Bijlage 2d - Schijndel Plein 1944 nummer 22 quickscan flora en fauna
Tekst van het document
Bufo Lan
gsche
o.
eco
Maerlant Y \og\
®
Ruimte
oseenin? BM-RAPPORT
2021
Schijndel
Plein
Ecologische quickscan
(geanonimiseerd)
1944
nummer
22
Inhoud Blz 1
Inleiding
3
1. 1
Algemeen
3
1. 2
Methode / doel
3
1. 3
Beschrijving van het plangebied en de ingrepen
3
2
Wet- en regelgeving
4
2. 1
Wet natuurbescherming
4
3
Bronnenonderzoek
8
3. 1
Data uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF)
8
3. 2
Gebiedsbescherming
8
4
Resultaten van het veldonderzoek
8
4. 1
Algemeen
8
4. 2
Beschermde soorten: resultaten en verwachting
8
5
Conclusie en advies
10
Conclusie
10
Advies
10
Literatuur
11
Impressie van het plangebied Foto’s: Buro Maerlant 12-01-2021.
Schijndel Plein 1944 nummer 22 Ecologische quickscan
2
1 Inleiding 1. 1 Algemeen In opdracht van Heijmans Timmerwerken B. V. heeft Buro Maerlant een ecologische quickscan uitgevoerd ten behoeve van de beoogde ingrepen in het plangebied Plein 1944 nummer 22 te Schijndel. Het veldbezoek werd uitgevoerd op 12 januari 2021. Men is voornemens woningen te realiseren, waarbij de bestaande bebouwing wordt gesloopt. 1. 2 Methode / doel De ecologische quickscan bestaat uit een veldonderzoek en de verslaglegging daarvan. Tijdens het veldonderzoek is het plangebied onderzocht op de aanwezigheid van diersporen zoals uitwerpselen, krab- en graafsporen, en is de vegetatie bekeken. Tevens zijn waarnemingen van aanwezige diersoorten gedaan. Op basis van expert-judgement is een inschatting gemaakt van het mogelijke voorkomen van beschermde soorten. Dit is afgewogen tegen de toekomstige ontwikkelingen. Doel van het onderzoek is een goed onderbouwde inschatting te geven, zodat kan worden gehandeld conform de Wet natuurbescherming. 1. 3 Beschrijving van het plangebied en de ingrepen Het plangebied Plein 1944 nummer 22 (vanaf nu ‘het plangebied’) is gelegen in zuidelijke deel van Schijndel en omvat een café met een parkeerterrein (figuur 1). Men is voornemens 9 appartementen en 2 patiowoningen met parkeervoorzieningen en bergingen op eigen terrein. De bebouwing wordt gesloopt. Figuur 1 Situering van het plangebied in rood Bron luchtfoto: Google.
Schijndel Plein 1944 nummer 22 Ecologische quickscan
3
Wet-
en
regelgeving
2. 1 Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. De Europese Habitatrichtlijn en de Vogelrichtlijn zijn in deze wet geïmplementeerd. Bevoegdheden inzake ontheffingen en vrijstellingen komen met deze wet te liggen bij de provincie. In sommige situaties is het Rijk bevoegd gezag. Soortbescherming: drie beschermingsregimes De Wet natuurbescherming kent inzake soortbescherming drie aparte beschermingsregimes: voor soorten van de Vogelrichtlijn, van de Habitatrichtlijn inclusief het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn en voor andere nationaal beschermde soorten. Per beschermingsregime gelden aparte verbodsbepalingen en bijbehorende vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden (zie onderstaande tabel).
Tabel 1 Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming. Bron: brochure soortbescherming bij ruimtelijke ingrepen, Ministerie van Economische Zaken.
Beschermingsregime soorten
Beschermingsregime soorten
Beschermingsregime andere
Vogelrichtlijn § 3. 1 Wn
Habitatrichtlijn § 3. 2 Wn
soorten § 3. 3 Wn
Art 3. 1 lid 1
Art 3. 5 lid 1
Art 3. 10 lid 1a
Het is verboden in het wild
Het is verboden soorten in hun
Het is verboden soorten opzettelijk
levende vogels opzettelijk te
natuurlijke verspreidingsgebied
te doden of te vangen
doden of te vangen.
opzettelijk te doden of te vangen
Art 3. 1 lid 2
Art 3. 5 lid 4
Art 3. 10 lid 1b
Het is verboden opzettelijk
Het is verboden de voortplan-
Het is verboden de vaste voort-
nesten, rustplaatsen en eieren
tingsplaatsen of rustplaatsen
plantingsplaatsen of rustplaatsen
van vogels te vernielen of te
van dieren te beschadigen of te
van dieren opzettelijk te beschadi-
beschadigen, of nesten van
vernielen
gen of te vernielen
Art 3. 1 lid 3
Art 3. 5 lid 3
Niet van toepassing
Het is verboden eieren te
Het is verboden eieren van
rapen en deze onder zich te
dieren in de natuur opzettelijk te
hebben
vernielen of te rapen
Art 3. 1 lid 4 en lid 5
Art 3. 5 lid 2
Het is verboden vogels op-
Het is verboden dieren opzette-
zettelijk te verstoren, tenzij de
lijk te verstoren
vogels weg te nemen
Niet van toepassing
verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort Niet van toepassing
Art 3. 5 lid 5
Art 3. 10 lid 1c
Het is verboden plantensoorten
Het is verboden plantensoorten in
in hun natuurlijke verspreidings-
hun natuurlijke verspreidingsgebied
gebied opzettelijk te plukken en
opzettelijk te plukken en te ver-
te verzamelen, af te snijden, te
zamelen, af te snijden, te ontworte-
ontwortelen of te vernielen
len of te vernielen
Schijndel Plein 1944 nummer 22 Ecologische quickscan
4
Ontheffing en vrijstelling Op basis van een ontheffing of een vrijstelling is overtreding van de verbodsbepalingen in principe mogelijk. Aangetoond dient te worden dat er sprake is van geen andere bevredigende oplossing (alternatief), er sprake is van een door de wet genoemd belang (bijvoorbeeld volksgezondheid of openbare veiligheid) en de ingreep geen afbreuk doet aan de gunstige instandhouding van de soort. Nieuw in de wet is dat voor alle soorten de mogelijkheid wordt geboden te werken volgens een goedgekeurde gedragscode. Indien aan bovenstaand wordt voldaan geldt een vrijstelling als aantoonbaar wordt gewerkt volgens een goedgekeurde gedragscode. De verbodsbepalingen zijn gericht op het individu, echter wordt bij de beoordeling of kan worden afgeweken van de bepalingen gekeken naar de gunstige instandhouding van de soort. De zorgplicht blijft in de Wet natuurbescherming evenwel van toepassing, óók voor niet beschermde soorten, dit houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht neemt voor alle planten en dieren en de leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld, echter kan hierop door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd. Jaarronde bescherming vogels Nesten van vogels zijn doorgaans alleen beschermd tijdens het broedseizoen.
Van een beperkt aantal vogelsoorten zijn nesten ook in de niewe wet buiten het broedseizoen en dus jaarrond beschermd (zie tabel 2). Categorie
Omschrijving Jaarrond beschermde nesten
Tabel 2 Beschermingscategorieën nesten, waarop de verbodsbepalingen van artikel 3. 1 en 3. 5 Wnb van toepassing zijn: Jaarrond(1 t/m 4) of tijdens het broedseizoen (categorie 5).
1
Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (voorbeeld: steenuil).
2
Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk zijn van bebouwing of biotoop. De fysiekke voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: roek, gierzwaluw en huismus).
3
Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: ooievaar, kerkuil en slechtvalk).
4
Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen (voorbeeld: boomvalk, buizerd en ransuil). Niet jaarond beschermde nesten Let op: onderbouwing en eventueel nader onderzoek echter gewenst. Indien sprake is van zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden, zijn ook deze nesten beschermd.
5
Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen (voorbeeld: boerenzwaluw, ekster, groene specht en spreeuw.
Schijndel Plein 1944 nummer 22 Ecologische quickscan
5
Van alle categorieën vogels in hierboven genoemde tabel is het belangrijk aan- of afwezigheid van nesten / territoria aan te tonen en sprake is van een mogelijk effect. Via een omgevingscheck en eventueel nader onderzoek is dit mogelijk. Voor categorie 5 - soorten is een potentie inschatting doorgaans voldoende. Gebiedsbescherming In de Wet natuurbescherming is gebiedsbescherming op vergelijkbare wijze geregeld als de voormalige Natuurbeschermingswet 1998. Ook in de Wet natuurbescherming wet beoogt men bescherming van gebieden die nationaal en internationaal van belang zijn. Het betreft de bescherming van gebieden op Nederlands grondgebied die vanuit de Europese Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn zijn aangewezen. Gezamenlijk vormen deze gebieden een Europees netwerk: Natura 2000. De status van beschermde natuurmonumenten is bij de inwerkingtreding van de nieuwe wet komen te vervallen. Het merendeel van de voormalig beschermde gebieden maken onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland en zijn op deze wijze beschermd. Ingrepen en effecten In de Wet natuurbescherming is bepaald, dat handelingen of projecten die mogelijk schadelijk invloed hebben op Natura 2000-gebieden vergunningsplichtig zijn. Door middel van toetsing wordt bepaald of sprake is van effecten,en zo ja in welke mate dit is. Toetsing vindt plaats in drie fasen: » »
»
orientatiefase of voortoets; verstorings- en verslechteringstoets (bij mogelijke negatieve, maar géén significant negatieve effecten); passende beoordeling (kans op significant negatieve effecten).
Als uit de verstorings- en verslechteringstoets blijkt, dat sprake is van mogelijk negatieve effecten dient in een aanvullende toetsing een effectbeoordeling plaats te vinden en is een vergunning nodig. Het bevoegd gezag (de provincie en in sommige situaties het Ministerie) verleent een vergunning onder strikte voorwaarden, waarbij met voldoende mitigerende en compenserende maatregelen de instandhoudingsdoelstellingen zijn gewaarborgd.
Schijndel Plein 1944 nummer 22 Ecologische quickscan
6
3 Bronnenonderzoek 3. 1 Data uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) Voor het onderzoek zijn de gegevens uit de NDFF middels quickscanhulp opgevraagd. Het betreft waarnemingen van beschermde soorten krachtens de Wet natuurbescherming binnen een straal van 0 tot 5 km ten opzichte van het plangebied. Dit is exclusief algemene beschermde soorten waarvoor bij ruimtelijke ingrepen een provinciale vrijstelling geldt. De gegevens zijn in de onderstaande tabel weergegeven (tabel 4). Tabel 4 Data uit de NDFF: waarnemingen strikter beschermde soorten in de omgeving van het plangebied, exclusief algemene soorten waarvoor
een
provinciale vrijstelling geldt. © NDFF - quickscanhulp. nl d. d. 13-01-2021.
Naam grote vos
teunisbloempijlstaart Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote Gele Kwikstaart Havik Huismus Ooievaar Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Das
Eekhoorn Gewone dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis Watervleermuis Kamsalamander Poelkikker grote weerschijnvlinder iepenpage kleine ijsvogelvlinder Vermiljoenkever Bosbeekjuffer Hazelworm Levendbarende hagedis Kluwenklokje Grote modderkruiper Kerkuil Ransuil Wespendief Zwarte Wouw Bever
Bunzing Damhert Gewone/Kleine dwergvleermuis Gewone/Kleine/Ruige dwergvleermuis Laatvlieger Steenmarter Waterspitsmuis Wezel
Groep Dagvlinders Nachtvlinders Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Amfibieën Amfibieën Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Geleedpotigen Libellen Reptielen Reptielen Vaatplanten Vissen Vogels Vogels Vogels Vogels Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren
Afstand 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km
Bij de uitwerking van de resultaten van het veldonderzoek (zie hier onder) wordt een verwachting uitgesproken in hoeverre deze beschermde soorten ín het plangebied aanwezig kunnen zijn en in hoeverre effecten zijn te verwachten.
Schijndel Plein 1944 nummer 22 Ecologische quickscan
7
3. 2 Gebiedsbescherming Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom in het centrum van Schijndel en op ruime afstand (11 > km) van Natura 2000-gebieden. Fysieke effecten zijn op deze afstand redelijkerwijs uit te sluiten. Emissie van stikstof kan op grotere afstand een aandachtpunt zijn, echter is door de geringe aard van de ingrepen op voorhand uit te sluiten dat sprake zal zijn van een depositie. Effecten op Natura 2000- gebieden zijn uit te sluiten. Zones op een afstand van circa 600 meter of meer rondom de bebouwde kom van Schijndel maken onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland (of NNN). Ingrepen in- of direct nabij het Natuurnetwerk zijn niet voorzien. Fysieke effecten kunnen op deze afstand met zekerheid worden uitgesloten. Effecten op het Natuurnetwerk kunnen door de relatief beperkte aard van de ingrepen en de grote afstand redelijkerwijs worden uitgesloten.
4 Resultaten
van
het veldonderzoek
4. 1 Algemeen Het veldonderzoek werd uitgevoerd in de vroege middag van 12 januari 2021. Er was sprake van de volgende weersomstandigheden: bewolkt, enige wind, en een temperatuur van circa 3 °C. Biotopen In het plangebied waren de volgende biotopen aanwezig: » Bebouwing van diverse aard en ouderdom. Het hoofdgebouw was opgetrokken uit baksteen met een pannendak net als een aanbouw. Daarnaast was een laagbouw gedeelte aanwezig met een platdak en muren met open stootvoegen. Tevens was een berging aanwezig dat was opgetrokken uit enkelwandige staalplaten en hout en een overkapping met een pannendak. Het overige deel was voorzien van een halfverharding (breuksteen) en stoeptegels. Op een jonge lage loofboom en een klein perkje aan de straatzijde na ontbraken beplantingen in het plangebied. In de omgeving zijn de volgende biotopen aanwezig: » Woningen divers met bijbehorende tuinen gelegen baan.
aan
doorgaande
weg met een
parallel-
4. 2 Beschermde soorten: resultaten en verwachting Planten In de ruimere omgeving van het plangebied is het kluwenklokje waargenomen (zie data NDFF in tabel 4). In het plangebied zijn geen beschermde vaatplanten aangetroffen. Op enkele plekken met rozetten van het klein kruiskruid en plukjes mos na was het plangebied onbegroeid. Muren waren gaaf en eveneens onbegroeid. Beschermde muurplanten werden niet aangetroffen in het plangebied. Op basis het aangetroffen habitat kan de aanwezigheid van beschermde vaatplanten worden uitgesloten. Schijndel Plein 1944 nummer 22 Ecologische quickscan
8
Zoogdieren algemeen Bijkens de waarnemingen uit tabel 4 zijn de omgeving van het plangebied diverse strikter beschermde zoogdieren aangetroffen waaronder de das, de eekhoorn de bever en kleinere marters als de steenmarter en de wezel. Het plangebied was op een smal perkje na volledig verhard en had voor de meeste soorten op voorhand niets te bieden. Sporen van grondgebonden zoogdieren werden niet aangetroffen. De aanwezigheid van vaste rust- of verblijfplaatsen van strikter beschermde grondgebonden zoogdieren kan op basis van deze habitatscan redelijkerwijs worden uitgesloten. Vleermuizen Verblijfplaatsen In de omgeving van het plangebied zijn diverse soorten vleermuizen waargenomen, waaronder de gewone dwergvleermuis / dwegvleermuizen onbepaald en de laatvlieger. De meeste soorten zijn in meer of mindere mate gebouwbewonend. De watervleermuis is een meer uitgesproken boombewonende soort. In het en/of nabij plangebied stonden geen grotere bomen met voor vleermuizen geschikte holten of overige toegankelijke delen. De bebouwing is echter
beoordeeld als toegankelijk en geschikt voor vleermuizen. Het betreft pannendaken met voor vleermuizen toegankelijke (kant)pannen en spouwmuren met open stootvoegen. De bebouwing, kan functie hebben als kraamverblijf, zomerverblijf, paarverblijf en mogelijk als winterverblijf voor kleinere aantallen dieren. Als massawinterverblijf is de bebouwing ongeschikt. Voorafgaand aan de ingrepen aan de bebouwing is nader onderzoek nodig om zekerheid te krijgen over de aan- of afwezigheid van vleermuizen en welke functies aanwezig zijn. Doordat moderne gebouwen vrij eenvoudig geschikt gemaakt kunnen worden voor vleermuizen, kan worden gesteld dat op voorhand afdoende mogelijkheden te creëren zijn in de nieuwe situatie. Foerageergebied en vliegroutes Het plangebied heeft door de aanwezigheid van de bebouwing zelf enige potentie als foerageergebied. Door het geringe oppervlak geschikt foerageergebied in relatie tot overig foerageergebied in de omgeving kan op voorhand worden gesteld dat geen sprake is van essentieel foerageergebied. De laanbeplantingen in de omgeving kunnen op enkele sterk onderbroken stukken na functie hebben als vliegroute. Dit is voor de ingrepen niet relevant daar geen ingrepen zijn voorzien aan deze structuur. De omgeving blijft voor vleermuizen vergelijkbaar geschikt.
Negatieve effecten op de navigeer- en foerageermogelijkheden van vleermuizen zijn redelijkerwijs uit te sluiten.
Vogels Algemeen Tijdens het veldonderzoek werden algemene vogels aangetroffen als de merel en de Turkse tortel. Nestelmogelijkheden in het plangebied waren door het ontbreken van op-
Schijndel Plein 1944 nummer 22 Ecologische quickscan
9
gaande beplantingen slechts beperkt aanwezig. De bebouwing is beoordeeld als geschikt voor holenbroeders als de kauw en de spreeuw. Door met de werkzaamheden rekening te houden met de broedperiode (ook voor andere soorten) worden effecten eenvoudig voorkomen. Jaarrond beschermde soorten De bebouwing is gedeeltelijk beoordeeld als potentieel geschikt voor de huismus. Het betreft aanwezige pannendaken. In de ruimere omgeving werden enkele huismussen gehoord. Voor zover dat zichbaar was werden geen sporen aangetroffen van de huismus. In de periode april - medio juni kan de aan- of afwezigheid van de huismus met zekerheid worden aangetoond. Het plangebied is daarnaast op de zelfde plekken (op grotere hoogte) potentieel geschikt voor de gierzwaluw. In de periode 1 juni - 15 juli kan de aan- of afwezigheid worden vastgesteld. In het plangebied zijn geen
sporen
aangetroffen
ongeschikt voor uilen. De aanwezigheid scan redelijkerwijs worden uitgesloten.
van
uilen. De te slopen bebouwing
van nesten van
uilen kan
op
was on-
basis van deze habitat-
In of direct nabij het plangebied zijn geen sporen (of potenties) aangetroffen van roofvogels. De aanwezigheid van nesten van roofvogels binnen de invloed van de ingrepen kan worden uitgesloten. Overige soortgroepen Voor de overige door de Wet natuurbescherming strikter beschermde soortgroepen ontbreekt geschikt leefgebied in het plangebied temeer doordat open water ontbreekt en het plangebied op een klein perkje na volledig was verhard. Effecten zijn ook niet aan de orde.
5 Conclusie
en
advies
Conclusie Soorten In het plangebied of binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden, zijn de volgende tentiële natuurwaarden aangetroffen waar rekening mee gehouden dient te worden: » »
»
po-
Kans op de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen in de te slopen bebouwing; Kans op de aanwezigheid van nesten van de huismus en de gierzwaluw in de te slopen bebouwing; Algemene broedvogels (niet jaarrond beschermd).
Effecten Doordat de werkzaamheden op het land plaatsvinden, beperkt van aard zijn, en preventief afdoende maatregelen kunnen worden getroffen, zijn over het algemeen géén negatieve effecten op strikter beschermde soorten te verwachten. Echter, is het noodzakelijk nader onderzoek naar vleermuizen, de huismus en de gierzwaluw uit te voeren om actueel gebruik van de bebouwSchijndel Plein 1944 nummer 22 Ecologische quickscan 10
ing vast te kunnen stellen voorafgaand aan de sloop. Na uitvoer van het onderzoek kunnen, indien noodzakelijk, gepaste maatregelen worden getroffen. Beschermde gebieden Het plangebied ligt niet in beschermde gebieden krachtens Natura 2000, EHS / de Provinciale Verordening. Er is voldoende aannemelijk gemaakt, dat effecten van de plannen op beschermde gebieden in de ruimere omgeving uit te sluiten zijn. Advies Nader onderzoek
en
preventieve maatregelen zijn benodigd conform onderstaand advies.
Vleermuizen Aanbevolen wordt voorafgaand aan de sloop nader onderzoek uit te voeren naar vleermuizen conform het vleermuizenprotocol. Het onderzoek dient volgens het huidige protocol (versie 2021) te bestaan uit drie bezoeken in midden mei tot midden juli, waarvan minimaal één bezoek in juni, en twee bezoeken in de periode midden augustus tot 1 oktober, allen met onderlinge tussenpoos van minimaal 20 dagen.
een
Huismus Aanbevolen wordt nader onderzoek uit te voeren naar de huismus. In de periode 1 april - midden juni zijn hiervoor twee (ochtend)bezoeken nodig. Gierzwaluw Aanbevolen wordt nader onderzoek uit te voeren naar de gierzwaluw conform het kennisdocument Gierzwaluw van BIJ12: 3 bezoeken in de periode 1 juni - 15 juli Aanpak vogels algemeen Doordat de kans bestaat dat broedende vogels in of nabij de te slopen bebouwing aanwezig kunnen zijn, wordt aanbevolen de sloop uit te voeren buiten het broedseizoen (ná half juli en vóór half maart). Indien een ter zake deskundige heeft vastgesteld, dat geen nesten aanwezig zijn, is het ook mogelijk binnen deze periode te werken. Het verstoren van broedende vogels is conform de Wet natuurbescherming niet toegestaan.
Schijndel Plein 1944 nummer 22 Ecologische quickscan
11
Literatuur Broekhuizen, S. B. Hoekstra, V. van Laar, C. Smeenk, en J. B. M. Thissen, 1992. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. KNNV Uitgeverij, Utrecht. ,
Diepenbeek, A. van, 1999. Veldgids Diersporen (tweede druk, 2003). KNNV Uitgeverij, Utrecht. Meijden, R.
van
der, 2005. Heukel’s flora van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen.
Internet » » »
» » »
Google maps http://kaartbank. brabant. nl/viewer/app/natuurbeheerplan/ http://www. natuurindegemeente. nl/aandeslagmetdenatuurwet/wp-content/uploads/2016/12/Soortenbescherming_bij_ruimtelijke_ingrepen_1. 3_15122016. pdf https://calculator. aerius. nl/ https://www. synbiosys. alterra. nl/natura2000/googlemapszoek2. aspx www. nederlandsesoorten. nl
Schijndel Plein 1944 nummer 22 Ecologische quickscan
12
Buro
Maerlant
T 085
877
86
Dorpsstraat
4271
AA
Dussen
85
E info @BuroMaerlant.nl KvK
17
I
www.
BuroMaerlant. nl
69667705
Schijndel Plein 1944 nummer 22 Ecologische quickscan
13