CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5.2 - Rapport vervolgonderzoek flora en fauna

Raadsvergadering 11 december 2025, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Afgifte positief advies voor voornemen tot verlening omgevingsvergunning voor woningbouwontwikkeling ter plaatse van Rooiseweg 8 in Schijndel2.791 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rooiseweg 8/8a te Schijndel Rapport vervolgonderzoek flora en fauna

Status: Definitief | Datum: 11-08-2025 | Kenmerk: BO-25008849

Colofon Opdrachtgever

By Brekel Projectontwikkeling II B.V. Postbus 5071 5201 GB 's-Hertogenbosch

Datum

11-08-2025

Projectnummer

P08069

Ondertekenaar

Renske Boelens renske.boelens@movares.nl

Projectteam

RBo, KPe, MvdS, RdM

Bron kaft

RdM

Review

MvdS

Kenmerk

BO-25008849

BO-25008849 / Proj.nr. P08069 / Definitief / 11-08-2025

2

Inhoudsopgave Colofon

2

1

Inleiding

4

1.1 1.2

4 4

2

3

4

5

Aanleiding Doel

Planbeschrijving

5

2.1 2.2

5 5

Huidige situatie Toekomstige situatie

Werkwijze

6

3.1 3.2

6 7

Steenuil Marterachtigen

Resultaten

8

4.1 4.2 4.3

8 8 8

Steenuil Marterachtigen Overige soorten

Effectenbeoordeling en toetsing

9

5.1 5.2 5.3

9 9 9

Steenuil Marterachtigen Overige soorten

6

Conclusie

10

7

Bronnen

11

8

Verklarende Woordenlijst

12

BO-25008849 / Proj.nr. P08069 / Definitief / 11-08-2025

3

1

Inleiding

1.1 Aanleiding Initiatiefnemer is voornemens om de aanwezige bijgebouwen te slopen en hiervoor in de plaats nieuwbouw te realiseren. Middels een verkennend natuurwaardenonderzoek (quickscan), uitgevoerd door Movares l BRO Adviseurs B.V. 1, is vastgesteld dat het plangebied geschikt leefgebied biedt voor de steenuil en de bunzing, wezel en steenmarter. Naar aanleiding hiervan is steenuil- en marteronderzoek uitgevoerd in het seizoen van 2025, om leefgebied vast te stellen dan wel met voldoende zekerheid uit te sluiten. In dit rapport worden de resultaten van dit nader onderzoek gepresenteerd. 1.2 Doel Dit onderzoek zal antwoord geven op de volgende vragen:  Zijn er nesten of leefgebied van steenuil aanwezig binnen het plangebied?  Zijn wezel, bunzing of steenmarter aanwezig binnen het plangebied?  Leiden de werkzaamheden tot verlies of verstoring van nest- en/of verblijfplaatsen of essentieel leefgebied?  Leiden de werkzaamheden tot vergunningsplichtige flora- en fauna-activiteiten uit de Omgevingswet en is een vergunningsaanvraag noodzakelijk?

1

Indien bij aanwezigheid van beschermde soorten het treffen van maatregelen noodzakelijk is, omdat de huidige leefgebied komt te vervallen/wordt verstoord, dan zullen deze (ten behoeve van een vergunningsaanvraag) voldoende moeten worden onderbouwd middels een separaat activiteitenplan. Hierbij moet vast komen te staan dat de functies die het plangebied heeft voor de soort(en) behouden blijven. Ook dient te worden getoetst of de huidige staat van instandhouding van de soort(en) niet in het geding is. Ten behoeve van het eventueel indienen van een vergunningsaanvraag dienen ook aspecten als doel, (wettelijk) belang en alternatievenafweging te worden onderbouwd. Deze eventuele vervolgfase ten behoeve van een vergunningstraject maakt geen deel uit van onderhavig vervolgonderzoek.

Movares l BRO Adviseurs B.V. is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus en heeft als doel kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging. Onze werkzaamheden voeren wij dan ook uit volgens de door het NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, laatst aangevuld 11 februari 2021). De medewerkers binnen de discipline ecologie voldoen aan de door het Ministerie van EZ genoemde voorwaarden voor ter zake deskundigen op het gebied van ecologisch onderzoek.

BO-25008849 / Proj.nr. P08069 / Definitief / 11-08-2025

4

2

Planbeschrijving

2.1 Huidige situatie Het plangebied is gelegen aan de Rooiseweg 8 & 8a, in het zuidoosten van Schijndel. Met name agrarische percelen en infrastructuur omringen het plangebied. In figuur 1 is de topografische ligging van het plangebied weergegeven. Het plangebied bestaat momenteel uit een boerderij met aangebouwde schuur en twee losstaande schuren. De bebouwing ligt centraal in het plangebied. De boerderij wordt omringd door bomen, tegen de rand van het plangebied aan. Ten noorden van het plangebied, Figuur 1: Topografische kaart ligging plangebied (1:25.000) aan de overzijde van ‘Het Hooghekke’ ligt een klein stuk bos dat deel uitmaakt van het NNB. Ten zuiden van het plangebied ligt de structuurweg. Verder ligt er ten oosten landbouwgrond. In figuur 2 is een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving weergegeven.

Figuur 2: Luchtfoto plangebied en directe omgeving

2.2 Toekomstige situatie Binnen het plangebied zullen de bijgebouwen en losstaande gebouwen naast de boerderij worden gesloopt. Hierna zal woningbouw plaatsvinden, waarin verschillende woningtype voorzien zijn. De boerderij zelf zal behouden blijven. Daarnaast zullen ook mogelijk enkele bomen worden gekapt om de verharding langs de noordzijde uit te kunnen breiden. Verder zullen de overige bomen binnen het plangebied behouden blijven.

BO-25008849 / Proj.nr. P08069 / Definitief / 11-08-2025

5

3

Werkwijze

3.1 Steenuil Voor de steenuil en kerkuil zijn in de periode van 15 februari tot 15 april 2025 drie veldbezoeken uitgevoerd met een tussenliggende periode van minimaal 10 dagen. Tabel 1 geeft een overzicht van de uitgevoerde veldbezoeken voor steenuil. De functie van het plangebied voor de steenuil is onderzocht door 3 bezoeken in de periode 15 februari t/m 15 april uit te voeren, in de periode tussen één uur na zonsondergang en middernacht, met een tussentijd van minimaal 30 dagen tussen het eerste en laatste bezoek. Hierbij wordt gezocht naar zicht- en geluidswaarnemingen van steenuil. Regelmatig wordt middels geluidsnabootsing activiteit van steenuil uitgelokt. Hierbij worden de territoria binnen en in de omgeving van het plangebied inzichtelijk gemaakt. Ook wordt er duidelijkheid verschaft over het algemene gebruik van het plangebied door de steenuil. Afhankelijk van het type gedrag kan de aanwezigheid van een nestlocatie van de steenuil worden aangetoond, ook als de exacte nestlocatie niet wordt aangetroffen. De onderzoeksopzet betreft de minimale onderzoeksinspanning conform hetgeen is voorgeschreven in het kennisdocument voor de steenuil (BIJ12, Versie 1.0, juni 2017) en de Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming (versie 2017) van het Netwerk Groene Bureaus om de aanwezigheid van de steenuil met voldoende zekerheid te kunnen uitsluiten.

Daarnaast is de werkwijze gebruikt zoals beschreven in ‘Het inventariseren van steenuilterritoria’ uit ‘Handleiding onderzoek en bescherming, STONE 2001’.

Tabel 1:

Bezoeken i.v.m. steenuilinventarisaties

Datum

Type onderzoek

Tijdsduur onderzoek

Weer

Temperatuur

24-02-2025

Inventarisatie steenuil

19.00 – 21.00

Wind gemiddeld 2 Bft Half bewolkt Geen neerslag

10°C

11-03-2025

Inventarisatie steenuil

19.15 – 21.15

Wind gemiddeld 2 Bft Bewolkt Geen neerslag

4°C

01-04-2025

Inventarisatie steenuil

21.00 – 23.00

Wind gemiddeld 2 Bft Half bewolkt Geen neerslag

8°C

Figuur 3:

BO-25008849 / Proj.nr. P08069 / Definitief / 11-08-2025

Luisterposities t.b.v. steenuilinventarisaties

6

3.2 Marterachtigen Voor de betreffende marterachtigen, zijnde wezel, bunzing, hermelijn, boommarter en steenmarter, is in de periode van 4 juni t/m 31 juli 2025 onderzoek uitgevoerd. De onderzoeksmethode en intensiteit zijn uitgevoerd conform het document Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortbescherming, van de Provincie NoordBrabant en de Zoogdiervereniging. Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van twee struikrovers met wildcamera. De struikrovers met wildcamera zijn op een geschikte locaties tussen het opgaand groen in het oosten van het plangebied geplaatst (figuur 4). Hier was de meeste dekking en rust aanwezig. Als lokmiddel is gebruik gemaakt van een blik sardines. De materialen hebben 8 weken in de actieve periode binnen het plangebied gestaan. Tweemaal na 3 weken zijn de materialen tussendoor gecontroleerd op beelden en zijn de batterijen en SD-kaart van de wildcamera’s vervangen.

Figuur 4: Locaties wildcamera’s (Rode ruit)

BO-25008849 / Proj.nr. P08069 / Definitief / 11-08-2025

7

4

Resultaten

4.1 Steenuil Tijdens de gerichte veldbezoeken naar steenuil zijn geen waarnemingen gedaan van deze soorten binnen- en rondom het plangebied, noch zijn hier baltsroepen gehoord. Daarnaast zijn er geen sporen aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van de steenuil. Er kan om die reden redelijkerwijs aangenomen worden dat er geen nestlocatie of leefgebied van steenuil aanwezig is binnen het plangebied. 4.2 Marterachtigen Op beelden van de cameravallen zijn waarnemingen van de steenmarter gedaan. De steenmarter is 3 maal in het struweel in het oosten van het plangebied waargenomen (05-06 en 2x op 06-06, figuur 5). Er zijn geen waarnemingen van wezel en bunzing gedaan met de cameravallen.

Figuur 5: Steenmarter waargenomen op 6 juni 2025

4.3 Overige soorten Daarnaast zijn op de beelden van de camera’s waarnemingen van vos, egel, bosmuis en verschillende vogelsoorten gedaan. Ook is er een das eenmalig waargenomen op 4 juni 2025 in het oosten van het plangebied. In de betreffende woningen kunnen ook vogels zonder jaarrond beschermd nest broeden. Hiermee dient rekening te worden gehouden door buiten het broedseizoen of na een controle te werken.

Figuur 6: Steenmarter waargenomen op 5 juni 2025

BO-25008849 / Proj.nr. P08069 / Definitief / 11-08-2025

8

5

Effectenbeoordeling en toetsing

5.1 Steenuil Binnen en in de omgeving van het plangebied zijn geen waarnemingen van de steenuil gedaan. Er gaan bij werkzaamheden geen nestlocaties en/-of (essentieel) leefgebied van de steenuil verloren. Dit betekent dat de werkzaamheden geen vergunningsplichtige flora- en fauna-activiteit betreffen met betrekking tot de steenuil. 5.2 Marterachtigen Binnen het plangebied is de aanwezigheid van de steenmarter aangetoond. Het is onduidelijk waar de verblijfplaats van dit individu zich bevindt. De struwelen binnen het plangebied bieden leefgebied voor deze soorten en de bebouwing is potentieel geschikt als verblijfplaats. Het struweel zal grotendeels behouden blijven. Echter gaat wel een deel van het leefgebied en potentiële verblijfplaatsen verloren. Dit betreft een overtreding van artikel 11.54 van de Bal inzake het vernietigen van verblijfplaatsen van de steenmarter. Voor het verwijderen van rust- en verblijfplaatsen en leefgebied van de steenmarter dient een vergunning voor een floraen faunactiviteit te worden verkregen. De wezel en bunzing zijn niet aangetroffen binnen het plangebied. Vergunningsplichtige flora- en faunaactiviteiten met betrekking deze soorten zijn uitgesloten. 5.3 Overige soorten Binnen het plangebied is éénmalig een das waargenomen. Op de wildcamera is te zien dat het dier het plangebied betreedt en direct weer verlaat.

In de daaropvolgende weken zijn geen verdere waarnemingen van deze soort

BO-25008849 / Proj.nr. P08069 / Definitief / 11-08-2025

gedaan. Gezien het feit dat het plangebied relatief klein is, intensief wordt gebruikt en ingesloten ligt tussen meerdere drukke wegen, is het niet aannemelijk dat het gebied essentieel leefgebied vormt voor de das. Volgens gegevens van de NDFF bevindt de dichtstbijzijnde waarneming van een das zich op ongeveer 1,4 km ten westen van het plangebied, in de “Rooische Heide”. Deze locatie is waarschijnlijker geschikt als leefgebied, vanwege het grootschalige landschap met akkers, agrarische graspercelen en de nabijgelegen bossen van “De Geelders”, waar zich naar alle waarschijnlijkheid ook een burcht bevindt.

gemiddeld van half maart tot half augustus. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval.

Omdat de waarneming in het plangebied een eenmalige, op zichzelf staande gebeurtenis betreft, wordt aangenomen dat het dier op zoek was naar nieuw leefgebied, mogelijk via het naastgelegen Duits Lijntje, en niet permanent aanwezig is binnen het plangebied. Daarom wordt verwacht dat de voorgenomen ontwikkelingen binnen het plangebied niet zullen leiden tot een permanente afname van essentieel leefgebied voor de das. Andere diersoorten als vogels, zoogdieren en amfibieën kunnen in het plangebied aanwezig zijn. Hiervoor geldt de zorgplicht. Dit houdt in dat men zorg moet dragen voor aanwezige individuen, ook algemene soorten. Men moet deze dieren de tijd geven om het plangebied te verlaten. Weinig mobiele soorten als egel of pad kunnen met beleid naar buiten het plangebied worden verplaatst. Daarnaast zijn broedende vogels en hun nesten tijdens het broedseizoen beschermd. Geadviseerd wordt om het opgaand groen binnen het plangebied buiten het broedseizoen te verwijderen, om verstoring van broedende vogels te voorkomen. Het broedseizoen loopt

9

6

Conclusie

Binnen het plangebied zijn meerdere waarnemingen van de steenmarter gedaan. Hierdoor moet worden aangenomen dat al het geschikte leefgebied in de omgeving daadwerkelijk leefgebied van de steenmarter betreft. Hierbij behoort ook de aanwezige bebouwing, die mogelijk een verblijfplaats van de steenmarter herbergt. Aantasting van dit leefgebied betreft een vergunningsplichtige activiteit inzake artikel 11.54 van de Bal inzake het vernietigen van een verblijfplaats van de steenmarter. Hiervoor dient een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit aangevraagd te worden bij het bevoegd gezag, in dit geval de Omgevingsdienst Brabant-Noord (ODBN). Deze dient vergezeld te zijn van een activiteitenplan, waarin conform 8.74l van het Besluit kwaliteiten leefomgeving (Bkl) onder andere staat omschreven hoe de staat van instandhouding wordt geborgd, welke alternatieven overwogen zijn, en onder welk belang de vergunning wordt aangevraagd. Tabel 2:

2

Daarnaast dienen de volgende maatregelen in acht te worden genomen:  De kap van het opgaand groen dient buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd. Het broedseizoen loopt globaal van half maart t/m half augustus;  Met betrekking tot de zorgplicht dienen eventueel aangetroffen dieren tijdens de werkzaamheden de kans te krijgen om het plangebied zelfstandig te verlaten. Bij soorten als egel en gewone pad kunnen de dieren met beleid verplaatst worden naar een veilige plek buiten het plangebied.

Overzicht aanwezigheid beschermde soorten en te nemen type maatregelen

Soortgroep

Aanwezig

Aantal

Overtreding

Maatregelen

Steenuil

Nee

-

Nee

-

Marters

Ja, steenmarter

1

Ja

Activiteitenplan opstellen en vergunning aanvragen.

Overige soorten2

Mogelijk

-

Te voorkomen

Rekening houden met broedseizoen en zorgplicht

Dit betreft soorten die niet honkvast zijn en/of waarvan de nest/verblijfplaats niet jaarrond is beschermd. Echter mogen de nesten/verblijfplaatsen met eieren of jongen niet worden verstoord/verwijderd. Hieromtrent dient per complex de situatie qua planning en werkzaamheden te worden afgestemd met de begeleidend ecoloog.

BO-25008849 / Proj.nr. P08069 / Definitief / 11-08-2025

10

7

Bronnen

-

Kennisdocument Kleine Marterachtigen, versie 1.1 BIJ12 juli 2024

-

Kennisdocument Das, versie 1.0 BIJ12 juli 2017

-

Limpens, H., J. Regelink & R. Koelman 2010. Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Nijmegen

-

Ministerie van Economische Zaken 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Lees hier wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. Versie 1.3, december 2016. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag.

-

SOVON Vogelonderzoek Nederland 2018. Vogelatlas van Nederland. Kosmos Uitgevers, Utrecht.

BO-25008849 / Proj.nr. P08069 / Definitief / 11-08-2025

11

8

Verklarende Woordenlijst

Activiteitenplan Een activiteitenplan dient als begeleidend document voor een vergunning. In het activiteitenplan zijn maatregelen verwoord waarmee de functionaliteit van een rust- of verblijfplaats van een beschermde soort behouden blijft en schade aan individuen wordt voorkomen. Expert Judgement Inschatting van een deskundige op grond van zijn/haar kennis en ervaring. Foerageerhabitat Het gebied waarbinnen een soort voedsel zoekt. Foerageren Zoeken en vinden van voedsel door dieren (jachtgebied). Functioneel leefgebied Hiermee wordt het gebied dat is benodigd om de functionaliteit van een voortplantingsplaats of van een vaste- rust of verblijfplaats te behouden. Een nestlocatie of voortplantingsplaats kan bijvoorbeeld alleen succesvol functioneren, wanneer er voldoende habitat (schuilgelegenheid, voedsel etc.) van voldoende kwaliteit aanwezig is om te kunnen paren, eieren te leggen en jongen groot te brengen. Gunstige staat van instandhouding Er is sprake van een gunstige staat van instandhouding van een soort of habitattype als de omstandigheden

BO-25008849 / Proj.nr. P08069 / Definitief / 11-08-2025

waarin de soort of het habitattype voorkomt perspectief bieden op een duurzaam voortbestaan van die soort of dat habitattype. Habitat Omvat de plaatsen waar een bepaald organisme voorkomt doordat de abiotische en biotische factoren (niet levende en levende natuur) van die plaatsen voldoen aan de eisen en toleranties die het organisme stelt om te kunnen overleven, groeien en zich voortplanten.

Mitigerende maatregelen Maatregelen die negatieve effecten bij een ingreep voorkomen of reduceren. Omgevingscheck Een omgevingscheck wordt uitgevoerd bij verlies van leefgebied van een jaarrond beschermde functie van een soort die door een ingreep (tijdelijk) verloren gaat. De omgeving van de ingreep wordt door een ter zake deskundige beoordeeld op aanwezigheid van voldoende alternatief leefgebied en/of potentiële verblijfplaatsen.

Populatie Een biologische populatie is een groep individuen van dezelfde soort die zich onderling voortplant en als zodanig geïsoleerd is van andere zulke groepen. Rode Lijst Rode Lijsten laten zien welke soorten zijn verdwenen en welke soorten in een gebied sterk zijn achteruitgegaan of zeldzaam zijn. Er bestaan verschillende Rode Lijsten. Voor vogels, voor zoogdieren, planten, paddenstoelen, insecten en voor allerlei andere soortgroepen. Rode Lijsten hebben geen officiële juridische status. Plaatsing op de lijst maakt een dier dus nog geen 'beschermde diersoort' in de zin van de Omgevingswet. De Rode Lijsten hebben in de praktijk wel een belangrijke signaleringfunctie. Door de Rode Lijst te raadplegen, kunnen alle instellingen die met natuurbehoud te maken hebben rekening houden met bedreigde soorten. Vaste rust- of verblijfplaats Een plek binnen het leefgebied van een soort die essentieel is voor de levenscyclus van een individu. De Omgevingswet omschrijft niet exact wat een vaste rust- of verblijfplaats is. Dit is soortafhankelijk.

Vergunning voor een flora- en fauna-activiteit De Omgevingswet en de Bal bevatten regels om planten- en diersoorten die vrij in het wild leven te beschermen. Om deze kwetsbare soorten te beschermen bevat de Bal een aantal verbodsbepalingen. Onder bepaalde voorwaarden mogen de activiteiten wel doorgaan, daarvoor kan een vergunning voor een flora- en fauna-activiteit aan de orde zijn. Een vergunning is een besluit waarmee een uitzondering op een wettelijk verbod wordt gemaakt.

12

BO-25008849 / Proj.nr. P08069 / Definitief / 11-08-2025

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=f24a1b23-ebd3-416e-940b-17d0deac5e29