Bijlage 3 - Quickscan milieuaspecten
Tekst van het document
QUICKSCAN MILIEUASPECTEN Rooiseweg 8, Schijndel
1
De Roever Omgevingsadvies Rembrandtlaan 4 5462 CH Veghel T 073 594 10 11 E info@deroever.nl W www.deroever.nl NL97 RABO 0122 6903 11 Advies- en ingenieursbureau J.G. de Roever B.V. KvK 16068733 BTW NL 8015.63.136.B.01
Titel document: Referentie: Datum: Opdrachtgever:
Quickscan milieuaspecten Rooiseweg 8, Schijndel 20241290.v02 13 mei 2025 Wintraecken Advies B.V.
Quickscan milieuaspecten Rooiseweg 8, Schijndel Datum: 13 mei 2025 ; Referentie: 20241290.v02
2
INHOUDSOPGAVE 1. 2.
INLEIDING ....................................................................................................................................... 4 MILIEUZONERING.......................................................................................................................... 5
2.1. 2.2. 2.3. 2.4. 2.5. 2.6.
Milieuhinderlijke activiteit ............................................................................................................. 5 Milieugevoelige activiteit .............................................................................................................. 5 Gebiedstypen............................................................................................................................... 5 Milieuzonering.............................................................................................................................. 6 Inschatten milieugebruiksruimte .................................................................................................. 7 Beoordeling................................................................................................................................ 11
3. 4.
GEUR ............................................................................................................................................ 14 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................... 17
4.1. 4.2. 4.3.
Grenswaarden ........................................................................................................................... 17 Niet in betekenende mate .......................................................................................................... 17 Beoordeling................................................................................................................................ 17
5.
GELUID ......................................................................................................................................... 20
5.1. 5.2. 5.3. 5.4. 5.5.
Soorten geluid............................................................................................................................ 20 Wegverkeerslawaai ................................................................................................................... 20 Industrielawaai ........................................................................................................................... 20 Railverkeerslawaai..................................................................................................................... 20 Vliegverkeerslawaai ................................................................................................................... 20
6.
OMGEVINGSVEILIGHEID ............................................................................................................ 21
6.1. 6.2. 6.3.
Wettelijk kader ........................................................................................................................... 21 Kernbegrippen ........................................................................................................................... 21 Beoordeling................................................................................................................................ 22
7.
GEBIEDSBESCHERMING ........................................................................................................... 23
7.1. 7.2. 7.3. 7.4.
Natura 2000-gebieden ............................................................................................................... 23 Natura 2000-activiteit ................................................................................................................. 23 AERIUS Calculator .................................................................................................................... 23 Beoordeling................................................................................................................................ 23
8.
VOLKSGEZONDHEID .................................................................................................................. 24
8.1. 8.2. 8.3.
Veehouderijen............................................................................................................................ 24 Spuitzones ................................................................................................................................. 28 Hoogspanningsleidingen ........................................................................................................... 28
9.
CONCLUSIE.................................................................................................................................. 29
Quickscan milieuaspecten Rooiseweg 8, Schijndel Datum: 13 mei 2025 ; Referentie: 20241290.v02
3
1.
INLEIDING
De initiatiefnemer heeft het voornemen om woningen te realiseren aan de Rooiseweg 8 in Schijndel. Het plangebied is aangegeven op afbeelding 1.
Afbeelding 1. Plangebied
Deze rapportage bevat een beoordeling van alle relevante milieuaspecten ten aanzien van dit plan, in de vorm van een quickscan.
Quickscan milieuaspecten Rooiseweg 8, Schijndel Datum: 13 mei 2025 ; Referentie: 20241290.v02
4
2.
MILIEUZONERING
2.1. Milieuhinderlijke activiteit Onder een milieuhinderlijke activiteit wordt verstaan: een aan een locatie toegedeelde activiteit, anders dan wonen, die milieuhinder kan veroorzaken, in het bijzonder in de vorm van geluid- of geurhinder. De volgende milieuthema’s zijn al op een andere wijze afdoende gereguleerd, waardoor de handreiking Activiteiten en milieuzonering hiervoor niet van toepassing is: - luchtverontreiniging - externe veiligheid en gevaar - trillinghinder - geur door agrarische activiteiten in het buitengebied - lichthinder - spuitzones - hinder door verkeersaantrekkende werking
2.2. Milieugevoelige activiteit Onder een milieugevoelige activiteit wordt verstaan: een activiteit waarvoor de ondervonden milieubelasting bepalend is voor het bereiken en in stand houden van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Naast wonen zijn dat onder meer scholen, kinderdagverblijven en ziekenhuizen.
2.3. Gebiedstypen In de handreiking Activiteiten en milieuzonering worden de volgende gebiedstypen beschreven: Bedrijventerreinen Bedrijventerreinen zijn gebieden waar milieuhinderlijke (bedrijfs-)activiteiten plaatsvinden die substantiële milieuhinder kunnen voorzaken. Op delen van bedrijventerreinen, vaak aan de rand, kan menging voorkomen van verschillende functies, zoals bedrijven, bouwmarkten, kantoren en soms ook bedrijfswoningen. Ook deze gebieden behoren tot bedrijventerreinen. Andere werkterreinen Andere werkterreinen zijn in hoofdzaak gericht op de toelating van publieksgerichte activiteiten/functies. Het gaat dan bijvoorbeeld om kantorenlocaties, perifere locaties met detailhandel zoals woonwinkels, bouwmarkten en autoshowrooms en ook sportterreinen. Ook op andere werkterreinen (dan bedrijventerreinen) zijn doorgaans milieuhinderlijke activiteiten toegelaten. Over het algemeen zijn dat de lichtere, minder milieuhinderlijke activiteiten. Net als bedrijventerreinen zijn deze andere werkterreinen in de basis niet bedoeld en ingericht voor milieugevoelige functies. Wel kunnen ook op deze terreinen op maat combinaties van wonen en werken toegelaten worden.
Quickscan milieuaspecten Rooiseweg 8, Schijndel Datum: 13 mei 2025 ; Referentie: 20241290.v02
5
Woongebieden Er zijn twee soorten woongebieden: - gemengd gebied met wonen - rustig woongebied Een gemengd gebied met wonen is een gebied waar een menging van aan een locatie toegedeelde milieugevoelige en milieuhinderlijke activiteiten aanwezig is of wordt beoogd. Binnen deze gebieden wordt het wonen (of ander milieugevoelig gebruik) toegelaten, samen met activiteiten die geschikt zijn om te mengen met wonen, zoals detailhandel, horeca, onderwijs, zorg, dienstverlening, cultuur en lichte bedrijvigheid. Het zijn vaak levendige gebieden, zoals een centrumgebied met horeca en detailhandel op de begane grond en woningen op de verdiepingen. Of randen van gebieden die ‘verkleuren’ van winkelgebied naar vooral woongebied. Het kan ook een voormalig bedrijventerrein zijn, dat tot gemengd woon-werkgebied is of wordt getransformeerd. Onder een gemengd gebied met wonen kan tenslotte ook worden verstaan: - lintbebouwing in het buitengebied met een menging van wonen met agrarische en andere bedrijvigheid; - woongebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen. Een rustig woongebied is de gebruikelijke woonwijk en woonbuurt. Binnen deze gebieden staat een prettig, rustig woongenot als doel centraal. Binnen een rustig woongebied komen incidenteel ook niet-woonactiviteiten voor, zoals een buurtsuper en een school.
De handreiking Activiteiten en milieuzonering is niet van toepassing op het toedelen van eventuele milieuhinderlijke activiteiten in een rustig woongebied. Buitengebied Ook in het buitengebied komen activiteiten voor met gebruiksruimte voor geluid en geur. De systematiek in de handreiking Activiteiten en milieuzonering kan ook in het buitengebied worden toegepast. Echter, de in de handreiking beschreven waarden voor geur gelden niet voor agrarische activiteiten.
2.4. Milieuzonering De handreiking Activiteiten en milieuzonering is gebaseerd op inwaartse zonering. Hoe groter de afstand tot de woonomgeving, hoe meer gebruiksruimte voor geluid en geur per activiteit beschikbaar kan zijn. Deze inwaartse zonering krijgt vorm door maximaal drie zones voor geluid (basis, beperkt en verruimd) en twee voor geur (basis en verruimd). De ligging van de zones is afhankelijk van de ligging ten opzichte van gebieden met milieugevoelige activiteiten, zie afbeelding 2.
Quickscan milieuaspecten Rooiseweg 8, Schijndel Datum: 13 mei 2025 ; Referentie: 20241290.v02
6
Afbeelding 2. Inwaartse zonering
2.5. Inschatten milieugebruiksruimte Er bestaan drie mogelijkheden om in te schatten of een bepaalde activiteit past binnen de toepasselijke zones voor geluid en geur of geschikt is voor functiemenging: - een inschatting van de feitelijke situatie aan de hand van concrete criteria voor geluid en geur; - een indicatie aan de hand van bijlage A5 (Indicatieve lijst met activiteiten met inschatting geluid en geur) van handreiking Activiteiten en milieuzonering - het uitvoeren van gericht onderzoek. Criteria geluid Wat is de schaalgrootte van de activiteit? - Kleinschalig (detailhandel, atelier, kleinschalige productie en/of handel): geschikt voor functiemenging of zone ‘geluid beperkt’. - Midden- en kleinbedrijf (productie en/of handel): geschikt vanaf zone ‘geluid beperkt’. - Industrieel (grootschalige productie en/of handel): geschikt vanaf zone ‘geluid basis’, op meer dan 100 meter van rustig woongebied en meer dan 50 meter van gemengd gebied met wonen. Vinden met regelmaat geluidproducerende activiteiten plaats met geopende deuren of in de buitenlucht met een kraan of shovel, dan wel laden en lossen met inzet van een heftruck met verbrandingsmotor?
Quickscan milieuaspecten Rooiseweg 8, Schijndel Datum: 13 mei 2025 ; Referentie: 20241290.v02
7
-
Zo ja, dan is veelal zone ‘geluid basis’ benodigd, op meer dan 100 meter van rustig woongebied en meer dan 50 meter van gemengd gebied met wonen.
In welke dagdelen vinden de activiteiten plaats? - Bij bedrijfsvoering alleen overdag kan functiemenging of zone ‘geluid beperkt’ passend zijn. - Als ook regelmatig in de nacht wordt gewerkt (bijvoorbeeld in ploegendienst) dan is veelal een zone ‘geluid basis’ benodigd, op meer dan 100 meter van rustig woongebied en meer dan 50 meter van gemengd gebied met wonen) of de zone ‘geluid verruimd’. Hangen de activiteiten samen met bewegingen van vrachtwagens? - Minder dan 4 transportbewegingen met vrachtwagens gemiddeld per dag en vooral in de dagperiode is veelal verenigbaar met functiemenging en zone ‘geluid beperkt’. - Meer dan 4 transportbewegingen met vrachtwagens gemiddeld per dag waaronder de avond- en nachtperiode: vanaf zone ’geluid basis’, op meer dan 100 meter van rustig woongebied en meer dan 50 meter van gemengd gebied met wonen. Veroorzaken de activiteiten die worden uitgevoerd in een ruimte van een gebouw gemiddelde geluidniveaus in die ruimte van minder dan 70 dB(A) of meer dan 80 dB(A)? - Minder dan 70 dB(A) past veelal bij functiemenging en vanaf zone ‘geluid beperkt’. - Meer dan 80 dB(A) sluit naar verwachting beter bij een zone ‘geluid basis’ op meer dan 100 meter van rustig woongebied en meer dan 50 meter van gemengd gebied met wonen, of de zone ‘geluid verruimd’.
Zijn dakinstallaties op bedrijfsbebouwing aanwezig van enige omvang? - Voor luchtbehandeling en koelinstallaties met een gezamenlijk geluidvermogen (LW) van meer dan 85 dB(A), doorgaans vanaf een zone ‘geluid basis’ op meer dan 100 meter buiten rustig woongebied en meer dan 50 meter van gemengd gebied met wonen. Aandachtspunt parkeren en komen en gaan van bezoekers - Naast de activiteit zelf verdient parkeren en het komen en gaan van bezoekers extra aandacht. Zo zal parkeren en het openen en sluiten van autoportieren in de avond en de nacht op een bedrijventerrein of ander werkterrein nauwelijks tot hinder leiden. - In gebied met functiemenging ligt dat anders, daar zal, bij een ongeschikte indeling van wonen en bedrijvigheid, parkeren en het komen en gaan van bezoekers in de avond en de nacht hinder kunnen veroorzaken. Criteria geur Is er sprake van (regelmatige) handelingen en/of processen met (mogelijk) geuremissie in of naar de open lucht? - Denk hierbij aan: verwarmen of verhitten van stoffen en/of materialen, toepassen van reactieve stoffen of chemicaliën, vergisten en fermenteren, afvalinzameling of verwerking, reinigen en wassen, slachten van dieren. Het gaat bij deze vraag niet om
Quickscan milieuaspecten Rooiseweg 8, Schijndel Datum: 13 mei 2025 ; Referentie: 20241290.v02
8
-
reguliere detailhandel of horeca-activiteiten, die zijn doorgaans goed inpasbaar in gemengd gebied met wonen, ondanks de geuremissies bij voedselbereiding. Zo ja: veelal zal zone ‘geur verruimd’ nodig zijn of een industrieterrein. Zo nee: inpasbaar in gemengd gebied met wonen.
Als sprake is van geuremissie, zijn wettelijke kaders inzake geur van toepassing? - De activiteit is genoemd in het Bal of andere wet- en regelgeving op grond waarvan het nemen van geurmaatregelen is vereist. - Zo nee: naar verwachting inpasbaar in gebied met zone met ‘geur basis. - Zo ja: veelal zal zone ‘geur verruimd’ nodig zijn of een industrieterrein. Wat is de geursterkte? - Zwak (beperkt merkbaar buiten de grens van de eigen locatie). - Sterk (penetrant, duidelijk merkbaar buiten de grens van de eigen locatie). - Zwak is doorgaans inpasbaar in gebied met zone ‘geur basis’. - Sterk vraagt om inpassing in zone ‘geur verruimd’ of op een industrieterrein. Wat is de geurbeleving? - Aangenaam (of neutraal, of niet onaangenaam). - Duidelijk onaangenaam, stank. - Aangenaam is (mits beperkt qua intensiteit) inpasbaar in ‘gemengd gebied met wonen’. - Onaangenaam vraagt om inpassing in zone ‘geur verruimd’ of industrieterrein. Wat is de omvang van de handelingen of processen met geuremissie? - Kleinschalig (detailhandel, atelier, kleinschalige productie en/of handel). - Midden- en kleinbedrijf (productie en/of handel). - Industrieel (grootschalige productie en/of handel). - Kleinschalig is doorgaans inpasbaar in ‘gemengd gebied met wonen’. - Midden- en kleinbedrijf vanaf zone ‘geur basis’.
- Industrieel is doorgaans alleen inpasbaar in zone ‘geur verruimd’ of op een industrieterrein. Indicatieve lijst met activiteiten met inschatting geluid en geur Naast bovenstaande criteria biedt bijlage A5 (Indicatieve lijst met activiteiten met inschatting geluid en geur) van handreiking Activiteiten en milieuzonering een indicatie voor de inpasbaarheid van activiteiten. De activiteiten kunnen aan afstanden worden gekoppeld middels onderstaande tabel.
Quickscan milieuaspecten Rooiseweg 8, Schijndel Datum: 13 mei 2025 ; Referentie: 20241290.v02
9
Geluid- of geuronderzoek Een nader geluid- of geuronderzoek biedt het beste beeld van de inpasbaarheid van activiteiten.
Quickscan milieuaspecten Rooiseweg 8, Schijndel Datum: 13 mei 2025 ; Referentie: 20241290.v02
10
2.6. Beoordeling Gebiedstype De directe omgeving van het plangebied is een gebied waar een menging van aan een locatie toegedeelde milieugevoelige en milieuhinderlijke activiteiten aanwezig is. Bovendien ligt het plangebied direct aan de hoofdinfrastructuur. Daarom moet worden uitgegaan van een gemengd gebied met wonen. Uitwaartse milieuzonering De beoogde woningen vormen geen milieuhinderlijke activiteit. Een beoordeling van uitwaartse milieuzonering is niet nodig Inwaartse milieuzonering De beoogde woningen vormen een milieugevoelige activiteit. Op basis van het Omgevingsplan zijn de milieuhinderlijke activiteiten in de omgeving bepaald, zie tabel 1. Tabel 1. Milieuhinderlijke activiteiten Inrichting, bestemming
SBI, omschrijving
Geluid
Geur
SBI 4677 Autosloperijen: b.o. > 1000 m²
Zone 3 (tot 50 m)
FM (0 of 10 m)
SBI 931 Veldsportcomplex (met verlichting)
Zone 2 (tot 30 m)
FM (0 of 10 m)
SBI divers, max zone 2
Zone 2 (tot 30 m)
Zone 2 (tot 50 m)
SBI divers, max zone 3
Zone 3 (tot 50 m)
Zone 3 (tot 100 m)
SBI 561 Restaurants, cafetaria’s, snackbars, ijssalons met eigen ijsbereiding, viskramen e.d.
FM (0 of 10 m)
FM (0 of 10 m)
SBI 0143, paardenfokkerijen
Zone 1 (tot 10 m)
Zone 2 (tot 50 m)
Rooiseweg 12, autosloperij BP: Autosloperij Zuideinderpark, sportclubs BP: Sport Rooiseheide, bedrijventerrein (ged.) BP: Bedrijventerrein (max. milieucat. 3.1) Rooiseheide, bedrijventerrein (ged.) BP: Bedrijventerrein (max. milieucat. 3.2) Rooiseweg 4, restaurant BP: Restaurant Het Hooghekke 7, paardenhouderij
Zone / afstand (m)
BP: Agrarisch met waarden
De zones zijn aangegeven op afbeelding 3.
Quickscan milieuaspecten Rooiseweg 8, Schijndel Datum: 13 mei 2025 ; Referentie: 20241290.v02
11
Afbeelding 3. Afstanden
Uit afbeelding 3 blijkt dat de zone geluid van de autosloperij aan Rooiseweg 12 overlapt met het plangebied. Om recht te doen aan de planologische mogelijkheden van dit bedrijf zijn beoogde geluidgevoelige objecten buiten de afstandscontour van 50 meter geprojecteerd. Daarnaast zijn de feitelijke bedrijfsactiviteiten beoordeeld. Feitelijk is sprake van de volgende activiteiten (conform de melding Activiteitenbesluit milieubeheer d.d. 12 september 2014 (met OBM): BERGINGSACTIVITEITEN (INGETROKKEN) De takel- en bergingswerkzaamheden komen te vervallen. Dit leidt tot een significante daling van de geluidemissie, met name in de avond en nacht. WERKPLAATS In de werkplaats worden de brandstoffen uit de wrakken gehaald middels een drooglegunit en vervolgens vindt bewerking en demontage plaats. Tevens wordt hier gewerkt met elektrische vorkheftrucks. De gedemonteerde onderdelen gaan naar het magazijn, en de wrakken gaan naar het opslagterrein. OPSLAGTERREIN Mettler BV beschikt over eigen 4 heftrucks (2x diesel, 2x elektrisch) en 1 wiellaadschop. De elektrische heftrucks worden inpandig gebruikt (werkplaats en magazijn) en de twee diesel heftrucks worden buiten gebruikt voor het verplaatsen van autowrakken. Tevens worden de heftrucks gebruikt om afvalcontainers uit de
Quickscan milieuaspecten Rooiseweg 8, Schijndel Datum: 13 mei 2025 ; Referentie: 20241290.v02
12
werkplaats, buiten in een container om te kiepen. Ook de wiellaadschop kan ingezet worden om autowrakken te verplaatsen of te pletten. WASPLAATS De wasplaats wordt gebruikt om voertuigen te wassen of onderdelen schoon te spoelen. Uit de melding blijkt dat er geen akoestische gevolgen zijn voor woningen in de omgeving (die op vergelijkbare of kortere afstand liggen dan de zone van 50 meter. Daarom kan worden gesteld dat ook op 50 meter van de bedrijfsactiviteiten sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en worden de belangen van het bedrijf gerespecteerd. Uit afbeelding 3 blijkt ook dat de zone geur van het bedrijventerrein Rooiseheide overlapt met het plangebied. Om recht te doen aan de planologische mogelijkheden van dit bedrijventerrein zijn beoogde geurgevoelige objecten buiten de afstandscontour van 50 meter geprojecteerd. Daarom is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en worden de belangen van het bedrijventerrein gerespecteerd. Uit afbeelding 3 blijkt de beoogde milieugevoelige gebouwen binnen het plangebied buiten de zones rondom milieubelastende activiteiten liggen. Daarom is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL).
Quickscan milieuaspecten Rooiseweg 8, Schijndel Datum: 13 mei 2025 ; Referentie: 20241290.v02
13
3.
GEUR
3.1. Soorten geur Er wordt onderscheid gemaakt in agrarische geur en industriële (overige) geur. In hoofdstuk 2 is beoordeeld dat beoogde geurgevoelige gebouwen binnen het plangebied niet binnen de richtafstand (zone) voor het aspect geur van enig bedrijf liggen. De richtafstanden (zones) gaan volgens de handreiking Activiteiten en milieuzonering niet op voor het aspect geur van agrarische bedrijven. Daarom wordt hieronder het aspect agrarische geur nader toegelicht.
3.2. Omgevingsplan In het Omgevingsplan staan afstanden en normen waaraan de ligging en geurbelasting van dierenverblijven getoetst moeten worden. De normen gelden ter plaatse van geurgevoelige gebouwen en de afstanden gelden tot deze geurgevoelige objecten.
3.3. Geurnormen en afstanden De in dit geval geldende geurnormen en afstanden zijn opgenomen in tabel 3. Tabel 3. Geurnormen en afstanden volgens de Wet geurhinder en veehouderij Norm Binnen bebouwde kom Geurnorm* 3 ouE/m3 Afstand 100 meter
Buiten bebouwde kom 14 ouE/m3 50 meter
Het plangebied maakt onderdeel uit van een bebouwde kom. Het plangebied ligt niet binnen een gebied waarvoor in een geurverordening aangepaste geurnormen of afstanden zijn vastgelegd. Daarom geldt de geurnorm van 3 ouE/m3 (voorgrondbelasting) en de afstandseis van 100 meter. Daarnaast moet een beoordeling worden gemaakt van de cumulatieve geurbelasting (achtergrondbelasting). Voor de achtergrondbelasting bestaan geen normen. De gemeente Meierijstad heeft geen geurbeleid. Per project wordt beoordeeld of sprake is van een aanvaardbare situatie.
3.4. Beoordeling De veehouderijen in de omgeving van het plangebied en de totale geuremissies zijn weergegeven op afbeelding 4.
Quickscan milieuaspecten Rooiseweg 8, Schijndel Datum: 13 mei 2025 ; Referentie: 20241290.v02
14
Afbeelding 4. Veehouderijen en geuremissies
Afstanden De afstand tussen het plangebied en het dichtstbij gelegen bouwvlak van een veehouderij bedraagt meer dan 100 meter, zie afbeelding 4. Er wordt voldaan aan de afstandseis van 100 meter. Voorgrondbelasting Gelet op de geuremissie in relatie tot de afstand tot het plangebied kan op voorhand kan worden gesteld dat ter plaatse van het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Dit blijkt ook uit de beoordeling van de achtergrondbelasting, zie hieronder. Omdat er bestaande geurgevoelige gebouwen tussen de veehouderij en het plangebied liggen worden veehouderijen niet in de belangen geschaad. Achtergrondbelasting Voor de beoordeling van de achtergrondbelasting is gebruik gemaakt van de geurkaart van de ODZOB d.d. juni 2023, zie afbeelding 5.
Quickscan milieuaspecten Rooiseweg 8, Schijndel Datum: 13 mei 2025 ; Referentie: 20241290.v02
15
Afbeelding 5. Achtergrondbelasting
De achtergrondbelasting bedraagt minder dan 3 ouE/m3. Het woon- en leefklimaat is ‘zeer goed’.
Quickscan milieuaspecten Rooiseweg 8, Schijndel Datum: 13 mei 2025 ; Referentie: 20241290.v02
16
4.
LUCHTKWALITEIT
4.1. Grenswaarden In paragraaf 2.2.1.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn omgevingswaarden voor de concentratie van luchtverontreinigende stoffen opgenomen. Voor dit project zijn stikstofdioxide (NO2), fijn stof (PM10) en zeer fijn stof (PM2,5) van belang. De concentratie van de overige luchtverontreinigende stoffen (zwaveldioxide, koolmonoxide, benzeen en lood) in de buitenlucht is van nature zo laag dat voor deze stoffen geen overschrijding van de grenswaarden wordt verwacht. Voor deze stoffen kan zeker worden voldaan aan de omgevingswaarden. Voor de toegestane concentraties NO2 en PM10 gelden de volgende grenswaarden: - voor NO2 geldt een grenswaarde van 40 µg/m3 als jaargemiddelde concentratie; - voor PM10 geldt een grenswaarde van 40 µg/m3 als jaargemiddelde concentratie; - voor PM2,5 geldt een grenswaarde van 25 µg/m3 als jaargemiddelde concentratie.
4.2. Niet in betekenende mate Een aantal veelvoorkomende activiteiten dragen niet in betekenende mate (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging. Daarom is het niet nodig deze 'standaardgevallen' te toetsen aan de rijksomgevingswaarden voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). In artikel 5.54 van het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn de standaardgevallen opgesomd. - Woningen (max 1.500 bij 1 ontsluitingsweg, of 3.000 bij meer ontsluitingswegen) - Kantoren (max 100.000 m2 bij 1 ontsluitingsweg, of 200.000 m2 bij meer ontsluitingswegen) - een combinatie van woningen en kantoren (0,0008 x aantal woningen + 0,000012 x bruto vloeroppervlak kantoren in m2 ≤ 1,2 bij een ontsluitingsweg en 0,0004 x aantal woningen + 0,000006 x bruto vloeroppervlak kantoren in m2 ≤ 1,2 bij meer ontsluitingswegen) - het telen van gewassen (niet-verwarmde kassen, verwarmde kassen kleiner dan 2 ha, telen van gewassen in de open lucht en het behandelen van gewassen direct voor of na de teelt telen van witloftrek en eetbare paddenstoelen in een gebouw dat geen kas is - het aanleggen of wijzigen van een spoorwegemplacement (toename dieseltractieuren maximaal 7.500 per jaar)
4.3. Beoordeling Gezien de beperkte omvang van het project is op voorhand duidelijk dat het project niet significant van invloed is op de luchtkwaliteit. De mogelijke emissiebronnen bij de beoogde woningen zijn voertuigbewegingen. Uit het onderzoek stikstofdepositie blijkt een verkeersgeneratie van 359 mvt/etmaal met licht verkeer en 8 mvt/etmaal met zwaar verkeer. Uit de NIBM-tool blijkt dat deze verkeersgeneratie niet significant van invloed is op de luchtkwaliteit:
Quickscan milieuaspecten Rooiseweg 8, Schijndel Datum: 13 mei 2025 ; Referentie: 20241290.v02
17
Daarnaast blijkt uit de Atlas Leefomgeving op afbeelding 6 blijkt dat de luchtkwaliteit ter plaatse van het plan aanvaardbaar is, er wordt ruimschoots voldaan aan de grenswaarden. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het plan.
Quickscan milieuaspecten Rooiseweg 8, Schijndel Datum: 13 mei 2025 ; Referentie: 20241290.v02
18
Afbeelding 6. Uitsnede van Atlas Leefomgeving
Quickscan milieuaspecten Rooiseweg 8, Schijndel Datum: 13 mei 2025 ; Referentie: 20241290.v02
19
5.
GELUID
5.1. Soorten geluid De voornaamste bronnen voor geluidhinder zijn wegverkeerslawaai, industrielawaai, railverkeerslawaai en vliegverkeerslawaai.
5.2. Wegverkeerslawaai Op basis van geluidaandachtsgebieden wordt bepaald welke wegen moeten worden betrokken bij het bepalen van de geluidbelasting. Deze gezoneerde bronnen beschikken over een geluidaandachtsgebied op basis van artikel 3.20 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Als een projectlocatie is gelegen binnen een geluidaandachtsgebied moet nader onderzoek gedaan te worden naar de geluidbelasting van de bijbehorende bron. De omvang van het geluidaandachtsgebied van een weg staat beschreven in artikel 3.5 van de Omgevingsregeling. De geluidaandachtsgebieden zijn weergegeven op de kaart van de Centrale Voorziening Geluidgegevens (CVGG), zie https://www.geluidgegevens.nl/geluidregister/kaart. Op dit moment bevat deze kaart nog niet voldoende gegevens. Een weg heeft geen geluidaandachtsgebied wanneer de verkeersintensiteit lager is dan 1.000 motorvoertuigen per etmaal. Vanwege wegen in de omgeving met een grotere verkeersintensiteit is separaat een onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd.
5.3. Industrielawaai In hoofdstuk 2 is beoordeeld dat industrielawaai geen belemmering vormt voor het plan.
5.4. Railverkeerslawaai Op basis van geluidaandachtsgebieden wordt bepaald welke spoorwegen moeten worden betrokken bij het bepalen van de geluidbelasting. Deze gezoneerde bronnen beschikken over een geluidaandachtsgebied op basis van artikel 3.20 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Als een projectlocatie is gelegen binnen een geluidaandachtsgebied moet nader onderzoek gedaan te worden naar de geluidbelasting van de bijbehorende bron. De omvang van het geluidaandachtsgebied van een spoorweg staat beschreven in artikel 3.5 van de Omgevingsregeling. De geluidaandachtsgebieden zijn weergegeven op de kaart van de Centrale Voorziening Geluidgegevens (CVGG), zie https://www.geluidgegevens.nl/geluidregister/kaart. Uit bovenstaande kaart blijkt dat het plangebied niet binnen het geluidaandachtsgebied van het spoor ligt.
5.5. Vliegverkeerslawaai Het plangebied ligt niet binnen een Ke-contour van een vliegveld. Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het aspect vliegverkeerslawaai vormt geen belemmering voor het plan.
Quickscan milieuaspecten Rooiseweg 8, Schijndel Datum: 13 mei 2025 ; Referentie: 20241290.v02
20
6.
OMGEVINGSVEILIGHEID
6.1. Wettelijk kader Omgevingsveiligheid gaat over het beheersen van risico's die mensen lopen door opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen in hun omgeving. Omgevingsveiligheid kan betrekking hebben op inrichtingen of op transportroutes (wegen, spoorwegen, waterwegen en buisleidingen). Paragraaf 5.1.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving vormt het wettelijk kader.
6.2. Kernbegrippen Bij omgevingsveiligheid staan twee begrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico is de kans per jaar dat een persoon, die onafgebroken en onbeschermd op een plaats nabij een risicobron verblijft, komt te overlijden als gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen. De norm voor het plaatsgebonden risico bedraagt 10-6 per jaar, oftewel een kans van één op een miljoen. Het plaatsgebonden risico wordt door middel van risicocontouren op een kaart weergegeven. Binnen deze risicocontour is het niet mogelijk om permanent kwetsbare of zeer kwetsbare gebouwen toe te laten. Groepsrisico en aandachtsgebied (GR) Het groepsrisico is de kans dat een groep van tien of meer personen in de omgeving van een risicobron in één keer dodelijk slachtoffer wordt van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het bevoegd gezag houdt rekening met het groepsrisico door middel van aandachtsgebieden. Er is een onderscheid tussen drie soorten gevaren: warmtestraling (brand), overdruk (explosie) en concentratie giftige stoffen in de lucht (gifwolk). Daarmee zijn er ook drie typen aandachtsgebieden: - brandaandachtsgebied - explosieaandachtsgebied - gifwolkaandachtsgebied Op basis van landelijke regels heeft elke gevaarbron een aandachtsgebied.
Het bevoegd gezag dient te waarborgen dat voor nieuwe beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties er: - maatregelen worden getroffen ter bescherming van personen in die gebouwen en op die locaties; of - dat het aantal doorgaans aanwezige personen of de tijd dat die aanwezig zijn in die gebouwen en op die locaties beperkt is.
Quickscan milieuaspecten Rooiseweg 8, Schijndel Datum: 13 mei 2025 ; Referentie: 20241290.v02
21
6.3. Beoordeling Op basis van gegevens van de Signaleringskaart EV zijn de risicobronnen geïnventariseerd. De risicobronnen en invloedsgebieden zijn weergegeven op afbeelding 7.
Afbeelding 7. Risicobronnen en invloedsgebieden
Het plangebied ligt niet binnen aandachtsgebieden. Direct ten zuiden van het plangebied bevindt zich de N637. Over deze provinciale weg vindt mogelijk de bevoorrading van het LPG-tankstation aan de Europalaan plaats. Provinciale wegen behoren echter niet tot het Basisnet zodat aandachtsgebieden niet van toepassing zijn. Dit betekent dat deze weg niet nader hoeft te worden beschouwd, tenzij de gemeente in haar omgevingsplan hierover beleid heeft opgenomen.
Quickscan milieuaspecten Rooiseweg 8, Schijndel Datum: 13 mei 2025 ; Referentie: 20241290.v02
22
7.
GEBIEDSBESCHERMING
7.1. Natura 2000-gebieden De Europese Vogel- en Habitatrichtlijn beschermt Natura 2000-gebieden. De Natura 2000gebieden worden (in Nederland) aangewezen door het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). De instandhoudingsdoelstellingen worden vastgelegd middels artikel 2.44 van de Omgevingswet.
7.2. Natura 2000-activiteit De definitie van een Natura 2000-activiteit volgt uit bijlage A van de Omgevingswet: Activiteit, inhoudende het realiseren van een project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied.
7.3. AERIUS Calculator Voor het berekenen van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden is het rekenprogramma AERIUS Calculator voorgeschreven.
7.4. Beoordeling Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied met stikstofgevoelige habitats betreft ‘Kampina & Oisterwijkse Vennen’ en is gelegen op een afstand van circa 10 kilometer vanaf het plangebied. Met oog op de invloed vanwege de mogelijke emissiebronnen binnen het plangebied is separaat een onderzoek stikstofdepositie uitgevoerd.
Quickscan milieuaspecten Rooiseweg 8, Schijndel Datum: 13 mei 2025 ; Referentie: 20241290.v02
23
8.
VOLKSGEZONDHEID
8.1. Veehouderijen Stap 1. Endotoxine Op basis van het endotoxine toetsingskader 1.0 kunnen voor de diercategorieën vleeskuikens, leghennen en varkens de aan te houden afstanden worden bepaald op basis van de totale jaarlijkse fijnstofemissie. Door deze afstanden aan te houden wordt een te hoge blootstelling aan endotoxine voorkomen. De afstanden worden als volgt berekend:
Op afbeelding 8 zijn voor de veehouderijen in de omgeving de bedrijfstypen en fijnstofemissies aangegeven.
Quickscan milieuaspecten Rooiseweg 8, Schijndel Datum: 13 mei 2025 ; Referentie: 20241290.v02
24
Afbeelding 8. Plangebied en veehouderijen in omgeving
Op 1.100 meter van het plangebied ligt het zeugenbedrijf aan Schijndelseweg 75 met een fijnstofemissie van 329,036 kg/jaar. De volgens bovenstaande formule berekende endotoxine-afstand is dan 116 meter. Daarom is sprake van een aanvaardbare gezondheidssituatie. Stap 1 vormt geen knelpunt. Stap 2. Emissies Onderzocht moet worden of de ontwikkeling leidt tot een toename in de emissie voor geur en/of fijnstof en/of ammoniak. Een toename van geur, fijnstof en/of ammoniak (via vorming van secundair fijnstof) kan mogelijk leiden tot een negatief effect op de volksgezondheid. Het plan leidt niet tot een relevante toename van geur-, ammoniak- en fijnstofemissies. Daarnaast blijkt uit de kaarten bij de NSL-monitoringstool dat de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied aanvaardbaar is. Stap 2 vormt geen knelpunt.
Quickscan milieuaspecten Rooiseweg 8, Schijndel Datum: 13 mei 2025 ; Referentie: 20241290.v02
25
Stap 3a. Geur, milieukundige advieswaarden Onderzocht moet worden of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat aan de hand van de volgende milieukundige advieswaarden:
Daarnaast moet onderzocht worden of voldaan wordt aan de afstandseis van 100 meter tussen een veehouderij en een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom en 50 meter tussen een veehouderij en een geurgevoelig object buiten de bebouwde kom. Het plangebied betreft buitengebied. Uit hoofdstuk 3 van deze quickscan blijkt dat de voorgrondbelasting en de achtergrondbelasting minder dan 3 ouE/m3 bedraagt. Er wordt voldaan aan de milieukundige advieswaarden voor de voor- en achtergrondbelasting. Ook wordt voldaan aan de afstandseis. Stap 3a vormt geen knelpunt. Stap 3b. Geur, gezondheidskundige advieswaarden Onderzocht moet worden of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat aan de hand van de volgende gezondheidskundige advieswaarden:
Daarnaast moet onderzocht worden of voldaan wordt aan de afstandseis van 100 meter tussen een veehouderij en een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom of buiten de bebouwde kom. Het plangebied betreft een (toekomstig) bebouwde kom. Uit hoofdstuk 3 van deze quickscan blijkt dat de voorgrondbelasting en de achtergrondbelasting minder dan 3 ouE/m3 bedraagt. Er wordt voldaan aan de gezondheidskundige advieswaarde voor de voor- en achtergrondbelasting. Ook wordt voldaan aan de afstandseis. Stap 3b vormt geen knelpunt.
Quickscan milieuaspecten Rooiseweg 8, Schijndel Datum: 13 mei 2025 ; Referentie: 20241290.v02
26
Stap 4. Meerdere diersoorten Onderzocht moet worden of er veehouderijen van invloed zijn waar meerdere diersoorten worden gehouden, namelijk a. varkens en pluimvee; of b. rundvee en kleine herkauwers (schapen/geiten); of c. kleine herkauwers onderling Ook moet onderzocht worden of er varkenshouderijen en pluimveehouderijen op een afstand van maximaal 100 meter van elkaar liggen en van invloed zijn op het plangebied. In de directe omgeving van het plangebied liggen geen veehouderijen met verschillende diersoorten op korte onderlinge afstand van elkaar en op korte afstand van het plangebied. Stap 4 vormt geen knelpunt. Stap 5. Afstanden Onderzocht moet worden of: a. geitenhouderijen binnen 2 km van geurgevoelige objecten zijn gelegen; b. pluimveebedrijven binnen 1 km van geurgevoelige objecten zijn gelegen; c. overige veehouderijen binnen 250 m van geurgevoelige objecten in een bebouwde kom zijn gelegen. Op 1.800 meter van het plangebied ligt de geitenhouderij aan Boxtelseweg 10 met in totaal 525 geiten. Het bevoegd gezag beoordeelt of sprake is van een aanvaardbare gezondheidssituatie. Uit het onderzoek Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO), onderzoeksprogramma VGO-III (looptijd 2017-2024) bleek dat in de jaren 2009-2013 sprake was van een verhoogd voorkomen van longontstekingen onder omwonenden die binnen een straal van 1 kilometer van een pluimveehouderij woonden.
In de jaren daaropvolgend (2014-2016) werd dat verband niet meer gevonden. Elke drie jaar worden in het kader van het onderzoeksprogramma VGO-III de onderzoeksresultaten geactualiseerd. Voor de periode 2017 – 2019 geldt dat bovenstaand verband opnieuw werd gevonden voor een afstand van 500 meter. Tot het moment dat de herziene versie van de Handreiking Veehouderij en Volksgezondheid wordt uitgegeven op basis van de meest recente onderzoeksresultaten, heeft de ODBN in overleg met de GGD besloten om een advies van de GGD te blijven vragen binnen een afstand van 500 meter van een pluimveehouderij. Binnen 500 meter van het plangebied liggen geen pluimveehouderijen. Overige veehouderijen liggen op voldoende afstand.
Quickscan milieuaspecten Rooiseweg 8, Schijndel Datum: 13 mei 2025 ; Referentie: 20241290.v02
27
Stap 6. Mestbe- of verwerking Onderzocht moet worden of in de directe omgeving sprake is van mestbe- of verwerking als zelfstandige activiteit of als nevenactiviteit. In de directe omgeving van het plangebied zijn geen bedrijven waarbij sprake is van mestbe- of verwerking. Stap 6 vormt geen knelpunt. Stap 7. Ongerustheid omwonenden In stap 7 van het stappenplan uit de Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 wordt ingegaan op ongerustheid bij omwonenden. Mocht sprake zijn van ongerustheid bij omwonenden (of toekomstige bewoners) dan kan dat een aanleiding zijn om advies in te winnen bij de GGD.
8.2. Spuitzones In de omgeving van het plangebied liggen geen gronden waar mogelijk sprake is van een spuitzone. Het aspect spuitzones vormt geen belemmering voor het plan.
8.3. Hoogspanningsleidingen In de omgeving van het plangebied bevinden zich geen hoogspanningsleidingen. Het aspect hoogspanningsleidingen vormt geen belemmering voor het plan.
Quickscan milieuaspecten Rooiseweg 8, Schijndel Datum: 13 mei 2025 ; Referentie: 20241290.v02
28
9.
CONCLUSIE
In dit rapport is de quickscan naar de relevante milieuaspecten voor het plan aan Rooiseweg 8 in Schijndel beschreven. De conclusies zijn als volgt: Separaat zijn de volgende onderzoeken uitgevoerd: - Onderzoek wegverkeerslawaai - Onderzoek stikstofdepositie - Onderzoek externe veiligheid Op 1.800 meter van het plangebied ligt de geitenhouderij aan Boxtelseweg 10 met in totaal 525 geiten. Het bevoegd gezag beoordeelt of sprake is van een aanvaardbare gezondheidssituatie. Uit de quickscan blijkt dat de overige milieuaspecten geen belemmering vormen voor het plan.
Quickscan milieuaspecten Rooiseweg 8, Schijndel Datum: 13 mei 2025 ; Referentie: 20241290.v02
29