hiervan. Het was circa 4°C, half bewolkt, lichte natte sneeuw, met een westenwind van 3 Bft. Tijdens het veldbezoek is gelet op de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten op basis van het aanwezige habitat en nest-/verblijfsmogelijkheden. Daarnaast is aan de hand van NDFF-gegevens, verspreidingsatlassen, soortgerichte literatuur en op basis van ‘expert judgement’ nagegaan welke beschermde planten- en diersoorten er voor kunnen komen binnen en nabij het plangebied en zijn omtrent gebiedsbescherming gegevens van de provincie Noord-Brabant geraadpleegd. Aan de hand van het verkennende onderzoek is vervolgens beoordeeld welke beschermde soorten daadwerkelijk voor (kunnen) komen binnen het plangebied en is er vervolgens een inschatting gemaakt van de effecten van de ruimtelijke ontwikkeling op beschermde natuurwaarden.
1
BRO is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus en heeft als doel kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging. Onze werkzaamheden voeren wij dan ook uit volgens de door het NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, laatst aangevuld 11 februari 2021). De medewerkers binnen de discipline ecologie voldoen aan de door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland genoemde voorwaarden voor ter zake deskundigen op het gebied van ecologisch onderzoek.
Quickscan Flora en Fauna Rooiseweg 8 & 8a te Schijndel
4
2
Planbeschrijving
Het plangebied is gelegen aan de Rooiseweg 8 & 8a, in het zuidoosten van Schijndel. Met name agrarische percelen en infrastructuur omringen het plangebied. In figuur 1 is de topografische ligging van het plangebied weergegeven.
2.1
Huidige situatie
Het plangebied bestaat momenteel uit een boerderij met aangebouwde schuur en twee losstaande schuren. De bebouwing ligt centraal in het plangebied. De boerderij wordt omringd door bomen, tegen de rand van het plangebied aan. Ten noorden van het plangebied, aan de overzijde van ‘Het Hooghekke’ ligt een klein stuk bos dat deel uitmaakt van het NNB. Ten zuiden van het plangebied ligt de structuurweg. Verder ligt er ten oosten landbouwgrond. Figuur 1: Topografische kaart ligging plangebied (1:25.000)
Figuur 2: Luchtfoto plangebied en directe omgeving
In figuur 2 is een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving weergegeven. Figuur 4 geeft de aangebouwde schuur (1) en losstaande schuren (2) binnen het plangebied weer. De figuren 5 t/m 10 geven een impressie van het plangebied, middels foto’s die zijn genomen tijdens het verkennende veldbezoek.
2.2
Toekomstige situatie
Binnen het plangebied zullen de bijgebouwen en losstaande gebouwen naast de boerderij worden gesloopt. Hierna zal nieuwbouw plaatsvinden, waarin verschillende woningtype voorzien zijn. De boerderij zelf zal behouden blijven. Daarnaast zullen ook mogelijk enkele bomen worden gekapt om de verharding langs de noordzijde uit te kunnen breiden. Verder zullen de overige bomen binnen het plangebied behouden blijven. Figuur 3 geeft een beeld van de toekomstige situatie.
Figuur 3: Toekomstige situatie plangebied, 90 graden linksom gedraaid
Quickscan Flora en Fauna Rooiseweg 8 & 8a te Schijndel
5
1
2
Figuur 4: Foto plangebied, met aangebouwde schuur (1) en losstaande schuren (2)
Quickscan Flora en Fauna Rooiseweg 8 & 8a te Schijndel
6
Figuur 5: Zuid aanzicht plangebied
Figuur 6: Zuidoost aanzicht plangebied
Figuur 7: Centraal gelegen schuren binnen het plangebied, zuidelijke kijkrichting
Figuur 8: Centraal gelegen schuur en boerderij, noordelijke kijkrichting
Figuur 9: Noorden plangebied
Figuur 10: Detailfoto gevel aangebouwde schuur
Quickscan Flora en Fauna Rooiseweg 8 & 8a te Schijndel
7
3
Toetsing gebiedsbescherming
Uit vervolgonderzoek met een AERIUS-berekening zijn bij de gebruiksfase
3.1
Wettelijke gebiedsbescherming
voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstof-
De Omgevingswet heeft voor wat betreft gebiedsbescherming betrekking
geen depositieresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Daarmee kunnen op depositie uitgesloten worden.
op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000-gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van projecten en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden middels een voortoets. Projecten en activiteiten die een significant negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningsplichtig (Natura 2000-activiteit). Indien nadelige effecten te verwachten zijn, welke niet significant zijn, geldt de specifieke zorgplicht. In dat geval moeten nadelige gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperkt, of ongedaan gemaakt worden.
3.2
Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid
Conform artikel 7.8 lid 2 Bkl van de Omgevingswet dragen Gedeputeerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. Binnen de provincie Noord-Brabant bestaat het NNN uit
Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, “Kampina & Oisterwijkse Vennen”, bevindt zich op circa 11 kilometer afstand ten oosten van het projectgebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren als toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het plangebied zijn externe effecten als gevolg van aspecten als licht, geluid en trillingen uitgesloten. Gezien de afstand tot het Natura 2000-gebied en de voorgenomen werkzaamheden is een toename aan stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied redelijkerwijs niet aan de orde, waardoor een negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied is uitgesloten. Volledige zekerheid omtrent het aspect stikstof is echter alleen verkrijgbaar middels een berekening in AERIUS Calculator.
het Natuurnetwerk Brabant (NNB) en Ecologische Verbindingszones (EVZ). Daarnaast wordt ook de groenblauwe mantel beleidsmatig beschermd. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied te verbinden. Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen. Het plangebied is niet gelegen binnen het NNB (zie figuur 11). Echter, het dichtstbijzijnde onderdeel van het NNB ligt ongeveer 12 meter ten noorden van het plangebied, aan de andere zijde van ‘t Hooghekke. Areaalverlies van het NNB bij de voorgenomen werkzaamheden zal niet van toepassing zijn, wel zullen er mogelijk negatieve effecten optreden zoals overlast van licht en geluid. Negatieve effecten op de ecologische waarde en kenmerken van het NNB kunnen niet op voorhand worden uitgesloten. Hiervoor dient een NNB effectenanalyse te worden uitgevoerd.
Quickscan Flora en Fauna Rooiseweg 8 & 8a te Schijndel
8
4
Toetsing beschermde houtopstanden
De bescherming van houtopstanden, conform Omgevingswet, heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de bebouwde kom (bebouwingscontour houtkap). Wanneer houtopstanden worden geveld, niet vallende onder artikel 11.111, lid 2 Bal, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie (artikel 11.126 Bal). Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, verplicht artikel 11.129 Bal om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw aan te planten. Er geldt een algehele vrijstelling van de herplantplicht voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. Onder de Omgevingswet geldt een specifieke zorgplicht voor houtopstanden (artikel 11.116 Bal). Indien natuurbescherming, instandhouding bosareaal of bescherming landschappelijke waarden in het geding komt, geldt een verplichting om nadelige gevolgen te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken, of achterwege te laten. De bomen ten noorden van het plangebied, gelegen aan de ‘het Hooghekke’ maken deel uit van een structuurvlak die voldoet aan de criteria in de Bomenverordering 2023 Gemeente Meijerstad.
Daarvoor geldt, volgens Artikel 3, lid 3 van de bovengenoemde verordening, dat voor het kappen, aantasten of rooien van deze bomen een omgevingsvergunning dient te worden aangevraagd. Houtopstanden binnen het plangebied maken geen deel uit van de criteria van de bovengenoemde Bomenverordening, en zijn daarmee niet vergunningsplichtig.
Figuur 11: Ligging NNB (groen) ten opzichte van perceel plangebied (rood omlijnd)
Quickscan Flora en Fauna Rooiseweg 8 & 8a te Schijndel
9
5
Toetsing soortenbescherming
Conform de Omgevingswet is een flora- en fauna-activiteit een ‘activiteit met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten’. Dit heeft betrekking op vrijwel alle ruimtelijke activiteiten, en hiervoor
De Ow regelt dat de provincie bevoegd gezag is en de lijst met te bescher-
Bal) met een lichte toets verleend. Voor de vogels en Europees be-
men soorten kan afstemmen op de situatie in de provincie. De soortbe-
schermde soorten geldt een zware toetsing. Het verschil binnen provincies
scherming kan hierdoor per provincie verschillen. In het algemeen gelden
zit vooral in het aantal nationaal beschermde soorten met een vrijstelling
voor alle drie de categorieën de activiteiten met schadelijke gevolgen. Een
bij onder meer ruimtelijke ontwikkelingen. Zo zijn, in tegenstelling tot een
ontheffing hierop wordt voor de Nationaal beschermde soorten (art. 11.54
aantal andere provincies, de kleine marterachtigen (wezel, hermelijn en bunzing) binnen de provincie Noord-Brabant niet vrijgesteld.
geldt de specifieke zorgplicht (art. 11.27 Bal). Er geldt een vergunningsplicht wanneer schadelijke handelingen worden uitgevoerd zoals beschre-
Tabel 1: Verbodsbepalingen per categorie beschermde soorten
ven in paragrafen 11.2.2 t/m 11.2.5 Bal. In tabel 1 staan de belangrijkste schadelijke handelingen uitgewerkt.
Vogels (Art. 11.37 Bal)
Europees beschermde soorten
Nationaal beschermde soorten
(Art. 11.46 Bal)
(Art. 11.54 Bal)
De Ow heeft, voor wat betreft soortenbescherming, betrekking op alle in
Art. 11.37 lid 1 onderdeel a Bal
Art. 11.46 lid 1 onderdeel a Bal
Art. 11.54 lid 1 onderdeel a Bal
Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en
Het is verboden in het wild levende vogels op-
Het is verboden soorten in hun natuurlijke ver-
Het is verboden soorten opzettelijk te doden of
amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders, enkele bijzondere en
zettelijk te doden of te vangen
spreidingsgebied opzettelijk te doden of te van-
te vangen
min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten. De beschermde soorten zijn ingedeeld in drie categorieën:
gen Art. 11.37 lid 1 onderdeel b Bal
Art. 11.46 lid 1 onderdeel d Bal
Art. 11.54 lid 1 onderdeel b Bal
Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen
Het is verboden de voortplantingsplaatsen of
Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen
en eieren van vogels te vernielen of te bescha-
rustplaatsen van dieren te beschadigen of te
of rustplaatsen van dieren opzettelijk te bescha-
digen, of nesten van vogels weg te nemen
vernielen
digen of te vernielen
Art. 11.37 lid 1 onderdeel c Bal
Art. 11.46 lid 1 onderdeel c Bal
-
Beschermde soorten vanuit nationaal oogpunt betreffen soorten uit ‘bijlage
Het is verboden eieren te rapen en deze onder
Het is verboden eieren van dieren in de natuur
A en B’ van de Ow (Bijlage IX onder A en B Bal). Beschermde soorten
zich te hebben
opzettelijk te vernielen of te rapen
vanuit Europees oogpunt betreffen soorten uit Bijlage IV van de Habitat-
Art. 11.37 lid 1 onderdeel d en lid 3 Bal
Art. 11.46 lid 1 onderdeel b Bal
richtlijn, de soorten uit Bijlage 1 en 2 Verdrag van Bern, en Bijlage 1 Ver-
Het is verboden vogels opzettelijk te storen, ten-
Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren
drag van Bonn, en alle in Europa inheemse vogels (Vogelrichtlijn). De drie
zij de storing niet van wezenlijke invloed is op
beschermingsregimes kennen elk hun eigen vergunningsplichtige activitei-
de staat van instandhouding van de desbetref-
ten. De regels voor vogels en overige Europese soorten zijn letterlijk over-
fende vogelsoort
Vogels (artikel 11.37 Bal)
Europees beschermde soorten (artikel 11.46 Bal)
Nationaal beschermde soorten (artikel 11.54 Bal)
-
genomen uit respectievelijk de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Voor de andere, ‘nationaal’ beschermde soorten gelden regels die geïnspireerd
-
zijn op de Habitatrichtlijn, maar in sommige opzichten minder streng zijn. In tabel 1 zijn de vergunningsplichtige activiteiten per regime weergegeven.
Quickscan Flora en Fauna Rooiseweg 8 & 8a te Schijndel
Art. 11.46 lid 1 onderdeel e Bal
Art. 11.54 lid 1 onderdeel c Bal
Het is verboden plantensoorten in hun natuur-
Het is verboden plantensoorten in hun natuur-
lijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken
lijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken
en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen
en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen
of te vernielen
of te vernielen
10
Onder de Omgevingswet is een specifieke zorgplicht opgenomen voor alle
De boerderij heeft een zadeldak belegd met dakpannen, waardoor er
Verder zal bij de voorgenomen plannen geen werkzaamheden aan het
‘flora- en fauna-activiteiten’ (11.27 Bal). Hierin wordt gesteld dat nadelige
ruimtes tussen het dak en dakbeschot aanwezig zijn. Deze ruimten zijn via
dak van de boerderij worden uitgevoerd. De sloop van de schuren binnen
gevolgen zoveel mogelijk worden voorkomen, beperkt of ongedaan ge-
de dakrand toegankelijk. Hierdoor kunnen broedlocaties van soorten als
het plangebied bevatten geen geschikte nestlocaties voor soorten met een
maakt. Dit geldt voor alle beschermde soorten, alsmede soorten van de
huismus en gierzwaluw niet worden uitgesloten. Echter wordt er aan de
jaarrond beschermde nest. Bij uitvoering van de plannen gaan er daarom
rode lijsten, en voor die soorten belangrijke leefgebieden of natuurlijke ha-
boerderij niets veranderd. De aangebouwde schuur tegen de boerderij en
geen nestlocaties van soorten met een jaarrond beschermde status verlo-
bitats. Voor deze soorten wordt vastgesteld of nadelige gevolgen kunnen
de losstaande schuren, bevatten een schuin dak, gemaakt van golfplaten
ren. Bij de werkzaamheden kunnen wel nesten verloren gaan die niet jaar-
worden uitgesloten. Is dit niet mogelijk, dan dienen preventieve maatrege-
zonder dakbeschot, overige gaten zijn gedicht met pur. Hierdoor kunnen
rond zijn beschermd. Voor de betreffende vogelsoorten geldt dat, indien
len te worden getroffen om nadelige gevolgen te voorkomen.
broedlocaties van de bovengenoemde soorten worden uitgesloten binnen
het verwijderen van het opgaand groen buiten het broedseizoen wordt uit-
deze bebouwing. Tussen de steunbalken is geen (oud) nestmateriaal aan-
gevoerd, er redelijkerwijs geen overtredingen plaats zullen vinden met be-
getroffen.
trekking tot broedvogels. In de wetteksten wordt geen vaste periode ge-
Komen soorten van de hierboven genoemde beschermingsregimes voor, dan is de eerste vraag of de voorgenomen activiteit effecten heeft op de
hanteerd voor het broedseizoen. Globaal kan voor het broedseizoen de
beschermde soorten. Treden er effecten op, dan dient er gekeken te wor-
Volgens de gegevens van NDFF komt de steenuil voor in de directe om-
periode maart tot half augustus worden aangehouden. Geldend is echter
den of er (provinciale) vrijstelling verleend kan worden (al dan niet door te
geving van het plangebied. Gezien de aanwezigheid van verschillende
de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen. Bij
werken volgens een goedgekeurde gedragscode), of dat er een alterna-
groenstructuren in en rond het plangebied, uitloopweiden en overhoekjes,
twijfel over de aan/afwezigheid van een vervroegd of verlaat broedgeval
tieve oplossing mogelijk is waardoor er geen negatief effect kan plaatsvin-
biedt het plangebied geschikt leefgebied voor de steenuil. Hoewel er geen
(bijvoorbeeld van een houtduif) dient een controle hieromtrent zekerheid te
den. Indien dit niet mogelijk is, zal een omgevingsvergunning voor een
nestkast voor deze soort is waargenomen tijdens het veldbezoek, kan er
bieden. De voorgenomen plannen zullen geen afname van essentieel
flora- en fauna-activiteit met schadelijke handelingen aangevraagd moeten
niet worden uitgesloten dat het plangebied onderdeel uitmaakt van een
broedhabitat veroorzaken van een vogelsoort, inbreuk op de gunstige
worden op basis van een geldig wettelijk belang, waarbij de gunstige staat
territorium van een individu.
staat van instandhouding van lokale populaties is dan ook uitgesloten.
In de opgaande beplanting binnen en rond het plangebied bevinden zich
5.2
tevens geen jaarrond beschermde nesten van vogels als buizerd, sperwer,
Volgens de NDFF en verspreidingsgegevens van de Zoogdiervereniging is
van instandhouding van beschermde soorten niet in het geding komt. De vergunning kan dan onder voorwaarden worden verleend.
5.1
Vogels
Vleermuizen
havik en ransuil. Wel kunnen mogelijk “algemene” soorten als merel, rood-
het plangebied gelegen in een deel van Nederland waar de volgende
Conform de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland wordt onderscheid
borst, heggenmus, zwartkop, winterkoning, grasmus, tjiftjaf en houtduif tot
vleermuissoorten kunnen voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige
gemaakt in verschillende categorieën vogelnesten. Van de meeste vogel-
broeden komen in het opgaand groen en/of op en binnen bebouwing bin-
dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis,
soorten zijn de nesten uitsluitend beschermd wanneer deze tijdens de
nen het plangebied.
meervleermuis en watervleermuis.
nieuwe nesten maken. Van een aantal soorten roofvogels en uilen, kolo-
5.1.1
De boerderij bevat op meerdere plekken open stootvoegen en ruimtes tus-
niebroeders en gebouw bewonende vogelsoorten (‘categorie 1-4 soorten’)
Binnen het plangebied is geschikt leefgebied voor de steenuil aanwezig, in
sen het dak en dakbeschot. Echter, voor de boerderij geldt dat er geen
zijn de nesten en de functionele leefomgeving jaarrond beschermend. Ten
de vorm van struwelen en dierenweides. Bij het bouwrijp maken van het
werkzaamheden aan de boerderij zal worden uitgevoerd, waardoor deze
slotte is er een categorie nesten van vogelsoorten die weliswaar vaak te-
plangebied bestaat de kans dat er leefgebied en nestgelegenheid verloren
buiten beschouwing kan worden gehouden. Ook de aangebouwde schuur
rugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed, maar
gaat. Hiervoor moet er vervolgonderzoek plaatsvinden om de aanwezig-
heeft een buitenmuur die niet volledig doorloopt tot aan het dak, de bin-
die over voldoende flexibiliteit beschikken om, als die broedplaats verloren
heid van territoria van steenuil te onderzoeken. Aan de hand hiervan kan
nenmuur die ertegen aan is gemetseld loopt hoger door. Echter, de op-
is gegaan, zich elders te vestigen (‘categorie 5-soorten’).
bepaald worden of (delen van) het plangebied als essentieel leefgebied
drachtgever geeft aan dat de spouw volledig is gevuld met isolatiemateri-
voor deze soort dienen.
aal. Wat betekend dat er geen ruimte is voor vleermuizen. Ook dient ten
broed- en nestperiode in gebruik zijn. Het gaat om soorten die jaarlijks
Quickscan Flora en Fauna Rooiseweg 8 & 8a te Schijndel
Toetsing
11
alle tijden een minimale afstand te worden behouden, tussen nieuwbouw
geergebied voor deze soorten. Daarbij geldt voor al deze soorten een pro-
wel aan te tonen. In het kader van de zorgplicht is het verder wel noodza-
en bestaande bouw van ten minste 3m, in verband met mogelijke rust- of
vinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. In het kader van de zorg-
kelijk om voldoende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige indivi-
verblijfplaats (ook bij de boerderij). De schuur die losstaat binnen het plan-
plicht is het echter wel noodzakelijk om tijdens de werkzaamheden vol-
duen.
gebied heeft een dak gemaakt van golfplaten zonder dakbeschot en geen
doende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen, met name
spouwmuur, waardoor hier de aanwezigheid van gebouwbewonende
een relatief trage soort als de egel die onder dichte beplanting verscholen
5.4
vleermuissoorten kan worden uitgesloten.
kan zitten. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te
Volgens de NDFF en verspreidingsgegevens van RAVON zijn in de omge-
worden om het doden van individuen te voorkomen. Dieren moeten de ge-
ving van het plangebied waarnemingen bekend van de hazelworm, le-
De bomen binnen het plangebied bevatten geen holten, kieren of loshan-
legenheid krijgen om het werkgebied zelfstandig en veilig te kunnen verla-
vendbarende hagedis en muurhagedis. De waarnemingen hebben betrek-
gede stukken schors, waardoor de aanwezigheid van een rust-of verblijf-
ten. Indien noodzakelijk dienen soorten zorgvuldig te worden verplaatst
king op de natuurgebieden in de omgeving, de levendbarende hagedis is
plaats van een boombewonende vleermuissoort kan worden uitgesloten.
naar buiten het werkgebied.
namelijk de doelsoort van EVZ Duitse lijntje. Het plangebied zelf en de directe omgeving biedt geen geschikt habitat voor deze soorten. Het voorko-
De bomen binnen het plangebied maken wel deel uit van potentieel (essentiele) vliegroutes, gezien de lijnvormige landschapselementen. Verder
Volgens de NDFF komen in de omgeving van het plangebied ook de niet
dient ten aanzien van vleermuizen licht gericht of uitstralend op opgaand
vrijgestelde soorten bunzing, wezel, boommarter, steenmarter, eekhoorn,
groen te worden vermeden, zowel tijdens de werkzaamheden als in de
das, bever, damhert, en wolf voor. Het opgaand groen binnen het plange-
toekomstige situatie.
bied zorgt voor voldoende foerageergebied en schuilmogelijkheden voor de kleine marterachtigen. De aanwezige NNB biedt op dit moment genoeg
5.2.1
Toetsing
alternatief leefgebied voor de kleine marterachtigen, maar dit zal in de re-
Bij de uitvoering van de plannen gaan er geen nest- of verblijfplaatsen van
cente toekomst verwijderd worden, waardoor het plangebied (essentieel)
een vleermuissoort verloren. Er is bij uitvoering van de plannen geen
leefgebied betreft. Van de boom- en steenmarter zijn geen sporen, zoals
sprake van een schadelijke handeling, en het treffen van maatregelen en
uitwerpselen of prooiresten, aangetroffen die duiden op de aanwezigheid
een omgevingsvergunning is hier dan ook niet aan de orde.
van deze soort binnen het plangebied. Binnen het plangebied zijn tevens geen nesten of sporen van de eekhoorn aangetroffen dan wel burchten,
Daarnaast dienen de bomenrijen mogelijk als vliegroute voor vleermuizen.
loop- of eetsporen, latrines of wissels die duiden op de aanwezigheid en/of
Indien er bomen gekapt worden waarbij een opening groter dan 8 meter
het gebruik van het plangebied door de das. De aanwezigheid van andere
tussen de boomkronen ontstaat, kan deze zijn functionaliteit verliezen. In
strenger beschermde grondgebonden zoogdiersoorten zijn op basis van
dit geval dient er eerst een vervolgonderzoek plaats te vinden naar het ge-
de verspreidingsgegevens en/of het ontbreken van geschikt habitat even-
bruik van de bomenrij als vliegroute voor vleermuizen.
eens redelijkerwijs uitgesloten.
5.3
5.3.1
Grondgebonden zoogdieren
Toetsing
Het plangebied vormt matig geschikt habitat voor grondgebonden zoog-
Met de ontwikkeling binnen het plangebied gaan er mogelijke verblijfplaat-
dieren. Soorten als egel en huisspitsmuis kunnen in het plangebied wor-
sen en/of leefgebied verloren van de kleine marterachtigen. Vervolgonder-
den waargenomen. Door de aanwezigheid van voldoende alternatief foe-
Reptielen
zoek naar de bunzing en wezel dient te aanwezigheid uit te sluiten, dan
rageergebied betreft de ontwikkeling geen afname van essentieel foera-
men ervan binnen het plangebied is daarmee dan ook uitgesloten. 5.4.1
Toetsing
Negatieve effecten en schadelijke handelingen ten aanzien van reptielen zijn op voorhand uitgesloten.
5.5
Amfibieën
In de omgeving van het plangebied zijn algemene soorten bekend als bruine kikker, gewone pad, bastaardkikker en kleine watersalamander. Volgens de NDFF zijn in de omgeving van het plangebied ook waarnemingen van de niet vrijgestelde alpenwatersalamander, boomkikker en kamsalamander bekend. Het oppervlaktewater binnen het plangebied is in de vorm van een afwateringsloot, waardoor de aanwezigheid van voldoende water erg fluctueert, waardoor dit water geen geschikt voorplantingswater betreft voor deze soorten. De aanwezigheid van de meeste van deze soorten binnen het plangebied redelijkerwijs is uitgesloten. Met betrekking tot een incidenteel passerend individu van een algemene (vrijgestelde) soort is enkel de zorgplicht van toepassing. 5.5.1
Toetsing
De voorgenomen plannen zullen geen afname van geschikt essentieel habitat van een amfibieënsoort veroorzaken, inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van populaties en potentiële schadelijke handelingen
Quickscan Flora en Fauna Rooiseweg 8 & 8a te Schijndel
12
zijn dan ook uitgesloten. In het kader van de algemene zorgplicht is het
ruw parelzaad en wilde ridderspoor. Deze soorten stellen echter zeer spe-
enkele soorten een nationaal handelsverbod, waaronder drie soorten Azi-
wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor eventueel passerende
cifieke eisen aan hun standplaatsen. Gezien het aanwezige biotoop van
atische duizendknopen. Deze mogen niet worden verhandeld of vervoerd.
individuen.
het plangebied is de aanwezigheid van dergelijk beschermde vaatplanten
Dit geldt ook voor grond waarin resten of zaden van duizendknoop in aan-
redelijkerwijs uitgesloten.
wezig zijn. Er geldt enkel een uitzondering ten behoeve van het uitroeien,
5.6
bestrijden of beheersen van de duizendknopen.
Vissen
5.8.1
Toetsing
Het aanwezig oppervlaktewater binnen het plangebied biedt geen geschikt
Negatieve effecten en schadelijke handelingen ten aanzien van be-
In de directe omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van
habitat voor beschermde vissoorten, hiermee kan deze soortgroep buiten
schermde vaatplanten zijn op voorhand uitgesloten.
de nijlgans, zonnebaars, Aziatische hoornaar, gevlekte Amerikaanse ri-
beschouwing worden gelaten
5.9 5.6.1
Toetsing
Specifieke zorgplicht
Behalve de genoemde soorten geldt een bescherming onder de specifieke
Negatieve effecten en schadelijke handelingen ten aanzien van be-
zorgplicht voor soorten van de rode lijst. Dit zijn circa 4.300 soorten. In de
schermde vissen zijn op voorhand uitgesloten.
NDFF zijn geen waarnemingen bekend van rode lijst-soorten binnen het
5.7
Ongewervelde diersoorten
vierkreeft, grote waternavel en parelvederkruid. Binnen het plangebied zijn echter geen waarnemingen van deze soorten gedaan tijdens het veldbezoek.
plangebied.
Volgens de NDFF zijn in de ruime omgeving van het plangebied waarne-
Het plangebied bestaat uit een boerderij met twee schuren en opgaand
mingen bekend van grote vos, grote weerschijnvlinder, iepenpage, kleine
groen. De kans op aanwezigheid van/ negatieve effecten op soorten van
ijsvogelvlinder, teunisbloempijlstaart, bosbeekjuffer en vermiljoenkever. Al
de rode lijst is daarmee zeer laag. Een overtreding met betrekking tot de
deze soorten stellen echter zeer specifieke eisen aan hun habitat, die in
specifieke zorgplicht is daarmee niet aan de orde, mits algemene zorg-
het plangebied niet aanwezig zijn. Aanwezigheid van de overige be-
plichtmaatregelen worden genomen om het doden en verwonden van indi-
schermde libellen en vlinders is vanwege de verspreiding en/of aanwezig
viduen te voorkomen.
habitat uitgesloten. Aantasting van (deel)populaties van een beschermde libellen- of vlindersoort is met zekerheid niet aan de orde. De aanwezig-
Wel zijn er in de directe omgeving van het plangebied volgens NDFF soor-
heid van de overige beschermde ongewervelde soorten, zoals vliegend
ten bekend als bont zandoogje, klein koolwitje, bruinrode heidelibel en se-
hert, Europese rivierkreeft en platte schijfhoren, is eveneens uitgesloten.
grijnslak.
Binnen het plangebied en in de omgeving is hiervoor geen geschikt habitat
5.10
aanwezig.
Invasieve exoten
Enkele soorten binnen Nederland mogen niet worden verhandeld of ver5.7.1
Toetsing
voerd, of moeten actief worden geweerd. Voor soorten op de zogenoemde
Negatieve effecten en schadelijke handelingen ten aanzien van be-
Unielijst (EU-exotenverordening) geldt een verbod op bezit, handel,
schermde ongewervelde soorten zijn op voorhand uitgesloten.
kweek, transport en import van een aantal schadelijke exotische planten
5.8
Vaatplanten
In de directe omgeving van het plangebied zijn volgens de NDFF be-
en dieren. Voor lidstaten geldt de plicht om in de natuur aanwezige populaties op te sporen en te verwijderen. Per soort zijn doelen en acties omschreven (Onderbouwing strategie Unielijstsoorten). Daarnaast geldt voor
schermde soorten bekend als kartuizer anjer, kluwenklokje, knolspirea,
Quickscan Flora en Fauna Rooiseweg 8 & 8a te Schijndel
13
6
Conclusie
Gelet op de potentiële ecologische waarden kan het voorgenomen plan alleen in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid worden uitgevoerd, mits voorafgaand en tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden onderstaande in acht wordt genomen:
Een AERIUS-berekening dient de toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden door de werkzaamheden te berekenen;
Een NNB effectenanalyse dient te worden uitgevoerd om eventuele negatieve effecten in kaart te brengen en te compenseren;
Het plangebied biedt potentieel leefgebied voor steenuil. Vervolgonderzoek gedurende het juiste seizoen dient uitsluitsel te geven of het plangebied tot het territorium van een steenuil behoort;
Vervolgonderzoek naar kleine marterachtigen dient de aanwezigheid van deze soorten aan te tonen dan wel uit te sluiten;
Ten aanzien van vleermuizen dient licht gericht of uitstralend op opgaand groen te worden vermeden tijdens de bouwfase en in de toekomst;
Met betrekking tot mogelijke verblijfplaatsen van vleermuizen in de boerderij, dient nieuwbouw op minimaal 3 meter afstand te worden gerealiseerd;
Ten aanzien van broedvogels dient, om schadelijke handelingen op voorhand redelijkerwijs te voorkomen, het verwijderen van nestgelegenheid buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd, of een controle moet de aanwezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten;
In het kader van de zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen.
6.1
Vervolgtraject en advies
een flora- en fauna-activiteit met schadelijke handeling. Daarom zal mid-
6.1.1
AERIUS-berekening
dels soortgericht vervolgonderzoek eerst inzichtelijk moeten worden of in
Om op voorhand negatieve effecten op Natura-2000 gebieden vanwege
de huidige situatie verblijfplaatsen aanwezig zijn van de betreffende
stikstofdepositie uit te sluiten kan een AERIUS-berekening uitgevoerd wor-
soort(groep)en. Vervolgonderzoek naar steenuil loopt het hele jaar, maar
den. Als uit deze berekeningen blijkt dat bij de aanleg- en gebruiksfase
is het meeste geschikt van half februari tot half april. Voor de kleine mar-
niet meer dan 0,00 mol/ha/j aan depositie plaatsvindt op stikstofgevoelige
terachtigen loopt het onderzoek van juni tot half november.
habitatten, kunnen negatieve effecten uitgesloten worden en is voor het aspect stikstofdepositie geen aparte vergunning benodigd. Als uit de bere-
Voor het verwijderen van aanwezige verblijfplaatsen dient een omgevings-
kening een resultaat komt boven 0,00 dienen vervolgstappen ondernomen
vergunning te worden aangevraagd bij de betreffende provincie of omge-
te worden.
vingsdienst, in dit geval de Omgevingsdienst Brabant-Noord (ODBN). Een aanvraag dient te worden onderbouwd met een activiteitenplan waar juridi-
Om een AERIUS-berekening uit te voeren zijn verschillende gegevens no-
sche en ecologische aspecten als de specifieke maatregelen en werk-
dig voor de aanlegfase en gebruiksfase. Voor de aanlegfase is het van be-
zaamheden, de gunstige staat van instandhouding, het wettelijk belang,
lang dat in beeld wordt gebracht welke (mobiele) werktuigen (hijskraan,
een alternatievenafweging en de planning in zijn opgenomen. Na het ver-
graafmachine etc.) er gebruikt gaan worden, want bij de verbranding van
krijgen van de vergunning kunnen de werkzaamheden ter plaatse van de
fossiele brandstoffen komt stikstof vrij, de totale gebruiksduur van deze
aangetroffen verblijfplaats worden uitgevoerd, mits aan alle voorwaarden
werktuigen, het bouwjaar van de werktuigen is en het vermogen (kW).
uit de vergunning wordt voldaan en de gevoelige periodes worden ontzien.
Daarnaast dienen het aantal verwachte verkeersbewegingen in de aanleg-
De ODBN neemt normaliter binnen 8 weken een besluit over de aanvraag.
fase (vrachtwagens die materiaal aan- en afvoeren, busjes, personen-
Indien nodig kan dit termijn met 6 weken worden verlengd.
auto’s, enz.) ook meegenomen te worden. Als het gebouw gasgestookt wordt, is informatie nodig over de stikstofemissie die jaarlijks vrijkomt vanwege de verwarming en het overige gasverbruik tijdens de gebruiksfase. Als het gebouw gasloos is hoeft alleen gekeken te worden naar de verkeersgeneratie. Dat zijn alle vervoersbewegingen die samenhangen met het gebruik van het nieuwe gebouw. Er dient aangegeven te worden of het gaat om lichte voertuigen (personenauto’s en kleine busjes), middelzware vervoersbewegingen (kleine vrachtwagens) of zware vervoersbewegingen (grote vrachtwagens). 6.1.2
Soortgericht onderzoek
Het plangebied biedt (essentieel) leefgebied en verblijf- en/of rustplaatsen voor de kleine marterachtigen en steenuil. De werkzaamheden betreffen
Quickscan Flora en Fauna Rooiseweg 8 & 8a te Schijndel
14
7
Samenvatting
Tabel 2: Overzicht effecten met betrekking tot gebiedsbescherming en te nemen vervolgstappen
In onderstaande tabel is samengevat of de voorgenomen ontwikkeling ne-
Gebiedsbescherming
Afstand tot gebied
Sprake van aantasting
Vervolgtraject
Bijzonderheden / opmerkingen
Natura 2000
Ca. 11 km
Mogelijk
AERIUS-berekening
Uitvoering mogelijk indien
gatieve effecten kan hebben op beschermde soorten en/of gebieden, en wat de eventuele vervolgstappen zijn, zoals soortgericht nader onderzoek of een omgevingsvergunning. In de tabel is tevens weergegeven of maat-
uitkomst onder 0,00
regelen noodzakelijk zijn om flora- en fauna-activiteiten met schadelijke
mol/ha/j
handeling voor bepaalde soortgroepen te voorkomen.
Natuurnetwerk Nederland
Ca. 12 m
Mogelijk
NNB effectenanalyse uitvoeren
Houtopstanden
-
Nee
-
Niet van toepassing
Tabel 3: Overzicht (potentiële) aanwezigheid beschermde soorten en te nemen vervolgstappen
Soortgroep Broedvogels
Algemeen
Jaarrond beschermd
Potentieel aanwezig
Sprake van schadelijke handeling
Vervolgtraject / maatregelen
Bijzonderheden / opmerkingen
Ja
Te voorkomen
Plangebied buiten broedseizoen bouwrijp maken of
Globale broedseizoen loopt van maart tot half augus-
controle vooraf
tus
Vervolgonderzoek naar de aanwezigheid van steenuil
Bij aanwezigheid is voor de werkzaamheden een om-
Ja
Ja
gevingsvergunning nodig Vleermuizen
Verblijfplaatsen
Nee
Nee
-
-
Foerageerhabitat
Nee
Nee
-
-
Vliegroutes
Ja
Te voorkomen
Bij verwijderen houtsopstanden mag er geen ruimte
Wanneer het blijkt te gaan om vliegroutes die onder-
van meer dan 8 meter tussen de boomkronen ont-
broken dienen te worden is een omgevingsvergunning
staan. Wanneer dit wel nodig is, dient vervolgonder-
nodig.
zoek plaats te vinden. Grondgebonden zoogdieren
Ja
Te voorkomen
Vervolgonderzoek naar de aanwezigheid van bunzing
Bij aanwezigheid is voor de werkzaamheden een
en wezel
omgevingsvergunning nodig
Reptielen
Nee
Nee
-
-
Amfibieën
Ja
Te voorkomen
Zorgplicht afdoende
Heeft betrekking op een soort als de gewone pad
Vissen
Nee
Nee
-
-
Ongewervelden
Nee
Nee
-
-
Nee
Nee
-
-
Vaatplanten
Quickscan Flora en Fauna Rooiseweg 8 & 8a te Schijndel
15
8
Geraadpleegde bronnen
Algemene Literatuur Diepenbeek, A. 2021. Veldgids Dierensporen Europa. Tweede druk, KNNV Uitgeverij Zeist. Dietz C., O. von Helversen & D. Nill 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. De Fontein/Tirion Uitgevers, Utrecht. Limpens, H., J. Regelink & R. Koelman 2010. Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Nijmegen. Ministerie van Economische Zaken 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Lees hier wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. Versie 1.3, december 2016. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag. SOVON Vogelonderzoek Nederland 2019. Vogelatlas van Nederland. Broedvogels, wintervogels en 40 jaar verandering. Zesde druk, Kosmos Uitgevers, Utrecht/Antwerpen. Van Hoof, P & R, Creemers, 2023. Fotoveldgids amfibieën. alle soorten en stadia in beeld.1e Druk, Stichting RAVON, Nijmegen. https://www.ndff.nl/, Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Geraadpleegd op 18 november 2024
https://www.zoogdiervereniging.nl/ (soortgegevens zoogdieren)
Provinciale bronnen Bouwens, S. 2017. Handreiking Kleine Marters in relatie tot Soortbescherming. Provincie Noord-Brabant https://www.brabant.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/natuurnetwerk-brabant-(nnb) (NNN en beschermde gebieden in Noord-Brabant) https://www.dassenwerkgroepbrabant.nl/ (gegevens das in Noord-Brabant) https://noord-brabant.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=b6414403ef5e4e9aa8875a7c366209c6 (grenzen beschermde gebieden)
Algemene websites https://www.bij12.nl/ (kennisdocumenten van o.a. huismus, gierzwaluw en diverse vleermuissoorten) https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/informatieproductennatuur/informatiekaart-natuur/ (informatiekaart natuur (IKN)) https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/informatieproductennatuur/beschermde-soortenindicator-besi/ (beschermde soortenindicator (BeSI) https://www.eis-nederland.nl/ (soortgegevens ongewervelden) https://www.floron.nl/ (soortgegevens planten) https://www.ravon.nl/ (soortgegevens amfibieën, reptielen en vissen) https://sovon.nl/ (soortgegevens vogels) https://www.natura2000.nl/gebieden (Natura 2000-gebieden) https://www.verspreidingsatlas.nl/vaatplanten (verspreidingsgegevens planten) https://www.vlinderstichting.nl/ (soortgegevens vlinders en libellen) https://iplo.nl/regelgeving/omgevingswet/geconsolideerde-teksten-omgevingswet/ (wettekst Omgevingswet)
Quickscan Flora en Fauna Rooiseweg 8 & 8a te Schijndel
16
Amsterdam Nachtwachtlaan 20 1058 EA Amsterdam +31 (0)20 506 19 99
’s-Hertogenbosch Willemsplein 2 5211 AK 's-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55
Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info@bro.nl www.bro.nl Quickscan Flora en Fauna Rooiseweg 8 & 8a te Schijndel
17