CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Watertoets Bundersstraat 107 Schijndel

Raadsvergadering 29 februari 2024, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Kom Schijndel 2013, herziening Bunderstraat 107'4.570 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Watertoets ter plaatse van de Bunderstraat 107 Schijndel

Pagina 3 van 18

Titel Opdrachtgever Adviesbureau

Watertoets ter plaatse van de Bunderstraat 107 Schijndel

Initiatiefnemer

MILON bv Rembrandtlaan 4 5462 CH Veghel

Pagina 4 van 18

Titel:

Watertoets ter plaatse van de Bunderstraat 107 Schijndel

Status:

Definitief

Datum:

16 augustus 2023

Opdrachtgever:

Initiatiefnemer

Projectnummer:

20222265

Auteur: Projectleider: Telefoonnummer: E-mail: Website:

Job Tijssen Job Tijssen 073-5477253 info@milon.nl www.milon.nl

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of MILON bv. Op al onze leveringen en diensten zijn de RVOI-2001 en de algemene aanvullende voorwaarden van MILON bv van toepassing. Beide sets algemene voorwaarden zijn te raadplegen en te downloaden via www.milon.nl/algemene-voorwaarden. MILON bv is gecertificeerd conform ISO 9001 en VCA**, voldoet aan niveau 3 op de CO2 prestatieladder en is erkend door het ministerie van IenW voor: ▪ BRL SIKB 1000 “Monsterneming voor partijkeuringen”, protocol 1001, 1002 en 1003; ▪ BRL SIKB 2000 “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek”, protocol 2001, 2002, 2003 en 2018; ▪ BRL SIKB 6000 “Milieukundige begeleiding van (water)bodemsaneringen, ingrepen in de waterbodem en nazorg” en protocol 6001 (processturing en verificatie).

Pagina 5 van 18

Inhoudsopgave 1. Inleiding .............................................................................................................................................. 7 1.1. Opdrachtverlening ............................................................................................................. 7 1.2. Aanleiding ............................................................................................................................. 7 1.3. Doel ......................................................................................................................................... 7 1.4. Betrouwbaarheid ................................................................................................................ 7 2. Onderzoekslocatie .......................................................................................................................... 8 2.1. Locatiegegevens ................................................................................................................. 8 3. Beleid watertoets ............................................................................................................................... 9 3.1. Rijksoverheid ...................................................................................................................... 10 3.2.

Provinciaal beleid ............................................................................................................. 11 3.3. Waterschapsbeleid .......................................................................................................... 12 3.4. Gemeentelijk beleid ........................................................................................................ 14 4. Waterhuishouding ........................................................................................................................ 15 4.1. Geohydrologie ................................................................................................................... 15 4.2 Overige aspecten ............................................................................................................. 16 5. Wateradvies ..................................................................................................................................... 17 5.1 Bevoegd gezag.................................................................................................................. 17 5.2 Dimensionering infiltratie of bergingsvoorziening ............................................. 17 6. Samenvatting en conclusies ...................................................................................................... 18

Bijlage 1. 2. 3.

Topografische overzichtskaart Schetsplan Boorprofielen

Pagina 6 van 18

1.

Inleiding

1.1.

Opdrachtverlening

Op 13 februari 2023 heeft MILON bv te Veghel schriftelijk opdracht gekregen van de initiatiefnemer, voor het uitvoeren van een watertoets. De onderzoekslocatie is gelegen ter plaatse van de Bunderstraat 107 te Schijndel. Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden.

1.2.

Aanleiding

De aanleiding voor het uitvoeren van de watertoets wordt gevormd door de voorgenomen herontwikkeling van de locatie. Het aanwezige kantoor wordt gesloopt. Op de vrijgekomen grond worden 2 nieuwbouwwoningen gerealiseerd.

1.3.

Doel

De watertoets heeft als doel om water als ordenend principe een rol te laten spelen bij ruimtelijke plannen en besluiten, door alle relevante waterhuishoudkundige aspecten vroegtijdig te betrekken bij de planvorming.

1.4.

Betrouwbaarheid

Het onderzoek is onafhankelijk uitgevoerd. MILON bv is geen eigenaar van de onderzoekslocatie en financieel niet gelieerd aan de opdrachtgever. Het onderzoek is met de grootst mogelijke nauwkeurigheid en conform de daarvoor opgestelde normen en richtlijnen uitgevoerd. MILON bv acht zich niet aansprakelijk voor eventueel hieruit voortvloeiende (financiële) schade.

Pagina 7 van 18

2.

Onderzoekslocatie

2.1.

Locatiegegevens

De onderzoekslocatie is kadastraal bekend als gemeente Schijndel sectie H, met nummer 6368. De oppervlakte van de gehele locatie bedraagt circa 2.970 m2. De locatie is in de huidige situatie bebouwd met een architectenkantoor.

Figuren 1 en 2. Overzichtsfoto’s onderzoekslocatie (Bron: MILON). Op de onderstaande afbeelding wordt een luchtfoto van de onderzoekslocatie getoond.

Figuren 3 en 4. Ligging onderzoekslocatie (Bron: Google Maps) Overig terrein en omgeving De onderzoekslocatie ligt binnen de bebouwde kom van Schijndel. De omgeving wordt rondom gekenmerkt door met name woonhuizen met siertuin.

Pagina 8 van 18

Voormalig gebruik Volgens historisch topografisch kaartmateriaal is de onderzoekslocatie tot in de jaren ’70 volledig onbebouwd en onverhard geweest. Vermoedelijk was de locatie in gebruik voor agrarische doeleinden. In de jaren ‘70 verschijnt bebouwing op de locatie. Deze bebouwing is hedendaags aanwezig op het perceel. Het aantal woonhuizen in de directe omgeving van het plan is vanaf de jaren 80’ fors toegenomen.

2.2. Ruimtelijk plan of voornemen De aanleiding voor het uitvoeren van de watertoets wordt gevormd door de voorgenomen herontwikkeling van de onderzoekslocatie. Het aanwezige kantoor wordt gesloopt. Op de vrijgekomen grond worden 2 nieuwbouwwoningen gerealiseerd. Hieronder een ontwerpschets van de beoogde situatie.

Figuur 5: weergave plan (Omni architecten b.v.) In onderstaande tabel is weergegeven hoe de verhardingssituatie er in de huidige en toekomstige situatie uitziet. Als uitgangspunt is gehanteerd dat in de toekomstige situatie 20% van de uitgeefbare grond verhard wordt voor de aanleg van een opritten en terrassen. Tabel 1. verhardingssituatie huidige en toekomstige situatie Huidige m2 (circa)

Toekomstig m2 (circa)

Verschil m2 (circa)

Bebouwing

380

336

-44

Verharding (oprit/terras)

420

527

+107

Totaal verhard plangebied

800

863

+ 63

Totaal plangebied

2.970

2.970

-/-

De ontwikkeling op de locatie heeft, zoals blijkt uit de tabel, tot gevolg dat het verhard oppervlak toeneemt met circa 63 m2. Pagina 9 van 18

3. Beleid watertoets De wetgeving en het beleidskader spelen een belangrijke rol in het doorlopen van de watertoetsprocedure. Uit de beleidsstukken van de overheden blijkt welke eisen en wensen ze hebben en welk belang ze hebben bij een goed beheersbaar watersysteem.

3.1.

Rijksoverheid

Waterwet Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden, waarmee een achttal wetten is samengevoegd tot één wet. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. De Waterwet richt zich op de zorg voor waterkeringen, waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterfuncties (zoals de drinkwatervoorziening). De wet biedt de basis voor het stellen van normen ten aanzien van deze onderwerpen. Verder bevat de wet regelingen voor het beheer van water. Een belangrijk gevolg van de Waterwet is dat de huidige vergunningstelsels uit de afzonderlijke waterbeheerwetten worden gebundeld. Dit resulteert in één vergunning, de Watervergunning. Minstens zo belangrijk is dat zoveel mogelijk activiteiten onder algemene regels vallen. In de regel komt dit neer op een meldingsplicht in plaats van een vergunningenprocedure. Niet alles is in algemene regels vast te leggen en voor deze activiteiten in, op, onder of over watersystemen is er de watervergunning. De Wet gemeentelijke watertaken is onderdeel van de Waterwet.

In deze Wet heeft de gemeente de zorgplicht gekregen voor: • Het doelmatig inzamelen en verwerken van overtollig afvloeiend hemelwater; • Het doelmatig nemen van maatregelen in openbaar gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. In de Wet milieubeheer is de derde zorgplicht voor de gemeente opgenomen. De gemeente dient zorg te dragen voor het inzamelen transporteren van stedelijk afvalwater. Wet ruimtelijke ordening en de watertoets De watertoets is per 1 november 2003 wettelijk verplicht (en vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening). De watertoets betekent dat ruimtelijke plannen (waaronder bestemmingsplannen) die vanaf deze datum ter inzage worden gelegd, voorzien moeten zijn van een waterparagraaf. Ruimtelijke plannen van de initiatiefnemer (bijv. gemeente of projectontwikkelaar) worden overlegd met de waterbeheerder. In de waterparagraaf geeft de initiatiefnemer aan welke afwegingen in het plan ten aanzien van water zijn gemaakt. Het is een toelichting op het doorlopen proces en maakt de besluitvorming ten aanzien van water transparant.

In geval van locatiekeuzes en bij herinrichting van bestaand bebouwd gebied geeft de initiatiefnemer expliciet aan welke rol de kosten en risico's van verdroging, verzilting, overstroming en overlast hebben gespeeld bij de besluitvorming. De waterparagraaf grijpt zichtbaar terug op de afsprakennotitie en het wateradvies. Nationaal Waterprogramma 2022-2027 Het programma geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast voor de periode 2022-2027 om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het

Pagina 10 van 18

Nationaal Waterprogramma richt zich op schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Belangrijke punten uit het nationaal waterprogramma zijn: • Eerst vasthouden, dan bergen en dan pas afvoeren; • Hemelwater zo veel mogelijk afkoppelen, mits schoon (anders eerst zuiveren); • Uitbreiding van verhard oppervlak zo veel mogelijk compenseren met hectares oppervlaktewater. Met deze punten zal rekening gehouden worden bij de uitvoering van de plannen. Nationaal Bestuursakkoord Water Met het NBW-Actueel (2008) onderstrepen het Rijk, het Interprovinciaal Overleg, de Unie van Waterschappen en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten de gezamenlijke opgave om het watersysteem op zo kort mogelijke termijn en tegen de laagste maatschappelijke kosten op orde te brengen en te houden. Samenwerken is de rode draad van het geactualiseerde Nationaal Bestuursakkoord. Een actualisatie van het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) uit 2003 komt voort uit de invoering van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW), de noodzaak tot het aanscherping van een aantal begrippen en het beschikbaar komen van nieuwe klimaatscenario's. Ook is een nieuwe fase aangebroken in het samenwerkingsproces, waarbij het zwaartepunt verschuift van planvorming naar uitvoering. Het NBW is een uitwerking van de uitvoering van waterbeleid 21e eeuw (WB21) en de KRW.

De belangrijkste doelen en taken zijn: • het teveel (overlast) of tekort (onderlast) aan water aanpakken; • verbetering van de waterkwaliteit.

3.2.

Provinciaal beleid

Regionaal Water en Bodem Programma Het Regionaal Water en Bodem Programma 2022–2027 (RWP) is de strategische basis voor het Brabantse water- en bodembeleid en -beheer voor de korte en de lange termijn, rekening houdend met Europese, landelijke, provinciale en regionale doelen, duurzaamheid en klimaatveranderingen. Het Regionaal Water en Bodem Programma 2022–2027 integreert de milieu- en de wateropgave. Doel van dit nieuwe RWP is: een klimaatadaptief Brabant met veilig, schoon en voldoende water en een vitale bodem. Deze opgaven zijn ook van belang voor vrijwel alle andere provinciale opgaven: wonen en werken, infrastructuur en mobiliteit, landbouw en voedsel, natuur en biodiversiteit, erfgoed, een concurrerende en duurzame economie, en de energietransitie. De ambitie van het RWP luidt: ‘Brabant heeft in 2050 een klimaatbestendig en veerkrachtig water- en bodemsysteem en is bestand tegen extremen’. Om deze ambitie te bereiken werkt het RWP 5 beleidsopgaven uit: 1. Voldoende water (o.a. Europese KRW-doelen); 2. Schoon water (o.a. Europese KRW-doelen); 3. Waterveiligheid; 4. Vitale bodem; 5. Klimaatadaptatie Interim Omgevingsverordening De Interim Omgevingsverordening vervangt onder meer de Verordening ruimte, Verordening water en Provinciale milieuverordening.

In de Interim Omgevingsverordening staan regels waarmee een gemeente rekening moet houden bij het ontwikkelen van bestemmingsplannen. Zo zijn er de waterwingebieden en Pagina 11 van 18

grondwaterbeschermingsgebieden in opgenomen en worden gebieden aangewezen als reserveringsgebied voor waterberging. Deze gebieden worden ingezet om wateroverlast uit regionale watersystemen (beken, waterlopen) tegen te gaan. Voorts zijn normen opgenomen voor regionale waterkeringen, wateroverlast, de beoordeling van de waterveiligheid, afspraken over het beheer van wateren, waterwegen en waterkeringen, peilbesluiten en planvorming. Ook zijn milieuregels opgenomen die het drinkwater moeten beschermen. Het grondwater rond de Brabantse drinkwaterwinningen worden beschermd met speciale zones, waarbinnen bepaalde activiteiten beperkt of niet zijn toegestaan zonder vergunning. Verordening water Noord-Brabant In de Provinciale verordening water Noord-Brabant heeft de provincie normen opgenomen voor regionale waterkeringen, wateroverlast, de beoordeling van de waterveiligheid, afspraken over het beheer van wateren, waterwegen en waterkeringen, peilbesluiten en planvorming. Provinciale milieuverordening Noord-Brabant (PMV) In de Provinciale milieuverordening Noord-Brabant 2010 (PMV) zijn milieuregels opgenomen die het drinkwater moeten beschermen. Het grondwater rond de Brabantse drinkwaterwinningen wordt beschermd met speciale zones, waarbinnen bepaalde activiteiten beperkt of niet zijn toegestaan zonder vergunning.

3.3.

Waterschapsbeleid

Waterbeheerprogramma: Water als basis voor een toekomstbestendige leefomgeving (2022-2027) Het water- en bodemsysteem is onontbeerlijk voor een gezonde en leefbare ruimtelijke inrichting van Noord-Brabant. Meer dan ooit is het belangrijk om rekening te houden met het concept van de lagenbenadering om een toekomstbestendige leefomgeving te waarborgen. Door klimaatverandering en ruimtelijke druk, staat immers de veerkracht van het water en bodemsysteem onder druk. De lagenbenadering beschrijft de ruimte in drie lagen. De eerste laag bestaat uit de fysieke ondergrond, het water- en bodemsysteem. De tweede laag bevat netwerken van infrastructuur met onder meer wegen, spoorlijnen en waterwegen. Tot slot de derde laag met de menselijke activiteiten zoals wonen, werken en recreëren en de fysieke neerslag daarvan. Ruimtelijke planning en gebiedsontwikkeling is een proces waarin continu keuzes worden gemaakt. De lagenbenadering helpt in dit keuze- en afwegingsproces en dient als kwaliteitskader voor alle (ruimtelijke) plannen. Elke laag draagt bij aan de ontwikkeling. De lagenbenadering betekent wel dat een onderliggende laag voorwaarden stelt aan andere lagen. Zeker vanuit een perspectief van duurzame ontwikkeling zijn veerkracht en omkeerbaarheid van ingrepen belangrijke gegevenheden.

Met het Waterbeheerprogramma 2022-2027 start Waterschap De Dommel met de ‘watertransitie’; op weg naar een toekomstbestendige waterhuishouding. Uiterlijk in 2050 is de waterhuishouding in het hele beheergebied toekomstbestendig. Dit betekent een waterhuishouding die in een goede waterkwaliteit voorziet. En een waterhuishouding die robuust, wendbaar en in balans is met de omgeving. Zowel in het bebouwde als het landelijke gebied en van de beekdalen tot en met de hoge zandruggen. Het grond- en oppervlaktewatersysteem kan de grotere weersextremen opvangen door maximaal gebruik te maken van de dempende sponswerking van de bodem/ondergrond en de natuurlijke hoogteverschillen voor het vasthouden van water. Het waterschap hanteert drie principes die inhoudelijke sturing geven aan de watertransitie: • Elke druppel vasthouden en infiltreren waar deze valt Pagina 12 van 18

• Functies passen zich aan het bodem- en watersysteem aan • Wat schoon is moet schoon blijven Het waterschap wil zich nog meer dan voorheen, aanpassen aan de veranderende leefomgeving en op zoek gaan naar nieuwe oplossingen en antwoorden. Juist de voor Midden-Brabant zo karakteristieke verwevenheid van bebouwing, landbouw en natuur is een kans om de wateropgaven slim in te passen. Dit vereist een integrale, gebiedsgerichte aanpak samen met alle partijen. Een gebiedsgerichte aanpak is alleen succesvol als naast de wateropgaven ook de opgaven vanuit natuur, stikstof, economie, landbouwtransitie, energietransitie, biodiversiteit, mobiliteit en woningbouw onderdeel van de aanpak zijn. Niet sectoraal, maar integraal. Alleen dan gaat het waterschap oplossingen vinden voor een leefbaar Midden-Brabant met een duurzaam en toekomstbestendig watersysteem dat goed is voor inwoners, bedrijven, landbouw en natuur. De grote uitdaging zit hem vooral in de vraag hoe het waterschap dit gaan bereiken. Meer dan voorheen gaat het waterschap daarbij: ▪ van beekdalgericht naar gebiedsgericht; onze aandacht gaat naast het beekdal ook uit naar de flanken, de hoge zandruggen en bebouwd gebied. ▪ van sectoraal naar integraal; samen met overheden en gebiedspartners maken zij keuzes over meerdere opgaven in een gebied.

▪ van water afvoeren naar elke druppel telt; maximaal water conserveren, minder grondwater gebruiken en slimmer sturen. Keur Waterschap Aa en Maas, Brabantse Delta en De Dommel 2015 De waterschappen Aa en Maas, Brabantse Delta en De Dommel hebben nieuwe waterregels vastgesteld. De Keur kent gebods- en verbodsbepalingen die erop gericht zijn watergangen te beschermen. Zo is het in bepaalde gevallen verboden om zonder vergunning water te lozen of te onttrekken aan oppervlaktewater. Ook legt de Keur in sommige gevallen aan burgers een onderhoudsverplichting op. Daarnaast mag men zonder Keurontheffing geen activiteiten ontplooien of bouwwerken plaatsen die het onderhoud aan watergangen kunnen belemmeren. Dit betekent dat voor bepaalde activiteiten nabij watergangen of met mogelijke invloed op watergangen een ontheffing bij het waterschap moet worden gevraagd. De Keur van het waterschap is enkel van toepassing wanneer direct wordt geloosd naar een oppervlaktelichaam in beheer en eigendom van het waterschap. De Keur is een verordening waarin staat wat wel en niet mag rond watergangen, dijken en grondwater. Voor veel zaken hoeven burgers en bedrijven geen vergunning meer aan te vragen. Een melding aan het waterschap volstaat. Alle ingrepen welke een grote impact hebben op belangrijke watergangen en keringen blijven vergunningplichtig.

Vanaf 1 maart 2015 geldt de nieuwe keur in de drie waterschappen. Het doel van de regels is om de wateraanvoer en waterafvoer te waarborgen, Noord-Brabant te beschermen tegen overstromingen en de gevolgen van droogte te beperken. In de Keur is een Algemene Regel is een gevoeligheidsfactor opgenomen. Afhankelijk van kenmerken van het beïnvloedingsgebied wordt een gevoeligheidsfactor toegepast. Naarmate de gevoeligheid van een gebied of oppervlaktewatersysteem voor de gevolgen van piekafvoeren lager is, is minder compensatie nodig. Er worden drie waarden voor de gevoeligheidsfactor gehanteerd: ¼, ½ en 1. Het is gezien het globale karakter van de toets niet zinvol hier meer detail in aan te brengen. Welke gevoeligheidsfactor van toepassing is, kan worden afgelezen van de Kaart Algemene Regel afvoer regenwater door verhard oppervlak 2015 (De gevoeligheidsfactoren worden alleen bij de Algemene Regel toegepast. Bij de toepassing van de Beleidsregel (vergunningen) wordt niet gewerkt met een gevoeligheidsfactor maar wordt maatwerk geleverd om de retentie-eis te bepalen.). Pagina 13 van 18

Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater. De drie Brabantse waterschappen, Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta hanteren sinds 1 maart 2015 dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Deze (beleids)uitgangspunten zijn geformuleerd in de ‘Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’. De beleidsterm ‘hydrologisch neutraal’ heeft dan ook vooral betrekking op het zo veel mogelijk (binnen de ontwikkeling) neutraliseren van de negatieve hydrologische gevolgen van (toekomstige) ruimtelijke ontwikkelingen in ruimte en tijd. De ontwikkeling mag geen hydrologische achteruitgang aan de randen van het plangebied ten opzichte van de referentiesituatie tot gevolg hebben: • Er is geen (onvertraagd) toename van de waterafvoer op de rand van het plangebied; • Er mogen geen veranderingen van oppervlaktewaterstanden optreden op de grens van het plangebied en daarbuiten (tenzij veranderingen gewenst zijn); • Er mag geen overlast optreden door extreme neerslag gebeurtenissen. De voorkeursvolgorde bij het nemen van maatregelen tegen wateroverlast gaan uit van het principe water vasthouden dan wel hergebruiken, water bergen en als laatste pas water afvoeren.

Bij een toename en afkoppeling van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. Hoewel er relatief veel kleine plannen zijn, veroorzaken deze op deelstroomgebiedsniveau nauwelijks een toename van de maatgevende afvoer. Bij een toename en afkoppeling van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. De grenswaarde in de algemene regels voor het compenseren van nieuw verhard oppervlak is 500 m 2.

3.4.

Gemeentelijk beleid

De gemeente Meierijstad heeft de volgende visie met betrekking tot de waterhuishouding beschreven in het Programma Water en Riolering Meierijstad (2022 -2026): De ambitie van de gemeente voor de watertaken en klimaatadaptatie is in samenhang met de omgevingsvisie aangeduid. Belangrijk vertrekpunt hierin is dat met de komst van het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie (DPRA) is ingestoken op water als een ruimtelijke opgave. Onder de Omgevingswet laat dit zich vertalen in een veilige (water als ruimtelijke opgave) en gezonde (inzameling en transport door riolering) leefomgeving. De uitdagingen die op de maatschappij afkomen zijn groot en vragen om een andere aanpak. Innovaties moeten de gemeente helpen de uitdagingen de baas te blijven. Zij doen dit door invulling te geven aan het volgende: • Invulling geven aan samenwerking, door op het gebied van water en riolering actief deel te nemen in diverse samenwerkingsverbanden zowel bestuurlijk als ambtelijk • Invulling geven aan de gemeentelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater • invulling geven aan klimaatadaptatie

Pagina 14 van 18

4.

Waterhuishouding

Om de waterbelangen in een zo vroeg mogelijk stadium in beeld te hebben heeft het waterschap de Watertoets ontwikkeld. In het kader van het watertoetsproces worden hierbij de relevante en beschikbare wateraspecten bekeken.

4.1.

Geohydrologie

Globale hoogteligging De onderzoekslocatie heeft een globale hoogteligging van 8,6 m+NAP. Op figuur 6 is te zien het achtererf circa 0,5 meter hoger is gelegen dan de straatzijde.

8,9 m

8,4 m

Figuur 6. Hoogteverschil onderzoekslocatie (bron: Ahn) Regionale bodemopbouw De gegevens van de bodemsamenstelling en de hydrologische gegevens zijn verkregen uit DINOloket. Vanaf maaiveld tot circa 30 m-mv is een matig doorlatende deklaag aanwezig, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, met weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind (formatie van Boxtel). In de deklaag zit een kleiige eenheid (van circa 3 tot 5 m-mv), hoofdzakelijk bestaande uit leem (formatie van Boxtel met Laagpakket van Liempde). Onder de deklaag tot circa 36 m-mv bevindt zich eveneens een zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof zand, grind en midden zand, met weinig zandige klei en fijn zand, een spoor klei (Formatie van Beegden).

Pagina 15 van 18

Geohydrologie Naar opgave van de provincie Noord-Brabant ligt het onderzoeksgebied niet in een grondwaterbeschermingsgebied. Op de onderzoekslocatie wordt voor zover bekend geen grondwater onttrokken. Het aanwezig zijn van ongeregistreerde onttrekkingen in de directe omgeving is niet bekend en wordt derhalve niet uitgesloten. Kwel en infiltratie In de Digitale Wateratlas van de provincie Noord-Brabant is te herleiden dat de locatie is gelegen in een infiltratiegebied. Oppervlaktewater in de omgeving Uit de vastgestelde legger van waterschap Aa en Maas is te zien dat nabij de onderzoekslocatie geen watergangen zijn gelegen die beheerd worden door het waterschap. Regenwater en overige neerslag Het plangebied is gelegen in de bebouwde kom van Schijndel. Hemelwater dat op de onderzoekslocatie valt, infiltreert via de onverharde terreindelen of watert af via het aanwezige rioolstelsel. Voor zover bekend is er doorgaans geen sprake van wateroverlast op of in de omgeving van de onderzoekslocatie. Gemiddelde grondwaterstand Op de Klimaateffectatlas is de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) en gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) aangegeven op > 2,0 m-mv.

4.2

Overige aspecten

Afvalwater Voor de toekomstige situatie zal de aanwezige riolering aangepast moeten worden op de nieuwbouwwoningen. Milieuhygiënische bodemkwaliteit Het milieuhygiënisch bodemonderzoek ter plaatse van de onderzoekslocatie is uitgevoerd door MILON bv op 2 maart 2023. In het mengmonster van de bovengrond zijn gehalten zink, cadmium en PCB aangetoond boven de achtergrondwaarde. Vermoedelijk zijn de zeer licht verhoogde gehalten veroorzaakt door de waargenomen bijmengingen. In het grondwater is een concentratie naftaleen aangetoond boven de streefwaarde. Er is geen verklaring voor de verhoogde concentratie. In de onderstaande tabel 2 is onder andere de grondwaterstand opgenomen die is geconstateerd in de peilbuis bij het nemen van het grondwatermonster. Tabel 2: Gegevens grondwater Peilbuis 01

Filterstelling (m -mv) 2,50 - 3,50

Grondwaterstand (m -mv) 1,70

pH (-) 6,1

Pagina 16 van 18

EGV (µS/cm) 128

Troebelheid (NTU) 509

5.

Wateradvies

5.1

Bevoegd gezag

Volgens het beleid van waterschap Aa en Maas dient, in bepaalde gevallen, de benodigde compensatie te worden berekend.

5.2

Dimensionering infiltratie of bergingsvoorziening

De watertoets wordt uitgevoerd in verband met de voorgenomen herontwikkeling van de onderzoekslocatie. Tabel 3. verhardingssituatie huidige en toekomstige situatie Huidige m2 (circa)

Toekomstig m2 (circa)

Verschil m2 (circa)

Bebouwing

380

336

-44

Verharding (oprit/terras)

420

527

+107

Totaal verhard plangebied

800

863

+ 63

Totaal plangebied

2.970

2.970

-/-

De ontwikkeling op de locatie heeft, zoals blijkt uit de tabel, tot gevolg dat het verhard oppervlak toeneemt met circa 63 m2. Gezien het verhard oppervlak op de locatie toeneemt met minder dan 500 m 2 is er geen verplichting tot het aanleggen van waterbergingsvoorzieningen. In het kader van klimaatadaptief bouwen wordt het terrein voorzien van een ondergronds waterbergingssysteem. De uitwerking van het systeem wordt toegevoegd aan de aanvraag omgevingsvergunning onderdeel ‘bouwen’.

Pagina 17 van 18

6.

Samenvatting en conclusies

Op 13 februari 2023 heeft MILON bv te Veghel schriftelijk opdracht gekregen van de initiatiefnemer, voor het uitvoeren van een watertoets. De onderzoekslocatie is gelegen ter plaatse van de Bunderstraat 107 Schijndel. Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Onderzoekslocatie De onderzoekslocatie is kadastraal bekend als gemeente Schijndel sectie H, met nummer 6368 . De oppervlakte van de gehele locatie bedraagt circa 2.970 m 2. De locatie is in de huidige situatie bebouwd met een architectenkantoor. Watertoets De watertoets wordt uitgevoerd in verband met de voorgenomen herontwikkeling van de onderzoekslocatie. Tabel 4. verhardingssituatie huidige en toekomstige situatie Huidige m2 (circa)

Toekomstig m2 (circa)

Verschil m2 (circa)

Bebouwing

380

336

-44

Verharding (oprit/terras)

420

527

+107

Totaal verhard plangebied

800

863

+ 63

Totaal plangebied

2.970

2.970

-/-

De ontwikkeling op de locatie heeft, zoals blijkt uit de tabel, tot gevolg dat het verhard oppervlak toeneemt met circa 63 m2. Gezien het verhard oppervlak op de locatie toeneemt met minder dan 500 m 2 is er geen verplichting tot het aanleggen van waterbergingsvoorzieningen. In het kader van klimaatadaptief bouwen wordt het terrein voorzien van een ondergronds waterbergingssysteem. De uitwerking van het systeem wordt toegevoegd aan de aanvraag omgevingsvergunning onderdeel ‘bouwen’.

Pagina 18 van 18

Bijlagen

Bijlage 1

Topografische overzichtskaart met ligging onderzoekslocatie Deze kaart is noordgericht

Ligging onderzoekslocatie

Bijlage 2

54m2

Acacia

Notenboom

Dennenboom Dennenboom 1416m2

1552m2 Te behouden bomen

Te amoveren bebouwing

Acacia

Bouwblok

Notenboom

44m2

Berk

107 168m2

Berk

situatie

105

nieuwe toestand

168m2

schaal 1:500 d.d. 26 sept. 2022 44m2

Bunderstraat 107 te Schijndel 6 Platanen

Omni architecten b.v.

Bijlage 3

Projectnaam:

Bunderstraat 107

Plaatsnaam:

Schijndel

Projectcode:

20231175

Projectleider:

Jos van Gemert

Pagina:

1 van 3

Boring 01

Boring 02

Datum: 16-2-2023 Veldwerker:

Datum: 16-2-2023

Joost Cox

Veldwerker: 0

0

0

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donker bruingrijs, Edelmanboor

1

Joost Cox

gras

50

groenstrook Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donker bruingrijs, Edelmanboor

1

50

2 75

3 100

100

100

Zand, matig fijn, zwak siltig, licht beigegrijs, Edelmanboor

4

150

150

2

Zand, matig fijn, zwak siltig, licht beigegrijs, Edelmanboor

3

150

Zand, matig fijn, zwak siltig, laagjes leem, licht beigegrijs, Edelmanboor

5

4 170

Leem, sterk zandig, licht beigegrijs, Edelmanboor

5

200

200

200

Zand, matig fijn, zwak siltig, laagjes leem, licht beigegrijs, Zuigerboor

250

250

Zand, matig fijn, zwak siltig, laagjes leem, laagjes roest, licht beigegrijs, Zuigerboor

300

350

350

200

Projectnaam:

Bunderstraat 107

Plaatsnaam:

Schijndel

Projectcode:

20231175

Projectleider:

Jos van Gemert

Pagina:

2 van 3

Boring 03

Boring 04

Datum: 16-2-2023 Veldwerker:

Datum: 16-2-2023

Joost Cox

Veldwerker: 0

0

Joost Cox

gras

0

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donker bruingrijs, Edelmanboor

1

50

gras Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donker bruingrijs, Edelmanboor

1

50

50

2

100

3 120

Zand, matig fijn, zwak siltig, licht grijsbeige, Edelmanboor

4 150 160

Zand, matig fijn, matig siltig, zwak leemhoudend, licht grijsbeige, Edelmanboor

5

200

200

Boring 05

Boring 06

Datum: 16-2-2023 Veldwerker:

Datum: 16-2-2023

Joost Cox

Veldwerker:

0

0

klinker

7

Edelmanboor

Joost Cox

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, licht beigegrijs, Edelmanboor

1

0

klinker

7

Edelmanboor

1 35

40

2

50

55

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donker bruingrijs, Edelmanboor

Boring 07

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donker bruingrijs, Edelmanboor

Datum: 16-2-2023

Joost Cox

Veldwerker: 0

0

50

Joost Cox

groenstrook

0

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donker bruingrijs, Edelmanboor

1

50

50

Boring 08

Datum: 16-2-2023 Veldwerker:

2 50

Zand, matig fijn, zwak siltig, resten beton, sporen baksteen, resten plastic, licht beigegrijs, Edelmanboor

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donker bruingrijs, Edelmanboor

1

50

groenstrook

50

Projectnaam:

Bunderstraat 107

Plaatsnaam:

Schijndel

Projectcode:

20231175

Projectleider:

Jos van Gemert

Pagina:

3 van 3

Boring 09

Boring 10

Datum: 16-2-2023 Veldwerker:

Datum: 16-2-2023

Joost Cox

Veldwerker: 0

0

50

50

Boring 12

Datum: 16-2-2023

Datum: 16-2-2023

Joost Cox

Veldwerker: 0

0

50

Joost Cox

groenstrook

0

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donker bruingrijs, Edelmanboor

1

50

groenstrook Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donker bruingrijs, Edelmanboor

1

50

Boring 11

Veldwerker:

0

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donker bruingrijs, Edelmanboor

1

50

Joost Cox

groenstrook

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, resten baksteen, resten plastic, resten beton, donker bruingrijs, Edelmanboor

1

50

gras

50

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=b017335b-8c0c-4e89-aa80-e8ec00367817