Bijlage 2f - Vooronderzoek ontplofbare 266-023-VO-01
Tekst van het document
266-023-VO-01
Pagina 27 van 81
3 RESULTATEN VOORONDERZOEK CONFLICTPERIODE In het Vooronderzoek conflictperiode wordt op basis van bronnenonderzoek vastgesteld of er aanwijzingen zijn dat het onderzoeksgebied mogelijk betrokken is geweest bij oorlogshandelingen.
3.1
LOCATIESPECIFIEKE KENMERKEN
Aangezien locatieverwijzingen een essentiële rol spelen bij het vaststellen van de relevantie van achterhaalde indicaties, wordt er gekeken naar de geografische situatie voor of ten tijde van de oorlog. Derhalve kunnen locatieverwijzingen die uit het huidige stratenbeeld zijn verdwenen toch worden achterhaald. Met behulp van historisch kaartmateriaal kan de topografie van het onderzoeksgebied ten tijde van de oorlog worden achterhaald. De kaart is gegeorefereerd in ArcGIS waardoor het huidige onderzoeksgebied op de oude situatie kan worden geprojecteerd en op de navolgende pagina weergegeven (figuur 2). Op deze kaarten staan diverse toponiemen weergeven. In de wetenschap van deze (voor een deel) uit de huidige topografie verdwenen locatieverwijzingen zal het indicatieonderzoek worden uitgevoerd. Zoals in paragraaf 2.7 werd vermeld, hanteerden de Geallieerden gedurende de Tweede Wereldoorlog onder andere het zogeheten Nord de Guerre-coördinatenstelsel. De gegevens uit bijvoorbeeld de Daily Logs met de eventueel daarin aangehaalde coördinaten zijn door middel van Geallieerde stafkaarten herleidbaar naar een locatie. Deze Daily Logs geven vaak informatie over aanvalsdoelen, het verloop van de gebeurtenissen/gevechtshandelingen en de gehanteerde wapens en/of gebruikte OO aan Geallieerde zijde.
De volgende kaartvierkanten zijn bij het doornemen van de Daily Logs gehanteerd: NORD DE GUERRE-COÖRDINATEN: QE4330 Onderzoeksgebied Tabel 7: De gehanteerde kaartvierkanten met basiscoördinaat bij het doornemen van de Daily Logs.
Overzichtskaart 266-023-TE-02 op pagina 30 toont de locatie van de gehanteerde Nord de Guerrecoördinaten ter hoogte van het onderzoeksgebied.
266-023-VO-01
Pagina 28 van 81
Figuur 2: De historische situatie in en bij het onderzoeksgebied omstreeks 1945. Bron: Topotijdreis
266-023-VO-01
Pagina 29 van 81
3.2
OVERZICHTSTABEL CONFLICTPERIODE
De onderstaande tabel vormt een chronologisch overzicht van de informatie die uit literatuur, archiefdocumenten en luchtfotoanalyse is achterhaald. De tabel dient horizontaal te worden gelezen, te beginnen bij de datum van de indicatie, gevolgd door eventuele secundaire en primaire bronnen. Waar mogelijk worden indicaties geverifieerd met behulp van luchtfoto’s en kaartmateriaal, aangeduid met een blauwe of bruine kleur. Vervolgens worden de ingezette OO die relevant zijn voor het onderzoek, waar mogelijk gespecificeerd naar hoofdsoort, subsoort, kaliber en ontsteker. Tot slot wordt bepaald of de indicatie relevant is voor het onderzoek. Deze indicaties zijn geografisch herleidbaar en kunnen bij voorkeur worden geverifieerd met een tweede bron. De indicaties die van belang zijn worden voorzien van een unieke GIS ID, welke ook bij de afbakening van verdacht gebied wordt gehanteerd. De GIS-ID is tevens terug te vinden in de bij dit rapport meegeleverde ArcGIS Shapefile. Indicaties die als relevant zijn bestempeld, worden in Hoofdstuk 5 afgewogen tegen eventuele contra-indicaties en waar nodig afgebakend tot verdacht gebied. DATUM:
SECUNDAIRE SCHRIFTELIJKE BRON LITERATUUR:
PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON NATIONALE ARCHIEVEN
PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON INTERNATIONALE ARCHIEVEN
Datum kaart
Waarneming
11-05-1940
Op de kaart uit De verdediging van Noord-Limburg en Noord-Brabant, Mei 1940 van Nierstracz is de Nederlandse terugtocht en Duitse opmars op 11-051940 in de regio Sint-Oedenrode ingetekend. De Duitsers konden door het opblazen van de brug niet bij Nijnsel de Dommel oversteken. Vervolgens trokken ze door naar Sint-Oedenrode.
INGEZETTE OO
RELEVANTIE De kaart uit het boek van Nierstracz toont dat er tijdens de meidagen van 1940 in Nijnsel geen strijd is geleverd tussen Nederlandse en Duitse troepen.
19
11-05-1940
Het detachement III-26 R.I. kreeg opdracht, de brug bij Neinsel bezet te houden. (…) Terwijl de brug over de Dommel bij Neinsel in de namiddag van 11 mei tussen 16.00 en 17.00 werd opgeblazen.20
De indicatie vermeldt het opblazen van de brug over de Dommel bij Nijnsel op 11-051940. Dit ligt minstens 600 meter buiten het onderzoeksgebied. De indicatie is hierdoor niet herleidbaar naar het onderzoeksgebied. De indicatie wordt niet meegenomen in het onderzoek.
Datum luchtfoto
Sortie
Schaal
Nummers
Luchtfotoanalyse
10-04-1941
H-832
1:23.500
651
De luchtopname brengt het gehele onderzoeksgebied in beeld. Er zijn geen eenduidige sporen zichtbaar in het onderzoeksgebied van potentieel OO gerelateerde oorlogshandelingen.
Geen eenduidige OOgerelateerde waarnemingen.
19 V.E. Nierstrasz., De verdediging van Noord-Limburg en Noord-Brabant, Mei 1940 (Den Haag, 1953). 20 V.E. Nierstrasz., De verdediging van Noord-Limburg en Noord-Brabant, Mei 1940 (Den Haag, 1953) 316-352.
266-023-VO-01
Pagina 31 van 81
DATUM:
SECUNDAIRE SCHRIFTELIJKE BRON LITERATUUR:
14-07-1942
Verongelukt vliegtuig: T 1692 Wellington Mk III X3560 KO-K van het No. 115 squadron om 03.20 uur bij Nijnsel, St. Oedenrode.21
22/23-04-1944
PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON NATIONALE ARCHIEVEN
SGLO meldt: Het neerstorten van een Vickers Wellington III met serienummer X3560 van het 115e squadron (RAF). Neergeschoten door Hptm. Dr. H. Patuschka van 8./NJG 2 en om 03.20 gecrasht bij Nijnsel-SintOedenrode.22 SGLO meldt: Het neerstorten van een Handley Page Halifax III met serienummer LW633 KW-O van het 425e Squadron (RAF). Om 01.55 gecrasht in de buurt van Sint-Oedenrode. Neergeschoten door Hptm. E.-W. Modrow van 2./NJG 1.24
PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON INTERNATIONALE ARCHIEVEN
INGEZETTE OO
RELEVANTIE
12 aircraft took off on operations between 0013 and 0040 to attack target Duisberg. (…) A/C.K.X. 3 560 (Captain F.S. Mooney) failed to return from operations. 23
De indicatie vermeldt het neerstorten van een vliegtuig bij Nijnsel op 14-07-1942. De indicatie is echter niet locatiespecifiek en daardoor niet herleidbaar naar het onderzoeksgebied. De indicatie wordt niet meegenomen in het onderzoek.
L.W. 633, bombing Dusseldorf, 22.30, Missing. Bomb load: 1 x 2000, 56 x 30 and 56 x ? Lb. bombs. Nothing was heard from this aircraft since time of takeoff and is considered as missing.25
De indicatie vermeldt het neerstorten van een vliegtuig bij Sint-Oedenrode op 23-04-1944. De indicatie is echter niet locatiespecifiek en daardoor niet herleidbaar naar het onderzoeksgebied. De indicatie wordt niet meegenomen in het onderzoek.
Datum luchtfoto
Sortie
Schaal
Nummers
Luchtfotoanalyse
11-08-1944
106G-2789
1:10.000
4043
De luchtopname brengt het gehele onderzoeksgebied in beeld. 30 meter oostelijk van het onderzoeksgebied is een bodemverstoring waargenomen. Waarschijnlijk houdt deze verband met de agrarische activiteiten in het gebied. Er zijn echter geen eenduidige sporen zichtbaar in of nabij het onderzoeksgebied van potentieel OO gerelateerde oorlogshandelingen.
13-09-1944
De burgemeester van St. Oedenrode verklaart, dat in september 1944 de R.K. Kerk dezer gemeente door een bombardement voor een groot gedeelte werd vernield.26 Op zekere dag is door een Engels vliegtuig een serie bommen afgeworpen. (…) Een bom viel in de Martinuskerk vlak bij de preekstoel, een tweede ten
Geen eenduidige OOgerelateerde waarnemingen.
De indicatie vermeldt een bombardement in SintOedenrode op verschillende locaties op 13-09-1944. De SintMartinuskerk en bijbehorende begraafplaats liggen minstens 1,9 kilometer buiten het onderzoeksgebied. De
21 T. Eversteijn, Bombardementen en verongelukte vliegtuigen in de periode 10 mei 1940 - 5 mei 1945 (z.p. z.p) 1165. 22 Studiegroep luchtoorlog 1939-1945, https://www.verliesregister.studiegroepluchtoorlog.nl/ahome/lossregister/results?sglo=T1692 (geraadpleegd op 05-09-2023). 23 National Archives, AIR 27 Air Ministry and Successor: Operations Record Books, Squadrons, inv.nr. 889 No 115 Squadron: Operations Record Book 1942 Jan.- Dec.
24 Studiegroep luchtoorlog 1939-1945, https://www.verliesregister.studiegroepluchtoorlog.nl/ahome/lossregister/results?sglo=T3613 (geraadpleegd op 05-09-2023).
25 National Archives, AIR 27 Air Ministry and Successor: Operations Record Books, Squadrons, inv.nr. 1838 No 425 Squadron RCAF (Royal Canadian Air Force): Operations Record Book. With appendices 1944 Jan.- Dec. 26 BHIC, 7635 Gemeentebestuur Sint-Oedenrode, 1934-1969, inv.nr 1082 Oa lijst van oorlogsslachtoffers en van gearresteerden, oorlogsschade.
266-023-VO-01
Pagina 32 van 81
DATUM:
SECUNDAIRE SCHRIFTELIJKE BRON LITERATUUR:
PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON NATIONALE ARCHIEVEN
PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON INTERNATIONALE ARCHIEVEN
Westen van de Calvarieberg op de R.K. Begraafplaats en een derde in de buurt van de steenfabriek.27
RELEVANTIE steenfabriek lag noordelijk van Nijnsel aan de Nijnselseweg. De locatie hiervan is achterhaald doormiddel van topotijdreis en ligt minstens 600 meter buiten het onderzoeksgebied. Alle bovengenoemde locaties zijn niet herleidbaar naar het onderzoeksgebied. De indicatie wordt niet meegenomen in het onderzoek.
Bombardement op St. Oedenrode. Getroffen werd de omgeving van de katholieke kerk.28
Datum kaart
17-09-1944
INGEZETTE OO
Waarneming 29
Op de kaart uit de War Diaries van de Amerikanen zijn de aanvalsdoelen voor de regimenten van de 101ste Airbornedivisie ingetekend na hun landing op de Sonse heide op 17 september. Hierbij zijn de verschillende landing zones aangegeven. Het 502de regiment moest Sint-Oedenrode en omgeving bevrijden. De ligging van het onderzoeksgebied is met rood aangegeven.
De kaart uit de War Diaries toont dat de Amerikaanse parachutisten westelijk van Nijnsel neerkwamen en van daaruit naar verschillende locaties in het gebied optrokken. Het 502de Regiment ging naar Sint-Oedenrode. Hoewel de pijl het niet aangeeft blijkt uit de literatuur dat zij ook Nijnsel hebben bevrijd.
27 BHIC, 1592 Documentatie Sint-Oedenrode, inv.nr. 0085 Verslag van wsch August van Breugel, architect te St Oedenrode, van: de dagen na de bevrijding van St Oedenrode door de legers van de geallieerden in 1944, als lid van de commissie noodvoorzieningen; met staat van 44
noodvoorzieningen / , c 1975. 28 T. Eversteijn, Bombardementen en verongelukte vliegtuigen in de periode 10 mei 1940 - 5 mei 1945 (z.p. z.p) 2159 29 National Archives and Records Administration, RG 407 Records of the Adjutant General’s Office, 1917-, box nr: 11771 3101-3.5 G3 Plans – Attack on Schijndel sept 44.
266-023-VO-01
Pagina 33 van 81
DATUM:
SECUNDAIRE SCHRIFTELIJKE BRON LITERATUUR:
PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON NATIONALE ARCHIEVEN
PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON INTERNATIONALE ARCHIEVEN
INGEZETTE OO
RELEVANTIE
Datum kaart
Waarneming
17-09-1944
Op de kaart uit de War Diaries van de Amerikanen is het verloop van de bevrijding van Sint-Oedenrode op 17-091944 ingetekend. Hier is onder andere de locatie aangegeven waar de twee Duitse tanks werden verwoest. Het onderzoeksgebied bij Nijnsel is met rood aangegeven.
De kaart uit de War Diaries toont de belangrijke gebeurtenissen van de bevrijding van SintOedenrode. Waaronder de in de literatuur beschreven 2 Duitse tanks die verwoest werden door Geallieerde vliegtuigen. Bij Nijnsel is niets ingetekend.
War Diaries The 502d Parachute Infantry with three platoons 326th Airborne Engineer battalion attached, landed on DZ ‘B’ without enemy opposition and all battalions were assembled by 1500. The 1st proceeded to ST.OEDENRODE and after a skirmish, seized the town and its objective. The bridge over the DOMMEL RIVER, in-tact. This battalion then proceeded to dig in and at dark had the situation well in hand. Company H of the
De indicatie vermeldt de bevrijding van Sint-Oedenrode en omgeving op 17-09-1944. Hierbij worden op verschillende locaties bij Veghel, SintOedenrode en Son gevechtshandelingen beschreven. Deze plaatsen liggen echter allemaal minstens een kilometer van het onderzoeksgebied. Hierdoor zijn de hier beschreven
30
17-09-1944 (Bevrijding)
Meer succes is voor de parachutisten weggelegd, hoewel ook zij met tegenvallers te kampen krijgen. Amerikanen van de 101ste divisie, die bij Son en Veghel geland zijn, veroveren beide plaatsen, alsmede Sint-Oedenrode. De bruggen van Veghel en Sint-Oedenrode vallen ongeschonden in hun handen, maar de kanaalbrug in Son gaat voor hun ogen de lucht in. Tussen Son en Best raken de luchtlandingstroepen in grote problemen.31 Van een georganiseerde Duitse tegenstand is op dit moment nog geen sprake. Het eerste bataljon van
30 National Archives and Records Administration, RG 407 Records of the Adjutant General’s Office, 1917-, box nr. 11772 3101-3.6 G3 Charts & Overlays Holland. 31 H. Bollen, Corridor naar de Rijn: Operatie Market Garden, september 1944 (Zutphen, 1988) 24.
266-023-VO-01
Pagina 34 van 81
DATUM:
SECUNDAIRE SCHRIFTELIJKE BRON LITERATUUR:
PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON NATIONALE ARCHIEVEN
het 502e Pararegiment bezet St. Oedenrode waarbij slechts geringe tegenstand van de Duitsers wordt ondervonden.32 Toen het 1e bataljon de dropzone verliet en naar Sint-Oedenrode ging, kregen zij steun van P-51 vliegtuigen, die de vijandelijke posities achter de bomenrij ten zuiden van Sint-Oedenrode beschoten. (…) De piloten hadden de Duitse tanks in een boomgaard zien staan, en doken (…) naar beneden om deze bedreiging uit te schakelen. (…) Kelly herinnert zich: “Wij namen een klein zandpad richting Sint-Oedenrode. Wij bereikten de hoofdweg en liepen deze verder af. Er stond een rij bomen tussen ons en het dorp. Wij zagen twee gevechtsvliegtuigen naar beneden duiken. Toen zij naar beneden doken zagen wij granaten vallen, maar wij konden niet zien wat zij beschoten. Er zat een flauwe bocht in de weg. Toen wij deze bocht naderden, zagen wij twee Duitse tanks die allebei uitgeschakeld waren.33
PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON INTERNATIONALE ARCHIEVEN 3rd battalion proceeded to the highway bridge at BEST; secure dit initially against little enemy resistence, but was forced to withdraw just before dark by reason of a strong enemy counterattack.37
Toen Compagnie B zich op de dropzone had verzameld, stuurde 1e luitenant Allen Barham de verkenners van zijn 2e peloton naar Nijnsel. (…) “Het 2e peloton viel Nijnsel aan, waar volgens de inlichtingen van de Nederlanders Duitsers moesten zitten.” Soldaat 1e klas Forrest J. Nichols van het 2e peloton herinnert zich, “Ons peloton had zich erg snel verzameld en we sloten ons bij Joop Oosterwijk van de Nederlandse ondergrondse aan. Hij leidde onze patrouille naar Nijnsel”.34 Verongelukt vliegtuig: Douglas C-47 met nummer 42.10052 bij Nijnsel, St. Oedenrode.35 SGLO meldt:
INGEZETTE OO
RELEVANTIE gevechtshandelingen niet herleidbaar naar het onderzoeksgebied. Verder wordt benoemd dat het 2e peloton van Compagnie B van het 502e Pararegiment naar Nijnsel werd gestuurd. Hierbij zouden Duitsers aanwezig zijn geweest in het dorp. De War Diaries van deze eenheid zijn echter niet beschikbaar. Daarnaast is er uit de literatuur en War Diaries niets achterhaalt over de bevrijding van Nijnsel. Hierdoor kunnen er weinig feitelijke uitspraken worden gedaan over het verloop van de strijd in dit dorp. Enkel dat de waarnemingen op de luchtfoto van 19-09-1944 bevestigen dat Nijnsel tussen 17 en 19 september 1944 is beschoten met geschutmunitie. Dit wordt uitgewerkt bij de desbetreffende luchtfoto. De hier beschreven indicatie is niet herleidbaar naar het onderzoeksgebied en wordt daarom niet meegenomen in het onderzoek. Verder wordt er een vliegtuig crash bij Nijnsel op deze datum vermeld. Hierbij wordt dropzone C genoemd als crash locatie. Dit was op de Sonse Heide in het deel waar het 506de Regiment landde. Op de kaart van pagina 33 is de ligging van deze zone te zien. Dit is minstens 2 kilometer
32 W.F.J. Boeijen., Vliegen en vechten bij de Maas 1940-1945. Oorlogsgeschiedenis op de grens van Noord-Brabant en Gelderland (Schaijk, 2003) 119. 33 G.E. Koskimaki., Hell's Highway: de 101e Airborne Division tijdens Operatie Market Garden, deel 1 (Hapert, 1991) 194-195. 34 G.E. Koskimaki., Hell's Highway: de 101e Airborne Division tijdens Operatie Market Garden, deel 1 (Hapert, 1991) 201. 35 T. Eversteijn, Bombardementen en verongelukte vliegtuigen in de periode 10 mei 1940 - 5 mei 1945 (z.p. z.p) 2172.
37 National Archives and Records Administration, RG 407 Records of the Adjutant General’s Office, 1917-, box nr. 11753 3101-0.3 Operation MARKET supplemental card.
266-023-VO-01
Pagina 35 van 81
DATUM:
SECUNDAIRE SCHRIFTELIJKE BRON LITERATUUR:
PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON NATIONALE ARCHIEVEN
PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON INTERNATIONALE ARCHIEVEN
Het neerstorten van een Douglas C-47 Skytrain A met serienummer 42-100522 S6-E van 436TCG/79Sq (USAAF). Neergestort bij DZC(dropzone C) in de buurt van Son.36
INGEZETTE OO
RELEVANTIE buiten het onderzoeksgebied. De crash is daardoor niet herleidbaar naar het onderzoeksgebied. De indicatie wordt niet meegenomen in het onderzoek.
Datum luchtfoto
Sortie
Schaal
Nummers
Luchtfotoanalyse
18-09-1944
7-3361
1:40.000
7005
18-09-1944
Bij Sint-Oedenrode werden door het 1e Bataljon van het 502e Regiment enige Duitse aanvallen afgeslagen. Het 3e Bataljon van het 502e Regiment lanceerde een aanval op de brug bij Best, die liep vast door de sterke Duitse tegenstand. Het 2e Bataljon kreeg toen bevel het 3e Bataljon te helpen. Zij drongen de buitenwijken van Best binnen, maar werden door hevig artillerie en mortiervuur teruggedrongen.38
De luchtopname brengt het gehele onderzoeksgebied in beeld. Er zijn geen eenduidige sporen zichtbaar in of nabij het onderzoeksgebied van potentieel OO gerelateerde oorlogshandelingen. Hierbij moet worden opgemerkt dat de luchtfotoanalyse sterk bemoeilijkt is door de slechte kwaliteit van de luchtopname. War Diaries The 1st battalion of the 502d parachute Infantry continued to hold ST. OEDENRODE and likewise repelled several light enemy attacks. The 3rd battalion of the 502d attacked at first light in an effort to retrieve the highway bridge at BEST, but suffered heavy casualties at the hands of the enemy force which had been strongly reinforced during the night. The 2nd battalion was then ordered to assist the 3rd battalion in securing the bridges. The battalion penetrated to the outskirts of best, but was forced to withdraw by heavy artillery, mortar, and small arms fire, and took up a defensive position on the left of the 3rd battalion.43
Strijd bij Sint-Oedenrode Uit het After Action report van het 502e; “Op 18 september werd het dorp door een sterke vijandelijke macht uit het zuiden aangevallen. Een compagnie van het bataljon sloeg de aanval af, veroverde vijandelijke mortierposities en nam een aantal gevangenen.39 De Duitsers zagen geen kans tot Son door te dringen. Dit lag in Sint-Oedenrode wel anders. (…) Dit dorp was zonder veel geharrewar veroverd. Maandag stelde ze echter vast, dat de Duitsers terugkwamen. Tijdens het melken bij de Broekdijk temperde Johan (…) de vreugde (…) Nog tijdens het melken vielen Duitse granaten om hem heen. (…)
Geen eenduidige OOgerelateerde waarnemingen.
De indicatie vermeldt gevechtshandelingen bij SintOedenrode en Best op 18-01944. Bij Sint-Oedenrode wordt vermeldt dat de aanval vanuit het zuiden kwam, en de broekdijk genoemd als locatie. Deze dijk ligt ten zuiden van SintOedenrode dus het komt overeen met het After Action report. De Broekdijk ligt minstens 2 kilometer buiten het onderzoeksgebied. Aangezien Nijnsel op deze datum al bevrijd was en de Duitse aanval op SintOedenrode vanuit het zuidwesten lijkt te komen, is het niet waarschijnlijk dat er ook een aanval op Nijnsel plaatsvond. Mogelijke artillerie of mortierbeschietingen in de buurt van het onderzoeksgebied zijn niet uit te sluiten.
36 Studiegroep luchtoorlog 1939-1945, https://www.verliesregister.studiegroepluchtoorlog.nl/ahome/lossregister/results?sglo=T4059 (geraadpleegd op 05-09-2023). 38 L.P.J. Vroemen., Operatie Market Garden I: 101e en 82e Amerikaanse Airborne Divisie; Eindhoven - Best - Son - Breugel - Eerde - Veghel - Grave - Groesbeek - Overasselt – Nijmegen (Zaltbommel, 1990) 13. 39 G.E. Koskimaki., Hell's Highway: de 101e Airborne Division tijdens Operatie Market Garden, deel 1 (Hapert, 1991) 202.
43 National Archives and Records Administration, RG 407 Records of the Adjutant General’s Office, 1917-, box nr. 11753 3101-0.3 Operation MARKET supplemental card.
266-023-VO-01
Pagina 36 van 81
DATUM:
SECUNDAIRE SCHRIFTELIJKE BRON LITERATUUR:
PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON NATIONALE ARCHIEVEN
PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON INTERNATIONALE ARCHIEVEN
Het Fallschirmjägerbataljon van kapitein Ewald (…) viel de Amerikanen bij Sint-Oedenrode aan.40
INGEZETTE OO
RELEVANTIE Voor de beschreven gevechtshandelingen in Best geldt ook dat de Duitsers vanuit het Westen kwamen. De brug en buitenwijken van Best worden hierbij genoemd als locaties. Deze liggen meerdere kilometers buiten het onderzoeksgebied. Hierdoor zijn de beschreven gevechtshandelingen niet relevant voor het onderzoek. Er wordt wel vermeldt dat het leek alsof de Duitsers het gehele gebied beschoten met Artillerie en mortiervuur. Hier geldt ook dat er niet kan worden uitgesloten dat Nijnsel bij deze beschietingen werd getroffen.
Strijd bij Best Het After Action Report van het 502e Regiment beschrijft de ernst van de situatie in de morgen van 18 september in als volgt: “het gevecht begon op 18 september rond 05.20 uur toen de vijand met automatische wapens frontaal en op de linkerflank het vuur opende op de posities en bataljons. Naarmate de dag vorderde werden de beschietingen heviger. Artillerie- en mortiervuur ondersteunden het geweervuur en het 20 mm luchtdoelartillerievuur. De zware beschietingen duurde de hele dag voort, en het leek alsof de vijand het hele gebied beschoot in plaats van specifieke doelen. In de ochtend voerde de vijand twee krachtige aanvallen uit, die door zware artillerie- en mortierconcentraties werden gesteund. Deze werden afgeslagen met zware verliezen aan de kant van de vijand. In de morgen werden echter zware verliezen veroorzaakt door Duitse infiltranten en het zware artillerievuur, dat in het dennenbos neerkwam waar het bataljon posities had ingenomen. Het ondersteuningsvuur van het bataljon was beperkt tot twee 81 mm mortieren en vijf 60 mm mortieren. (…) Het bataljon had een wegversperring bij Best opgezet en maakte voorbereidingen om de brug te nemen, toen het werd aangevallen door een numeriek sterkere vijand en zwaar artillerievuur.”41
Verder wordt er op deze datum een vliegtuig crash vermeldt bij Sint-Oedenrode. De indicatie is echter niet locatiespecifiek en daardoor niet herleidbaar naar het onderzoeksgebied. De indicatie wordt niet meegenomen in het onderzoek.
SGLO meldt: Het neerstorten van een Douglas C-47 Skytrain A met serienummer 43-15663 CU-A van 434TCG/72Sq (USAAF). Om 15.00 neergestort bij Sint-Oedenrode. Neergeschoten door het FLAK.42 Datum luchtfoto
Sortie
Schaal
Nummers
Luchtfotoanalyse
19-09-1944
106G-3010
1:9.300
4107
De luchtopname brengt het gehele onderzoeksgebied in beeld. Op minstens 57 meter ten noorden van het onderzoeksgebied zijn achter de school
In de buurt van het onderzoeksgebied zijn OOgerelateerde waarnemingen gedaan. Het gaat om 11 kraters
40 H. Bollen, Corridor naar de Rijn: Operatie Market Garden, september 1944 (Zutphen, 1988) 99.
41 G.E. Koskimaki., Hell's Highway: de 101e Airborne Division tijdens Operatie Market Garden, deel 1 (Hapert, 1991) 168-169. 42 Studiegroep luchtoorlog 1939-1945, https://www.verliesregister.studiegroepluchtoorlog.nl/ahome/lossregister/results?sglo=T4123 (geraadpleegd op 05-09-2023).
266-023-VO-01
Pagina 37 van 81
DATUM:
SECUNDAIRE SCHRIFTELIJKE BRON LITERATUUR:
PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON NATIONALE ARCHIEVEN
PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON INTERNATIONALE ARCHIEVEN 11 kraters van geschutmunitie waargenomen. Daarnaast zijn in de boomgaard direct noordelijk boven het onderzoeksgebied 2 ongedefinieerde grondverstoringen waargenomen. Een uitsnede van de luchtopname waarop alle indicaties zichtbaar zijn is opgenomen in figuur 3, te vinden in paragraaf 3.3 Figuren behorende bij overzichtstabel.
19-09-1944
266-023-VO-01
Het 2e Bataljon van het 502e Regiment opende om 06.00 uur een hevige aanval op de brug bij Best. Door Engelse tanks ondersteund werd deze gecombineerde aanval een succes en de brug werd
War Diaries The bridge across the canal was completed during the night and at 0615 leading elements of the Household
INGEZETTE OO
RELEVANTIE van geschutmunitie. Mogelijk zijn deze kraters het gevolg van de gevechtshandelingen tijdens de bevrijding van Nijnsel op 17 september. Volgens het CSVROO-02 geldt dat er bij een artilleriebeschieting rekening dient te worden gehouden met de locatie en spreiding van de granaatinslagen. In het geval van de hier waargenomen kraters kan gesteld worden dat ze vrij ver buiten het onderzoeksgebied liggen. Verder liggen ze gegroepeerd bij elkaar. Het is dan niet aannemelijk dat achtergebleven blindgangers in het onderzoeksgebied liggen. Dit wordt versterkt door de waarneming dat het onderzoeksgebied vrij van kraters lijkt te zijn. De kraters zijn hierdoor niet herleidbaar naar het onderzoeksgebied en worden niet meegenomen in het onderzoek. Verder zijn er vlak naast het onderzoeksgebied 2 ongedefinieerde grondverstoringen waargenomen. Het zicht op dit gebied wordt verstoord door de bomen. Mede daardoor is de herkomst van deze grondverstoringen niet te achterhalen. De verstoringen zijn hierdoor niet herleidbaar naar het onderzoeksgebied en worden niet meegenomen in het onderzoek. De indicatie vermeldt gevechtshandelingen bij de brug in Best op 19-09-1944. Deze ligt meerdere kilometers buiten het Pagina 38 van 81
DATUM:
SECUNDAIRE SCHRIFTELIJKE BRON LITERATUUR: om 18.00 uur veroverd. Vijftien 88 mm kanonnen werden vernietigd en ruim duizend Duitsers werden als krijgsgevangenen afgevoerd.44
20-09-1944
Op Sint-Oedenrode begon de vijand steeds meer druk uit te oefenen. (…) De Duitse artillerie (59e Divisie) begon aardig ingeschoten te raken op de Amerikanen. Gelukkig arriveerde tegen de middag twee batterijen van het 377ste Artilleriebataljon. Deze eenheid ging snel in stelling en opende het vuur. Dankzij het Amerikaanse tegenvuur begon het Duitse schieten te verflauwen. (…) Tegen de avond was het complete 502de Regiment aanwezig in posities in en rond St.-Oedenrode.46
PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON NATIONALE ARCHIEVEN
PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON INTERNATIONALE ARCHIEVEN Cavalry and Guards Armoured Division began crossing. The same leading elements passed through St. OEDENRODE and VECHEL by 0645. First battalion of the 502nd continued in the defence of ST. OEDENRODE.45 War Diaries The 1st battalion of the 502d continued the defence of ST. OEDENRODE. During the afternoon the 2d and 3rd battalions were ordered to proceed to ST. OEDENRODE and the regiment charged with the defence of the ST. OEDENRODE area. By 2100 the entire regiment was closed in the area and had taken up strong defensive positions. (…) The 377th then moved to ST. OEDENRODE in support of the 502nd Parachute Infantry.47
INGEZETTE OO
RELEVANTIE onderzoeksgebied. De gevechtshandelingen zijn daardoor niet herleidbaar naar het onderzoeksgebied. De indicatie wordt niet meegenomen in het onderzoek. De indicatie vermeldt Duitse artilleriebeschietingen op SintOedenrode op 20-09-1944. De indicatie is echter niet locatiespecifiek en daardoor niet herleidbaar naar het onderzoeksgebied. De indicatie wordt niet meegenomen in het onderzoek.
44 L.P.J. Vroemen., Operatie Market Garden I: 101e en 82e Amerikaanse Airborne Divisie; Eindhoven - Best - Son - Breugel - Eerde - Veghel - Grave - Groesbeek - Overasselt – Nijmegen (Zaltbommel, 1990) 15. 45 National Archives and Records Administration, RG 407 Records of the Adjutant General’s Office, 1917-, box nr. 11753 3101-0.3 Operation MARKET supplemental card. 46 J. Didden, en M. Swarts., Brabant Bevrijd (Hulst, 1993) 68.
47 National Archives and Records Administration, RG 407 Records of the Adjutant General’s Office, 1917-, box nr. 11753 3101-0.3 Operation MARKET supplemental card.
266-023-VO-01
Pagina 39 van 81
DATUM:
SECUNDAIRE SCHRIFTELIJKE BRON LITERATUUR:
PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON NATIONALE ARCHIEVEN
PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON INTERNATIONALE ARCHIEVEN
INGEZETTE OO
RELEVANTIE
Datum kaart
Waarneming
21-09-1944
Kaart uit de Amerikaanse War Diaries met de Geallieerde verdedigende posities in de omgeving van SintOedenrode op 21-09-1944. Het onderzoeksgebied is met rood ingetekend langs de weg.
De kaart toont de verdedigingszone van de Amerikaanse troepen in SintOedenrode. Hieruit komt naar voren dat Nijnsel niet binnen deze zone lag. Dit blijft ook het geval in de dagen hierna. Het valt hierom niet te verwachten dat Nijnsel een strategisch doelwit was voor de Duitsers.
War Diaries The 502d Parachute Infantry, with the 377th Parachute Field Artillery battalion attached, continued to expand its defensive positions in the ST. OEDENRODE area. B Company of the 1st battalion received a strong enemy attack from the northwest in the early afternoon, but held its position.50
De indicatie vermeldt gevechtshandelingen nabij SintOedenrode op 21-09-1944. De War Diaries melden dat de Amerikaanse posities vanuit het noordwesten werden aangevallen. Op de kaart hierboven valt te zien dat Nijnsel ten zuiden van deze verdedigingszone ligt. Hierdoor kan worden vastgesteld dat de gevechtshandelingen niet herleidbaar zijn naar het onderzoeksgebied. De indicatie wordt niet meegenomen in het onderzoek.
48
21-09-1944
Sint-Oedenrode had een hevige Duitse aanval doorstaan maar de B. Compagnie van het 1e Bataljon 502de Regiment hield stand. 49
48 National Archives and Records Administration, RG 407 Records of the Adjutant General’s Office, 1917-, box nr. 11753 3101-0.3 Operation MARKET supplemental card.
49 L.P.J. Vroemen., Operatie Market Garden I: 101e en 82e Amerikaanse Airborne Divisie; Eindhoven - Best - Son - Breugel - Eerde - Veghel - Grave - Groesbeek - Overasselt – Nijmegen (Zaltbommel, 1990) 16. 50 National Archives and Records Administration, RG 407 Records of the Adjutant General’s Office, 1917-, box nr. 11753 3101-0.3 Operation MARKET supplemental card.
266-023-VO-01
Pagina 40 van 81
DATUM:
SECUNDAIRE SCHRIFTELIJKE BRON LITERATUUR:
PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON NATIONALE ARCHIEVEN
PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON INTERNATIONALE ARCHIEVEN
Datum kaart
RELEVANTIE
Waarneming 51
23-10-1944
11-12-1944
22-12-1944
INGEZETTE OO
De Geallieerde Defence overprint van 23-10-1944 toont dat de Duitsers op deze datum meerdere kilometers buiten Nijnsel zitten. Het onderzoeksgebied is rechts onderin met rood aangegeven. Hier is in de buurt geen Geallieerde of Duitse militaire infrastructuur ingetekend.
De heer de Haas (…) heeft mij inlichtingen verschaft, over mijnenvelden in de buurt van Sint-Oedenrode. Het is zeer gewenscht, dat deze mijnen zo spoedig mogelijk worden opgeruimd.52
Vergeltungswaffen meldt: Het neerkomen van een V-1 bij de Leemputtenweg in Sint-Oedenrode.53
De Defence overprint onderschrijft de achterhaalde informatie uit de literatuur over het verloop van de bevrijdingsgevechten in de buurt van Nijnsel. Ook sluit het aan bij de luchtfotoanalyse dat er in het onderzoeksgebied geen militaire infrastructuur is waargenomen.
De indicatie vermeldt de aanwezigheid van mijnenvelden bij Sint-Oedenrode. Het ontbreekt echter aan informatie over de locatie hiervan. Bij het raadplegen van de Mijnenkaart uit het archief van de EOD zijn in de buurt van het onderzoeksgebied geen mijnenvelden achterhaalt. De indicatie is hierdoor niet herleidbaar naar het onderzoeksgebied en wordt niet meegenomen in het onderzoek. De indicatie vermeldt het neerkomen van een V-1 raket bij de Leemputtenweg op 22-121944. Deze weg ligt minstens 600 meter buiten het onderzoeksgebied. Hierdoor is de inslag niet herleidbaar naar het onderzoeksgebied. De indicatie wordt niet meegenomen in het onderzoek.
51 National Archives, Defence Overprint Bokstel, 1:25.000, First Edition(23 Oct 44), A.M.S. M831 (G.S.G.S. 4427), Sheet 18 N.W.
52 Nationaal Archief, 2.13.25 Archief van het Militair Gezag, (1939) 1943-1946 (1956), inv.nr. 1567 Stukken betreffende de opsporing en ruiming van mijnen en andere explosieven [4.75.00], 1944-1945. 53 Vergeltungswaffen, https://www.vergeltungswaffen.nl/ (geraadpleegd op 05-09-2023).
266-023-VO-01
Pagina 41 van 81
DATUM:
SECUNDAIRE SCHRIFTELIJKE BRON LITERATUUR:
PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON NATIONALE ARCHIEVEN
PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON INTERNATIONALE ARCHIEVEN
Datum luchtfoto
Sortie
Schaal
Nummers
Luchtfotoanalyse
23-12-1944
7-3702
1:52.000
8011
01-01-1945
-
1:20.000
544
De luchtopname brengt het gehele onderzoeksgebied in beeld. Er zijn geen eenduidige sporen zichtbaar in of nabij het onderzoeksgebied van potentieel OO gerelateerde oorlogshandelingen. Hierbij moet worden opgemerkt dat de luchtfotoanalyse sterk bemoeilijkt is door de slechte kwaliteit van de luchtopname. De luchtopname brengt het gehele onderzoeksgebied in beeld. Er zijn geen eenduidige sporen zichtbaar in of nabij het onderzoeksgebied van potentieel OO gerelateerde oorlogshandelingen. 200 tot 500 meter ten noorden van het onderzoeksgebied zijn Geallieerde geschutopstellingen waargenomen.
29-02-1945
INGEZETTE OO
Joh. van Geffen, Nijnsel D.181, St. Oedenrode. Nabij zijn boerderij op nog onbebouwd land liggen nog twee niet ontplofte projectielen.54
RELEVANTIE Geen eenduidige OOgerelateerde waarnemingen.
De waargenomen geschutsopstellingen liggen minstens 200 meter buiten het onderzoeksgebied. Hierdoor zijn ze niet herleidbaar naar het onderzoeksgebied. Geen eenduidige OOgerelateerde waarnemingen in of nabij het onderzoeksgebied. De indicatie vermeldt de aanwezigheid van onontplofte projectielen in Nijnsel aan het adres D 181. Middels een archiefstuk over huisnummering en straatnaamgeving in SintOedenrode is achterhaalt dat dit de Kerkdijk 23-25 werd.55 Hedendaags is er een KerkdijkZuid 23 in Nijnsel. Uit het BAGregister is achterhaalt dat hier een vooroorlogs pand staat. Het is aannemelijk dat dit het betreffende pand is van deze indicatie. Dit huis ligt 250 meter buiten het onderzoeksgebied. Hierdoor is de indicatie niet herleidbaar naar het onderzoeksgebied. De indicatie wordt niet meegenomen in het onderzoek.
54 Semi-Statisch informatiebeheer Defensie, Archief Mijn- en Munitieopruimingsdienst, Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 50 N t/m O. 55 Brabants Historisch Informatie Centrum, 7635 Gemeentebestuur Sint-Oedenrode, 1934 – 1969, inv.nr. 12 Dossiers betreffende huisnummering en straatnaamgeving, 1960-1964 Boskant, Nijnsel, buitenwijken.
266-023-VO-01
Pagina 42 van 81
DATUM: 31-10-1945
SECUNDAIRE SCHRIFTELIJKE BRON LITERATUUR:
PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON NATIONALE ARCHIEVEN
PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON INTERNATIONALE ARCHIEVEN
Gemeente St. Oedenrode – Niet ontplofte projectielen en dergelijke: 88. H. Swinkels Berkehoef D 47 Nijnsel en niet ontploft projectiel.56
INGEZETTE OO
RELEVANTIE De indicatie vermeldt de aanwezigheid van een niet onontploft projectiel in Nijnsel aan het adres Berkehoef D 47. Middels het dossier betreffende huisnummering en straatnaamgeving uit het archief van Sint-Oedenrode 1934-1969 is achterhaalt dat dit het Berkehoefsepad 2 werd. De ligging van deze straat is echter niet achterhaald. Hierdoor is de indicatie niet herleidbaar naar het onderzoeksgebied. De indicatie wordt niet meegenomen in het onderzoek.
Tabel 8: Overzichtstabel oorlogshandelingen/indicaties met verwijzingen naar (de omgeving van) het onderzoeksgebied.
56 Semi-Statisch informatiebeheer Defensie, Archief Mijn- en Munitieopruimingsdienst, Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 50 N t/m O.
266-023-VO-01
Pagina 43 van 81
3.3
FIGUREN BEHORENDE BIJ OVERZICHTSTABEL
Figuur 3: Uitsnede van een luchtopname van 19-09-1944 ter hoogte van het onderzoeksgebied. Op minstens 57 meter ten noorden van het onderzoeksgebied zijn meerdere kraters als gevolg van geschutmunitie waargenomen. Enkele meters buiten het onderzoeksgebied zijn in wat een boomgaard lijkt te zijn 2 grondverstoringen waargenomen. De herkomst hiervan is onduidelijk. Beide waarnemingen leiden om verschillende redenen niet tot het afbakenen van verdacht gebied. De afstand van de kraters tot het onderzoeksgebied is te groot. Voor de verstoringen geldt dat de onbekende herkomst hiervan en bomen die het zicht bemoeilijken voor teveel onduidelijkheid zorgen. Bron: Luchtopname 19-09-1944, NCAP, Schaal: 1:9.300, Sortie: 106G-3010, Beeldnummer: 4107
266-023-VO-01
Pagina 44 van 81
3.4
MIJNENVELDREGISTER
Bij de Explosieven Opruimingsdienst (EOD) zijn gegevens uit het mijnenveldregister geïnventariseerd over de mogelijke aanwezigheid van mijnenvelden in en nabij het onderzoeksgebied. ECG heeft de beschikking over de voor het onderzoek relevante mijnenkaarten alsmede de achterliggende ruimingsrapporten. Uit de beschikbare gegevens blijkt dat er geen aanwijzingen zijn dat er mijnenvelden hebben gelegen in het onderzoeksgebied.
3.5
NAOORLOGSE RUIMINGEN VAN OO
In de archieven van de EOD bevinden zich gegevens van naoorlogs aangetroffen en geruimde OO vanaf de jaren ‘70. De beperkingen van deze bronnen zijn weergegeven in paragraaf 2.9 Nauwkeurigheid en herleidbaarheid. Gegevens van de achterhaalde ruimingen binnen een straal van 500 meter buiten het onderzoeksgebied zijn in de onderstaande tabel opgenomen. Bij de met geel aangegeven ruimingen ontbreekt het aan een duidelijke locatieomschrijving die binnen de bufferzone valt. Deze ruimingen zijn niet opgenomen in de kaart met EOD-ruimingen op pagina 47. MELDING NR.
DATUM57
LOCATIE
AANGETROFFEN
19761389
12-05-1976
Hoogstraat
19770004
03-01-1977
Industrieweg, Sint-Oedenrode
19800781 19800980
22-03-1980 05-04-1980
Hoogstraat 10, Sint-Oedenrode Sonseweg 5, bij van Erp
19812792
14-09-1981
Aan de Eimbert
19820132
27-01-1982
Eimbert
19842720
16-08-1984
19850716
29-03-1985
Lieshoutseweg 31 in de sloot (niet onder water) Sonseweg t.h.v. perceel 5
19853312
21-10-1985
Eimbert 24, Nijnsel
19861354
09-05-1986
Hoogstraat
19890184
25-01-1989
Omgeving Hoogstraat
19900118
17-01-1990
Bij de kerk in Nijnsel
1 x op een mijn gelijkend voorwerp. Waarschijnlijk deksel; 2 x in elkaar geschoven stalen hulzen 75mm en 47 mm? 1 x brisantgranaat van 25 ponder met schokbuis 1 x scherfhandgranaat (Hollands), leeg 1 x brisantgranaat van 25 ponder met schokbuis No 117 (niet verschoten) 1 x restant brisantgranaat van 10,5 cm zonder ontsteker 1 x brisantgranaat van 25 ponder niet verschoten, met schokbuis 1 x brisantgranaat van 25 ponder met schokbuis No 119 1 x brisantgranaat 7,5 cm (Hollands) met restant tijdbuis, verschoten 4 x brisantgranaat van 25 ponder met ontsteker 4 x ontstekers M1A1 antitankmijn (M1) met veiligheidsvork 1 x handgranaat Mk II met restant ontsteker, zonder beugel; 1 x brisantgranaat 60mm mortier met restant ontsteker 1 x brisantpantsergranaat van 75 mm zonder ontsteker (met restant springstof)
57 Meldingsdatum.
266-023-VO-01
Pagina 45 van 81
MELDING NR.
DATUM57
LOCATIE
AANGETROFFEN
19910933
21-04-1991
1 x scherfhandgranaat Mk II
19971168
22-07-1997
Eimbert onder voetgangersbord te Nijnsel Aan de Nijnselseweg
19990666 20011821
1999 2001
Huisakkerweg 2 Braak 15
20021234
2002
Industrieweg 13, in bouwput
20021306
2002
20030449
21-03-2003
Industrieweg 13, terrein FERBA Nijnsel Braak, Sint-Oedenrode
20040404
01-04-2004
Hoogstraat, Sint-Oedenrode
20131883
24-10-2013
Klaproosstraat 3
1 x antitankbrisantgranaat van 7,5 cm met schokbuis AZ.38, verschoten 1 x handgranaat Mk II 1 x brisantpantsergranaat 5 cm met bodembuis fur 5 cm 3 x brisantgranaat 25 ponder met schokbuis No 119, niet verschoten; 7 x huls 25 ponder zonder vdl 1 x brisantgranaat 25 ponder met schokbuis No 117 1 x brisantpantsergranaat van 4,7 cm speijkeret bodembuis, niet verschoten 1 x brisantgranaat van 15 cm met AZ 23 vmg. (verschoten) 1 x Schroot
Tabel 9: Meldingen en ruimingen van mogelijke Ontplofbare Oorlogsresten in (de omgeving van) het onderzoeksgebied.
In de tabel valt qua geruimde OO het hoge aandeel Geallieerde brisantgranaten van 25 ponders op. Met als ontstekers een schokbuis No 117 of 119. Dit type munitie werd hoofdzakelijk door de Britten, Canadezen en in mindere mate de Amerikanen gebruikt. De afwezigheid van Duitse geschutmunitie tussen de geruimde OO sluit aan bij de achterhaalde informatie over het verloop van de bevrijding in de omgeving van Nijnsel. Na de snelle verovering van het gebied door de parachutisten van de Amerikaanse 101st Airborne Division op 17 september 1944 lijkt Nijnsel i.t.t naburige dorpen zoals Sint-Oedenrode in de dagen hierna gespaard te zijn gebleven van Duitse artillerie- en mortierbeschietingen. De achterhaalde verschoten Hollandse 7,5 cm brisantgranaat zou wel een Duitse afzender kunnen hebben gehad. De locaties van de EOD-ruimingen zijn op de navolgende pagina te zien in figuur 5. Hierbij valt op dat er in de directe nabijheid van het onderzoeksgebied geen ruimingen zijn achterhaald. Dit sluit aan bij de waarnemingen op de luchtfoto’s.
266-023-VO-01
Pagina 46 van 81
Figuur 5: Kaart met EOD-ruimingen in de omgeving van het onderzoeksgebied.
266-023-VO-01
Pagina 47 van 81
4 RESULTATEN VOORONDERZOEK NA-CONFLICTPERIODE De volgende stap in deze bureaustudie wordt gevormd door het achterhalen van gebeurtenissen die een aanwijzing vormen dat een (mogelijk verdacht) gebied of een deel hiervan (in zowel horizontale als verticale zin) als onverdacht kan worden aangemerkt. Dit onderdeel van de bureaustudie bestaat uit een beeldvergelijking van luchtfoto’s, gegevens van het BAG-Register en een KLIC-melding. De te dateren resultaten van het onderzoek zijn in paragraaf 4.5 Overzichtstabel na-conflictperiode opgenomen. Er is ook getracht om doormiddel van archiefonderzoek informatie te achterhalen over contra-indicaties binnen het onderzoeksgebied. Dit heeft echter geen relevante informatie opgeleverd. Hierom ontbreekt dit onderdeel bij dit hoofdstuk.
4.1
BEELDVERGELIJKING NAOORLOGSE LUCHTFOTO’S EN SATELLIETBEELDEN
Middels een vergelijking van recente satellietbeelden met luchtopnamen uit de Tweede Wereldoorlog is getracht globaal te bepalen waar de bodem is geroerd. Voor de naoorlogse luchtopname is het Kadaster geraadpleegd. Op de navolgende pagina is een beeldvergelijking weergegeven. Hierbij is de luchtfoto van 11-08-1944 gebruikt omdat deze van betere kwaliteit is dan de foto van 1945. Bij het vergelijken van de luchtfoto uit 1944 en recente satellietbeelden zijn er binnen het onderzoeksgebied enkele veranderingen in de infrastructuur en bebouwing waargenomen. De akkerlanden hebben kort na de oorlog plaatsgemaakt voor een woonwijk tussen de Dahliastraat en Violenstraat. De zogenoemde ‘Wiemelhoek’. De Dahliastraat is verbreed en uitgebreid met een stoep. Daarnaast zijn er twee nieuwe wegen aangelegd, de Rozenstraat en Violenstraat. Beide zijn verbonden met de Dahliastraat. Verder is het huis bij de afslag van de Sonseweg naar de Dahliastraat verdwenen. Dit heeft plaatsgemaakt voor een parkeerplaats en vegetatie. Verder is eind jaren ’60 in het zuidelijke deel van het onderzoeksgebied aan de Sonseweg een groot pand gebouwd. Hier zat tot voor kort een restaurant.
266-023-VO-01
Pagina 48 van 81
4.2
OPSPORINGSWERKZAAMHEDEN
ECG is via de VEO Bommenkaart nagegaan of er reeds opsporingswerkzaamheden hebben plaatsgevonden in het onderzoeksgebied. Hierbij zijn geen opsporingswerkzaamheden achterhaald met overlap met het onderzoeksgebied.
4.3 BASISREGISTRATIE ADRESSEN EN GEBOUWEN (BAG-REGISTER) Middels het BAG-register kan achterhaald worden in welke periode woningen/panden gebouwd zijn. Deze informatie geeft inzicht in eventueel uitgevoerde naoorlogse grondroerende werkzaamheden die als contra-indicatie kunnen dienen in het voorliggende onderzoek. De uit het BAG-Register opgevraagde data is verwerkt in de kaart met Kenmerk 266-023-TE-04 op de navolgende pagina. Hieruit komt naar voren dat er binnen de contouren van het onderzoeksgebied geen vooroorlogse bebouwing aanwezig is. De huizen stammen uit de tweede helft van de jaren ’40. Deze bouwpiek direct na de oorlog moet gezien worden als onderdeel van de wederopbouw, het grote woningentekort dat bestond vanwege de vele door oorlogshandelingen zwaar beschadigde of totaal verwoeste huizen. Sommige van deze naoorlogse huizen beschikken over een schuur in de tuin. Die zijn veelal uit dezelfde bouwperiode op enkele recente uitzonderingen na. Aan de westelijke kant van het onderzoeksgebied tussen de Sonseweg en Dahliastraat staat een pand met horecabestemming. Dit gebouw is van eind jaren ’60.
4.4
KLIC-MELDING
ECG heeft op 12-09-2023 een KLIC-melding aangevraagd om inzicht te verkrijgen in de ligging van kabels en leidingen in het onderzoeksgebied.58 Resultaat van deze melding is de wetenschap dat zich binnen het onderzoeksgebied kabels en leidingen bevinden, die gezien de historische ontwikkeling van het gebied vermoedelijk naoorlogs zijn aangelegd. De ligging van de kabels en leidingen is weergeven op pagina 52, in de kaart met het kenmerk 266-023-TE-05. Uit de KLIC-melding valt op te maken dat er in het onderzoeksgebied grondroerende activiteiten hebben plaatsgevonden ten behoeve van de aanleg van kabels en leidingen. Echter ontbreekt het aan complete gegevens waaruit valt op te maken op welke diepte deze kabels en leidingen zich bevinden.
58 Vermeld dient te worden dat de gegevens omtrent ondergrondse infrastructuur zoals deze door de uitgevoerde
oriëntatie zijn verkregen, een geldigheidsduur hebben van maximaal 20 werkdagen na aanvraag.
266-023-VO-01
Pagina 50 van 81
4.5
OVERZICHTSTABEL NA-CONFLICTPERIODE
De onderstaande tabel vormt een chronologisch overzicht van de informatie over naoorlogse bodemroerende activiteiten die met behulp van diverse bronnen is achterhaald. De tabel dient horizontaal te worden gelezen, te beginnen bij de datum, gevolgd door eventuele secundaire en primaire bronnen. Waar mogelijk worden contra-indicaties geduid met behulp van luchtfoto’s en kaartmateriaal, aangeduid met een blauwe kleur. Tot slot wordt bepaald of de contraindicatie relevant is voor het onderzoek. Contra-indicaties die als relevant zijn bestempeld, worden in Hoofdstuk 5 afgewogen tegen eventuele indicaties om te bepalen of er sprake is van verdacht gebied. DATUM
SECUNDAIRE SCHRIFTELIJKE BRON LITERATUUR, INTERNET
PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON ARCHIEVEN
GEO-INFORMATIEBRON
DIEPTE TOV NAP OF M-MV
RELEVANTIE
Datum luchtfoto
Sortie
Nummers
Luchtfotoanalyse
Heden
-
-
Dit recente satellietbeeld is geraadpleegd ten behoeve van de beeldvergelijking. Er zijn meerdere veranderingen in bebouwing en infrastructuur in het onderzoeksgebied waargenomen. Waaronder de bouw van een woonwijk en een restaurant, en het verbreden van de Dahliaweg. Er zijn nieuwe wegen aangelegd en verbonden met de Dahliaweg.
Niet bekend
-
Binnen het onderzoeksgebied is naoorlogse bebouwing waargenomen. De ligging hiervan is te zien op de kaart met Kenmerk 266-023-TE-04.
Niet bekend
-
Binnen het onderzoeksgebied lopen er kabels en leidingen. De ligging hiervan is te zien op de kaart met Kenmerk 266-023-TE-05.
Niet bekend
Er hebben in de naoorlogse periode binnen het onderzoeksgebied grondroerende activiteiten plaatsgevonden die samenhangen met de bouw van nieuwe panden en straten. Er hebben in de naoorlogse periode binnen het onderzoeksgebied grondroerende activiteiten plaatsgevonden die samenhangt met de bouw van nieuwe panden. Er hebben in de naoorlogse periode binnen het onderzoeksgebied grondroerende activiteiten plaatsgevonden die samenhangen met de aanleg van kabels en leidingen.
BAG-viewer
-
KLIC-melding
-
VECTOR GIS-DATASETS
Tabel 10: Overzichtstabel contra-indicaties met verwijzingen naar (de omgeving van) het onderzoeksgebied.
266-023-VO-01
Pagina 53 van 81
5 AFBAKENING VERDACHT GEBIED Uitgaande van de indicaties en contra-indicaties vindt er een afweging plaats omtrent de indicatie VERDACHT/ONVERDACHT (in paragraaf 3.2 Overzichtstabel conflictperiode zijn de potentiële indicaties chronologisch uitgewerkt).
5.1
SAMENVATTING INDICATIES EN CONTRA-INDICATIES
In het vooronderzoek conflictperiode zijn op basis van de geraadpleegde bronnen geen aanwijzingen achterhaald dat de omgeving van het onderzoeksgebied betrokken is geweest bij oorlogshandelingen. Een horizontale en verticale afbakening van verdachte gebieden en een inventarisatie van te verwachten aan te treffen OO is derhalve niet van toepassing. Het onderzoeksgebied ‘Nijnsel’ is onverdacht op het aantreffen van Ontplofbare Oorlogsresten (zie bijlage 1 voor de statuskaart Ontplofbare Oorlogsresten). De achterhaalde indicaties zijn verwerkt in een gebeurtenissenkaart (zie bijlage 2). De relevante contra-indicaties zijn opgenomen in de betreffende gebeurtenissenkaart bij bijlage 3. AANNEMELIJKE OORZAKEN VOOR DE AANWEZIGHEID VAN ACHTERGEBLEVEN ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN
LUCHTAANVALLEN
Bombardement
Beschieting met boordwapens
Beschieting met raketten
Vliegtuigcrash/ Inslag V-wapen
GRONDGEVECHTEN (SECUNDAIRE GEVOLGEN)
Blindgangers (bijv. artillerie beschieting)
In stellingen achtergelaten, gedumpt of bedolven
MUNITIE
MILITAIR GEBRUIK
MUNITIE OPSLAG
Springputten en dergelijke
Militair oefenterrein
Munitie fabricage en/of opslag
Munitiedump of stort
Stationering militairen
Munitie inrichtingen
Munitiedump in water
Vliegveld
Incident munitieopslag
VERNIETIGING
(afzinking)
Mijnenveld(en)
(explosie)
Vernielingsactiviteiten
Figuur 6: Schema met achterhaalde oorzaken/scenario’s voor indicaties betreffende de vermoedelijke aanwezigheid van OO op basis van de geraadpleegde bronnen.
266-023-VO-01
Pagina 54 van 81
6 LEEMTEN IN KENNIS
Van eventuele meldingen of ruimingen van (vermoede) explosieven in of direct grenzend aan het onderzoeksgebied zijn over de periode 1940-1944 en 1948-1970 geen gegevens meer bekend bij de EOD en het SSA.
Er heeft beperkte controle plaatsgevonden of de ontleende adresgegevens corresponderen met mogelijk in de loop van de jaren veranderde huisnummering, straatnamen of perceelindelingen.
Bepaalde indicaties die zijn aangetroffen in literatuur en archiefstukken en meldingsrapportages van de EOD zijn niet te herleiden naar een specifieke locatie.
ECG beschikt niet over de complete informatie aangaande de maatvoering van de waargenomen naoorlogse grondroerende werkzaamheden.
ECG gaat er van uit dat bij de grondroerende werkzaamheden eventuele OO zouden zijn opgemerkt, gemeld en geruimd. Het is echter niet uit te sluiten dat er OO over het hoofd zijn gezien of niet zijn gemeld.
Er zijn bij het archiefonderzoek geen bouwgegevens achterhaald aangaande de naoorlogse bebouwing binnen het onderzoeksgebied.
ECG beschikt niet over kwalitatief voldoende/volledig dekkende luchtopnames van de meidagen van 1940, 1942 en 1943. Leemten in kennis zijn daarom niet uit te sluiten.
Sommige luchtfoto’s zijn van een zeer matige kwaliteit. Dit bemoeilijkt de luchtfotoanalyse.
266-023-VO-01
Pagina 55 van 81
7 CONCLUSIE EN ADVIES ECG heeft een historisch vooronderzoek uitgevoerd naar de mogelijke aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten in het onderzoeksgebied ‘Nijnsel’.59 Het doel van deze studie is het verkrijgen van een gefundeerd antwoord op de volgende drie kernvragen: 1.
Is het onderzoeksgebied of een deel hiervan betrokken geweest bij oorlogshandelingen en potentieel verdacht (aanwijzingen/indicaties voor de aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten)? Op basis van literatuur, archiefmateriaal, het Ruimingenregister van de Explosieven Opruimingsdienst, kaartmateriaal en luchtfoto-interpretatie zijn er binnen het onderzoeksgebied geen voldoende concrete en/of eenduidige indicaties/aanwijzingen achterhaald van oorlogshandelingen die zouden kunnen duiden op de aanwezigheid van achtergebleven Ontplofbare Oorlogsresten. Het onderzoeksgebied ‘Nijnsel’ is derhalve onverdacht op het aantreffen van Ontplofbare Oorlogsresten (zie bijlage 1 voor de Statuskaart Ontplofbare Oorlogsresten).
2.
Zijn er gebeurtenissen (contra-indicaties) die een aanwijzing vormen dat een (mogelijk verdacht) gebied of een deel hiervan als onverdacht kan worden aangemerkt (aanwijzingen contraindicaties)? Er zijn meerdere contra-indicaties achterhaald die de conclusie van dit onderzoek onderbouwen. De naoorlogse bebouwing, aanwezige kabels en leidingen en het gegeven dat er in de directe nabijheid van het onderzoeksgebied geen mora’s zijn achterhaald versterken het advies van deze rapportage.
3.
Indien er sprake is van verdacht gebied wat is dan de hoofdsoort, subsoort, kaliber/gewichtsklasse, nationaliteit, hoeveelheid en verschijningsvorm van de vermoede Ontplofbare Oorlogsresten (en voor de hoofdsoort afwerpmunitie tevens het type ontstekingsinrichting en het verwachte aantal) en is er sprake van trillingsgevoelige ontstekingsmechanismen m.b.t. afwerpmunitie? Niet van toepassing.
ECG adviseert u om eventuele geplande werkzaamheden in het onderzoeksgebied op reguliere wijze uit te voeren. Daarbij wordt u aangeraden om uitvoerende partijen op de hoogte te stellen van het Protocol Toevalsvondst dat in Bijlage 4 van deze rapportage is opgenomen. Mochten er onverhoopt munitie(gelijkende) objecten worden aangetroffen in de als ‘onverdacht’ geclassificeerde gebieden, dan wordt u geadviseerd om de werkzaamheden direct te staken en de lokale politie van deze vondst op de hoogte te stellen. Tevens wordt u geadviseerd om in een dergelijke situatie contact op te 59 ECG raadt de opdrachtgever aan om de bevindingen van deze bureaustudie te delen met de betreffende gemeente
waarin het onderzoeksgebied zich bevindt.
266-023-VO-01
Pagina 56 van 81
nemen met een CS-OOO gecertificeerd opsporingsbureau en gezamenlijk vast te stellen of opschaling noodzakelijk is. ECG is in bezit van het CS-OOO certificaat en kan meedenken in een vervolgtraject en eventueel diensten verzorgen bij opsporingswerkzaamheden.
266-023-VO-01
Pagina 57 van 81
8 OVERZICHT VAN GEHANTEERDE BRONNEN Archiefinstellingen: Brabants Historisch Informatie Centrum te Den Bosch Bundesarchiv-Militärarchiv te Freiburg im Breisgau Explosieven Opruimingsdienst van het ministerie van Defensie te Rijswijk en Soesterberg Luchtfotoarchief Topografische Dienst/Kadaster te Zwolle Nationaal Archief te Den Haag National Archives te London National Collection of Aerial Photography/The Aerial Reconnaissance Archives/Royal Commission on the Ancient and Historical Monuments of Scotland te Edinburgh Nederlands Instituut voor Militaire Historie te Den Haag NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust – en Genocidestudies te Amsterdam Semi-Statisch Informatiebeheer Defensie te Rijswijk Speciale Collecties Wageningen University te Wageningen Literatuur: Amersfoort, H. en P. Kamphuis, eds., Mei 1940. De strijd op Nederlands grondgebied (2e druk; Den Haag, 2005). Boeijen, W.F.J., Vliegen en vechten bij de Maas 1940-1945. Oorlogsgeschiedenis op de grens van Noord-Brabant en Gelderland (Schaijk, 2003). Bollen, H., Corridor naar de Rijn: Operatie Market Garden, september 1944 (Zutphen, 1988). Buck, P. de, e.a., Zoeken en schrijven. Handleiding bij het maken van een historisch werkstuk (Rijswijk, 1992). Didden, J. en M. Swarts., Brabant Bevrijd (Hulst, 1993). Didden, J. en M.
Swarts., Einddoel Maas: de strijd in Zuidelijk Nederland tussen september en december 1944 (Weesp, 1984). Ghonem-Woets, K. en P. Mooren., Oorlog onderweg : Brabant in de Tweede Wereldoorlog (’sHertogenbosch, 1994). Klep, C. en Ben Schoenmaker (red.)., Bevrijding van Nederland 1944-1945. Oorlog op de flank (’s Gravenhage, 1995). Korthals Altes, K., Luchtgevaar. Luchtaanvallen op Nederland 1940-1945 (Soesterberg, 2014). Koskimaki, G.E., Hell's Highway: de 101e Airborne Division tijdens Operatie Market Garden, deel 1 (Hapert, 1991). Koskimaki, G.E., Hell's Highway: de 101e Airborne Division tijdens Operatie Market Garden, deel 2 (Hapert, 1991). Macdonald, C.B., Luchtlandingstroepen: parachutisten in de strijd (Antwerpen, 1995). Margry, K., De bevrijding van Eindhoven: Operatie Market Garden, september 1944 (Eindhoven, 1992). Molenaar, F.J., De luchtverdediging in de meidagen 1940 (2 delen, Den Haag, 1970). Nierstrasz, V.E., De verdediging van Noord-Limburg en Noord-Brabant, Mei 1940 (Den Haag, 1953). Oudheusden, J. van., Noord-Brabant 40-45 (Zwolle, 2014). 266-023-VO-01
Pagina 58 van 81
Pater, B.C. de en B. Schoenmaker, Grote Atlas van Nederland, 1930-1950: Comprehensive atlas of the Netherlands, 1930-1950 (Zierikzee 2005). Sectie Krijgsgeschiedenis van den Generalen Staf, Beknopt overzicht van de krijgsverrichtingen der Koninklijke Landmacht 10-19 mei 1940 (Leiden, 1947). Vroemen, L.P.J., Operatie Market Garden I: 101e en 82e Amerikaanse Airborne Divisie; Eindhoven - Best - Son - Breugel - Eerde - Veghel - Grave - Groesbeek - Overasselt – Nijmegen (Zaltbommel, 1990). Woensel, J. van, Vrij van explosieven. De geschiedenis van het EOCKL en zijn voorgangers, 1944-2004 (Meppel, 2004). Zwanenburg, G.J., En nooit was het stil…: kroniek van een luchtoorlog, deel 1 (Den Haag, 1990). Zwanenburg, G.J., En nooit was het stil…: kroniek van een luchtoorlog, deel 2 (Den Haag, 1993). Niet gedrukte literatuur: Eversteijn, T., Bombardementen en verongelukte vliegtuigen in de periode 10 mei 1940 – 5 mei 1945 (z.p. z.j.). Overige rapportages/documentatie: Beoordelingsrichtlijn voor het Procescertificaat “Opsporen Conventionele Explosieven (OCE)” versie 2007-02 (8 februari 2007). Cator, E., I. Helsloot en J. Vlagsma, Afbakening van verdacht gebied in Amsterdam. Onderzoek naar nieuwe, onderbouwde methodes voor de afbakening van CE-verdachte gebieden (Nijmegen juni 2017). Cator, E. en I. Helsloot, Methodiek afbakening van verdacht gebied.
Een beschrijving van de ‘Amsterdamse’-methode voor de afbakening van CE-verdachte gebieden (Renswoude juni 2018). Deltares, Voorschrift Bepaling Indringingsdiepte Conventionele Explosieven Kenmerk 1210497000-GEO-0002 (z.p. 2014). Dijkstra, M., Een op risico gebaseerde methode om de efficiëntie en effectiviteit van Conventionele Explosieven onderzoeken van RWS projecten te verbeteren (Delft 2013). EOD, ‘UO nummers EODD 02-12-2020’. Helsloot, I., en G. van Melick, Uitgangspunten voor een redelijk en proportioneel CE beleid. Inclusief een concept besluitvormingsstroomschema (z.p. augustus 2016). Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Jaarplan 2015 (Den Haag 2014). Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Sectorrapportage Grond-, Weg- en Waterbouw 2014 (z.p. juli 2015). Operational Research Section (M.A.A.F.) report No. N. 14, The Bombing accuracy of M.A.T.A.F. fighter-bomber aircraft on rail lines and rail bridges (22nd august 1944). Raad voor de financiële verhoudingen, Herziening bommenregeling gemeentefonds Kenmerk 2015-0000363666 (26 juni 2015). Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2019, nr. 471, Besluit 28 november 2019
266-023-VO-01
Pagina 59 van 81
Staatscourant Nr. 58198, 13 november 2020, Bekendmaking van de Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 3 november 2020, 2019-0000170973, houdende Publicatie van het Certificatieschema voor het Opsporen van Ontplofbare Oorlogsresten. Stichting Veilig Omgaan met Explosieve Stoffen (VOMES), Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten, kenmerk CS-VROO-01, versie 21-01, Status definitief, Goedkeuringsdatum 08-02-2021. Stichting Veilig Omgaan met Explosieve Stoffen (VOMES), certificatieschema voor het opsporen van Ontplofbare Oorlogsresten dat is vastgesteld door de stichting veilig omgaan met Explosieve stoffen als bedoeld in artikel 1.5a, onderdeel c, van het Arbeidsomstandighedenbesluit. Stichting Veilig Omgaan met Explosieve Stoffen (VOMES), Nadere bepalingen voor het beoordelen van bronnenmateriaal en afbakening van verdacht gebied behorende bij het Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten, kenmerk CSVROO-02, versie 21-01, Status definitief, Goedkeuringsdatum 08-02-2021. TNO, Inventarisatie van WOII vliegtuigbom ontstekers in NL bodem, Rapportnummer R10074 (Rijswijk 16-10-2015) Bijlage 1 C/19. Vereniging voor Explosieven Opsporing, Handreiking vooronderzoeken BRL-OCE versus WSCSOCE. Notitie 3VEO-VOO.05667.V (Geldermalsen 16 april 2013).