CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3: Bijlagenboek Toelichting BP Sint-Oedenrode Oost, herziening Sluitappel 17-17a

Raadsvergadering 25 mei 2023, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Sint-Oedenrode Oost, herziening Sluitappel 17 - 17a'17.591 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

BIJLAGENBOEK TOELICHTING Bestemmingsplan ‘Sint-Oedenrode Oost, herziening Sluitappel 17-17a’ Gemeente Meierijstad

BIJLAGE 1:

STEDENBOUWK. SCHETS SLUITAPPEL 17-17A - V.D. AKKER ARCHITECT.

BIJLAGE 2:

QUICKSCAN FLORA EN FAUNA - EXLAN B.V.

BIJLAGE 3:

AERIUS BEREKENING STIKSTOFDEPOSITIE AANLEGFASE

BIJLAGE 4:

AERIUS BEREKENING STIKSTOFDEPOSITIE GEBRUIKSFASE

BIJLAGE 5:

VERKENNEND BODEM- EN ASBESTONDERZOEK - MILIEUPARTNER B.V.

BIJLAGE 6:

AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI - TRITIUM B.V.

BIJLAGE 7:

ADVIES VEILIGHEIDSREGIO

BIJLAGE 8:

ARCHEOLOGISCH BO & IVO – TRANSECT B.V.

BIJLAGE 9:

SELECTIEADVIES AMZ - GEMEENTE MEIERIJSTAD

Dr iek

an

t

1743 m²

N O -W ou

d

7541+P b.k. nok

ne

W

Gr oe

Z

2900+P b.k. goot 1147 m²

1270 m²

2600

679 m²

400 m²

400 m²

667 m²

P=0

1000

800-P o.k. fundering

doorsnede 11600

Sluitappel 31500 24944

15258

9800

9800

15189

29529

situatie

11600

schaal 1:500 | sectie: nb nummer: nb

info@johanvdakker.nl

14000

nivo 0

1750

1750

06 51705287 KVK 64059944

14000

ontwikkeling seniorenwoningen aan de Sluitappel te Sint-Oedenrode

nivo 1 Formaat A1 Schaal 1:100 Getekend JvdA

Harrie van de Ven Sluitappel 17 postcode tel email

Datum 21-5-2022

VO1

Gevels & Plattegronden

1912

QUICKSCAN SOORTENBESCHERMING SLUITAPPEL 17-17A TE SINT-OEDENRODE

Colofon

Quickscan soortenbescherming Projectnummer: EP.22.1013 Versie: 2 Datum: 31 augustus 2022 Opdrachtnemer Agrifirm NWE BV Bedrijfsontwikkeling Exlan Waalkade 33 5347 KR Oss

Postbus 300 5340 AH Oss

Locatie Sluitappel 17-17A Sint-Oedenrode Opdrachtgever Kastelijn Ruimtelijk Advies Bieslook 21 5491 KE Sint-Oedenrode Contactpersoon Anton van Zeeland T: 088 – 488 2929 F: 088 – 488 2102 E: a.vanzeeland@agrifirm.com Uitvoerders Ing. A. van Zeeland L.F.A. van Sleeuwen LL.B. Collegiale check AvZ

ALLE RECHTEN VOORBEHOUDEN. NIETS UIT DEZE UITGAVE MAG WORDEN VERVEELVOUDIGD DOOR MIDDEL VAN DRUK, FOTOKOPIE, MICROFILM, GELUIDSBAND, ELEKTRONISCH OF OP WELKE ANDERE WIJZE DAN OOK, EN EVENMIN IN EEN GEAUTOMATISEERD GEGEVENSBESTAND WORDEN OPGESLAGEN, ZONDER VOORAFGAANDE SCHRIFTELIJKE TOESTEMMING VAN AGRIFIRM EXLAN.

2 Quickscan Flora- en Fauna – Sluitappel 17-17A Sint-Oedenrode

Inhoudsopgave

Quickscan soortenbescherming INLEIDING

4

HOOFDSTUK 1 TOETSINGSKADER

6 6

HOOFDSTUK 2 ONDERZOEKSRESULTATEN

9 9

HOOFDSTUK 3 CONCLUSIE

25 25

LITERATUUR

26

WAARNEMINGEN EFFECTEN INDICATOR SOORTEN PLAN PROJECTLOCATIE

27 32 35

3 Quickscan Flora- en Fauna – Sluitappel 17-17A Sint-Oedenrode

Inleiding

Planbeschrijving

Aanleiding Het plangebied is gelegen aan de Sluitappel 17-17A te Sint-Oedenrode. De varkensstal is al 27 jaar niet meer als zodanig in gebruik en wordt gebruikt als kringloop. De plannen omvatten de sloop van de voormalige varkensstal en woningbouw (bijlage 3). In dit kader wordt door het bevoegde gezag een toets aan de soortenbescherming noodzakelijk geacht. Bij de uitvoering van de voorgenomen ingrepen moet rekening worden gehouden met het huidige voorkomen van de, op grond van de Wet natuurbescherming, beschermde soorten. Als de voorgenomen ingreep leidt tot het overtreden van verbodsbepalingen betreffende beschermde soorten, moet vrijstelling of ontheffing worden verkregen. De voorliggende quickscan bevat een inventarisatie van de huidige aanwezigheid van beschermde soorten planten en dieren in en om het plangebied. Tevens worden de te verwachten effecten van de ingreep in het plangebied beoordeeld. Plangebied Het plangebied ligt in de plaats Sint-Oedenrode in de gemeente Meierijstad. Het plangebied bevindt zich binnen de verkeerskundige en stedenbouwkundige bebouwde kom van SintOedenrode.

Afbeelding 1: luchtfoto plangebied (bron: streetsmart.cyclomedia.com/streetsmart, geraadpleegd op 14/02/2022)

4 Quickscan Flora- en Fauna – Sluitappel 17-17A Sint-Oedenrode

Onderzoeksmethode Om een goede indicatie van de natuurwaarden binnen het plangebied te krijgen, wordt het onderzoek in verschillende stappen uitgevoerd. Op basis van bronnenonderzoek is nagegaan of er wettelijk beschermde planten- of diersoorten in het gebied voor kunnen komen waaraan extra aandacht geschonken dient te worden tijdens het terreinbezoek. Na het bronnenonderzoek is een verkennend terreinbezoek gebracht aan het plangebied. Hierbij is, op basis van de gegevens van het literatuuronderzoek, beoordeeld voor welke soorten het gebied daadwerkelijk een geschikte habitat biedt en daarmee welke soorten er daadwerkelijk voor kunnen komen. Vervolgens zijn de mogelijke effecten op de verwachte beschermde soorten beschreven. Op basis van de doorlopen procedures zijn conclusies getrokken met betrekking tot de eventuele negatieve effecten en/of obstakels inzake de Wet natuurbescherming. Op donderdag 17 februari 2022 is de locatie tussen 12:00 en 13:00 uur ter plaatse geïnventariseerd, om te onderzoeken of het plangebied een zodanig belangrijke status heeft dat een aanvullend veldonderzoek noodzakelijk is. Op het moment van inventarisatie was het 10 graden Celsius en wisselend bewolkt met matige wind. Op basis van terreinkenmerken is beoordeeld of het terrein geschikt is voor de, in de regio voorkomende, beschermde soorten.

Doelstelling Om een indicatie te krijgen van de effecten die de sloop- en bouwwerkzaamheden hebben op de natuurwaarden binnen het plangebied, dienen de volgende vragen te worden beantwoord: 1. 2. 3.

Welke wettelijk beschermde soorten komen in het plangebied voor? Welke status hebben deze soorten? Welke invloed heeft de geplande ingreep in het betreffende gebied op de beschermde soorten en komt daarmee de staat van instandhouding in gevaar? Hoe dient omgegaan te worden met eventuele negatieve effecten van het plan op wettelijk beschermde planten- en diersoorten, en welke vervolgstappen zijn nodig?

5 Quickscan Flora- en Fauna – Sluitappel 17-17A Sint-Oedenrode

1 Toetsingskader Wet natuurbescherming De bescherming van natuur is in Nederland vastgelegd in nationale wetgeving. De nationale wetgeving is een Nederlandse implementatie van de belangrijkste Europese wetgevingselementen. Per 1 januari 2017 zijn de Flora- en Faunawet, de Boswet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen door de Wet natuurbescherming. De uitvoering van deze nieuwe wet is grotendeels in handen van de provincies gekomen.

1.1

Gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming noemt bekende maar ook enkele nieuwe soorten natuurgebieden die bescherming behoeven: de Natura 2000-gebieden, het Natuurnetwerk Nederland (NNN), bijzondere provinciale natuurgebieden en landschappen, bijzondere nationale natuurgebieden en de nationale parken. Bij ontwikkelingen met name in het buitengebied moet rekening worden gehouden met het al dan niet van toepassing zijn van de beschermingsregimes van deze natuurgebieden. Ieder gebied kent een eigen beschermingsregime dat afzonderlijk gewogen dient te worden in relatie tot plannen, projecten en andere handelingen met mogelijk nadelige effecten voor de beschermde natuurwaarden. Natura 2000-gebieden De bekendste natuurgebieden zijn de Natura 2000-gebieden, zij kennen tevens het meest strikte beschermingsregime. De basis voor Natura 2000 zijn de Europese Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. In Nederland zijn 164 gebieden als Natura 2000-gebied aangewezen. Voor ieder gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen bepaald die betrekking kunnen hebben op de bescherming van specifieke flora en fauna alsook leefgebieden van soorten. Alle projecten en handelingen binnen of buiten de gebiedsgrenzen mogen geen verstorend of verslechterend effect hebben op de instandhoudingsdoelstellingen. Voor de voorgenomen ontwikkeling is hier, voor zover van toepassing, separaat aan getoetst.

In deze rapportage wordt hier verder niet op ingegaan. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (voorheen EHS) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. De provincies zijn belast met de taak een dergelijk netwerk tot stand te laten te komen en in stand te laten. De uitvoering hiervan is hoofdzakelijk gestuurd vanuit de ruimtelijke ordening (provinciale verordeningen). Binnen het Natuurnetwerk Nederland geldt een “nee, tenzij”- benadering. Overige gebieden Naast de bovengenoemde gebieden kunnen gebieden aangewezen worden als ‘bijzondere provinciale natuurgebieden’, ‘bijzondere provinciale landschappen’ of ‘nationaal park’. De bescherming van deze gebieden vindt net als bij het NNN plaats via het ruimtelijk spoor. Daarnaast kan een gebied aangewezen worden als ‘bijzonder nationaal gebied’, een soort voorloper van de aanwijzing als Natura 2000-gebied. De bescherming van deze gebieden stemt dan ook overeen met de bescherming van Natura 2000-gebieden.

6 Quickscan Flora- en Fauna – Sluitappel 17-17A Sint-Oedenrode

1.2

Soortenbescherming De Wet natuurbescherming deelt soorten in drie beschermingsregimes in. Daarnaast zijn er vrijgestelde soorten en jaarrond beschermde vogelnesten. 1) Beschermingsregime soorten vogelrichtlijn 2) Beschermingsregime soorten habitatrichtlijn 3) Beschermingsregime ander soorten 4) Vrijgestelde soorten 5) Jaarrond beschermde vogelnesten Vogelrichtlijn Onder de soorten van de Vogelrichtlijn vallen alle van nature in Nederland in het wild levende vogels. Het is verboden om: • Opzettelijk vogels te doden of te vangen; • Opzettelijk vogelnesten, -rustplaatsen en – eieren te vernielen of te beschadigen of vogelnesten weg te nemen; • Eieren van vogels te rapen en deze onder zich te hebben; • Opzettelijk vogels te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Habitatrichtlijn Onder de soorten van de Habitatrichtlijn vallen soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage I van het Verdrag van Bonn. In de Bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd.

Wat betreft deze soorten is het verboden om: • Opzettelijk dieren te doden of te vangen; • Opzettelijk dieren te verstoren; • Opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen; • Voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen; • Opzettelijk planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Ook is het verboden deze soorten te verkopen, te vervoeren voor verkoop, te verhandelen, te ruilen of te kopen, tenzij het gaat om gefokte of gekweekte dieren of planten. Andere soorten Onder het beschermingsregime andere soorten vallen soorten waarvan er geen Europese verplichting tot bescherming is. Dit zijn soorten die vanuit nationaal belang extra bescherming behoeven. Het beschermingsniveau van deze soorten kan per provincie verschillen. Het is verboden om: 1) Opzettelijk dieren te doden of te vangen; 2) Voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen; 3) Opzettelijk (vaat)planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten.

Vrijgestelde soorten De verboden zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden. Ook vallen de zwarte rat, bruine rat, huismuis, de mol en exoten niet onder beschermingsregime van de Wet natuurbescherming en mogen opzettelijk gedood en gevangen worden. Daarnaast geldt, zoals hierboven reeds aangegeven, dat provincies de bevoegdheid hebben vrijstelling te verlenen voor bepaalde soorten.

7 Quickscan Flora- en Fauna – Sluitappel 17-17A Sint-Oedenrode

Jaarrond beschermde vogelnesten De opgestelde lijst met jaarrond beschermde nesten voor vogels is een beleidsdocument dat voortvloeit uit de voormalige Flora- en faunawet en meegenomen is onder de Wet natuurbescherming. De nesten zijn ingedeeld in categorieën (1 t/m 5) waarvan de categorie 1 t/m 4 jaarrond beschermd zijn. Nesten in categorie 5 zijn enkel beschermd bij afwezigheid van voldoende alternatieven. 1) Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats 2) Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 3) Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 4) Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen.

5) Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen.

1.3

Houtopstanden De regels van de Boswet zijn grotendeels onveranderd opgenomen in de Wet natuurbescherming. Een houtopstand is een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, die een oppervlakte van 10 are of meer beslaat ofwel een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat. Buiten de bescherming vallen: • houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom (voor deze wet); • houtopstanden op erven of in tuinen • fruitbomen en windschermen om boomgaarden; • naaldbomen bedoeld als kerstbomen en niet ouder dan twintig jaar • kweekgoed; o uit populieren of wilgen bestaande wegbeplantingen, o beplantingen langs waterwegen, en o eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; • Het dunnen van een houtopstand; • uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa indien zij: o ten minste eens per tien jaar worden geoogst; o bestaan uit minstens tienduizend per hectare per beplantingseenheid o bestaande uit een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter; o zijn aangelegd na 1 januari 2013.

8 Quickscan Flora- en Fauna – Sluitappel 17-17A Sint-Oedenrode

2 Onderzoeksresultaten 2.1

Bronnenonderzoek Gegevens van websites als www.waarneming.nl zijn geraadpleegd voor achtergrondinformatie. Een groot aantal amateurs en professionals publiceert op deze bekende websites zijn natuurwaarnemingen, die worden gecontroleerd door een validatiecommissie. Zodoende zijn de waarnemingen uit deze bronnen redelijk betrouwbaar, maar moeilijk te verifiëren. De waarnemingen geven eventueel wel een indicatie van soorten waar tijdens het veldonderzoek extra aandacht aan besteed dient te worden. Natuurnetwerk Nederland Het natuurbeheerplan is een beleidskader om het Europese, rijks- en provinciale natuur- en landschapsbeleid te realiseren. Het gaat hier om bestaande natuurgebieden, gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt, landbouwgebieden worden ingericht en beheerd volgens agrarisch natuurbeheer en de Natura 2000-gebieden. Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk Nederland en buiten andere natuurgebieden zoals Natura 2000. Het meest dichtbijgelegen Natura 2000-gebied is het Natura 2000gebied “Kampina & Oisterwijkse Vennen”. Het Natuurnetwerk Brabant is onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland. Het is een netwerk van deels bestaande en deels nieuwe natuurgebieden die door ecologische verbindingszones met elkaar verbonden zijn. Hierdoor kunnen dieren zich makkelijker verplaatsen tussen verschillende natuurgebieden.

Zo wordt de biodiversiteit (het totaal aan planten en dieren) bevorderd. Ongeveer 90% van het Natuurnetwerk Brabant wordt gevormd door bestaande natuurgebieden zoals bijvoorbeeld de Biesbosch en de Maashorst. Maar het netwerk is nog niet compleet. Er ontbreken nog veel gebieden en verbindingen die belangrijk zijn voor dieren en planten. Vanwege de klimaatverandering veranderen hun leefomstandigheden en wordt dat nog urgenter. Zij moeten zich kunnen verplaatsen om genoeg voedsel te kunnen blijven vinden en zich voort te planten. Maar het Natuurnetwerk is er niet alleen voor planten en dieren, maar ook voor mensen. Mensen genieten, recreëren en ontspannen in de natuur en voelen zich gelukkiger. Natuur schept kansen voor ondernemers die natuur en hun bedrijf willen combineren en helpt tegen de gevolgen van klimaatverandering.

9 Quickscan Flora- en Fauna – Sluitappel 17-17A Sint-Oedenrode

•

Afbeelding

2:

ligging

Natuurnetwerk

Nederland

(bron: atlasleefomgeving.nl/kaarten, geraadpleegd op 14/02/2022)

10

Quickscan Flora- en Fauna – Sluitappel 17-17A Sint-Oedenrode

en

Natura

2000

2.2

Veldonderzoek Op verschillende punten in het plangebied zijn waarnemingen verricht. Tijdens het veldbezoek is het gebied beoordeeld op de aanwezigheid van beschermde soorten en de habitatgeschiktheid voor beschermde soorten. Er is extra aandacht besteed aan de mogelijke aanwezigheid van vleermuizen en vogelnesten. De ecologische factoren in de omgeving zijn met behulp van een digitale fotocamera vastgelegd. Om de flora en fauna te kunnen determineren, is gebruik gemaakt van eigen kennis en literatuur. •

11

Afbeelding 3: tuin en gedeelte erf met voormalige varkensstal

Quickscan Flora- en Fauna – Sluitappel 17-17A Sint-Oedenrode

12

•

Afbeelding 4: voormalige varkensstal met gaas

•

Afbeelding 5: overkapping met opslag diversen

Quickscan Flora- en Fauna – Sluitappel 17-17A Sint-Oedenrode

13

•

Afbeelding 6: sporen van spreeuwen aan de achterzijde

•

Afbeelding 7: overkapping aan buitenzijde

Quickscan Flora- en Fauna – Sluitappel 17-17A Sint-Oedenrode

14

•

Afbeelding 8: zolder

•

Afbeelding 9: opslag diversen voormalige varkensstal

Quickscan Flora- en Fauna – Sluitappel 17-17A Sint-Oedenrode

15

•

Afbeelding 10: zolder voorste gedeelte stal

•

Afbeelding 11: sporen van kauwen in voorste gedeelte stal

Quickscan Flora- en Fauna – Sluitappel 17-17A Sint-Oedenrode

16

•

Afbeelding 12: dakbeschot voorste gedeelte geheel ongeisoleerd

•

Afbeelding 13: gebouw in gebruik als kringloop

Quickscan Flora- en Fauna – Sluitappel 17-17A Sint-Oedenrode

17

•

Afbeelding 14: gebouw in gebruik als kringloop

•

Afbeelding 15: stallen gesloten

Quickscan Flora- en Fauna – Sluitappel 17-17A Sint-Oedenrode

18

•

Afbeelding 16: stallen gesloten met vogelschroot

•

Afbeelding 17: voormalige varkensstal zijkant voorzien van ramen

Quickscan Flora- en Fauna – Sluitappel 17-17A Sint-Oedenrode

19

•

Afbeelding 18: overstek stal

•

Afbeelding 19: binnenzijde werkplaats/garage stal

Quickscan Flora- en Fauna – Sluitappel 17-17A Sint-Oedenrode

•

Afbeelding 20: achtertuin met zicht op voormalige varkensstal

Flora algemeen Bij de planlocatie zijn geen bijzondere beplantingen aangetroffen. Er is tevens gelet op de aanwezigheid van (beschermde) muurvegetatie. Er is weinig beplanting aanwezig. De bestaande beplanting aan de voorzijde (heggen) en aan de achterzijde (solitaire notenboom) blijfven zo veel mogelijk bestaan. Het perceel bestaat verder uit veel verharding. Grondgebonden zoogdieren Specifiek wordt bekeken of binnen de betreffende inrichting verwacht kan worden of er streng beschermde zoogdieren; steenmarter, bunzing, hermelijn, wezel, eekhoorn, bever en das kunnen worden aangetroffen. Steenmarter De onderzoekslocatie vormt geschikt habitat voor de steenmarter. Steenmarters gebruiken hooizolders, loze ruimtes onder het dak, schuurtjes en dergelijke, als verblijfplaats. Een steenmarter heeft binnen zijn territorium verscheidene verblijfplaatsen. Daarnaast laten steenmarters enorm veel sporen achter. Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen, zoals uitwerpselen of prooiresten aangetroffen die duiden op het gebruik van de onderzoekslocatie als vaste rust- of verblijfplaats door deze soort. Kleine marterachtigen De onderzoekslocatie biedt geen geschikte verblijflocaties voor de hermelijn, wezel en bunzing. De soorten maken gebruik van oude holen van onder andere mollen en muizen, maar ook houtwallen, steenhopen en ruimtes onder boomwortels.

Desbetreffende soorten hebben binnen hun territorium verscheidene verblijfplaatsen. Tijdens het veldbezoek zijn er geen marters of sporen van marters aangetroffen op de onderzoekslocatie. Echter, dit betekent niet dat het gebied niet potentieel in gebruik is door de hermelijn, wezel en/of bunzing als migratieroute. Gezien de onderzoekslocatie kleiner is dan één hectare kan gesteld worden dat deze geen essentieel onderdeel uitmaakt van het leefgebied van een van genoemde soorten (Bouwens 2017). Indien bij sloop/herinrichting van het gebied groenstructuren rond het perceel behouden blijven, is er geen sprake van een negatief effect op genoemde soorten. 20

Quickscan Flora- en Fauna – Sluitappel 17-17A Sint-Oedenrode

Eekhoorn De onderzoekslocatie is vanwege de afwezigheid van voldoende bomen niet geschikt als habitat voor de eekhoorn. Er staan te weinig bomen rondom de projectlocatie. Tevens worden er met de werkzaamheden geen bomen verwijderd. Een negatief effect als gevolg van de werkzaamheden is uitgesloten. Bever Voor de bever is op de onderzoekslocatie geen geschikt habitat aanwezig. Vaste rust- en verblijfplaatsen van de bever kunnen worden uitgesloten. Das Tijdens het veldbezoek zijn op de onderzoekslocatie en de directe omgeving geen loop- of eetsporen, latrines en/of wissels aangetroffen die duiden op de aanwezigheid en/of het gebruik van de onderzoekslocatie door de das. Dassen zullen eerder hun leefgebied hebben in de nabij gelegen natuurgebieden en de aansluitende weilanden. Verstoring ten aanzien van de das als gevolg van de voorgenomen ingreep is niet aan de orde. Het voorkomen van overige grondgebonden zoogdieren waarvoor geen vrijstelling geldt, is tijdens het veldbezoek niet vastgesteld. Vleermuizen Het plangebied is zeer nauwkeurig beoordeeld op de mogelijke waarde voor vleermuizen. Hierbij is gelet op de geschiktheid van de aanwezige bebouwing als verblijfplaats voor deze dieren: aanwezigheid van spouwgaten en andere openingen in muren en daken, vetstrepen, uitwerpselen en prooiresten bij gevelopeningen.

Verblijfsruimte voor vleermuizen hebben specifieke voorwaarden zoals een stabiele temperatuur en het tochtvrij zijn. Bij vleermuizen worden vier verblijfplaatsen onderscheiden; winterverblijven, zomerverblijven, kraamverblijven en paarverblijven. Aan de winterverblijven worden de hoogste eisen gesteld, daarna de kraamverblijven, dan de zomerverblijven en tenslotte de paarverblijven, waarbij de vleermuizen een zeer korte tijd op een bepaalde locatie kunnen verblijven. Naast de eisen van isolatie en het tochtvrij zijn, zijn er ook voorwaarden voor de aanvliegroute. De verblijfplaats moet vrij te bereiken zijn. Vrijwel het gehele gebouw is aan de zijgevels voorzien van dakgoten, waardoor deze niet vrij te bereiken zijn. Daarnaast is de ene topgevel ingeplant met leilindes waardoor deze ook moeilijk te bereiken is. Daarnaast is vrijwel in het gehele pand de aansluiting van de golfplaten met gevel dichtgemaakt, ofwel met vogelschroot ofwel dichtgesmeerd met metselspecie. Het gehele dak bestaat uit asbesthoudende golfplaten. Dit materiaal warmt enorm snel op en koelt net zo snel af. Voor vleermuizen is daarom een dak dat bestaat uit golfplaten niet geschikt, met name door de temperatuurschommelingen. Daarnaast werd vroeger bij de bouw van varkenstallen altijd de spouwmuur aan de bovenzijde dichtgesmeerd met cement. Waardoor er ook geen mogelijkheden zijn om in de spouwmuur te komen.

Ook zijn er aan de buitenzijde van de gevels geen scheuren of andere openingen waargenomen. Er zijn in en om de stallen geen sporen (vetstrepen, uitwerpselen, prooiresten) aangetroffen. Naast de onderzoekslocatie bevindt zich het woonhuis. Eventuele verblijfsplaatsen hierin ondervinden door de afstand tot de slooplocatie en de aard van de ingreep geen hinder. Foerageerhabitat De onderzoekslocatie zal, gelet op de aanwezige habitat, gebruikt kunnen worden door in de omgeving verblijvende vleermuizen om te foerageren. De plannen zullen echter geen aantasting van belangrijk foerageerhabitat vormen. Door de voorgenomen ingreep zal het aanbod van foerageermogelijkheden niet in het geding komen. In de directe omgeving is meer geschikt foerageerhabitat voor vleermuizen aanwezig in de vorm van bomenrijen en bosranden. 21

Quickscan Flora- en Fauna – Sluitappel 17-17A Sint-Oedenrode

Vliegroutes Vleermuizen maken veelal gebruik van lijnvormige (donkere) landschapselementen zoals houtsingels, beken en lanen om zich te verplaatsen tussen verblijfsplaatsen en foerageergebieden. Doordat dergelijke lijnvormige elementen ontbreken op de onderzoekslocatie, worden er geen potentiële vliegroutes verstoord. Vogels Tijdens het bezoek is met name gelet op de aanwezigheid van nesten en rustplaatsen voor vogels. De stallen zijn voorzien van vogelschroot. Aan de achterzijde ontbreekt het vogelschroot. Er zijn broedvogels waarvan de nesten ook beschermd zijn op het moment dat ze niet voor de voortplanting in gebruik zijn. Binnen het agrarische (buiten)gebied kunnen dit zijn: boomvalk, buizerd, havik, sperwer, wespendief, huismus, steenuil en de kerkuil. Boomvalk De boomvalk is een soort die geen eigen nest maakt, maar broedt in gebruikte kraaienen/of eksternesten in verschillende typen bos(randen) of in solitaire bomen, populierensingels, of op erven. De soort komt vooral voor in open en halfopen landschappen zoals boerenland en dorpen, alsook in buitenwijken van steden. De bomen op- en nabij de projectlocatie zijn gecontroleerd op dergelijke nesten, deze zijn niet aangetroffen. Evenmin worden er met de beoogde werkzaamheden bomen verwijderd. Negatieve effecten op de boomvalk als gevolg van de werkzaamheden zijn derhalve niet aan de orde.

Buizerd en havik De buizerd en havik broeden op grote nesten van ongeveer een meter in doorsnede en 60 centimeter diep. Dergelijke nesten zijn tijdens het veldbezoek niet waargenomen. Een broedgeval van de buizerd en havik is daarom uit te sluiten. Eveneens worden er met de beoogde werkzaamheden geen bomen gekapt, zodat het wegnemen van een jaarrond beschermd nest kan worden uitgesloten. Wespendief en sperwer De wespendief is doorgaans gebonden aan grotere bosgebieden van zowel loof- als naaldbomen. Bij voorkeur is er afwisseling binnen het bosgebied aanwezig in de vorm van open plekken. De sperwer broedt bij voorkeur meer verborgen in naaldbomen. Beide situaties zijn op de onderzoekslocatie niet aanwezig. Gezien de ligging van de onderzoekslocatie binnen agrarisch gebied en de afwezigheid van voldoende dekking is een nestplaats van de sperwer of wespendief niet te verwachten. Eveneens zijn er tijdens het veldbezoek geen nesten aangetroffen. Een broedgeval van zowel de wespendief als de sperwer zijn uitgesloten. Steenuil en kerkuil De kerkuil en steenuil hebben een voorkeur voor cultuurlandschappen met allerlei landschapselementen die voor afwisseling zorgen. Beide soorten broeden in gebouwen en gebruiken ook graag speciale nestkasten. Daarnaast worden door de steenuil ook wel boomholten gebruikt, mits er zich grote holten in bevinden.

De gebouwen zijn in zijn geheel gecontroleerd op de aanwezigheid van steen- en kerkuilen en is vooral gelet op de aanwezigheid van sporen; braakballen, veren en uitwerpselen. Er zijn geen (sporen van) steen- en kerkuilen waargenomen. Er is geen sprake van een afname van belangrijk foerageergebied. Er blijft er voldoende foerageergebied aanwezig in de omgeving,

22

Quickscan Flora- en Fauna – Sluitappel 17-17A Sint-Oedenrode

Huismus Ook voor de huismus, die veel te vinden is in agrarisch gebied en vooral gebonden aan gebouwen is, is het nest jaarrond beschermd. Er zijn geen nesten van huismussen gevonden in de te slopen bebouwing. Er broeden waarschijnlijk wel huismussen (ca. 5 paar) in het woonhuis. Deze gebruiken de heggen rondom de woning als schuilgelegenheid. Overige broedvogels De beplanting op de onderzoekslocatie kan nestgelegenheid bieden aan broedvogelsoorten zoals de merel en winterkoning. De nesten van deze soorten zijn alleen beschermd op het moment dat ze als zodanig in gebruik zijn. Voorin de stal is een gedeelte ongeïsoleerd. Hier zijn nesten van kauwen aangetroffen op de zolder. Aan de achterzijde van de stal waar het vogelschroot ontbreekt, zijn sporen van broedende spreeuwen waargenomen echter onduidelijk hoe oud deze sporen zijn. Spreeuwen zijn voldoende flexibel. Er zijn vogels gezien en gehoord, namelijk: •

Tabel 1: overzicht waargenomen vogels

•

Tabel 2: overzicht waargenomen vogelnesten

Soort Huismussen (10) Koolmezen 2 Pimpelmees Merel 2

Soort Spreeuw (categorie indeling nestbescherming: 5) Kauwen (categorie indeling nestbescherming: -) Uitleg bij tabel: Categorie 1: Categorie 2: Categorie 3: Categorie 4: Categorie 5:

23

Jaarrond gebruikte nesten (steenuil) Zeer honkvaste koloniebroeders of afhankelijk bebouwing Zeer honkvaste broeders of afhankelijk bebouwing (geen kolonie) Vogels die ieder jaar terugkeren naar specifiek nest Honkvaste broeders, maar voldoende flexibel

Quickscan Flora- en Fauna – Sluitappel 17-17A Sint-Oedenrode

Reptielen, amfibieën en vissen Er zijn tijdens het terreinbezoek geen reptielen, amfibieën en/of vissen waargenomen. Voor de in Nederland voorkomende reptielsoorten zoals de hazelworm, de levendbarende hagedis en ringslang biedt de onderzoekslocatie geen geschikt habitat. Deze soorten worden vrijwel alleen aangetroffen in specifieke natuurgebieden. Dit geldt ook voor de specifieke beschermende amfibieënsoorten die veel eisen stellen aan zijn habitat; alpenwatersalamander, heikikker, vinpootsalamander, poelkikker en rugstreeppad. Deze zijn allen uit te sluiten omdat de betreffende locatie geen goed habitat biedt voor deze soorten door het ontbreken van voldoende oppervlaktewater. De onderzoekslocatie vormt wel een geschikt habitat voor algemene amfibieënsoorten als de bruine kikker en de gewone pad. Op de onderzoekslocatie kunnen deze soorten beschutting vinden tussen de begroeiing en onder de takken- of stenenhopen. Voor algemene amfibieënsoorten geldt in het kader van de Wet natuurbescherming een vrijstelling, zodat een ontheffing bij verstoring niet noodzakelijk is. Het is echter wel zaak om aandacht te schenken aan de zorgplicht. Vissen Vanwege het ontbreken van oppervlaktewater op de onderzoekslocatie kan deze soortgroep buiten beschouwing worden gelaten.

Overige Van de overige soortgroepen, zoals dagvlinders, insecten en libellen, kan worden aangenomen dat deze soorten gedurende het jaar in het plangebied aanwezig kunnen zijn of dit gebied in de migratieroute hebben liggen. Afhankelijk van het seizoen zijn mogelijk algemene soorten te vinden op/of binnen de planlocatie. Specifieke beschermende soorten zijn voornamelijk afhankelijk van specifieke terreinkenmerken met specifieke biotopen. Binnen het plangebied is een dergelijk biotoop niet aanwezig.

24

Quickscan Flora- en Fauna – Sluitappel 17-17A Sint-Oedenrode

2.3

Effecten van de ingreep De effecten op beschermde soorten zijn onderzocht op basis van het voornemen binnen het plangebied. Flora algemeen Er is geen bijzondere flora aangetroffen binnen het plangebied, negatieve effecten zijn uitgesloten. Grondgebonden zoogdieren Verstoring van algemene zoogdieren vindt mogelijk plaats. De onderzoekslocatie vormt geschikt habitat voor een aantal soorten grondgebonden zoogdieren. Het gaat daarbij om algemene soorten als de egel, konijn en diverse muissoorten. De verblijfsplaatsen van deze soorten worden door de voorgenomen ingreep echter niet aangetast. Verblijfplaatsen van beschermde zoogdiersoorten zijn ter plaatse niet aangetroffen. Vleermuizen Er zijn geen sporen van vleermuizen aangetroffen waaruit blijkt dat de gebouwen als verblijfplaats worden gebruikt. Nader onderzoek in het kader van de soortenbescherming is niet noodzakelijk. Vogels Door de voorgenomen ingreep worden geen vogels en jaarrond beschermde nesten aangetast. Spreeuwen zijn voldoende flexibel. Reptielen, amfibieën en vissen Er zijn geen reptielen, amfibieën en/of vissen instandhoudingsdoelstellingen komen niet in het gedrang.

waargenomen.

Overige Omdat er geen geschikt biotoop is waargenomen voor overige beschermde soorten, zijn negatieve effecten uitgesloten. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.

25

Quickscan Flora- en Fauna – Sluitappel 17-17A Sint-Oedenrode

De

3 Conclusie en aanbevelingen Het natuuronderzoek is gebaseerd op inventarisatiegegevens van derden, literatuuronderzoek en een verkennend veldbezoek aan het plangebied. Het beeld dat uit het onderzoek naar voren is gekomen vormt voldoende basis om gefundeerd uitspraken te doen over de gevolgen van de voorgenomen werkzaamheden voor beschermde soorten en gebieden.

3.1

Conclusie Voor de bepaling van de effecten en voor de beantwoording van de vraag of men in strijd komt met de Wet natuurbescherming, wordt de relatie gelegd tussen het initiatief met deze wet door waar mogelijk antwoord te geven op de volgende vragen: 1.

Welke wettelijk beschermde soorten komen in het plangebied voor? Welke status hebben deze soorten? 2. Welke invloed heeft de geplande ingreep in het betreffende gebied op de beschermde soorten en de staat van instandhouding? 3. Hoe dient omgegaan te worden met eventuele negatieve effecten van het plan op wettelijk beschermde planten- en diersoorten, en welke vervolgstappen zijn nodig?

Het voornemen zoals opgenomen in de inleiding en de daarbij behorende werkzaamheden, zal naar verwachting geen negatief effect hebben op de staat van instandhouding van beschermde soorten. Binnen het plangebied zijn geen (verblijfplaatsen van) strikt beschermde soorten aangetroffen die door de werkzaamheden worden beïnvloed. De stallen dienen bij voorkeur te worden gesloopt buiten het broedseizoen. Uit de effectenbeschrijving blijkt dat er geen onevenredige directe of indirecte gevolgen zijn van de voorgenomen activiteiten op de voortplanting en instandhouding van beschermde dier- en/of plantsoorten. Lokaal zullen mogelijk algemene soorten uit het plangebied trekken op zoek naar een vervangende biotoop. Voor aanvang van de werkzaamheden dient derhalve geen aanvullend onderzoek plaats te vinden. Een ontheffing met betrekking tot aantasting van beschermde soorten is niet nodig. De werkzaamheden kunnen leiden tot een beschadiging of vernietiging van mogelijke verblijfplaatsen en/of verstoring van eventueel aanwezige algemene soorten. Een algehele vrijstelling op basis van de Verordening natuurbescherming voor ruimtelijke ontwikkelingen is hierop van toepassing. De algemene zorgplicht blijft onverminderd van toepassing.

26

Quickscan Flora- en Fauna – Sluitappel 17-17A Sint-Oedenrode

Literatuur • • • • •

• • • • •

• • • • • • • • • • •

27

Broekhuizen, S., Hoekstra, B., Laar, van, V., Smeenk, C. & Thissen, J.B.M., 1992 Atlas van de Nederlandse zoogdieren. Stichting uitgeverij van de KNNV, Utrecht. Europese Gemeenschappen, Richtlijn no 92/409 inzake het behoud van de vogelstand. Brussel, 1979. Europese Gemeenschappen, Richtlijn no 92/43 inzake instandhouding van de natuurlijke habitat en de wilde flora en fauna. Brussel, 1992. Provinciale Verordening (Wet) natuurbescherming Hollander, H., & Geest, van der, P., 1994. Rode-Lijst van bedreigde zoogdieren in Nederland. Red data book of threatened mammals in the Netherlands. Vereniging voor Zoogkunde en Zoogdierbescherming, Utrecht. Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, Ministerie van Volkshuisvesting. Ruimtelijke Ordening en milieu, 2004. Nota Ruimte. De Nederlandse libellen, Nederlandse Fauna, deel 4 Nationaal historisch museum, KNNV uitgeverij (2002) Vereniging voor Zoogdierkunde en Zoogdierbescherming (VZZ) Vleermuizen en planologie, Zoogdiervereniging (2010) Wet natuurbescherming. Vastgesteld d.d. 1 januari 2017. www.waarneming.nl www.synbiosys.alterra.nl www.atlasleefomgeving.nl www.ravon.nl www.sovon.nl www.google.nl www.ndff.nl www.floron.nl www.ruimtelijkeplannen.nl www.natura2000.nl www.ecologica.eu

Quickscan Flora- en Fauna – Sluitappel 17-17A Sint-Oedenrode

1 Bijlage Waarnemingen

28

Quickscan Flora- en Fauna – Sluitappel 17-17A Sint-Oedenrode

29

Quickscan Flora- en Fauna – Sluitappel 17-17A Sint-Oedenrode

30

Quickscan Flora- en Fauna – Sluitappel 17-17A Sint-Oedenrode

31

Quickscan Flora- en Fauna – Sluitappel 17-17A Sint-Oedenrode

32

Quickscan Flora- en Fauna – Sluitappel 17-17A Sint-Oedenrode

2 Bijlage Effecten indicator soorten

33

Quickscan Flora- en Fauna – Sluitappel 17-17A Sint-Oedenrode

34

Quickscan Flora- en Fauna – Sluitappel 17-17A Sint-Oedenrode

35

Quickscan Flora- en Fauna – Sluitappel 17-17A Sint-Oedenrode

3 Bijlage Plan projectlocatie

36

Quickscan Flora- en Fauna – Sluitappel 17-17A Sint-Oedenrode

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Kastelijn Ruimtelijk Advies Sluitappel 17-17a, 5491TS Sint-Oedenrode

Omschrijving Toelichting

Herontwikkeling Sluitappel 17-17a Aanlegfase

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

S6AviJL6Nwhg 07 december 2022, 10:03 Wnb-rekengrid

Berekening

Totale emissie

Situatie 1 - Beoogd

Resultaten

Situatie 1 - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie

S6AviJL6Nwhg (07 december 2022)

Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Hoogste depositie

Hexagon

Gebied

2022 -

0,7 kg/j

120,8 kg/j

2/7

Projectberekening

Situatie 1 (Beoogd), rekenjaar 2022 Emissiebronnen 2 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Materieel bouw en sloop  Verkeersnetwerk

S6AviJL6Nwhg (07 december 2022)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

0,7 kg/j 120,3 kg/j 15,9 g/j 0,5 kg/j

3/7

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie

De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie. S6AviJL6Nwhg (07 december 2022)

4/7

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Situatie 1" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

S6AviJL6Nwhg (07 december 2022)

-

Hoogste totale Met toename (ha Grootste toename Met afname (ha Grootste afname depositie (mol gekarteerd) (mol N/ha/jr) gekarteerd) (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

-

-

5/7

Projectberekening

Situatie 1, Rekenjaar 2022

1 Wegverkeer | Weg Naam Verkeer bouw en sloop Wegtype Binnen bebouwde kom (doorstromend) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogte ligging Normaal Weghoogte 0m Beschrijving Voertuigtype/euroklasse

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren 2

Naam

Links Rechts NOₓ 0,5 kg/j Type scherm - NO₂ 46,8 g/j Hoogte - NH₃ 15,9 g/j Afstand tot de weg - Voertuigen

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

1040 p/jaar 208 p/jaar 40 p/jaar 0 p/jaar

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning Materieel bouw en sloop

NOₓ NH₃

Naam

Stageklasse

BrandstofverbruikDraaiurenAdBlue verbruik

Mobiele kraan

Stage-IV, 2014-2018, 56-75 kW, diesel, SCR: ja 1500 l/j

Loader

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja 600 l/j

80 u/j 0 l/j

Minigraver Stage-IV, 2014-2018, 56-75 kW, diesel, SCR: ja 900 l/j

120 u/j 0 l/j

120 u/j 0 l/j

Stage-IIIB, 2011-2013, 75-560 kW, diesel, SCR: 800 l/j nee

80 u/j

2011-2013, 75-560 kW, diesel, SCR: 480 l/j Betonpomp Stage-IIIB, nee

24 u/j

Verreiker

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

120,3 kg/j 0,7 kg/j

Stof Emissie

NOₓ 50,1 kg/j

NH₃ 0,4 kg/j NOₓ 20,2 kg/j NH₃ 0,1 kg/j NOₓ 30,3 kg/j NH₃ 0,2 kg/j NOₓ 12,4 kg/j NH₃ 6,0 g/j NOₓ 7,3 kg/j NH₃ 3,6 g/j

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

S6AviJL6Nwhg (07 december 2022)

6/7

Projectberekening

Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2021.2_20221004_3d4bf05159 Database versie 2021.2_3d4bf05159 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

S6AviJL6Nwhg (07 december 2022)

7/7

Projectberekening

Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron

Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

Totale emissie

Kastelijn Ruimtelijk Advies Sluitappel 17-17a, 5491TS Sint-Oedenrode Woningen Sluitappel 17-17a Gebruiksfase 6 nieuwe woningen in 3 bouwvolumes RpCcKGjWv6CH 03 juni 2022, 13:21 Wnb-rekengrid

Rekenjaar Woningbouw Sluitappel 17-17a - Beoogd 2022

Resultaten

Emissie NH3 0,3 kg/j

Hoogste depositie Hexagon Woningbouw Sluitappel 17-17a - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) 0,00 ha Gekarteerd oppervlak met afname (ha) 0,00 ha Grootste toename van depositie 0,00 mol/ha/j Grootste afname van depositie 0,00 mol/ha/j

RpCcKGjWv6CH (03 juni 2022)

Emissie NOx 22,6 kg/j Gebied

2/7

Projectberekening

Woningbouw Sluitappel 17-17a (Beoogd), rekenjaar 2022 Emissie NH3

Emissie NOx

-

3,0 kg/j

-

3,0 kg/j

3 Wonen en Werken | Woningen | Hoekwoning senior Sluitappel

-

3,0 kg/j

4 Wonen en Werken | Woningen | Hoekwoning senior Sluitappel

-

3,0 kg/j

5 Wonen en Werken | Woningen | Tussenwoning senior Sluitappel

-

3,0 kg/j

6 Wonen en Werken | Woningen | Tussenwoning senior Sluitappel

-

3,0 kg/j

0,3 kg/j

4,6 kg/j

Emissiebronnen en Werken | Woningen | Vrijstaande woning Groene 1 Wonen Woud 2 Wonen en Werken | Woningen | Vrijstaande woning Sluitappel

 Verkeersnetwerk Gebouwen 1 Vrijstaande woning Groene Woud

Rekenmaat (LxBxH, oriëntatie) 18,1 m x 8,4 m x 9,0 m, 51 °

2 Vrijstaande woning Sluitappel

14,6 m x 10,3 m x 9,0 m, 111 °

3 Seniorwoningen Sluitappel

32,5 m x 10,9 m x 9,0 m, 109 °

RpCcKGjWv6CH (03 juni 2022)

3/7

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn

Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie. RpCcKGjWv6CH (03 juni 2022)

4/7

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Woningbouw Sluitappel 17-17a" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Totaal

RpCcKGjWv6CH (03 juni 2022)

Berekend (ha Hoogste totale Met toename Grootste gekarteerd) depositie (ha gekarteerd) toename (mol/ha/jr) (mol/ha/jr)

0,00

0,00

0,00

0,00

Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol/ha/jr)

0,00

0,00

5/7

Projectberekening

Woningbouw Sluitappel 17-17a, Rekenjaar 2022 1 Wonen en Werken | Woningen Naam Vrijstaande woning Uittreedhoogte Groene Woud Warmteinhoud Locatie 160919, 398215 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele Variatie Continue Emissie

1,0 m 0,000 MW

NOx

3,0 kg/j

1,0 m 0,000 MW

NOx

3,0 kg/j

1,0 m 0,000 MW

NOx

3,0 kg/j

1,0 m 0,000 MW

NOx

3,0 kg/j

1,0 m 0,000 MW

NOx

3,0 kg/j

1,0 m 0,000 MW

NOx

3,0 kg/j

2 Wonen en Werken | Woningen Naam Vrijstaande woning Uittreedhoogte Sluitappel Warmteinhoud Locatie 160989, 398137 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele Variatie Continue Emissie

3 Wonen en Werken | Woningen Naam Hoekwoning senior Uittreedhoogte Sluitappel Warmteinhoud Locatie 160941, 398155 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele Variatie Continue Emissie

4 Wonen en Werken | Woningen Naam Hoekwoning senior Uittreedhoogte Sluitappel Warmteinhoud Locatie 160961, 398147 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele Variatie Continue Emissie

5 Wonen en Werken | Woningen Naam Tussenwoning Uittreedhoogte senior Sluitappel Warmteinhoud Locatie 160947, 398153 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele Variatie Continue Emissie

6 Wonen en Werken | Woningen Naam Tussenwoning Uittreedhoogte senior Sluitappel Warmteinhoud Locatie 160958, 398148 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele Variatie Continue Emissie

RpCcKGjWv6CH (03 juni 2022)

6/7

Projectberekening

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2021.0.5_20220328_855771c674 Database versie 2021.0.5_855771c674 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RpCcKGjWv6CH (03 juni 2022)

7/7

Milieupartner BV Slophoosweg 16 5491 XR Sint-Oedenrode T 0413 – 786 678 info@milieupartner.nl www.milieupartner.nl

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Sluitappel 17 te Sint-Oedenrode Gemeente Sint-Oedenrode, sectie S, nummers 1134, 1286, 1495 t/m 1499 en 1501

Opdrachtgever Projectnummer Versienummer Plaats, datum Auteur

: : : : :

De heer R. van de Ven 22.1001A 1 Sint-Oedenrode, 8 september 2022 Mevr. I.P.E. van Kessel

Inhoudsopgave 1

Inleiding ........................................................................................................................................................................................................... 3 1.1 Uitgangspunten van het bodemonderzoek .......................................................................................................................... 3 1.2 Indeling van de rapportage ......................................................................................................................................................... 3 2 Vooronderzoek ............................................................................................................................................................................................. 4 2.1 Gegevens onderzoekslocatie ....................................................................................................................................................... 4 2.2 Historische gegevens ...................................................................................................................................................................... 5 2.3 Bodemkwaliteitskaart......................................................................................................................................................................

5 2.4 Regionale bodemopbouw en geohydrologie ...................................................................................................................... 6 2.5 Onderzoekshypothese en strategie .......................................................................................................................................... 6 3 Verkennend bodemonderzoek .............................................................................................................................................................. 7 3.1 Onderzoeksmethode ...................................................................................................................................................................... 7 3.2 Uitgevoerde werkzaamheden ..................................................................................................................................................... 7 3.3 Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen .................................................................................................................... 8 3.4 Bodemnormering .............................................................................................................................................................................

8 3.5 Toetsingsresultaten ......................................................................................................................................................................... 9 3.6 Interpretatie van de analyseresultaten ................................................................................................................................. 10 4 Verkennend asbestonderzoek ..............................................................................................................................................................11 4.1 Maaiveldinspectie .......................................................................................................................................................................... 11 4.2 Zintuiglijke waarnemingen inspectiegaten ......................................................................................................................... 11 4.3 Analyse en monsterselectie ....................................................................................................................................................... 11 4.4 Monstersamenstelling en analyses asbest ..........................................................................................................................

12 4.5 Resultaten ......................................................................................................................................................................................... 12 4.6 Interpretatie van de analyseresultaten ................................................................................................................................. 12 5 Samenvatting, conclusies en aanbevelingen ..................................................................................................................................13

Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Situering in de regio Locatietekening Boorprofielbeschrijvingen Analysecertificaten Toetsingstabellen Fotoblad

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Sluitappel 17 te Sint-Oedenrode, rapportnummer 22.1001A

2

1

Inleiding

In opdracht van de heer R. van de Ven te Sint-Oedenrode heeft Milieupartner BV een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het perceel Sluitappel 17 te Sint-Oedenrode, kadastraal bekend onder gemeente Sint-Oedenrode, sectie S, nummers 1134, 1286, 1495 t/m 1499 en 1501. Het bodemonderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en de voorgenomen bouw van twee vrijstaande woningen en één vier-onder-een-kapwoning. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is het vaststellen van de huidige milieuhygiënische bodemkwaliteit. Het doel van het verkennend asbestonderzoek is te bepalen of ter plaatse van de druppelzone een verontreiniging met asbest en/of PCB (som 7) aanwezig is. Erkenning Milieupartner B.V. is voor de BRL SIKB 2000 ‘Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek’ in het bezit van het procescertificaat met nummer EC-SIK-20304 afgegeven door Normec Certification B.V. Deze erkenning is van toepassing op de BRL SIKB 2000 protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018. Onafhankelijkheid In deze context verklaart Milieupartner BV dat hij tot de opdrachtgever in geen andere relatie staat dan die van opdrachtnemer- opdrachtgever.

In de veldwerkverklaring verklaren de veldwerkers die betrokken zijn bij de uitvoering van het bodemonderzoek op de locatie, dat alle kritische functies onafhankelijk van de opdrachtgever zijn uitgevoerd conform de eisen van de BRL SIKB 2000 en de daarbij horende protocollen. Deze verklaring is op verzoek in te zien of op te vragen.

1.1

Uitgangspunten van het bodemonderzoek

Hieronder zijn de uitgangspunten van het verkennend bodemonderzoek genoemd. • Het vooronderzoek moet voldoen aan de Nederlandse Norm 5725 "Bodem - Landbodem Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek” (NEN 5725 uit 2009). • Het bodemonderzoek moet voldoen aan de Nederlandse Norm “Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” (NEN 5740 uit 2009). • Het onderzoek moet een relatie leggen tussen de oorza(a)k(en)/bron(nen) en de eventueel aangetoonde verontreiniging aan de hand van de historische en actuele gegevens. • Het bodemonderzoek, de monsterneming en de rapportage zijn onafhankelijk van de opdrachtgever uitgevoerd conform de eisen van de BRL SIKB 2000.

1.2

Indeling van de rapportage

Het bodemonderzoek bestaat uit vijf hoofdstukken. Het vooronderzoek dat omschreven is in hoofdstuk 2 omvat historische en actuele locatiegegevens en gegevens van (voorgaande) bodemonderzoeken ter plaatse van de onderzoekslocatie of aangrenzende terreinen. Verder worden in het vooronderzoek de regionale bodemopbouw en geohydrologie, de onderzoekshypothese en -strategie beschreven. Het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek wordt beschreven in hoofdstuk 3. De werkzaamheden en resultaten van het verkennend asbestonderzoek zijn beschreven in hoofdstuk 4. De conclusies en aanbevelingen van het onderzoek worden weergegeven in hoofdstuk 5. Verkennend bodem- en asbestonderzoek Sluitappel 17 te Sint-Oedenrode, rapportnummer 22.1001A

3

2

Vooronderzoek

Het standaard vooronderzoek heeft zich gericht op de onderzoekslocatie en de direct hieraan grenzende percelen. Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5725. De gegevens van het vooronderzoek zijn verkregen door middel van: • een inspectie van de onderzoekslocatie: op 14 maart 2022, voorafgaand aan het veldwerk, uitgevoerd door de heer R.P.W.M. van Galen; • omgevingsrapportage Noord-Brabant; • het interpreteren van topografische en geohydrologische kaarten; • informatie van de opdrachtgever/voorgaand onderzoek.

2.1

Gegevens onderzoekslocatie

De onderzoekslocatie betreft het perceel Sluitappel 17 te Sint-Oedenrode en staat kadastraal bekend onder gemeente Sint-Oedenrode, sectie S, nummers 1134, 1286, 1495 t/m 1499 en 1501. De percelen hebben een gezamenlijke oppervlakte van 6.315 m². Het voornemen bestaat om ter plaatse van de onderzoekslocatie twee vrijstaande woningen en een 4-onder-1-kapwoning te realiseren. Momenteel is het perceel in gebruik als woonboerderij, kringloopwinkel en voormalig agrarisch bedrijf. De stal behorende bij het agrarisch bedrijf is voorzien van een asbestdak zonder goot (druppelzone). De onderzoekslocatie is weergegeven op onderstaand figuur 1.

Figuur 1: Onderzoekslocatie op luchtfoto

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Sluitappel 17 te Sint-Oedenrode, rapportnummer 22.1001A

4

2.2

Voormalig en huidig gebruik

Op basis van topotijdreis blijkt dat de locatie tot circa 1900 onbebouwd is geweest en agrarisch in gebruik was. Vanaf 1900 is ter plaatse van de huidige woonboerderij (Sluitappel 15-17) reeds bebouwing zichtbaar. Volgens het gemeentearchief is de huidige woonboerderij in 1951 gebouwd. Later is de bebouwing op de locatie uitgebreid met een overkapping voor landbouwwerktuigen en een kippenhok (1960). Daarna is een varkensbedrijf op de locatie gevestigd (omstreeks 1975-1980), in 1982 is een bouwvergunning voor de varkensstal (huisnummer 17A) verleend en in 1990 is een bouwvergunning voor de uitbreiding van de varkensstal verleend. De bebouwing is opgetrokken uit baksteen en voorzien van asbesthoudende dakbedekking zonder afwateringsgoten. Het erf rond de bebouwing is grotendeels verhard met klinkers. Aan de westzijde van de stal, ter hoogte van de weide, is deels geen verharding aanwezig. Rond 1997 zijn de bedrijfsactiviteiten behorende bij het varkensbedrijf beëindigd en is de milieuvergunning ingetrokken. Daarna heeft het pand enige tijd leeggestaan tot aan de in gebruik name voor recreatieve doeleinden en een kringloopwinkel (1998).

2.3

Uitgevoerde bodemonderzoeken

Ter plaatse van het perceel Sluitappel 17 te Sint-Oedenrode is, in 1998, door Van Vleuten Consult bv te Boxtel, een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd conform de NVN5740 [rapportnummer CV98015v, d.d. 21 april 1998]. Hieruit blijkt dat in de bovengrond zintuiglijk een matige puinbijmenging is aangetroffen. Analytisch is in de bovengrond een licht verhoogd gehalte aan PAK gemeten, in de ondergrond zijn geen van de geanalyseerde parameters boven de achtergrondwaarden (destijds streefwaarden) aangetoond. In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties aan chroom en koper gemeten. Geconcludeerd is dat geen aanvullend/nader onderzoek noodzakelijk is. In 2010 is, door Witteveen+Bos, een verificatie van zinkassen in wegen De Kempen [deelrapport SintOedenrode, referentie HT333-4/strg/164, d.d. 4 januari 2021] uitgevoerd. Hieruit blijkt dat, op basis van de gegevens van het projectbureau Actief Bodembeheer de Kempen (ABdK), onder andere de openbare weg “Sluitappel” verdacht is ten aanzien van zinkassen. Na uitvoering van het onderzoek blijkt dat ter plaatse van Sluitappel een homogene laag zinkassen is toegepast onder de klinkerbetonstraatstenen.

2.4

Bodemkwaliteitskaart

Op basis van de Nota bodembeheer 2019-2024 [ODBN, projectnummer 73700179, d.d. maart 2019] blijkt dat de locatie valt binnen de bodemkwaliteitszone “uitbreidingsgebieden bebouwde kom en buitengebied” en de bodemkwaliteit (ter plaatse van onverdachte locaties) voldoet aan landbouw/ natuur. In 2020 is, aanvullend op de bovenstaande Nota bodembeheer, de Nota bodembeheer PFAS [Antea Group, projectnummer 0462683.100, d.d. 28 oktober 2020] opgesteld. Hieruit blijkt dat de locatie voor PFAS binnen de bodemkwaliteitszones “zone 5 – Noordoost-Brabant” en “zone 9 – ondergrond” en voor GenX binnen de bodemkwaliteitszones “zone 14 – GenX zones 1 t/m 5 BG” en “zone 15 – GenX zones 1 t/m 5 OG” valt en de bodemkwaliteit voor zowel PFAS als GenX voldoet aan landbouw/natuur.

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Sluitappel 17 te Sint-Oedenrode, rapportnummer 22.1001A

5

2.5

Regionale bodemopbouw en geohydrologie

De regionale geohydrologische bodemopbouw is overgenomen uit gegevens van de Rijksgeologische Dienst en TNO. Deze opbouw is weergegeven in onderstaande tabel 1. Tabel 1: Bodemopbouw Bodemopbouw deklaag

eerste watervoerend pakket

Zand, zeer fijn tot uiterst grof, met lokaal grindig, Formatie van Boxtel en kleiig of humeus; leem, lokaal zandig, lokaal Beegden humeus; klei, siltig tot zandig; veen, kleiig Zand, matig fijn tot uiterst grof, lokaal grindig; Formatie van Sterksel grind, lokaal zandig; klei, lokaal siltig tot zandig

0 - 30 m-mv

30 - 85 m-mv

De stromingsrichting van het ondiepe grondwater wordt beïnvloed door lokale factoren, zoals het drainagepatroon, oppervlaktewater, de ligging van rioleringen en de aanwezigheid van zandlichamen (voor kabels, leidingen en funderingen). Op basis van de beschikbare gegevens wordt ingeschat dat de stromingsrichting van het grond water overwegend noordwestelijk gericht is. De freatische grondwaterstand wordt verwacht op een diepte van circa 2,0 meter -mv. De locatie is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=a941cfd8-4d7f-44bf-849c-77c70628f772