Bijlage 3 Dashboard sociaal domein 2025
Tekst van het document
Kerncijfers Sociaal Domein –2025 1. Inleiding Bij elke Bestuursrapportage en de Jaarrekening wordt de dashboardrapportage Kerncijfers Sociaal Domein aangeboden. Het dashboard is een integrale rapportage over de uitvoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning, de Jeugdwet en de Participatiewet. De rapportage bevat drie elementen: kwantitatieve gegevens, financiële gegevens en een korte tekstuele toelichting en analyse. De dashboardrapportage is een groeimodel, de komende jaren worden in het kader van de doorontwikkeling zo nodig onderwerpen toegevoegd. Daarmee komt meer en betere sturingsinformatie beschikbaar. Naast deze dashboard rapportage wordt vanaf 2020 elke twee jaar een meer strategisch en tactisch stuurinstrument aangeboden, de 4G monitor. Op basis van (zoveel mogelijk) beschikbare informatie wordt in deze monitor een beeld geschetst en een analyse gemaakt van vier belangrijke indicatoren over de leefsituatie van de inwoners van Meierijstad. De monitor geeft een beeld over (positieve) gezondheid, geluk, gezin (thuissituatie) en geld (financiële situatie) van onze inwoners in relatie tot de onderwerpen vanuit het sociaal domein. De beschikbare informatie wordt afhankelijk van de mogelijkheden afgezet tegen de rest van Nederland, vergelijkbare gemeenten of de regio (Noordoost Brabant).
Op basis hiervan kan de Raad vaststellen of het goed gaat met onze inwoners, of het gewenst is bij te sturen of dat het gewenst is de ambities bij te stellen. Op basis van ervaringen en input van de Raad zal de 4G-monitor de komende jaren verder worden doorontwikkeld.
2. Wet maatschappelijke ondersteuning 2.1 Kerncijfers Onderstaande tabel geeft een overzicht van het aantal uitstaande voorzieningen op betreffende peildatum. In deze tabel zijn zorg in natura (ZIN) en een persoonsgebonden budget (PGB) meegenomen. Sommige klanten maken gebruik van meerdere voorzieningen. Vanaf 2022 is sprake van een nieuwe inkoopsystematiek voor Individuele begeleiding en Dagbesteding. Hierdoor zijn de cijfers van deze voorzieningen vanaf dat jaar niet te vergelijken met de eerdere cijfers. Vanaf 2025 is ervoor gekozen om voor alle voorzieningen de cijfers vanaf 2022 op te nemen. Hierdoor is weer sprake van uniformiteit in de gebruikte data. Wel maken we nog een kanttekening bij de cijfers van december 2023 die door de overgang naar X-works een vertekend beeld kunnen geven omdat de indicaties van eind 2022 pas in de eerste maanden van 2023 zijn verwerkt. Dit geldt voor alle voorzieningen in de tabel. Aantal uitstaande voorzieningen (ZIN en PGB) Aantal indicaties Wmo
December 2022
December 2023 December 2024
December 2025
Beschermd Wonen
55
46
55
73
Dagbesteding Beschermd Wonen
21
14
12
21
Collectief Vervoer
1732
1731
1765
1788
Hulp bij huishouden Maatwerkvoorziening (ZIN) Algemene voorziening (ZIN)
2313
2294
2260 2107 90
24371 2015 357
Rolstoelvoorziening
612
731
706
7612
Vervoersvoorziening
903
909
971
10143
Woonvoorziening
668
845
1003
10344
1 In de aantallen voor de maatwerkvoorziening hulp bij huishouden zijn de inwoners die op de
wachtlijst staan niet opgenomen. Dit zijn ongeveer 137 inwoners volgens de wachtlijstregistratie van november 2025. (bron: RIWMO). Verder staan er 65 voorzieningen voor hulp bij huishouden PGB uit. 2 In de categorie rolstoelen zijn naast rolstoelen tevens de aantallen van onderhoudscontracten en
accessoires opgenomen. In december 2025 zijn dat 13 onderhoudscontracten 36 accessoires. 3 In de categorie vervoersvoorzieningen zijn naast voorzieningen zoals een scootmobiel, driewielfiets of autoaanpassing tevens de aantallen van uitstaande onderhoudscontracten en verzekeringen opgenomen. In december 2025 staan in totaal 34 onderhoudscontracten en 4 verzekeringen uit. 4 In de categorie woonvoorzieningen zijn naast woonvoorzieningen (bijv. badkameraanpassing,
traplift of woonunit) tevens de aantallen van onderhoudscontracten en reparaties opgenomen. Bijvoorbeeld voor een til- of traplift. In december 2025 staan er 167 onderhoudscontracten uit en zijn er 4 reparaties uitgevoerd.
Zaaknummer
Pagina 2 van 24
datum Maart 2026
Gehandicapten parkeerkaart
1177
1140
1164
1180
Individuele begeleiding
853
863
947
1050
Dagbesteding
206
196
250
272
Wat valt op? Zoals voorspeld, is voor hulp bij huishouden waarop het abonnementstarief voor de eigen bijdrage van toepassing is over de jaren heen een grote stijging te zien. Dit abonnementstarief is in 2019 in de plaats gekomen van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage. Bij de invoering van het abonnementstarief bleek dit al een aanzuigende werking te hebben. Dit beeld wordt ook landelijk bevestigd. Daarnaast spelen uiteraard ook andere ontwikkelingen mee bij de stijging van het aantal voorzieningen waaronder in het bijzonder de toenemende vergrijzing en het ingezette beleid voor langer zelfstandig thuis wonen. Beschermd wonen We zagen in voorgaande dashboards een sterke daling van beschermd wonen sinds 2021 doordat mensen die hun leven lang intensieve geestelijke zorg (GGZ) nodig hebben in dat jaar toegang kregen tot de Wet Langdurige Zorg. Veel inwoners met een zware beschermd wonen indicatie werden destijds aangemeld bij het CIZ voor een Wlz indicatie. Een groot deel van hen heeft ook een Wlz indicatie toegekend gekregen waardoor de inzet van beschermd wonen voor hen niet langer nodig was op basis van de Wmo. In 2023 was nog sprake van een verdere daling in de inzet van beschermd wonen als effect van de ontwikkelingen sinds 2021. Vanaf 2024 is echter weer sprake van een hogere inzet van beschermd wonen op basis van de Wmo.
We zien dat landelijk sprake blijft van een verzwaring van problematiek waardoor meer inzet van beschermd wonen nodig is in situaties waarin voorheen volstaan kon worden met de inzet van ambulante individuele begeleiding. De stijging van het aantal indicaties voor beschermd wonen in 2025 ten opzichte van december 2024 is het gevolg van toegenomen inzet van kleinschalige vormen van beschermd wonen. Er is geen sprake van stijging van inzet van zwaardere intramurale zorg Deze cijfers liggen in lijn met het doel om zoveel mogelijk kleinschalige ondersteuning in te zetten en minder gebruik te maken van grootschalige intramurale ondersteuning. Door verdere ontwikkeling van het dashboard is het vanaf begin 2025 mogelijk om de inzet van beschermd wonen te nuanceren. Over de afgelopen jaren is nu een onderscheid zichtbaar tussen indicaties voor beschermd wonen en indicaties voor dagbesteding bij beschermd wonen. Dit onderscheid is met terugwerkende kracht in bovenstaande cijfertabel verwerkt. Dagbesteding beschermd wonen is een specifieke voorziening die alleen ingezet wordt in combinatie met een indicatie beschermd wonen. Of naast een indicatie voor beschermd wonen ook een indicatie voor dagbesteding wordt ingezet, is sterk afhankelijk van de betreffende situatie.
Een stijging of daling van de inzet van deze dagbesteding volgt niet automatisch uit een stijging of daling van de inzet van beschermd wonen.
Zaaknummer
Pagina 3 van 24
datum Maart 2026
Vervoersvoorzieningen/ collectief vervoer Het aantal uitstaande vervoersvoorzieningen (onder andere scootmobielen, driewielfietsen en aangepaste fietsen) is gestegen. Ook het collectief vervoer is licht gestegen. Dit heeft vooral te maken met de vergrijzing. Mensen wonen langer thuis en blijven langer actief. We verwachten dat ze door hun fysieke beperkingen steeds meer een beroep doen op vervoersvoorzieningen en op collectief vervoer. De invoering van Bravoflex per 1 januari 2026 (flexibel vervoer op bestelling waarbij reizigers van halt-tot-halte reizen) heeft mogelijk een effect op het gebruik van het collectief vervoer. De OV-ritten van Regiotaxi zijn namelijk vervangen door Bravoflex en daarmee is voor de OV-reizigers van Regiotaxi het deur-tot-deur reizen komen te vervallen. Voor een deel van deze OV-reizigers kan de bereikbaarheid van de haltes belemmerend zijn om gebruik te maken van BravoFlex en het aansluitende OV. Het effect van BravoFlex op het collectief vervoer wordt gemonitord.
Hulp bij huishouden Bij hulp bij huishouden5 zien we na een lichte daling in de periode 2022-2024 weer een stijging van het aantal voorzieningen in 2025. Daarbij zien we in 2025 een verschuiving naar het gebruik van de algemene voorziening. De algemene voorziening is bedoeld voor inwoners die de eigen regie op het huishouden kunnen voeren, maar die niet alle huishoudelijke taken zelf meer kunnen uitvoeren. De algemene voorziening is voorliggend. Afhankelijk van het gebruik van de voorliggende algemene voorziening, kan er een besparing plaatsvinden.
Woonvoorzieningen Op het gebied van woonvoorzieningen zien we in 2025 een lichte stijging van het aantal uitstaande voorzieningen ten opzichte van het jaar 2024. We verwachten dat het aantal woonvoorzieningen de komende jaren zal blijven stijgen als gevolg van de vergrijzing en mogelijk voor een deel ook door de beperkte doorstroom door de verhitte huizenmarkt. Inwoners laten dan mogelijk vaker hun huidige woning aanpassen als zij daar langer blijven wonen.
Individuele begeleiding en dagbesteding In 2025 zien we een stijging van de inzet van individuele begeleiding ten opzichte van december 2024. De stijging van het aantal indicaties voor individuele begeleiding is verklaarbaar uit de al eerdergenoemde landelijke tendens van verzwaring van problematiek. Er is vaker een indicatie voor individuele begeleiding op basis van de Wmo nodig waar voorheen volstaan kon worden met de inzet van voorliggende voorzieningen, bijvoorbeeld de praktijkondersteuner van de huisarts of maatschappelijk werk. We zien ook dat de wachtlijsten voor GGZ behandeling leiden tot noodzaak om individuele begeleiding in te zetten gedurende de tijd dat men wacht op behandeling. Dit om grotere problemen en escalaties te voorkomen. Binnen individuele begeleiding wordt onderscheid gemaakt tussen zgn. 'reguliere indicaties’ en ‘extra indicaties'. Een ‘extra indicatie’ wordt ingezet als sprake is van zwaardere problematiek waarvoor intensievere ondersteuning nodig is. De inzet van ‘extra indicaties’ is in 2025 nagenoeg 5 Hulp bij huishouden bestaat uit een maatwerkvoorziening HbH van gemiddeld 2 uur per week en
een algemene voorziening HbH van gemiddeld 2 uur per 2 weken.
Zaaknummer
Pagina 4 van 24
datum Maart 2026
gelijk gebleven ten opzichte van 2024. De stijging van inzet van individuele begeleiding wordt veroorzaakt door stijging in het aantal 'reguliere indicaties'. Dit staaft de stelling dat weliswaar sprake is van verzwaring van problematiek, maar dat grotere problemen of escalaties worden voorkomen door tijdige inzet van individuele begeleiding op basis van de Wmo., Ten opzichte van december 2024 is in 2025 sprake van een lichte stijging in het aantal indicaties voor dagbesteding. We zien dat de stijging in het aantal indicaties voor dagbesteding de afgelopen jaren afneemt. Dit is verklaarbaar vanuit de verdere ontwikkeling en grotere inzet van nietgeïndiceerde dagbesteding. Dit is een vorm van dagbesteding waaraan zonder Wmo indicatie deelgenomen kan worden. Door de inzet van deze voorliggende voorziening kan verergering van problematiek (tijdelijk) voorkomen worden.
Ontwikkelingen 2025 en verder Vanaf de invoering van het abonnementstarief zien wij een aanzuigende werking, met name bij hulp bij huishouden. Deze ontwikkeling heeft ook financiële consequenties en is nog altijd zichtbaar. Per 1 januari 2026 is door indexatie het abonnementstarief gestegen van € 21,- euro naar € 21,80 per maand. In februari 2026 is door de coalitiepartijen een coalitieakkoord opgesteld waarin het voorstel is opgenomen dat mensen die daartoe in staat zijn, zelf voor hun huishoudelijk moeten betalen (bron: Binnenlands Bestuur). De partijen willen de huishoudelijke hulp als Wmomaatwerkvoorziening per 1 januari 2029 schrappen. Voor inwoners die niet zelf hulp kunnen regelen, blijft de gemeente verantwoordelijk. We blijven de ontwikkelingen volgen over hoe het nieuwe kabinet dit concreet gaat vormgeven. Verder wordt in regionaal verband een impactanalyse uitgevoerd naar het contract voor hulp bij huishouden en de impact ervan op zorg. Dit is naar verwachting in 2026 Q2 gereed. De regiovisie ‘Beschermd wonen en maatschappelijke opvang’ vastgesteld in 2019 gaat uit van de herstelvisie. Vanaf 2022 zijn de nieuwe contracten met aanbieders ingegaan en werken we met de nieuwe beschermd wonen producten, die passen bij deze visie en het regionale uitvoeringsprogramma.
Voor de periode 2026-2030 is een nieuw lokaal uitvoeringsprogramma vastgesteld voor verdere ontwikkeling van diverse lokale projecten en thema's. Denk hierbij aan toegankelijker maken van de arbeidsmarkt, laagdrempelige hulp voor psychische- en verslavingsproblematiek en een vergroting van draagkracht en acceptatie in de wijk. Met deze periode wordt aangesloten bij het Regioplan Thuis in de wijk wat ook geldt voor de periode van 2026 tot 2030. De gemeente onderzoekt met een cliëntervaringsonderzoek hoe inwoners de ondersteuning vanuit de Wmo ervaren. Het cliëntervaringsonderzoek is een kwantitatief onderzoek waarbij gebruik wordt gemaakt van een continu meting. Dit betekent dat gedurende het jaar op meerdere momenten vragenlijsten worden verstuurd. De doelgroep voor het onderzoek zijn Wmo-cliënten die een geldige Wmo-indicatie hebben gekregen. Het laatste cliëntervaringsonderzoek is over het jaar 2024 uitgevoerd. De resultaten ervan waren over het algemeen goed en verschilden weinig met het jaar 2023. De resultaten over het jaar 2025 zijn in mei 2026 bekend en worden gedeeld via een raadsinformatiebrief. We verwachten de komende jaren nog een verdere toename van de vraag naar hulp bij huishouden (HbH). Belangrijke factoren hierin zijn, zoals eerder genoemd, de vergrijzing, de extra-muralisering van de zorg, het langer zelfstandig thuis wonen en de aanzuigende werking van het
Zaaknummer
Pagina 5 van 24
datum Maart 2026
abonnementstarief. Daarnaast is er landelijk sprake van een schaarste op de arbeidsmarkt, ook bij zorgpersoneel. Binnen Meierijstad is dit personeelstekort eveneens zichtbaar, waardoor er wachtlijsten bij verschillende aanbieders zijn ontstaan. De meest urgente casussen worden direct opgepakt, maar een aantal klanten heeft ook langere tijd moeten wachten voordat de ondersteuning opgestart kon worden. We informeren inwoners onder andere via de gemeentepagina en in het keukentafelgesprek dat er een wachtlijst is voor hulp bij huishouden en over mogelijkheden om zelf hulp te regelen. Om hoge wachtlijsten te bestrijden, is eerder bij de inkoop meegenomen dat aanbieders met de gemeenten hierin gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen. Met de regio blijven we deze werkwijze, met de aanbieders monitoren.
2.2 Financieel (Gewijzigde)
WMO
begroting 2025
Realisatie 2025
Verschil
Begeleiding/tijdelijk
PGB
769.839
839.358
-69.519
verblijf/dagbesteding
ZIN
7.261.249
7.792.796
-531.547
PGB
243.560
232.917
10.643
ZIN
8.773.021
8.640.754
132.267
Collectief vervoer
668.671
664.653
4.018
Hulpmiddelen WMO
1.808.520
1.868.117
-59.597
Vervoersvoorzieningen
276.793
220.953
55.840
Woonvoorzieningen
824.088
887.056
-62.968
ZIN
n.v.t.
29.458
PGB
n.v.t.
3.058.806
Hulp bij huishouden
Beschermd wonen
De budgetten voor begeleiding/tijdelijk verblijf/dagbesteding, collectief vervoer, hulp bij huishouden, hulpmiddelen en woonvoorzieningen zijn openeindregelingen en worden vooraf zo goed mogelijk geraamd. Voor begeleiding en dagbesteding kennen we sinds 2022 een nieuwe inkoop op basis van PxQsystematiek. De facturen en declaraties van de geleverde zorg worden achteraf ingediend en verwerkt op basis van het werkelijke verbruik. In 2022 is gebleken dat het zuiver afrekenen van verbruik in combinatie met het nieuwe productenboek een (financieel) positief effect heeft ten opzichte van de eerdere gehanteerde lumpsum financiering. Voor hulp bij huishouden geldt een lumpsum+ financiering. Dit houdt in dat aanbieders naar gelang de ondersteuningsbehoefte de hulp kunnen op- en afschalen. Wanneer een aanbieder voor een aaneengesloten periode van drie kalendermaanden de norm (2 uur per 2 weken voor de algemene voorziening en 2 uur per week voor de maatwerkvoorziening) met 10% of meer onderschrijdt dan is het uitgangspunt dat het te veel betaalde deel wordt teruggevorderd. Dit geldt zowel voor de maatwerkvoorziening als de algemene voorziening. In 2024 en 2025 was er sprake van onderlevering en hebben de betreffende aanbieders een terugbetalingsverplichting ontvangen. Over 2024 is € 730.726 aan terugvorderingen opgelegd.
Voor 2025 is rekening gehouden met een bedrag van € 839.000 aan terugvorderingen. De terugvorderingen gaan naar de algemene reserve. Financiering van beschermd wonen loopt via de centrumgemeente ‘s-Hertogenbosch. Deze
Zaaknummer
Pagina 6 van 24
datum Maart 2026
financiering wijzigt in de toekomst maar wordt steeds uitgesteld. Met de decentralisatie beschermd wonen ontvangt elke gemeenten op termijn zelf middelen voor beschermd wonen. De huidige regionale samenwerking blijft ongewijzigd en we ontvangen voorlopig nog budget vanuit de centrumgemeente voor de lokale uitvoering van beschermd wonen (uitvoeringsplan).
Zaaknummer
Pagina 7 van 24
datum Maart 2026
3. Jeugdwet 3.1 Kerncijfers
Categorie
Product
2022
2023
2024
2025
Respijtzorg
Respijtzorg
26
36
35
19
Begeleiding basis
63
55
69
68
Begeleiding specialistisch
154
210
237
301
Daghulp basis
8
5
5
5
Daghulp specialistisch
54
55
81
71
Daghulp intensief
23
37
36
39
Orthoped. Beh. Basis
4
17
20
28
Orthoped. Beh. Specialistisch
67
68
74
65
Basis GGZ
107
69
85
111
GGZ
Specialistische GGZ
552
616
655
682
Medicatie consultatie
Medicatie consultatie
1
3
5
0
Vaktherapie
Vaktherapie
29
24
26
33
Netwerk intensief spec.
MST, FACT
68
68
62
63
Dyslexie
Dyslexie behandeling
116
112
121
146
Pleegzorg
Pleegzorg
50
58
49
41
Gezinsvervangend
Gezinshuis
10
8
11
11
Verblijf basis
Woonbegeleiding
4
0
4
4
Verblijf specialistisch
Verblijf incl. behandeling
16
16
13
6
Verblijf GGZ
Verblijf ggz specialistisch
13
10
12
10
Verblijf intensief
Gesloten jeugdzorg
2
2
2
4
Gezinsopname
Gezinsopname
0
0
2
2
Crisis
Crisis ambulant en verblijf
0
1
1
0
Jeugdreclassering
Jeugdreclassering
17
19
21
22
OTS
84
91
80
81
Jeugdbescherming
Voogdij
19
18
14
15
Landelijke
Landelijk
arrangementen
Arrangementen
29
32
38
32
Maatwerk zonder verblijf
9
17
16
13
Maatwerk met verblijf
4
11
12
10
1529
1658
1786
Begeleiding
Daghulp Behandeling
Maatwerk
Transitie
TOTAAL
1882
N.B. De totalen zijn geen unieke jeugdigen. Dit zijn het totaal aantal lopende beschikkingen op een bepaald moment (31 december van betreffend jaar). Cijfers
Zaaknummer
Pagina 8 van 24
datum Maart 2026
We zien een toename in begeleiding specialistisch en in de basis- en specialistische GGZ en een afname van daghulp specialistisch. De toename van het product begeleiding zou verklaard kunnen worden door de afname die we zien van het product begeleiding binnen PGB. Hier is mogelijk sprake van een verschuiving van PGB naar ZIN. Mogelijk is er een verschuiving gaande van het product daghulp specialistisch naar begeleiding specialistisch. Met betrekking tot de GGZ producten zien we dat we er steeds meer Alleenstaande minderjarige vluchtelingen (AMV-ers) een beroep doen op jeugdzorg. In 2025 zien we een toename van GGZ problematiek (o.a. trauma) onder deze groep en een toename van maatwerkaanvragen. Dit heeft geleid tot 13 jeugdhulptrajecten. Hiermee is een bedrag van circa € 250.000 gemoeid. De verwijzingen komen via de voogden van Nidos. We zijn samen met Nidos en het COA in overleg om te zoeken naar de meest passende ondersteuning. De cijfers gesloten jeugdzorg lijkt hoog, maar dat komt onder andere door het meetellen van de gesloten verslavingszorg bij jeugdzorgplus. Dit heeft te maken met een andere wijze van registeren. De toename van dyslexie is opvallend en wordt in meerdere gemeenten herkend. Hierover zijn wij in gesprek met het dyslexieteam en het onderwijs om te achterhalen wat de oorzaken hiervan zijn en of we hier (regionaal) iets op in moeten zetten.
In 2025 is er verder ingezet op het bespreken van het verwijsgedrag van onder andere huisartsen, poh ggz jeugd, GI's en de toegang. Huisartsen en poh ggz jeugd zijn zich vaak niet bewust zijn van het hoge aantal verwijzingen naar SGGZ. Daarbij weten ze vaak niet dat de expertise die een aanbieder in huis heeft de hoogte van de tarieven bepaald Huisartsen verwijzen vaak naar waar er de wachtlijst het kortste is. Met de aanbieders voeren we regionaal gesprekken over de cijfers en bekijken we vervolgens wat de mogelijkheden zijn om deze toename te verminderen. Bijvoorbeeld mogelijkheden onderzoeken om de beschikkingsduur in te perken en kostenbewustzijn vergroten. De SGGZ aanbieders geven aan dat afschalen soms lastig is, vanwege beperkte beschikbaarheid van de BGGZ aanbieders (wachtlijsten) naar wie afgeschaald zou moeten worden. Waarom stijgt het jeugdzorggebruik? Ook landelijk blijft het gebruik van jeugdzorg in 2025 stijgen, met name door een sterke toename van zowel lichte als specialistische hulpvragen. Deze groei hangt samen met de aanhoudende toename van mentale problemen onder jongeren en structurele maatschappelijke factoren zoals prestatiedruk, armoede en complexe gezinssituaties.
Daarnaast speelt mee dat oorzaken van instroom vaak buiten de jeugdzorg liggen – bijvoorbeeld in onderwijs (dreigende uitval) en bestaanszekerheid – waardoor problemen pas later gesignaleerd worden. Hierdoor ontstaan langere en meerdere trajecten per jeugdige, wat de druk op het stelsel verder vergroot Lokaal Vanaf 2022 stijgt het volume jeugdhulp. Het aantal beschikkingen stijgt licht maar de kosten nemen enorm toe. De stijging wordt vooral veroorzaakt door een toename van het aantal jongeren in de gespecialiseerde vormen van begeleiding en GGZ, meer excessieve, kostbare casuïstiek, meer maatwerk en forse prijsstijgingen als gevolg van CAO-ontwikkelingen.
Zaaknummer
Pagina 9 van 24
datum Maart 2026
We proberen elk jaar aan de hand van de dashboards lokaal en regionaal een analyse te maken van het zorgverbruik. Hierdoor hopen we een betere inschatting te kunnen maken en in te kunnen spelen op ontwikkelingen. Bij de uitvoering van de jeugdhulp vormen onze lokale toegang en de (huis)artsen een belangrijke rol in de daadwerkelijke kosten voor de jeugdhulp. Met de huisartsen en poh ggz jeugd bespreken wij de cijfers en de doorverwijzingen en proberen wij ze wat meer kostenbewust te maken. In 2025 hebben wij 2 bijeenkomsten gehad met de jeugdconsulenten waarin wij ze inzicht hebben gegeven in de cijfers en de kosten. Deze bijeenkomsten zullen wij vaker per jaar gaan organiseren. Onderwerpen die besproken worden zijn onder andere hoe we kritisch kunnen kijken naar een casus en wat hiervoor nodig is. Normaliseren blijft hierbij het uitgangspunt. Tevens is gestart met de samenwerkwijze en de Gedeelde Verklarende Analyse waardoor er nog beter naar het hele systeem gekeken wordt. Tevens is het streven nog steeds om met de inzet van de praktijkondersteuner huisarts jeugdGGZ, jongerenwerk, kinderwerk en CJG op school te proberen het gebruik van specialistische jeugdhulp terug te dringen. We zetten hierbij in op preventie om eventuele hulpvragen eerder te signaleren en te herkennen zodat we vroegtijdig hierop in kunnen spelen.
Daarnaast stimuleren we jeugdverenigingen bij het organiseren van activiteiten die gericht zijn op vrijetijdsbesteding, educatie en/of bijdragen aan de ontplooiing van het individu en de sociale cohesie in de kern of het dorp. Ook ondersteunen we initiatieven zoals SteunOuder, waarmee ouders tijdelijk ontlast kunnen worden door de inzet van een vrijwillige steungezin, zodat problemen vroegtijdig worden voorkomen of verminderd. In 2025 heeft de coalitie Kansrijke Start Meierijstad verder gewerkt volgens de thematische aanpak die eind 2023 is ingezet, met concrete resultaten op meerdere onderwerpen. Op het thema armoede werd deelgenomen aan een leerwerktraject, zijn interviews gehouden met inwoners met geldzorgen en is een routekaart geldzorgen ontwikkeld die ook bruikbaar is voor de doelgroep Kansrijke Start. Op het gebied van opvoeden is een vragenlijst uitgezet onder ouders van jonge kinderen en is, samen met de coalitie eenzaamheid, gestart met oudercafés in drie kernen. Voor borstvoeding zijn twee borstkolven aangeschaft voor gezinnen met beperkte middelen. Rond nieuwkomers zijn netwerkgesprekken gevoerd die in 2026 een vervolg krijgen. Centering Zwangerschap liep door bij verloskundigenpraktijk Calamaris en bij de GGD startte een pilot Centering Ouderschap.
Daarnaast is de samenwerking op het thema taal versterkt door aansluiting bij het taalnetwerk, wat onder meer leidde tot gezamenlijke presentaties, workshops en praktische acties zoals informatie over de bibliotheek in de informatietas voor zwangeren. De werkgroep Hoe Overleef ik mijn Puber, bestaande uit de gemeente, CJG, GGD, jongerenwerk, Halt, politie, Novadic-Kentron en handhaving, organiseert jaarlijks een aantal thema-avonden voor ouders/verzorgers rondom de thema's prestatiedruk en mentale gezondheid, social media, alcoholvapen en middelengebruik. Ook is er een thema-avond georganiseerd voor groep 8-ers die naar de middelbare school gaan en hun ouders/verzorgers. CJG op school is een laagdrempelige en zichtbare schakel die preventief jongeren en docenten ondersteunt bij toenemende problemen. Het Adviespunt Kind en Scheiding biedt informatie over wat er allemaal geregeld moet worden als je uit elkaar gaat of gaat scheiden, biedt ondersteuning en je kunt er terecht met je vragen. Mocht blijken dat aanvullende (specialistische) ondersteuning wenselijk is, op welk gebied dan ook, kan verwijzing naar passende organisaties plaats vinden.
Zaaknummer
Pagina 10 van 24
datum Maart 2026
Er zijn ketenaanpakken voor kansengelijkheid en armoedepreventie, zoals samenwerkingen met scholen en sportclubs en het Jeugdfonds Sport en Cultuur om deelname voor alle kinderen mogelijk te maken. Een integrale, domeinoverstijgende aanpak krijgt prioriteit, omdat niet elke hulpvraag jeugdhulp vereist. Lokale en regionale analyses blijven nodig. Tevens worden gesprekken gevoerd met huisartsen, POH GGZ jeugd en onderwijs om te-medicaliseren en problemen te normaliseren en zo de stijgende kosten tegen te gaan.
3.2 PGB PGB
2021
2022
2023
2024
2025
Aantal cliënten
176
185
181
156
144
€
€ 1.253.000
€ 1.425666
€ 1.673.791,-
€ 855.567
€ 1.043.992
€ 1.208.025,-
Totaal
toegekend
€ 1.198.196
1.289.089
budget Totaal benut door cliënt
€ 910.550
€ 983.679
N.B. Dit zijn cijfers die rechtstreeks uit de portal van de SVB komen en dus niet gelijk zijn aan de cijfers die in onze begroting.
Het aantal cliënten dat een PGB heeft aangevraagd in 2025 is minder is dan in 2024. Er is een daling van het product begeleiding via PGB. Mogelijk wordt dit product vaker ingezet via ZIN en verklaart dat de stijging van het product begeleiding in ZIN. Het totaal toegekende bedrag ligt in 2025 iets hoger dan in 2024. 3.3 Financieel De voortdurende stijging in de jeugdzorg worden veroorzaakt door autonome groei (landelijke trends zoals meer jeugdigen in de GGZ) en prijsstijgingen die niet of beperkt beïnvloedbaar zijn. Op de afgesloten contracten is de OVA-index van toepassing. Deze viel de afgelopen jaren hoger uit dan de indexering die voor de Algemene Uitkering wordt toegepast. Ook op de landelijk afgesloten contracten (prijzen) jeugdzorg (JeugdzorgPlus en Gecertificeerde Instellingen) hebben wij geen invloed. De kosten voor ZIN jeugdzorg zijn slechts deels beïnvloedbaar. Ongeveer de helft van de verwijzingen wordt niet door onze jeugdconsulenten afgegeven, maar door externe verwijzers (huisartsen, jeugdbescherming). We proberen verwijzers te betrekken en beïnvloeden door regelmatig met ze in gesprek te gaan over het verwijsgedrag en te stimuleren om de toegang van de gemeente te betrekken. Wettelijk zijn we echter gehouden om voor de door externe verwijzers gegeven beschikking, ook zorg en ondersteuning te leveren.
In zekere zin betreft het dus een open eind financiering waarbij de rekening naar de gemeente gaat. Tevens is er een stijging in de kosten door een toename van het aantal jongeren in de gespecialiseerde GGZ, toename aantal AMV-ers in jeugdzorg via Nidos, meer excessieve, kostbare casuïstiek en forse prijsstijgingen als gevolg van CAO-ontwikkelingen en invoering van landelijke hogere tarieven voor de Jeugdbescherming en Jeugdreclassering. Dit heeft in 2025 geleid tot een tekort op jeugdhulp voor het onderdeel Zorg in Natura (ZIN) en PGB van €1.229.000. Echter is er een klein overschot op de posten algemene voorzieningen jeugd en eerstelijnsloket waardoor het totale tekort uitkomt op € 1.049.000. Het tekort wordt deels
Zaaknummer
Pagina 11 van 24
datum Maart 2026
opgevangen door een tegemoetkoming van het Rijk ad € 185.000 in de december circulaire voor Oekraïne. Het totale resultaat jaarrekening komt uit op een tekort van € 864.000
Met ingang van 1 januari 2022 is de oude lumpsum-financiering opgeheven. Hierdoor betaalt iedere gemeente voortaan haar eigen zorgverbruik. Enkele budgetten zijn nog opgenomen in het regionaal budgettair kader. Deze budgetten zijn met name bedoeld voor het in stand houden c.q. beschikbaar houden van voorzieningen en/of het naar verhouding spreiden van overhead- en excessieve zorgkosten over de deelnemende gemeenten. Voor deze budgetten zijn we regionaal solidair volgens een in de centrumregeling vastgelegde verdeelsleutel. Ook voor de regionale uitvoeringskosten zijn we nog steeds solidair. Als gevolg van deze inkoopsystematiek maken we in bovenstaande tabel onderscheid tussen de ZIN – uitvoering lokaal en de ZIN - uitvoering regionaal door de Regionale inkooporganisatie (RIOZ). Ook zijn , in verband met de wettelijke verantwoordingsvoorschiften vanuit de BBV, de kosten van jeugdzorg verder gespecificeerd naar de diverse vormen van zorg. Deze uitsplitsing is in bovenstaande tabel overgenomen.
Zaaknummer
Pagina 12 van 24
datum Maart 2026
De uitgaven op jeugdzorg zijn erg hoog en de budgetten niet toereikend. Dit is een landelijk probleem. Met de hervormingsagenda jeugd probeert het Rijk deze landelijke tendens te keren. Ook regionaal proberen we de kostenstijging en het gebruik van gespecialiseerde jeugdzorg te verminderen. Dit is beschreven in het regionaal beleidsprogramma jeugd.
Zaaknummer
Pagina 13 van 24
datum Maart 2026
4. WERK EN INKOMEN 4.1 Ontwikkelingen uitkeringsbestand 2025 Historisch gezien kent Meierijstad een relatief laag aantal inwoners dat een beroep doet op een uitkering voor levensonderhoud via de Participatiewet. Dit is grotendeels te danken aan de gunstige arbeidsmarkt in de regio, die lange tijd zorgde voor stabiele werkgelegenheid en een beperkt uitkeringsbestand. Sinds 2022 is echter een duidelijke stijging zichtbaar in het aantal bijstandsaanvragen. Deze ontwikkeling hangt samen met bredere landelijke en regionale trends. Ook in Meierijstad zien we dat steeds meer inwoners ondersteuning nodig hebben bij het vinden van werk, en dat deze ondersteuning vaker langdurig is. In de eerste helft van 2025 zet de stijgende trend zich verder voort en deze ontwikkeling houdt ook in de tweede helft van het jaar aan. De toename van het uitkeringsbestand wordt verklaard door zowel een stijging van de gemiddelde uitkeringsduur als een grotere instroom vanuit de WW, in combinatie met een verminderde uitstroom naar werk. Hoewel het aantal inwoners dat volledig uitstroomt uit de bijstand afneemt, laat de Divosabenchmark zien dat het aantal mensen dat parttime werkt juist toeneemt. Deze ontwikkeling weerspiegelt een verschuiving in het bestand: steeds meer inwoners combineren parttime werk met een aanvullende bijstandsuitkering.
Hierdoor blijft het totale aantal bijstandsgerechtigden relatief hoog, omdat deze groep nog niet volledig is uitgestroomd.’ In Meierijstad werkt het aandeel bijstandsgerechtigden dat parttime werkt in de tweede helft van 2025 stijgend van 18,2% naar 20%, aanzienlijk hoger dan het landelijke gemiddelde dat toeneemt van 7,2% naar 8%. Dit laat zien dat de gemeente actief inzet op het stimuleren van deeltijdwerk als opstap naar volledige economische zelfstandigheid.
892 844 799
789 745
2021
2022
2023
2024
2025
Ontwikkeling klantenbestand gemeente Meierijstad
Grafiek 1 : Ontwikkeling uitkeringsbestand gemeente Meierijstad
Zaaknummer
Pagina 14 van 24
datum Maart 2026
4.1.1 Instroom in de bijstand De afgelopen jaren constateren we dat een groeiend aandeel van de inwoners dat een bijstandsuitkering aanvraagt te maken heeft met meervoudige problematiek. Het gaat daarbij onder meer om psychische klachten, lichamelijke beperkingen of een combinatie van beide. Uit de analyse van de poort – het eerste contactmoment waarin wordt beoordeeld of recht bestaat op bijstand – blijkt dat onder de aanvragen in de tweede helft van 2025 54% van de aanvragers kampt met psychische problematiek, waarvan 19% tevens fysieke beperkingen heeft. Ter vergelijking: in de eerste helft van 2025 bedroegen deze percentages respectievelijk 31% en 11%. De totale instroom in de bijstand laat in 2025 ten opzichte van 2024 een daling van circa 8% zien. Huisvesting van asielzoekers blijft de grootste instroomreden, gevolgd door verhuizingen vanuit andere gemeenten. Opvallend is dat binnen de kleinere instroomcategorieën sprake is van procentuele stijgingen, met name bij instroom vanuit zelfstandig ondernemerschap en instroom vanuit de WW. Hoewel het hier om beperkte absolute aantallen gaat, wijst deze ontwikkeling erop dat ook inwoners die voorheen economisch zelfstandig waren of recent nog werkzaam waren, vaker een beroep moeten doen op de bijstand. Om de instroom in de bijstand zoveel mogelijk te beperken, zetten we sterk in op de poortwachtersfunctie.
Dit betekent dat we bij de eerste aanvraag goed kijken of er andere regelingen of voorzieningen zijn die eerst benut kunnen worden. Ook wijzen we mensen actief op hun kansen op de arbeidsmarkt. Dit doen we samen met PIM Werkt, die helpt bij het vinden van passend werk. In 2025 hebben 221 mensen een uitkering aangevraagd.
Figuur 1: Cijfers Poortwachter
53% van de aanvragen leidt niet tot een uitkering, omdat inwoners worden doorverwezen naar voorliggende voorzieningen of geen recht hebben op een uitkering. Van de 47% toegekende aanvragen stroomt het grootste deel door naar activeringstrajecten (25%), gevolgd door jongeren (14%) en een kleiner segment naar PIM Werkt (8%).
Zaaknummer
Pagina 15 van 24
datum Maart 2026
4.1.2 Opbouw klantenbestand De onderstaande drie grafieken geven een overzicht van de opbouw van het klantenbestand. Hierbij maken we onderscheid op basis van leeftijd, leefvorm en uitkeringsduur. Ten opzichte van 2024 zien we geen nieuwe ontwikkelingen.
LEEFTIJDSVERDELING 50+ (366 inwoners) 38%
18 tot 26 jaar (140 inwoners) 16%
27 tot 49 jaar (412 inwoners) 46% Figuur 2: Leeftijdsverdeling uitkering
Gehuwd/samenwonend (168 inwoners) 19% Alleenstaande ouder (134 inwoners) 15%
Alleenstaande (584 inwoners) 66%
SAMENSTELLING HUISHOUDEN Figuur 3: Samenstelling huishouden
DUUR UITKERING
0-12 maanden (168 inwoners) 19%
36+ maanden (463 inwoners) 52%
12- 36 maanden (257 inwoners) 29%
Figuur 4: Duur uitkering
Zaaknummer
Pagina 16 van 24
datum Maart 2026
4.2 Re-integratie Het re-integratiebeleid is erop gericht klanten te ondersteunen bij het verbeteren van hun vaardigheden en werknemerskwaliteiten, waardoor hun kansen op het vinden van werk worden vergroot. 4.2.1 Uitstroom De redenen van uitstroom kunnen worden onderverdeeld in factoren die door de gemeente beïnvloedbaar zijn, zoals werkaanvaarding in loondienst of als zelfstandige en het hervatten van een studie met studiefinanciering, en niet-beïnvloedbare factoren zoals verhuizing of het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Uit de onderstaande tabel blijkt dat in de eerste helft van 2025 41% van de uitstroom toe te schrijven is aan beïnvloedbare factoren, terwijl 58% van de uitstroom voortkomt uit nietbeïnvloedbare factoren. We zien een lichte stijging ten opzichte van 2024. uitstroom
beïnvloedbaar
niet-beïnvloedbaar
2021
207
81
39%
126
61%
2022
153
64
42%
89
58%
2023
190
77
41%
113
59%
2024
158
63
40%
95
60%
2025
152
68
45%
84
55%
Tabel 2: Uitstroomfactoren.
Niet alle inwoners zijn in staat om volledig zelfstandig aan het werk te gaan. Voor deze groep biedt de gemeente ondersteuning via loonkostensubsidie. Deze regeling compenseert werkgevers voor de lagere productiviteit van werknemers met een arbeidsbeperking, waardoor zij toch in dienst kunnen worden genomen tegen een regulier salaris. In totaal neemt het gebruik van loonkostensubsidie toe van 291 naar 349 inwoners. D Landelijk ligt het aandeel loonkostensubsidie op 15,2%. In Meierijstad bedraagt dit aandeel 37,7%, waarmee de inzet van loonkostensubsidie beduidend hoger ligt dan het landelijke gemiddelde. Dankzij deze ondersteuning krijgen inwoners de kans om actief deel te nemen aan de arbeidsmarkt en zich verder te ontwikkelen.
Zaaknummer
Pagina 17 van 24
datum Maart 2026
4.2.2 Niet uitkeringsgerechtigde (Nuggers) Naast de inwoners die een uitkering ontvangen, begeleidt de gemeente ook een groep nietuitkeringsgerechtigden (Nuggers). Deze mensen hebben geen uitkering, maar kunnen wel ondersteuning krijgen. Voor ondersteuning beschikbaar via PIM Werkt. In 2024 hebben 204 inwoners ondersteuning ontvangen via PIM Werkt. In het eerste helft van 2025 hebben we 226 mensen geholpen bij PIM Werkt. In de onderstaande tabel is weergeven wat voor type ondersteuning is aangeboden. De grootste groep die ondersteuning vroeg, bestond uit inwoners die van werk naar werk wilden gaan, loopbaanoriëntatie nodig hadden, of zonder uitkering op zoek waren naar een baan. Sinds januari 2026 is hier ook een vestiging van het Werkcentrum Noordoost-Brabant bij PIM Werkt.
Zaaknummer
Pagina 18 van 24
datum Maart 2026
4.2.3 Taakstelling Beschut werk Beschut werk is bedoeld voor mensen die door hun lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking een zodanige mate van begeleiding en aanpassingen van de werkplek nodig hebben, dat zij niet bij een reguliere werkgever in dienst kunnen komen. Inwoners die tot de doelgroep beschut werk behoren, hebben wel arbeidsvermogen. De indicatie voor een beschutte werkplek dient te worden afgegeven door het UWV. Beschut werk is bedoeld voor mensen met een lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking, die alleen kunnen werken in een ‘beschutte’ omgeving, onder aangepaste omstandigheden. Elke gemeente krijgt een wettelijke doelstelling opgelegd. De taakstelling voor Meierijstad is in 2025 2635 uur (cumulatief). In 2025 waren er bij het UWV wachtlijsten voor het afgeven van een indicatie beschut werk.
Taakstelling beschut werk 3000 2635 2500
2263
2249
2000 1500
1274
1160
1125 1000 500
25
19
25
0 2023 taakstelling
2024 gerealiseerd
2025
niet geplaatst met indicatie
Figuur 5: beschut werk
Niet alle inwoners met een indicatie voor beschut werk kunnen worden bemiddeld. Eind 2025 waren er 25 mensen met een indicatie voor beschut werk die nog niet bemiddeld zijn. Er zijn diverse redenen waarom een inwoner momenteel geen beschutte werkplek heeft, zoals tijdelijk geen mogelijkheid tot werk door ziekte, deelname aan een voortraject om een passende werkplek te vinden, het vrijwillig beëindigen van een traject, het vinden van regulier werk of het nastreven van een opleiding.
Zaaknummer
Pagina 19 van 24
datum Maart 2026
4.5 Minimabeleid – aanvragen voorzieningen en ondersteuning In 2024 zien we een daling van het totaal aantal aanvragen van ongeveer 15% ten opzichte van 2023. Van alle besluiten wordt gemiddeld zo’n 75% toegekend en 20% afgewezen. Onder de rubriek ‘gecombineerde aanvraag’ vallen aanvragen die voor meerdere regelingen tegelijkertijd worden ingediend. De aantallen over 2025 laten ten opzichte van het jaar 2024 weer een (beperkte) stijging zien. Jaar
Gecombineerde aanvraag 620
Individuele inkomenstoeslag 272
Meedoenregeling
Pc-regeling
Schoolkosten
Totaal
2021
Bijzondere bijstand 1417
279
62
28
2678
2022
1568
609
245
199
48
31
2700
2023
1567
593
331
229
50
24
2932
2024
1238
829
185
215
41
7
2515
2025
1164
874
191
458
52
14
2753
Tabel: aanvragen bijzondere bijstand en minimabeleid In onderstaande tabel is aangegeven hoeveel verstrekkingen in 2023, 2024 en 2025 zijn gedaan Individuele inkomenstoeslag 701
Maatschappelijke Participatie 1.379
Pc-regeling
2023
Bijzondere bijstand* 1422
Schoolkosten
Totaal
123
278
3903
2024
1315
574
1.339
78
269
3575
2025
1290
527
1.614
74
293
3798
Tabel: verstrekkingen bijzondere bijstand en minimabeleid Uit bestandsanalyse blijkt dat van alle 3798 verstrekkingen over het eerste half jaar van 2025 ongeveer 50% wordt gedaan aan inwoners met een bijstandsuitkering. De andere 50% heeft geen uitkering van onze gemeente. Een mogelijke verklaring voor een dalend aantal personen dat een beroep op onze minimaregelingen doet is stijging van inkomen (mede door verhoging minimumloon) door werkaanvaarding. *: omdat meerdere verstrekkingen aan 1 persoon per jaar kunnen plaatsvinden is hier het aantal unieke huishoudens opgenomen dat bijzondere bijstand heeft ontvangen. Inwoners kunnen bijvoorbeeld een verstrekking voor rechtsbijstand en bewindvoering in hetzelfde jaar krijgen.
Waar de landelijke CBS-cijfers laten zien dat ruim 3% van de Nederlanders in armoede leven is dat in Meierijstad 1,5%. Het aantal minima in onze gemeente was in 2023 ten opzichte van 2022 sterk dalend volgens de cijfers van het CBS. Het lijkt erop dat ook mensen die een grotere afstand tot de arbeidsmarkt hebben weten te profiteren van de goede arbeidsmarkt. Overigens heeft het CBS helaas nog geen cijfers over 2024 of 2025 beschikbaar.
Bron: https://www.cbs.nl/nl-nl/visualisaties/armoede-en-schulden?theme=1&location=GM1948
Zaaknummer
Pagina 20 van 24
datum Maart 2026
Bijzonder bijstand Binnen de regeling bijzondere bijstand wordt er voor een grote hoeveelheid kostensoorten een vergoeding verstrekt. Het gaat daarbij om onvermijdbare noodzakelijke bijzondere kosten. De Participatiewet biedt slechts beperkt beleidsvrijheid, de kaders zijn door de wetgever bepaald. Op onderdelen voert Meierijstad begunstigend beleid (met name voor medische kosten). Uitgesplitst naar een top 10 van kostensoorten ziet het beeld er als volgt uit:
Kostensoorten Bewindvoering, mentorschap, curatele Collectieve ziektekosten Kosten inrichting/huisraad Aanvullende bijzondere bijstand <21 Alleenverdienersproblematiek Medische kosten Eenmalig levensonderhoud Zwemlessen Rechtsbijstand Woonkostentoeslag Overige kosten Totaal
Aantal betalingen 2025
Aantal huishoudens 2025
Uitgaven 2025
4705
452
€ 811.856
8724
758
€ 337.012
122
98
€ 215.880
89
15
€ 85.836
27
27
€ 27.000
651
184
€ 85.573
56
56
€ 75.275
33
28
€ 30.132
130
111
€ 29.014
143
28
€ 81.917
1.353
334
€ 203.851
n.v.t.
€ 1.983.346
16.033 Tabel: uitgaven bijzondere bijstand uitgesplitst naar kostensoorten
Per 1 augustus 2025 is het beleid voor bijzondere bijstand op onderdelen gewijzigd. Naar verwachting zal dit leiden tot een verschuiving van de kostenpost medische kosten naar collectieve ziektekosten. 4.6 Schuldhulpverlening Aanmeldingen schuldhulpverlening In de 2025 hebben 370 inwoners een beroep gedaan op schuldhulpverlening en hulp bij geldzaken. Dit is een daling ten opzichte van vorig jaar, toen 391 inwoners een verzoek voor schuldhulpverlening ingediend hebben. Zij zijn geholpen met informatie en advies, stabilisatie, budgetcoaching, budgetbeheer of duurzame financiële dienstverlening. Voedselhulp In 2025 hebben 207 inwoners een aanvraag gedaan voor een voedselpakket. Dit is een lichte stijging ten opzichte van 2024, toen 197 inwoners een aanvraag ingediend hebben. Wel is het opvallend dat veruit de meeste aanvragen (170) zijn binnengekomen in de eerste helft van het jaar. De exacte reden hiervan is niet meteen duidelijk. Naast deze aanvragen voor voedselhulp verzorgt ook Stichting Samen Sterk voor Meierijstad nog voedselpakketten die buiten onze aanvraagprocedure vallen. Gemiddeld gezien helpen zij 50 huishoudens met voedselpakketten. Zij zijn er voor de inwoners die niet in aanmerking voor reguliere voorzieningen en dus boven de norm zitten, maar wel moeite hebben met rondkomen.
Waar kan en mogelijk, sturen zij inwoners ook door naar de reguliere voedselbanken en (schuld)hulpverlening.
Zaaknummer
Pagina 21 van 24
datum Maart 2026
Brede ondersteuning toeslagenaffaire In het kader van de hersteloperatie toeslagen voeren wij sinds 2020 de brede ondersteuning uit aan alle gedupeerden die zich melden. Dit doen wij aan de hand van vijf leefgebieden: wonen, werk, gezin, zorg en financiën. Inmiddels zijn er meerdere groepen gedupeerden die wij ondersteunen: (mogelijk) gedupeerde ouders, gedupeerde kinderen in het kader van de kindregeling, gedupeerde ex-partner en gedupeerde ouders in het buitenland. In 2025 hebben we 11 nieuwe aanvragen gekregen voor brede ondersteuning. De meest voorkomende hulpvragen richten zich op medische kosten, sporten/vrije tijd, opleiding/werk, huisraad en budgetcoaching. Wij zien met name uitdagingen rondom het financiële herstel wat de Belastingdienst verzorgd. Dit proces duurt (te) lang en loopt momenteel vast. Daarnaast is er grote behoefte aan gespecialiseerde psychosociale hulp. Deze wachtlijsten zijn lang en bovendien is het de vraag of dit voldoende passend is voor de problematiek die deze inwoners ervaren. Vroegsignalering Sinds 2021 geven een aantal vastenlastenpartners (zorgverzekeraars, energiebedrijven, woningverhuurders en drinkwaterbedrijven) signalen van betalingsachterstanden door aan gemeenten. Vervolgens gebruiken gemeenten deze vroegsignalen om inwoners proactief hulp aan te bieden.
Het doel is om er vroeg bij te zijn en daarmee problematische schulden te voorkomen. In de zomer van 2025 zijn we overgestapt naar een nieuw systeem voor het registreren en afhandelen van de meldingen. Hierdoor hebben we helaas alleen een compleet cijferoverzicht van de maanden juli tot en met december 2025. In dit half jaar zijn er in totaal 805 vroegsignalen binnengekomen. In deze 805 signalen is ook een verdeling te maken tussen de types vroegsignalen. Hierbij valt op dat de meeste signalen van zorgverzekeraars (37%) komen en de minste signalen van drinkwaterbedrijven (7%). Het relatief hoge aandeel signalen van zorgverzekeraars wordt waarschijnlijk verklaard door het feit dat een zorgverzekering voor iedereen van 18 jaar en ouder verplicht is en op persoonsniveau wordt afgesloten. Er zijn dus meer mensen met een zorgverzekering op hun naam dan met een energie-, drinkwater- of huurovereenkomst. Daarnaast is de zorgverzekering één van de eerste rekeningen die niet meer wordt betaald bij beginnende betalingsachterstanden.
Zaaknummer
Pagina 22 van 24
datum Maart 2026
4.8 Financieel
Begroting 2025
Realisatie 2025
Verschil
Participatie algemeen
-195.581,00
-461.131,00
265.550,00
Personen t/m 21 jaar
134.115,00
114.191,00
19.924,00
13.813.530,00
13.966.370,00
-152.840,00
Personen in inrichting
148.916,00
120.041,00
28.875,00
Krediethypotheek
-31.985,00
-4.472,00
-27.513,00
Studietoeslag
125.919,00
113.420,00
12.499,00
86.707,00
100.172,00
-13.465,00
14.081.621,00
13.948.591,00
133.030,00
IOAW
393.866,00
322.457,00
71.409,00
IOAZ
Personen 22 jaar – 67 jaar
Bbz Uitkeringen levensonderhoud Participatiewet
48.684,00
41.472,00
7.212,00
Loonkostensubsidie
3.890.000,00
4.266.220,00
-376.220,00
Totaal inkomensvoorz. BUIG
18.414.171,00
18.578.740,00
-164.569,00
Budget BUIG (Inkomsten)
-18.929.049,00
-19.388.163,00
459.114,00
2.138.411,00
5.140.123,00
-3.001.712,00
Uitgaven
1.397.270,00
2.077.825,00
-680.555,00
Inkomsten
-1.397.270,00
-2.077.825,00
680.555,00
kapitaalverstrekking bbz
-39.316,00
-68.971,00
29.655,00
BBZ advies en onderzoekskosten
62.010,00
70.487,00
-8.477,00
3.129.522,00
3.061.588,00
67.934,00
245.972,00
160.321,00
85.651,00
uitgaven
164.105,00
987.998,00
-823.893,00
Inkomsten
-151.805,00
-975.698,00
823.893,00
Armoede en schulden
104.966,00
50.371,00
54.595,00
Participatiewet – re-integratie
Inburgering
Voorzieningen en ondersteuning (minima)
Schuldhulpverlening
Toeslagenaffaire
Zaaknummer
Pagina 23 van 24
datum Maart 2026
Jaarlijks ontvangt de gemeente van het Rijk een zogenoemd BUIG-budget ter dekking van de uitgaven binnen de Participatiewet. De hoogte van dit budget wordt bepaald op basis van een landelijk verdeelmodel waarin verschillende sociaaleconomische factoren zijn meegenomen. De definitieve vaststelling van het budget vindt jaarlijks plaats in oktober. In de begroting 2025 is uitgegaan van een bedrag van € 16 miljoen. Bij de definitieve beschikking in oktober 2025 is dit budget door het Rijk opwaarts bijgesteld naar € 18 miljoen. Binnen de inkomensvoorzieningen (BUIG) zijn de totale lasten licht hoger dan begroot. Lagere uitgaven voor levensonderhoud, IOAW en IOAZ worden hierbij grotendeels gecompenseerd door hogere uitgaven aan loonkostensubsidie. Deze hogere inzet van loonkostensubsidie leidt tot hogere lasten, maar draagt bij aan arbeidsdeelname van inwoners met een verminderde loonwaarde. De hogere BUIG-uitgaven worden grotendeels opgevangen door een hogere rijksvergoeding, waardoor het financieel effect beperkt blijft. De grootste afwijking ten opzichte van de begroting zit bij de re-integratie-uitgaven binnen de Participatiewet. Deze zijn aanzienlijk hoger dan geraamd, wat samenhangt met een intensievere begeleiding van inwoners met meervoudige problematiek en een grotere inzet van participatieinstrumenten.
Uitgaven voor inburgering en de toeslagenaffaire vallen eveneens hoger uit, maar worden volledig gecompenseerd door overeenkomstige inkomsten. Daartegenover staan lagere uitgaven voor schuldhulpverlening en minimaregelingen dan begroot.
Zaaknummer
Pagina 24 van 24
datum Maart 2026