Bijlage 4: Zienswijze Provincie Noord-Brabant
Tekst van het document
Brabantlaan 1 Postbus 90151 5200 MC ’s-Hertogenbosch Telefoon (073) 681 28 12
De gemeenteraad van de gemeente Meierijstad Postbus 10001 5460 DA VEGHEL
Fax (073) 680 76 80 www.brabant.nl IBAN NL86INGB0674560043
Bereikbaarheid openbaar vervoer en fiets: www.brabant.nl/route
Datum
9 oktober 2019 Ons kenmerk Onderwerp
C2250716/4586464
Zienswijze ontwerp-bestemmingsplan ‘Schootsestraat 50’.
Uw kenmerk
Contactpersoon
H.M.J. (Reggy) van Oudheusden Geeraets
Geachte gemeenteraad,
Telefoon
(073) 680 86 96
Het ontwerp-bestemmingsplan ‘Schootsestraat 50‘ ligt tot en met 14 oktober 2019 ter inzage. Op grond van artikel 3.8, van de Wet ruimtelijke ordening, dienen wij hierbij zienswijzen in tegen dit bestemmingsplan. Planbeschrijving
Het ontwerp-bestemmingsplan voorziet in de sloop, herbouw (op andere locatie binnen perceel) en splitsing van een cultuurhistorisch waardevolle boerderij. Op de verbeelding van de Verordening is de planlocatie gelegen binnen de structuur Gemengd landelijk gebied met de aanduiding Cultuurhistorisch vlak. Vooroverleg
Een voorontwerp-bestemmingsplan is niet bij ons cluster ruimte aangemeld voor het geven van een vooroverlegreactie. Provinciaal beleidskader
Het provinciaal ruimtelijk beleid is vastgelegd in de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening. De te beschermen provinciaal ruimtelijke belangen zijn vertaald in de Verordening ruimte Noord-Brabant zoals deze luidt per 15 juli 2017 (hierna aangehaald als Verordening). In onze reactie baseren wij ons op deze documenten die zijn te raadplegen via www.brabant.nl > onderwerpen > ruimte.
hvoudheusden@brabant.nl Bijlage(n)
-
Provinciale belangen
Datum
In de Verordening zijn voorschriften opgenomen voor de borging en bescherming van de provinciale belangen. Deze provinciale belangen zijn onderverdeeld in algemene regels, structuren, aanduidingen en rechtstreeks werkende regels. Ten aanzien van de volgende onderdelen zijn wij van mening dat het plan in strijd is met de Verordening. In deze zienswijze gaan wij hier nader op in.
9 oktober 2019 Ons kenmerk
C2250716/4586464
Thema wonen binnen Gemengd landelijk gebied
Ingevolge artikel 7.7 lid 3 onder b van de Verordening kan een bestemmingsplan gelegen binnen de structuur Gemengd landelijk gebied voorzien in de vestiging van, of de splitsing in, meerdere woonfuncties in cultuurhistorisch waardevolle bebouwing indien dit is gericht op het behoud of herstel van deze bebouwing, waarbij artikel 3.1, tweede lid, onder a, (verbod op nieuwvestiging) niet van toepassing is. Het doel hiervan is om cultuurhistorisch waardevolle bebouwing te behouden, door middel van het principe: behoud door ontwikkeling, met het besef dat behoud van erfgoed geld kost. Vanuit dat oogpunt is de mogelijkheid voor het splitsen van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing in een of meer woonfuncties in de Verordening opgenomen. De meeropbrengst die gecreëerd wordt door splitsing kan gebruikt worden voor de restauratie van het cultuurhistorisch waardevolle pand; hierdoor is het behoud van aanwezige cultuurhistorische waarden zeker gesteld. In onderhavig bestemmingplan is sprake van sloop, herbouw (op andere locatie binnen perceel) en splitsing van een cultuurhistorisch waardevolle boerderij. In het vigerend bestemmingsplan is sprake van 1 woning, na de splitsing en herbouw, is sprake van 2 wooneenheden.
Wij zijn van mening dat afbraak van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing de facto vernietiging van de aanwezige cultuurhistorische waarden inhoudt en dat met de vernietiging van deze cultuurhistorisch waarden van de bebouwing, ook de grond verdwijnt om gebruik te kunnen maken van artikel 7.7 lid 3 onder b van de Verordening. In onderhavig bestemmingsplan sprake is sprake van nieuwvestiging van een woning, in strijd met artikel 7.7 lid 1 onder a van de Verordening. Deze ontwikkeling is ook strijdig met het algemene principe van zorgvuldig ruimtegebruik, zoals opgenomen in artikel 3.1 lid 2 onder a van de verordening. Conclusie
Wij achten het bestemmingsplan, zoals dit nu in ontwerp voorligt, op bovengenoemd punt strijdig met de Verordening.
2/3
Wij gaan ervan uit dat onze zienswijze voldoende duidelijk uiteengezet is. Indien er van uw zijde nog onduidelijkheden of vragen zijn, dan willen wij deze graag nader toelichten.
Datum
9 oktober 2019 Ons kenmerk
C2250716/4586464
Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, namens deze,
P.M.A. van Beek, projectleider uitvoering Wet RO In verband met geautomatiseerd verwerken is dit document digitaal ondertekend.
3/3