Bijlage 3.4 toelichting - Beschikking Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant
Tekst van het document
BESCHIKKING VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN NOORD-BRABANT
Op de op 28 oktober 2022 ontvangen aanvraag van Looierij Vastgoed B.V. om een ontheffing krachtens artikel 3.8, eerste lid, van de Wet natuurbescherming voor de sloop van huidige bebouwing en realisatie van nieuwbouwappartementen aan de Hoofdstraat, Looierij en Toon Bolsiusstraat, postcodegebied 5481/5482 te Schijndel, gemeente Meierijstad.
Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, namens deze,
De heer A. Peters Gebiedsmanager Oost
ons kenmerk Z/185059-345498
plaats / datum ‘s-Hertogenbosch, 8 augustus 2023
BESLUIT Onderwerp Op 28 oktober 2022 hebben wij van Looierij Vastgoed B.V. een aanvraag ontvangen voor een ontheffing van de Wet natuurbescherming voor het overtreden van verboden ten aanzien van beschermde soorten, dit als gevolg van de sloop van huidige bebouwing en realisatie van nieuwbouwappartementen aan de Hoofdstraat, Looierij en Toon Bolsiusstraat, postcodegebied 5481/5482 te Schijndel, gemeente Meierijstad. Besluit Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant besluiten, gelet op de overwegingen die zijn opgenomen in deze ontheffing, I. aan Looierij Vastgoed B.V., St.Lambertusweg 100, 5291 AD, Gemonde, de gevraagde ontheffing te verlenen, op grond van artikel 3.8, eerste lid, van de Wet natuurbescherming, van de bepaling(en) als bedoeld in: • artikel 3.5, tweede en vierde lid, van de Wet natuurbescherming, voor de: Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus); voor de periode van tot en met 17 juli 2028; II. dat de beschrijving van de activiteiten in de aanvraag, voor zover deze betrekking heeft op de soorten als bedoeld onder I, deel uitmaken van deze ontheffing; III. aan deze ontheffing voorschriften te verbinden die zijn opgenomen onder onderdeel ‘voorschriften’; IV.
dat de volgende delen van de aanvraag onderdeel uitmaken van de deze ontheffing: • Quickscan Wet natuurbescherming Hoofdstraat, Looierij en Toon Bolsiusstraat te Schijndel (Blom Ecologie B.V., projectkenmerk: 2022-0231, revisiedatum: 13 oktober 2022), hierna: quickscan flora en fauna • Aanvullend onderzoek ecologie Hoofdstraat, Looierij en Toon Bolsiusstraat te Schijndel (Blom Ecologie B.V., projectkenmerk: 2022-0459, revisiedatum: 13 oktober 2022), hierna: nader soortenonderzoek • Mitigatieplan Hoofdstraat, Looierij en Toon Bolsiusstraat te Schijndel (Blom Ecologie B.V., projectkenmerk: 2021-1054, datum: 28 oktober 2022), hierna: activiteitenplan sloop- en nieuwbouwwerkzaamheden te Hoofdstraat, Looierij en Toon Bolsiusstraat te Schijndel • Aanvullingen van 14 april 2023, 14 juli 2023 en 18 juli 2023 • Bijlage 1: overzichtstekening van de planlocatie • Bijlage 2: locatie(s) van de mitigerende maatregelen • Bijlage 3: meldingsformulier start werkzaamheden (zie voorschrift 1)
ODBN, Kenmerk
Pagina 2 van 18 Z/185059
Rechtsmiddelen Is dit besluit aan u gericht en bent u het er niet mee eens, dan kunt u een bezwaarschrift indienen. Is het besluit niet rechtstreeks aan u gericht en bent u het er niet mee eens, dan kunt u alleen een bezwaarschrift indienen als het besluit directe gevolgen voor u heeft. Verstuur uw bezwaarschrift binnen 6 weken na de verzenddatum van het besluit. U kunt uw bezwaarschrift op 2 manieren indienen: • Digitaal. Op www.brabant.nl/bezwaar vindt u de link ‘Bezwaar indienen’. U heeft hiervoor een DigiD-inlogcode nodig. • Per post. Stuur uw bezwaarschrift naar: Het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant Secretariaat van de hoor- en adviescommissie Postbus 90151 5200 MC te ‘S-HERTOGENBOSCH In het bezwaarschrift zet u: • uw naam en adres; • de datum, het kenmerk en een omschrijving van het besluit waarmee u het niet eens bent; • de reden waarom u het niet eens bent met ons besluit; • de datum van uw bezwaarschrift en uw handtekening; • maakt u namens iemand anders bezwaar? Stuur dan een machtiging mee. Voeg ook een kopie toe van het besluit waarmee u het niet eens bent. Op deze manier kunnen wij uw bezwaarschrift beter in behandeling nemen. Kunt u ons ook uw telefoonnummer en e-mailadres geven? Zo kunnen wij samen met u de beste aanpak van de behandeling van uw bezwaar bespreken.
U kunt het secretariaat van de hoor- en adviescommissie bereiken via telefoonnummer (073) 680 83 04, faxnummer (073) 680 76 80 en e-mailadres bezwaar@brabant.nl. Aan het indienen van een bezwaar zijn geen kosten verbonden. Voorlopige voorziening Als u een bezwaarschrift indient, dan heeft dit geen schorsende werking. Dat betekent dat het besluit geldt zolang uw bezwaarschrift in behandeling is. Het kan zijn dat u dit niet wilt. Bijvoorbeeld omdat het besluit onherstelbare gevolgen voor u heeft. U kunt gelijktijdig met of na het indienen van een bezwaarschrift een verzoek om een voorlopige voorziening vragen bij de Rechtbank Oost-Brabant, sector Bestuursrecht, Postbus 90125, 5200 MA 's-Hertogenbosch. Er zijn kosten verbonden aan het vragen om een voorlopige voorziening (griffierecht).
ODBN, Kenmerk
Pagina 3 van 18 Z/185059
INHOUDSOPGAVE Besluit ....................................................................................................................................................... 2 Voorschriften............................................................................................................................................ 5 Procedurele overwegingen ...................................................................................................................... 7 Inhoudelijke overwegingen ...................................................................................................................... 9 1. Wettelijk kader - Wet natuurbescherming ................................................................................................. 9 1.1 Beschermingsregimes ............................................................................................................................. 9 1.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant...................................................................................... 9 2. Toetsing effecten ruimtelijke ingreep ....................................................................................................... 10 2.1 Aangevraagde activiteiten ....................................................................................................................
10 2.2 Onderzoek soorten ................................................................................................................................ 10 2.3 Mogelijke effecten op beschermde soorten .......................................................................................... 10 2.4 Alternatievenafweging ......................................................................................................................... 10 2.5 Belang van de aanvraag ....................................................................................................................... 11 2.6 Mitigerende maatregelen en staat van instandhouding ...................................................................... 12 3. Conclusie ................................................................................................................................................... 15
Bijlage 1. Overzichtstekening van de planlocatie ................................................................................... 16 Bijlage 2. Locatie van de mitigerende maatregelen ............................................................................... 17 Bijlage 3. Meldingsformulier start handelingen beschermde soorten .................................................. 18
ODBN, Kenmerk
Pagina 4 van 18 Z/185059
VOORSCHRIFTEN Algemene voorschriften 1. De ontheffinghouder dient, zodra de datum waarop de werkzaamheden aanvangen bekend is, doch uiterlijk 2 weken voor aanvang van de activiteiten, het bijgevoegde meldingsformulier volledig in te vullen en naar ons op te sturen. Met werkzaamheden en/of activiteiten worden alle handelingen bedoeld die invloed hebben op de beschermde soorten, zoals ongeschikt maken van de verblijfplaatsen. 2. De ontheffinghouder dient onmiddellijk contact met ons op te nemen via info@odbn.nl indien bij het uitvoeren van de activiteiten andere beschermde soorten dan de genoemde worden aangetroffen, of andere handelingen als bedoeld in onderdeel I en II van het besluit noodzakelijk zijn. 3. Deze ontheffing kan uitsluitend gebruikt worden door (medewerkers van) de ontheffinghouder of haar rechtsopvolgers of in opdracht van de ontheffinghouder handelende (rechts-)personen. De ontheffinghouder of haar rechtsopvolgers blijven daarbij verantwoordelijk en aansprakelijk voor de juiste naleving van de aan deze ontheffing verbonden voorschriften. 4. Deze genoemde (rechts)personen dienen op de hoogte te zijn van de inhoud en het doel van deze ontheffing en de daaraan verbonden voorschriften, zodanig dat zij daar ook invulling en uitvoering aan kunnen geven. 5.
Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient een (digitaal) afschrift van deze ontheffing op de locatie van de werkzaamheden aanwezig te zijn en op eerste verzoek te worden getoond aan de daartoe bevoegde toezichthouder of opsporingsambtenaar. 6. De ontheffinghouder dient, met inachtneming van de hier genoemde voorschriften, de mitigerende maatregelen uit te voeren zoals beschreven in de aanvraag en het activiteitenplan (hoofdstuk 2) en de aanvullende gegevens van 14 april 2023. 7. De activiteiten en hier genoemde voorschriften dienen te worden uitgevoerd onder begeleiding van een ecologisch deskundige1, hierna ‘de ecoloog’, op het gebied van de soorten waarvoor ontheffing is verleend. 8. Alle handelingen en bevindingen dienen door de ecoloog te worden bijgehouden in een logboek. Met handelingen worden alle handelingen bedoeld die invloed hebben op de beschermde soorten, zoals ongeschikt maken en het plaatsen van de tijdelijke en permanente voorzieningen. Ook dienen er duidelijke foto’s van de werkzaamheden en de geplaatste voorzieningen te worden opgenomen in het logboek. Dit logboek dient op verzoek van een toezichthouder direct te worden overhandigd. 9. De ontheffinghouder dient een ecologisch werkprotocol op te stellen op basis van de aanvraag en de hier genoemde voorschriften.
Alle betrokken partijen, met name ook de uitvoerenden op de initiatieflocatie, dienen, voorafgaand aan het uitvoeren van de werkzaamheden, van de inhoud van het werkprotocol op de hoogte gesteld te worden en dienen dit aantoonbaar na te leven. Dit ecologisch werkprotocol dient ter informatie aan ons te worden toegezonden, uiterlijk 2 weken voor de start van de werkzaamheden, via info@odbn.nl, onder vermelding van het zaaknummer.
1
Wat wij hieronder verstaan staat in de toelichting op het aanvraagformulier: https://www.brabant.nl/applicaties/producten/beschermde_dieren_en_planten_6553
ODBN, Kenmerk
Pagina 5 van 18 Z/185059
Specifieke voorschriften 10. Er mag pas ongeschikt gemaakt worden nadat is voldaan aan de gewenningsperiode van de functie paarverblijfplaats, conform het Kennisdocument Gewone dwergvleermuis (BIJ12, 2017). 11. Alle gebouwen/woningen waar geschikte invliegopeningen voor vleermuizen in aanwezig zijn, dienen dusdanig ongeschikt gemaakt te worden dat de gewone dwergvleermuis hierin nergens meer kan verblijven. 12. Wanneer een opening direct permanent wordt afgesloten, dient gecontroleerd te worden dat vleermuizen via een exclusion voorziening de verblijfplaats kunnen verlaten. Wanneer dit niet zeker is, dient de opening te worden afgesloten middels een exclusion voorziening. In het ecologisch werkprotocol moet worden vastgelegd op welke wijze gecontroleerd wordt of een verblijfplaats ook via een andere uitvliegopening te verlaten is. 13. De controleronde dient plaats te vinden conform de eisen die het geldende vleermuisprotocol stelt aan het onderzoek naar zomerverblijfplaatsen. Concreet gaat het om de start- en eindtijd en de onderzoeksperiode. Tijdens de gehele controleronde moet het droog zijn. 14. De vleermuizen mogen na de controleronde geen toegangsmogelijkheden meer hebben tot de bebouwing. Er kan was worden gestart met de sloopwerkzaamheden na expliciete toestemming van de ecoloog. 15.
De permanente voorzieningen voor de gewone dwergvleermuis dienen een binnenmaat van minimaal 50 centimeter breed en minimaal 80 centimeter hoog te hebben. 16. De tijdelijke voorzieningen dienen in stand te worden gehouden totdat de permanente voorzieningen gerealiseerd en beschikbaar zijn, waarbij rekening dient te worden gehouden met de gewenningsperiodes conform het betreffende Kennisdocument en aangetroffen functies. 17. Het verwijderen van de tijdelijke voorzieningen vindt plaats buiten de meest kwetsbare periodes en de winterperiode (15 oktober tot 1 april). 18. Voor het verwijderen van de tijdelijke voorzieningen dient gecontroleerd te worden of de voorziening ‘leeg’ is. De kasten mogen alleen verwijderd worden op het moment dat er geen vleermuis aanwezig is in de kast. 19. De tijdelijke kasten dienen binnen de ontheffingsperiode verwijderd te worden. Indien dit niet het geval is, is vleermuisonderzoek benodigd om te beoordelen of de kast gebruikt wordt als verblijfplaats. Indien de kast in gebruik is als verblijfplaats en deze ontheffing is verlopen, dient een nieuwe ontheffing te worden aangevraagd voor het verwijderen van de verblijfplaats.
ODBN, Kenmerk
Pagina 6 van 18 Z/185059
PROCEDURELE OVERWEGINGEN Aanvraag Op 28 oktober 2022 hebben wij van Looierij Vastgoed B.V. een aanvraag voor een ontheffing ingevolge artikel 3.8, eerste lid, van de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) ontvangen. De aanvraag is op 14 april 2023, 14 juli 2023 en 18 juli 2023 aangevuld. Op 9 juni 2023 hebben wij een voornemen tot weigeren van de aanvraag gestuurd naar Looijerij Vastgoed BV, omdat het onderzoek naar vleermuis verblijfplaatsen onvoldoende was uitgevoerd om een ontheffing te kunnen verlenen. Op 14 juli 2023 hebben wij hier een reactie op ontvangen. Deze reactie is voldoende bevonden, uit deze aanvulling blijkt dat de gunstige staat van instandhouding van de gewone dwergvleermuis niet in het geding komt. Om die reden hebben wij alsnog besloten de ontheffing te verlenen. Een uitgebreide projectomschrijving is opgenomen in de aanvraag en het activiteitenplan. De aanvraag is geregistreerd onder nummer Z/185059. Gedragscode Er wordt geen gebruik gemaakt van een gedragscode. Bevoegd gezag Omdat de activiteit wordt verricht in de provincie Noord-Brabant zijn Gedeputeerde Staten (verder: GS) op grond van artikel 1.3 van de Wnb bevoegd om op de aanvraag te beslissen. Als dit aan de orde is betrekken wij tevens de gevolgen van de activiteit voor de soorten buiten onze provinciegrens bij ons besluit.
Reguliere voorbereidingsprocedure In deze procedure wordt de reguliere voorbereidingsprocedure overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 4 van de Algemene wet bestuursrecht toegepast. Ontvankelijkheid Voor de aspecten van de aanvraag waarvoor een ontheffing vanuit de Wnb is vereist hebben wij beoordeeld of de aanvraag volledig is en voldoende gegevens bevat. Wij zijn van oordeel dat de aanvraag voldoende informatie bevat voor een goede beoordeling van die aspecten waarvoor een ontheffing is gevraagd. Crisis- en herstelwet (Chw) Omdat ‘Sloop-nieuwbouw Hoofdstraat, Looierij en Toon Bolsiusstraat te Schijndel’ een project betreft krachtens afdeling 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening of een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van het bestemmingsplan, het inpassingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken, ten behoeve van de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied of de herstructurering van woon- en werkgebieden, is op grond van artikel 1.1, eerste lid, onder a, in samenhang met categorie 3.1 van bijlage I van de Crisis- en herstelwet, deze wet van toepassing
ODBN, Kenmerk
Pagina 7 van 18 Z/185059
Overige regelgeving Bij de beoordeling van deze aanvraag zijn andere aspecten dan gerelateerd aan soortenbescherming op grond van de Wnb en de daarbij behorende regelgeving niet betrokken. Een toestemming op basis van andere wet- en regelgeving kan daarom aan de orde zijn, onder andere voor ruimtelijke ordening of bouwen. Deze aanvraag is niet getoetst aan het onderdeel Natura 2000 van de Wnb. Mogelijk is hiervoor ook een vergunningplicht op grond van de Wnb aan de orde. Als dit het geval is dient de aanvrager ook deze bij de provincie aan te vragen.
ODBN, Kenmerk
Pagina 8 van 18 Z/185059
INHOUDELIJKE OVERWEGINGEN
1. Wettelijk kader - Wet natuurbescherming
1.1 Beschermingsregimes Op basis van de Wet natuurbescherming zijn er drie beschermingsregimes. Het eerste regime geldt voor vogels op grond van de Vogelrichtlijn. Artikelen 3.1, 3.2 en 3.4 van de Wnb hebben betrekking op verschillende verbodsbepalingen voor vogelsoorten, waarvoor GS ontheffing kunnen verlenen. Artikelen 3.3 en 3.4 geven de voorwaarden voor het kunnen verlenen van de ontheffing. Het tweede beschermingsregime geldt voor planten en dieren op basis van de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn. Artikelen 3.5 en 3.6 van de Wnb hebben betrekking op verschillende verbodsbepalingen voor deze plant- en diersoorten, waarvoor GS ontheffing kunnen verlenen. De artikelen 3.8 en 3.9 geven de voorwaarden voor het kunnen verlenen van een ontheffing. Het derde regime beschrijft de bepalingen voor andere (nationaal beschermde) soorten. Artikel 3.10 van de Wnb heeft betrekking op verschillende verbodsbepalingen voor deze plant- en diersoorten en geeft de voorwaarden waaronder GS ontheffing kunnen verlenen. Voor alle soorten geldt in alle gevallen de algemene zorgplicht (artikel 1.11 van de Wnb). Het gaat dan zowel om beschermd als onbeschermde dier- en plantensoorten. De zorgplicht geldt ongeacht of er een vrijstelling geldt of een ontheffing is verleend.
Hierin wordt bepaald dat eenieder zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, schade aan deze soorten dient te voorkomen. In artikel 5.4 van de Wnb zijn gronden opgenomen waarop een verleende ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd. De ontheffing kan in elk geval worden ingetrokken als blijkt dat de ontheffinghouder zich niet houdt aan de voorschriften. 1.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Provinciale Staten hebben ten aanzien van soortbescherming aanvullende kaders vastgesteld. Deze zijn neergelegd in paragraaf 2.6.1 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Voor bepaalde soorten en handelingen zijn vrijstellingen opgenomen.
ODBN, Kenmerk
Pagina 9 van 18 Z/185059
2. Toetsing effecten ruimtelijke ingreep
2.1 Aangevraagde activiteiten De aangevraagde activiteiten betreffen de sloop van de bebouwing ten behoeve van het realiseren van een appartementencomplex. Een uitgebreide omschrijving van de activiteiten is opgenomen in de aanvraag. 2.2 Onderzoek soorten Het uitgevoerde onderzoek naar beschermde soorten is beschreven in de bij aanvraag gevoegde rapportages ‘activiteitenplan’ (hoofdstuk 1.2) en ‘nader onderzoek’ de aanvullingen van 14 april 2023 en 14 juli 2023. Als vooronderzoek heeft literatuuronderzoek plaatsgevonden (NDFF/verspreidingsatlassen). Op 22 maart 2022 heeft een quickscan naar beschermde soorten plaatsgevonden. Het nader onderzoek naar de gewone dwergvleermuis is uitgevoerd in 2022 op basis van het vleermuisprotocol (NGB, 2021). In 2023 zijn 2 extra ochtendrondes uitgevoerd. Alle onderzoeksrondes zijn uitgevoerd door 1 persoon. De avondrondes voldoen door de personele bezetting en inrichting van het plangebied niet aan de 75% waarnemingsvoorwaarde van het vleermuisprotocol. Hierdoor zijn mogelijk verblijfplaatsen gemist. Door de 2 extra ochtendrondes van 2023 kan met voldoende zekerheid worden gesteld dat er geen kwetsbare functies zoals kraamverblijfplaatsen zijn gemist. 2.3 Mogelijke effecten op beschermde soorten In het plangebied is 1 zomer- en paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis aangetroffen met 1 individu.
De aanvrager geeft aan dat door het uitvoeren van de activiteiten 1 zomer- en paarverblijfplaats de gewone dwergvleermuis wordt vernield en vleermuizen worden verstoord. Dit is een overtreding van de bepaling(en) zoals bedoeld in artikel 3.5, tweede en vierde lid van de Wnb. 2.4 Alternatievenafweging Het niet uitvoeren van de werkzaamheden is niet wenselijk gezien de huidige bebouwing hun bedoelde functies niet meer vervullen. De huurcontracten zijn reeds afgelopen waardoor er geen onderhoud meer wordt gepleegd. Na verloop van tijd zal verval intreden, wat uiteindelijk ook kan leiden verpaupering van de omgeving, vandalisme en mogelijke brandstichting.
ODBN, Kenmerk
Pagina 10 van 18 Z/185059
Door het grote woningtekort in Schijndel is de vraag naar woningen zeer groot. Dit project faciliteert in 69 nieuwe woningen. Doordat er in het buitengebied van Schijndel geen tot weinig mogelijkheden zijn om in dezelfde hoeveelheid woningen te kunnen voorzien heeft de Gemeente de sterke voorkeur voor inbreiding in plaats van uitbreiding. Daarnaast heeft de Gemeente de wens om de winkeliers te verhuizen naar het kernwinkelgebied in Schijndel om hier de leegstand af te doen nemen en aantrekkelijker te maken. Het autobedrijf dat gevestigd is in een van de panden op de planlocatie moet van de gemeente verdwijnen omdat zij vinden dat dit niet in het centrum hoort. Het plan sluit derhalve niet alleen aan bij de woningnood maar ook bij de gemeentelijke visies om het centrum van Schijndel aantrekkelijker te maken en voor de toekomst aantrekkelijk te houden. Hierdoor kent het plan een breder belang dan alleen het oplossen van de woningnood. De werkzaamheden voldoen aan de gemeentelijke wensen en visies met betrekking tot de leefbaarheid van Schijndel en de grote vraag naar woningen van inwoners uit Schijndel en omstreken. De locatie is daarmee zeer geschikt voor de realisatie van woningen. Door in de minst kwetsbare periode ongeschikt te maken middels de voorgeschreven werkwijzen (exlusion flaps, controleronde etc.) wordt in de planning rekening gehouden met de gewone dwergvleermuis.
Er worden er voldoende alternatieve verblijfplaatsen aangeboden welke bewezen effectief zijn. De werkzaamheden worden bij daglicht uitgevoerd en waar verlichting echt noodzakelijk is wordt gebruik gemaakt van vleermuisvriendelijke verlichting (naar beneden gericht, kleine lichtbundel etc.). Groenstructuren, aangetoonde verblijfplaatsen en de tijdelijke vleermuiskasten in de omgeving worden hierbij expliciet niet verlicht. In de inrichting van de toekomstige situatie wordt groen aangeplant. Het huidige plangebied bevat geen enkele vorm van groen gezien deze volledig verhard is. Hierdoor ontstaan nieuwe foerageermogelijkheden direct nabij de ingemetselde voorzieningen. Deze toekomstige groenstructuren zullen derhalve ook een begeleidende functie naar deze voorzieningen bieden. Gezien het bovenstaande is ons gebleken dat er geen redelijke alternatieven mogelijk zijn, die zouden leiden tot een kwalitatief gelijkwaardig resultaat. De alternatievenafweging is hiermee dan ook voldoende onderbouwd. 2.5 Belang van de aanvraag De ontheffing is gevraagd op grond van het belang ‘in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten’ zoals genoemd in artikel 3.8, vijfde lid, onder b, van de Wnb.
De gemeente Meijerijstad wil graag duurzame woningen realiseren. De beoogde ontwikkeling voorziet in het realiseren van 69 wooneenheden. In het kader van de klimaatsverandering zijn door landelijke en provinciale overheden convenanten gesloten en afspraken gemaakt over maatregelen die leiden tot een stabilisatie en uiteindelijk afname van de CO2-uitstoot. De toekomstige woningen op de planlocatie dragen hieraan bij. Daarnaast wordt er ingespeeld op de visie van de gemeente Meierijstad betreffende bestaande bebouwing: m.n. winkels, horeca, autobedrijf en verouderde woningen zullen gesloopt worden. De bestaande winkeliers zullen verhuizen naar het kernwinkelgebied. Hierdoor zal de leegstand in het kernwinkelcentrum van Schijndel afnemen en het centrum aantrekkelijker worden voor de gemeente. Het autobedrijf (welke momenteel midden in het centrum ligt) zal verdwijnen wat aansluit op de visie van de gemeente dat dit bedrijf niet in het centrum hoort. Daarnaast zal de huidige locatie van deze ontwikkeling een behoorlijke ruimtelijke kwaliteitsverbetering geven. Er komt in de toekomstige situatie meer groen dan in de huidige situatie en ook het beeld wordt behoorlijk verbeterd ten opzichte van de huidige situatie. Door de bouw in de vorm van een Hof zal er een prettig leefklimaat ontstaan.
Mensen kunnen elkaar op een natuurlijke manier ontmoeten, waardoor wordt bijgedragen aan minder eenzaamheid bij de doelgroepen (m.n. ouderen). ODBN, Kenmerk
Pagina 11 van 18 Z/185059
Gelet op de naar voren gebrachte omstandigheden zijn wij van oordeel dat het belang voldoende onderbouwd is om de ontheffing te kunnen verlenen. 2.6 Mitigerende maatregelen en staat van instandhouding In de aanvraag/activiteitenplan (hoofdstuk 2) en de aanvullende gegevens van 14 april 2023 is beschreven welke maatregelen worden genomen om de effecten voor gewone dwergvleermuis zoveel mogelijk te voorkomen. In grote lijnen gaat het om de volgende maatregelen: Tijdelijke alternatieven voorzieningen • In totaal worden er 8 vleermuiskasten (type VivaraPro VK WS 02) geplaatst aan gebouwen in de directe omgeving; • 4 tijdelijke kasten zijn voor medio november 2022 geplaatst, de 4 extra tijdelijke kasten zijn geplaatst in april 2023; • Bij de plaatsing is aan de volgende voorwaarden voldaan: o de vleermuiskasten worden op verschillende oriëntaties aangeboden; o op maximale afstand van 200 meter van de huidige vleermuisverblijfplaats, maar buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden; o op minimaal 3 m hoogte en met vrije in- en uitvliegroute; o voldoende veiligheid tegen predatoren en minimale verstoring van kunstmatig licht; o zo veel mogelijk buiten in het onderzoek vastgestelde paarterritoria van andere vleermuizen.
Ongeschikt maken • De huidige vleermuisverblijfplaats wordt onder begeleiding van een ter zake deskundige ecoloog ongeschikt gemaakt; • De minimale weersomstandigheden voor het ongeschikt maken zijn een temperatuur van minimaal 8 graden Celsius bij zonsondergang, maximaal windkracht 4 Bft en maximaal lichte regen; • ‘Exclusion flaps’ zorgen ervoor dat vleermuizen nog wel het gebouw uit kunnen, maar middels het afdichten van de aanwezige openingen met weringsborstels, rondschuim of ander materiaal kunnen vleermuis de bebouwing niet meer betreden. De voorzieningen worden minimaal 3 aaneengesloten dagen ingezet. Er wordt expliciet geen gebruikgemaakt van folie, netten of purschuim; • De huidige vleermuisverblijfplaatsen worden ongeschikt gemaakt in de minst kwetsbare periode (15 april t/m 15 oktober); • Tussen het ongeschikt maken en de uitvoering van de sloop wordt met een controlebezoek uitgesloten dat er vleermuizen in de bebouwing aanwezig zijn. De controleronde vindt 3 dagen na het ongeschikt maken plaats. Het controlebezoek wordt uitgevoerd bij een avondbezoek vanaf zonsondergang of bij een ochtendbezoek tot zonsopkomst. De minimale weeromstandigheden hierbij zijn een temperatuur van minimaal 8 graden Celsius bij zonsondergang, maximaal windkracht 4 Bft en maximaal lichte regen.
Permanente voorzieningen • Voor gewone dwergvleermuis worden de alternatieve voorzieningen gerealiseerd in de gevels van de nieuwbouw. Er worden 4 vleermuisinbouwstenen (type VivaraPro IB VL 06) ingebouwd en 4 gekoppelde vleermuisinbouwstenen (type VivaraPro IB VL 06 + VivaraPro IB VL 07) ingebouwd. In totaal worden 8 inbouwvoorzieningen gerealiseerd. De vleermuisinbouwstenen worden op een voor de vleermuis geschikte plek aangebracht.
ODBN, Kenmerk
Pagina 12 van 18 Z/185059
De locaties van de voorzieningen zijn weergegeven in bijlage 2. De voorgestelde maatregelen zijn in grote lijnen voldoende. Wij nemen ter borging van/in aanvulling op deze maatregelen extra voorschriften op. Het betreft de volgende aanvullende mitigerende maatregelen: • Er mag pas ongeschikt gemaakt worden nadat is voldaan aan de gewenningsperiode van de functie paarverblijfplaats, conform het Kennisdocument Gewone dwergvleermuis (BIJ12, 2017). Dit voorschrift wordt opgenomen zodat de dieren de tijd hebben om de alternatieve verblijfplaatsen te kunnen ontdekken voordat de huidige verblijfplaatsen ongeschikt raken; • Alle gebouwen/woningen waar geschikte invliegopeningen voor vleermuizen in aanwezig zijn, dienen, dusdanig ongeschikt gemaakt te worden dat de gewone dwergvleermuis hierin nergens meer kan verblijven. Dit voorschrift wordt opgenomen, omdat de vleermuizen zich kunnen verplaatsen naar nieuwe verblijfplaatsen binnen het plangebied, nadat hun huidige verblijfplaatsen ongeschikt zijn gemaakt; • De controleronde dient plaats te vinden conform de eisen die het geldende vleermuisprotocol stelt aan het onderzoek naar zomerverblijfplaatsen. Concreet gaat het om de start- en eindtijd en de onderzoeksperiode. Tijdens de gehele controleronde moet het droog zijn.
De voorschrift wordt opgenomen om te borgen dan eventueel aanwezige vleermuizen daadwerkelijk uitvliegen; • De vleermuizen mogen na de controleronde geen toegangsmogelijkheden meer hebben tot de bebouwing. Er kan was worden gestart met de sloopwerkzaamheden na expliciete toestemming van de ecoloog. Dit voorschrift wordt opgenomen om te borgen dat er geen vleermuizen aanwezig zijn in de bebouwing ten tijde van de werkzaamheden; • De permanente voorzieningen voor de gewone dwergvleermuis dienen een binnenmaat van minimaal 50 centimeter breed en minimaal 80 centimeter hoog te hebben. Dit voorschrift wordt opgelegd, omdat de voorgestelde permanente inbouwkast niet voldoet aan het Kennisdocument Gewone dwergvleermuis (BIJ12, 2017). In paragraaf 3.2 van het Kennisdocument van de gewone dwergvleermuis staat dat permanente voorzieningen in muren een grootte van minimaal 50 x 80 centimeter moeten hebben. Het gaat hierbij om de verblijfsruimte, dus de binnenmaten van de verblijfplaats moeten minimaal 50 centimeter breed en minimaal 80 centimeter hoog zijn.
Omdat alle voorzieningen in het kennisdocument een hoogte hebben die groter is dan de breedte, moet de breedte dus minimaal 50 zijn en de hoogte minimaal 80; • De tijdelijke voorzieningen dienen in stand te worden gehouden totdat de permanente voorzieningen gerealiseerd en beschikbaar zijn, waarbij rekening dient te worden gehouden met de gewenningsperiodes conform de betreffende Kennisdocumenten en aangetroffen functies. Dit voorschrift wordt opgenomen zodat de dieren de tijd hebben om de permanente verblijfplaatsen te ontdekken voordat de tijdelijke verblijfplaatsen ongeschikt raken; • Het verwijderen van de tijdelijke voorzieningen vindt plaats buiten de meest kwetsbare periodes en de winterperiode (15 oktober tot 1 april). Dit voorschrift wordt opgenomen zodat de voorzieningen niet tijdens de kwetsbare periodes worden verwijderd; • Voor het verwijderen van de tijdelijke voorzieningen dient gecontroleerd te worden of de voorziening ‘leeg’ is. De kasten mogen alleen verwijderd worden op het moment dat er geen vleermuis aanwezig is in de kast. Dit voorschrift wordt opgenomen om te borgen dat vleermuizen niet worden verstoord of gedood bij verwijdering van de tijdelijke voorzieningen;
ODBN, Kenmerk
Pagina 13 van 18 Z/185059
•
De tijdelijke kasten dienen binnen de ontheffingsperiode verwijderd te worden. Indien dit niet het geval is, is vleermuisonderzoek benodigd om te beoordelen of de kast gebruikt wordt als verblijfplaats. Indien de kast in gebruik is als verblijfplaats en deze ontheffing is verlopen, dient een nieuwe ontheffing te worden aangevraagd voor het verwijderen van de verblijfplaats. Dit voorschrift wordt opgenomen om te borgen dat er geen verblijfplaatsen zonder ontheffing worden verwijderd.
Door het nemen van mitigerende maatregelen en de inrichting van het gebied na afloop van de werkzaamheden komt de gunstige staat van instandhouding van de gewone dwergvleermuis niet in het geding door het uitvoeren van de voorgenomen werkzaamheden.
ODBN, Kenmerk
Pagina 14 van 18 Z/185059
3. Conclusie Gelet op het voorgaande verlenen wij gevraagde ontheffing. De ontheffing wordt slechts voor de in het besluit genoemde soorten en beschreven activiteiten verleend. Deze ontheffing geldt alleen voor de activiteiten die conform de aanvraag worden uitgevoerd, voor zover in deze ontheffing zelf niet anders is aangegeven. Aan deze ontheffing zijn voorschriften verbonden.
ODBN, Kenmerk
Pagina 15 van 18 Z/185059
BIJLAGE 1. OVERZICHTSTEKENING VAN DE PLANLOCATIE
Figuur 1. Locatie Hoofdstraat, Looijerij en Toon Bolsiusstraat in Schijndel. De activiteiten vinden plaats binnen het omlijnde gebied.
ODBN, Kenmerk
Pagina 16 van 18 Z/185059
BIJLAGE 2. LOCATIE VAN DE MITIGERENDE MAATREGELEN
Figuur 2. Locatie van de permanente voorzieningen.
ODBN, Kenmerk
Pagina 17 van 18 Z/185059
BIJLAGE 3. MELDINGSFORMULIER START HANDELINGEN BESCHERMDE SOORTEN Meldingsformulier start handelingen ten aanzien van beschermde soorten Ontheffing Wet natuurbescherming, onderdeel beschermde soorten Gegevens Aanvraagnummer
Z/185059
Naam initiatief Ontheffingsperiode Ontheffinghouder Naam aanvrager Adres PC-Woonplaats Gegevens werkzaamheden: Contactpersoon uitvoering …………………………………………………………………………………………………………… werkzaamheden Telefoonnummer (vast) …………………………………………………………………………………………………………… Telefoonnummer (mobiel)
……………………………………………………………………………………………………………
Ecoloog betrokken bij ………………………………………………………………………………………………………….. uitvoering (incl. ………………………………………………………………………………………………………….. contactgegevens) Locatie(s) werkzaamheden …………………………………………………………………………………………………………… Datum gereedkomen compensatiemaatregelen Datum start werkzaamheden Overzicht planning werkzaamheden
…………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………………………………………
Dit formulier dient zodra de aanvang van de handelingen met betrekking tot beschermde soorten bekend is, doch uiterlijk 2 weken van tevoren, te worden ingediend bij de Omgevingsdienst Brabant Noord Retouradres Omgevingsdienst Brabant Noord Email: info@odbn.nl
ODBN, Kenmerk
Pagina 18 van 18 Z/185059
KENNISGEVING WET NATUURBESCHERMING, Looierij Vastgoed B.V., aan de Hoofdstraat, Looierij en Toon Bolsiusstraat, postcodegebied 5481/5482 te Schijndel, gemeente Meierijstad, Z/185059 Beschikking Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant maken bekend dat zij op 8 augustus 2023 een ontheffing ingevolge artikel 3.8, eerste lid, van de Wet natuurbescherming hebben verleend (kenmerk: Z/185059-345498) aan Looierij Vastgoed B.V., St.Lambertusweg 100, 5291 AD, Gemonde voor de sloop van huidige bebouwing en realisatie van nieuwbouwappartementen aan de Hoofdstraat, Looierij en Toon Bolsiusstraat, postcodegebied 5481/5482 te Schijndel, gemeente Meierijstad. De ontheffing is geldig voor de periode tot en met 17 juli 2028. Op dit besluit is afdeling 2 van hoofdstuk 1 van de Crisis- en herstelwet van toepassing. De aanvraag, het besluit en de bijbehorende stukken liggen vanaf 10 augustus 2023 tot en met 20 september 2023 6 weken ter inzage bij de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN), telefoonnummer (088) 743 00 00. Het besluit is digitaal op te vragen via e-mail info@odbn.nl. Bezwaar Is dit besluit aan u gericht en bent u het er niet mee eens, dan kunt u een bezwaarschrift indienen. Is het besluit niet rechtstreeks aan u gericht en bent u het er niet mee eens, dan kunt u alleen een bezwaarschrift indienen als het besluit directe gevolgen voor u heeft.
Verstuur uw bezwaarschrift binnen 6 weken na de verzenddatum van het besluit. U kunt uw bezwaarschrift op 2 manieren indienen: • Digitaal. Op www.brabant.nl/bezwaar vindt u de link ‘Bezwaar indienen’. U heeft hiervoor een DigiD-inlogcode nodig. • Per post. Stuur uw bezwaarschrift naar: Het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant Secretariaat van de hoor- en adviescommissie Postbus 90151 5200 MC te ‘S-HERTOGENBOSCH In het bezwaarschrift zet u: • uw naam en adres; • de datum, het kenmerk en een omschrijving van het besluit waarmee u het niet eens bent; • de reden waarom u het niet eens bent met ons besluit; • de datum van uw bezwaarschrift en uw handtekening; • maakt u namens iemand anders bezwaar? Stuur dan een machtiging mee. Voeg ook een kopie toe van het besluit waarmee u het niet eens bent. Op deze manier kunnen wij uw bezwaarschrift beter in behandeling nemen. Kunt u ons ook uw telefoonnummer en e-mailadres geven? Zo kunnen wij samen met u de beste aanpak van de behandeling van uw bezwaar bespreken. U kunt het secretariaat van de hoor- en adviescommissie bereiken via telefoonnummer (073) 680 83 04, faxnummer (073) 680 76 80 en e-mailadres bezwaar@brabant.nl. Aan het indienen van een bezwaar zijn geen kosten verbonden. Voorlopige voorziening Als u een bezwaarschrift indient, dan heeft dit geen schorsende werking.
Dat betekent dat het besluit geldt zolang uw bezwaarschrift in behandeling is. Het kan zijn dat u dit niet wilt. Bijvoorbeeld omdat
het besluit onherstelbare gevolgen voor u heeft. U kunt gelijktijdig met of na het indienen van een bezwaarschrift een verzoek om een voorlopige voorziening vragen bij de Rechtbank Oost-Brabant, sector Bestuursrecht, Postbus 90125, 5200 MA 's-Hertogenbosch. Er zijn kosten verbonden aan het vragen om een voorlopige voorziening (griffierecht).
Voorlopige voorziening Als u een bezwaarschrift indient, dan heeft dit geen schorsende werking. Dat betekent dat het besluit geldt zolang uw bezwaarschrift in behandeling is. Het kan zijn dat u dit niet wilt. Bijvoorbeeld omdat het besluit onherstelbare gevolgen voor u heeft. U kunt gelijktijdig met of na het indienen van een bezwaarschrift een verzoek om een voorlopige voorziening vragen bij de Rechtbank Oost-Brabant, sector Bestuursrecht, Postbus 90125, 5200 MA 's-Hertogenbosch. Er zijn kosten verbonden aan het vragen om een voorlopige voorziening (griffierecht). Aan deze procedure is het kenmerk Z/185059 gekoppeld. Wij verzoeken u bij correspondentie dit kenmerk te vermelden. 's-Hertogenbosch, augustus 2023