Bijlage 3 bij VTH-IV evaluatie 2020 rapportage 2020 januari tot en met december 2020.pdf
Tekst van het document
Rapportage 2020 Periode januari tot en met december 2020 Gemeente Meierijstad
Inhoudsopgave 1.
INLEIDING ................................................................................................................................................... 3
2.
VOORTGANG WERK- EN UITVOERINGSPROGRAMMA: DE BASISTAKEN .................................................... 5
2.1 ALGEMEEN.................................................................................................................................................... 5 2.2 Vergunningenverlening............................................................................................................................. 5 2.3 Toezicht en handhaving ............................................................................................................................ 6 2.4 Klachten en onvoorziene voorvallen (incidentmelding) ........................................................................... 7 2.5 Besluit bodemkwaliteit en mobiel breken ................................................................................................ 7 2.6 Asbest............................................................................................... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 2.7 Juridische ondersteuning .......................................................................................................................... 8 3.
VOORTGANG WERKPROGRAMMA: DE VERZOEKTAKEN ............................................................................ 8
4.
BASIS- EN VERZOEKTAKEN: FINANCIEEL ..................................................................................................... 9
5.
PROJECTEN EN VRAAGSTUKKEN............................................................................................................... 10 5.1 Brancheaanpak 2020 .............................................................................................................................. 10 5.2 Transitie Veehouderij.............................................................................................................................. 11 5.3 Landelijke handhavingsstrategie ............................................................................................................ 13 5.4 Intensivering VTH taken voor energie .................................................................................................... 14
2
1. INLEIDING Voor u ligt de verantwoordingsrapportage over de periode januari tot en met december 2020 voor de gemeente Meierijstad. Dit is de derde rapportage van dit jaar met als doel een financiële- en beleidsmatige verantwoording over het hele jaar te geven. Deze rapportage geeft inzicht in de realisatie en uitputting van wat er in het werkprogramma 2020 als uitgangspunt is genomen en sluit aan op de T2 rapportage. Over het geheel bezien is er minder aan inzet gepleegd dan vooraf begroot. Een belangrijke oorzaak is het niet volledig kunnen uitvoeren van het geprogrammeerde toezicht door COVID19. Ook op de overige opdrachten is gemiddeld genomen minder inzet gevraagd. Aangezien dit nagenoeg allemaal vraaggestuurde opdrachten zijn kun je stellen dat deze verminderde inzet redelijk binnen de verwachtingen past. Ook nu zijn er weer ontwikkelingen in de rapportage doorgevoerd, die we tijdens de accountgesprekken met elkaar bespreken. We zoeken steeds meer naar een analyse van en afstemming tussen de gegevens om tot een verdieping over de inhoudelijke onderwerpen te komen: kwaliteit in plaats van kwantiteit. De eerste signalen over 2020 hebben we al meegenomen en verwerkt in het werkprogramma van 2021. Basis- en verzoektaken Het vertrekpunt was het werkprogramma 2020 ODBN.
Dit document het “ODBN-werkprogramma gemeenten 2020” had als doel een zo goed mogelijk beeld te geven van de taken die voor 2020 aan de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) zijn opgedragen door de gemeente Meijerijstad. Met dit werkprogramma wordt, voor wat betreft de taken die bij de ODBN zijn belegd, invulling gegeven aan artikel 7.3 van het BOR. Het werkprogramma geldt voor geheel 2020 en betreft de basis- en verzoektaken en de overige verzoektaken. Het werkprogramma is opgesplitst in vier hoofdstukken: 1. Vergunningverlening (basis- en VTH-verzoektaken); 2. Toezicht en handhaving (basis- en VTH-verzoektaken); 3. Juridische ondersteuning (basis- en VTH-verzoektaken); 4. Overige verzoektaken. In deze T3 rapportage over het jaar 2020 sluiten wij aan bij de opzet van het werkprogramma 2020. Ontwikkelingen binnen het speelveld van de ODBN De komende jaren zijn er drie meerjarige ontwikkelopgaven te onderscheiden. Twee daarvan zijn grote maatschappelijke opgaven die impact hebben op de ODBN: invoering van de Omgevingswet en de transitie van de veehouderij. De andere opgave vormt de doorontwikkeling van de instrumenten vergunningverlening, toezicht en handhaving. Uiteraard kwamen deze ontwikkelingen aan de orde tijdens de accountgesprekken en tijdens de overleggen van het Regionaal Strategisch Platform (RSP). In 2021 zijn deze onderwerpen nog steeds actueel voor onze gesprekken.
Ontwikkelingen met coördinatoren binnen gebiedsteam Zuid Eind 2019 zijn de coördinatoren in de drie gebiedsteams van de ODBN benoemd en vanaf 2020 zijn ze gestart met het ondersteunen van de gebiedsmanagers. Het is een nieuwe ontwikkeling dat de coördinatoren van het gebiedsteam Zuid nu aansluiten bij de accountgesprekken. De eerste ervaringen hiermee vinden wij positief door het direct kunnen schakelen op tactisch operationele onderwerpen binnen het werkprogramma en verschillende thema’s binnen de leefomgeving.
Aandacht voor COVID19
3
Nog steeds hebben we te maken met COVID19, zodat we in nauw contact blijven met elkaar over mogelijke consequenties voor de werkprogramma’s en het realiseren van de afspraken daaromtrent. Vanaf 18 mei hebben we in deze tweede fase van het jaar weer het daadwerkelijk toezicht en bezoek aan de bedrijven opgepakt. Uiteraard houden we ons tijdens het bezoek aan het toezichtprotocol van de ODBN. Ook stemmen we vooraf met de bedrijven af wat zij prettig vinden tijdens de toezichtcontrole. Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de resultaten van het werk- en uitvoeringsprogramma voor wat betreft de basis- en VTH-verzoektaken. Hoofdstuk 3 zoomt vervolgens in op de overige verzoektaken. Hoofdstuk 4 gaat in op het financiële kader en beschrijven we de verbeteringen in de samenwerking tussen de ODBN en de gemeente Meierijstad. Tot slot geeft hoofdstuk 5 de laatste stand van zaken weer met betrekking tot de lopende projecten en vraagstukken voor de gemeente Meierijstad. Als vertrekpunt nemen wij het Ontwikkelprogramma van de ODBN als kapstok. Dit programma gaat namelijk in op de invoering van de Omgevingswet, de transitie van de veehouderij en de (door)ontwikkeling van de kerntaken van de ODBN. In bijlage 1 zijn de cijfers voor het financiële en kwantitatieve kader opgenomen die we maandelijks met elkaar delen om de voortgang te monitoren.
4
2. VOORTGANG WERK- EN UITVOERINGSPROGRAMMA: DE BASISTAKEN 2.1 ALGEMEEN Over het jaar 2020 is er wat betreft de uurbesteding op de basistaken vergunningverlening ongeveer 91% aan inzet gepleegd ten opzichte van wat vooraf is geraamd. Dus hier loopt de realisatie met de raming, rekening houdend met het vraaggestuurde karakter van de opdracht, redelijk in de pas. Voor toezicht en handhaving zien we een aandachtspunt voor het aandeel van het niet geprogrammeerd toezicht ten opzichte van het geprogrammeerd toezicht en handhaving. Het niet geprogrammeerd toezicht en handhaving was hoger in 2020 dan vooraf ingeschat op basis van de ervaringscijfers. Het geprogrammeerde toezicht is duidelijk achtergebleven. Bij de juridische ondersteuning is er minder inzet gevraagd dan vooraf geraamd. Geconcludeerd kan worden dat er wat betreft de totale urenbesteding op de basistaken er minder inzet is gepleegd dan vooraf geraamd. We gaan in 2021 hier een diepgaande analyse op loslaten aangezien het in andere jaren ook is voorgekomen. Basistaken Vergunningverlening Toezicht en handhaving Juridische ondersteuning TOTAAL
Begroot in uren 5.443 11.417 390
Realisatie in uren 4.972 9.293 201
Percentage
17.250
14.466
84%
91% 81% 52%
2.2 Vergunningenverlening De opdracht vergunningverlening is uitgevoerd in 91 % van de vooraf geraamde inzet. In uren zijn dit 4.972 gerealiseerde uren op een jaarbudget van 5.443 uren. Het betreft een vraaggestuurde opdracht waarbij minder inzet is gevraagd dan vooraf is geraamd. In onderstaande tabel zijn het aantal zaken vermeld. Vergunningverlening 01 Behandelen aanvragen Omgevingsvergunning Wabo milieu 02 Actualiseren voorschriften Wabo milieu 03 Intrekken vergunningen Wabo milieu 04 Behandelen milieuneutrale wijziging Omgevingsvergunning Wabo milieu 05 Beoordelen meldingen 8.40 Wm / Activiteitenbesluit 06 Opstellen maatwerkvoorschriften en beoordelen gelijkwaardigheid 07 Beoordelen Omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM) 08 Adviseren mbt vergunningen Wabo milieu (milieueffect-rapportages) 09a Beoordelen meldingen i.h.k.v. het Besluit
Voltooid in periode 13
Onderhanden in periode 26
1 17 9
2 13 11
129
33
15
3
6
7
18
9
95
4 5
bodemkwaliteit 09b Toetsen asbestinventarisatierapporten en meldingen Besluit mobiel breken Vergunningverlening
335
3
638
111
Inrichting gebonden werkzaamheden Dit betreft een vraaggestuurde opdracht die minder inzet heeft gevraagd dan vooraf geraamd (84%). Deze trend liet zich in voorgaand jaar ook zien. We hadden de verwachte inzet ten opzichte van 2019 al lager geraamd. Wel hadden we rekening gehouden met een mogelijke extra inzet op agrarische vergunningverlening (het budget was in dit kader met 500 uur opgehoogd). Zoals verwacht hebben we ook meer capaciteit ingezet dan in 2019 (ongeveer 10%). De stijging was echter minder groot dan verwacht. Wel zijn er in 2020 meer zaken in behandeling genomen waarbij een vergunning moet worden ingetrokken. Dit heeft te maken met de stoppersregeling voor de agrarische sector. (Voor Besluit Bodemkwaliteit, Asbest en Mobiel breken zie onder toezicht) 2.3 Toezicht en handhaving Kijkend naar het (geprogrammeerd) toezicht 2020 dan zien we dat er inclusief overloop in totaal 822 controles zijn voltooid en dat er 143 controles onderhanden zijn. Het betreft hier alle controles zoals integrale controles, inspectie specifieke gedeelte inrichting (brancheprojecten) en hercontroles. Op basis van het uitvoeringsprogramma (10a) zijn er in totaal 736 controles afgerond en 121 controles zijn in behandeling. Van dit geprogrammeerd toezicht is ten opzichte van wat vooraf was geraamd 73% aan geraamde uren besteed.
Van de bedrijven die niet onder het branchetoezicht vallen zijn nagenoeg alle industriële bedrijven bezocht (2 niet). Een aantal agrarische bedrijven zijn niet bezocht (49). Een aantal hiervan vallen onder de warme sanering en staan nu on hold (12), daarnaast zijn er twee nertsenbedrijven bij waar specifieke afspraken op van toepassing zijn. Vooraf zou je verwachten dat deze opdracht juist volledig zou worden ingevuld aangezien je aan de voorkant beter kunt sturen. Toch hebben we in 2020 deelnemer breed niet de geraamde capaciteit kunnen inzetten. Kijkend naar de huidige inzichten liggen de volgende oorzaken hieraan ten grondslag: 1.
2.
Het geprogrammeerde toezicht heeft in 2020 een achterstand opgelopen door corona. Hierdoor hebben we een langere periode in principe geen fysieke controles uitgevoerd. In de coronatijd hebben we er zorg voor gedragen geen leegloop te krijgen bij onze vaste toezichthouders. In deze periode hebben toezichthouders zich voorbereid op toekomstige controles, brancheplannen opgezet met meer administratief onderzoek, administratieve controles uitgevoerde zijn agrarisch toezichthouders ingezet op provinciale opdrachten en op industriële brancheplannen. Vanuit het totale budget voor geprogrammeerd toezicht was 1.322 uur gereserveerd voor de uitvoering van de controles voor de brancheprojecten. Hiervan is 714 uur daadwerkelijk gebruikt voor het uitvoeren van deze controles (zie onder branchetoezicht) Daarnaast hebben we afspraken, met kwalitatief goede en ingewerkte inhuur, gemaakt om deze niet te verliezen. Dit betekende wel dat zij voor langere tijd geen of slechts 50 % op het werkprogramma konden worden ingezet. Wat betreft werving van inhuur hebben we rond de zomer enig succes geboekt. Daarnaast hebben we waar mogelijk extra inzet gevraagd van de bestaande inhuur. Eerder is het toezichtbudget flink opgehoogd door toevoeging van de “verzoektaakbedrijven” van de voormalige gemeenten Sint-Oedenrode en Schijndel, het project ITV en de restantcontroles.
De ophoging in uren heeft wat betreft de genoemde verzoektaakbedrijven plaatsgevonden voordat de gevel-verificatie was afgerond (1250 uur). Daarnaast waren in het WP2020 728 uur aanvullend opgenomen voor de restant controles. Beging 2020 bleek dat hier maar 96 uur voor benodigd was. De verwachte inzet was gebaseerd op basis van de kentallen en controlefrequenties uit het LPF. De resultaten van deze gevel-verificatie waren nog niet verwerkt en veel van deze bedrijven vallen inmiddels onder branche-toezicht waardoor een efficiëntere inzet plaatsvindt.
6
3.
Opvallend is dat er (ook bij andere deelnemers) relatief veel vraag is geweest op “extra toezicht” buiten het geprogrammeerde deel van het werkprogramma om (zie verder). Denk hierbij ook aan het afhandelen van klachten en ongewone voorvallen. De extra inzet hierop gaat ten koste van het reguliere toezicht. Voor het werkprogramma 2021 is hierop geanticipeerd.
Bij het opstellen van het werkprogramma is een raming gemaakt waarbij rekening is gehouden met brancheprojecten in het kader van het ROK. Ten tijde van het opstellen van de raming voor geprogrammeerd toezicht was nog niet bekend wat dat specifiek voor een deelnemer betekend. Op dit moment wordt gezocht naar een betere aansluiting van de P&C-cyclus (zie ook bij aandachtspunt 1). Daarnaast zijn er ook gedurende de loop van het jaar extra toezichtstaken in opdracht gegeven (niet geprogrammeerd toezicht en handhaving 10b (975 uur). Er is nadrukkelijk meer inzet gevraagd dan geraamd (bijna 600 uur, 158%). Op verzoek zijn er extra controles uitgevoerd en zijn er klachten en ongewone voorvallen in behandeling genomen. De praktijk leert dat vanuit de gemeente de wens wordt geuit om bedoelde controles voorrang te geven. Voor het werkprogramma 2021 is hierop geanticipeerd. 2.4 Klachten en onvoorziene voorvallen (incidentmelding) Voor de gemeente zijn 374 zaken rondom inrichting gebonden klachten en onvoorziene voorvallen behandeld, opgepakt en afgerond. De volgende klachten en ongewone voorvallen vallen het afgelopen jaar extra op doordat er relatief veel inzet op is geweest:
Het ongewone voorval aan de Taylorweg 4 te Veghel (zie verantwoording T1) Meerdere klachten van de volgende klachtveroorzaker(s): Verlengde Noordkade, Veghel door geluidsklachten (23 meldingen) over geluid buiten de inrichting/evenementen. Boekelseweg 23, Erp, geurklachten Boekelseweg 9, Erp, geurklachten Brugstraat 13 Erp: Er loopt een geuronderzoek voor deze locatie. Over geur zijn 53 klachten ingediend. Locatie onbekend, klachten door de gemeente heen waarvan niet was vast te stellen waar de klachten vandaan kwamen.
In @samen zijn meer incidentmeldingen binnengekomen. Het betreft hier o.a. ook klachten die niet inrichting gebonden zijn en gaan bijvoorbeeld over afvaldumpingen. Dit soort type klachten worden doorgestuurd naar SSIB of worden rechtstreeks doorgezet naar uw gemeente. De collega’s van SSIB nemen hierover contact op met de melders en gemeente, en zullen er indien mogelijk gerichte acties worden uitgevoerd. 2.5 Besluit bodemkwaliteit en mobiel breken Het beoordelen van meldingen in het kader van het Besluit Bodemkwaliteit en mobiel breken is een vraaggestuurde opdracht. Uitvoering heeft plaatsgevonden binnen de geraamde uren. Opvallend is dat er minder inzet is gepleegd aan de voorkant op het toetsen van meldingen, als je dit afgezet tegenover het uitgevoerde van toezicht hierop. Dit wordt veroorzaakt doordat bij meerdere meldingen mobiel breken de beoordeling als onderdeel van het toezicht heeft plaatsgevonden. Hierdoor heeft er enige verschuiving wat betreft inzet plaatsgevonden. 2.6 Asbest (toetsen en toezicht) Advisering of afhandeling van sloopmeldingen is een vraaggestuurde opdracht waar meer inzet op is gevraagd dan vooraf geraamd. Naar het toezicht is gedurende het jaar kritisch gekeken. Dit heeft ertoe geleid dat het toezicht meer risicogericht is uitgevoerd (zie resultaten hieronder ODBN-breed).
Een aantal zaken die opvallen zijn : Prof Zijlstrastraat, Hoogstraat 27 en Dorshout 18
7
Past v Erpstraat 2 t/m 8 Schijndel “melding gecertificeerde” (zie onder) Kennedylaan 8 Veghel calamiteit asbestverontreiniging Dommelrodelaan 3 en 31 St-Oedenrode, illegale sloop met asbest Gebruik van filtscontrole, kort snel, Illegaliteit (Boektsteeg 1, Kofferen 69-71, Hoofdstraat 194, Nijnselseweg 26, Ollandseweg 171 en 148, Hoogstraat 27 St Oedenrode)
Aantal niet geaccepteerde sloopmeldingen (ODBN Breed) Van de in totaal ingediende sloopmeldingen (totaal 2842 ontvangen) is ca. 10% niet geaccepteerd omdat niet voldaan werd aan de eisen uit artikel 1.26 Bouwbesluit. Risicogericht werken Van de 2842 ontvangen sloopmeldingen is ongeveer 15% (ca 450 stuks) afgedaan zonder inhoudelijke toets en 50% afgedaan met alleen een quickscan (zeer beperkte toets) omdat de asbestrisico’s beperkt bleken. De overige 50% heeft wel een inhoudelijke toets nodig gehad. In 20% van de aangeboden inspecties zijn deze op laag risico gezet. Hiervoor is slechts 5% van de totale tijd besteed. In 40% gaat het om gemiddeld of hoog risico, waarbij de tijdsbesteding voor hoog risico 60% van het totaal betreft. We proberen dus te zijn waar het nodig is. Gebleken is echter ook dat het naleefgedrag bij laag risico locaties niet altijd even goed is. Steekproeven blijven daarom nodig.
Er zijn in 2020 ca. 10 keer werkzaamheden officieel stilgelegd vanwege illegale asbestverwijderingen. Daarnaast zijn ook werkzaamheden “vrijwillig” gestaakt door betrokkenen vanwege het ontbreken van een sloopmelding en/of een asbestinventarisatierapport. Meldingen Gecertificeerden In verhouding met voorgaande jaren zijn er aanmerkelijk minder meldingen gedaan naar Certificerende Instellingen over gecertificeerde asbestinventarisatie en – verwijderingsbedrijven of personen. Hier valt te concluderen dat het naleefgedrag van de gecertificeerden verbeterd is.
2.7 Juridische ondersteuning Er is minder vraag geweest aan juridische ondersteuning dan we vooraf hadden verwacht. Een zaak die extra aandacht kreeg was de last onder dwangsom in verband met de overschrijding van geluidsnormen door blaffende honden binnen de inrichting (n.a.v. verzoek tot handhaving, adres: Industrieweg 4 Sint-Oedenrode). Er is een zitting bij de rechtbank geweest over een voorlopige voorziening en een bezwarencommissie. Het betreft een langlopende zaak. Mooi was te horen dat omwonenden waardering richting ODBN-uitgespraken over afwikkeling.
3. VOORTGANG WERKPROGRAMMA: DE VERZOEKTAKEN Verzoektaken
Begroot in uren
Realisatie in uren
Percentage
8
TOTAAL
5.145
4.861
95 %
De inzet op de verzoektaken was in 2020 nagenoeg overeenkomstig hetgeen we hadden geraamd (95%). Onder de overige verzoektaken valt een groot aantal (vraag-gestuurde) werkzaamheden. De meeste tijd is ingezet voor adviezen op het gebied van ruimtelijke ordening, bodem, sloopmeldingen en geluid. Bodembeleid en PFAS Afgesproken was dat tot eind 2020 gebruik wordt gemaakt van het bodembeleid uit 2011. Vaststelling van nieuwe bodembeleid was voorzien voor december 2020. Vaststelling heeft in 2020 niet plaatsgevonden. Daarnaast is eind 2020 het project ‘bodemkwaliteitskaart PFAS’ afgerond. Kaart en bijbehorende Nota bodembeheer PFAS is ter bestuurlijke vaststelling aan de gemeente geleverd. Tijdens het accountgesprek zal dit onderwerp zijn van gesprek.
4. BASIS- EN VERZOEKTAKEN: Financieel Aan de basis- en verzoektaken uit het werkprogramma is minder tijd besteed dan is begroot (86%). Een belangrijke oorzaak hiervan is de verminderde inzet op geprogrammeerd toezicht (zie betreffend onderdeel in deze rapportage). De overige taken zijn, met uitzondering van vrije-veld toezicht bodem, vraaggestuurde opdrachten (genoemd vrije-veld toezicht bodem levert wat betreft inzet geen significante bijdrage op het geheel). De verwachte inzet is bepaald op basis van de gemiddelde urenbesteding over drie jaar en mogelijk te verwachten ontwikkelingen. Logischerwijs heeft er financieel dan ook een onder uitputting plaatsgevonden (81%). In de afgelopen jaren hebben we in de Kadernota en Begroting steeds gewerkt met een gewogen gemiddeld tarief. Gebleken is dat dit gewogen gemiddelde tarief (ook) voor Meierijstad geen recht doet aan de werkelijkheid. In Meierijstad was het werkelijk gerealiseerde gemiddelde uurtarief nadrukkelijk lager, dan het gewogen gemiddelde tarief waarvan bij de vaststelling van de begroting is uitgegaan. Dit heeft de gerealiseerde onder uitputting versterkt. We zullen in de werkprogramma’s van 2022 dan ook gaan werken met gedifferentieerde tarieven. Hierdoor wordt aan de voorkant duidelijker zichtbaar wat de verwachte kosten van de opdracht moeten gaan worden (zie kadernota 2022). Basis-verzoektaken in uren
Begroot in uren
VTH-basistaken Overige verzoektaken
20.898 5.145
Realisatie in uren 17.493 4.861
Percentage
TOTAAL
26.043
22.354
86%
Basis-verzoektaken financieel
Budget* [euro]
Realisatiepercentage
VTH-basistaken Overige verzoektaken
1.928.400 607.500
Realisatie 2020 [euro] 1.587.106 478.702
TOTAAL *uit eerste Bestuursrapportage 2020 – pagina 26
2.535.900
2.065.808
81%
84% 95%
82% 79%
9
5. PROJECTEN EN VRAAGSTUKKEN 5.1 Brancheaanpak 2020 Binnen het regionaal operationeel kader (ROK) is een meerjaren brancheplanning vastgesteld dat ervoor zorgt dat de ODBN per jaar projectmatig toezicht houdt op enkele branches met een gemiddeld milieurisico’s. De omgevingsdienst Brabant Noord geeft hier met de brancheaanpak risico gestuurd invulling aan. In 2020 is voor de gemeente Meierijstad uitvoering gegeven aan de volgende brancheprojecten: - Industrie; Bouwnijverheid en installatietechniek - Industrie; Metalectrobedrijven - Industrie; Garagebedrijven, autoherstelinrichtingen en poetsbedrijven - Winkelfunctie; (LPG) tankstations - Agrarische sector; Loonwerkers - Industrie; Autodemontage Door middel van het slim combineren van data zijn bedrijven geselecteerd die qua milieurisico in eerste instantie interessant genoeg waren voor een milieucontrole. Per brancheproject leverde dit een aantal locaties op die zijn gecontroleerd op de meest belangrijke milieuaspecten. Doordat in het tweede kwartaal van 2020 Corona uitbrak, heeft de ODBN moeten werken rondom landelijke corona maatregelen. Hierdoor hebben we binnen de brancheaanpak gebruik gemaakt van een twee fase principe. In fase 1 werden toezichtsmomenten administratief en telefonisch uitgevoerd om daadwerkelijk vast te stellen welke activiteiten plaatsvonden en of deze voldeden aan wettelijke voorschriften.
Als niet de juiste informatie beschikbaar was, bleek dat sprake was van overtredingen of een relatief grote milieubelasting op de omgeving, dan werd het bedrijf in fase 2 ingepland voor een fysieke controle. Per brancheproject kan wel sprake zijn geweest van kleine verschillen in de aanpak. Eventuele overtredingen werden in alle gevallen volgens de Landelijke handhavingstrategie opgepakt. Hieronder worden de verschillende brancheprojecten, uitgevoerd voor de gemeente Meierijstad kort toegelicht. Industrie; Bouwnijverheid en installatietechniek Uit een ODBN-breed databestand zijn in totaal 237 adressen naar voren gekomen waar wellicht bedrijven gevestigd zouden zitten die bouwgerelateerde activiteiten uitvoeren. Na een verdere analyse, uitgevoerd in maart en april 2020 bleek dat in totaal 58 bedrijven daadwerkelijk milieurelevant zouden kunnen zijn. In uw gemeente betrof dit 21 bedrijven. Inmiddels zijn hiervan 15 bedrijven fysiek gecontroleerd. De overige 6 bedrijven worden als restantcontroles 2020 uitgevoerd. Industrie; Metalelectrobedrijven Uit een ODBN-breed databestand zijn na analyse begin 2020 63 bedrijven naar voren gekomen die metaalbewerkingsactiviteiten zouden uitvoeren in uw gemeente. In de eerste fase zijn 62 bedrijven hoofdzakelijk administratief en telefonisch gecontroleerd op een aantal items. In sommige gevallen is wel fysiek gecontroleerd.
Bij 7 bedrijven heeft nog een herinspectie plaatsgevonden. Uit een eerste analyse van de gegevens blijkt dat zeker 16 bedrijven in de tweede fase nog een diepgaandere controle kunnen verwachten. Wellicht dat dit na analyse van de gegevens nog iets qua aantal zal uitbreiden. Dit zal in 2021 opgepakt worden. Industrie; Garagebedrijven, autoherstelinrichtingen en poetsbedrijven Na een brede data-analyse zijn 55 bedrijven naar voren gekomen die de milieurelevante activiteiten uit deze branche zouden kunnen uitvoeren. In de eerste fase zijn 53 bedrijven hoofdzakelijk 10
administratief en telefonisch gecontroleerd op een aantal items. In voorkomende gevallen is deze controle ook fysiek uitgevoerd. Bij 5 bedrijven heeft nog een herinspectie plaatsgevonden. De overige 2 bedrijven worden als restantcontroles 2020 uitgevoerd. Na analyse van de gegevens zullen nog een aantal bedrijven diepgaander worden gecontroleerd in 2021. Winkelfunctie; (LPG) tankstations In de gemeente zijn in totaal 12 (LPG-)tankstations geselecteerd voor een controle. Deze categorie bedrijven worden 1 x 2 jaar gecontroleerd. Hierbij is aandacht besteed aan administratieve aspecten op veiligheid van installaties en voorzieningen (fase 1). Daarnaast zijn de locaties ook fysiek op veiligheidsaspecten gecontroleerd (fase 2). Bij 7 bedrijven heeft nog een herinspectie plaatsgevonden. In 2021 wordt een nieuwe selectie aan (LPG)-tankstations gecontroleerd. Agrarische sector; Loonwerkers In de gemeente zijn in totaal 9 loonwerkers geselecteerd voor een controle waarbij specifiek aandacht is besteed aan opslag van grond, brandstoffen en het wassen van voertuigen. Deze bedrijven zijn allen gecontroleerd. Bij 5 bedrijven bleek inderdaad sprake te zijn van opslag van grond. De resultaten van de controles zullen nog nader geanalyseerd worden om te bezien of diepgaandere controles nog noodzakelijk zijn in 2021.
Industrie; Autodemontage In de gemeente zijn in totaal 8 bedrijven met autodemontage geselecteerd voor een controle. Deze categorie bedrijven worden jaarlijkse gecontroleerd. Hierbij is aandacht besteed aan administratieve aspecten op veiligheid van installaties en voorzieningen (fase 1). Daarnaast zijn de locaties ook meerdere keren fysiek op veiligheids- en milieuaspecten gecontroleerd (fase 2). Buiten het brancheproject zijn ook een aantal bedrijven op basis van een analyse bezocht welke mogelijk demontageactiviteiten uitvoeren. In 2021 wordt een vervolg gegeven aan de opzet van het controleren van deze branche. Beschikbaar budget Vanuit het totale budget voor geprogrammeerd toezicht was 1.322 uur gereserveerd voor de uitvoering van de controles voor de brancheprojecten. Hiervan is 714 uur daadwerkelijk gebruikt voor het uitvoeren van bovenstaande controles. Ontwikkelpunten brancheaanpak: Door in 2020 op een andere manier invulling te geven aan de brancheaanpak als gevolg van corona heeft de ODBN veel geleerd rondom projectmatig toezicht. De volgende punten willen we dan ook als ontwikkeling meenemen naar de brancheaanpak van 2021 -
Administratief toezicht is een aanvulling op fysiek toezicht en kunnen we als ODBN technisch uitvoeren. - Monitoring van gegevens wordt in 2021 beter ingericht waardoor communicatie en verantwoording rondom de brancheaanpak gemakkelijker kan. Na 2020 kan de ODBN gemakkelijker gegevens verzamelen over de omvang van branches. In 2021 willen de slag maken om de gegevens beter in te zetten voor specifiekere interventies waardoor het rendement van toezicht toeneemt. 5.2 Transitie Veehouderij Om de hoeveelheid agrarisch werk door de Brabantse omgevingsdiensten te kunnen uitvoeren zijn in 2019 door de Taskforce ‘VTH en transitie veehouderij’ (lees Taskforce 1.0) 8 maatregelen voorgesteld. De gevolgen van het (vorige) provinciale coalitieakkoord leidde namelijk tot een verwachte piek in de werkzaamheden rondom de agrarische vergunningverlening in de periode 2020 – 2022. In 2020 is gestart met het implementeren van de 8 maatregelen en overige aanbevelingen uit 11
het adviesrapport “Meer dan de som der delen” bij de drie Brabantse omgevingsdiensten. Elke dienst (en dus ook de ODBN) heeft haar eigen verantwoordelijkheid in de implementatie van de maatregelen waarbij met behulp van de Taskforce 2.0 de gezamenlijkheid en uniformiteit tussen de diensten wordt bewaakt en bevorderd. De implementatie van de maatregelen en het werk van de Taskforce 2.0 voor 2020 liggen op schema, zodat een groot deel van maatregelen in 2020 en 2021 zijn of worden doorgevoerd op basis van het advies van de Taskforce 1.0.
Herijking De Taskforce 1.0 nam in haar aanbevelingen in het rapport op dat het voor de omgevingsdiensten noodzakelijk is de komende periode bij belangrijke ontwikkelingen jaarlijks, dan wel periodiek de ontwikkelingen te monitoren. Een nieuw provinciaal coalitieakkoord is zo’n belangrijke ontwikkeling. Op 7 mei 2020 heeft de provincie een nieuw akkoord gepresenteerd: Samen, Slagvaardig en Slim: Ons Brabant 2020 – 2023. Een belangrijke wijziging voor de agrarische vergunningverlening in het akkoord is de nieuwe, latere datum van 1 januari 2024 voor het gemiddeld voldoen aan de emissieeisen van de Interim omgevingsverordening (IOV), terwijl er voor het indienen van een aanvraag om vergunning voor een nieuwe stalaanpassing geen deadline is genoemd. Dat is volgens de nieuwe coalitie de eigen verantwoordelijkheid van de agrarisch ondernemer. De concrete vertaling van het coalitieakkoord naar de IOV lag in de vorm van de ontwerp-wijziging ter inzage tot 1 september 2020. De Taskforce bracht de eerste (mogelijke) consequenties in beeld, waarbij de gevolgen van het coalitieakkoord op de agrarische vergunningverlening zijn herijkt op basis van het adviesrapport van de Taskforce 1.0.
De Taskforce concludeert dat deze herijking in aansluiting op het nieuwe provinciale coalitieakkoord door de vier belangrijke agrarische ontwikkelingen voor de drie Brabantse omgevingsdiensten niet alleen veranderingen betekenen in de hoeveelheid werk, maar ook dat de veranderingen plaatsvinden in andere jaren dan geschetst in het adviesrapport van de Taskforce 1.0. In de jaren 2020 en 2021 neemt namelijk het aantal intrekkingen toe door met name de Saneringsregeling Varkenshouderij. Daarnaast ziet de Taskforce ook een beweging dat er meer (dan de gemelde) stoppers als gevolg van het Besluit huisvesting toch doorgaan met andere (agrarische) activiteiten. Dit betekent aan de kant van de vergunningverlening meer werkzaamheden in 2020 en 2021. Door de richtinggevende uitspraak in het nieuwe coalitieakkoord dat de resultaatverplichting om gemiddeld te voldoen aan de emissie-eisen doorschuift naar 1 januari 2024 verwacht de Taskforce dat de ingediende aanvragen en de vergunningverlening vooral in 2023 zal gaan plaatsvinden. Dit betekent een sterke(re) piek aan werkzaamheden dan in het rapport van de Taskforce 1.0 voor het peiljaar 2023 omschreven.
Daarnaast is de maatregel 8 van de Taskforce 1.0 (actualiseren BBT bij IPPC) in alle redelijkheid een bestuurlijk bespreekpunt geworden nu de resultaatverplichting in de IOV doorschuift naar 1 januari 2024 zonder de verplichting om twee jaar eerder een aanvraag in te dienen. Kortom een groot aantal concrete veranderingen en verbeteringen staan in de steigers en worden in 2020 en 2021 in de manier van werken en de werkprocessen ingevoerd. Het concreet aangeven welke consequenties dit heeft voor de individuele werkprogramma’s is nu niet mogelijk voor alle maatregelen. Na de implementatie van de maatregelen in 2020/2021 krijgt de ODBN in de loop van 2021 steeds beter zicht op de daadwerkelijke efficiency bij de (agrarische) vergunningverlening. Hierdoor kan een realistische en gestaafde efficiency met betrekking tot vergunningverlening in de werkprogramma’s 2022 opgenomen worden. Wel legt de ODBN zich voor 2021 een resultaatverplichting op voor de concrete maatregelen rond de behandeling van de meldingen Activiteitenbesluit en het proces van de MER-beoordeling. Daarmee wordt een eerste stap gezet naar concrete vertaling van de veranderingen in de werkprocessen.
12
5.3 Landelijke handhavingsstrategie (LHS) Elke eerste inspectie en elke geconstateerde overtreding wordt door de ODBN geregistreerd. Dit levert onder andere informatie op over de mate van spontane naleving en het aantal overtredingen. Doordat we vanwege corona meer administratieve controles hebben uitgevoerd zien we ten opzichte van vorig jaar een hoger naleefgedrag. Deze informatie wordt hieronder gepresenteerd. Elke eerste inspectie en elke geconstateerde overtreding wordt door de ODBN geregistreerd. Dit levert onder andere informatie op over de mate van spontane naleving en het aantal overtredingen. Deze informatie wordt hieronder gepresenteerd. Mate van spontane naleving De mate van spontane naleving laat zien bij hoeveel procent van de eerste inspecties geen overtredingen zijn geconstateerd. Jaar
2017
2018
2019
2020
Soort inspectie
Aantal Spontane naleving
Gemiddelde ODBN
Alle inspecties
366 48.1%
61%
Inspectie asbestsanering
59 96.6%
96%
Inspectie milieu
45 26.7%
51.3%
Alle inspecties
476 54.0%
60%
Inspectie asbestsanering
95 87.4%
93%
Inspectie milieu
56 41.1%
46.2%
Alle inspecties
525 54.1%
60%
Inspectie asbestsanering
95 87.4%
94%
Inspectie milieu
53 35.8%
42%
Alle inspecties
619 61.1%
63%
Inspectie asbestsanering
102 91.2%
89%
Inspectie milieu
210 41.4%
45.7%
Toepassen LHS 2020 In onderstaande tabel is de belangrijkste informatie over uitgevoerde controles en bijbehorende resultaten in beeld gebracht. Aantal Alle inspecties
619
Inspecties in orde
378
Inspecties niet in orde
241
Aantal overtredingen
541
Gemiddeld aantal overtredingen per inspectie (excl. in orde)
2.2
Inspecties met ten minste een overtreding met inschaling ernst 3 of 4
22
13
In onderstaande tabel is de belangrijkste informatie over het toepassen van de LHS in beeld gebracht. Dit betreft alle inspecties die door de ODBN zijn uitgevoerd en waarvoor de LHS is toegepast. Aantal
Percentage
Percentage ODBN
A - Goedwillend
82
15.2%
19.2%
B - Moet kunnen
452
83.5%
77.6%
C - Calculerend
7
1.3%
3.1%
1 - Vrijwel nihil
35
6.5%
10.2%
2 - Beperkt
474
87.6%
83.0%
3 - Van belang
26
4.8%
6.0%
4 - Aanzienlijk
6
1.1%
0.9%
Inschaling gedrag overtreding
Inschaling ernst overtreding
5.4 Intensivering VTH taken voor energie Administratief toezicht Informatieplicht In 2020 zijn 637 bedrijven uit Meierijstad aangeschreven die vermoedelijk onder de Informatieplicht vallen, maar daar nog niet aan hadden voldaan. De aanschrijflijst is gemaakt aan de hand van een voorspelling op basis van een data-analyse. 428 bedrijven hebben gereageerd op de aanschrijving, waarvan 335 bedrijven hebben kunnen aantonen niet onder de verplichtingen te vallen. Voornamelijk vanwege een lager verbruik dan de grenswaarde. Daaruit blijkt hoe lastig het is te voorspellen wat het energieverbruik van bedrijven is. De 209 bedrijven die nog niet hebben gereageerd worden nader geanalyseerd en een deel daarvan krijgt in 2021 een hercontrole vanuit de VUE2021 subsidieregeling. In totaal hebben in Meierijstad nu 411 bedrijven een rapportage ingediend voor de Informatieplicht. Daarvan meldt ruim de helft (64%) nog niet alle wettelijke verplichte (EML-) maatregelen te hebben uitgevoerd, 25% heeft alternatieve maatregelen getroffen en 11% meldt te voldoen aan de wetgeving. Deze informatie is een belangrijke bron voor het informatiegestuurd toezicht in de komende jaren. Actuele informatie hierover (en meer) is in te zien op het VUE-dashboard van het ministerie van I&W.
Aangeschreven
Rapportage ingedend
Uitstel / nog niet akkoord
Hoeft niet
Niet gereageerd
Rapportages in e-loket
R1 *
R2 **
R3 ***
Meierijstad
637
50
43
335
209
411
264
102
45
14
Regio
100%
8%
7%
53%
33%
100%
64%
25%
11%
3.004
281
146
1.520
1.057
2.610
1.642
660
308
100%
9%
5%
51%
35%
100%
63%
25%
12%
*R1: bedrijven die melden nog niet alle wettelijk verplichte EML-maatregelen te hebben getroffen; **R2: bedrijven die melden alternatieve maatregelen te hebben getroffen; ***R3: bedrijven die melden alle EML-maatregelen te hebben getroffen;
Versterkte Uitvoering Energietoezicht (VUE) 2020 In juni is volgens planning gestart met de uitvoering van 51 door de VUE-gesubsidieerde controles. Vanwege Corona hebben we in 2020 33 controles kunnen afronden. De subsidieverstrekker heeft een generiek uitstel verleend tot 1 juli 2021. De ODBN ziet erop toe dat binnen die termijn de resterende controles alsnog worden uitgevoerd. Uit ervaringscijfers blijkt dat iedere controle ca 10% energie bespaart en ca 25 tot 30 ton CO2. Komend jaar wordt gewerkt aan een uitgebreidere monitor om de bijdrage aan RES-doelen te monitoren. Provinciale regeling Energietoezicht kantoren De gemeente Meierijstad neemt niet deel aan deze subsidieregeling. Versterkte Uitvoering Energietoezicht (VUE) 2021 In de zomer 2020 is een nieuwe VUE-regeling aangekondigd voor 2021. ODBN heeft namens Meierijstad een aanvraag ingediend voor de uitvoering van hercontroles ikv van de Informatieplicht en fysieke controles en hercontroles. Deze subsidie is inmiddels toegekend. Voorstel intensivering VTH-taken energie Voor het eerst is in het werkprogramma 2021 specifiek energietoezicht opgenomen in de brancheaanpak. Hiervoor is in 2020 een themaplan uitgewerkt dat in 2021 en verder wordt uitgevoerd.
15