Bijlage 3 Bijlagenboek bp Hazelberg 5 Veghel
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Buitengebied Veghel, Herziening Hazelberg 5
Bezoekadres Stadhuisplein 1 5461 KN Veghel Postadres
Postbus 10.001 5460 DA Veghel T: 14 0413 E: info@meierijstad.nl W: www.meierijstad.nl IBANnr: NL31 RABO 0171 5811 48
Bijlagen bij toelichting Betreffende
Buitengebied Veghel, Herziening Hazelberg 5
Planstatus
ontwerp
Projectnummer
NL.IMRO.1948.BGV000BP0032023P-ON01
Datum
Inhoudsopgave Bijlagen bij toelichting
5
Bijlage 1
Landschappelijke inpassing
6
Bijlage 2
Quickscan Flora en Fauna
23
Bijlage 3
Vervolgonderzoek huismus
40
Bijlage 4
Verkennend bodemonderzoek
54
Bijlage 5
Geuronderzoek
113
Bijlage 6
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
144
Bijlage 7
Advies veiligheidsregio
178
Bijlage 8
Stikstofonderzoek
182
Bijlage 9
Brief Omgevingsdialoog
201
Bijlage 10
Omgevingsdialoog
203
Bijlage 11
Rekenmodule beleidsregel
207
NL.IMRO.1948.BGV000BP0032023P-ON01
Pagina: 3 van 210
Datum:3-10-2025
NL.IMRO.1948.BGV000BP0032023P-ON01
Pagina: 4 van 210
Datum:3-10-2025
Bijlagen bij toelichting
NL.IMRO.1948.BGV000BP0032023P-ON01
Pagina: 5 van 210
Datum:3-10-2025
Bijlage 1 Landschappelijke inpassing
NL.IMRO.1948.BGV000BP0032023P-ON01
Pagina: 6 van 210
Datum:3-10-2025
Landschappelijke inpassing Hazelberg 5, Veghel
colofon
projectnaam Landschappelijke inpassing Hazelberg 5, Veghel datum 15 mei 2025 projectnummer P00990 opdrachtgever particulier BRO projectleider RT projectteam AR RT bron kaft BRO
Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400 info@bro.nl www.bro.nl
Inhoudsopgave 1
Inleiding
4
2
Inpassingsplan
9
1.1 Aanleiding en initiatief 1.2 Kaders en uitgangspunten 1.3 Kenschets (historisch) landschap 1.4 Huidige situatie
2.1 Inrichtingsmaatregelen 2.2 Kwaliteitsbijdrage 2.3 Beplantingsindicatie
4 4 6 8
10 10 10
Landschappelijke inpassing - Hazelberg 5, Veghel
3
1
Inleiding
1.1
Aanleiding en initiatief
Aan de Hazelberg 5 te Veghel, gemeente Meierijstad, is een langgevelboerderij met bijgebouwen en voormalige agrarische veestallen aanwezig. Initiatiefnemers zijn voornemens om ter plaatse van de bestaande stallen een nieuwe vrijstaande woning te ontwikkeling. Op basis van het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied’ is de planlocatie momenteel bestemd als ‘Wonen’. Ter plaatse is één wooneenheid toegestaan. Het realiseren van 1 nieuwe woning naast de bestaande is derhalve niet toegestaan. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Meierijstad heeft op 2 maart 2021 besloten om onder voorwaarden medewerking te verlenen aan het wijzigen van de bestemming en het toevoegen van een nieuwe woning op deze locatie. Bij de planwijziging dient o.a. te worden aangetoond dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Bij het toestaan van een ruimtelijke ontwikkeling is het van belang dat alle ruimtelijke waarden worden meegewogen. Een plan kan immers afbreuk doen aan bestaande landschappelijke of cultuurhistorische waarden. De landschappelijke inpassing bestudeert de omgeving en aan de hand daarvan worden ruimtelijke randvoorwaarden opgesteld. Als aan deze voorwaarden worden voldaan kan de bebouwing op een natuurlijke en verzorgde wijze worden ingepast en aansluiten op de aanwezige landschapsstructuren.
1.2
Kaders en uitgangspunten
Het inpassingsplan voldoet in beginsel aan de kaders vanuit het vigerende beleid dat relevant is voor de landschappelijke inpassing en aan de eisen/wensen vanuit het planvoornemen. Plangebied Het plangebied betreft een perceel aan de Hazelberg 5, kadastraal bekend als: gemeente Meierijstad, sectie L, nr. 4140. De locatie ligt in het buurtschap Hazelberg, een cluster van lintbebouwing aan de Hazelberg, dat zich uitstrekt tot over de Vorstenbosscheweg en aansluit op buurtschap ‘t Ven. Het plangebied is een voormalige agrarische bedrijfslocatie, maar is de afgelopen jaren in gebruik geweest voor beachsoccer/ volleybalactiviteiten en als caravanstalling. Het perceel heeft een oppervlak van ca.15.882 m2.
Planvoornemen Het voornemen is het huidige gebruik gedeeltelijk te beëindigen, de stallen te slopen en op de locatie een prettig woonmilieu te creëren. Ter plaatse wordt ca. 1600m2 aan stallen gesloopt, waar een vrijstaande woning voor terugkomt. Op de meest westelijk gelegen stal liggen daarnaast nog asbestplaten van 1.063 m2. De nieuwbouw heeft net als de bestaande woning een landelijke uitstraling met een langskap. Aan zijde van de woning is het ruimte voor een bijgebouw. Achter de bestaande woonboerderij is een bijgebouw aanwezig dat is opgesplitst in een gedeelte dat gebruik wordt ten behoeve van statische opslag van caravans (194 m2) en een gedeelte dat wordt gebruikt als bijgebouw bij de woning (68 m2), waarin o.a. werktuigen staan opgeslagen ten behoeve van het onderhouden van de tuin en het achterliggende agrarische perceel met vijvers.
Perceel huidig
Plangebied nieuwe woning
Onderhavig advies geeft inzicht in welke inrichtingsmaatregelen er genomen moeten worden opdat de beoogde ontwikkeling kan worden gerealiseerd.
Figuur 1: Ligging plangebied
Landschappelijke inpassing - Hazelberg 5, Veghel
4
Bestemmingsplan In het vigerende bestemmingsplan Buitengebied zijn de gronden deels bestemd als ‘Wonen’ (6.750 m²). Volgens het vigerende bestemmingplan is ter plaatse één woning toegestaan. Het oprichten van een nieuwe vrijstaande woning is echter niet mogelijk op grond van het geldende bestemmingsplan. Op het achterperceel rust de bestemming ‘Agrarisch’. Verder ligt er een rioolleiding dubbelbestemming ‘Leiding-Riool’) en kennen de gronden de dubbelbestemming ‘Waarde Archeologie – 4’. Een klein gedeelte van de locatie (perceel 1070) ligt op grondgebied van de gemeente Bernheze. Deze gronden hebben de bestemming ‘Agrarisch – Landbouwontwikkelingsgebied’.
De structuurvisie Veghel bevat de visie op het ruimteiljk beleid voor de periode tot 2030. De visie is op verschillende thema’s verder uitgewerkt, zo ook voor het thema wonen. In figuur 3 is een uitsnede te zien van de visiekaart wonen, waarop bebouwingsconcentraties in het buitengebied zijn opgenomen. Als gevolg van de al aanwezige bebouwingsdichtheid en functiemenging is de ontwikkelingsbehoefte in deze zones groter dan in de overige delen van het buitengebied. Ook de beleidsruimte voor verandering is daarom groter. Echter moet de ruimtelijke karakteristiek worden versterkt door o.a. realisatie of behoud van groen, belangrijke zichten en waardevolle open ruimten. Binnen de bebouwingsconcentraties verruimde mogelijkheden voor woningbouw aanwezig. Verder zijn hier veranderingen mogelijk in het gebruiksoppervlak en de functie van bestaande bebouwing. Daarnaast kunnen gebouwen en functies worden toegevoegd. Uitgangspunt en belangrijke randvoorwaarde bij het toestaan van deze verruimde mogelijkheden is echter altijd, dat deze gepaard moeten gaan met een ruimtelijke kwaliteitsverbetering. Agrarisch landschap noordflank Veghel In het noorden van de gemeente ligt eveneens een agrarisch landschap. Het maakt deel uit van een veel groter agrarisch gebied rond Vorstenbosch en Heeswijk-Dinther.
Hoewel minder intensief en dominant dan in het agrarisch kerngebied vormt de agrarische sector ook hier de drager. De mogelijkheden voor de inpassing van functies als wonen en kleinschalige recreatieve voorzieningen zijn echter groter. Als dit gebeurt geldt wederom de eis dat de bijbehorende bebouwing aan de linten is gekoppeld (Structuurvisie Veghel 2030),
Figuur 2: Vigerend bestemmingsplan (Bron: Ruimtelijke plannen) Structuurvisie Veghel 2030
Landschappelijke inpassing - Hazelberg 5, Veghel
Figuur 3: Uitsnede visiekaart Wonen (Bron: Structuurvise Veghel 2030)
5
1.3
Kenschets landschap
Landschapstype De weg Hazelberg is de grens tussen een jonge broekontginning (noordzijde) en de oude ontginningen (zuidzijde). Het plangebied ligt nog net in de jonge broekontginning het Hazelbergse Broek. Van oorsprong liggen deze gebieden op de lager gelegen delen van de dekzandvlaktes. Oorspronkelijk waren dit moerassen met voornamelijk elzen en berken. De jonge broekontginningen worden gekenmerkt door een rationele verkavelingsstructuur. De kavels waren lang, ook wel slagen genoemd. Sloten waren nodig om het gebied bruikbaar te maken voor de landbouw. Een deel van deze gebieden kende naast de sloten ook hagen. In de jonge broekontginningen staat van oorsprong weinig bebouwing. Het grondgebruik bestaat voornamelijk uit boscomplexen en grasland en worden veel gebruikt door melkveehouderijen. Wegen zijn vaak voorzien van laanbeplantingen.
Geschiedenis De bebouwing van het buurtschap Hazelberg bestond omstreeks 1900 nog uit een handvol boerderijen op Dinthers grondgebied. In de jaren ‘30 van de vorige eeuw werden er, mogelijk ter stimulering van de economie, boerderijen gebouwd langs de Hazelbergsedijk, op Veghels grondgebied. Thans vormt deze bebouwing het zwaartepunt van het buurtschap. De boerderijen werden op enige afstand van elkaar gebouwd, zodat er een redelijk open bebouwingslint ontstond. Ter plaatse van het plangebied is het bebouwingslint de afgelopen jaren flink verandert: enkele agrarische bedrijven zijn gesaneerd en hebben plaatsgemaakt voor woningbouw. Alleen richting Heeswijk en in het gebied ten oosten van de Vorstenbosscheweg zijn nog enkele agrariërs actief.
Landschapskenmerken • De broekontginningen zijn grootschalig en open van karakter; • Typerend is de regelmatige blokverkaveling, recht en hoekig met diepe sloten; • Het terrein is vrij vlak; • De wegen vormen een grid en zijn nagenoeg allen voorzien van laanbeplantingen. Vaak zijn dit essen, eiken en populieren; • Er komen ook losse populieren bossen voor. De erfbeplantingen kennen naast essen en populieren ook els, noot en meidoorn. Ten zuiden van de Hazelberg gaat het landschap over in de oude ontginningen. Dit zijn de hoger gelegen gronden en daarom het meest geschikt voor de agrarische bedrijfsvoering. Dit zijn vaak halfopen, kleinschalige landschappen met een onregelmatig, organisch gevormd wegen- en verkavelingspatroon. Er is een grote diversiteit aan landschapselementen zoals lanen, houtwallen, bomenrijen, solitaire bomen, droge en natte boscomplexen en kleinere hakboutbosjes.
Landschappelijke inpassing - Hazelberg 5, Veghel
6
Figuur 8: 1880
Figuur 6: 1900
Figuur 4: 1960
Figuur 7: 1990
Figuur 5: Voorbeeld bijschrift figuur
Figuur 9: 2021
Locatiestudie en visie - De Schans, Haps
7
1.4
Huidige situatie
De locatie Hazelberg 5 bestaat uit een ‘huiskavel’ met daarop de woonboerderij van het langgeveltype, de tuin en enkele bij deze woning behorende bijgebouwen. Daarnaast bevinden een drietal voormalig agrarisch gebruikte schuren aanwezig. Deze schuren zijn in gebruik als caravanstalling en gedeeltelijk ook als opslaglocatie voor de beachsoccer en -volleybalactiviteiten. Achter deze schuren is een gedeelte van de landschappelijke (sier)tuin ingericht voor de beachsoccer en -volleybalactiviteiten en is een bijgebouw aanwezig dat dient als schuilgelegenheid en onderkomen voor de gebruikers van de beachsoccer en volleybalveldjes. Dit terrein is afgezoomd met een robuuste randbeplanting en op het terrein zelf zijn poelen aangelegd. Aan de straatzijde staat een lage haag van buxus en een rij van ca. 18 leilinden van nog geen 10 jaar oud. Er is nog een contour te herkennen van van een oude greppel die langs de voorkant van het perceel heeft gelopen. De bestaande boerderij heeft een voorerf dat bestaat uit gras met een aantal solitaire heesters en bomen. De laanbeplanting langs de weg bestaat uit zomereiken is onregelmatig: er zijn wat gaten gevallen in de rijen.
Figuur 10: lage haag met daarachter de rij van leilinden
Figuur 12:
huidige rij van geknotte populieren
Figuur 11: strook grasland tussen de zaksloot en de populierenrij
Figuur 13: voorerf bij de bestaande boerderij
De westzijde van het plangebied ligt aan een zaksloot, die vanuit het westen naar het noorden loopt richting de Roestenburgseweg. Tussen de sloot en de toegang naar het beachsoccer en -volleybalterrein ligt een strook grasland voor kleinvee. Op deze strook is ook een rij geknotte populieren aanwezig, die voor de camouflage van de gebouwen zorgen.
Landschappelijke inpassing - Hazelberg 5, Veghel
8
Poel
2
Inpassingsplan
Om de planontwikkeling mogelijk te maken zijn een aantal inrichtingsmaatregelen voorgesteld die op basis van het planvoornemen, de beleidskaders en kennis van het landschap en locatie zijn vormgegeven. Naaststaande schets illustreert de voorgestelde maatregelen, gevolgd door een argumentatie. De inpassingsmaatregelen zetten in op het versterken van de aanwezige landschappelijke elementen en het huidige straatbeeld. Dit stuk van de Hazelberg kenmerkt zich door de aanwezigheid van besloten woonpercelen dicht aan de weg. Dit is het gevolg van een recente transformatie van agrarische percelen en gebouwen naar relatief kleinere woonpercelen. De afstand van de gebouwen tot de weg wisselt, maar de orientatie is overwegend parallel aan de Hazelberg. Met de nieuwbouw sluiten we aan bij de langsrichting (hoofdgebouw). De rooilijn ligt ca. 4m. dichter bij de weg dan de bestaande boerderij. Op deze manier draagt de ontwikkeling bij aan de bestaande karakteristiek. Concreet zijn de volgende ingrepen voorgesteld: 1. Aanplanten nieuwe beukenhaag over de gehele lengte voorzijde en gedeeltelijk de zijkant van de voortuinen; 2. Aanvullen bestaande bomenrij aan de Hazelberg; 3. Strook westzijde perceel inrichten met bloem- en kruidenrijk grasland en inzetten als waterbergingsperceel voor afwatering nieuwe woning; 4. Aanvullen bestaande rij populieren met de aanplant van nieuwe populieren.
nieuwe populieren
4
uitzicht naar open landschap
194m2 593m2
bloem- en kruidenrijk grasland en waterberging
3
68m2
1
nieuwe vrijstaande woning (indicatief)
bestaande populieren (geknot)
P
P
1
2 aanvullen laanbeplanting
Landschappelijke inpassing - Hazelberg 5, Veghel
te slopen bebouwing
963m2
aanleg lage beukenhaag bestaand pad en parkeerplaatsen
2.1
Inrichtingsmaatregelen
2.1.1 Aanplanten nieuwe beukenhaag hoogte ca. 1 meter over de gehele lengte voorzijde en gedeeltelijk zijkant voortuinen. Om het straatbeeld te verbeteren wordt er een nieuwe beukenhaag van ca. 1 meter hoog aangeplant voor de nieuwe woning en voor de bestaande woning. Beukenhagen passen in het straatbeeld van de Hazelberg, aan de overzijde zijn deze ook toegepast. Aan de oostzijde bij de bestaande woning loopt de beukenhaag door totdat deze aansluit op een bestaande haagbeuk. Aan de westzijde wordt een nieuwe beukenhaag geplant als erfafscheiding van de voortuin, deze loopt door tot het einde van het nieuw te bouwen bijgebouw. 2.1.2 Strook westzijde perceel inrichten met bloem- en kruidenrijk grasland en inzetten als waterbergingsperceel voor afwatering nieuwe woning. De strook aan de westzijde van het perceel, ten westen van de rij populieren wordt ingezaaid met bloem- en kruidenrijk grasland. Daarnaast kan deze strook worden ingezet voor waterberging. Door een natuurlijke inrichting kan de strook een bijdrage leveren aan de lokale ecologische waarden en de biodversiteit verhogen. De overgang van de sloot naar de populierenrij maakt dit gebied aantrekkelijk voor diverse kleine fauna, vogels en insecten.
2.2
Kwaliteitsbijdrage
Voor het realiseren van een nieuwe woning in het buitengebied geldt dat er voor de bijdrage in het versterken van de omgevingskwaliteit een minimale inspanning ter hoogte van € 125.000 per wooneenheid geldt. De regels die de provincie Noord-Brabant hanteert voor het realiseren van voldoende fysieke tegenprestatie zijn eenduidig vastgelegd in de beleidsregel maatwerk voor omgevingskwaliteit. Met de ontwikkeling van de Hazelberg 5 wordt voorzien in de sloop van gebouwen, verhardingen, asbestsanering, het dichten van mestputten en de aanleg en versterking van landschapselementen. Met deze maatregelen kan niet geheel worden voorzien in een tegenprestatie die gelijkstaat aan de inspanningsverplichting. Initiatiefnemers storten het overige bedrag in het landschapsfonds van de gemeente Meierijstad genaamd Verbetering Kwaliteit Buitengebied. De tabel in bijlage 2 toont de berekening van de fysieke tegenprestatie. Hierin zijn de landschapselementen opgenomen die nodig zijn voor de inpassing en kwaliteitsverbetering van de nieuwe woning, zoals de aanvulling van de straatbomen, aanplant van populieren en de aanleg van het kruidenrijk mengsel.
2.3 Beplantingsindicatie
2.1.3 Aanvullen bestaande rij populieren met aanplant nieuwe populieren in noordelijke richting.
De soortensamenstelling voor de toe te voegen beplanting is toegespitst op inheemse soorten die passen bij het karakter van het gebied en de bodemgesteldheid.
De bestaande rij populieren is een kenmerkend landschappelijk element en vormt een groene rand van het perceel. Deze wordt versterkt door de rij door te trekken in noordelijke richting. Het zicht vanuit de achtertuin richting het open landschap blijft behouden.
In de tabel op de volgende pagina zijn de verschillende vakken, maatvoering, voorgesteld sortiment, plantverband en het aantal aan te schaffen stuks opgenomen.
Landschappelijke inpassing - Hazelberg 5, Veghel
10
Maatregel
Omvang/stuks
Voorgesteld sortiment
Verband
Aanplant nieuwe beukenhaag hoogte ca. 1 meter
ca. 153 strekkende meter
Fagus sylvatica
plantafstand 25 cm
Aanvullen bomenrij (straat)
2 stuks
Quercus robur
Aansluiten op plantafstand bestaande rij tussen de 8 en 10 meter. Aanplantmaat: minimale stamomtrek14/16 cm
Aanvullen bomenrij populieren
ca. 8 stuks
Populus nigra
Plantafstand 1 meter. Aanplantmaat: minimale stamomtrek12/14 cm
Aanleg bloem- en kruidenrijk grasland
ca. 800m2
divers grasmengsel zoals bijv. Botanische hooilandrand of Bloemenblok voor akkervogels op bouwland
n.v.t.
Landschappelijke inpassing - Hazelberg 5, Veghel
11
Bijlage 1 - Inpassingsplan
Landschappelijke inpassing - Hazelberg 5, Veghel
Poel
nieuwe populieren
4 te slopen bebouwing
963m2
uitzicht naar open landschap
194m2 593m2
bloem- en kruidenrijk grasland en waterberging
3
68m2
1
nieuwe vrijstaande woning (indicatief)
bestaande populieren (geknot)
P
P
1
2 aanvullen laanbeplanting
Landschappelijke inpassing Tekeningnaam Hazelberg 5/ ong. Veghel Projectnaam inclusief locatie gemeente Meierijstad Opdrachtgever
aanleg lage beukenhaag bestaand pad en parkeerplaatsen behouden
datum datum 08-08-2022 05-15-2025
getekend getekend BC TN
projectnr. projectnr. P00124 P00990
pagina pagina 13/16 1/1
formaat formaat A3 A3
schaal schaal 1:1000 1:500
Bijlage 2 - Kwaliteitsbijdrage
Landschappelijke inpassing - Maatregel
Omvang tegenprestatie
bouwtitel
vrijstaande woning subtotaal
Tegenprestatie**
sloop stal 1 sloop stal 2 Totaal sloop stallen verharding rondom stallen verwijderen verwijderen mestputten
norm 1 €
omvang
norm
963 € 593 € 1556 1600 € 560 €
totaal 125.000,00 € €
totaal
125.000,00 125.000,00
25,00 € 25,00 € € 5,00 € 5,00 €
24.075,00 14.825,00 38.900,00 8.000,00 2.800,00
TOTAAL €
49.700,00
Overige fysieke maatregelen Sloopkosten asbest golfplaten daken Aanvoer 965 m3 zand tbv dichten mestputten Totaal
1556 € 965 €
2,00 € 5,00 € €
3.112,00 4.825,00 7.937,00
Landschappelijke inpassing Aankoop en aanplanten straatbomen Aankoop en aanplanten populieren Beheer* bomen subtotaal landschappelijk inpassing en beheer
2 € 8 € 8 €
500,00 € 90,22 € 191,16 € €
1.000,00 721,76 1.529,28 3.251,04
Storting in Verbetering Kwaliteit Buitengebied (gemeentelijk fonds)
1 €
64.111,96 €
64.111,96
€
125.000,00
Totaal *voor een periode van 6 jaar
Landschappelijke inpassing - Maatregel
15
Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam +31 (0)20 506 19 99
Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400
Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info@bro.nl www.bro.nl
Bijlage 2 Quickscan Flora en Fauna
NL.IMRO.1948.BGV000BP0032023P-ON01
Pagina: 23 van 210
Datum:3-10-2025
Quickscan flora en fauna Hazelberg 5 te Veghel Toetsing aan natuurwetgeving en -beleid
colofon
titel rapport Quickscan flora en fauna Hazelberg 5 te Veghel datum 25 mei 2022 projectnummer P00990 opdrachtgever Particulier BRO projectleider JRi opgesteld door RdM interne controle MvdS bron Kaft NLu
BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl www.bro.nl
Inhoudsopgave 1
Inleiding Werkwijze quickscan flora en fauna
3 3
2
Planbeschrijving Huidige situatie Toekomstige situatie
4 4 4
3
Toetsing gebiedsbescherming Wettelijke gebiedsbescherming Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid Toetsing beschermde houtopstanden
6 6 6 6
4
Toetsing soortenbescherming Vogels Vleermuizen Grondgebonden zoogdieren Reptielen Amfibieën Vissen Ongewervelde diersoorten Vaatplanten
8 9 9 10 10 10 11 11 11
5
Conclusie Vervolgtraject en advies
12 12
Soortgericht onderzoek
6
Samenvatting Geraadpleegde bronnen
woensdag 25 mei 2022
12
13 14
2
1 Inleiding Quickscan flora en fauna Hazelberg 5 te Veghel
1
Inleiding
Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt dat deze in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid moeten worden uitgevoerd. In het kader van een bestemmingsplanwijziging ten behoeve van meerdere werkzaamheden aan de Hazelberg 5 te Veghel, is door middel van een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan) een beoordeling gemaakt van de mogelijke effecten die het plan kan hebben op beschermde natuurwaarden. Hierdoor wordt duidelijk of het plan in overeenstemming is met de natuurwetgeving. De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Omtrent houtopstanden is de voormalige nationale Boswet eveneens in de Wet natuurbescherming opgenomen. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS).
1
Werkwijze quickscan flora en fauna In de quickscan zijn de gevolgen van de ruimtelijke ingreep afgezet tegen potentieel aanwezige natuurwaarden die vanuit de Wet natuurbescherming en provinciaal beleid zijn beschermd. Deze werkwijze vloeit voort uit de brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’ van het Ministerie van Economische Zaken van december 2016. Om een beeld te krijgen van de natuurwaarden is op 14 april 2022 tussen 11.00 – 12.00 uur door een ecoloog van BRO1 een verkennend veldbezoek gebracht aan het plangebied en de directe omgeving hiervan. Het was circa 16°C, half bewolkt, zonder neerslag, met een noordwestenwind van 2 Bft. Tijdens het veldbezoek is gelet op de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten op basis van het aanwezige habitat en nest-/verblijfsmogelijkheden. Daarnaast is aan de hand van verspreidingsatlassen, soortgerichte literatuur, NDFF-gegevens en op basis van ‘expert judgement’ nagegaan welke beschermde planten- en diersoorten er voor kunnen komen binnen en nabij het plangebied en zijn omtrent gebiedsbescherming gegevens van de provincie Noord-Brabant geraadpleegd. Aan de hand van het verkennende onderzoek is vervolgens beoordeeld welke beschermde soorten daadwerkelijk voor (kunnen) komen binnen het plangebied en is er vervolgens een inschatting gemaakt van de effecten van de ruimtelijke ontwikkeling op beschermde natuurwaarden.
BRO is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus en heeft als doel kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging. Onze werkzaamheden voeren wij dan ook uit volgens de door het NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, aangevuld in februari 2010). De medewerkers binnen de discipline ecologie voldoen aan de door het Ministerie van EZ genoemde voorwaarden voor ter zake deskundigen op het gebied van ecologisch onderzoek.
woensdag 25 mei 2022
3
2 Planbeschrijving Quickscan flora en fauna Hazelberg 5 te Veghel
2
Planbeschrijving
Het plangebied is gelegen ten noorden van de A50 en de kern van Veghel. Met name agrarische percelen en boerenerven omringen het plangebied. De percelen binnen het plangebied staan bekend als nummer 4140 (Veghel) en nummer 1070 (Bernheze). In figuur 1 is de topografische ligging van het plangebied weergegeven. Huidige situatie Figuur 1: Topografische kaart ligging plangebied (1:25.000)
In het zuidoosten van het plangebied is een langgevelboerderij aanwezig. De voorgevel ligt parallel aan de straat, op ruime afstand daarvan. Het rechter deel van de boerderij is het oorspronkelijk woondeel en het linker deel is het oorspronkelijk bedrijfsdeel. Binnen het plangebied bevinden zich naast de bestaande langgevelboerderij nog voormalige agrarische stallen. Deze stallen zijn al sinds de jaren negentig niet meer in gebruik voor agrarische doeleinden. De twee grote stallen dateren van respectievelijk 1980 en 1973 en hebben een oppervlakte van 963 m2 en 593 m2. Tevens is er achter de langgevelboerderij nog een loods aanwezig van 194 m2. In het noorden ligt groen en oppervlaktewater. In figuur 2 is een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving weergegeven. De figuren 4 t/m 9 geven een impressie van het plangebied, middels foto’s die zijn genomen tijdens het verkennende veldbezoek. Toekomstige situatie Initiatiefnemer is voornemens om de bestaande beeldbepalende woonboerderij te splitsen in twee wooneenheden en om ter plaatse van de huidige stallen twee twee-onder-éénkapwoningen te realiseren. Het groen en oppervlaktewater in het noorden blijven ongewijzigd en worden verder buiten beschouwing gelaten.
woensdag 25 mei 2022
Figuur 2: Luchtfoto plangebied en directe omgeving
4
2 Planbeschrijving Quickscan flora en fauna Hazelberg 5 te Veghel
Figuur 4: Stallen binnen het plangebied
Figuur 5: Zuidgevel stallen
Figuur 3: Langgevelboerderij in het zuidoosten van het plangebied
Figuur 6: Loods en langgevelboerderij gezien vanuit het noorden
woensdag 25 mei 2022
Figuur 7: Binnenzijde bedrijfsdeel langgevelboerderij
Figuur 8: Noordzijde stallen
5
3 Toetsing gebiedsbescherming Quickscan flora en fauna Hazelberg 5 te Veghel
3
Toetsing gebiedsbescherming
aspect stikstof is echter alleen verkrijgbaar middels een berekening in AERIUS Calculator. Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid
Wettelijke gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming, heeft voor wat betreft gebiedsbescherming, betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningsplichtig. Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, “Vlijmens Ven, Moerputten en Bossche Broek”, bevindt zich op circa 16,5 kilometer afstand ten westen van het projectgebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren als toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het plangebied zijn externe effecten als gevolg van aspecten als licht, geluid en trillingen uitgesloten. Daar de voorgenomen ontwikkeling de realisatie van twee woningen en splitsen van een bestaande woning betreft, is een toename aan stikstofuitstoot gedurende de gebruiksfase te verwachten.
Gezien de afstand tot het Natura 2000-gebied is een toename aan stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied redelijkerwijs niet aan de orde, waardoor een negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied is uitgesloten. Volledige zekerheid omtrent het
woensdag 25 mei 2022
Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen Gedeputeerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. Binnen de provincie Noord-Brabant bestaat het NNN uit het Natuurnetwerk Brabant (NNB) en Ecologische Verbindingszones (EVZ). Daarnaast wordt ook de groenblauwe mantel beleidsmatig beschermd. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied te verbinden. Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen. Het plangebied is niet gelegen binnen het NNB (zie figuur 10). Het dichtstbijzijnde onderdeel van het NNB ligt ongeveer 640 meter ten noorden van het plangebied.
Gezien de aard van de voorgenomen plannen zullen de omgevingscondities redelijkerwijs gelijk blijven, waardoor de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB niet worden aangetast. Vervolgonderzoek in het kader van het NNB wordt dan ook niet noodzakelijk geacht.
Figuur 9: Ligging NNB (groen) ten opzichte van perceel plangebied (rood omlijnd)
Toetsing beschermde houtopstanden De bescherming van houtopstanden, conform de Wet natuurbescherming, heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de bebouwde kom. Wanneer houtopstanden worden geveld, niet vallende onder arti-
6
3 Toetsing gebiedsbescherming Quickscan flora en fauna Hazelberg 5 te Veghel
kel 4.1 van de Wet natuurbescherming, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie (artikel 4.2 Wnb). Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, verplicht artikel 4.3 van de Wet natuurbescherming om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw aan te planten. Er geldt een algehele vrijstelling van de herplantplicht voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. Aangezien bij de plannen geen (onderdelen van) houtopstanden verloren gaan is toetsing aan het onderdeel houtopstanden conform de Wet natuurbescherming bij dit plan niet aan de orde.
woensdag 25 mei 2022
7
4 Toetsing soortenbescherming Quickscan flora en fauna Hazelberg 5 te Veghel
4
Toetsing soortenbescherming
De Wet natuurbescherming heeft, voor wat betreft soortenbescherming, betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders, enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten. De beschermde soorten zijn ingedeeld in drie categorieën:
Vogels (artikel 3.1 Wet natuurbescherming) Europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wnb) Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb)
Beschermde soorten vanuit nationaal oogpunt betreffen soorten uit ‘bijlage A en B’ van de Wet natuurbescherming. Beschermde soorten vanuit Europees oogpunt betreffen soorten uit Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, de soorten uit Bijlage 1 en 2 Verdrag van Bern, en Bijlage 1 Verdrag van Bonn, en alle in Europa inheemse vogels (Vogelrichtlijn). De drie beschermingsregimes kennen elk hun eigen verbodsbepalingen. De verbodsbepalingen voor vogels en overige Europese soorten (categorie 1 en 2) zijn letterlijk overgenomen uit respectievelijk de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Voor de andere, ‘nationaal’ beschermde soorten (categorie 3) gelden verbodsbepalingen die geïnspireerd zijn op de Habitatrichtlijn, maar in sommige opzichten minder streng zijn. In tabel 1 zijn de verbodsbepalingen per regime weergegeven. De Wet natuurbescherming regelt dat de provincie bevoegd gezag is en de lijst met te beschermen soorten kan afstemmen op de situatie in de provincie. De soortbescherming kan hierdoor per provincie verschillen. In het algemeen gelden voor alle drie de categorieën de zogenoemde verbodsregels. Een ontheffing hierop wordt voor de Nationaal beschermde
woensdag 25 mei 2022
soorten (art. 3.10 Wnb) met een lichte toets verleend. Voor de vogels en Europees beschermde soorten geldt een zware toetsing. Het verschil binnen provincies zit vooral in het aantal nationaal beschermde soorten met een vrijstelling bij onder meer ruimtelijke ontwikkelingen. Zo zijn, in tegenstelling tot een aantal andere provincies, de kleine marterachtigen (wezel, hermelijn en bunzing) binnen de provincie Noord-Brabant niet vrijgesteld.
Tabel 1
Voor alle soorten, dus ook voor de soorten die niet onder de aangewezen bescherming vallen, of die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt de zogenaamde ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wnb). Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan aanwezige soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de
Verbodsbepalingen per categorie beschermde soorten
Vogels (artikel 3.1 Wnb)
Europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wnb)
Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb)
Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen
Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen
Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen
Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben
Art. 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen
-
Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort
Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren
-
-
Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
8
4 Toetsing soortenbescherming Quickscan flora en fauna Hazelberg 5 te Veghel
jongen. De zorgplicht geldt altijd en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als er een ontheffing of vrijstelling is verleend. Komen soorten van de hierboven genoemde beschermingsregimes voor, dan is de eerste vraag of de voorgenomen activiteit effecten heeft op de beschermde soorten. Treden er effecten op, dan dient er gekeken te worden of er (provinciale) vrijstelling verleend kan worden (al dan niet door te werken volgens een goedgekeurde gedragscode), of dat er een alternatieve oplossing mogelijk is waardoor er geen negatief effect kan plaatsvinden. Indien dit niet mogelijk is, zal ontheffing aangevraagd moeten worden op basis van een geldig wettelijk belang, waarbij de gunstige staat van instandhouding van beschermde soorten niet in het geding komt. De ontheffing kan dan onder voorwaarden worden verleend.
De boerderij heeft een zadeldak belegd met platte dakpannen en kleigebakken dakpannen. De gevelpannen sluiten goed aan gevel en er zijn geen kieren aanwezig, waardoor gierzwaluw kan worden uitgesloten. Wel zijn de openingen onder de eerste rijen dakpannen toegankelijk voor huismus en zijn meerdere huismussen zittend op de regengoot waargenomen. Onderzoek zal moeten uitblijken hoeveel nestlocaties van huismus hier aanwezig zijn. Indien werkzaamheden worden uitgevoerd aan het dak, en de nesten verloren gaan, is er mogelijk sprake van een overtreding met betrekking tot de Wet Natuurbescherming. De stallen hebben een golfplaten dak. De dakranden sluiten goed aan op de gevels, waardoor nestlocaties van gierzwaluw kunnen worden uitgesloten. Wel zijn er enkele openingen langs de lagere einden van het dak aanwezig, tussen de bollingen van de golfplaten en de gevel, waarbinnen een nestlocatie van huismus niet kan worden uitgesloten (figuur 10).
Vogels Op de ‘Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten’ van het Ministerie van LNV (augustus 2009) wordt onderscheid gemaakt in verschillende categorieën vogelnesten. Van de meeste vogelsoorten zijn de nesten uitsluitend beschermd wanneer deze tijdens de broed- en nestperiode in gebruik zijn. Het gaat om soorten die jaarlijks nieuwe nesten maken. Van een aantal soorten roofvogels en uilen, koloniebroeders en gebouw bewonende vogelsoorten (‘categorie 14 soorten’) zijn de nesten en de functionele leefomgeving jaarrond beschermend. Ten slotte is er een categorie nesten van vogelsoorten die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed, maar die over voldoende flexibiliteit beschikken om, als die broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen (‘categorie 5-soorten’).
woensdag 25 mei 2022
In de opgaande beplanting binnen en rond het plangebied bevinden zich tevens geen jaarrond beschermde nesten van vogels als buizerd, sperwer en ransuil. Wel kunnen hier mogelijk “algemene” soorten als merel, roodborst, heggenmus, zwartkop, winterkoning en houtduif tot broeden komen. Toetsing Bij sloop van de stallen en werkzaamheden aan de boerderij bestaat de kans dat er één of meerdere nesten van de huismus verloren gaan. Nesten van de huismus zijn jaarrond beschermd. Middels een vervolgonderzoek dient duidelijk te worden of zich onder de daken van de gebouwen nesten van de huismus bevinden. Op basis van het vervolgonderzoek wordt bepaald of er bij uitvoering van de sloop sprake is van overtreding, en of het treffen van maatregelen en een ontheffingsprocedure aan de orde is alvorens er mag worden gesloopt.
Figuur 10: Opening tussen bolling van golfplaten en gevel van opstal
Vleermuizen Volgens verspreidingsgegevens van de Zoogdiervereniging is het plangebied gelegen in een deel van Nederland waar de volgende vleermuissoorten kunnen voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, meervleermuis en watervleermuis en franjestaart. De gevelpannen van het pannendak van de boerderij sluiten goed aan op de gevels, waardoor er geen geschikte openingen naar achterliggende ruimten aanwezig zijn. Daarnaast zijn er geen open stootvoegen, kieren of andere openingen naar eventuele ruimten in de spouw of gevel aanwezig. Bij de stallen sluit de dakrand goed aan op de gevels en zijn er geen kieren of andere openingen naar ruimten onder het dak aanwezig. De openingen tussen de bollingen van de golfplaten en de gevel leiden naar de ruimte tussen de isolatieplaten en de golfplaten. Dit is een voor vleermuizen te hoge ruimte zonder wegkruipmogelijkheden. Binnen de gevels van de stallen zijn geen open stootvoegen of andere
9
4 Toetsing soortenbescherming Quickscan flora en fauna Hazelberg 5 te Veghel
openingen aanwezig. De aanwezigheid van een rust- of verblijfplaats van een vleermuissoort binnen de stallen kan redelijkerwijs worden uitgesloten. Het opgaand groen en oppervlaktewater in het noorden van het plangebied kan mogelijk dienen als vliegroute en/of foerageergebied voor een of meerdere soorten vleermuizen. Toetsing De bebouwing bevat geen potentiële verblijfplaatsen. Bij uitvoering van de voorgenomen ontwikkeling zal er geen sprake zijn van (potentiële) overtreding met betrekking tot vaste rustof verblijfplaatsen. Wel dient licht gericht of uitstralend op het opgaand groen en oppervlaktewater in het noorden van het plangebied te worden vermeden. Grondgebonden zoogdieren Het plangebied vormt matig geschikt habitat voor grondgebonden zoogdieren. Soorten als egel en huisspitsmuis kunnen in het plangebied worden waargenomen. Door de aanwezigheid van voldoende alternatief foerageergebied betreft de ontwikkeling geen afname van essentieel foerageergebied voor deze soorten. Daarbij geldt voor al deze soorten een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. In het kader van de zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om tijdens de werkzaamheden voldoende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen, met name een relatief trage soort als de egel die onder dichte beplanting verscholen kan zitten.
Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen. Dieren moeten de gelegenheid krijgen om het werkgebied zelfstandig en veilig te kunnen verlaten. Indien noodzakelijk dienen soorten zorgvuldig te worden verplaatst naar buiten het werkgebied.
woensdag 25 mei 2022
Volgens de verspreidingsgegevens komen in de omgeving van het plangebied ook de niet vrijgestelde soorten wezel, hermelijn, bunzing, steenmarter, eekhoorn, das en bever voor. Gezien het relatief kale habitat rond de bebouwing betreft het hier geen essentieel habitat voor de betreffende kleine marterachtigen. Daarnaast wordt voor de kleine marterachtigen bij voorbaat geen vervolgonderzoek noodzakelijk geacht, aangezien het plangebied kleiner dan 1 hectare betreft en bij de werkzaamheden geen leefgebied in potentie doorsneden wordt (Bouwens, 2017). Er zijn geen holen of nesten binnen de bebouwing, in de grond of in de bomen aangetroffen die zouden kunnen dienen als schuil- of nestplaats voor de kleine marterachtigen of de steenmarter. Binnen het plangebied zijn tevens geen nesten of sporen van de eekhoorn aangetroffen dan wel burchten, loop- of eetsporen, latrines of wissels die duiden op de aanwezigheid en/of het gebruik van het plangebied door de das. De aanwezigheid van bever en andere strenger beschermde grondgebonden zoogdiersoorten zijn op basis van de verspreidingsgegevens en/of het ontbreken van geschikt habitat eveneens redelijkerwijs uitgesloten. Toetsing Met de ontwikkeling binnen het plangebied gaan geen verblijfplaatsen van niet-vrijgestelde soorten verloren. Ook gaat er geen (essentieel) leefgebied van een grondgebonden zoogdiersoort verloren.
Inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van lokale populaties van soorten en overtreding van de Wnb is niet aan de orde. In het kader van de zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen. Reptielen
natuurgebieden in de omgeving. Het plangebied zelf en de directe omgeving biedt geen geschikt habitat voor deze soorten. Het voorkomen ervan binnen het plangebied is daarmee dan ook uitgesloten. Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van reptielen zijn op voorhand uitgesloten. Amfibieën In de omgeving van het plangebied zijn algemene soorten bekend als bruine kikker, gewone pad, bastaardkikker en kleine watersalamander. Volgens de verspreidingsgegevens zijn in de omgeving van het plangebied ook waarnemingen van de niet vrijgestelde rugstreeppad, poelkikker, Alpenwatersalamander en kamsalamander bekend. In het deel van het plangebied waar de werkzaamheden plaatsvinden zijn geen oppervlaktewater of schuilgelegenheden aanwezig, waardoor de aanwezigheid van de meeste van deze soorten binnen het plangebied redelijkerwijs is uitgesloten. Met betrekking tot een incidenteel passerend individu van een algemene (vrijgestelde) soort is enkel de zorgplicht van toepassing. Toetsing De voorgenomen plannen zullen geen afname van geschikt essentieel habitat van een amfibieënsoort veroorzaken, inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van populaties en overtreding van de Wnb is dan ook uitgesloten. In het kader van de algemene zorgplicht is het wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor eventueel passerende individuen.
Volgens verspreidingsgegevens van RAVON zijn in de omgeving van het plangebied waarnemingen bekend van de muurhagedis. De waarnemingen hebben betrekking op de
10
4 Toetsing soortenbescherming Quickscan flora en fauna Hazelberg 5 te Veghel
Vissen Vanwege het ontbreken van geschikt oppervlaktewater binnen het plangebied kan deze soortgroep buiten beschouwing worden gelaten. Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vissen zijn op voorhand uitgesloten.
zien het aanwezige biotoop van het plangebied is de aanwezigheid van dergelijk beschermde vaatplanten redelijkerwijs uitgesloten. Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vaatplanten zijn op voorhand uitgesloten.
Ongewervelde diersoorten In de ruime omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van grote vos, grote weerschijnvlinder, kleine ijsvogelvlinder en teunisbloempijlstaart. Al deze soorten stellen echter zeer specifieke eisen aan hun habitat, die in het plangebied niet aanwezig zijn. Aanwezigheid van de overige beschermde libellen en vlinders is vanwege de verspreiding en/of aanwezig habitat uitgesloten. Aantasting van (deel)populaties van een beschermde libellen- of vlindersoort is met zekerheid niet aan de orde. De aanwezigheid van de overige beschermde ongewervelde soorten, zoals vermiljoenkever, vliegend hert, Europese rivierkreeft en platte schijfhoren, is eveneens uitgesloten. Binnen het plangebied en in de omgeving is hiervoor geen geschikt habitat aanwezig. Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde ongewervelde soorten zijn op voorhand uitgesloten. Vaatplanten In de directe omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van de beschermde kartuier anjer. Deze soort stelt echter zeer specifieke eisen aan zijn standplaats. Ge-
woensdag 25 mei 2022
11
5 Conclusie Quickscan flora en fauna Hazelberg 5 te Veghel
5
Conclusie
Gelet op de potentiële ecologische waarden kan het voorgenomen plan alleen in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid worden uitgevoerd, mits voorafgaand en tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden het bepaalde in de Wet natuurbescherming in acht wordt genomen:
Met betrekking tot de sloop zijn overtredingen ten aanzien van het verstoren/verwijderen van nestlocaties van huismus op basis van de quickscan niet uit te sluiten. Vervolgonderzoek gedurende het juiste seizoen dient hieromtrent uitsluitsel te geven; Ten aanzien van vleermuizen dient licht gericht of uitstralend op opgaand groen en oppervlaktewater in het noorden van het plangebied te worden vermeden; Ten aanzien van broedvogels dient, om overtreding op voorhand redelijkerwijs te voorkomen, het verwijderen van nestgelegenheid buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd, of een controle moet de aanwezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten; In het kader van de algemene zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen.
woensdag 25 mei 2022
Vervolgtraject en advies Soortgericht onderzoek De sloop van de stallen en werkzaamheden aan de boerderij binnen het plangebied kan negatieve gevolgen hebben voor huismus, wat een overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming betreft. Daarom zal middels soortgericht vervolgonderzoek eerst inzichtelijk moeten worden of in de huidige situatie nestplaatsen aanwezig zijn van de betreffende soort(groep)en. Een onderzoek naar de huismus begint echter al eerder en loopt van april tot half mei. Bij de daadwerkelijke aanwezigheid van een of meerdere huismusnesten zal door het treffen van maatregelen; zoals het aanbieden van tijdelijke nestkasten, werken buiten de gevoelige periode en het geschikt maken van de nieuwe situatie, de functionaliteit van de nesten behouden moeten blijven en schade aan individuen moeten worden voorkomen.
12
6 Samenvatting Quickscan flora en fauna Hazelberg 5 te Veghel
6
Samenvatting
Tabel 2
In onderstaande tabel is samengevat of de voorgenomen ontwikkeling negatieve effecten kan hebben op beschermde soorten en/of gebieden, en wat de eventuele vervolgstappen zijn, zoals soortgericht nader onderzoek of vergunningstrajecten. In de tabel is tevens weergegeven of maatregelen noodzakelijk zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming voor bepaalde soortgroepen te voorkomen.
Tabel 3
Overzicht effecten met betrekking tot gebiedsbescherming en te nemen vervolgstappen
Gebiedsbescherming
Afstand tot gebied
Sprake van aantasting
Vervolgtraject
Bijzonderheden / opmerkingen
Natura 2000
Ca. 16,5 km
Nee
-
Geen externe verstorende factoren
Natuurnetwerk Nederland
Ca. 640 m
Nee
-
Ecologische waarde en kenmerken blijven gelijk
Houtopstanden
-
Nee
-
Niet van toepassing
Overzicht (potentiële) aanwezigheid beschermde soorten en te nemen vervolgstappen
Soortgroep
Broedvogels
Vleermuizen
Potentieel aanwezig
Sprake van overtreding
Vervolgtraject / maatregelen
Bijzonderheden / opmerkingen
Algemeen
Ja
Te voorkomen
Plangebied buiten broedseizoen bouwrijp maken of controle vooraf
Globale broedseizoen loopt van maart tot half augustus
Jaarrond beschermd
Ja
Mogelijk
Vervolgonderzoek naar huismus
Bij aanwezigheid is voor de sloop een ontheffing nodig
Verblijfplaatsen
Nee
Nee
-
-
Foerageerhabitat
Ja
Te voorkomen
Vliegroutes
Ja
Licht gericht of uitstralend op opgaand groen en oppervlaktewater in het noorden van het plangebied dient te worden vermeden
Licht heeft een verstorende werking op vleermuizen
Grondgebonden zoogdieren
Ja
Te voorkomen
Zorgplicht afdoende
Heeft betrekking op een soort als de egel
Reptielen
Nee
Nee
-
-
Amfibieën
Ja
Te voorkomen
Zorgplicht afdoende
Heeft betrekking op een soort als de gewone pad
Vissen
Nee
Nee
-
-
Ongewervelden
Nee
Nee
-
-
Vaatplanten
Nee
Nee
-
-
woensdag 25 mei 2022
13
6 Samenvatting Quickscan flora en fauna Hazelberg 5 te Veghel
Geraadpleegde bronnen Algemene Literatuur Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (RAVON) (red.) 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, Leiden / European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden. Dietz C., O. von Helversen & D. Nill 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. De Fontein/Tirion Uitgevers, Utrecht. Limpens, H., J. Regelink & R. Koelman 2010. Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Nijmegen. Ministerie van Economische Zaken 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Lees hier wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. Versie 1.3, december 2016. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag. SOVON Vogelonderzoek Nederland 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. Nederlandse fauna 5. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.
Zoogdiervereniging.nl (soortgegevens zoogdieren)
Provinciale websites Bouwens, S. 2017. Handreiking Kleine Marters in relatie tot Soortbescherming. Provincie Noord-Brabant Brabant.nl (NNN en beschermde gebieden in Noord-Brabant) Dassenwerkgroepbrabant.nl (gegevens das in NoordBrabant) Kaartbank.brabant.nl/viewer/app/Kaartbank (grenzen beschermde gebieden)
Algemene websites Bij12.nl (kennisdocumenten van o.a. huismus, gierzwaluw en diverse vleermuissoorten) Eis-nederland.nl (soortgegevens ongewervelden) Floron.nl (soortgegevens planten) Ravon.nl (soortgegevens amfibieën, reptielen en vissen) Sovon.nl (soortgegevens vogels) Synbiosys.alterra.nl/natura2000 (Natura 2000-gebieden) Verspreidingsatlas.nl/planten (verspreidingsgegevens planten) Vlinderstichting.nl (soortgegevens vlinders en libellen) Wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2019-01-01 (wettekst Wet natuurbescherming)
woensdag 25 mei 2022
14
6 Samenvatting Quickscan flora en fauna Hazelberg 5 te Veghel
Hoofdvestiging Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 Vestiging Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam T +31 (0)20 506 19 99 Vestiging Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen
www.bro.nl | info@bro.nl
woensdag 25 mei 2022
T +31 (0)77 373 06 01
15
Bijlage 3 Vervolgonderzoek huismus
NL.IMRO.1948.BGV000BP0032023P-ON01
Pagina: 40 van 210
Datum:3-10-2025
Resultaten vervolgonderzoek huismus Hazelberg 5, Veghel
colofon
titel rapport Resultaten vervolgonderzoek huismus datum 27 juni 2022 projectnummer P00990 opdrachtgever Particulier BRO projectleider JRi opgesteld door RdM interne controle MvdS bron Kaft RdM
BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl www.bro.nl
1 Inleiding Resultaten vervolgonderzoek huismus
Inhoudsopgave 1
Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Doel
3 3 3
2
Omschrijving plangebied 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie
3 3 3
3
Werkwijze 3.1 Huismussen
5 5
4
Resultaten 4.1 Huismussen
6 6
4.1.1 Nestlocaties
6
4.1.2 Leefgebied
6
4.1.3 Omgevingscheck
6
4.2 Overige soorten
7
5
Effectenbeoordeling en toetsing 5.1 Huismussen 5.2 Overige soorten
8 8 8
6
Conclusie
9
7
Bronnen
10
8
Verklarende Woordenlijst
11
maandag 27 juni 2022
2
1 Inleiding Resultaten vervolgonderzoek huismus
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
Opdrachtgever is voornemens om de stallen aan de Hazelberg 5 te Veghel te amoveren, en bijbehorende boerderij te splitsen. Middels een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan), uitgevoerd door BRO1, is vastgesteld dat de gebouwen binnen het plangebied geschikte nestplaatsen bevatten voor huismus. Naar aanleiding hiervan is onderzoek naar huismus uitgevoerd in het seizoen van 2022, om nesten van huismus vast te stellen dan wel met voldoende zekerheid uit te sluiten. In dit rapport worden de resultaten van dit nader onderzoek gepresenteerd.
1.2
Doel
Dit onderzoek zal antwoord geven op de volgende vragen: Zijn er nestplaatsen van de huismus aanwezig in de betreffende woningen? Zo ja, hoeveel nestplaatsen van huismus betreft het hier? Leiden de werkzaamheden tot verlies of verstoring van nestplaatsen? Leidt de sloop tot overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming en is een ontheffingsaanvraag noodzakelijk? Indien bij aanwezigheid van beschermde soorten het treffen van maatregelen noodzakelijk is, omdat de huidige nestplaats komt te vervallen/wordt verstoord, dan zullen deze (ten behoeve van een ontheffingsaanvraag) voldoende moeten worden onderbouwd middels een separaat activiteitenplan. Hierbij moet vast komen te staan dat de functies die de
gebouwen hebben voor de soort(en) behouden blijven. Ook dient te worden getoetst of de huidige staat van instandhouding van de soort(en) niet in het geding is.
2
Omschrijving plangebied
Ten behoeve van het eventueel indienen van een ontheffingsaanvraag dienen ook aspecten als doel, (wettelijk) belang en alternatievenafweging te worden onderbouwd. Deze eventuele vervolgfase ten behoeve van een ontheffingstraject maakt geen deel uit van onderhavig vervolgonderzoek.
2.1
Huidige situatie
Het plangebied is gelegen ten noorden van de A50 en de kern van Veghel. Met name agrarische percelen en boerenerven omringen het plangebied. De percelen binnen het plangebied staan bekend als nummer 4140 (Veghel) en nummer 1070 (Bernheze). In figuur 2 is de topografische ligging van het plangebied weergegeven. In het zuidoosten van het plangebied is een langgevelboerderij aanwezig. Het rechter deel van de boerderij is het oorspronkelijk woondeel en het linker deel is het oorspronkelijk bedrijfsdeel. Binnen het plangebied bevinden zich naast de bestaande langgevelboerderij nog voormalige agrarische stallen. Tevens is er achter de langgevelboerderij nog een loods aanwezig van 194 m2. In het noorden ligt groen en oppervlaktewater. In figuur 3 is een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving weergegeven. De figuren 1 en 4 t/m 6 geven een impressie van het plangebied, middels foto’s die zijn genomen tijdens het verkennende veldbezoek.
2.2
Toekomstige situatie
Initiatiefnemer is voornemens om de bestaande beeldbepalende woonboerderij te splitsen in twee wooneenheden en om ter plaatse van de huidige stallen twee twee-onder-éénkapwoningen te realiseren. Het groen en oppervlaktewater in het noorden blijven ongewijzigd en worden verder buiten beschouwing gelaten.
1
BRO is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus en heeft als doel kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging. Onze werkzaamheden voeren wij dan ook uit volgens de door het NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, aangevuld in februari 2010). De medewerkers binnen de discipline ecologie voldoen aan de door het Ministerie van EZ genoemde voorwaarden voor ter zake deskundigen op het gebied van ecologisch onderzoek. Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde protocollen en richtlijnen voor onderzoek.
maandag 27 juni 2022
3
2 Omschrijving plangebied Resultaten vervolgonderzoek huismus
Figuur 2: Topografische kaart ligging plangebied (1:25.000)
Figuur 3: Luchtfoto plangebied en directe omgeving
Figuur 1: Langgevelboerderij in het zuidoosten van het plangebied
Figuur 4:
Stallen binnen het plangebied
maandag 27 juni 2022
Figuur 5: Noordgevels stallen
Figuur 6: Loods en langgevelboerderij gezien vanuit het noorden
4
3 Werkwijze Resultaten vervolgonderzoek huismus
3
Werkwijze
3.1
Huismussen
Ten aanzien van de huismus zijn tussen 1 april en 15 mei 2022 twee veldbezoeken uitgevoerd, met een tussenliggende periode van minimaal 10 dagen, in de ochtenduren tussen 8.00 uur en 12.00 uur. Tabel 1 geeft een overzicht van de uitgevoerde veldbezoeken voor huismussen. Tijdens de veldbezoeken is gelet op de aanwezigheid van roepende huismussen. Mannetjes huismussen roepen met name in het voorjaar (’s ochtends) vaak vanaf de dakranden/goten waar hun nesten zich bevinden. Tevens is gedurende de veldbezoeken in de ochtend gelet op huismussen die (met nestmateriaal of voedsel) onder dakpannen of andere nestlocaties verdwijnen. Op basis van de veldbevindingen is bepaald of zich onder het dakpannen dak van de te renoveren woningen broedlocaties van de huismus bevinden. De onderzoeksinspanning is conform hetgeen is gesteld in het kennisdocument van de huismus (BIJ12, versie 1.0 juli 2017).
2.
bezoek van een huismus aan een waarschijnlijke nestplaats (nest zelf vaak niet zichtbaar, maar grassprieten of veertjes steken uit) of transport van voedsel of ontlastingpakketjes of bedelende jongen in nest (vlak voor uitvliegen goed te horen, steken kopjes uit nestopening).
minimaal 1 waarneming in potentieel broedbiotoop in de periode 10 maart t/m 20 juni van: een zingend mannetje (veelal op de dakrand) of aanwezigheid van een paartje bij een potentiële nestplaats of balts.
Afwezigheid van broedende huismussen is aangetoond, als er tijdens twee gerichte veldbezoeken in de periode 1 april tot en met 15 mei (met tien dagen tussen beide veldbezoeken) of tijdens vier gerichte veldbezoeken in de periode 10 maart tot en met 20 juni geen aanwezigheid kan worden aangetoond. Tijdens de veldbezoeken waren de weersomstandigheden voor het waarnemen van huismussen gunstig.
Volgens de soortenstandaard kan de aanwezigheid van een nest van een huismus als volgt worden aangetoond: 1. een nestindicatieve waarneming: een nest of nestbouw of
Tabel 1
Bezoeken i.v.m. huismusinventarisaties
Datum
Type onderzoek
Tijdsduur onderzoek
Weer
Temperatuur
14-04-2021
Nestlocaties huismus
11.00-12.30
Wind gemiddeld 2 Bft Zonnig Geen neerslag
17°C
12-05-2022
Nestlocaties huismus
10.00-11.30
Wind gemiddeld 2 Bft Zonnig Geen neerslag
14°C
maandag 27 juni 2022
5
4 Resultaten Resultaten vervolgonderzoek huismus
4
Resultaten
4.1
Huismussen
4.1.1
Nestlocaties
Tijdens de veldbezoeken waren veel huismussen aanwezig rond de boerderij en hier zijn meerdere nesten aanwezig, zie figuur 8. Net boven de dakramen aan de zuidkant bevinden zich 3 nestplaatsen, waarbij een boven elk dakraam (tegelijkertijd) een roepend mannetjes is waargenomen. Daarnaast zijn 6 nestlocaties van huismus onder het dak aangetroffen, welke via de dakgoot bereikt werden. In totaal zijn er 9 nesten van huismus aangetroffen binnen de boerderij.