Bijlage 2e - watertoets Sonseweg te Nijnsel
Tekst van het document
WATERTOETS SONSEWEG NIJNSEL
1
De Roever Omgevingsadvies Rembrandtlaan 4 5462 CH Veghel T 073 594 10 11 E info@deroever.nl W www.deroever.nl NL97 RABO 0122 6903 11 Advies- en ingenieursbureau J.G. de Roever B.V. KvK 16068733 BTW NL 8015.63.136.B.01
Titel document: Referentie: Datum: Opdrachtgever:
Watertoets Sonseweg te Nijnsel 20231460 27 oktober 2023 BRO
Watertoets Sonseweg te Nijnsel Datum: 27 oktober 2023 ; Referentie: 20231460
2
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING ....................................................................................................................................... 4
1.1. 1.2. 1.3. 1.4.
Opdrachtverlening ....................................................................................................................... 4 Aanleiding .................................................................................................................................... 4 Doel ............................................................................................................................................. 4 Betrouwbaarheid.......................................................................................................................... 4
2.
ONDERZOEKSLOCATIE ............................................................................................................... 5
2.1. 2.2.
Locatiegegevens.......................................................................................................................... 5 Ruimtelijk plan of voornemen ...................................................................................................... 6
3.
BELEID WATERTOETS ................................................................................................................. 7
3.1. 3.2. 3.3. 3.4.
Rijksoverheid ............................................................................................................................... 7 Provinciaal beleid......................................................................................................................... 8 Waterschapsbeleid ...................................................................................................................... 9 Gemeentelijk beleid ................................................................................................................... 11
4.
WATERHUISHOUDING ................................................................................................................ 13
4.1.
Geohydrologie ........................................................................................................................... 13
5.
WATERADVIES ............................................................................................................................ 16
5.1. 5.2.
Bevoegd gezag .......................................................................................................................... 16 Dimensionering infilitratie of bergingsvoorziening ..................................................................... 16
6. 7.
UITGANGSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN ...................................................................... 17 SAMENVATTING EN CONCLUSIES ........................................................................................... 18
Bijlagen: 1. Topografische kaart 2. Ontwerpplan
Watertoets Sonseweg te Nijnsel Datum: 27 oktober 2023 ; Referentie: 20231460
3
1.
INLEIDING
1.1.
Opdrachtverlening
Op 8 juni 2023 heeft De Roever Omgevingsadvies B.V te Veghel schriftelijk opdracht gekregen van BRO voor het uitvoeren van een watertoets. De onderzoekslocatie is gelegen ter plaatse van de Sonseweg te Nijnsel. Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden.
1.2.
Aanleiding
De aanleiding voor het uitvoeren van de watertoets wordt gevormd door de voorgenomen woningbouw op locatie. De bestaande woningbouw en horecagelegenheid zal gesloopt worden ten behoeve van de ontwikkeling.
1.3.
Doel
De watertoets heeft als doel om water als ordenend principe een rol te laten spelen bij ruimtelijke plannen en besluiten, door alle relevante waterhuishoudkundige aspecten vroegtijdig te betrekken bij de planvorming.
1.4.
Betrouwbaarheid
Het onderzoek is onafhankelijk uitgevoerd. De Roever Omgevingsadvies is geen eigenaar van de onderzoekslocatie en financieel niet gelieerd aan de opdrachtgever. Het onderzoek is met de grootst mogelijke nauwkeurigheid en conform de daarvoor opgestelde normen en richtlijnen uitgevoerd. De Roever Omgevingsadvies bv acht zich niet aansprakelijk voor eventueel hieruit voortvloeiende (financiële) schade.
Watertoets Sonseweg te Nijnsel Datum: 27 oktober 2023 ; Referentie: 20231460
4
2.
Onderzoekslocatie
2.1.
Locatiegegevens
De onderzoekslocatie is kadastraal bekend als gemeente Sint-Oedenrode, sectie E met nummers; 3573, 5147, 5148, 3259 en grotendeels 435. Alsmede (deels) sectie N met nummer 759. De oppervlakte van de gehele locatie bedraagt circa 10.000 m2. De locatie is in de huidige situatie in gebruik als woon- en horecabestemming. Op de onderstaande afbeelding wordt een luchtfoto van de onderzoekslocatie getoond. Overig terrein en omgeving De onderzoekslocatie ligt in binnen de bebouwde kom van Nijnsel. De omgeving wordt rondom gekenmerkt door met name woonhuizen met siertuin, bosschages en de A50 direct ten westen van het plangebied.
Figuren 1 en 2. Ligging onderzoekslocatie (Bron: PDOK)
Voormalig gebruik Volgens historisch kaartmateriaal zijn de aanwezige woonhuizen binnen het plangebied gerealiseerd in de jaren 40’ van de vorige eeuw vlak na de tweede wereldoorlog. Daarvoor waren deze percelen in agrarisch gebruik. Het gebouw waar o.a. het horecabedrijf in is gevestigd is in de jaren 60’ gebouwd. Vanaf de jaren 60’ tot de jaren daarna is de bebouwing in de omgeving van de planlocatie gestaag toegenomen,
Watertoets Sonseweg te Nijnsel Datum: 27 oktober 2023 ; Referentie: 20231460
5
2.2.
Ruimtelijk plan of voornemen
De voorgenomen ontwikkeling betreft de sloop van de huidige aanwezige woningen en het horecapand van ‘lounge 8’. De sloop maakt plaats voor de realisatie van 9 woningen en 43 appartementen.
Figuur 3: Ontwerpplan
In onderstaande tabel is weergegeven hoe de verhardingssituatie er in de huidige en toekomstige situatie uitziet. Tabel 1. verhardingssituatie huidige en toekomstige situatie
Huidig m2
toekomstig m2
Onverhard m2
Bebouwing appartementen
-
1.550
+ 1.550
bebouwing woningen Parkeerplaatsen en openbare weg
3.550*
1.000
- 2.550
3.500
2.750
- 750
Onverhard privé terrein
1.000
300
-700
Groen
1.950
4.400
+ 2.450
Totaal verhard binnen 7.050 5.300 plangebied Totaal onverhard binnen 2.950 4.700 plangebied Totaal plangebied 10.000 10.000 * Het bebouwd oppervlak van de horecagelenheid is bij de woningen betrokken
- 1.750 + 1.750 =
De ontwikkeling op de locatie heeft, zoals blijkt uit de tabel, tot gevolg dat het verhard oppervlak afneemt met circa 1.750 m2.
Watertoets Sonseweg te Nijnsel Datum: 27 oktober 2023 ; Referentie: 20231460
6
3.
Beleid watertoets
3.1.
Rijksoverheid
Waterwet Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden, waarmee een achttal wetten is samengevoegd tot één wet. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. De Waterwet richt zich op de zorg voor waterkeringen, waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterfuncties (zoals de drinkwatervoorziening). De wet biedt de basis voor het stellen van normen ten aanzien van deze onderwerpen. Verder bevat de wet regelingen voor het beheer van water. Een belangrijk gevolg van de Waterwet is dat de huidige vergunningstelsels uit de afzonderlijke waterbeheerwetten worden gebundeld. Dit resulteert in één vergunning, de Watervergunning. Minstens zo belangrijk is dat zoveel mogelijk activiteiten onder algemene regels vallen. In de regel komt dit neer op een meldingsplicht in plaats van een vergunningenprocedure. Niet alles is in algemene regels vast te leggen en voor deze activiteiten in, op, onder of over watersystemen is er de watervergunning. De Wet gemeentelijke watertaken is onderdeel van de Waterwet.
In deze Wet heeft de gemeente de zorgplicht gekregen voor: • Het doelmatig inzamelen en verwerken van overtollig afvloeiend hemelwater; • Het doelmatig nemen van maatregelen in openbaar gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. In de Wet milieubeheer is de derde zorgplicht voor de gemeente opgenomen. De gemeente dient zorg te dragen voor het inzamelen transporteren van stedelijk afvalwater. Wet ruimtelijke ordening en de watertoets De watertoets is per 1 november 2003 wettelijk verplicht (en vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening). De watertoets betekent dat ruimtelijke plannen (waaronder bestemmingsplannen) die vanaf deze datum ter inzage worden gelegd, voorzien moeten zijn van een waterparagraaf. Ruimtelijke plannen van de initiatiefnemer (bijv. gemeente of projectontwikkelaar) worden overlegd met de waterbeheerder. In de waterparagraaf geeft de initiatiefnemer aan welke afwegingen in het plan ten aanzien van water zijn gemaakt. Het is een toelichting op het doorlopen proces en maakt de besluitvorming ten aanzien van water transparant.
In geval van locatiekeuzes en bij herinrichting van bestaand bebouwd gebied geeft de initiatiefnemer expliciet aan welke rol de kosten en risico's van verdroging, verzilting, overstroming en overlast hebben gespeeld bij de besluitvorming. De waterparagraaf grijpt zichtbaar terug op de afsprakennotitie en het wateradvies. Nationaal Waterprogramma 2022-2027 Het programma geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast voor de periode 2022-2027 om te komen tot een duurzaam
Watertoets Sonseweg te Nijnsel Datum: 27 oktober 2023 ; Referentie: 20231460
7
waterbeheer. Het Nationaal Waterprogramma richt zich op schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Belangrijke punten uit het nationaal waterprogramma zijn: • Eerst vasthouden, dan bergen en dan pas afvoeren; • Hemelwater zo veel mogelijk afkoppelen, mits schoon (anders eerst zuiveren); • Uitbreiding van verhard oppervlak zo veel mogelijk compenseren met hectares oppervlaktewater. Met deze punten zal rekening gehouden worden bij de uitvoering van de plannen.
3.2.
Provinciaal beleid
Nationaal Bestuursakkoord Water Het Regionaal Water en Bodem Programma 2022–2027 (RWP) is de strategische basis voor het Brabantse water- en bodembeleid en -beheer voor de korte en de lange termijn, rekening houdend met Europese, landelijke, provinciale en regionale doelen, duurzaamheid en klimaatveranderingen. Het Regionaal Water en Bodem Programma 2022–2027 integreert de milieu- en de wateropgave. Doel van dit nieuwe RWP is: een klimaatadaptief Brabant met veilig, schoon en voldoende water en een vitale bodem. Deze opgaven zijn ook van belang voor vrijwel alle andere provinciale opgaven: wonen en werken, infrastructuur en mobiliteit, landbouw en voedsel, natuur en biodiversiteit, erfgoed, een concurrerende en duurzame economie, en de energietransitie. De ambitie van het RWP luidt: ‘Brabant heeft in 2050 een klimaatbestendig en veerkrachtig water- en bodemsysteem en is bestand tegen extremen’. Om deze ambitie te bereiken werkt het RWP 5 beleidsopgaven uit: 1. Voldoende water (o.a. Europese KRW-doelen); 2. Schoon water (o.a. Europese KRW-doelen); 3. Waterveiligheid; 4. Vitale bodem; 5. Klimaatadaptatie Interim Omgevingsverordening De Interim Omgevingsverordening vervangt onder meer de Verordening ruimte, Verordening water en Provinciale milieuverordening.
In de Interim Omgevingsverordening staan regels waarmee een gemeente rekening moet houden bij het ontwikkelen van bestemmingsplannen. Zo zijn er de waterwingebieden en grondwaterbeschermingsgebieden in opgenomen en worden gebieden aangewezen als reserveringsgebied voor waterberging. Deze gebieden worden ingezet om wateroverlast uit regionale watersystemen (beken, waterlopen) tegen te gaan. Voorts zijn normen opgenomen voor regionale waterkeringen, wateroverlast, de beoordeling van de waterveiligheid, afspraken over het beheer van wateren, waterwegen en waterkeringen, peilbesluiten en planvorming. Ook zijn milieuregels opgenomen die het drinkwater moeten beschermen. Het grondwater rond de Brabantse drinkwaterwinningen worden beschermd met speciale zones, waarbinnen bepaalde activiteiten beperkt of niet zijn toegestaan zonder vergunning. Watertoets Sonseweg te Nijnsel Datum: 27 oktober 2023 ; Referentie: 20231460
8
Verordening water Noord-Brabant In de Provinciale verordening water Noord-Brabant heeft de provincie normen opgenomen voor regionale waterkeringen, wateroverlast, de beoordeling van de waterveiligheid, afspraken over het beheer van wateren, waterwegen en waterkeringen, peilbesluiten en planvorming. Provinciale milieuverordening Noord-Brabant (PMV) In de Provinciale milieuverordening Noord-Brabant 2010 (PMV) zijn milieuregels opgenomen die het drinkwater moeten beschermen. Het grondwater rond de Brabantse drinkwaterwinningen wordt beschermd met speciale zones, waarbinnen bepaalde activiteiten beperkt of niet zijn toegestaan zonder vergunning.
3.3.
Waterschapsbeleid
Water als basis voor een toekomstbestendige leefomgeving (2022-2027) Het water- en bodemsysteem is onontbeerlijk voor een gezonde en leefbare ruimtelijke inrichting van Noord-Brabant. Meer dan ooit is het belangrijk om rekening te houden met het concept van de lagenbenadering om een toekomstbestendige leefomgeving te waarborgen. Door klimaatverandering en ruimtelijke druk, staat immers de veerkracht van het water en bodemsysteem onder druk. De lagenbenadering beschrijft de ruimte in drie lagen. De eerste laag bestaat uit de fysieke ondergrond, het water- en bodemsysteem. De tweede laag bevat netwerken van infrastructuur met onder meer wegen, spoorlijnen en waterwegen. Tot slot de derde laag met de menselijke activiteiten zoals wonen, werken en recreëren en de fysieke neerslag daarvan. Ruimtelijke planning en gebiedsontwikkeling is een proces waarin continu keuzes worden gemaakt. De lagenbenadering helpt in dit keuze- en afwegingsproces en dient als kwaliteitskader voor alle (ruimtelijke) plannen. Elke laag draagt bij aan de ontwikkeling. De lagenbenadering betekent wel dat een onderliggende laag voorwaarden stelt aan andere lagen. Zeker vanuit een perspectief van duurzame ontwikkeling zijn veerkracht en omkeerbaarheid van ingrepen belangrijke gegevenheden.
Met het Waterbeheerprogramma 2022-2027 start Waterschap De Dommel met de ‘watertransitie’; op weg naar een toekomstbestendige waterhuishouding. Uiterlijk in 2050 is de waterhuishouding in het hele beheergebied toekomstbestendig. Dit betekent een waterhuishouding die in een goede waterkwaliteit voorziet. En een waterhuishouding die robuust, wendbaar en in balans is met de omgeving. Zowel in het bebouwde als het landelijke gebied en van de beekdalen tot en met de hoge zandruggen. Het grond- en oppervlaktewatersysteem kan de grotere weersextremen opvangen door maximaal gebruik te maken van de dempende sponswerking van de bodem/ondergrond en de natuurlijke hoogteverschillen voor het vasthouden van water. Het waterschap hanteert drie principes die inhoudelijke sturing geven aan de watertransitie: • Elke druppel vasthouden en infiltreren waar deze valt • Functies passen zich aan het bodem- en watersysteem aan • Wat schoon is moet schoon blijven
Watertoets Sonseweg te Nijnsel Datum: 27 oktober 2023 ; Referentie: 20231460
9
Het waterschap, nog meer dan voorheen, aanpassen aan de veranderende leefomgeving en op zoek gaan naar nieuwe oplossingen en antwoorden. Juist de voor Midden-Brabant zo karakteristieke verwevenheid van bebouwing, landbouw en natuur is een kans om de wateropgaven slim in te passen. Dit vereist een integrale, gebiedsgerichte aanpak samen met alle partijen. Een gebiedsgerichte aanpak is alleen succesvol als naast de wateropgaven ook de opgaven vanuit natuur, stikstof, economie, landbouwtransitie, energietransitie, biodiversiteit, mobiliteit en woningbouw onderdeel van de aanpak zijn. Niet sectoraal, maar integraal. Alleen dan gaat het waterschap oplossingen vinden voor een leefbaar MiddenBrabant met een duurzaam en toekomstbestendig watersysteem dat goed is voor inwoners, bedrijven, landbouw en natuur. De grote uitdaging zit hem vooral in de vraag hoe het waterschap dit gaan bereiken. Meer dan voorheen gaat het waterschap daarbij: ▪ van beekdalgericht naar gebiedsgericht; onze aandacht gaat naast het beekdal ook uit naar de flanken, de hoge zandruggen en bebouwd gebied. ▪ van sectoraal naar integraal; samen met overheden en gebiedspartners maken zij keuzes over meerdere opgaven in een gebied. ▪ van water afvoeren naar elke druppel telt; maximaal water conserveren, minder grondwater gebruiken en slimmer sturen.
Keur Waterschap Aa en Maas, Brabantse Delta en De Dommel 2015 De waterschappen Aa en Maas, Brabantse Delta en De Dommel hebben nieuwe waterregels vastgesteld. De Keur kent gebods- en verbodsbepalingen die erop gericht zijn watergangen te beschermen. Zo is het in bepaalde gevallen verboden om zonder vergunning water te lozen of te onttrekken aan oppervlaktewater. Ook legt de Keur in sommige gevallen aan burgers een onderhoudsverplichting op. Daarnaast mag men zonder Keurontheffing geen activiteiten ontplooien of bouwwerken plaatsen die het onderhoud aan watergangen kunnen belemmeren. Dit betekent dat voor bepaalde activiteiten nabij watergangen of met mogelijke invloed op watergangen een ontheffing bij het waterschap moet worden gevraagd. De Keur van het waterschap is enkel van toepassing wanneer direct wordt geloosd naar een oppervlaktelichaam in beheer en eigendom van het waterschap. De Keur is een verordening waarin staat wat wel en niet mag rond watergangen, dijken en grondwater. Voor veel zaken hoeven burgers en bedrijven geen vergunning meer aan te vragen. Een melding aan het waterschap volstaat. Alle ingrepen welke een grote impact hebben op belangrijke watergangen en keringen blijven vergunningplichtig. Vanaf 1 maart 2015 geldt de nieuwe keur in de drie waterschappen.
Het doel van de regels is om de wateraanvoer en waterafvoer te waarborgen, Noord-Brabant te beschermen tegen overstromingen en de gevolgen van droogte te beperken. In de Keur is een Algemene Regel is een gevoeligheidsfactor opgenomen. Afhankelijk van kenmerken van het beïnvloedingsgebied wordt een gevoeligheidsfactor toegepast. Naarmate de gevoeligheid van een gebied of oppervlaktewatersysteem voor de gevolgen van piekafvoeren lager is, is minder compensatie nodig. Er worden drie waarden voor de gevoeligheidsfactor gehanteerd: ¼, ½ en 1. Het is gezien het globale karakter van de toets niet zinvol hier meer detail in aan te brengen. Welke gevoeligheidsfactor van toepassing is, Watertoets Sonseweg te Nijnsel Datum: 27 oktober 2023 ; Referentie: 20231460
10
kan worden afgelezen van de Kaart Algemene Regel afvoer regenwater door verhard oppervlak 2015 (De gevoeligheidsfactoren worden alleen bij de Algemene Regel toegepast. Bij de toepassing van de Beleidsregel (vergunningen) wordt niet gewerkt met een gevoeligheidsfactor maar wordt maatwerk geleverd om de retentie-eis te bepalen.). Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater. De drie Brabantse waterschappen, Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta hanteren sinds 1 maart 2015 dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Deze (beleids)uitgangspunten zijn geformuleerd in de ‘Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’. De beleidsterm ‘hydrologisch neutraal’ heeft dan ook vooral betrekking op het zo veel mogelijk (binnen de ontwikkeling) neutraliseren van de negatieve hydrologische gevolgen van (toekomstige) ruimtelijke ontwikkelingen in ruimte en tijd.
De ontwikkeling mag geen hydrologische achteruitgang aan de randen van het plangebied ten opzichte van de referentiesituatie tot gevolg hebben: • Er is geen (onvertraagd) toename van de waterafvoer op de rand van het plangebied; • Er mogen geen veranderingen van oppervlaktewaterstanden optreden op de grens van • het plangebied en daarbuiten (tenzij veranderingen gewenst zijn); • Er mag geen overlast optreden door extreme neerslag gebeurtenissen. De voorkeursvolgorde bij het nemen van maatregelen tegen wateroverlast gaan uit van het principe water vasthouden dan wel hergebruiken, water bergen en als laatste pas water afvoeren. Bij een toename en afkoppeling van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. Hoewel er relatief veel kleine plannen zijn, veroorzaken deze op deelstroomgebiedsniveau nauwelijks een toename van de maatgevende afvoer. Bij een toename en afkoppeling van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. De grenswaarde in de algemene regels voor het compenseren van nieuw verhard oppervlak 500 m2.
3.4.
Gemeentelijk beleid
De gemeente Meierijstad heeft de volgende visie met betrekking tot de waterhuishouding beschreven in het Programma Water en Riolering Meierijstad (2022 - 2026): De ambitie van de gemeente voor de watertaken en klimaatadaptatie is in samenhang met de omgevingsvisie aangeduid. Onder de Omgevingswet laat dit zich vertalen in een veilige (water als ruimtelijke opgave) en gezonde (inzameling en transport door riolering) leefomgeving. De uitdagingen die op de maatschappij afkomen zijn groot en vragen om een andere aanpak. Innovaties moeten de gemeente helpen de uitdagingen de baas te blijven. Zij doen dit door invulling te geven aan het volgende: • Invulling geven aan samenwerking, door op het gebied van water en riolering actief deel te nemen in diverse samenwerkingsverbanden zowel bestuurlijk als ambtelijk • Invulling geven aan de gemeentelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater Watertoets Sonseweg te Nijnsel Datum: 27 oktober 2023 ; Referentie: 20231460
11
•
invulling geven aan klimaatadaptatie
Verordening fysieke leefomgeving Meierijstad (VFL) Tevens heeft de gemeente Meierijstad regels vastgesteld in de Verordening fysieke leefomgeving Meierijstad (VFL) met betrekking tot de afvoer van hemelwater en grondwater. Het doel van de regels in dit hoofdstuk is het tegengaan van de verdroging en het ontlasten van riolering en rioolwaterzuiveringsinstallaties. Daartoe worden regels gesteld om de opvang van regenwater op eigen terrein te bevorderen en het lozen van hemel- en grondwater op de openbare riolering te voorkomen. In artikel 6.4 ‘Verbod op het lozen van hemelwater op de riolering’ is hierover het volgende opgenomen: 1. Het is verboden vanaf een nieuw bouwwerk of een nieuw verhard oppervlak hemelwater te lozen op de riolering of openbaar terrein 2. De eigenaar van een perceel is verplicht het hemelwater op eigen terrein te verwerken. Hij heeft daarbij de vrije keuze tussen de toe te passen voorziening(en), waarbij het volgende geldt: a. de te realiseren hemelwatervoorziening dient minimaal 60 mm (per m2 verhard oppervlak) te kunnen verwerken; b. voor het oppervlak aan groen dak (in m2) wordt geen (aanvullende) hemelwatervoorziening vereist; c. de benodigde voorziening(en) dienen uiterlijk 10 weken na het gereedkomen van het nieuw bouwwerk of aanleg van het nieuw verhard oppervlak gerealiseerd te zijn en moeten blijvend in stand worden gehouden; d.
bij elke activiteit mag de reeds aanwezige totale hoeveelheid (hemel)waterberging op het perceel van de eigenaar niet afnemen. 3. B&W kunnen een gebied aanwijzen waarbinnen het verbod zoals genoemd in het eerste lid ook geldt voor alle reeds bestaande bouwwerken en verharde oppervlakken, en/of een andere dan de in het vorige lid onder a genoemde verwerkingseis geldt. Bij het vaststellen van een dergelijke gebiedsaanwijzing geldt het volgende: a. B&W houden rekening met het gemeentelijk rioleringsplan en eventuele geldende voorschriften uit vigerende (bestemmings)plannen; b. de gebiedsaanwijzing treedt in werking met ingang van de 3e dag na de dag waarop zij bekend is gemaakt en bevat een termijn waarop aan de aanwijzing moet worden voldaan. Deze termijn bedraagt tenminste 6 weken; c. op de voorbereiding van de gebiedsaanwijzing is afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. 4. B&W kunnen ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, indien van de eigenaar van het nieuw bouwwerk of het nieuw verhard oppervlak redelijkerwijs een te grote inspanning wordt geëist in verhouding tot het doel van het verbod. 5. De aanvraag van een ontheffing als bedoeld in het vierde lid wordt tegelijk met de aanvraag van een omgevingsvergunning bouwen of omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, ingediend. 6.
Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het gebod, bedoeld in het tweede lid onder a, indien op het perceel om technische of praktische redenen een berging van 60 mm onhaalbaar is, mits dan een bergingscapaciteit wordt gerealiseerd van blijkens een overgelegde tekening en ontwerp ten minste 20 mm (per m2 verhard oppervlak).
Watertoets Sonseweg te Nijnsel Datum: 27 oktober 2023 ; Referentie: 20231460
12
4.
Waterhuishouding
Om de waterbelangen in een zo vroeg mogelijk stadium in beeld te hebben heeft het waterschap de Watertoets ontwikkeld. In het kader van het watertoetsproces worden hierbij de relevante en beschikbare wateraspecten bekeken.
4.1.
Geohydrologie
Globale hoogteligging De onderzoekslocatie heeft een globale hoogteligging van 13,3 m+NAP. Op onderstaande figuur is te zien dat er zich geen noemenwaardige hoogteverschillen bevinden binnen het plangebied.
Figuur 4. Hoogteverschil onderzoekslocatie (bron: Ahn)
Regionale bodemopbouw De gegevens van de bodemopbouw zijn verkregen van DINOloket (uitgifte portaal van TNO, Geologische Dienst Nederland). Vanaf maaiveld tot circa 26 m-mv bestaat de bodem uit midden en fijn zand, met weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind (formatie van Boxtel). In de bovenlaag bevindt zich van circa 2,5 tot 5 m-mv een kleiige eenheid hoofdzakelijk bestaande uit leem, met weinig fijn en midden zand en een spoor veen en grof zand. Geohydrologie Naar opgave van de provincie Noord-Brabant ligt het onderzoeksgebied niet in een grondwaterbeschermingsgebied, waterwingebied of boringsvrije zone. Op de onderzoekslocatie wordt voor zover bekend geen grondwater onttrokken.
Watertoets Sonseweg te Nijnsel Datum: 27 oktober 2023 ; Referentie: 20231460
13
Kwel/infiltratie In de Digitale Wateratlas van de provincie Noord-Brabant is te herleiden dat de locatie is gelegen in een gebied waar zowel kwel als infiltratie voorkomt.
Figuur 5. Kwel/infiltratiekaart
Oppervlaktewater in de omgeving Uit de vastgestelde legger van waterschap Dommel is te zien dat er nabij de onderzoekslocatie geen primaire of secundaire watergangen zijn gelegen die beheerd worden door het waterschap. Wel zijn er watergangen gelegen in- en rondom het plangebied die niet zijn opgenomen in de legger. Deze zijn met groen aangegeven op de onderstaande figuur.
Figuur 6. Weergave leggerkaart met watergangen de Dommel (bron: waterschap de Dommel)
Watertoets Sonseweg te Nijnsel Datum: 27 oktober 2023 ; Referentie: 20231460
14
Regenwater en overige neerslag Het plangebied is gelegen binnen de bebouwde kom van Nijnsel. Hemelwater dat op de onderzoekslocatie valt stroomt weg via de aanwezige kolken of infiltreert in de bodem ter plaatse van de onverharde terreindelen. Gemiddelde grondwaterstand Op de BRO Grondwaterspiegeldieptekaarten, aanwezig op dinoloket.nl, wordt in de omgeving van de onderzoekslocatie een GHG aangegeven van circa 0,7 m – mv. Op de onderzoekslocatie zijn geen gegevens bekend
Figuur 7: kaart met gemiddeld hoogste grondwaterstand
De gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) wordt in de omgeving van de onderzoekslocatie aangegeven op 2,1 m-mv.
4.2.
Overige aspecten
Afvalwater Voor de nieuwbouwwoningen zal nieuwe riolering aangelegd moeten worden. Onderzocht dient te worden of de huidige rioolcapaciteit voldoende Milieuhygiënische bodemkwaliteit Recentelijk is er voor zover bekend geen onderzoek gedaan naar de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem.
Watertoets Sonseweg te Nijnsel Datum: 27 oktober 2023 ; Referentie: 20231460
15
5.
Wateradvies
5.1.
Bevoegd gezag
Volgens het beleid van waterschap Dommel dient in bepaalde gevallen, de benodigde compensatie te worden berekend.
5.2.
Dimensionering infiltratie-of bergingsvoorziening
De watertoets wordt uitgevoerd in verband met de voorgenomen herontwikkeling van de onderzoekslocatie. Het bouwplan omvat het realiseren van 45 woningen. Er worden woningen gerealiseerd voor zowel de sociale huur- en koopsector als de vrij huur- en koopsector. In de toekomstige situatie zal de verhardingssituatie veranderen. De hemelwatervoorziening dient dan ook aangepast te worden aan de nieuwe inrichting. In de hemelwatervoorziening wordt het hemelwater afkomstig van het terrein geborgen. Tabel 2. verhardingssituatie huidige en toekomstige situatie
Huidig m2
toekomstig m2
Onverhard m2
Bebouwing appartementen
-
1.550
+ 1.550
Bebouwing woningen Parkeerplaatsen en openbare weg
3.550*
1.000
- 2.550
3.500
2.750
- 750
Onverhard privé terrein
1.000
300
-700
Groen
1.950
4.400
+ 2.450
Totaal verhard binnen 7.050 5.300 plangebied Totaal onverhard binnen 2.950 4.700 plangebied Totaal plangebied 10.000 10.000 * Het bebouwd oppervlak van de horecagelenheid is bij de woningen betrokken
- 1.750 + 1.750 =
De ontwikkeling op de locatie heeft, zoals blijkt uit de tabel, tot gevolg dat het verhard oppervlak afneemt met circa 1.750 m2. Gezien er nieuwbouw gerealiseerd gaat worden stelt het bevoegd gezag dat dit op hydrologisch neutrale manier ontwikkeld dient te worden en er eveneens compenserende voorzieningen dienen te worden gerealiseerd. Voor het toekomstige verhard oppervlak in het openbaar gebied wordt de vereiste compensatie berekend door het toekomstige verhard oppervlak (m2) te vermenigvuldigen met een waterschijf van 60 mm (0,06 m) en met de plaatselijke gevoeligheidsfactor (1). Daaruit volgt de omvang van de vereiste compensatie in kubieke meters (m3). De benodigde compensatie bedraagt 318 m3 (5.300 m2 x 0,06 x 1). Initiatiefnemer is voornemens de toekomstige verharding af te koppelen op de nieuw te graven wadi’s. Door de afname in verharding en de aanleg van nieuw te graven wadi’s is er sprake van hydrologisch neutrale ontwikkeling.
Watertoets Sonseweg te Nijnsel Datum: 27 oktober 2023 ; Referentie: 20231460
16
6.
Uitgangspunten en randvoorwaarden
Hierna worden de overige uitgangspunten aangegeven voor de infiltratie- of bergingsvoorziening. Wateroverlast Om wateroverlast op de locatie en de omgeving te voorkomen moet men rekening houden met: ▪ het afstromende hemelwater wordt zoveel mogelijk oppervlakkig (bovengronds) naar de infiltratie- of bergingsvoorziening afgevoerd; ▪ wateroverlast ter plaatse van de toekomstige bebouwing wordt mede voorkomen door een drempelhoogte van enkele decimeters boven maaiveld. Hemelwater zal zo in geen geval de panden instromen; ▪ indien wenselijk dient een overstortvoorziening naar het riool of oppervlaktewater opgenomen te worden om overlast te voorkomen tijdens extreem weer. Milieuhygiënische voorwaarden Om neerslag die van de daken en overige verharde oppervlakken afstroomt te mogen infiltreren/bergen, dient onder meer aan de volgende voorwaarden te worden voldaan: ▪ vereist is de toepassing van niet-uitloogbare bouwmaterialen als kunststoffen en geen zink, lood, koper of asfalt. Staal, aluminium en zink voorzien van een duurzame coating kan wel worden toegepast. Hierbij ontstaan geen verhoogde concentraties verontreinigende stoffen (DuBo-maatregelen); ▪ neerslag van (afgekoppelde) verhardingen zoals opritten en/of terrassen bij woningen mag niet verontreinigd zijn met chemische bestrijdingsmiddelen, olie, agressieve reinigingsmiddelen of andere verontreinigende stoffen.
Bij de communicatie met de toekomstige bewoners van het plangebied moet duidelijk worden gewezen op de risico’s van het toepassen van chemicaliën en dergelijke, en de gevolgen van het niet naleven van deze regels; ▪ het is nooit toegestaan afvalwater in de bodem te infiltreren of via infiltratievoorzieningen in de bodem te lozen. Onderhoud en vervuiling Om de werking van de infiltratie- of bergingsvoorziening in stand te houden dient men rekening te houden met: ▪ regelmatig onderhoud van de aanvoer- en afvoerzijde van de voorzieningen zal noodzakelijk zijn om te garanderen dat de systemen blijven functioneren; ▪ het is onwenselijk chemische bestrijdingsmiddelen toe te passen of agressieve reinigingsmiddelen te gebruiken op de verharde oppervlakken. Het is niet wenselijk tijdens gladheid door bevriezing of sneeuwval zout en dergelijke gladheidbestrijdingsmiddelen op de bestrating en parkeerplaatsen e.d. toe te passen. Een alternatief kan zand zijn; ▪ Op de afgekoppelde “buitenverhardingen” mogen geen handelingen worden uitgevoerd die vervuiling van het oppervlak veroorzaken. Wil men toch buitenactiviteiten verrichten waarbij vervuiling van verhard oppervlak ontstaat bv.
het reinigen van voertuigen of het schoonmaken van onderdelen, dan moet het gedeelte waar deze activiteit(en) plaatsvindt voorzien worden van de juiste bodembeschermende maatregelen (Nederlandse Richtlijn voor Bodembescherming).
Watertoets Sonseweg te Nijnsel Datum: 27 oktober 2023 ; Referentie: 20231460
17
7.
Samenvatting en conclusies
Op 8 juni 2023 heeft De Roever Omgevingsadvies B.V te Veghel schriftelijk opdracht gekregen van BRO voor het uitvoeren van een watertoets. De onderzoekslocatie is gelegen ter plaatse van de Sonseweg te Nijnsel. Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Onderzoekslocatie De onderzoekslocatie is kadastraal bekend als gemeente Sint-Oedenrode, sectie E met nummers; 3573, 5147, 5148, 3259 en grotendeels 435. Alsmede (deels) sectie N met nummer 759. De oppervlakte van de gehele locatie bedraagt circa 10.000 m2. De locatie is in de huidige situatie in gebruik als woon- en horecabestemming. Watertoets De voorgenomen ontwikkeling betreft de sloop van de huidige aanwezige woningen en het horecapand van ‘lounge 8’. De sloop maakt plaats voor de realisatie van 9 woningen en 43 appartementen. Deze ontwikkeling heeft tot gevolg dat het verhard oppervlak afneemt met circa 1.750 m2. Voor het toekomstige verhard oppervlak in het openbaar gebied wordt de vereiste compensatie berekend door het toekomstige verhard oppervlak (m2) te vermenigvuldigen met een waterschijf van 60 mm (0,06 m) en met de plaatselijke gevoeligheidsfactor (1). Daaruit volgt de omvang van de vereiste compensatie in kubieke meters (m3). De benodigde compensatie bedraagt 318 m3 (5.300 m2 x 0,06 x 1).
Initiatiefnemer is voornemens de toekomstige verharding af te koppelen op de nieuw te graven wadi’s. Door de afname in verharding en de aanleg van nieuw te graven wadi’s is er sprake van hydrologisch neutrale ontwikkeling.
Watertoets Sonseweg te Nijnsel Datum: 27 oktober 2023 ; Referentie: 20231460
18
Bijlage 1
Topografische overzichtskaart met ligging onderzoekslocatie Deze kaart is noordgericht
Ligging onderzoekslocatie
Bijlage 2