Bijlage 4 Quickscan soortenbescherming Vlagheideberg Meierijstad.pdf
Tekst van het document
Quickscan soortbescherming Vlagheideberg, Veghel
COLOFON Quickscan Wet natuurbescherming Vlagheideberg, Veghel OPDRACHTNEMER
idverde Advies Willemsplein 2-4 5211 AK ‘s-Hertogenbosch T 073 205 11 00 E advies@idverde.nl
OPGESTELD DOOR VRIJGEGEVEN DOOR
David van Iersel Arjan Schoenmakers
OPDRACHTGEVER
Gemeente Meierijstad 5461KN Veghel t.a.v. dhr. E. van Nuland
PROJECTNUMMER
722210636
STATUS VERSIE DATUM
Definitief 1.0 19-01-2022
In deze rapportage is gebruik gemaakt van gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Op deze gegevens rusten auteursrechten. Het schriftelijk of digitaal delen of publiceren van (een deel van) de gegevens uit de NDFF is niet toegestaan zonder toestemming van BIJ12, uitgezonderd aan bevoegd gezag in het kader van een vrijstellings- of ontheffingsprocedure of voor intern gebruik van de opdrachtgever voor de duur van het betreffende project.
idverde Advies bv is niet aansprakelijk voor vervolgschade, alsmede schade die voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van de werkzaamheden, kaartmateriaal inclusief getoonde begrenzingen of andere gegevens verkregen van idverde Advies bv. De opdrachtgever vrijwaart idverde Advies bv voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. idverde Advies bv is lid van het Netwerk Groene Bureaus, brancheorganisatie voor kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging van ecologische adviesbureaus. Hierdoor zijn wij goed op de hoogte van de nieuwste ontwikkeling op het gebied van ecologie en wetgeving. Door de inzet van conform de wet ter zake kundige ecologen, waarborgen wij daarnaast onze onderzoekskwaliteit. Omdat ecologisch (veld)onderzoek een momentopname is, kan aanwezigheid van beschermde soorten soms niet worden uitgesloten of bevestigd. Daarnaast is de natuurwetgeving aan verandering en jurisprudentie onderhevig. idverde Advies bv is niet aansprakelijk voor de gevolgen van onverwacht verschijnende of verdwijnende flora of fauna, noch voor de gevolgen van veranderende wetgeving of jurisprudentie.
2
Quickscan Wet natuurbescherming Vlagheideberg, Veghel
INHOUDSOPGAVE COLOFON
2
1.
4
INLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 Afbakening onderzoek 1.3 Leeswijzer
2.
WERKWIJZE 2.1 Quickscan: Bronnenonderzoek 2.2 Quickscan: Veldbezoek 2.3 Effectenbeoordeling
3.
PLANGEBIED 3.1 Ligging van het plangebied 3.2 Algemene biotoopomschrijving plangebied 3.3 Beschrijving van de werkzaamheden
4.
ONDERZOEKSRESULTATEN 4.1 Vaatplanten 4.2 Grondgebonden zoogdieren 4.3 Vleermuizen 4.4 Jaarrond beschermde nesten 4.5 Overige broedvogels 4.6 Vissen 4.7 Amfibieën en reptielen 4.8 Ongewervelden 4.9 Invasieve exoten
5.
3
TOETSING AAN DE WET NATUURBESCHERMING (WNB)
4 5 5
6 6 6 6
7 7 8 10
11 11 11 12 13 13 14 14 14 15
16
5.1 Grondgebonden zoogdieren 5.2 Vleermuizen 5.3 Vogels 5.4 Amfibieën
16 16 17 17
6.
CONCLUSIE EN ADVIES
18
7.
LITERATUURLIJST
20
Quickscan Wet natuurbescherming Vlagheideberg, Veghel
1. Inleiding 1.1 Aanleiding De gemeente Meierijstad is voornemens om het gebied Vlagheideberg te ontwikkelen. Onderdeel van deze ontwikkeling zijn het versterken van de recreatieve functie van het gebied en realisatie van een zonneparkweide (afbeelding 1.1). Het streven is te komen tot een natuur- en landschapspark met ook aandacht voor de natuur- en landschappelijke waarden. Ruimtelijke ingrepen, zoals de voorgenomen inrichtingswerkzaamheden, kunnen (negatieve) effecten hebben op beschermde flora en fauna. Indien dergelijke soorten aanwezig zijn, worden door de voorgenomen ingreep mogelijk verbodsbepalingen van het onderdeel soortenbescherming van de Wet natuurbescherming overtreden. Door middel van een effectenanalyse moet worden onderzocht op welke wijze sprake is van negatieve effecten en hoe deze kunnen worden voorkomen of dat het noodzakelijk een ontheffing aan te vragen voor de voorgenomen werkzaamheden. Om na te gaan of dit voor het voorgenomen plan het geval is, is door idverde Advies een quickscan soortbescherming uitgevoerd. Voorliggend rapport geeft advies met betrekking tot de mogelijkheden om de geplande werkzaamheden in overeenstemming met de Wet natuurbescherming uit te voeren.
Afbeelding 1.1 Het plangebied (rood omkaderd) aan de Vlagheide te Veghel (Bron: Google Earth).
4
Quickscan Wet natuurbescherming Vlagheideberg, Veghel
1.2 Afbakening onderzoek Afbakening van het onderzoek De Wet natuurbescherming (Wnb) beschermt naast soorten, ook natuurgebieden en houtopstanden. Het plangebied ligt op 12,5km afstand van het Natura 2000-gebied Kampina & Oisterwijkse Vennen. Dit gebied is beschermd onder het gebiedsbeschermingsdeel van de Wnb. Door de grote afstand is een uitgebreide aanvullende toetsing van het onderdeel gebiedsbescherming niet noodzakelijk en daarom niet opgenomen in deze rapportage. Het plangebied valt buiten de bebouwde kom in het kader van houtopstanden. Het onderdeel houtopstanden van de Wet natuurbescherming is daardoor mogelijk aan de orde wanneer binnen de voorgenomen ontwikkeling houtopstanden worden verwijderd. Naast de Wet natuurbescherming kan natuur ook onder de planologische gebiedsbescherming vallen: het Natuur Netwerk Brabant (NNB). Doordat het plangebied gedeeltelijk binnen het NNB valt kan op voorhand niet worden uitgesloten dat er geen aantasting van wezenlijke kenmerken en waarden van de NNBgebieden plaatsvindt. Daarom dient het onderdeel planologische gebiedsbescherming getoetst te worden wanneer de bosgebiedjes ten noorden en zuidoosten herontwikkeld worden.
1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 is de onderzoeksmethode beschreven. In hoofdstuk 3 is de ligging van het plangebied en de voorgenomen ingreep beschreven. In hoofdstuk 4 zijn de onderzoeksresultaten gepresenteerd en in hoofdstuk 5 is voor de aanwezige of niet uit te sluiten soorten een effectenbeoordeling uitgevoerd. In hoofdstuk 6 zijn de conclusie en het advies beschreven. Tot slot is de geraadpleegde literatuur in hoofdstuk 7 opgenomen.
5
Quickscan Wet natuurbescherming Vlagheideberg, Veghel
2. Werkwijze De Quickscan betreft een verkenning die bestaat uit een bronnenonderzoek en een veldbezoek. Op basis van de uitkomsten van dit onderzoek, is een inschatting gemaakt van de aanwezige natuurwaarden en is beoordeeld of het plan (negatieve) effecten kan hebben op beschermde soorten (effectenanalyse). Hieronder is per onderdeel de werkwijze toegelicht.
2.1 Quickscan: Bronnenonderzoek Voor het bronnenonderzoek zijn gegevens opgevraagd uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Op de kaart uit de NDFF is rondom het plangebied een polygoon ingetekend. Door de polygoon ruimer in te tekenen, wordt de dataset vergroot, waardoor ook soorten die mogelijk in het plangebied voorkomen, maar hierin niet zijn waargenomen, wel worden meegenomen in het onderzoek. Door de gegevens van de laatste 5 jaar op te vragen ontstaat een voldoende actueel beeld van waargenomen soorten in en rondom het plangebied. De opgevraagde dataset uit de NDFF bestaat in totaal uit 2557 ‘waarnemingen. Dit is inclusief 1018 waarnemingen van overvliegende vogels welke verder geen binding tonen met het onderzoeksgebied. Op basis van de beschikbare gegevens is een eerste inschatting gemaakt van het voorkomen van beschermde soorten binnen het plangebied. Voor soortgroepen waarvoor de gegevens uit de NDFF een niet volledig beeld leken te geven zijn aanvullend verspreidingsatlassen als aanvullende bron geraadpleegd.
2.2 Quickscan: Veldbezoek Het veldbezoek bestaat uit een biotooptoets met als doel een inschatting te maken van de ecologische kwaliteiten van het plangebied. De bevindingen van het bronnenonderzoek zijn hierbij in het veld getoetst en waar nodig aangevuld. Op 24 november 2021 is het veldbezoek door een ecoloog van idverde Advies uitgevoerd aan de Vlagheide te Veghel. De weersomstandigheden waren op dat moment droog en bewolkt, 8 ⁰C en 2 Bft. Op het moment dat het veldbezoek wordt uitgevoerd, zijn niet alle soorten zichtbaar aanwezig. Diersoorten zijn bijvoorbeeld alleen nachtactief of in een bepaalde periode van het jaar afwezig. Zo houden vleermuizen, amfibieën en kleine zoogdieren als egel een winterslaap op een beschutte plaats en veel soorten houden zich overdag goed verscholen. Daarom zijn de eisen die soorten/soortgroepen met betrekking tot vaste rusten verblijfplaatsen, foerageergebieden en migratierouten aan hun leefomgeving stellen, vergeleken met en getoetst aan de situatie in het veld. Tijdens het veldbezoek is de potentiële geschiktheid van het gebied voor beschermde en rode lijst soorten waaronder planten, grondgebonden zoogdieren, vleermuizen en broedvogels. Voor planten is gelet op de vegetatiestructuur en de abiotische omstandigheden van de groeiplaats.
Op deze manier is ook het belang van het plangebied beoordeeld voor flora en fauna die niet zijn waargenomen gedurende de biotooptoets, maar desondanks toch mogelijk kunnen voorkomen ter plaatse van het plangebied. Tevens is gelet op de aanwezigheid van invasieve plantenexoten zowel binnen als direct grenzend aan het plangebied. Invasieve exoten als Japanse duizendknoop en reuzenberenklauw hebben door menselijke activiteiten zich gevestigd in Nederland. Deze soorten kunnen zich snel verspreiden en concurreren hierbij de oorspronkelijke vegetatie weg. Daarnaast kunnen deze soorten voor overlast zorgen bij mensen. De opdrachtgever heeft in veel gevallen de plicht om verdere verspreiding van exoten te voorkomen.
2.3 Effectenbeoordeling Op basis van de uitkomsten van het bronnen- en veldonderzoek is beoordeeld of de voorgenomen werkzaamheden (negatieve) effecten hebben op beschermde flora en fauna. Indien sprake is van een conflictsituatie tussen de aanwezigheid van beschermde soorten en de geplande ruimtelijke ingreep, is in onderhavige rapportage aangegeven welke voorzorgsmaatregelen genomen moeten worden om negatieve effecten op beschermde soorten te voorkomen. Indien negatieve effecten door het nemen van voorzorgsmaatregelen niet te voorkomen of uit te sluiten zijn, is aangegeven of aanvullend onderzoek, mitigerende maatregelen en/of een ontheffing noodzakelijk is. 6
Quickscan Wet natuurbescherming Vlagheideberg, Veghel
3. Plangebied Onderstaand is de ligging van het plangebieden een algemene biotoopbeschrijving beschreven en zijn de geplande werkzaamheden nader toegelicht.
3.1 Ligging van het plangebied Het plangebied bevindt zich ten zuidwesten van Veghel en wordt voornamelijk omzoomd door agrarisch gebied met afwisselend kleine bosschages en droge heide (afbeelding 3.1). Het plangebied bevindt zich ten westen van de rijksweg A50. Ten noordwesten van het plangebied, op circa 1 km afstand bevindt zich dorpskern Schijndel en direct ten noorden en oosten bevinden zich respectievelijk de dorpskernen Eerde en Bus, allen behorend tot de gemeente Meierijstad.
Afbeelding 3.1 Ligging het plangebied in de gemeente Veghel (Bron: Google Earth).
7
Quickscan Wet natuurbescherming Vlagheideberg, Veghel
3.2 Algemene biotoopomschrijving plangebied Het onderzoeksgebied betreft een voormalige vuilstort. Hierdoor zijn aanzienlijke hoogteverschillen (afbeelding 3.2) ontstaan in het landschap van waaruit de weide omgeving zichtbaar is. Deze vuilstort is in 2017 afgedicht en sindsdien natuurlijk beheerd. Hierbij zijn bloemrijke graslanden ontstaan en ruigtevelden. De graslanden bestaan uit soortenrijke graslanden welke zich voornamelijk in een dominant stadium bevinden van gestreepte witbol. Het huidige beheer bestaat uit begrazing door koeien en schapen. Rondom de berg bevindt zich een watervoerende sloot waarin uitzijgend water van de vuilstort uitmondt. In het uiterste noorden en zuidoosten bevinden zich 2 kleinschalige bosschages welke zijn ontstaan op de voormalige defensiecomplex MMC Eerde Zuid (bekend onder de namen Eerde 1, Eerde 2 en Eerde 3). De gebouwen op het voormalige defensiecomplex zijn inmiddels gesloopt op enkele locaties na waar de funderingen van gebouwen nog zichtbaar zijn. De asfaltverhardingen zijn wel op veel plaatsen nog aanwezig. De bosschages bestaan voornamelijk uit loofbos met soorten zoals zomereik, ruwe berk en lijsterbes. Daarnaast bevinden zich nog enkele grove dennen in de bosschages. In de ondergroei is een redelijk ontwikkelde kruid- en struiklaag aanwezig (afbeelding 3,3).
Op enkele plaatsen bestaat de struiklaag uit gecultiveerde struiken zoals sneeuwbes (Symphoricarpos spec.). Waarschijnlijk betreft dit overblijfselen uit de tijd dat het defensiecomplex nog in gebruik was. In beide bosschages is een mountainbike route aanwezig. Op het voormalig complex ten zuidoosten bevindt zich tevens een crossbaan voor gemotoriseerde voertuigen (afbeelding 3.4). Direct ten westen van het noordelijk gelegen defensiecomplex bevindt zich een afgesloten terrein van hondensportvereniging Willen is Kunnen. Dit terrein bestaat uit een vergelijkbare houtopstand als het defensiecomplex. In het uiterste westen van dit terrein bevindt zich een vijver. Deze is geheel overwoekerd met de invasieve waterplant grote kroosvaren (Azolla filiculoides).
Afbeelding 3.2 Hoogteverschil in het landschap
8
Quickscan Wet natuurbescherming Vlagheideberg, Veghel
Afbeelding 3.2 gebouwen plangebied met baksteen muren en Trespa platen.
Afbeelding 3.3 bosschage noordzijde
Afbeelding 3.4 Crossbaan in bosschages zuidoostzijde
9
Quickscan Wet natuurbescherming Vlagheideberg, Veghel
3.3 Beschrijving van de werkzaamheden De werkzaamheden moeten nog nader gedefinieerd worden maar bestaan in hoofdzaak uit de realisatie van een zonnepanelenweide en versterken van de recreatieve functie.
10
Quickscan Wet natuurbescherming Vlagheideberg, Veghel
4. Onderzoeksresultaten De basis voor de toetsing wordt gevormd door gegevens over het (mogelijk) voorkomen van beschermde planten- en diersoorten binnen de invloedsfeer van de voorgenomen ruimtelijke ingreep en werkzaamheden. Onderstaand zijn per soortgroep de resultaten van het bronnen- en veldonderzoek beschreven.
4.1 Vaatplanten Uit de gegevens van de NDFF zijn geen waarnemingen bekend van beschermde vaatplanten. Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde plantensoorten in of direct grenzend aan het plangebied waargenomen. Op basis van de huidige biotoopkenmerken van het projectgebied worden deze ook niet verwacht. Voorkomen beschermde vaatplanten: • Vanwege het ontbreken van geschikt biotoop worden beschermde vaatplanten zowel binnen het plangebied als de directe omgeving ervan uitgesloten.
4.2 Grondgebonden zoogdieren In de NDFF zijn meerdere meldingen van grondgebonden zoogdieren in en rondom het plangebied. Het gaat hierbij om waarnemingen van de ree, vos, haas, bosmuis, rosse woelmuis, bunzing, eekhoorn, steenmarter, das en wezel. Tijdens het veldwerk zijn sporen van konijn, vos en (op basis van de grootte van de pijpen en de typische liggende D-vorm vermoedelijk) das aangetroffen. Daarnaast is een individu van haas aangetroffen. Verder zijn er door het gebied diverse wildwissels aangetroffen welke niet exact tot op soort gedetermineerd kunnen worden. Van eekhoorn en kleine marterachtigen zijn geen sporen aangetroffen. Echter is het biotoop uitermate geschikt voor deze soorten. De andere waarnemingen uit de NDFF betreffen algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren (o.a. egel, mol en konijn). De directe omgeving kan fungeren als leefgebied voor algemeen voorkomende zoogdieren als egel, mol en konijn. Hierdoor kan het voorkomen van algemeen voorkomende zoogdieren in het plangebied niet worden uitgesloten. Voorkomen grondgebonden zoogdieren: • Negatieve effecten op das is binnen het plangebied en de directe omgeving niet uit te sluiten; • Het voorkomen van de eekhoorn, wezel, bunzing en steenmarter binnen het plangebied en de directe omgeving kunnen niet worden uitgesloten.
• De directe omgeving van het plangebied kan geschikt zijn als leefgebied voor algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren (o.a. egel, mol en konijn).
Afbeelding 4.1 Vermoedelijke dassenppijp
11
Quickscan Wet natuurbescherming Vlagheideberg, Veghel
Afbeelding 4.2 Locaties pijpen
4.3 Vleermuizen Vanuit de NDFF wordt melding gemaakt van 6 vleermuissoorten (gewone en ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis en watervleermuis). Onderstaand is per gebruiksfunctie (foerageergebied en vliegroute en verblijfplaatsen) beschreven wat op basis van het veldbezoek de bevindingen zijn. Foerageergebied en vliegroute De Vlagheideberg is zeer waarschijnlijk in gebruik als foerageergebied door laatvlieger en rosse vleermuis. De bosjes worden nagenoeg zeker gebruikt door gewone en ruige dwergvleermuis en gewone grootoorvleermuis. De watergangen dienen mogelijk als foerageergebied voor watervleermuis. Het plangebied fungeert echter niet als essentiële vliegroute en foerageergebied aangezien in omliggende omgeving voldoende alternatieven aanwezig zijn die de functie van vliegroute en foerageergebied kunnen overnemen. Verblijfplaatsen (zomer-, kraam- en paarverblijfplaatsen) In de bosschages zijn enkele geschikte holten aangetroffen voor kleine verblijfplaatsen van vleermuizen. Het gaat hier om zomer- / paarverblijven voor ruige dwergvleermuis en / of gewone grootoorvleermuis. Dikkere bomen (diameter groter dan 30 cm) met geschikte holten zijn niet aangetroffen. Daardoor worden kraamverblijfplaatsen binnen het plangebied niet verwacht.
Voorkomen vleermuizen: • Het plangebied fungeert mogelijk als foerageergebied en vliegroute voor vleermuizen. Omliggend landschap biedt voldoende alternatieve (en betere) foerageergebieden en vliegroutes. De geplande werkzaamheden doen geen afbreuk aan de kwaliteit van deze functies; • Enkele bomen kunnen fungeren als zomer- en paarverblijfplaats voor vleermuizen; • Er zijn geen geschikte holten aangetroffen die een functie als kraam- of winterverblijf kunnen vervullen voor vleermuizen.
12
Quickscan Wet natuurbescherming Vlagheideberg, Veghel
4.4 Jaarrond beschermde nesten In de omgeving van het plangebied zijn meldingen bekend van soorten waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn (categorie 1 t/m 4 Wnb). Het gaat hierbij om de boomvalk, bosuil, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, torenvalk en wespendief. Ook zijn in de omgeving van het plangebied meldingen bekend van de soorten (categorie 5 Wnb) blauwe reiger, boerenzwaluw, bonte vliegenvanger, boomklever, boomkruiper, ekster, groene specht, grote bonte specht, ijsvogel, zwarte mees, zwarte roodstaart, gekraagde roodstaart, kleine bonte specht, zwarte kraai, torenvalk, spreeuw, pimpelmees en koolmees. Dit zijn soorten waarvan de nesten buiten het broedseizoen niet beschermd zijn, tenzij er sprake is van zwaarwegende ecologische omstandigheden. Binnen het plangebied zelf zijn geen meldingen bekend van deze soorten. Jaarrond beschermde nesten (categorie 1 t/m 4) De voorgenoemde categorie 1 t/m 4 soorten zijn tijdens het veldbezoek niet aangetroffen. Het plangebied is in potentie voor de boomvalk, bosuil, buizerd, havik, ransuil, roek, sperwer en wespendief geschikt aangezien deze soorten hun nesten bouwen in bomen. In de bomen rondom het plangebied zijn van deze soorten geen nesten waargenomen.
Daarbij wordt opgemerkt dat de bomen nog in blad staan en er daardoor geen volledig beeld is op aanwezige nesten. Het projectgebied is niet geschikt voor nestplaatsen van gebouwbewonende soorten huismus en gierzwaluw. Overige jaarrond beschermde nesten (categorie 5) Tijdens het veldbezoek zijn broedvogels met jaarrond beschermde nesten (cat. 5) aangetroffen. Het gaat hierbij om de koolmees en pimpelmees die in de bomen binnen het plangebied aan het foerageren waren. Overige vogels van jaarrond beschermde nesten zijn tijdens het veldbezoek niet aangetroffen. De blauwe reiger, bonte vliegenvanger, boomklever, boomkruiper, gekraagde roodstaart, groene specht, ijsvogel, kleine bonte specht, zwarte kraaien oeverzwaluw maken mogelijk gebruik van het plangebied om nesten te bouwen. Er zijn enkele oude spechtengaten aangetroffen. Broedlocaties van andere genoemde soorten zijn niet aangetroffen. Voorkomen vogels met jaarrond beschermde nesten: • Soorten als boomvalk, bosuil, buizerd, gierzwaluw, havik, kerkuil, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil en wespendief zijn mogelijk actief als broedvogel in het plangebied. • Plangebied en directe omgeving ervan zijn geschikt als leefgebied, foerageergebied en / of nestlocatie voor soorten als boerenzwaluw, ekster, zwarte mees, zwarte roodstaart, gekraagde roodstaart, torenvalk, spreeuw, pimpelmees en koolmees.
4.5 Overige broedvogels In de gegevens uit de NDFF zijn vele meldingen van algemene vogels bekend die afkomstig zijn uit de omgeving van het plangebied. Het gaat hierbij om soorten als de merel, zwartkop, zwarte roodstaart, winterkoning, vink, tjiftjaf en roodborst. Tijdens het veldbezoek zijn diverse broedvogels in en rondom het plangebied aangetroffen. Er kan daarom niet worden uitgesloten dat de voorgenomen ontwikkeling negatieve effecten heeft op de broedmogelijkheden voor overige broedvogels. Voorkomen overige broedvogels: • Het is niet uitgesloten dat de ontwikkeling negatieve effecten heeft op de broedmogelijkheden voor algemene broedvogels.
13
Quickscan Wet natuurbescherming Vlagheideberg, Veghel
4.6 Vissen In de NDFF database zijn geen meldingen bekend van een beschermde vissoorten. In de aangetroffen sloten worden algemeen voorkomende vissoorten verwacht. De aangetroffen vijver het op het terrein van de hondensportvereniging is door de dichte vegetatie van grote kroosvaren nauwelijks geschikt voor vissen. Voorkomen vissen: • Beschermde vissoorten worden vanwege het ontbreken van geschikt water uitgesloten in het plangebied.
4.7 Amfibieën en reptielen In de NDFF zijn meldingen bekend van amfibieënsoorten. Het gaat hierbij om een melding van bastaardkikker. Van reptielen zijn, naast de invasief voorkomende letterschildpad en de roodwangschildpad uit de NDFF geen meldingen bekend. Tijdens het veldwerk zijn geen amfibieën waargenomen. Door het struweel en de bosschages kunnen algemeen voorkomende amfibieën als gewone pad of bruine kikker in het plangebied verwacht worden. Deze soorten stellen minder kritische eisen aan hun voortplantingswateren (sloten binnen plangebied) en zijn daardoor mogelijk binnen de invloedssfeer van de voorgenomen werkzaamheden aanwezig. De aanwezige bosschages binnen het plangebied kunnen mogelijk fungeren als landhabitat. Hierdoor kan de aanwezigheid van algemeen voorkomende amfibieën niet worden uitgesloten. Voorkomen amfibieën en reptielen: • Voorkomen van algemeen voorkomende amfibieënsoorten kunnen niet worden uitgesloten.
4.8 Ongewervelden Uit de NDFF zijn geen meldingen bekend van beschermde ongewervelden. Tijdens het veldwerk is vastgesteld dat het biotoop niet geschikt is of dat specifieke waardplanten ontbreken waardoor het voorkomen van beschermde ongewervelden kan worden uitgesloten. Voorkomen ongewervelden: • Beschermde voorkomende ongewervelden worden vanwege het ontbreken van geschikt leefgebied uitgesloten in het plangebied.
14
Quickscan Wet natuurbescherming Vlagheideberg, Veghel
4.9 Invasieve exoten Uit de gegevens van de NDFF zijn waarnemingen bekend van lettersierschildpad en roodwangschildpad die zich binnen of direct grenzend aan het plangebied bevinden. Tijdens het veldbezoek is in een vijver grote kroosvaren (afbeelding 4.2) aangetroffen. Voorkomen invasieve exoten: • Het voorkomen van invasieve exoten letterschildpad en roodwangschildpad binnen het plangebied is niet uitgesloten; • Grote kroosvaren is aanwezig in een vijver. Deze soort kan zich lokaal invasief gedragen.
Afbeelding 4.2 grote kroosvaren
15
Quickscan Wet natuurbescherming Vlagheideberg, Veghel
5. Toetsing aan de Wet natuurbescherming (WNB) In dit hoofdstuk is een analyse gemaakt van de te verwachten effecten op de soorten die aanwezig zijn of verwacht worden. Op basis van de gegevens uit het bronnen- en veldonderzoek is het voorkomen van beschermde vaatplanten, vissen, reptielen en ongewervelde diersoorten uitgesloten. Hierdoor is het optreden van negatieve effecten op deze soorten of soortgroepen niet aan de orde en worden zij onderstaand niet verder behandeld.
5.1 Grondgebonden zoogdieren Kleine marterachtigen, steenmarter en das Kleine marterachtigen, steenmarter en das komen in het gebied of de directe omgeving voor. Vaste rusten verblijfplaatsen van deze soorten kunnen binnen het plangebied niet worden uitgesloten. Het is mogelijk dat de bosschages aan de noord- en zuidoostzijde van het plangebied fungeren als onderdeel van het leefgebied (foerageergebied) voor genoemde soorten. Afhankelijk van de uiteindelijke inrichting kunnen de voorgenomen werkzaamheden leiden tot vernietiging van functioneel leefgebied van de wezel, bunzing, steenmarter en das en daarmee tot overtreding van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming. Algemeen voorkomende soorten Voor de algemene grondgebonden zoogdieren die voor kunnen komen in en rondom het plangebied (zoals egel, mol en konijn) geldt in de provincie Brabant een algemene vrijstelling ten aanzien van ruimtelijke ontwikkelingen. Dat wil zeggen dat in gevallen waar de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een overtreding van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming, geen ontheffing aangevraagd hoeft te worden wanneer verbodsbepalingen voor deze soorten worden overtreden. Wel geldt voor deze soorten een wettelijke zorgplicht.
Indien dergelijke soorten worden waargenomen tijdens de werkzaamheden dienen deze de mogelijkheid te krijgen om te kunnen vluchten buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden.
5.2 Vleermuizen Alle vleermuizen zijn in de Wet natuurbescherming onder de Habitatrichtlijn beschermd, waardoor het verboden is vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen te vernietigen. Vaste rust- en verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen Vernietiging van vaste rust- en/of verblijfplaatsen van vleermuizen door de voorgenomen werkzaamheden zijn niet uit te sluiten. Dit aangezien enkele bomen mogelijk dienen als zomer- en paarverblijfplaats voor vleermuizen als de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en gewone grootoorvleermuis. Aanvullend onderzoek is noodzakelijk om de functionaliteit van het plangebied voor vleermuizen vast te stellen en te beoordelen of er sprake is van overtreding van verbodsbepalingen. Foerageergebied en vliegroute Het plangebied dient mogelijk als foerageergebied voor vleermuizen. Dit betreft echter geen essentieel foerageergebied aangezien in de omliggende omgeving voldoende alternatieve locaties aanwezig zijn met soortgelijke en betere functie. De voorgenomen werkzaamheden leiden dan ook niet tot overtreding van verbodsartikelen van de Wet natuurbescherming.
16
Quickscan Wet natuurbescherming Vlagheideberg, Veghel
5.3 Vogels Jaarrond beschermde nesten (categorie 1 t/m 4) Tijdens het veldbezoek is geconstateerd dat het plangebied in potentie geschikt is als verblijfplaats voor soorten waarvan het nest jaarrond beschermd is. De voorgenomen werkzaamheden leiden tot het (mogelijk) vernietigen van nesten van deze soort. Om te voorkomen dat verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming worden overtreden dient aanvullend onderzoek te worden uitgevoerd naar jaarrond beschermde nesten. In het geval dat verblijfplaatsen aanwezig zijn, is overtreding van verbodsartikelen aan de orde en is het nodig een ontheffing aan te vragen in het kader van de Wnb. Overige broedvogels De meeste vogelsoorten maken elk jaar een nieuw nest. Nesten van vogels zijn beschermd wanneer zij in gebruik zijn. In de mogelijk te kappen bomen kunnen algemene broedvogels een nest bouwen (zoals merel). Geadviseerd wordt om de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Indien de werkzaamheden worden uitgevoerd binnen de broedperiode (15 maart- 15 augustus), is verstoring of vernietiging van in gebruik zijnde nesten binnen het plangebied niet uit te sluiten. Overtreding van verbodsartikelen van de Wet natuurbescherming is dan mogelijk aan de orde. In dit geval kan ook worden geprobeerd om het plangebied voorafgaande aan het broedseizoen ongeschikt te maken voor broedvogels.
5.4 Amfibieën Algemeen voorkomende soorten Net als bij de algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren, geldt voor de algemeen voorkomende amfibieën (bruine kikker en gewone pad) dat in de provincie Noord-Brabant een vrijstelling geldt ten aanzien van ruimtelijke ontwikkelingen. De algemene zorgplicht geldt te allen tijde en houdt in dat zorgvuldig en met zo min mogelijk schade de ingreep en werkzaamheden uitgevoerd moeten worden. Indien gedurende de werkzaamheden algemene amfibieën (zoals bruine kikker en gewone pad) worden aangetroffen dienen deze gevangen te worden en te worden uitgezet op een geschikte locatie buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden.
17
Quickscan Wet natuurbescherming Vlagheideberg, Veghel
6. Conclusie en advies In dit hoofdstuk is de conclusie en het advies opgenomen. Aangegeven is of sprake kan zijn van een overtreding van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming, voorzorgsmaatregelen genomen moeten worden om overtreding te voorkomen, of dat aanvullend onderzoek en/of mitigerende maatregelen noodzakelijk zijn. Indien een ontheffing noodzakelijk is, wordt dit aangegeven. De verspreidingsgegevens en het oriënterend veldbezoek geven een voldoende duidelijk beeld van het (mogelijk) voorkomen van beschermde plant- en diersoorten. Voor de soortgroepen beschermde vaatplanten, vissen, reptielen en ongewervelden zijn negatieve effecten uitgesloten. Voor vleermuizen, grondgebonden zoogdieren en broedvogels kan niet zondermeer worden uitgesloten dat negatieve effecten optreden. Voor deze soortgroepen moeten voorzorgsmaatregelen of vervolgstappen worden genomen. Tabel 6.1 Samenvatting van effecten, mogelijke vervolgstappen en voorgestelde maatregelen per soortgroep en beschermingsniveau. Soort(groep)
Ingreep verstorend
Nader onderzoek
Ontheffing nodig?
Voorwaarden en/of maatregelen
Vaatplanten
Nee
Nee
Nee
Rekening houden met zorgplicht
Grondgebonden zoogdieren
mogelijk
Mogelijk
Rekening houden met zorgplicht, zie verder onder mitigerende maatregelen
Vleermuizen
Mogelijk
Ja, gericht op eekhoorn, das en kleine marterachtigen Ja
Mogelijk
Uitvoeren aanvullend onderzoek naar zomeren paarverblijfplaatsen
Jaarrond beschermde nesten
Mogelijk
Ja
Mogelijk
Overige broedvogels
Nee
Nee
Amfibieën / reptielen
Mogelijk, indien in de broedperiode werkzaamheden worden uitgevoerd Mogelijk
Uitvoeren aanvullend onderzoek in bladloze periode Rekening houden met broedseizoen, zie verder onder mitigerende maatregelen
Nee
Nee
Rekening houden met zorgplicht, zie verder onder mitigerende maatregelen
Vissen
Nee
Nee
Nee
Rekening houden met zorgplicht
Ongewervelden
Nee
Nee
Nee
Rekening houden met zorgplicht
Invasieve exoten
Nee
Nee
Nee
Voorkomen verspreiding
Soortbescherming
18
Quickscan Wet natuurbescherming Vlagheideberg, Veghel
Kleine marterachtigen, steenmarter en das Bij de voorgenomen werkzaamheden verdwijnen mogelijk vaste rust- en verblijfplaatsen van kleine marterachtigen, steenmarter en / of das. Dit leidt tot overtreding van verbodsartikel 3.10. Dit verbodsartikel houdt in dat het verboden is om de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen. Hierdoor is aanvullend onderzoek noodzakelijk om de effecten van de mogelijke werkzaamheden voor genoemde soorten vast te stellen. Indien verblijfplaatsen worden aangetroffen dienen deze gemitigeerd te worden door middel van tijdelijke en permanente voorzieningen. Eveneens dienen de bevindingen, maatschappelijk belang, mitigerende maatregelen en (mogelijke) verbodsartikelen beschreven te worden in het mitigatie/activiteitenplan. Vleermuisonderzoek (Verblijfplaatsen ) Bij de voorgenomen werkzaamheden verdwijnen mogelijk zomer- en paarverblijfplaatsen van vleermuizen. Dit leidt tot overtreding van verbodsartikel 3.5, lid 4. Dit verbodsartikel houdt in dat het verboden is om de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen. Hierdoor is aanvullend onderzoek noodzakelijk om de effecten van de mogelijke werkzaamheden voor vleermuizen vast te stellen. De periode van dit onderzoek loopt van 15 mei t/m 1 oktober.
Indien verblijfplaatsen worden aangetroffen dienen deze gemitigeerd te worden door middel van tijdelijke en permanente voorzieningen. Eveneens dienen de bevindingen, maatschappelijk belang, mitigerende maatregelen en (mogelijke) verbodsartikelen beschreven te worden in het mitigatie/activiteitenplan. Jaarrond beschermde nesten Tijdens het veldwerk is geen volledig beeld verkregen over de aanwezigheid van vogels waarvan het nest jaarrond beschermd is. Om de aan- of afwezigheid van jaarrond beschermde nesten vast te stellen dient in de bladloze periode nader onderzoek naar jaarrond beschermde nesten te worden uitgevoerd. Zorgplicht Te allen tijde geldt voor alle soortgroepen de algemene zorgplicht. Het is van belang dat iedereen bij de uitvoering van de werkzaamheden zich hiervan bewust is. Geadviseerd wordt om activiteiten die nadelig zijn voor in het wild levende dieren en planten (ongeacht bescherming), in redelijkheid zo veel mogelijk nalaat of maatregelen te nemen om onnodige schade aan deze soorten te voorkomen. Bij het aantreffen van diersoorten moeten deze de kans worden gegeven om de werkzaamheden te ontvluchten.
19
Quickscan Wet natuurbescherming Vlagheideberg, Veghel
7. Literatuurlijst
20
•
Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen, J.B.M., Canters, K.J., Buys, J.C. (2016). Atlas van de Nederlandse zoogdieren. Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center. P. 236-264.
•
NDFF-database. 25-11-2021.
(2021).
https://ndff-ecogrid.nl/uitvoerportaal/secure/index.zul.
Quickscan Wet natuurbescherming Vlagheideberg, Veghel
Retrieved: