CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3: Toe BP Boxtelseweg 10 Schijndel incl B

Commissie Mens en Maatschappij 18 januari 2024, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Bestemmingsplan 'Landelijk gebied, herziening Boxtelseweg 10 te Schijndel'26.193 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

en de te analyseren grondmonsters zijn vastgesteld op basis van de bijmengingen in de uitkomende grond op de onderzoekslocatie en zijn weergegeven in

tabel 7. Tabel 7: Veldwerkzaamheden en analyses locatie Protocol oppervlakte (m 2 ) Ter plaatse van boringen 201, 210 en 214 4. 2

NEN 5707

500

veldwerkzaamheden aantal gaten 3

laboratorium aantal te onderzoeken verzamelmonsters 2x asbest in grond 1x plaatmateriaal

Veldwerkzaamheden

De veldwerkzaamheden zijn onder certificaat uitgevoerd door MILON bv, conform de vigerende versie van de BRL SIKB 2000 en protocol 2018. MILON bv is voor deze werkzaamheden gecertificeerd door Normec Certification (nummer EC-SIK-20269) en is erkend door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Op 9 november 2022 zijn de veldwerkzaamheden uitgevoerd door de heer N. A. P. (Niels) van Rooij, erkend en ervaren veldwerker en medewerker van MILON bv. Veldwerkers van MILON bv zijn opgeleid voor het

herkennen van asbesthoudende materialen. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: uitvoeren van een visuele maaiveldinspectie; laagsgewijs graven van gaten conform tabel 7; zeven en inspecteren van het uitgegraven materiaal; mm) ; verzamelen van asbesthoudende materialen (20 > samenstellen van verzamelmonsters (20 < mm) ; herstellen van de gegraven gaten.

Projectnummer: 20221863 Datum: 23 november 2022

Pagina 13 van 18

4. 3

Zintuiglijke waarnemingen en monsterneming Gestart is met het uitvoeren van een maaiveldinspectie. Een maaiveldinspectie is essentieel om de locatie op te delen in homogene (deel) locaties zodat de effectiviteit van het onderzoek wordt vergroot. Daarnaast kan de maaiveldinspectie worden gebruikt om een schatting te geven van het asbestgehalte in de toplaag. In de uitvoeringsfase van het asbestonderzoek worden laagsgewijs gaten gegraven, waarbij de vrijkomende grond wordt gezeefd of uitgeharkt. mm) welke niet door de zeef of hark gaan, worden per gat Eventuele asbestverdachte materialen (20 > verzameld en in gesloten plastic zakken aan het laboratorium aangeboden voor onderzoek op de aanwezigheid van asbest. Van de fijne grondfractie (20 < mm) wordt een mengmonster samengesteld van minimaal 10 kilogram droge stof voor grond en minimaal 25 kilogram droge stof voor puin en analytisch onderzocht op het gehalte en soort asbest. Het te inspecteren maaiveld is grotendeels vrij van objecten, er is matige vegetatie (gras) aanwezig en geen waterplassen. Ten tijde van de visuele inspectie was het droog en was er voldoende daglicht. De geschatte inspectie-efficiëntie is weergegeven in tabel 8. Tabel 8: Schatting van de inspectie-efficiëntie Conditie maaiveld Type grond

Inspectie-efficiëntie klassen

Zand Zand

Droog, los en geen vegetatie

90 % – 100 %

Vochtig, vastgereden en/of matige vegetatie

70 % – 90 %

Klei/leem

en veen

Droog, los en geen vegetatie

70 % – 90 %

Klei/leem

en veen

Vochtig, vastgereden en/of matige vegetatie

50 % – 70 %

schatting X

De resultaten van de maaiveldinspectie wijken niet af van de gestelde onderzoekshypothese. De onderzoeksopzet hoeft niet te worden aangepast en er hoeft geen overweging plaats te vinden om direct door te gaan tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest.

Tijdens de maaiveldinspectie zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. De grond bestaat uit zwak siltig, matig fijn en zwak humeus zand. Al het ontgraven materiaal uit de gaten is gezeefd en geïnspecteerd, waarbij in gat A201 asbestverdacht plaatmateriaal (66 gram) is waargenomen. In de overige gaten zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Op basis van de zintuiglijke waarnemingen zijn door de monsternemer in het veld grond (meng) monsters en verzamelmonsters samengesteld. Voor meer informatie betreffende de bodemopbouw en de zintuiglijke waarnemingen wordt verwezen naar de profielbeschrijvingen in bijlage 3. De ligging van de gaten is weergegeven op de situatietekening in bijlage 2. 4. 4

Laboratoriumwerkzaamheden en eventueel asbestverdacht materiaal zijn ter analyse aangeboden aan SGS Environmental Analytics B. V. te Rotterdam. SGS Environmental Analytics B. V. is door de Raad voor Accreditatie (RvA) geaccrediteerd conform NEN-EN-ISO/IEC 17025 en erkend door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat voor de 'Analyse milieuhygiënisch bodemonderzoek' (AS3000) De verzamelmonsters

.

Projectnummer: 20221863 Datum: 23 november 2022

Pagina 14 van 18

De monsters zijn in het laboratorium onderzocht op asbest en het asbestverdachte materiaal op het soort, gewicht en gehalte asbest. In tabel 9 zijn de onderzochte monsters en de zintuiglijke waarnemingen weergegeven. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 5. Tabel 9: Monstersamenstelling en zintuiglijke waarnemingen AnalyseMonstertraject Deelmonsters Zintuiglijke waarnemingen monster (m -mv) MMA1 0, 00 - 0, 50 A201 (0, 00 - 0, 50) sporen beton, grind en baksteen MMA2 0, 07 - 0, 50 A210 (0, 07 - 0, 50) sporen grind, baksteen, beton, kalksteen en A214 (0, 25 - 0, 50) grind AVM01 0, 00 - 0, 50 A201 (0, 00 - 0, 50) sporen beton, grind en baksteen

Aangevraagde analyses 1x asbest in grond 1x asbest in grond Asbestonderzoek plaatmateriaal

bijzonderheden waargenomen; sporen/resten: < 1% antropogene bijmenging; - : geen

4. 5

Interpretatie en toetsing De analyseresultaten worden getoetst conform de NEN 5707. Bij een verkennend asbestonderzoek worden uitsluitend indicatieve asbestgehalten (gewogen) berekend. Indien het indicatieve gehalte asbest in grond, puin of bouw- en sloopafval groter is dan de helft van de interventiewaarde of grenswaarde (oftewel 50 mg/kg gewogen asbest) dient een nader onderzoek asbest uitgevoerd te worden conform NEN 5707 en/of NEN 5897. Bij lagere indicatieve gehalten ( < 50 mg/kg gewogen asbest) wordt niet van een verontreiniging van asbest worden gesproken en is een nader onderzoek asbest niet noodzakelijk. De berekening van het gewogen gewicht asbestgehalte is weergegeven in bijlage 6. De toetsing van de analyseresultaten is weergegeven in tabel 10. Tabel 10: Toetsing van de berekende (indicatieve) asbestgehalten Monster

Gaten (m-mv)

MMA1 MMA2

A201 (0, 00 - 0, 50) A210 (0, 07 - 0, 50) A214 (0, 25 - 0, 50)

Toetsing van de analyseresultaten Gemeten asbestgehalte Gewogen asbestgehalte > 20 mm < 20 mm totaal 150, 3 <2 150, 3 442, 1 <2

<2

<2

<2

Toetsing > 1/2 I -

-: gehalte < 0, 5 x interventiewaarde; > ½ I : gehalte > 0, 5 x interventiewaarde. Een nader asbestonderzoek is noodzakelijk.

4. 6

Bespreking van de resultaten Tijdens de inspectie van het maaiveld is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Al het ontgraven materiaal uit de gaten is gezeefd en geïnspecteerd. Hierbij is in asbestgat A201 asbestverdacht plaatmateriaal waargenomen. Het plaatmateriaal en een grondmonster zijn in het laboratorium onderzocht. Hieruit volgt dat in de onderzochte grond analytisch geen vezels zijn aangetroffen. Naar aanleiding van het gewicht en gehalte asbest in het plaatmateriaal is een berekening uitgevoerd (zie bijlage 6) Hieruit volgt dat het gewogen asbestgehalte de grens voor nader asbestonderzoek overschrijdt. In de fijne fractie van de overige asbestgaten is geen verhoogd asbestgehalte aangetroffen. .

Toetsing hypothese Doordat het gehalte asbest in bodem hoger is dan de norm voor een nader asbestonderzoek dient de opgestelde hypothese ‘verdachte locatie’ behouden te blijven. Aanvullend onderzoek is formeel noodzakelijk.

Projectnummer: 20221863 Datum: 23 november 2022

Pagina 15 van 18

Omdat het gewogen gehalte asbest volledig wordt bepaald door de aanwezigheid van een stuk plaatmateriaal en in de bodem geen fijne fractie asbest wordt aangetoond, is het aannemelijk dat het om een incidentele bijmenging gaat. Dit wordt ondersteund door de bevindingen tijdens de maaiveldinspectie, er is op het gehele terrein nergens asbest waargenomen op het maaiveld of in de aanwezige bebouwing. In overleg met het bevoegd gezag kan worden vastgesteld of een nader asbestonderzoek ter hoogte van boring 201 doelmatig is.

Projectnummer: 20221863 Datum: 23 november 2022

Pagina 16 van 18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=41151217-a3ee-4074-a16d-eab1dc4cba26