Bijlage 3.1 toelichting - Aanvullend onderzoek naar gierzwaluw en vleermuizen
Tekst van het document
Aanvullend onderzoek ecologie Hoofdstraat, Looierij en Toon Bolsiusstraat te Schijndel Aanvullend onderzoek naar gierzwaluw en vleermuizen in het kader van de Wet natuurbescherming
Colofon Status:
Definitief
Project:
2022-0459
Datum:
23 september 2022, revisie 13 oktober 2022
Samensteller:
ing. D.F. Knoops & ing. C.J. Blom
Collegiale toets:
ir. ing. K.J. Rebergen
Opdrachtgever:
Looierij Vastgoed B.V.
Contactpersoon:
C. Jansen
Disclaimer Blom Ecologie B.V. is niet aansprakelijk voor schade die voortkomt uit toepassing van de resultaten van werkzaamheden en/of gegevens verkregen van Blom Ecologie B.V. Niets uit deze rapportage mag zonder schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en Blom Ecologie B.V. worden gebruikt door derden. Onder gebruik worden alle vormen van kopie, openbaarmaking en elke andere toepassing begrepen. Deze rapportage mag alleen gebruikt worden voor het doel waarvoor het is samengesteld.
Inhoud 1 Inleiding
4
1.1
Aanleiding
4
1.2
Doel
4
1.3
Beschrijving plangebied
5
1.4
Voorgenomen werkzaamheden
6
1.5
Mogelijk aanwezige soorten
6
1.6
Kader Wet natuurbescherming
7
2 Methode onderzoek
8
2.1
Theoretisch kader
8
2.2
Praktische uitvoering
8
2.3
Materialen en aanvullende onderzoeksmethodes
10
2.4
Veldbezoeken
10
2.5
Specifieke omstandigheden
10
3 Resultaten
11
3.1
Gierzwaluw
11
3.2
Vleermuizen
12
3.3
Overige soorten
14
4 Conclusie
15
4.1
Gierzwaluw
15
4.2
Vleermuizen
15
4.3
Overige soorten
15
4.4
Samenvatting
15
4.5
Vervolgstappen
16
1 Inleiding 1.1
Aanleiding Aan de Hoofdstraat, Looierij en Toon Bolsiusstraat te Schijndel zijn meerdere bedrijfsgebouwen en woningen gesitueerd. Looierij Vastgoed B.V. is voornemens de bestaande panden op de planlocatie te slopen ten behoeve van de realisatie van een appartementencomplex (figuur 1.1).
Figuur 1.1
Het plangebied is gelegen aan de Hoofdstraat, Looierij en Toon Bolsiusstraat te Schijndel.
Gezien de beoogde ingreep mogelijk leidt tot de aantasting van natuurwaarden beschermd onder de Wet natuurbescherming (Wnb) is een quickscan Wnb uitgevoerd naar de potentie van het plangebied en mogelijke negatieve effecten ten gevolge van de beoogde werkzaamheden (Knoops, 2022). Op basis van de quickscan Wnb kon de aanwezigheid van nestlocaties van jaarrond beschermde vogels (gierzwaluw) en vleermuisverblijfplaatsen niet uitgesloten worden (zie tabel 1.1). Om vast te stellen of het plangebied daadwerkelijk een functie heeft voor vorengenoemde soorten dient aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden. Looierij Vastgoed B.V. heeft Blom Ecologie verzocht dit aanvullend onderzoek uit te voeren. In voorliggende rapportage worden de bevindingen beschreven.
1.2
Doel In dit aanvullende ecologische onderzoek worden de volgende onderzoeksvragen beantwoord: • Zijn gierzwaluw en vleermuizen aanwezig in het onderzoeksgebied? • Op welke wijze maken vorengenoemde soorten gebruik van het onderzoeksgebied? Zijn in het onderzoeksgebied jaarrond beschermde nestlocaties, verblijfplaatsen of essentiële onderdelen van het leefgebied aanwezig? • Resulteert de voorgenomen ingreep in het beschadigen of wegnemen van jaarrond beschermde nestlocaties, verblijfplaatsen of essentiële onderdelen van het leefgebied? Is een ontheffing Wet natuurbescherming noodzakelijk voor de voorgenomen ingreep uitgevoerd kan worden?
4
1.3
Beschrijving plangebied De planlocatie is gelegen aan de Hoofdstraat, Looierij en Toon Bolsiusstraat te Schijndel (figuur 1.2). De planlocatie bestaat uit meerdere bedrijfspanden en een woning (figuur 1.2). Een uitgebreide beschrijving van het plangebied en de directe omgeving hiervan is te vinden in de quickscan Wnb (Knoops, 2022).
Figuur 1.2 De bebouwing in het plangebied betreffen bedrijfspanden en een woning.
Figuur 1.3
Op de planlocatie is men voornemens alle bestaande bebouwing te slopen.
5
1.4
Voorgenomen werkzaamheden Looierij Vastgoed B.V. is voornemens om de panden in het plangebied te slopen ten behoeve van een appartementencomplex. De ingreep zal indicatief op hoofdlijnen bestaan uit de volgende werkzaamheden: • • • • •
1.5
slopen van bebouwing: algemene sloopwerkzaamheden en afvoer sloopmateriaal; verwijderen terreininrichting, graafwerkzaamheden, transport (afvoer) van materiaal; egaliseren terrein: graafwerkzaamheden en grondtransport; realisatie nieuwbouw: algemene bouwwerkzaamheden; revitalisatie terrein en aanleg verharding: allerhande (straat- en hoveniers) werkzaamheden.
Mogelijk aanwezige soorten Uit de quickscan Wnb (Knoops, 2022) is gebleken dat binnen het plangebied mogelijk jaarrond beschermde nestlocaties en/of vleermuisverblijfplaatsen aanwezig zijn (tabel 1.1). In tabel 1.2 wordt de potentie naar vleermuissoort en type verblijfplaats gespecificeerd. Tabel 1.1
Overzicht van de potentie van het plangebied voor beschermde soorten (Knoops, 2022).
Soortgroep
Onderzoek nodig
Bescherming Wnb
Mogelijke functie plangebied
Ja
art. 3.5
Verblijfplaatsen in gebouwen
Ja
art. 3.1
Nestlocaties
Planten Grondgebonden zoogdieren Vleermuizen Amfibieën, reptielen en vissen Insecten en ongewervelden Vogels (Cat. 1 t/m 4) Gierzwaluw Vogels (Algemeen en cat. 5)
Tabel 1.2
Overzicht van de potentie voor vleermuissoorten en type verblijfplaatsen (Knoops, 2022).
Vleermuissoort
Zomer
Kraam
Paar
Massawinter
Gewone dwergvleermuis
Ja
Ja
Ja
Nee
Ruige dwergvleermuis
Ja
Nee
Ja
Nee
Laatvlieger
Ja
Ja
Ja
Nee
6
1.6
Kader Wet natuurbescherming De soortenbescherming van de Wet natuurbescherming valt op grond van internationale verdragen en nationaal beschermde soorten uiteen in drie verschillende beschermingsregimes. Deze beschermingsregimes betreffen de Vogelrichtlijn (art. 3.1), Habitatrichtlijn (art. 3.5) en de nationaal beschermde soorten (art. 3.10). De bescherming van de gierzwaluw valt onder de Vogelrichtlijn. Binnen de Vogelrichtlijn wordt onderscheid gemaakt tussen soorten waarvan het leefgebied en de nestplaats jaarrond beschermd zijn en overige broedvogels waarvan de nestplaats en het leefgebied enkel beschermd zijn tijdens de broedperiode. Vleermuizen vallen onder de bescherming van de Habitatrichtlijn. Naar aanleiding van de beoogde werkzaamheden kan overtreding van de volgende verbodsbepalingen optreden: Wnb, art. 3.1 (Vogelrichtlijnsoorten) Lid 2: Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Lid 4: Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. Wnb, art. 3.5 (Habitatrichtlijnsoorten) Lid 2: Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren Lid 4: Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen.
Voorliggend onderzoek en rapportage zijn uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming. Aannemelijk zal per 1 januari 2023 de Omgevingswet in werking treden. Binnen de Omgevingswet blijven de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn onverminderd van kracht. Uitvoeringskaders, termijnen en processen vinden binnen de Omgevingswet op andere wijze plaats. Implementatie en wijze van uitvoering zijn vooralsnog niet vastgesteld.
7
2 Methode onderzoek 2.1
Theoretisch kader Ten behoeve van ecologische onderzoek naar een aantal beschermde soorten in Nederland zijn door experts richtlijnen opgesteld. Deze richtlijnen zijn in zekere mate juridische kaders gaan vormen bij de toetsing van onderzoeken op juistheid en volledigheid. Voor de gierzwaluw zijn deze richtlijnen vastgelegd in de Kennisdocumenten (BIJ12, 2017). Voor vleermuizen geldt het meest actuele Vleermuisprotocol (momenteel NGB, 2021) als richtlijn. De richtlijnen worden door de opstellers geëvalueerd en indien noodzakelijk aangepast. De uitgangspunten zoals deze zijn geformuleerd in de richtlijnen vormen de basis voor het soortspecifieke onderzoek wat wordt uitgevoerd door Blom Ecologie. In tabel 2.1 wordt voor de desbetreffende beschermde gebouwbewonende soorten beknopt weergeven wat de onderzoeksperioden en methode zijn. Voor de veldbezoeken wordt een minimale tussenliggende periode aangehouden voor een goede spreiding over de onderzoeksperiode, conform het Kennisdocument Gierzwaluw en het meest actuele Vleermuisprotocol. Tabel 2.1
Samenvatting van de uitgangspunten ten behoeve van het aanvullend ecologisch onderzoek zoals geformuleerd in het Kennisdocument en het meest actuele Vleermuisprotocol (2021).
Soort
Type
Periode
Omschrijving
Gierzwaluw
Nest
15 mei t/m 15 juli
3 veldbezoeken in de avond, waarvan 1 tussen 20 juni en 7 juli. Inventariseren van in- en uitvliegende individuen.
Cat. 5 vogels Algemene broedvogels
Verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen
De nesten van cat. 5 soorten en andere algemene broedvogels worden meegenomen gedurende de overige veldbezoeken.
Nest
Kraam
15 mei t/m 15 juli
Zomer
15 april t/m 15 aug.
Paar
15 aug. t/m 30 sep.
Minimaal 2 veldbezoeken per type verblijfplaats na zonsondergang of voor zonsopkomst. Veldbezoeken kunnen gecombineerd worden uitgevoerd. Inventariseren van in- en uitvliegende individuen alsmede gedrag indicatief voor een verblijfplaats (o.a. baltsende dieren).
2.2 Praktische uitvoering De praktische uitvoering valt uiteen in standaardprocedure tijdens elk veldbezoek, de reactieve onderzoekswijze die gehanteerd wordt en, indien van toepassing, de aanvullende onderzoeksmethodes. Op basis van de te verwachten soorten en de relatieve potentie voor deze soorten binnen het onderzoeksgebied wordt het aanvullende onderzoek ingericht. Voorafgaand aan de daadwerkelijke uitvoering wordt bekeken vanaf welke posities het onderzoeksgebied (gevels/daken/dakranden met potentie) het meest efficiënt en strategisch kan worden onderzocht. De strategische punten, looproute en zichtlijnen zijn afhankelijk van de aanwezigheid van obstructies, struiken/bomen, verlichting en diverse typen van bebouwing. Tevens zijn deze afhankelijk van de te onderzoeken soortgroep.
8
Binnen de kaders van de relevante Kennisdocumenten en het Vleermuisprotocol (tabel 2.1) is de onderzoekswijze vormvrij. Afhankelijk van omstandigheden zoals de relatieve potentie, ervaring, moment van onderzoek het aantal onderzoekers, en dergelijke, worden door de diverse onderzoeksbureaus op verschillende wijze onderzoek uitgevoerd. Aangezien de te onderzoeken soorten veelal voorkeur hebben voor bepaalde type verblijfsplaatsen en leefgebied wordt door Blom Ecologie reactief onderzoek uitgevoerd. Dit type onderzoek houdt vast aan strategische punten, looproutes en zichtlijnen waarbij het geobserveerde gedrag van de te onderzoeken soort en de lokale omstandigheden leidend zijn voor de keuze van de strategische punten of looproute en de verblijfsduur per punt. De strategische punten worden bepaald op locatie voorafgaand aan de start van een onderzoek door een visuele beoordeling op de actuele potentie voor de soort in kwestie. Deze punten kenmerken zich door goed overzicht binnen het onderzoeksgebied en zicht op zoveel mogelijk potentiële in- of uitvliegopeningen. Tijdens het aanvullend onderzoek gierzwaluw wordt met name gebruik gemaakt van strategische punten. Deze strategische punten worden gekozen op basis van overzicht van het onderzoeksgebied, relatieve potentie, sporen van nesten en in latere rondes de gegevens van de eerdere bezoeken.
Tijdens het gehele veldbezoek worden het aantal laagvliegende gierzwaluwen geteld voor het inschatten van het aantal nesten op locatie. De wisseling van de strategische punten is een reactie op het gedrag van de gierzwaluw, de waarnemer verandert van strategisch punt als er sprake is van laagvliegende, bouncende en roepende gierzwaluwen in een bepaald deel van het onderzoeksgebied. Het onderzoek wordt afgerond rond zonsondergang. De onderzoeker verlaat het onderzoeksgebied echter pas wanneer alle gierzwaluwen zijn ingevlogen of uit het gebied weggetrokken zijn. Afhankelijk van de periode kan het onderzoek daardoor doorlopen tot circa 30 minuten na zonsondergang. Tijdens deze laatste 30 minuten is er vaak sprake van relatief lage activiteit waardoor dit onderzoek waar nodig zonder kwaliteitsrisico’s kan overlopen in de veldbezoeken ten aanzien van vleermuizen. Het aanvullend onderzoek vleermuizen wordt uitgevoerd door een combinatie van strategische punten en looproutes. Tijdens het eerste veldbezoek (zowel in het voorjaar als najaar) worden strategische punten ingenomen.
Op het moment dat er sprake is van uitvliegende vleermuizen beweegt de onderzoeker zich in tegenovergestelde richting (dus de vleermuis tegemoet) naar het volgende strategische punt om zo een eventueel tweede of daaropvolgende uitvliegend individu, en uiteindelijk zo mogelijk de kolonieverblijfplaats, te lokaliseren. Hierbij blijft de nadruk op de woningen die binnen het plangebied vallen. Tijdens de vervolgonderzoeken wordt per seizoen de strategische punten ingenomen waar op dat moment de hoogste trefkans is. Voor alle onderzoeken geldt dat tijdens de rondes de keuze van strategische punten en/of looproutes beïnvloed worden door veranderende omstandigheden. Dit kan zijn een plotselinge verandering van windrichting, sterke toename of afname van windkracht, defecte straatverlichting en andere omstandigheden. Het aantal factoren dat bepaalt waarom een onderzoeker juist de ene richting meer op kijkt dan de andere of er juist voor kiest af te wijken van een gebruikelijke route zijn niet of nauwelijks definieerbaar. De wijze van onderzoek verschilt, met in achtneming van de randvoorwaarden van de relevante Kennisdocumenten en het meest actuele Vleermuisprotocol, dus per datum, per loopronde en per moment.
Er is derhalve geen sprake van vaste transecten maar veel eerder van diverse looproutes naar strategische punten waarbij de frequentie van stilstaan en beweging afhankelijk zijn van de omstandigheden op dat moment. De personele inzet van ieder veldbezoek is afhankelijk van het type onderzoek, de ervaring van de waarnemers en de potentie van het plangebied. Alle veldwerkers van Blom Ecologie zijn bedreven en ervaren in onderzoeken in urbaan gebied. Het onderzoek is er niet op gericht om met volledige zekerheid alle mogelijke nesten en/of verblijfplaatsen te vinden of de aanwezigheid hiervan volledig uit te sluiten. Hiervoor zou een onderzoeksinspanning geleverd moeten worden die de onderzoeksprotocollen ver overstijgt. Van de geleverde onderzoeksinspanning wordt beoordeeld dat deze voldoende is zoals dat redelijkerwijs van een initiatiefnemer gevraagd kan worden.
9
Met het uitgevoerde onderzoek worden derhalve resultaten geleverd die een goed beeld bieden van de aantallen individuen en de actieve nesten en/of verblijfplaatsen op die momenten binnen het onderzoeksgebied.
2.3 Materialen en aanvullende onderzoeksmethodes Het gierzwaluwonderzoek is uitgevoerd met behulp van een verrekijker. Tijdens het gierzwaluwonderzoek is gebruik gemaakt, indien noodzakelijk, van een speaker voor het afspelen van gierzwaluwgeluiden. Indien wordt teruggeroepen door jongen of ouderdieren kunnen hiermee nestlocaties van gierzwaluwen worden geïdentificeerd. Het vleermuisonderzoek is uitgevoerd met behulp van een batdetector, type Petterson D-200x/D-240x. Deze type zijn heterodyne en D-240x heeft een time expansion functie. De time expansion functie maakt het mogelijk de geluidopnames te vertragen waardoor nauwkeurige analyse van de hoogfrequent geluiden uitgevoerd kunnen worden. Geluidswaarnemingen zijn eventueel opgenomen met een opnameapparaat van het merk Roland, type R-07. Indien inventarisatie in het veld niet mogelijk was zijn geluiden geanalyseerd met behulp van de software BATSOUND.
2.4 Veldbezoeken Het onderzoeksgebied is geïnventariseerd door ter zake deskundig ecologen van Blom Ecologie of externe ter zake deskundig ecologen onder verantwoordelijkheid van Blom Ecologie. De relevante omstandigheden ten tijde van de veldbezoeken zijn opgenomen in onderstaande tabel (tabel 2.2). Slechts een deel van de gebouwen biedt potentieel geschikte verblijfplaatsen voor gierzwaluw en vleermuizen. Derhalve kon het onderzoek, conform het vleermuisprotocol, door één ecoloog worden uitgevoerd. Tabel 2.2
Uitgevoerde veldbezoeken gedurende het aanvullend onderzoek.
Veldbezoek
Functie
per s.
Datum
Zon
Tijd
Weersomstandigheden
Gierzwaluw 1
Nest
1
30-05-2022
21.46
19.45-21.46
8/8, droog, 0-1 Bft, 15˚C
Gierzwaluw 2
Nest
1
20-06-2022
22.00
20.00-22.00
1/8, droog, 1-2 Bft, 18˚C
Gierzwaluw 3
Nest
1
06-07-2022
21.55
19.45-22.10
8/8, droog, 1-2 Bft, 21˚C
Vleermuis 1
Kraam + zomer
1
30-05-2022
21.46
21.46-00.00
8/8, droog, 0-1 Bft, 15˚C
Vleermuis 2
Kraam + zomer
1
20-06-2022
22.00
22.00-00.00
1/8, droog, 1-2 Bft, 18˚C
Vleermuis 3
(Kraam +) zomer
1
22-07-2022
05.47
03.45-05.50
0/8, droog, 0-1 Bft, 16˚C
Vleermuis 4
Paar
1
29-08-2022
20.29
23.00-01.00
1/8, droog, 0-1 Bft, 18˚C
Vleermuis 5
Paar
1
20-09-2022
19.42
20.45-22.45
8/8, droog, 0-1 Bft, 14˚C
2.5 Specifieke omstandigheden Tijdens de uitvoering van het onderzoek kan er sprake zijn van dusdanig omstandigheden dat er mogelijk een vertekend beeld optreedt van de verzamelde resultaten. Hiermee wordt niet bedoeld het gemotiveerd afwijken van uitgangspunten zoals geformuleerd in de Kennisdocumenten en Vleermuisprotocol. Tijdens het onderzoek was er, voor zover de onderzoekers hebben kunnen nagaan, geen sprake van omstandigheden die mogelijk effect sorteren op de onderzoeksresultaten.
10
3 Resultaten 3.1
Gierzwaluw Per veldbezoek zijn in totaal circa 10 gierzwaluwen waargenomen. Het aantal laagvliegende gierzwaluwen waargenomen boven het onderzoeksgebied betreft circa 4 individuen. De hoogste concentratie laagvliegende gierzwaluwen bevond zich nabij de Sint Servatiuskerk (ca. 300m ten zuidoosten van de planlocatie). Het aantal wegtrekkende en aannemelijk niet-broedende individuen betreft circa 8 individuen. Gedurende het onderzoek zijn weinig tot geen foeragerende gierzwaluwen waargenomen. Het functioneel leefgebied van gierzwaluwen laat zich vrijwel niet definiëren. Gedurende het onderzoek is 1 nest van de gierzwaluw vastgesteld buiten de planlocatie. De locatie van het waargenomen gierzwaluwnesten is weergeven in tabel 3.1. In figuur 3.1 wordt de aangetroffen nestlocatie weergeven. Tabel 3.1
Locaties van de aangetroffen gierzwaluwnesten.
Woonblok Toon Bolsiusstraat 13
Aantal nesten 1
Plangebied
Omschrijving
Buiten
Via nokvorst van kopgevel
Figuur 3.1 Overzicht van de aangetroffen nestlocatie van gierzwaluwen buiten het onderzoeksgebied.
11
3.2 Vleermuizen Tijdens de onderzoeksrondes zijn in totaal één vleermuissoort waargenomen in het onderzoeksgebied (tabel 3.2). De waargenomen soort betreft de gewone dwergvleermuis. Tabel 3.2
Waarnemingen en aantallen van vleermuizen gedurende de veldbezoeken in het onderzoeksgebied. Een verblijfplaats kan bij meerdere veldbezoeken zijn vastgesteld, het totaal aantal verblijfplaatsen wordt weergegeven in tabel 3.3 en figuur 3.2. Aantal individuen
Gedrag en verblijfplaatsen
Gewone dwergvleermuis
1
Foeragerend, passerend
Vleermuis 2
Gewone dwergvleermuis
1-2
Foeragerend, passerend
Vleermuis 3
Gewone dwergvleermuis
4
Zomerverblijfplaats vastgesteld 2x
Vleermuis 4
Gewone dwergvleermuis
2
Paarverblijfplaats vastgesteld 1x
Gewone dwergvleermuis
1
Foeragerend
Gewone dwergvleermuis
2
Baltsende mannetjes
Gewone dwergvleermuis
3
Paarverblijfplaats vastgesteld 2x
Veldbezoek
Soort
Vleermuis 1
Vleermuis 5
Gedurende het vleermuisonderzoek zijn 5 vleermuisverblijfplaatsen vastgesteld. Hiervan zijn er 2 vleermuisverblijfplaatsen (gecombineerd) aanwezig binnen het plangebied en de overige vleermuisverblijfplaatsen zijn aanwezig buiten het plangebied. Binnen het plangebied is sprake van één gecombineerde zomer-, en paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis. De exacte vindplaats van de vleermuisverblijfplaatsen zijn weergegeven in tabel 3.3 en in figuur 3.2. Gedurende het vleermuisonderzoek is geen essentiële vliegroute en/of essentieel foerageergebied vastgesteld. Op basis van het aantal waargenomen individuen is de aanwezigheid van een veel gebruikte vliegroute uitgesloten. De waargenomen individuen verspreiden zich nabij de bebouwing diffuus door het onderzoeksgebied waardoor er geen sprake is van de aanwezigheid van een vaste vliegroute. De werkzaamheden hebben geen invloed op een mogelijke vliegroute (Knoops, 2022). De resultaten van het vleermuisonderzoek onderschrijven deze beoordeling. Tabel 3.3
Overzicht van de aangetroffen vleermuisverblijfplaatsen in het onderzoeksgebied.
Adres
Soort
Functie
Plangebied
Omschrijving
Hoofdstraat 45
Gewone dwergvleermuis
Zomer
Buiten
3 individuen invliegend via stootvoeg
Bedrijfspand achter horecapand aan Hoofdstraat 54
Gewone dwergvleermuis
Zomer
Binnen
1 individu invliegend onder daklijst
Bedrijfspand achter horecapand aan Hoofdstraat 54
Gewone dwergvleermuis
Paar
Binnen
2 individuen invliegend onder daklijst
Toon Bolsiusstraat 22
Gewone dwergvleermuis
Zomer
Buiten
1 individu invliegend in nokvorst
Toon Bolsiusstraat 22
Gewone dwergvleermuis
Paar
Buiten
1 individu invliegend in nokvorst
12
Figuur 3.2 Overzicht van de aangetroffen vleermuisverblijfplaatsen binnen, en buiten het onderzoeksgebied. Er zijn twee gecombineerde (zomer-paar)verblijfplaatsen gevonden.
Figuur 3.3 Foto van de gebruikte openingen van vleermuisverblijfplaats (zomer-, paarverblijfplaats gewone dwergvleermuis) in het bedrijfspand gelegen achter het horecapand aan de Hoofdstraat 54 te Schijndel. 13
3.3 Overige soorten Naast de te onderzoeken soorten waarvoor het voorliggend onderzoek is uitgevoerd zijn tijdens de veldbezoeken waarnemingen van overige soorten gedaan. De volgende vogelsoorten zijn gedurende de veldbezoeken waargenomen: merel, vink, roodborst, pimpelmees, houtduif, kauw en appelvink. Deze waarnemingen bestaan met name uit overvliegende, rustende of foeragerende vogels. Er zijn geen nesten van algemene broedvogels waargenomen. De directe omgeving biedt echter wel potentie voor nesten van algemene broedvogels. Nesten van algemene broedvogels zijn beschermd gedurende het broedseizoen. Het broedseizoen loopt indicatief van 15 maart t/m 15 juli. Werkzaamheden die mogelijk nesten van algemene broedvogels aantasten dienen uitgevoerd te worden buiten het broedseizoen. In het plangebied is geen sprake van nesten van cat. 5 vogels die worden weggenomen.
14
4 Conclusie 4.1
Gierzwaluw In mei-juli 2022 is onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van de gierzwaluw in het plangebied aan de Hoofdstraat, Looierij en Toon Bolsiusstraat te Schijndel. Het onderzoek is uitgevoerd conform de bepalingen in het Kennisdocument gierzwaluw (BIJ12, 2017). Tijdens het onderzoek is een gierzwaluwnest vastgesteld, buiten de planlocatie. De beoogde ingreep leidt niet tot overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming art. 3.1, lid 2.
4.2 Vleermuizen In mei-september 2022 is onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van vleermuizen in het plangebied aan de Hoofdstraat, Looierij en Toon Bolsiusstraat te Schijndel. Het onderzoek is uitgevoerd conform de bepalingen in het meest actuele Vleermuisprotocol (NGB, 2021). Tijdens het onderzoek zijn 5 verblijfplaatsen van vleermuizen vastgesteld. Tijdens het onderzoek is vastgesteld dat het bedrijfspand achter het horecapand aan de Hoofdstraat 54 een functie heeft voor de gewone dwergvleermuis als zomer- en paarverblijfplaats. Deze verblijfplaats(en) worden bij de beoogde ingreep weggenomen. Tevens maakt het plangebied (in beperkte mate) onderdeel uit van het leefgebied, maar is er geen sprake van het wegnemen van essentiële onderdelen van het leefgebied. De beoogde ingreep leidt tot overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming art. 3.5, lid 2 (verstoren vleermuizen) en lid 4 (wegnemen 2 verblijfplaatsen). Er dient ten aanzien van gewone dwergvleermuis een ontheffing van de Wet natuurbescherming voorhanden te zijn alvorens het bedrijfspand achter het horecapand aan de Hoofdstraat 54 te Schijndel gesloopt kan worden.
4.3 Overige soorten Het onderzoek beperkte zich in beginsel tot gierzwaluw en vleermuizen. Tijdens het onderzoek is tevens gelet op individuen, nesten en/of verblijflocaties van andere soorten in het plangebied. Er zijn geen nesten van vogelsoorten aangetroffen binnen het plangebied. De directe omgeving biedt echter wel potentie voor dergelijke nesten. Zoals beschreven staat in de Vogelrichtlijn zijn alle vogels in Nederland beschermd tijdens het broedseizoen. Indicatief betreft het broedseizoen de periode 15 maart t/m 15 juli. Om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen dienen werkzaamheden die mogelijk leiden tot verstoring of aantasting van nesten buiten het broedseizoen uitgevoerd te worden.
4.4 Samenvatting Tabel 4.1
Samenvatting van de aangetroffen nestlocatie en vleermuisverblijfplaatsen in het onderzoeksgebied.
Soort
Type
Aantal wegnemen
Aantal behouden
Bescherming Wnb
Ontheffing nodig
Gierzwaluw
Nest
0
1
Art. 3.1
Nee
Zomer
1
2
Paar
1
1
Art. 3.5
Ja
Gewone dwergvleermuis
15
4.5 Vervolgstappen Voor de uitvoering van de ingreep is ontheffing nodig van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming (tabel 4.1). Conform de relevante wetteksten en Kennisdocumenten wordt aanbevolen om de navolgende aspecten te onderbouwen. Deze aspecten maken integraal onderdeel uit van het projectplan ten behoeve van de ontheffingsaanvraag. 1. De activiteit is nodig met een wettelijk belang (Wnb, art. 3.8, lid 5b); 2. Voor de activiteit is geen alternatieve bevredigende oplossing (Wnb, art. 3.8, lid 5a); 3. De staat van instandhouding van de soort blijft gewaarborgd (Wnb, art. 3.8, lid 5c); 4. Bepaal compensatie en mitigatie (Wnb, art. 3.8, lid 5c). Een ontheffingsaanvraag Wnb is enkel succesvol als al deze aspecten voldoende onderbouwd kunnen worden. Indien de ingreep geen wettelijk belang kent of indien de staat van instandhouding van de aanwezige soorten in het geding komt kan een ontheffing Wnb mogelijk geweigerd worden. Bevoegd gezag heeft de wettelijke termijn van 20 weken (13 + 7 weken verlenging) om een ontheffingsaanvraag Wnb te beoordelen. De planning van de werkzaamheden dient aangepast te worden aan de aanwezige soorten om zoveel mogelijk de werkzaamheden uit te voeren buiten kwetsbare periodes. Dergelijk maatwerk kan ervoor zorgen dat het project enkel in bepaalde periodes van het jaar uitgevoerd kan worden.
Indien de werkzaamheden leiden tot het wegnemen van nesten of verblijfplaatsen dienen alternatieve verblijfplaatsen gedurende een bepaalde periode aanwezig te zijn naast de huidige nesten of verblijfplaatsen. Deze gewenningsperiode is afhankelijk van de soort en het aantal individuen en betreft indicatief een aantal maanden en/of een specifiek seizoen. Het tijdig aanbrengen van alternatieve verblijfplaatsen is van belang om onnodige vertraging te voorkomen. Raadpleeg voor de plaatsing van de voorzieningen een ter zake deskundig ecoloog.
16
Bronvermelding Knoops, D.F., 2022. Quickscan Wnb aan de Hoofdstraat, Looierij en Toon Bolsiusstraat te Schijndel. Oriënterend onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming. Blom Ecologie B.V., Waardenburg. NGB, Zoogdiervereniging en Gegevensautoriteit Natuur, 2021. Vleermuisprotocol, versie januari 2021.
Geraadpleegde documenten (BIJ12, 2017) Kennisdocument Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) Kennisdocument Gierzwaluw (Apus apus) Kennisdocument Ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii)
17
Koeweistraat 2 4181 CD Waardenburg 0418 820 288
blomecologie.nl 18