Bijlage 3 was wordt lijst verordening SD 2023
Tekst van het document
Was-wordt lijst Verordening Sociaal Domein (Wmo gedeelte)
Artikel
Oud
Nieuw
Argumentatie
5.2.1
Deze vergoeding bedraagt € 2.650 en wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van consumentenprijzenindex van het CBS.
Deze vergoeding bedraagt € 2.650 (prijspeil 2022) en wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van consumentenprijzenindex van het CBS.
Het bedrag van €2.650,- dateert van 2022.
5.3
Artikel 5.3.1 Huishoudelijke verzorging 1. De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner ondersteuning-opmaat kan krijgen als hij zijn woning niet schoon en leefbaar kan houden als gevolg van een beperking. De gemeente stelt in overleg met de inwoner en de door hem gekozen zorgaanbieder vast hoeveel uur nodig zijn om de woning schoon en leefbaar te houden. Uitgangspunt is daarbij het HHM rapport van 2019 dat objectieve criteria bevat voor een schone en leefbare woning en waarin concrete normen zijn opgenomen. 2. De gemeente kan ook besluiten om een collectieve voorziening huishoudelijke verzorging toe te kennen als er sprake is van meerdere inwoners die woon- en gebruiksruimtes delen.
Artikel 5.3.1 Hulp bij Huishouden 1. De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner ondersteuning-op-maat kan krijgen als hij zijn woning niet schoon en leefbaar kan houden als gevolg van een beperking. 2. De ondersteuning-op-maat houdt in dat de inwoner de volgende voorziening kan krijgen: a. Algemene voorziening Hulp bij Huishouden (HbH) b. Maatwerkvoorziening Hulp bij Huishouden 3. Bij de algemene voorziening Hulp bij Huishouden ligt de regie bij de inwoner zelf. De inwoner maakt met de aanbieder zelf afspraken over wat en wanneer er wordt schoongemaakt. 4. De maatwerkvoorziening HbH bestaat uit: a. Ondersteuning bij een schoon huis. Deze ondersteuning bestaat uit schoonmaakhulp. Deze hulp maakt alleen schoon, waarbij vooral het
Het artikel is aangepast aan de inkoop HbH en het nieuwe contract dat per 1 januari 2024 ingaat. Daarin is voor de bestaande Maatwerkvoorziening HbH een Algemene voorziening HbH geplaatst. De Algemene Voorziening is bedoeld voor inwoners die eigen regie kunnen voeren, maar die niet alle huishoudelijke taken zelf meer kunnen uitvoeren. In het artikel is deze nieuwe voorziening toegevoegd en is ook omschreven wat er wordt verstaan onder eigen regie van de inwoner.
3. Huishoudelijke verzorging wordt alleen ingezet als de inwoner geen mogelijkheden heeft om het gewenst resultaat op eigen kracht te bereiken en hij dit resultaat ook niet kan bereiken met gebruikelijke zorg van huisgenoten. 4. De ondersteuning-op-maat houdt in dat de inwoner de volgende voorziening kan krijgen: a. Ondersteuning bij een schoon huis. Deze ondersteuning bestaat uit schoonmaakhulp. Deze hulp maakt alleen schoon, waarbij vooral het zware schoonmaakwerk wordt gedaan. b. Regie op het huishouden. Deze ondersteuning bestaat uit schoonmaakhulp, maar er wordt ook aandacht besteed aan het aanbrengen van structuur in de huishouding waarbij uiteindelijk de regie ook weer bij de inwoner komt en/of het aanleren van schoonmaakvaardigheden. Als er in het huishouden van de inwoner minderjarige kinderen zijn, dan kan de ondersteuning-op-maat ook bestaan uit het overnemen van de gebruikelijke hulp voor deze kinderen. Deze ondersteuning is vooral bedoeld om de periode tot er andere hulp is te overbruggen
zware schoonmaakwerk wordt gedaan en/of b. Regie op het huishouden. Deze ondersteuning bestaat uit schoonmaakhulp, maar er wordt ook aandacht besteed aan het aanbrengen van structuur in de huishouding waarbij uiteindelijk de regie ook weer bij de inwoner komt en/of het aanleren van schoonmaakvaardigheden. 5. Voor de maatwerkvoorziening HbH stelt de gemeente in overleg met de inwoner en de door hem gekozen zorgaanbieder vast hoeveel uur nodig zijn om de woning schoon en leefbaar te houden. Uitgangspunt is daarbij het HHM rapport van 2019 dat objectieve criteria bevat voor een schone en leefbare woning en waarin concrete normen zijn opgenomen. 6. De gemeente kan ook besluiten om een collectieve voorziening huishoudelijke verzorging toe te kennen als er sprake is van meerdere inwoners die woon- en gebruiksruimtes delen. 7. Huishoudelijke verzorging wordt alleen ingezet als de inwoner geen mogelijkheden heeft om het gewenst resultaat op eigen kracht te bereiken en hij dit resultaat ook niet kan bereiken met gebruikelijke zorg van huisgenoten. 8. Als er in het huishouden van de inwoner minderjarige kinderen zijn,
Hfst 5
huishoudelijke verzorging
dan kan de ondersteuning-op-maat ook bestaan uit het overnemen van de gebruikelijke hulp voor deze kinderen. Deze ondersteuning is vooral bedoeld om de periode tot er andere hulp is te overbruggen. hulp bij huishouden
5.4 Beschermd wonen
5.2.1
5.4.1
6.2.2
1b. het kind het voorgezet (speciaal) onderwijs bezoekt maar door een structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuigelijke of psychische beperking niet zelfstandig gebruik kan maken van de fiets of het openbaar vervoer.
Sub 1b. het kind het voortgezet (speciaal) onderwijs bezoekt maar door een structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuigelijke of psychische beperking niet in staat is – ook niet onder begeleiding – om gebruik te maken van de fiets of het openbaar vervoer
8.1.4 lid 1 Onderscheid formele en informele hulp
8.1.4 lid 1 Van formele hulp is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande personen. Dit kunnen geen bloed- of aanverwanten in 1e
8.1.4 lid 1 Van formele hulp is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande personen, met uitzondering van
Overal in verordening huishoudelijke verzorging vervangen door hulp bij huishouden in verband met nieuwe inkoop. Fout in nummering
Het woonplaatsbeginsel wordt nog niet ingevoerd op 1-1-2024. Verkeerd overgenomen uit de oude verordening tijdens de totstandkoming van de integrale verordening.
Aangepast naar aanleiding van jurisprudentie. En lid 2 nieuw toegevoegd voor de verduidelijk van het
of 2de graad van de budgethouder zijn.
personen uit het sociaal netwerk van de budgethouder.
verschil tussen formele en informele hulp.
8.1.4 lid 2 Van informele hulp is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande personen: a. een bloed- of aanverwant in de 1e of 2e graad van de budgethouder, b. iemand uit het sociaal netwerk van de budgethouder, ongeacht of hij of zij zorgprofessional is. c. een ander 8.1.4 lid 2 en 3 8.1.4 lid 3 en 4
8.1.5.
Art 8.1.5 lid 8 De hoogte van het PGB voor informele hulp is bij het bestaan van een overeenkomst van opdracht of dienstbetrekking gelijk aan het minimum uurloon, inclusief vakantiebijslag, zoals bedoeld in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag voor een persoon van 22 jaar of ouder met een 36-urige werkweek.
Art 8.1.5 lid 8 en 9 De hoogte van het PGB voor informele hulp binnen de Wmo wordt vastgesteld op basis van de cao Verpleeg- en Verzorgingshuizen en Thuiszorg conform de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep op 16 augustus 2023.
Nummering aangepast na toevoegen nieuw lid 2 Gelet op tekort van zorgpersoneel wil gemeente informele hulp stimuleren door het tarief hiervan hoger te maken dan minimum uurloon. Aansluitend hierop heeft de Centrale Raad van Beroep (CRvB) bepaald dat gemeenten bij het vaststellen van het bedrag voor een pgb voor de inhuur van iemand uit het sociale netwerk moeten uitgaan van de cao VVT (Verpleeg- en Verzorgingshuizen en Thuiszorg.) De
tarieven die hieruit voortvloeien zijn hoger dan het minimum uurloon. 8.2.1 Eigen bijdrage
8.2.1 lid 1 De inwoner betaalt een vaste bijdrage in de kosten voor Wmo ondersteuning-op-maat, zolang de inwoner gebruik maakt van die ondersteuning of voor de periode waarvoor een PGB is verstrekt. Gaat het om een product, dan betaalt de inwoner een bijdrage totdat de kostprijs inclusief onderhouds- en verzekeringskosten is betaald. De inwoner betaalt de bijdrage per maand aan het Centraal Administratiekantoor (CAK). De hoogte van deze periodieke bijdrage is gelijk aan het bedrag dat maximaal betaald moet worden op grond van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.
8.2.1 lid 1 De inwoner betaalt een vaste bijdrage in de kosten voor Wmo ondersteuningop-maat, zolang de inwoner gebruik maakt van die ondersteuning of voor de periode waarvoor een PGB is verstrekt. Gaat het om een product, dan betaalt de inwoner een bijdrage totdat de kostprijs inclusief onderhouds- en verzekeringskosten is betaald. De inwoner betaalt de bijdrage per maand aan het Centraal Administratiekantoor (CAK). De hoogte van deze periodieke bijdrage is gelijk aan het landelijk vastgestelde bedrag.
8.2.1 lid 10 c en lid 12
8.2.1 lid 10 c en lid 12
al een eigen bijdrage voor beschermd wonen of voor de Wet langdurige zorg wordt betaald.
al een eigen bijdrage voor beschermd wonen (intramuraal) of voor de Wet langdurige zorg wordt betaald.
8.2.1. lid 10 d en lid 12
8.2.1. lid 10 d en lid 12
Het Rijk gaat de eigen bijdrage van €19,- per maand per 1 januari 2024 indexeren naar € 20,60.
Het woord intramuraal toegevoegd zodat duidelijker wordt dat deze artikelen gaan over intramuraal beschermd wonen. En niet de lichtere vormen van kleinschalig of zelfstandig beschermd wonen.
In de integrale verordening sociaal domein wordt overal dezelfde terminologie gebruikt. Hier stond nog 4x
13.4 Overgangsrecht
een specifieke maatwerkvoorziening is verstrekt in de vorm van een collectief besluit huishoudelijke verzorging. Deze specifieke maatwerkvoorziening wordt in de nadere regels die het college daarover kan stellen genoemd.
een specifieke maatwerkvoorziening is verstrekt in de vorm van een collectief besluit huishoudelijke verzorging. Deze specifieke maatwerkvoorziening wordt in de nadere regels die het college daarover kan stellen genoemd.
8.2.1. lid 12 De bijdrage voor maatwerkvoorzieningen hoeft niet betaald te worden door inwoners met een bijdrage plichtig inkomen dat lager is dan 110% van het sociaal minimum. Dit geldt niet als gebruik wordt gemaakt van de maatwerkvoorzieningen Beschermd Wonen of opvang. Dan moet wel een eigen bijdrage worden betaald.
8.2.1. lid 12
Art 13.4 lid 2 Voor lopende Wmo-voorzieningen die op basis van PGB zijn verstrekt en waarop het tarief voor informele zorg van toepassing is, geldt dat
Art 13.4 lid 2 Voor lopende Wmo-voorzieningen die op basis van PGB zijn verstrekt en waarop het tarief voor informele zorg van toepassing is, geldt dat het ‘oude’
De bijdrage voor maatwerkwerkvoorzieningen hoeft niet betaald te worden door inwoners die op basis van de hoogte van hun inkomen aanspraak zouden kunnen maken op bijzondere bijstand voor deze bijdrage. Dit geldt niet als gebruik wordt gemaakt van de maatwerkvoorzieningen Beschermd Wonen (intramuraal) of opvang. Dan moet wel een eigen bijdrage worden betaald.
oude tekst en is het gewijzigd in ondersteuning-op-maat dat overal in de verordening wordt gebruikt. In de begrippenlijst heeft dit wel tot een toevoeging geleid. Zie hieronder.
Met deze wijziging voeren we eenduidig minimabeleid vanuit de Wmo en de Participatiewet. Door deze wijziging hoeft er geen bijzondere bijstand meer verstrekt te worden voor de eigen bijdrage. Dit is minder belastend voor de inwoner en het ambtelijk apparaat. Deze wijziging is kostenneutraal.
Gelet op tekort van zorgpersoneel wil gemeente informele hulp stimuleren door het tarief hiervan hoger te maken. We willen ook alle cliënten gelijktijdig
Hfst 14 Begrippenlijst
het ‘oude’ tarief van toepassing blijft tot einde van de hulpvraag. Het oude tarief blijft voor bestaande klanten dus ook na herindicatie van toepassing.
tarief van toepassing is tot 1 januari 2024 en vanaf die datum geldt het nieuwe informele tarief.
over laten gaan op dit hogere tarief en niet pas bij een herindicatie.
Algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die: • in de reguliere handel verkrijgbaar is • niet speciaal bedoeld is voor mensen met een beperking • een passende bijdrage levert aan de zelfredzaamheid en participatie van de inwoner.
Algemeen gebruikelijke voorziening:
Definitie aangepast aan geldende jurisprudentie. De betaalbaarheid moet per situatie vastgesteld worden op minimumniveau. Hierbij past niet het noemen van een vast bedrag.
betaalbaar is met een inkomen op minimumniveau. De gemeente hanteert hierbij een drempelbedrag van € 1000. Gebruikelijke hulp: de hulp die over het algemeen mag worden verwacht van de partner, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. Voor de Jeugdwet worden met ouders ook andere opvoeders en verzorgers bedoeld
een voorziening die: • in de reguliere handel verkrijgbaar is • niet speciaal bedoeld is voor mensen met een beperking • een passende bijdrage levert aan de zelfredzaamheid en participatie van de inwoner. betaalbaar is met een inkomen op minimumniveau.
Gebruikelijke hulp: de hulp die over het algemeen mag worden verwacht van inwonende huisgenoten, waaronder partner, ouders, kinderen. Voor de Jeugdwet worden met ouders ook andere opvoeders en verzorgers bedoeld
Definitie aangepast aan geldende jurisprudentie.
Ondersteuning-op-maat: een op de inwoner afgestemde voorziening.
Definitie aangevuld met in de Wmo gebruikte wettelijke term maatwerkvoorziening.
Participatiewet gedeelte (hoofdstuk 3) Dit hoofdstuk is aangepast op basis van de wetwijziging breed offensief. Ongeveer de helft van de mensen met een arbeidsbeperking heeft nog geen werk. En ongeveer 1 op de 12 werkgevers heeft iemand met een arbeidsbeperking in dienst. Met het breed offensief heeft het kabinet maatregelen voorgesteld om meer mensen met een beperking aan een baan te helpen en aan het te werk houden. Doelen van het breed offensief Het breed offensief is een brede agenda om de arbeidsmarktkansen voor mensen met een arbeidsbeperking te vergroten. Doelen van de maatregelen uit het breed offensief zijn: • • • •
het makkelijker maken voor werkgevers om mensen met een arbeidsbeperking aan te nemen; mensen met een arbeidsbeperking voor langere tijd aan het werk krijgen; werk voor mensen met een arbeidsbeperking aantrekkelijker maken (bijvoorbeeld door meer inkomen); zorgen dat werkgevers en werkzoekenden elkaar makkelijker vinden.
Maatregelen uit het breed offensief Het wetsvoorstel Breed Offensief is op 29 november 2022 door de Eerste Kamer aanvaard. Het bevat maatregelen per 1 juli 2023 om: • • • •
de loonkostensubsidie op grond van de Participatiewet voor werkgevers makkelijker te krijgen; hulp op maat aan te vragen voor de werknemer; meer duidelijkheid over welke re-integratiemiddelen een werkgever kan krijgen en gebruiken; het voor jongeren met een arbeidsbeperking mogelijk te maken dat een aanvraag voor een bijstandsuitkering meteen wordt behandeld en dat zij arbeidsondersteuning krijgen.
De volgende maatregelen gelden al vanaf 1 januari 2023: • •
mogelijk maken dat het inkomen uit deeltijdwerk niet meer volledig af gaat van de bijstandsuitkering van de werknemer die werkt met loonkostensubsidie; de kostendelersnorm is gewijzigd zodat jongeren tot 27 jaar niet meetellen als kostendeler voor hun huisgenoten.
Artikel Artikel 3.2.1 Beschut werk
Artikel 3.2.2 Persoonlijke ondersteuning
Oud
Nieuw Toevoeging punt 5 voorzieningen: • Ontwikkelingsarbeidsmatige dagbesteding (OAD) • Persoonlijke ondersteuning
Toevoeging punt 2 en 3 1. Bij de toekenning van persoonlijke ondersteuning bij werk worden de volgende voorwaarden gehanteerd: a. De inwoner behoort tot de doelgroep van de Participatiewet en is minimaal achttien jaar oud, tenzij de inwoner VSO/PRO onderwijs heeft gevolgd; b. De inwoner kan zonder deze vorm van ondersteuning niet aan het arbeidsproces deelnemen;
Argumentatie OAD is gericht op het ontwikkelen van deelnemers richting (betaalde) arbeid. De combinatie van werk, zorg en begeleiding op maat, is een middel om tot ontwikkeling te komen. Het biedt de, doorgaans kwetsbare, deelnemer structuur, een zinvolle invulling van de dag maar vooral ontwikkelperspectief. De OAD heeft een aangepaste infrastructuur o.b.v. intensieve integrale samenwerking tussen gemeente, zorgorganisaties (waaronder GGZ) en SW-Bedrijf. Breed offensief: Aanvraag om hulp bij werk Werkgevers en mensen met een beperking kunnen de gemeente om hulp vragen bij het vinden van werk of het houden van het werk dat ze hebben. De minister wil dat gemeenten zoveel mogelijk dezelfde hulp geven. Ook daarvoor is de Participatiewet aangepast. De gemeente beslist zelf welke hulp zij nodig vindt. In de Participatiewet staat dat gemeenten op verschillende manieren begeleiding of persoonlijke ondersteuning, zoals een jobcoach, moeten regelen. De gemeente betaalt een jobcoach
c.
Artikel 3.2.2.1 Jobcoaching en interne werkbegeleider
Het betreft geen Arbo-taak waarvoor de werkgever verantwoordelijk is; d. De kosten van de voorzieningen (en) zijn proportioneel, dat wil zeggen dat de investering moet opwegen tegen de opbrengsten. 2. Een aanvraag persoonlijke ondersteuning bij werk kan worden ingediend bij de gemeente door de inwoner of zijn werkgever.
rechtstreeks. Of de gemeente geeft een bedrag aan jou en je werkgever zodat jullie zelf een jobcoach kunnen regelen. De gemeente bepaalt hoeveel uur per week en hoelang de jobcoach nodig is en welke kwaliteiten deze moet hebben.
1. De gemeente kan een inwoner op de werkplek een externe jobcoach aanbieden, als de inwoner extra begeleiding nodig heeft om zijn werk goed te kunnen doen. 2. De gemeente kan, op aanvraag, de werkgever een vergoeding geven voor begeleiding door een externe jobcoach, interne jobcoach of een interne werkbegeleider als de inwoner extra begeleiding nodig heeft om zijn werk goed te kunnen doen. 3. De aanvraag voor hulp op de werkplek van een jobcoach of interne werkbegeleider moet binnen 26 weken na de start van de arbeidsovereenkomst zijn
Breed offensief: Werkgever kan deze voorziening door wetswijziging ook aanvragen.
4.
5.
6.
7.
Artikel 3.2.4 Loonkostensubsidie
ontvangen, tenzij op het moment van de start van de arbeidsovereenkomst de noodzaak voor ondersteuning nog niet bekend kon zijn. Wanneer de aanvraag voor jobcoaching door de werkgever gedaan wordt, moet werknemer op de hoogte zijn van de aanvraag en instemmen met de inzet van jobcoaching of interne werkbegeleiding. Het doel van de jobcoach of de interne werkbegeleider is om de werknemer te helpen zijn werk goed te doen en waar mogelijk zichzelf te ontwikkelen. De jobcoach of interne werkbegeleiding stemt de leerdoelen met de werknemer en de werkgever af en legt dit vast in een plan van aanpak. De gemeente stemt met de werkgever en werknemer de wijze waarop de ondersteuning wordt geboden, de intensiteit in duur en aantal uren af en legt dit vast in een beschikking aan de werkgever.
Loonkostensubsidie toevoegingen vanuit de wet breed offensief
Breed offensief: Meer gebruik van loonkostensubsidie Gemeenten moeten loonkostensubsidie inzetten als je een
3. bevestigt de medewerker de aanvraag schriftelijk. Wanneer een werknemer een aanvraag indient, ontvangt de werkgever ook een bevestiging. Dit moet aangevraagd worden binnen 6 maanden na aanvang van de arbeidsovereenkomst. 4. Een aanvraag voor wettelijke loonkostensubsidie wordt, als de inwoner nog niet behoort tot de doelgroep, ook behandeld als een aanvraag om vast te stellen of de inwoner tot de doelgroep behoort. Als deze aanvraag is gedaan na het begin van het dienstverband, wordt de beoordeling of de inwoner tot de doelgroep behoort gedaan door de medewerker en die bepaald of het middel praktijkroute van toepassing is. . 5. De loonwaarde wordt binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag vastgesteld, tenzij in overleg met de werkgever forfaitaire loonkostensubsidie wordt toegekend. Hierbij geldt dat opname in het doelgroepenregister pas van toepassing is na een vaststellen van de loonwaarde inclusief de no-riskpolis.
baan hebt en met een beperking aan de eisen voldoet. Ze kunnen hier niet vanaf wijken door andere regels op te stellen. Dat wordt vanaf 1 juli 2023 duidelijker. Werkgevers en mensen met een beperking kunnen ook zelf bij de gemeente om loonkostensubsidie vragen. Zelfs als je al een tijdje werkt (maximaal een half jaar), kun je dit nog altijd doen. Als je verhuist, dan is de nieuwe gemeente waar je gaat wonen verantwoordelijk. Voordat de loonkostensubsidie gegeven kan worden, moet iemand de loonwaarde vaststellen. Dat is een manier om te zien welk werk je doet en hoe snel en hoe goed dat gaat. Vroeger waren er verschillende manieren om dat te doen, maar nu is er nog maar één. Er komt iemand langs op je werk. Je kunt haar/hem vragen stellen en uitleg krijgen over jouw loonwaarde en zeggen wat je ervan vindt. Ook met jouw werkgever wordt gesproken. Steeds meer gemeenten volgen eenzelfde pad om de loonkostensubsidie uit te voeren. Dat is voor iedereen duidelijker.
6. De gemeente gebruikt bij het verstrekken van de wettelijke loonkostensubsidie het preferente proces loonkostensubsidie (zie begrippenlijst). 1. Een proefplaats duurt maximaal 2 maanden met een werkweek van maximaal 40 uur per week. Deze termijn kan worden verlengd met maximaal 4 maanden als dat nodig is om een goed beeld te krijgen van de mogelijkheden van de inwoner.
Artikel 3.2.4 Proefplaats
Paragraaf 3.4 Andere voorzieningen en vergoedingen
Deze paragraaf stond nog niet in de verordening.
Artikel 3.4.1 Specifieke voorwaarden noodzakelijke intermediaire activiteit bij visuele of motorische handicap (PW, IOAW, IOAZ)
1. Het college kan een voorziening in de vorm van een intermediaire activiteit toekennen die gericht is op de vervanging of ondersteuning van een door ziekte of gebrek geheel of gedeeltelijk ontbrekende visuele of motorische lichaamsfunctie.
Gemeenten konden dit al doen, maar nu is dat ook bij wet geregeld. Tijdens een proefplaatsing kan je 2 tot maximaal 6 maanden ergens werken en de gemeente betaalt je uitkering door. Je hebt een beperking en je wilt graag aan de slag. Maar je hebt wel hulp nodig om de baan te vinden die bij je past. En als je een baan hebt om die te houden. Die hulp is niet altijd gemakkelijk te vinden. Dat is nu geregeld en aangepast in de Participatiewet. Nieuwe wijzigingen vanuit breed offensief.
Artikel 3.4.2 Specifieke voorwaarden meeneembare voorzieningen (PW, IOAW, IOAZ)
1. Het college kan een meeneembare voorziening toekennen, als dit nodig is voor de inwoner om te kunnen werken. 2. Er is geen limitatieve lijst van voorzieningen. In principe kan elk product als een meeneembare voorziening worden beschouwd als de noodzaak en meerwaarde in de werksfeer aantoonbaar is.
Breed offensief vrijlating inkomen Dit onderdeel wordt niet opgenomen in de verordening omdat het wettelijke bepaald is. Onderstaande wordt momenteel al toegepast. De gemeente wil belonen dat mensen in de bijstand aan het werk gaan en werken naar vermogen. Om dit te bereiken, kent de gemeente vijf soorten inkomstenvrijstellingen toe voor mensen die werken met loonkostensubsidie en aanvullende bijstand ontvangen. Voor het toepassen van deze voorziening gaan we ervan uit dat alle vormen van werk bijdragen aan arbeidsinschakeling. Het uitgangspunt is dat de vrijlatingen, indien van toepassing, ze in onderstaande volgorde ingezet worden (zie onderstaand stroomschema). Deze volgorde geldt vanaf 1 januari 2023.
De gemeente kent de volgende mogelijkheden voor inkomstenvrijstelling deeltijdwerk toe in onderstaande volgorde: a. De algemene gedeeltelijke vrijlatingsregeling De gemeente biedt aan inwoners die inkomsten hebben uit deeltijdwerk een vrijlating van 25% gedurende een aaneengesloten periode van maximaal 6 maanden. Deze vrijlating geldt alleen voor mensen met een bijstandsuitkering en 27 jaar of ouder zijn. Deze vrijlating mag één keer per bijstandsperiode worden toegepast. b. Structurele inkomstenvrijlating medisch urenbeperkten De gemeente biedt aan inwoners die wegens medische redenen niet in staat zijn om een volle werkweek te werken, een vrijlating van 15 procent op inkomsten uit deeltijdwerk.
Deze vrijlating kent geen maximale termijn en geldt voor alle leeftijden. De voorwaarde is dat je medische beperkt bent en dit officieel is vastgesteld door het UWV. Dit instrument is niet alleen van toepassing op bijstandsgerechtigden, maar kan ook worden ingezet voor mensen met een IOAW- of IOAZuitkering. Deze inkomstenvrijlating kan niet worden toegepast als er al een reguliere vrijlating van inkomsten uit arbeid voor 6 maanden 25% of een vrijlating van inkomsten uit arbeid van 30 maanden 12,5% wordt toegepast. Na afloop van deze inkomstenvrijlatingen kan deze wel worden toegepast.
c. Tijdelijke inkomstenvrijlating voor mensen die werken met loonkosten subsidie De gemeente biedt aan inwoners die met loonkostensubsidie werken en een aanvullende bijstandsuitkering ontvangen een vrijlating van 15% op inkomsten uit deeltijdwerk. Deze vrijlating geldt voor alle leeftijden en wordt toegekend voor een periode van maximaal 12 maanden met de mogelijkheid van verlenging. De gemeente beoordeelt deze verlenging. De vrijlating geldt alleen voor de inkomsten verdiend met de uren waarin met loonkostensubsidie wordt gewerkt. d. Verlengde inkomstenvrijlating voor mensen die werken met loonkosten subsidie De gemeente biedt inwoners de mogelijkheid om de vrijlatingsduur van inkomsten te verlengen wanneer zij na een periode van 12 maanden met loonkostensubsidie en aanvullende bijstandsuitkering werken en het dienstverband om persoonlijke redenen niet kan worden uitgebreid. • • • • •
Voor deze regeling geldt ook een vrijlating van 15% op inkomsten uit deeltijdwerk Er is geen maximale termijn voor deze verlenging Deze vrijlating geldt voor alle leeftijden De gemeente beoordeelt of er persoonlijke omstandigheden zijn die uitbreiding van de uren vrijwel onmogelijk maken De vrijlating geldt alleen voor inkomsten verdiend met de uren waarin loonkostensubsidie wordt ontvangen
e. Tijdelijke inkomstenvrijlating voor alleenstaande ouders De gemeente biedt aan alleenstaande ouders die werken en de zorg hebben van een of meerdere kinderen die jonger dan 12 jaar zijn, een vrijlating van 12.5% op inkomsten uit deeltijdwerk. Deze inkomsten worden gedurende een aaneengesloten periode van maximaal 30 maanden vrijgelaten. Deze vrijlating gaat in na een periode van 6 maanden van reguliere vrijlating van inkomsten uit arbeid.
Voor alle 5 Inkomstenvrijlating deeltijdwerk geldt: 1) Voor alle vrijlatingen geldt de inkomensvrijlating per persoon en niet voor het huishouden als geheel. 2) De hoogte van alle vrijlatingen wordt berekend volgens de op dat moment geldende wettelijke minimumloon bedragen. 3) De vrijlating geldt alleen voor degene die een uitkering ontvangt en dus niet voor degene die een aanvraag doet. 4 De vrijlatingsregeling treedt direct in werking bij aanvang van de uitkering en is aaneengesloten. Er geldt geen minimum aantal inkomstenuren per week om in aanmerking te komen voor de vrijlatingsregeling. 5) De vrijlating is verbonden aan het recht op uitkering. Het mag één keer per periode van bijstandsverlening worden toegepast. Als iemand door parttime inkomsten uitstroomt naar een fulltime functie, het contract niet wordt verlengd en de persoon na het ontvangen van WW-uitkering opnieuw instroomt in de bijstand en weer parttime inkomsten ontvangt, kan de vrijlating opnieuw worden toegepast. Dit geldt omdat er sprake is van een nieuwe periode van bijstandsverlening.