CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3. zienswijze reclamant 2 (geanonimiseerd)

Raadsvergadering 23 mei 2024, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Veghels-Buiten - Erpseweg Zuid, 1e herziening'2.353 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

HOOGLANDER.

De

gemeenteraad

Meierijstad

van

Postbus 10.001 5460

DA

Veghel

AANGETEKEND

EN PER

E-MAIL VOORUIT VIA:

info@meierijstad.nl

Helmond, Onze Uw

2 januari 2024

ref.

:

(geanonimiseerd) Gemeente Meierijstad (Bestemmingsplan)

D20231161

ref.

Behandelaar E-mail direct

Geachte Namens

Veghel,

(geanonimiseerd) Gl

(geanonimiseerd) Mlescan

heer/mevrouw, mijn cliënt MN, (geanonimiseerd) onend aan de (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) MNN: het door u (het college) vastgestelde zienswijzen in tegen

dien ik hierbij

ontwerpbestemmingsplan ‘Veghels Buiten, deelgebied Erpseweg-Zuid,

1e

herziening’.

Op woensdag 29 november 2023 is een ontwerp voor dit bestemmingsplan bekend gemaakt. Tot en met dinsdag 9 januari 2023 kunnen zienswijzen op het ontwerp aan u kenbaar worden gemaakt. Van die gelegenheid maakt cliënt graag gebruik. Zienswijzen Cliënt kan zich niet verenigen

met

het

ontwerpbestemmingsplan.

Cliënt licht dit hieronder nader

toe.

.

Inleiding

Cliënt is eigenaar

van

en

perceelnummer

1686’

aan

locatie

van

wonend

perceel, kadastraal bekend als ‘gemeente Veghel, Sectie N, de (geanonimiseerd) Veghel. Op onderstaande afbeelding is de TI

cliënt aangegeven met

op het

een

rode

druppel.

HOOGLANDEP­

—^ •B •••»

iSf

y vs.

f'

^j

"*.'­.

w

%­

?l .

^%d nx:

i

*ï

Il (­*B

j

•i

•ï* ».

" h3<

^ «•

%e^

,

'­, <

t, '

•; " f

ȕ

/

^i2S^

o»­»'

Cliënt kan zich niet vinden in hetontwerpbestemmingsplan 'Veghels Buiten, deelgebied Erpseweg­ Zuid, Ie herziening'. Op grond van dit bestemmingsplan wordt de enkelbestemming 'Woongebied­ Erf' met twee bouwvlakken en de gebiedsaanduiding 'milieuzone ­ boringsvrije zone'en de gebiedsaanduiding 'overige zone ­ aanpassing woningaantallen' toegekend aan betreffende locatie. Onderstaande afbeelding geeft de specifieke locatie weer van het bestemmingsplan. e ^

•s ^

< •&».

m^ •*(;

's

»

•Sb,

m­s.

s­, : ? , ;­

v

Ei

(

f

t

lï t^

tf f ^r

PLEKINFO DOCUMENTEN KENMERKEN

^ 167752. 8. 101826. 9 Enkelbestemming •v'A­! ongyt) i'? d ­ [: rf

[__^ BC! U\Wt3k

•It

Gebiedsaanduiding msiieuycne ­ boringi; yrife zone % m <

!

1

Gebiedsaanduiding

ovtiirigc' ovtiirigc'zone zone ­ iïsnipnaitassing

woningaantallen

s

aa

I

" «!

^

&

" ÏS^

] fe.»­^; ^

fcT.

^

; tff

. ».

s

! «1 »? •

/

/

/

+

(•„

Voorgaand bestemmingsplan, 'Veghels Buiten ­ Erpseweg Zuid 2016' liet het toe dat er maximaal 705 nieuwe woningen gebouwd mochten worden in dit deelgebied van Veghels Buiten. Het

2

HOOGLANDER.

ontwerpbestemmingsplan voorziet in een bijstelling van het maximaal te realiseren woningen voor het hele plangebied van Erpseweg Zuid en een aangepaste bouwregeling voor de twee resterende ontwikkellocaties tot 765

1.

Belangen

van

woningen.

cliënt

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Ee Veghel. Het bedrijf van zijn melkveehouderij gevestigd aan de cliënt is gelegen in het buitengebied van Veghel, aan de weg tussen Veghel en Erp. In de loop der jaren is de lintbebouwing vanuit Veghel steeds verder toegenomen. Waar eerst sprake was van een Cliënt is met

primair agrarisch gebied, verder toegenomen.

Het

is de

bebouwing rondom het bedrijf van cliënt de laatste jaren steeds bedrijf van cliënt wordt naarmate de jaren vorderen steeds verder

ingesloten door woningbouw vanuit Veghel. Gelet op de steeds strengere (milieu)wet- en regelgeving waar cliënt aan moet voldoen, is niet vanzelfsprekend dat op deze specifieke locatie de toekomst nog

melkvee kan worden

langer vanzelfsprekend

cliënt niet

meer

2.

ruimtelijke ordening

Goede

Ingevolge artikel 3.1

van

de Wet

gehouden.

Dit leidt ertoe dat de

bedrijfsvoering

in

van

is.

ruimtelijke ordening (Wro)

moeten

bestemmingen

in het

bestemmingplan op basis van een goede ruimtelijke ordening worden aangewezen. De ruimtelijke ordening heeft als doel zo gunstig mogelijk voorwaarden te creëren voor het gebruik en de ontwikkeling van een gebied. Hierbij moet de vraag worden gesteld in hoeverre bestemmingen naast elkaar

kunnen bestaan.

Een

goede belangenafweging van de verschillende met de bestemming gemoeide belangen is noodzakelijk. Het momenteel in voorbereiding zijnde plan, ontbeert een deugdelijke motivering en daarmee ook een goede ruimtelijke ordening. Dit is in strijd met artikelen 3:46 en 3:47 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Op grond van het in artikel 3:2 van de Awb opgenomen zorgvuldigheidsbeginsel dient het bestuursorgaan bij de voorbereiding van een besluit alle nodige kennis omtrent de relevante en

de af te wegen

grond

van

belangen,

belanghebbende nadelige gevolgen mogen op niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te

te vergaren.

artikel 3:4 lid 2 van de Awb

De

feiten

voor

de

dienen doel.

U hebt in het

ontwerpbestemmingplan onvoldoende blijk gegeven van een deugdelijke belangenafweging. U heeft de belangen van cliënt onvoldoende onderkend en meegewogen besluitvorming.

in de

HOOGLANDER­

3. Woningbouw in nabijheid van het bedrijf ­ Geur

Cliënt heeft belang bij het niet dan wel gewijzigd vaststellen van het ontwerpbestemmingsplan. Dit ontwerpbestemmingsplan maakt het mogelijk om op zeer korte afstand van het bedrijf van cliënt woningbouw mogelijk te maken. Cliënt ondervindt daar hinder van en kan worden beperkt in zijn bedrijfsvoering.

Wat betreft het aspect geur concludeert het college dat sprake is van een aanvaardbaar woon­ en leefklimaat en dat de achtergrondbelasting geen beletsel is voor de realisatie van geurgevoelige objecten/woningen. De achtergrondbelasting in het plangebied zou volgens het college l è 2 ouE/m3 bedragen. Uit deze waarde valt volgens het college op te maken dat de voorgrondbelasting ook niet hoger zal zijn dan 3 ouE/m3. Hoe deze achtergrondbelasting tot stand komt, is onduidelijk. In de bijlagen bij dit ontwerpbestemmingsplan blijkt niet hoe de achtergrondbelasting is berekend. Zo is onduidelijk of u rekening hebt gehouden met de maximale mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt of dat u van de feitelijke situatie bent uitgegaan. Op grond van jurisprudentie1 dient een beoordeling plaats te vinden aan de hand van een mogelijke toekomstige, planologisch toegestane, uitbreiding van het bedrijf. Het college heeft dan ook onvoldoende onderbouwd hoe zij tot een achtergrondbelasting van l è 2 ouE/m3 zou komen. Gelet op de korte afstand en het niet onderbouwen van de voor­ en achtergrondbelasting heeft het college onvoldoende onderbouwd dat sprake kan zijn van een goed woon­ en leefklimaat. 4. Spuitzonering

Cliënt betoogt dat onvoldoende afstand wordt gehouden tussen de beoogde woningen en zijn agrarische percelen. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling wordt een afstand van 50 meter in het algemeen niet onredelijk geacht in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Een kleinere afstand dan 50 meter kan echter onder omstandigheden voldoende zijn, zolang de afwijking goed is gemotiveerd. Tussen de agrarische bestemming en het bouwvlak zit geen afstand, omdat het bouwblok loopt tot aan de perceelsgrens. Ondanks dat binnen 50 meter mag worden gebouwd, is geen onderzoek gedaan naar het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op het perceel van client en aanliggende percelen. Bij de beoordeling van de vraag of (al dan niet) een spuitzone moet worden aangehouden, moet worden gekeken naar hetgeen planologisch maximaal is toegestaan. Cliënt zal dit verder toelichten.

' O. a. ABRvS 22 maart 2023, ECLI: NL: RVS: 2023: 1151, r. o. 10. 2 4

HOOGLANDER­

Op grond van het bestemmingsplan zijn de voor agrarisch aangewezen gronden volgens artikel 3 bestemd

voor:

A. grondgebonden veehouderij en akkerbouw^ waarbij geldt dat bedrijfswoningen uitsluitend_ziin toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning';

B. behoud, versterking en ontwikkeling van abiotische, landschappelijke, cultuurhistorische en aardkundige waarden;

C. extensief dagrecreatief gebruik; D. kleinschalig kamperen; E. voet­ en fietspaden; F. ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij'; tevens intensieve veehouderij;

G. ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting', tevens Verkeer ­ Verblijfsgebied, zoals bedoeld in artikel 5; H. ter plaatse van de aanduiding 'waterberging', tevens voor waterberging in de vorm van greppels, sloten of wadi's en voor groen in de vorm van een houtsingel; l. voorzieningen, zoals groen, water, waterberging en nutsvoorzieningen (met daarin begrepen nutsvoorzieningen ten behoeve van de in dit plan voorkomende woonbestemmingen) ; J. parkeervoorzieningen en laad­ en losvoorzieningen, uitsluitend binnen het bouwvlak; K. het plaatsen van kunstobjecten. (onderstreping; LP)

.

Zoals onder A is weergegeven, zijn de gronden bestemd voor akkerbouw. Een agrarische bestemming brengt met zich mee dat voor dit gebruik gewasbeschermingsmiddelen kunnen worden gebruikt. 2 Onder artikel 1. 8 wordt een agrarisch bedrijf als volgt gedefinieerd:

bedrijf, gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/ofhet houden van dieren, nader te onderscheiden in: o. akker­ en vollegrondstuinbouw: de teelt van gewassen op open grond, daaronder niet begrepen sier­, fruit­ en bollenteelt; b. grondgebonden veehouderij: het houden van melk­ en ander vee (nagenoeg) geheel op open een

grond; c. intensieve

veehouderij: de teelt van slacht­, fok­, leg­ ofpelsdieren in gebouwen en (nagenoeg) zonder weidegang, waarbij de teelt niet afhankelijk is van de agrarische grond o/s productiemiddel;

2 ABRvS 17 november 2021, ECLI: NL: RVS: 2021: 2560 5

HOOGLANDEP­

Kortom, de percelen van cliënten kunnen worden gebruikt voor agrarisch gebruik. Aan deze

bestemming is inherent dat akkerbouw mag plaatsvinden. Akkerbouw, meer specifiek open teelt, laat toe dat gewasbeschermingsmiddelen gebruikt kunnen worden. Daar is door het college onterechte geen rekening mee gehouden. 4. 12. 3 Spuitzones

In de directe omgeving van het plangebied zijn geen percelen aanwezig met een spuitzone gewasbescherming. Daarnaast wordt de contour van gevoelige bestemmingen (Woonbestemmingen) niet vergroot. Spuitzones vormen geen belemmering voor het plan.

Cliënt verwijst naar een uitspraak van de Afdeling van 25 januari 2023 (ECLI: NL: RVS: 2023: 245) waarin de volgende rechtsoverweging is opgenomen: 5. 5. Vooropgesteld wordt dat het op de gronden waaraan ingevolge het bestemmingsplan " Buitengebied 2009 " de bestemming " Agrarisch met waarden ­ Landschap " is toegekend, is toegestaan om verschillende vormen van agrarische bedrijvigheid te ontplooien. Zo is het, afgezien van de uitoefening van het agrarisch bedrijf mogelijk om ter plaatse een kwekerij, niet zijnde een boomkwekerij te exploiteren. Hieronder moet blijkens het bepaalde in artikel 1. 65 worden mede warden verstaan het telen van houtige en niet­houtige siergewassen, fruitbomen en vaste planten. Gelet op deze definitieomschrijving acht de Afdeling het niet uitgesloten dat ter plaatse van de gronden van [appellant] gewassen kunnen worden geteeld of gekweekt waarbij gebruik wordt gemaakt van gewasbeschermingsmiddelen. Dat [aupellantl een veehouderij heeft en op dit moment Qeen qewassen teelt waarbij gebruik wordt oemaakt van gewasbeschermingsmiddelen, is naar het oordeel van de Afdelina niet zonder meer doorslaqqevend.

Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen /s" het uitsluitend ontbreken van concrete plannen voor een omzettina of beëindiqing van een bestaand bedrijf niet voldoende om een uitzonderinq te maken op de hoofdreoel dat van de_ maximale planoloaische moaeliikheden moet worden uitaeQaan in het kader van de vaststellinq van een bestemmingsplan (verqelijk de uitspraak van de Afdeling van 14 oktober 2020.

ECLI: NL: RVS: 2020: 2439, onder 82. 3) Gezien de mogelijkheden die het ter plaatse geldende bestemmingsplan biedt, en de toelichting die [appellant] op zitting heeft gegeven, acht de Afdeling het niet zodanig onaannemelijk dat [appellant] op zijn gronden bedrijfsactiviteiten kan gaan ontplooien waarbij gebruik wordt gemaakt van gewasbeschermingsmiddelen, dat de raad geen rekening heeft hoeven houden met een dergelijke vorm van agrarisch gebruik. Hierbij betrekt de Afdeling dat in het bestemmingsplan " Buitengebied 2009 " geen beperking of een verbod is opgenomen om binnen een bepaalde afstand van woningen gebruik te maken van gewasbeschermingsmiddelen. .

6

HOOGLANDER­

Gelet op de bovengenoemde jurisprudentie heeft de raad zich ten onrechte op het standpunt gesteld dat spuitzones geen belemmering vormen voor het plan. Binnen 50 meter van de agrarische

bestemming wordt woningbouw mogelijk gemaakt. Daarbij had het college een locatie specifiek onderzoek aan ten grondslag moeten leggen nu open teelt rechtstreeks mogelijk is op basis van het bestemmingsplan. Aangezien er gevoelige functies worden opgericht binnen een afstand van 50 meter, zal in ieder geval onderbouwd moeten worden waarom sprake is van een goed woon­ en leefklimaat binnen de afstand van 50 meter dan wel het plan zodanig moeten worden aangepast

dat hiermee rekening wordt gehouden. 5. Onevenredige inbreuk

op

de privacy

Client is van mening dat het ontwerpbestemmingsplan een onevenredige inbreuk op de privacy maakt. Tot vlak aan de perceelsgrens van cliënten is de enkelbestemming woongebied erf gelegen.

Deze bestemming maakt het mogelijk om erven, nutsvoorzieningen, tuinen, voet­ en fietspaden, groen, water en waterberging te realiseren. Kortom, de maximale mogelijkheden uit het bestemmingsplan maken het mogelijk dat cliënt geconfronteerd kan worden met bezoekers die tot langs de perceelsgrens gaan wandelen of fietsen. Cliënt zal worden geconfronteerd met een aantasting van de privacy. 6. Ten onrechte wordt

een

deel

van

het perceel

van

cliënt betrokken in onderhavig

bestemmingsplan.

Ten onrechte wordt een deel van het perceel van cliënt onderdeel van dit bestemmingsplan. Op onderstaande afbeelding is te zien dat een deel van het perceel onder dit bestemmingsplan komt te vallen.

7

HOOGLANDER.

4 1? ­ /

n

e

^

,• >

.

» "•­,

B{':

DOCUMENTEN

^ 167843. 5, 401659. 4

'•­»

£­

% i^

w

s

^

Functieaanduiding

i. —^ ontsluiEiE "

hu^l

! ÏS

w^

Enkel bestemming I_l Agrarisch

'h­

&

•%

PLEKINFO

'*^

s 4 I. ^

bestemmingsplan ontwerp (2023­11­16)

/

a»

v

pm|

'•'^.^•'» " " > r—i Functieaanduiding

s­­. < <

t

•••aterberging

p­^ Gebiedsaanduiding

^

Fi il milieuzone

­ boringsvrije

/ •! *­;

/

^s ^

/

s

ï

"^

ï & m

ss

.l

m

Gebiedsaanduiding P^" overige zone ­ aanpassing woningaantallen

^ ':

ï: ^

l »

t:

^. 'i

­G

7. Verharding

Het college heeft onvoldoende onderzoek verricht naar de gevolgen voor de verharding en afwatering voor het perceel van cliënt. Als de waterhuishouding niet goed is geregeld, zal dit gevolgen hebben voor de percelen van cliënt. In artikel 7. 3 is wel bepaald dat gebruik van de gronden pas mogelijk is als is voldaan aan de voorwaarde dat er is voorzien in een waterberging met

voldoende capaciteit en vervolgens is bepaald hoe die capaciteit moet worden bepaald maar onduidelijk is hoe het aantonen dient plaats te vinden nu er geen vergunningplicht aan gekoppeld is.

Het planvoorschrift is rechtsonzeker omdat het voor een direct belanghebbende, zoals mijn cliënt, niet mogelijk is om handhaving van een planvoorschrift af te dwingen. Zo is onduidelijk of het " aantonen " leidt tot een appellabel besluit.

8

HOOGLANDER.

Conclusie Gelet op de dan

zienswijzen van cliënt verzoek ik u om het ontwerpbestemmingsplan niet vast te stellen, wel zodanig gewijzigd vast te stellen dat rekening is gehouden met vorenstaande standpunten

van

cliënt. Ik reken

Mocht dat niet

toelichting Met

op de

er

op dat de

zienswijzen

c.q.

standpunten

zijn, verzoek ik u dat schriftelijk zienswijze te geven.

zo

vriendelijke groet,

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) J advocaat

kenbaar

van

cliënt

duidelijk is.

te

maken.

Cliënt is bereid

een

nadere

Toelichting grondslagen In dit document kunt u secties vinden die onleesbaar zijn gemaakt. Deze informatie is achterwege gelaten op basis van de Wet open overheid (Woo). De letter die hierbij is vermeld correspondeert met de bijbehorende grondslag in onderstaand overzicht.

J Art. 5.1 lid 2 sub e Het belang van de openbaarmaking van deze informatie weegt niet op tegen het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=873bca0c-dc59-4363-a77e-edbfb51546aa