Bijlage 4.1 - Selectieadvies archeologie
Tekst van het document
Gemeente Meierijstad Selectieadvies BO&IVO-O, 27-03-2025
Selectieadvies archeologische monumentenzorg Gemeente Meierijstad Rooiseweg 8-8A te Schijndel Archeologisch Bureauonderzoek met Verkennend Booronderzoek Bureau voor Archeologie Rapport 1522 (versie 6-12-2024)
Opsteller
Naam
Afdeling/bedrijf
Datum
Johan Verspay
senior KNA archeoloog, gemeente ’s-Hertogenbosch afdeling SO / Erfgoed
27-03-2025
Controle Mark van den Broek gemeente Meierijstad
medewerker Erfgoed gemeente Meierijstad
Paraaf
Selectieadvies AMZ – plangebied Rooiseweg 8-8a te Schijndel, gemeente Meierijstad – Bureauonderzoek – Bureau voor Archeologie
Inleiding In opdracht van projectontwikkelaar By Brekel Vastgoed heeft onderzoeksbureau Bureau voor Archeologie een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in plangebied Rooiseweg 8-8A te Schijndel, gemeente Meierijstad. Dit onderzoek bestond uit een bureaustudie en een verkennend booronderzoek. Aanleiding voor het onderzoek is de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de realisatie van nieuwe woningen in het gebied. Het plangebied heeft een omvang van circa 1,46 ha. en ligt in een cultuurhistorisch waardevol gebied met archeologische waarde. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, is een herziening van het vigerend bestemmingsplan nodig. Als onderdeel hiervan vindt ook een toetsing plaats van de eventueel in het gebied aanwezige archeologische waarden en het effect dat de plannen hierop zullen hebben. 1
De gemeente Meierijstad houdt - als bevoegde overheid – toezicht op zijn archeologisch erfgoed en het zorgvuldige beheer van zijn bodemarchief. Het archeologisch bureauonderzoek en het daaruit volgende selectieadvies is daartoe voorgelegd aan de afdeling SO / Erfgoed van de gemeente ’sHertogenbosch. 2 Archeologisch Bureaustudie en booronderzoek Onderzoeksbureau Bureau voor Archeologie deed verslag van het onderzoek in het rapport: C. de Jong, 2024: Rooiseweg 8-8A, Schijndel gemeente Meierijstad: bureauonderzoek en verkennend booronderzoek, Utrecht (Bureau voor Archeologie Rapport 1522, 6 december 2024).
Doelstelling
Het bureauonderzoek heeft ten doel de geologische, bodemkundige en landschappelijke kenmerken van het onderzoeksgebied te beschrijven en de bekende en verwachte archeologische waarden in het te inventariseren. Op basis daarvan kan een gespecificeerde archeologische verwachting worden opgesteld voor het plangebied. Met het inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek wordt aanvullende informatie verzameld met betrekking tot de bodemopbouw en fysische geografie van het landschap, voor zover deze van invloed zijn op de locatiekeuze en landschappelijk gebruik in het verleden. Daarnaast wordt met de boringen bepaald in hoeverre het bodemprofiel nog intact is. Deze informatie wordt gebruikt om de archeologische verwachting te toetsen en aan te vullen. Ook wordt aan de hand hiervan vastgesteld wat het effect van de voorgenomen bodemingrepen zijn op de eventueel aanwezige archeologische resten. Methode en werkwijze Het bureauonderzoek is uitgevoerd conform de KNA 4.2, protocol 4002. Tijdens het bureauonderzoek wordt door de bestudering van de beschikbare bronnen, kennis vergaard omtrent de bodem en geologie van het onderzoeksgebied en de in en rondom het plangebied aanwezige bekende en te verwachten archeologische waarden. Op basis hiervan wordt op het schaalniveau van het plangebied een locatie specifiek verwachtingsmodel geformuleerd.
Met het verkennende booronderzoek is aanvullende informatie verzameld over de geomorfologische, geologische en bodemkundige karakteristieken en is de beoordeeld in hoeverre de bodemopbouw nog intact is. Aan de hand daarvan kan een inschatting gemaakt worden omtrent de gaafheid van een eventuele archeologische vindplaats. Hiervoor zijn in het plangebied negen boringen gezet verspreid binnen het plangebied. Er is getracht in het midden van het erf een extra boring te zetten. Deze is echter gestuit op 20 cm -mv op een harde baksteen- of betonlaag. De boringen zijn gezet met een Edelmanboor (⌀ 7cm) en een guts (⌀ 3cm) voor diepere delen. De boringen reikten tot een diepte van 100 tot 175 cm beneden maaiveld. Bevindingen Het plangebied ligt in een dekzandlandschap, vermoedelijk in een vlakte van verspoeld dekzand, met veldpodzolgronden. In dergelijke landschappen is bewoning mogelijk vanaf het Laat-Paleolithicum, doorgaans op (de flanken van) dekzandruggen en andere hoger gelegen delen. Tot in de 19e eeuw maakte het plangebied deel uit van de uitgestrekte Schijndelse heide, die in de tweede helft van die eeuw werd ontgonnen. Daarbij verschenen een boerderij en vier verspreid liggende bijgebouwen. De boerderij werd in de Tweede Wereldoorlog verwoest en na de oorlog vervangen door een noodgebouw. De huidige boerderij dateert uit 1952 en is sindsdien meerdere malen uitgebreid.
Daarnaast hebben in het gebied diverse bouw- en sloopwerkzaamheden plaatsgevonden. Het noordelijke deel van het terrein is opgehoogd met maximaal 70 cm. Onder de bestaande bebouwing is Gemeente Meierijstad, versie 27 maart 2025
2 van 4
Selectieadvies AMZ – plangebied Rooiseweg 8-8a te Schijndel, gemeente Meierijstad – Bureauonderzoek – Bureau voor Archeologie
de bodem tot op een diepte van 80 tot 175 cm verstoord. Uit het booronderzoek blijkt dat de bodem in het plangebied grotendeels is verstoord tot in de Chorizont, met uitzondering van één boring in het westen waar nog een B-horizont aanwezig is. In het noorden en midden van het gebied is de verstoring dieper dan in het zuiden. In de meeste boringen is de oorspronkelijke bodemopbouw afgetopt en zijn sporen zichtbaar van menging van de B-horizont met omgewerkte lagen. Alleen in boorpunt 4 is nog een intacte B-horizont aangetroffen, waarschijnlijk op een lager gelegen deel van het terrein. Boorprofielen 8 en 9 lijken representatief voor de situatie na de ontginning rond 1850. Door de omvang en diepte van de bodemverstoringen is de kans op behoudenswaardige archeologische resten uit de periode van jager-verzamelaars en landbouwsamenlevingen zeer klein. Ook in het westen, waar de bodem minder verstoord is, wordt bewoning onwaarschijnlijk geacht vanwege de lage ligging. Resten uit de Tweede Wereldoorlog zouden volgens het bureauonderzoek vooral in het noordoosten en zuiden van het plangebied kunnen voorkomen. In het noorden en midden is die kans echter door verstoringen nagenoeg uitgesloten. Alleen in het zuiden, waar de bouwvoor maximaal 30 cm dik is, kunnen mogelijk nog wel overblijfselen uit deze periode aanwezig zijn.
Dit zijn, naar verwachting overwegend losse artefacten en de kans op een intacte en behoudenswaardige vindplaats wordt klein geacht. Advies Bureau voor Archeologie Op basis van het bureauonderzoek wordt lage archeologische verwachting toegekend aan het gebied. Bureau voor Archeologie adviseert geen vervolg onderzoek uit te voeren en het terrein vrij te geven voor verdere ontwikkeling. 3 Beoordeling Bureauonderzoek namens / door de Gemeente Meierijstad Het onderzoek dat in dit rapport wordt beschreven, is doelmatig uitgevoerd, met een passende methode en werkwijze die aansluiten bij de doelstelling en logisch voortborduren op de bevindingen. Het bureauonderzoek is zorgvuldig uitgevoerd overeenkomstig de vigerende eisen zoals gesteld in KNA 4.2, protocol BRL SIKB 4002. Het rapport biedt hiervan een heldere uiteenzetting. Het is voldoende volledig, samenhangend, goed gestructureerd en prettig leesbaar. Ten aanzien hiervan geen nadere opmerking. Het verkennend booronderzoek is naar behoren uitgevoerd conform de specificatie VS03 booronderzoek van het inventariserend veldonderzoek (landbodems) (KNA 4.1, protocol 4003). Het onderzoeksrapport voldoet aan de gestelde eisen (KNA 4.1, protocol) en biedt een goede integratie van de bevindingen van het archeologisch bureauonderzoek en de verkennende inventarisatie aan de hand van boringen.
Het advies van Bureau voor Archeologie is een logische gevolgtrekking uit de resultaten. De enige kanttekening hierbij is de inventarisatie van Van Boeijen 2013, wel degelijk aanleiding geeft om militaire elementen te verwachten te weten een geschutspositie en/of wapendepot.
3.1 Selectieadvies Gemeente Meierijstad Het onderzoek is gedegen uitgevoerd en het rapport kan worden goedgekeurd. De gemeente kan zich vinden in de uitkomsten, maar wijkt af van het advies van het Bureau voor Archeologie om het plangebied archeologisch direct vrij te geven voor verdere ontwikkeling. Reden hiervoor is de concrete verwachting van de aanwezigheid van relicten uit de Tweede Wereldoorlog – waaronder mogelijk nietgesprongen explosieven (NGE) – en de historische betekenis van de gevechtshandelingen rond Operatie Market Garden voor de geschiedenis van Schijndel. Het Vooronderzoek Conventionele Explosieven (VCE) dat Van Boeijen in 2013 uitvoerde voor een nabijgelegen terrein – waarbij het inventarisatiegebied ook het huidige plangebied omvatte – bevat een gedetailleerde beschrijving van de oorlogshandelingen in deze zone. Hieruit blijkt dat het plangebied destijds deel uitmaakte van de frontlinie. Op stafkaarten uit de periode is binnen het terrein een geschutspositie en/of wapendepot aangeduid. In de directe omgeving is bovendien groot aantal explosieven aangetroffen, waaronder geschutmunitie, handgranaten, raketten en klein kaliber munitie.
Gemeente Meierijstad, versie 27 maart 2025
3 van 4
Selectieadvies AMZ – plangebied Rooiseweg 8-8a te Schijndel, gemeente Meierijstad – Bureauonderzoek – Bureau voor Archeologie
Ook in de geharmoniseerde archeologische beleidskaart van de gemeente Meierijstad (Van Putten et al., 2021) is voor deze locatie een hoge verwachting opgenomen ten aanzien van relicten uit de Tweede Wereldoorlog. Op basis van de verwachte aanwezigheid van WO2-resten, waaronder mogelijk NGE, én vanwege de historische relevantie van deze periode voor Schijndel, stelt de gemeente voor om een gecombineerd onderzoek uit te voeren: conventionele explosieven (OCE) met archeologische begeleiding. Dit houdt in dat eventueel aangetroffen militaria ook als archeologische informatie wordt behandeld en gedocumenteerd in de context van de strijd rond Operatie Market Garden. Voor deze archeologische begeleiding dient een Programma van Eisen (PvE) te worden opgesteld en ter beoordeling voorgelegd aan de gemeente Meierijstad.
Afb. 1 Meldingen (rood & geel) van explosieven in de omgeving van het plangebied. Inventarisatie Plangebied Duin Zuid (Van Boeijen 2013)
Afb 2. Uitsnede militaire relictenkaart (Van de Putten et al 2021)
Gemeente Meierijstad, versie 27 maart 2025
4 van 4