Bijlage 3. Definitief advies commissie MER Toekomstvisie Meierijstad 2040
Tekst van het document
Toekomstvisie Meierijstad 2040 Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 26 mei 2025 / projectnummer: 3904
Advies over het OER in het kort De Gemeente Meierijstad stelt een integrale strategische visie op voor de toekomst van de gemeente: de ‘Toekomstvisie Meierijstad 2040’. Deze visie geldt ook als de omgevingsvisie voor Meierijstad. Voor de toekomstvisie is een Omgevingseffectrapport (OER) opgesteld1. De gemeenteraad heeft de Commissie voor de milieueffectrapportage (hierna ‘de Commissie’) gevraagd te adviseren over de inhoud van het OER. In dit advies spreekt de Commissie zich uit over de juistheid en de volledigheid van het OER.
Wat staat in het OER? Het OER onderzoekt twee scenario’s. Deze verschillen vooral in de mate waarin groei en verstedelijking wordt nagestreefd. Uit de twee scenario’s is een ‘voorkeursscenario’ samengesteld. Het OER geeft aan dat dit scenario zowel kansen biedt als risico’s heeft. Kansen zijn er bijvoorbeeld voor sociale doelen, klimaat, biodiversiteit, woningbouw, voorzieningen en kwaliteit van bodem en water. Er zijn ook risico’s, zoals op het gebied van mobiliteit, gezondheid, veiligheid van de woonomgeving, betaalbaar wonen, klimaat en circulaire economie. Dit komt vooral door het bouwen van woningen met bijbehorende voorzieningen, het extra verkeer dat hierdoor wordt gegenereerd en het gebruik van grondstoffen. Voor woningbouw zal verstedelijkingsbeleid verder worden uitgewerkt. De ‘Passende Beoordeling’ van de effecten op beschermde natuur geeft aan dat er risico’s op aantasting zijn, maar dat deze tegengegaan kunnen worden met de juiste maatregelen. Het OER geeft in hoofdstuk 11 een lijst van alle mitigerende maatregelen waarmee effecten van de Toekomstvisie kunnen worden voorkomen of verminderd. Ze zijn abstract geformuleerd. Dit sluit aan op het strategische karakter van de toekomstvisie.
Wat is het advies van de Commissie? De Commissie is van oordeel dat het OER de essentiële informatie bevat om een besluit te kunnen nemen over de Toekomstvisie Meierijstad 2040 waarin het omgevingsbelang volwaardig wordt meegewogen. Methodisch is het OER van goede kwaliteit. Stappen zijn in een logische volgorde doorlopen en toegankelijk beschreven. Kansen en risico’s2 worden inzichtelijk gemaakt, waardoor snel te zien is welke aspecten aandacht behoeven en waar de gemeente op in moet zetten. De ‘Foto van de Leefomgeving’ resulteert in een duidelijke lijst knelpunten en aandachtspunten voor de toekomstvisie.
1
Omgevingseffectrapport Toekomstvisie Meierijstad 2040 – Royal HaskoningDHV, 13 maart 2025. Het OER is formeel een milieueffectrapport (MER), maar gaat ook in op sociale en economische aspecten. Daarom is, in aansluiting op de Omgevingswet, de term ‘omgevingseffectrapportage’ gekozen.
2
Detail: Het OER spreekt van ‘risico’s op negatieve effecten’; dat is dubbelop.
-1-
De twee scenario’s sluiten goed aan bij de ambities en opgaven in de gemeente. Ze geven voldoende inzicht in de verschillende opties voor de keuzes waarvoor de gemeente staat. De scenario’s worden vooral kwalitatief beoordeeld. Dit sluit aan bij de toekomstvisie, die eveneens vooral kwalitatief is beschreven. Het is een goede keuze om de beoordeling van scenario’s beknopt in de hoofdtekst te beschrijven, met een volledige beschrijving in de bijlagen. Botsproeven, doelbereik en mitigerende maatregelen worden goed beschreven. Het verwijzen naar de ‘Sustainable Development Goals’ heeft geleid tot een voldoende brede beoordeling van zowel milieu als sociale en sociaaleconomische aspecten. Voor het OER is een uitgebreid participatieproces georganiseerd, waarbij inwoners – inclusief kwetsbare bewoners – in iedere fase van de totstandkoming van het OER zijn geraadpleegd. De Commissie beveelt aan om deze aanpak te continueren en de rol van participatie bij de uitwerking van de toekomstvisie te benoemen. Het OER beoordeelt omgevingseffecten vooral kwalitatief. Dit sluit aan bij het strategische karakter van de toekomstvisie. De toekomstvisie wordt in programma’s verder uitgewerkt. Het OER voor de toekomstvisie kan dus in de OER’s voor de programma’s verder worden ingevuld. Een uitzondering op de goede kwaliteit van het OER is de kwaliteit van de samenvatting.
Deze bestaat vooral uit tekst, met lange zinnen en veel onderwerpen, zonder onderscheid van hoofd- en bijzaken. De Commissie beveelt aan de samenvatting te verbeteren ten behoeve van de behandeling van de toekomstvisie in de raad (zie paragraaf 2.2 van dit advies). In hoofdstuk 2 licht de Commissie haar beoordeling toe en geeft ze aanbevelingen voor toekomstige uitwerking van de toekomstvisie in programma’s, plannen en een monitoringsprogramma. Een van de aanbevelingen is om voor deze uitwerking een klankbordgroep samen te stellen van inwoners die een goede afspiegeling vormen van de gemeente. Gebruik deze klankbordgroep in het bijzonder bij de uitwerking van het doel om tot een inclusieve samenleving te komen.
-2-
Figuur 1 Foto Rob Verheem
Aanleiding OER De Gemeente Meierijstad stelt een integrale strategische visie op voor de toekomst van de gemeente: de ‘Toekomstvisie Meierijstad 2040’. Deze toekomstvisie bevat strategische uitspraken op zowel sociaalmaatschappelijk, economisch, ruimtelijk en bestuurlijk gebied. De Toekomstvisie bevat ook de hoofdlijnen van het beleid voor de fysieke leefomgeving en geldt daarmee ook als de omgevingsvisie voor Meierijstad. Voor het opstellen hiervan is een milieueffectrapportage (mer) verplicht omdat de visie een kader vormt voor toekomstige mer-(beoordelings)plichtige projecten en omdat er een ‘Passende beoordeling’ gemaakt wordt van de effecten op beschermde natuur. Om het milieu en de leefomgeving op een volwaardige manier mee te wegen bij de besluitvorming over de Toekomstvisie is een Omgevingseffectrapport (OER) opgesteld. Een OER kijkt breder naar omgevingseffecten dan alleen milieueffecten. De gemeenteraad van de gemeente Meierijstad is bevoegd gezag voor de Toekomstvisie. Het college van burgemeester en wethouders is initiatiefnemer en heeft de Commissie gevraagd te adviseren over de inhoud van het OER. Rol van de Commissie De Commissie is onafhankelijk, bij wet ingesteld en adviseert over de inhoud en de kwaliteit van het OER. Zij stelt voor ieder project een werkgroep samen van onafhankelijke deskundigen. Ze schrijft geen effectrapporten, dat doet de initiatiefnemer.
Het bevoegd gezag – in dit geval de gemeenteraad van Meierijstad - besluit over de toekomstvisie. De samenstelling en de werkwijze van de werkgroep van de Commissie en verdere projectgegevens staan in bijlage 1 van dit advies. De projectstukken die bij het advies zijn gebruikt staan op de website. Deze zijn te vinden door nummer 3904 op www.commissiemer.nl in te vullen in het zoekvak.
-3-
Toelichting op het advies en aanbevelingen De Commissie doet in dit hoofdstuk een aantal aanbevelingen voor verdere besluitvorming. Daarmee wil ze een bijdrage leveren aan de kwaliteit van deze besluitvorming.
Geef aandacht aan mogelijke controverses Er is gekozen voor een toekomstvisie die strategisch van karakter is. De visie is een document op hoofdlijnen, dat een langetermijnvisie en strategische richting voor de gemeente schetst. De nadruk op aanpasbaarheid, de kwalitatieve taal en de rol als richtinggevend kader geven aan dat het niet bedoeld is om concrete beslissingen te nemen die toekomstige keuzes definitief bepalen. De periodieke actualisering versterkt de rol van de visie als een levend document, dat kan evolueren met veranderende omstandigheden. Het OER sluit aan op het strategische karakter van de toekomstvisie en bevat vooral kwalitatieve analyses, bijvoorbeeld voor de onderwerpen energie, wonen en mobiliteit. Deze worden niet of nauwelijks uitgewerkt, waardoor potentiële effecten mogelijk nog weinig gaan leven in gemeentelijke discussies. Deze abstractie heeft op korte termijn als voordeel dat het weinig weerstand creëert, maar kan in later stadium alsnog tot controverse leiden bij nadere ruimtelijke uitwerking. Denk aan locaties voor windturbines en zonneparken. Een ander voorbeeld is woningbouw, als duidelijk wordt dat er serieuze hoogbouw komt. Of als blijkt dat verdere verstedelijking leidt tot een toename van verkeer, met negatieve effecten op bereikbaarheid, verkeersveiligheid, luchtkwaliteit en geluid.
Het gekozen karakter van toekomstvisie en OER betekent dat mogelijke controverses nog weinig zichtbaar worden. De Commissie beveelt aan om hier bij de besluitvorming over de toekomstvisie rekening mee te houden en vast te leggen hoe een goede integrale afweging in de toekomst geborgd wordt. Doe dit in de vorm van een ‘agenda’ die aangeeft wanneer waarover wordt besloten en hoe het omgevingsbelang en de ambities daarbij integraal worden meegenomen.
Verbeter de samenvatting De samenvatting bevat vooral tekst; lange zinnen met veel onderwerpen en zonder onderscheid in hoofd- en bijzaken. De samenvatting is daarmee slecht toegankelijk. De Commissie beveelt aan voor de besluitvorming in de gemeenteraad een betere samenvatting te maken en deze beschikbaar te maken voor publiek, raad en bestuur. Het is vooral belangrijk om in de samenvatting te beschrijven: 1) de belangrijkste prioriteiten in de toekomstvisie; 2) de kansen en risico’s bij ieder van deze prioriteiten. Op deze manier is het voor lezers van de samenvatting direct scherp wat de hoofdpunten zijn waar een besluit over wordt genomen en wat daarvan de consequenties zijn. Focus is daarbij belangrijker dan volledigheid.
-4-
Vertaal en bundel conclusies voor uitwerking in programma’s De toekomstvisie zal uitgewerkt worden in vervolgprogramma’s en plannen. De Commissie beveelt aan voor deze uitwerking de conclusies uit het OER te vertalen en te bundelen per programma of plan. Op die manier worden de conclusies als het ware ‘panklaar’ neergelegd voor degenen die het vervolg moeten invullen.
Integreer samenhangende onderwerpen in ‘pakketten’ Het OER behandelt onderwerpen vooral apart en werkt deze niet uit in geïntegreerde ‘pakketten’ aan maatregelen. De onderwerpen groen, ruimte, water en klimaatadaptatie hangen bijvoorbeeld sterk samen. Dit geldt ook voor de onderwerpen klimaatmitigatie, energietransitie en circulaire economie. Door onderwerpen vooral sectoraal te behandelen, blijven kansen onbenut die samenhangen met een geïntegreerde aanpak van deze onderwerpen. Ook wordt door integratie de effectiviteit van maatregelen vergroot. Samenbrengen in geïntegreerde pakketten kan daarnaast het relatieve belang vergroten van de onderwerpen in de plan- en besluitvorming. Tot slot ontstaat door integratie een beter totaalplaatje: welke potenties voor synergie zijn er? Welke bandbreedten? Kunnen bijvoorbeeld de groene ambities worden gemaximaliseerd en waar kunnen die conflicteren met andere ambities? De Commissie beveelt aan om ten behoeve van verdere plan- en besluitvorming ‘geïntegreerde pakketten’ te ontwikkelen van maatregelen die onderling grote samenhang vertonen. Gelet op het relatief abstracte karakter van de toekomstvisie is er geen noodzaak om deze integratie in het stadium van de toekomstvisie op te pakken. Hiervoor is nog genoeg ruimte tijdens de vervolgstappen.
Passende beoordeling: monitor de mitigatie van effecten op Natura 2000 Voor Natura 2000-gebieden verwacht het OER vooral effecten van stikstofdepositie en recreatiedruk. Deze zijn beoordeeld in een Passende beoordeling, die van goede kwaliteit is. De conclusie dat deze effecten gemitigeerd kunnen worden, wordt in het OER voldoende onderbouwd. Mitigatie van recreatiedruk zal plaatsvinden door gerichte vormgeving van het recreatienetwerk. Mitigatie van stikstofdepositie moet vooral plaatsvinden door faciliteren van elektrisch vervoer en stimulering van fietsgebruik. De Commissie stelt vast dat dit laatste dus voor een belangrijk deel zal afhangen van acties en keuzen van inwoners van de gemeente. De daadwerkelijke effecten zijn daarom op voorhand onzeker. De Commissie beveelt daarom aan om dit tijdens de uitvoering van de toekomstvisie goed te monitoren en maatregelen achter de hand te hebben voor het geval dat de mitigatie onvoldoende is.
-5-
Beschrijf de rol van het Natuurnetwerk Brabant voor biodiversiteit In de gemeente liggen veel belangrijke gebieden van het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Het OER geeft weinig informatie over de rol van deze gebieden bij de ambities op het gebied van biodiversiteit (zie bijvoorbeeld de ambities op bladzijde 43 van de toekomstvisie3). De Commissie beveelt aan om in de uitwerking van de toekomstvisie aan te geven welke rol de gebieden spelen bij het bereiken van biodiversiteitsdoelen. Geef daarbij aan wat deze rol betekent voor de bescherming van de NNB-gebieden, zowel wat betreft bodem- en watercondities als de leefomgeving van diersoorten. Neem daarbij ook locaties en mogelijkheden voor uitbreiding van het NNB in beschouwing. Welke instrumenten van de Omgevingswet zullen daarbij worden ingezet, zoals programma’s en plannen? Hou hierbij ook rekening met de verdere uitkristallisatie van de Natuurherstelverordening in de toekomst.
Maak een diepgaander analyse van risico’s voor grondwater De Foto van de Leefomgeving geeft informatie over grondwater. Meer informatie hierover is ook te vinden in de ‘Klimaatonderlegger’4. In de gemeente Meierijstad wordt grondwater gewonnen uit de diepere bodemlagen. Deze grondwatervoorraad wordt sterk beïnvloed door de vele onttrekkingen voor landbouw en drinkwaterwinning in de gehele Centrale Slenk, plus de bruinkoolwinning in Duitsland5. Het OER en de klimaatonderlegger geven hier weinig informatie over. De Commissie beveelt aan om hier nader op in te gaan tijdens de uitwerking van de toekomstvisie: welke risico’s voor grondwater en droogte in de gemeente hebben de gecombineerde ontwikkelingen in de Centrale Slenk en Duitsland? Maak deze analyse samen met alle partijen die een belang bij, of invloed op grondwaterwinning hebben. Vertaal de analyse in kaders voor de uitwerking van de toekomstvisie wat betreft landbouw, biodiversiteit en het NNB6. Leg hierbij ook een relatie met het door de gemeente ondertekende ‘Grondwaterconvenant’ en de ‘Droogteagenda’ (2021).
Formuleer een maatlat voor landschappelijke kwaliteit Landschappelijke kwaliteit heeft in het OER vooral te maken met de identiteit van kernen en met de kwaliteit van het buitengebied. Daarbij valt op dat voor landschappelijke kwaliteit geen criteria of maatlatten geformuleerd zijn. Het is dan moeilijk om doelbereik te toetsen. 3
Daar staan bijvoorbeeld de volgende ambities ‘de biodiversiteit is in 2040 niet verder afgenomen en op onderdelen
verbeterd’; ‘de beekdalen van de Aa, Dommel en de Leijgraaf zijn beschermd en verder versterkt’; ‘natuurgebieden zijn beter met elkaar verbonden’; ‘aanleg van nieuwe natuur’; ‘verbindingen met natuur buiten de gemeentegrenzen’; ‘plekken waar landbouwgrond plaats heeft gemaakt voor de aanleg van natuur’; ‘25% meer groenblauwe structuren in 2040’. 4
Klimaatonderlegger Provincie Noord Brabant; zie klimaatadaptatiebrabant.nl.
5
Zie onder andere ‘Watersystemen in beeld’ – 2000, Hydrotheek (stowa) 326523.
6
Bij het NNB gaat het zowel om cruciale verbindingen tussen gebieden, als de kwaliteit van de gebieden zelf.
-6-
De Commissie beveelt aan om ten behoeve van toekomstige programma's een maatlat te formuleren voor landschappelijke kwaliteit. Hiermee kan sturing worden gegeven aan de ontwikkeling van het landschap in de gemeente.
Geef meer concrete informatie over mobiliteit in de mobiliteitsvisie Het OER bevat vooral kwalitatieve informatie over mobiliteit. De gemeente heeft tijdens het locatiebezoek van de Commissie aangegeven dat meer concrete informatie wel beschikbaar is en gebruikt wordt bij het opstellen van een mobiliteitsvisie. De Commissie beveelt aan in de mobiliteitsvisie meer concrete informatie op te nemen over: •
hoe wordt omgegaan met de dilemma’s die spelen bij verkeersveiligheid; autobereikbaarheid, geluidhinder en luchtkwaliteit;
•
een meer kwantitatieve inschatting van de te verwachten effecten van de autonome ontwikkeling op het gebied van mobiliteit;
•
idem wat betreft de te verwachten mobiliteitseffecten van de toekomstvisie;
•
locatiespecifieke maatregelen die noodzakelijk zijn om mobiliteitsdoelen te bereiken.
Door concreter in te gaan op de verwachte effecten, is het mogelijk om gerichter maatregelen te bepalen die nodig zijn om doelen te bereiken. Denk hierbij aan het inzichtelijk maken van toe- en afnames van verkeer als gevolg van woningbouw. Als duidelijk is waar deze toe- en afnames plaatsvinden, kan gerichter worden bepaald welke maatregelen op deze locaties nodig zijn om toename van verkeer, en daarmee negatieve effecten op luchtkwaliteit en geluidsoverlast, te beperken.
Beschrijf beleid en mitigatie bij woningaanbod en zorgvoorzieningen Verstedelijking kan leiden tot knelpunten op het gebied van woningaanbod en –behoefte en de toegang tot zorg. Deze worden in het OER ook beschreven. Voor deze knelpunten worden in het OER echter geen beleidsopties of mitigerende maatregelen aangegeven. De Commissie beveelt aan om hier in de uitwerking van de toekomstvisie aandacht aan te besteden. Hoe wordt betaalbaar wonen voor iedere doelgroep geborgd? En wat betekent het voor de toegang tot zorg?
Meer aandacht voor ‘Sustainable Development Goal’ 17 Bij het bepalen van thema’s en ambities zijn de ‘Sustainable Development Goals’ (SDGs) van de Verenigde Naties gebruikt. Opvallend is dat SDG 17 ‘partnerschappen om de doelen te bereiken’ daarin niet is meegenomen. Als reden is aangegeven dat SDG 17 ‘geen relatie heeft met de beoordelingsaspecten in het OER’. De Commissie is van mening dat die relatie er wel is: samenwerking tussen en met groepen in Meierijstad en medeoverheden kan mensen en middelen samenbrengen om duurzame ontwikkeling te bevorderen.
-7-
Een voorbeeld is de aanbevolen samenwerking bij het omgaan met grondwater en droogte in sectie 2.7 van dit advies. Of bij het monitoren van effecten. In de Nationale Omgevingsvisie is SDG 17 daarom wel meegenomen. De Commissie beveelt aan om bij de uitwerking van de toekomstvisie ook aandacht te geven aan SDG 17. De VNG Handreiking ‘De Global Goals in het gemeentelijk beleid’ geeft handvatten hoe dit te doen.7
Aandachtspunten bij het monitoringsprogramma Gebruik de SDGs Behalve voor het bepalen van thema’s en ambities, kunnen de SDGs ook een rol spelen bij de monitoring van de implementatie van de toekomstvisie. De Commissie beveelt aan dit te doen omdat hiermee het doelbereik goed in beeld wordt gebracht. Daarbij kan bijvoorbeeld gebruik gemaakt worden van de indicatoren die het CBS gebruikt in haar monitoring van de SDGs. Klankbordgroep De Commissie beveelt aan om bij het bepalen van de sociale en sociaaleconomische criteria in het monitoringsprogramma gebruik te maken van een klankbordgroep met inwoners. Maak deze groep een goede afspiegeling van de gemeente, inclusief bedrijven, verenigingen, instellingen en kwetsbare personen. Samenwerken met inwoners leidt niet alleen tot beter doelbereik, maar vergroot ook de betrokkenheid en medewerking bij de uitvoering van projecten. Sociale cohesie en eenzaamheid Het voorkeursscenario biedt ruimte voor verstedelijking. Dit kan op gespannen voet staan met doelen op het gebied van sociale cohesie en eenzaamheid. Het valt op dat de ambitie van de gemeente ‘de Meierijstadse samenleving voelt zich verbonden’8 in het OER niet beoordeeld lijkt te worden. In het OER worden sociale cohesie en eenzaamheid niet als aparte beoordelingsaspecten behandeld, maar vallen ze onder het bredere thema ‘maatschappelijke deelname’.
Hiervoor is gekozen om het aantal beoordelingsaspecten niet te groot te laten worden. Dit is een begrijpelijke keuze. Echter, ‘maatschappelijke deelname’ heeft een andere focus, namelijk ‘actieve deelname van inwoners aan het maatschappelijke leven, bijvoorbeeld als leerling, werknemer, ondernemer, vrijwilliger en/of mantelzorger” (OER, p57). De Commissie beveelt daarom aan om de aspecten sociale cohesie en eenzaamheid als afzonderlijke beoordelingscriteria op te nemen in het monitoringsplan. Dit biedt de mogelijkheid voor gerichte sturing op deze aspecten.
7
Zie: https://vng.nl/sites/default/files/2020-04/handreiking-global-goals-in-het-gemeentelijk-beleid-2020.pdf.
8
Zie tabel 2.1 in het OER onder ‘inclusieve samenleving’: ‘Iedereen doet mee: de Meierijstadse samenleving voelt zich
verbonden en kijkt naar elkaar om’.
-8-
BIJLAGE 1: Projectgegevens toetsing Toetsing door de Commissie De Commissie bestaat uit een werkgroep van deskundigen. Deze werkgroep beoordeelt of het OER de benodigde omgevings-informatie bevat en of deze juist is. Als er informatie ontbreekt of onjuist is, beoordeelt de Commissie of zij die essentieel vindt. Dat is het geval als aanvullende informatie in haar ogen kan leiden tot andere afwegingen. Dan adviseert de Commissie de ontbrekende of gecorrigeerde informatie alsnog beschikbaar te stellen, voordat het besluit wordt genomen. Om zich goed op de hoogte te stellen van de situatie heeft de werkgroep op 31 maart 2025 het gebied bezocht waar milieugevolgen kunnen optreden. Meer informatie over de Commissie en over haar werkwijze vindt u op onze website. Samenstelling van de werkgroep Bij dit project bestaat de werkgroep uit: dr. Peter van der Molen ir. Kees Slingerland (voorzitter) drs. Rob Verheem (secretaris) drs. Sanne Vermeulen drs. ing. Arjan van de Werken drs. Gerrit de Zoeten Besluit waarvoor dit milieueffectrapport is opgesteld Vaststellen van de Toekomstvisie Meierijstad 2040. Waarom wordt hiervoor een milieueffectrapport opgesteld? Voor projecten die grote milieugevolgen kunnen hebben, kan in Nederland een milieueffectrapport (MER) vereist zijn. Uit Bijlage V van het Omgevingsbesluit onder de Omgevingswet volgt om welke projecten het gaat.
Voor deze procedure gaat het in ieder geval om de projecten J11 (Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen), J1 (wegen) en J10 (industrieterrein). Een MER is ook nodig omdat effecten op Natura 2000-gebieden optreden die in een Passende beoordeling moeten worden beschreven. Daarom wordt een plan-MER opgesteld. Bevoegd gezag besluit De gemeenteraad van de gemeente Meierijstad. Initiatiefnemer besluit College van burgemeester en wethouders van de gemeente Meierijstad. Bevoegd gezag mer-procedure College van burgemeester en wethouders van de gemeente Meierijstad. Heeft de Commissie ook zienswijzen en adviezen bij haar advies betrokken? Het bevoegd gezag heeft de Commissie niet in de gelegenheid gesteld om zienswijzen en adviezen bij haar advies te betrekken. Waar vind ik de stukken die de Commissie heeft beoordeeld? U vindt de projectstukken die bij het advies zijn gebruikt, door op www.commissiemer.nl projectnummer 3904 in te vullen in het zoekvak.