Bijlage 2a - Ruimtelijke onderbouwing Plein 1944 22 Schijndel
Tekst van het document
Verantwoording groepsrisico (beperkt) BLEVE Vanwege de ligging van de planlocatie in het invloedsgebied van een risicobron waarvan een BLEVE (‘boiling liquid expanding vapour explosion’ (kokendevloeistof-gasexpansie-explosie)) het maatgevende scenario is, dient een beperkte verantwoording van het groepsrisico plaats te vinden. Hierbij is de Veiligheidsregio om advies gevraagd. Het advies is verwerkt in de verantwoording. Scenario(‘s) Een BLEVE wordt veroorzaakt doordat een aanwezige brand de druk in de tank doet oplopen. Hierdoor verzwakt en bezwijkt de tank. Propaan komt vrij en ontsteekt. Er ontstaat een vuurbal en een drukgolf. Mogelijkheden tot bestrijdbaarheid van een calamiteit De bestrijdbaarheid van een BLEVE is matig. Propaan wordt vervoerd in niet-geïsoleerde tankwagens. Als gevolg van externe hittestraling kan deze na circa 12 minuten ontploffen. De brandweer zal om deze reden defensief optreden en zich richten op het ontruimen van de omgeving. De bestrijdbaarheid wordt om deze reden als slecht beoordeeld. De mogelijkheden tot zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar. Het zelfredzame vermogen van personen is een belangrijke voorwaarde om grote aantallen slachtoffers bij een incident te voorkomen. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen binnen bebouwing en ontvluchten van het plangebied.
Mogelijkheden zelfredzaamheid Voor de scenario BLEVE is vluchten het beste handelingsperspectief. Dit betekent dat aanwezigen op tijd gealarmeerd en geïnstrueerd moeten worden en er voldoende vluchtwegen van de risicobron aflopend aanwezig moeten zijn. Nabij het plangebied kan van de risicobron af gevlucht worden. De mogelijkheden ten aanzien van de zelfredzaamheid zijn goed. Er worden geen niet- of verminderd zelfredzame mensen in het plangebied gehuisvest. De aanwezigen zijn normaal gesproken in staat om zelfstandig conform instructies bijvoorbeeld via NL-Alert te reageren. Het aantal mensen in het plangebied is beperkt. Conclusie De Veiligheidsregio adviseert om de volgende maatregelen te nemen om de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid in het plangebied te verhogen. Informeer de initiatiefnemers c. q. de toekomstige bewoners actief over het aanwezige risico en handelingsperspectief. Deze informatie kan worden meegenomen in het besluit om zich op deze locatie te vestigen. Hiermee wordt in optimale vorm invulling gegeven aan het risicobewustzijn van en het nemen van een eigen verantwoordelijkheid door de burger. Deze informatie zorgt er ook voor dat de bewoners op het moment dat een incident plaatsvindt direct weten hoe te handelen. Dit heeft een positieve invloed op de mate van zelfredzaamheid.
Conclusie Vanuit het oogpunt van externe veiligheid zijn er geen belemmeringen voor het (bouw)plan.
68
5. 12 Volksgezondheid in relatie tot veehouderijen De Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2. 0 (versie 30 april 2018) bevat een praktisch stappenplan om te beoordelen of er sprake is van een verhoogd gezondheidsrisico en of nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. Stap 1 Endotoxine Op basis van het ‘Endotoxine toetsingskader 1. 0’ kan worden beoordeeld of sprake is van een verhoogd volksgezondheidsrisico ten aanzien van varkenshouderijen en pluimveehouderijen. Er wordt voldaan aan de endotoxine richtafstanden voor varkens- en/of pluimveehouderijen. De concentratie endotoxine in de planlocatie voldoet aan de adviesnorm van 30 EU/m.3 Er is geen sprake van een verhoogd volksgezondheidsrisico. Stap 2 Emissies De ontwikkeling betreft het slopen van de bestaande bebouwing van het horecabedrijf en het terugbouwen van woningen en leidt niet tot een toename van emissies van geur en/of fijnstof en/of ammoniak. Stap 3a Geur, toetsen aan aanvaardbaar woon-/leefklimaat a. d. h. v. wettelijk kader Er wordt voldaan aan de milieukundige advieswaarden, zoals blijkt uit de afbeelding in paragraaf 5. 7 van deze toelichting (kaart ODZOB, Achtergrondbelasting geur maart 2022). Stap 3b Geur, toetsen aan aanvaardbaar woon-/ leefklimaat Er wordt voldaan aan de gezondheidskundige advieswaarden, zoals blijkt uit de afbeelding in 5.
7 van deze toelichting (kaart ODZOB, Achtergrondbelasting geur maart 2022). Stap 4a Meerdere diersoorten in één veehouderij Er zijn geen bedrijven met meer dan één diersoort. Stap 4b De afstand tussen een varkensbedrijf en pluimveebedrijf De afstand tussen de planlocatie en de dichtstbijzijnde varkensbedrijf en pluimveebedrijf is groter dan 100 meter. Stap 5a, b en c De afstanden tot geitenhouderijen en pluimveehouderijen De planlocatie is gelegen binnen de straal van 2 km (namelijk op 1,7 km) van de geitenhouderij aan Boxtelseweg 10, waar in totaal 525 opfokgeiten mogen worden gehouden. De gemeente Meierijstad moet een afweging maken over of er sprake is van een aanvaardbaar volksgezondheidsrisico ten aanzien van het realiseren van de woningen. Ten aanzien van de gezondheidsrisico’s voor ontwikkelingen ninnen 2 km van geitenhouderijen heeft de gemeente Meierijstad op 13 maart 2018 een afwegingskader vastgesteld. Er is geconstateerd dat er binnen een straal van twee kilometer rondom geitenhouderijen zich, vooralsnog, een extra risico voordoet. Daarom hanteert het college daar een extra zorgvuldigheid. Dat betekent dat met plannen voor het huisvesten of opvangen van kinderen, kwetsbare mensen en ouderen sowieso terughoudend omgegaan wordt. Er bestaat géén
69
hard afwegingskader voor de toetsing van bouwplannen. Locatie, omgeving, het soort bedrijf en het soort ontwikkeling zijn telkens anders en vragen om maatwerk. Het gezondheidsbelang wordt daarbij afgezet tegen bijvoorbeeld volkshuisvestelijke, sociale, economische en financiële belangen. Ook is vastgesteld dat aanvragers van plannen en nieuwe potentiële bewoners in het gebied geïnformeerd worden over het risico. Ook wordt hen gevraagd een verklaring daarover te ondertekenen. Dat betekent dus dat het college op grond van een zorgvuldige afweging en eventueel maatwerk ruimte biedt om ruimtelijke ontwikkelingen toe te staan binnen een straal van twee kilometer rondom een geitenhouderij. In onderhavige ontwikkeling worden geen kinderen, kwetsbare mensen en ouderen gehuisvest. De initiatiefnemer van het plan zal een verklaring ondertekenen en nieuwe potentiële bewoners zullen geïnformeerd worden over het risico. De locatie is niet gelegen binnen een afstand van 1 km van een pluimveebedrijf en evenmin binnen 250 meter van overige veehouderijen. Stap 6 Mestbewerking Er is in de nabijheid geen mestbewerking of verwerking. Stap 7 Ongerustheid over de volksgezondheid Er is in de omgeving geen ongerustheid over de volksgezondheid bij omwonenden. 5.
13 Verkeer en parkeren De gemeente Meierijstad streeft naar een goede ontsluiting en ook naar een goede parkeerbalans op nieuw te ontwikkelen percelen. Voor de planlocatie betekent dit dat de ontsluiting van het terrein afdoende moet zijn en dat er voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein aanwezig is. De ontsluiting van het verkeer vindt plaats op Plein 1944. Voor de parkeernormen is aansluiting gezocht bij de Nota Parkeernormen Meijerijstad 2018 (Paraplubestemmingsplan parkeren). Voor de 11 appartementen wordt op eigen terrein voorzien in minimaal 22 parkeerplaatsen. Daarmee wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen, conform de normen als opgenomen in het Paraplubestemmingsplan Parkeren, uitgaande van een gemiddelde parkeernorm van 2,0 per wooneenheid.
70
In hoofdstuk 3, paragraaf 3. 3, van deze ruimtelijke onderbouwing is de plattegrond van de nieuwe situatie weergegeven. Hierop zijn de 22 parkeerplekken ook zichtbaar. Zie tevens navolgende tekeningen. In Nederland worden veel ritten op de fiets gemaakt. Daarbij is het noodzakelijk om de fiets ook ergens te parkeren. Voor nieuwe voorzieningen, waarvoor een omgevingsvergunning, benodigd is, gaat naast een parkeereis voor auto’s ook een parkeereis gelden voor fietsers. De 11 voorziene bergingen voldoen met een netto oppervlakte van minimaal 5 m 2 aan het Bouwbesluit en kunnen ieder zeker 2 fietsen voor de bewoners zelf onderbrengen. Voor en achter het gebouw is verder op een realistische wijze een rek voor 6 respectievelijk 18 fietsen voor bezoekers ingetekend. Een en ander is conform de Nota parkeernormen Meierijstad 2018 (artikel 2. 4 en bijlage 3).
71
72
6.
JURIDISCHE PLANOPZET
De gemeente Meierijstad streeft ernaar om in de eerstvolgende actualisatie van het bestemmingsplan “Kom Schijndel 2013” het plan planologisch-juridisch te regelen. De initiatiefnemer heeft met onderhavige rapportage een ‘ruimtelijke onderbouwing’ aangeleverd, waaruit is gebleken dat het voorgenomen plan geen negatieve ruimtelijkfysieke, logistieke en milieu-hygiënische gevolgen heeft voor het planlocatie en de directe omgeving ervan.
73
7.
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
Exploitatie Behoudens kosten voor ambtelijke voorbereiding en begeleiding zijn er voor de uitvoerbaarheid van de voorgestane ontwikkeling geen andere kosten voor de gemeente in de exploitatiesfeer. De ontwikkeling bevindt zich op eigen terrein van de initiatiefnemer en komt buiten de directe invloedssfeer van de gemeente tot stand. Alle kosten verbonden aan de realisatie van het plan komen voor rekening van de initiatiefnemer. De initiatiefnemer en de gemeente hebben afspraken gemaakt over kostenverhaal en locatie-eisen welke middels anterieure overeenkomst juridisch zijn vastgelegd. Planschade Om de economische uitvoerbaarheid te waarborgen, dient inzicht te worden verkregen of in onderhavige situatie sprake is van planschade. Eventuele tegemoetkomingen in de planschade die uit de planmaatregel voortvloeien, zijn voor rekening van de initiatiefnemer.
74
8.
MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID
De procedure(s) zijn door de wetgever geregeld. Er is een landelijke voorziening waar in elektronische vorm de ruimtelijke visies, plannen, besluiten, verordeningen of algemene maatregelen van bestuur van gemeenten, provincies en Rijk, voor een ieder volledig toegankelijk en raadpleegbaar zijn. Omgevingsdialoog Uit de reeds gevoerde ‘omgevingsdialoog’ (zie bijlage 7) is gebleken dat de directe omgeving de ontwikkelingen kritisch volgt, maar er heerst geen negatieve grondhouding ten aanzien van de voorgenomen planontwikkeling.
75
9.
CONCLUSIE
In deze ruimtelijke onderbouwing is nadrukkelijk gemotiveerd dat het onderliggende plan zich verhoudt, zowel in negatieve als positieve zin, tot de aanwezige functies en waarden in de planlocatie en de directe omgeving ervan. Naast het ruimtelijk-planologische beleid, de stedenbouwkundige toets zijn alle ruimtelijke en milieu-hygiënische deelaspecten onderzocht. Zoals gesteld in de inleiding van deze ruimtelijke onderbouwing, is het uitgangspunt van gemeente Meierijstand om bebouwing te concentreren binnen het bestaand stedelijk gebied (bebouwde kom). Het bouwen of gebruik in strijd met het bestemmingsplan is alleen mogelijk als er ruimtelijke kwaliteit wordt toegevoegd. Om dit doel te behalen worden verzoeken beoordeeld aan de hand van de genoemde criteria. Hieronder zijn de criteria nogmaals opgesomd, en is per onderdeel aangegeven op welke manier onderhavig planvoornemen passend is binnen de uitgangspunten van de gemeente. Gemeente Meierijstad stelt dat er sprake moet zijn van: 1.
2.
3.
4.
5.
6.
(Her)ontwikkeling van monumentaal of cultuurhistorisch vastgoed (geen sloop en historiserende nieuwbouw); Is niet aan de orde / is geen sprake van. (Her)ontwikkeling van bestaande gebouwen in een woonomgeving / woonbestemming (kantoor, school enz); Het plan komt tegemoet aan een actuele behoefte en wordt in bestaand stedelijk gebied gerealiseerd. Inbreiding, verdichting, herstructurering, herontwikkeling en transformatie vóór uitleg. Hiermee streeft het plan zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik na. (Her)ontwikkeling van detailhandel in de diverse centrumgebieden, buiten het kernwinkelgebied (dus het veranderen van de detailhandelsfunctie); Horeca buiten het horecaconcentratie-/centrumgebied maakt plaats voor woningbouw. Splitsing en verduurzaming van bestaande woningen; Is niet aan de orde / is geen sprake van. Wel geldt dat met het realiseren van het bouwplan zoveel als mogelijk rekening gehouden met het uitgangspunt om te komen tot duurzaam bouwen. Dit komt onder meer tot uitdrukking in het gebruik van duurzame materialen. Aantoonbare extra ruimtelijke kwaliteiten, bijvoorbeeld het toevoegen van groen (beplanting) en blauw (water) per initiatief; Horeca horecaconcentratie-/centrumgebied maakt plaats voor woningbouw in de vorm van appartementen voor starters, éénpersoonshuishoudens, doorstromers en senioren, eventueel met een zorgbehoefte.
Hierbij geldt als uitgangspunt dat minimaal 25% van het programma sociale huur is en maximaal 15%-20% dure koopwoningen. Meervoudig of innovatief ruimtegebruik en / of vernieuwde woonvormen / doelgroepen zoals genoemd in de Woonvisie;
76
De ontwikkeling is in lijn met het streven van de gemeente Meierijstad naar een evenwichtige woningmarkt met voldoende, goede, gevarieerde en passende woningen. Dit streven komt onder meer terug in haar beleid ten aanzien van wonen en woningbouw. Gezien de ligging van de locatie nabij voorzieningen en het type woningen zijn de nieuwe woningen bij uitstek geschikt voor starters, éénpersoonshuishoudens, doorstromers en senioren, eventueel met een zorgbehoefte. Het plan komt daarmee tegemoet aan een actuele behoefte en wordt in bestaand stedelijk gebied gerealiseerd. Dus inbreiding, verdichting, herstructurering, herontwikkeling en transformatie vóór uitleg. Hiermee streeft het plan zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik na. Zowel het provinciale als gemeentelijke ruimtelijk-planologische beleid is gericht op het behouden van de leefbaarheid in kleine kernen. Dat is ook waar dit plan aan bijdraagt. Door te zorgen voor nieuwbouw creëren we enerzijds de mogelijkheid om te blijven wonen in de eigen dorpsgemeenschap. Aan de andere kant biedt het plan een woonmilieu aan dat door prijszetting, landelijk dorps en groen karakter ook een aantrekkelijke optie kan zijn voor woningzoekenden binnen het stedelijk gebied als geheel. Het woningbouwplan is in eerste instantie bedoeld voor de groeibehoefte van de kern Schijndel, als onderdeel van de totale regionale behoefte aan woningen. 7.
Overeenstemming met de strategie vanuit de herijking van het woningbouwprogramma; Onderhavige ontwikkeling vindt plaats in stedelijk gebied, betreft intensiever ruimtegebruik met een stedelijke functie en is passend binnen de diverse beleidsuitgangspunten waaronder de doelstellingen wat betreft de kwantitatieve en kwalitatieve doeleinden met betrekking tot de woningbouw. Verder wordt verwezen naar hetgeen is vermeld onder punt 6. 8. Parkeerplaats(en) die volledig op eigen terrein gerealiseerd kunnen worden; Op eigen terrein wordt voorzien in minimaal 22 parkeerplaatsen. Daarmee wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen, conform de normen als opgenomen in het Paraplubestemmingsplan Parkeren. 9. Bereikbaarheid, inrichting openbaar gebied en parkeren; Verwezen wordt naar hoofdstuk 3 van deze ruimtelijke onderbouwing. 10. Overeenstemming van het bouwvolume met de omgeving (maat en schaal der dingen); De hoofdmassa / hoofdvorm van de nieuwe bebouwing is afgestemd op de aanwezige en omliggende c. q. naastgelegen bebouwing, maar vormen wel een eigen architectonische eenheid. Er wordt voor wat betreft de beeldkwaliteit van de nieuwbouw en de maatvoering aangesloten bij de gewenste stedenbouwkundige uitgangspunten. Een en ander geschiedt in nauw overleg met de gemeente Meierijstad en conform het welstandsbeleid.
Het initiatief is van toegevoegde waarde voor het ruimtelijke omgevingskader en levert daarmee tevens een positieve invulling aan de waarborging van de stedenbouwkundige karakteristiek en identiteit ter plaatse. Met onderliggend initiatief ontstaat een representatieve locatie die de ruimtelijke beeldkwaliteit van de locatie en directe omgeving ervan onvoorwaardelijk in stand houdt en door de voorgenomen inpassing en vormgeving van het bouwplan zelfs verbetert. Geconcludeerd kan worden dat (woningbouw)plan bijdraagt aan een ruimtelijke en visuele koppeling met de bestaande omliggende bebouwing en daarmee een positieve invulling vormt. De voorgestane
77
ontwikkeling steunt de waarborging van de stedenbouwkundige uitgangspunten en daarmee de ruimtelijke karakteristiek en identiteit ter plaatse. 11. Geen beperking door de ligging van kabels en leidingen/riolering; Er bevindt zich geen (hoge druk) gasleiding binnen of op korte afstand van de planlocatie. Overige kabels en (buis)leidingen Nutsbedrijven eisen dat kabels en leidingen in het openbaar gebied (komen te) liggen. De initiatienemer van onderliggend bouwplan is verplicht zorg te dragen voor een door gemeente en nutsbedrijven geaccordeerde wijze van aansluiting. Er zijn in/op en nabij de planlocatie verder geen hoogspanningslijnen, ondergrondse leidingen, waterkeringen, straalpaden, invliegfunnels aanwezig waarvan de aanwezigheid van invloed kunnen zijn op de voorgenomen ontwikkeling. Voor onderhavig plan zijn er geen belemmeringen aan de orde, zodat er in dit opzicht geen gevolgen zijn voor dit plan. Wel wis er voor alle zekerheid voorafgaand aan de (bouw)graafwerkzaamhheden een Klic-melding gedaan. 12. Duurzaamheid (bouwmaterialen, energie, etc). Met het realiseren van het bouwplan wordt zoveel als mogelijk rekening gehouden met het uitgangspunt om te komen tot duurzaam bouwen. Dit komt onder meer tot uitdrukking in het gebruik van duurzame materialen bij nieuwbouw. Stedenbouwkundige duurzaamheid komt tot uitdrukking in de ruimtelijke opzet en inpassing van de bebouwing.
Ruimtelijke kwaliteit vormt de voorwaarde voor een goed woon- en leefmilieu. Belangrijk hierbij is het om de stedenbouwkundige structuur op een goede manier kenbaar te maken en te behouden. Bouwkundige duurzaamheid laat zich onder andere uitdrukken in: • duurzaam materiaalgebruik; • slimme energetische concepten (welke resulteren in energiebesparende •
maatregelen); afvalreductie;
•
vastgesteld ambitieniveau (GPR).
78