Bijlage 2a - 1 Planologische quickscan
Tekst van het document
Planologische quickscan
Woningbouwlocatie Sint-Oedenrode
Mei 2022
Opgesteld door:
Colofon Kenmerk: W-21143 Datum: 13/05/2022
buro Waalbrug Schoenaker 10, Beuningen Telefoonnummer: 024-6752356 Emailadres: info@burowaalbrug.nl
Inhoudsopgave 1.
Aanleiding .................................................................................................................................................................. 2
2.
Ligging zoekgebied................................................................................................................................................. 3
3.
Nationaal beleid ...................................................................................................................................................... 4
4.
Provinciaal beleid .................................................................................................................................................... 8
5.
Gemeentelijk beleid ............................................................................................................................................. 12
6.
Verkeer & Parkeren ............................................................................................................................................... 13
7.
Waterhuishouding.................................................................................................................................................. 15
8.
Bureauonderzoek bodem ................................................................................................................................... 17
9.
Bureauonderzoek archeologie .......................................................................................................................... 19
10.
Quickscan ecologie .............................................................................................................................................. 21
11.
Quickscan milieuaspecten ................................................................................................................................. 23 Bijlage 1 Bureauonderzoek bodem Bijlage 2 Bureauonderzoek archeologie Bijlage 3 Quickscan ecologie Bijlage 4 Quickscan milieuaspecten Bijlage 5 Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies
1. Aanleiding Net als op veel andere plekken in het land heeft de gemeente Meierijstad een grote behoefte aan woningen. Om het volume in bouwplannen te verhogen zet de gemeente in het kader van het ‘Actieplan woningbouw’ in op nieuwe uitbreidingsplannen in onder andere de kern Sint-Oedenrode. Om hierop voor te sorteren heeft de gemeente een voorkeursrecht (Wvg) gevestigd op een aantal percelen. De Wvg is op 24 juni 2021 op de percelen gevestigd en geeft de gemeente Meierijstad het eerste recht van koop. Behalve voor woningbouw overweegt de gemeente om de percelen binnen het zoekgebied eventueel te benutten voor het oprichten van een bedrijventerrein. Het ‘Behoefteonderzoek bedrijventerreinen Meierijstad’ heeft uitgewezen dat er in Sint-Oedenrode sprake is van krapte op de bedrijfsruimtemarkt. Voor het vervolg van het traject wenst de gemeente onderzoek te doen naar de haalbaarheid van de beoogde gebiedsontwikkeling. Het haalbaarheidsonderzoek wordt onder leiding van BEECKK Ruimtemakers uitgevoerd door diverse partijen en dient uit te wijzen of het mogelijk is om binnen het zoekgebied van het voorkeursrecht een nieuwe woonwijk of bedrijventerrein te realiseren. Onderdeel van het haalbaarheidsonderzoek is de onderhavige planologische quickscan.
Aan de hand van de quickscan wordt bepaald met welk beleid en (milieu)regelgeving rekening gehouden moet worden, waar knelpunten aanwezig kunnen zijn die van invloed zijn op het stedenbouwkundig plan en het bestemmingsplan/Omgevingsplan en wat mogelijke oplossingsrichtingen zijn. Ten behoeve van deze quickscan zijn vier onderzoeken uitgevoerd: een bureauonderzoek bodem door Verhoeven Milieutechniek, een bureauonderzoek archeologie door Transect, een quickscan ecologie door Blom ecologie en een quickscan milieuaspecten door De Roever.
2
2. Ligging zoekgebied
Sint-Oedenrode
De mogelijke uitleglocatie in Sint-Oedenrode bestaat uit een aantal percelen ten noorden van de kern Sint-Oedenrode. De percelen liggen ten noorden van de Noordelijke Randweg en rondom de Heikampenweg, de Kampenweg en de Langesteeg. → Beoogd programma: Circa 550 woningen of oprichting bedrijventerrein
3
3. Nationaal beleid Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de opvolger van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), waarin het Rijk een lange termijn visie geeft op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt keuzes te maken. Bij de afweging van keuzes wordt bij voorkeur gekozen voor slimme combinaties van functies, wordt uitgegaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden en worden beslissingen niet uitgesteld of doorgeschoven. De nationale belangen en opgaven waarop het Rijk wil sturen en richting wil geven, komen samen in de volgende vier prioriteiten: • • • •
Ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie; De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden; Steden en regio’s sterker en leefbaarder maken; Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen.
Conclusie De beoogde woningbouwontwikkeling/oprichting van een bedrijventerrein in Sint-Oedenrode is niet in strijd met de prioriteiten uit de NOVI.
4
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) borgt een aantal van de nationale ruimtelijke belangen die deel uitmaken van het beleid, zoals beschreven in de voorganger van de NOVI, oftewel de SVIR. Op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt, vervalt het Barro. De regels van het Barro worden dan vervangen door het Besluit kwaliteit leefomgeving (BKL). Het BKL wordt de uitwerking, in regelgeving, van het beleid dat in de NOVI staat. Zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is, is het Barro nog van toepassing. In het Barro, ook wel bekend als de AMvB Ruimte, zijn 14 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen.
Conclusie Het Barro is niet specifiek van toepassing op het zoekgebied in Sint-Oedenrode.
Regeling algemene regels ruimtelijke ordening De Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) geeft uitwerking aan enkele bepalingen in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro).
Conclusie Het zoekgebied ligt in het ‘radarverstoringsgebied maximale hoogte 90 m t.o.v. NAP’. Binnen het radarverstoringsgebied is een maximale bouwhoogte van 90 m toegestaan.
5
Ladder voor duurzame verstedelijking De in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geïntroduceerde 'ladder voor duurzame verstedelijking' is als procesvereiste vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet in de toelichting een onderbouwing opgenomen worden van het nut en de noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De ladder wordt in artikel 3.1.6, lid 2 Bro als volgt omschreven: 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.' In het kader van de duurzame ladder wordt ten aanzien van de definitie van bestaand stedelijk gebied de definitie uit de Bro gehanteerd: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.' Volgens de nota van toelichting bij het Bro moet worden bekeken of door het benutten van leegstaande
verstedelijkingsruimte in bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien in de behoefte.
Conclusie De beoogde nieuwbouwontwikkeling betreft een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Op basis van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (geconsolideerde versie) is het zoekgebied onderdeel van het ‘Gemengd landelijk gebied’. Zodoende is het zoekgebied gesitueerd buiten bestaand stedelijk gebied en is een ladderonderbouwing noodzakelijk. Kwantitatieve behoefte In de gemeentelijke woonvisie uit 2018 werd voor de gehele gemeente uitgegaan van een toename van 3.940 woningen in de periode 2018 tot 2028. In het gemeentelijk actieplan woningbouw blijkt op basis van de provinciale 6
prognoses voor de periode 2020-2040 dat uitgaan kan worden van 5.750 benodigde extra woningen voor de gemeente. Deze prognoses gaan er bovendien vanuit dat na 2040 nog meer woningen nodig zijn. Om een continu volume te krijgen in het aantal woningen per jaar wil de gemeente voor langere tijd vooruit plannen. Om uitval op te kunnen vangen gaat de gemeente uit van een volume in bouwplannen dat op minimaal 125% ligt van de prognose, zijnde 5.750 woningen in de periode 2020-2040. Met onder andere de onderhavige versnellingsactie in Sint-Oedenrode streeft de gemeente naar een duurzaam gelijkmatig hoger bouwtempo van minimaal 600 woningen per jaar, voor minimaal de komende acht tot tien jaar. De woningbouwprogrammering voor de periode 2021 tot 2035 bedraagt 893 woningen in Sint-Oedenrode, inclusief de onderhavige versnellingsactie 550 woningen. Ten aanzien van de eventueel beoogde ontwikkeling van een bedrijventerrein ter plaatse van het zoekgebied heeft het recente 'behoefteonderzoek bedrijventerreinen Meierijstad' uitgewezen dat er in Sint-Oedenrode sprake is van krapte op de bedrijfsruimtemarkt. Kwalitatieve behoefte In het samenwerkingsverband met de regio Noordoost Brabant is in 2019 een woonwensenonderzoek uitgevoerd.
Wanneer de vraag uit het onderzoek over het huidige aanbod in de gemeente wordt gelegd is er onder andere behoefte aan: • huurappartementen, zowel voor starters als voor doorstromers; • betaalbare huurwoningen (tussen €424 en €607), zowel voor starters als voor doorstromers; • betaalbare koopwoningen (tot €225.000), met name voor starters; • middeldure huurwoningen (>€720); • kleinere woningen, zowel in koop- als huursector, appartementen en grondgebonden. Buiten bestaand stedelijk gebied De zoeklocatie ligt buiten het bestaand stedelijk gebied. In de Woonvisie Meierijstad staat dat er kleinschaligere bouwlocaties binnen de kernen zijn. Alternatieve grootschalige locaties van vergelijkbare omvang (circa 550 woningen), liggen daardoor ook buiten het bestaand stedelijk gebied. Voordeel van de onderhavige locatie is de aansluiting op het bestaand stedelijk gebied en de bestaande stedelijke functies. 7
4. Provinciaal beleid Omgevingsvisie Noord-Brabant Op 14 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie 'De kwaliteit van Brabant' vastgesteld. De Omgevingsvisie bevat de hoofdlijnen van het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Deze basisopgave is veelomvattend en gaat over milieuaspecten, als een schone bodem, schoon water (ondergrond) en schone lucht. Maar ook om landschappelijke en cultuurhistorische aantrekkelijkheid, een goede woon- en werkomgeving met een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen, stilte en een natuurrijke omgeving, waarin biodiversiteit en recreatie hand in hand gaan. Om de basisopgave te verwezenlijken zijn er vier hoofdopgaven gesteld: • • • •
Werken aan de Brabantse energietransitie; Werken aan een 'klimaatproof' Brabant; Werken aan de slimme netwerkstad; Werken aan een concurrerende, duurzame economie.
Conclusie De beoogde woningbouwontwikkeling/oprichting van een bedrijventerrein in Sint-Oedenrode is niet in strijd met de opgaven uit de provinciale omgevingsvisie. Belangrijk is dat de ontwikkeling in lijn is met de basisopgave waarin een veilige, gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit centraal staan.
8
Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Op 25 oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bevat alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. De verordening zorgt voor kaderstellende doorvertaling van de omgevingsvisie en het bestaande provinciaal beleid. In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant staan regels voor: • Burgers en bedrijven: dit zijn rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten de voorwaarden om zo'n activiteit te mogen verrichten. Deze regels geven ook aan of de start van een activiteit vooraf moet worden gegaan door een melding; • Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren.
Conclusie Op basis van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (geconsolideerde versie) dient het realiseren van een nieuwe stedelijke ontwikkeling binnen het 'Stedelijk gebied' plaats te vinden (artikel 3.42 duurzame stedelijke ontwikkeling). In afwijking hierop geldt dat op gronden die zijn aangewezen als 'Verstedelijking afweegbaar', voorzien kunnen worden van de nieuwvesting van een duurzame stedelijke ontwikkeling, mits voldaan wordt aan een aantal voorwaarden (artikel 3.43 afwijkende regels verstedelijking afweegbaar). Het onderhavige zoekgebied is onderdeel van het ‘Landelijk gebied’. In landelijk gebied zijn alleen bestaande burgerwoningen en bedrijfswoningen toegestaan. Bovendien geldt voor een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling binnen Landelijk Gebied mogelijk maakt dat, die ruimtelijke ontwikkeling gepaard moet gaan met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving (artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap).
9
!
Actie vereist → Zolang het zoekgebied in de provinciale verordening is aangeduid als ‘landelijk gebied’ is de beoogde woningbouwontwikkeling, dan wel de ontwikkeling van een bedrijventerrein niet mogelijk. Bij de provincie zal een verzoek tot herbegrenzing van het ‘Verstedelijking afweegbaar’ gebied moeten worden gedaan. Gebieden met de aanduiding ‘Verstedelijking afweegbaar’ zijn, na toepassing van de lagenbenadering, aangeduid als gebieden waar -onder voorwaarden- verantwoorde uitbreidingsmogelijkheden (kunnen) liggen. Als er nieuw ruimtebeslag nodig is, wordt met toepassing van diverse basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies gekeken naar een concrete invulling. Deze basisprincipes zijn in bijlage 5 inzichtelijk gemaakt. In de Interim Omgevingsverordening is een algemene bevoegdheid opgenomen voor Gedeputeerde Staten om de grenzen van de werkingsgebieden te wijzigen. Dit is een uniforme benadering, waarbij voor de wijziging van het werkingsgebied ‘verstedelijking afweegbaar’ specifieke voorwaarden zijn opgenomen. Artikel 5.3 wijziging grenzen van werkingsgebieden Lid 1. Gedeputeerde Staten zijn bevoegd de in deze verordening opgenomen grenzen van een werkingsgebied te wijzigen als één of meer van de volgende gevallen zich voordoet: a. de wijziging is nodig voor een doelmatige uitvoering; b.
de wijziging draagt bij aan het doel waarvoor het werkingsgebied is opgenomen; c. de wijziging past binnen de uitgangspunten en basisprincipes van deze verordening; d. er is sprake van kennelijke onjuistheden in de begrenzing; e. de begrenzing van een gebied is niet langer in overeenstemming met een bestemmingsplan dat overeenkomstig artikel 3.8, derde lid, Wet ruimtelijke ordening is vastgesteld. Lid 2. N.v.t. Lid 3. N.v.t. Lid 4. In aanvulling op het eerste lid geldt voor een wijziging van de grenzen van Verstedelijking Afweegbaar dat: a. dit past binnen de regionale afspraken als bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b. dit nodig is vanwege een stedelijke ontwikkeling die tot een duidelijke verbetering van de stedenbouwkundige of landschappelijke kwaliteit leidt; c. de gewenste uitbreidingsrichting aanvaardbaar is of de behoefte aan de uitbreidingsrichting is vervallen. Lid 5. N.v.t.
10
Artikel 6.2 procedure grenswijziging werkingsgebied op verzoek Lid 1. In het geval dat burgemeester en wethouders het voornemen hebben om een verzoek tot wijziging van de grens van een werkingsgebied te doen ten behoeve van een ruimtelijke ontwikkeling, maakt dit voornemen deel uit van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van een bestemmingsplan. Lid 2. Het ontwerp besluit bevat de volgende gebiedsaanduidingen: a. gebiedsaanduiding: overig – in Interim omgevingsverordening toe te voegen [naam gebiedscategorie]; Lid 3. Een verzoek wordt na afloop van de terinzagelegging bedoeld in artikel 3:11 Algemene wet bestuursrecht, bij Gedeputeerde Staten ingediend en gaat vergezeld van een beschrijving waaruit blijkt dat is voldaan aan de in deze verordening gestelde voorwaarden waaronder wijziging van de begrenzing mogelijk is en, in voorkomende gevallen, van naar voren gebrachte zienswijzen. Lid 4. Gedeputeerde Staten beslissen binnen vier weken na ontvangst van een verzoek als bedoeld eerste lid. Lid 5. Een bestemmingsplan ten behoeve waarvan de gemeente een verzoek om wijziging van de begrenzing heeft gedaan, wordt vastgesteld nadat Gedeputeerde Staten hebben besloten tot wijziging van de begrenzing.
11
5. Gemeentelijk beleid Visie Meierijstad In de Visie Meierijstad wordt de toekomst van de gemeente Meierijstad beschreven. Hierin is de volgende algemene visie opgenomen: "Het is 2025: een gemeente met een missie en ambities. In het belang van haar inwoners, bedrijven, instellingen en verenigingen is een ambitieuze en bestuurskrachtige gemeente noodzakelijk. Elke inwoner telt mee en kan mee doen binnen sterke sociale netwerken en een rijk vrijwilligers- en verenigingsleven. Meierijstad maakt zich samen met het bedrijfsleven sterk voor een gezonde lokale en regionale economie met voldoende werkgelegenheid. Food is de verbindende factor: de productie in het buitengebied, de voedingsindustrie en nieuwe productontwikkeling. In Meierijstad is het genieten in de vele restaurants en op de terrassen. De beroepsbevolking is aan het werk. Wonen en werken in Foodcapital trekt jeugd aan. Er is een goede ruimtelijke balans tussen werken, wonen en leven. Meierijstad koestert de unieke waarden van natuur, landschap, cultuur en onderwijs." Woonvisie Meierijstad Op 5 juli 2018 heeft de gemeenteraad de woonvisie voor Meierijstad vastgesteld. Meierijstad wil een stad zijn met een aantrekkelijk woonklimaat en een woningaanbod voor iedereen. Om hier in te voorzien richt de gemeente haar aandacht op vier thema’s, te weten: • • • •
de dynamiek van de woningmarkt: een continue afstemming van de vraag naar passende woningen en het aanbod (bestaand en nieuw) in relatie tot de behoefte op de langere termijn onder wisselende omstandigheden; wonen, welzijn en zorg: de samenhang tussen demografische ontwikkelingen (de vergrijzing en toename van eenpersoonshuishoudens), de transitie in het sociale domein gericht op een inclusieve samenleving waar iedereen meedoet en de invloed daarvan op de leefomgeving; duurzaamheid: aandacht voor de energetische uitdagingen en het zo optimaal mogelijk gebruik maken van bestaande infrastructuur en vastgoed; leefbaarheid: een juiste balans tussen enerzijds de specifieke woon- kwaliteiten en anderzijds een divers woningaanbod wat de kracht en eigenheid van wijken en kleine kernen recht doet. 12
6. Verkeer & Parkeren Verkeer Voor de verkeersgeneratie geldt dat met behulp van het regionaal verkeermodel de verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling bepaald moet worden, om inzicht te krijgen in de toename van het (vracht)autoverkeer. Vervolgens zal nagegaan moeten worden of de bestaande wegen aansluitend op het zoekgebied de toename van verkeer aankunnen qua doorstroming, verkeersveiligheid en leefbaarheid. Aanvullend zal nagegaan moeten worden of fietsvoorzieningen nodig zijn om het fietsverkeer van en naar de zoekgebieden goed te verwerken. De verwachting voor het zoekgebied is dat waarschijnlijk rekening gehouden dient te worden met twee fiets- en voetgangerstunnel onder de Noordelijke Randweg. Parkeren Voor parkeren geldt een uniforme regeling voor Meierijstad. Dit is de 'Nota Parkeernormen Meierijstad 2018'. De juridische borging gebeurt middels het 'paraplubestemmingsplan parkeren'. Het parapluplan voorziet in een regeling die voor alle bestemmingsplannen van Meierijstad geldt. De parkeernormen zijn van toepassing op nieuwe ontwikkelingen. Wonen - Parkeernormen Parkeernorm 2,4
Eenheid woning
Koop/huur, 2 onder 1 kap
2,4
woning
Koop/huur, tussen/hoek
2,2
woning
Koop/huur, etage duur
2,3
woning
Koop/huur, etage midden
2,1
woning
Koop/huur, etage goedkoop
1,8
woning
Serviceflat/aanleunwoning
1,3
woning
Kamerverhuur, niet zelfstandig
0,4
kamer
Koop/huur, vrijstaand
Aandeel bezoekers
0,3
0,2 13
De mate waarin parkeren op eigen terrein wordt meegeteld verschilt: Enkele oprit
Theoretisch aantal 2,4
Berekeningsaantal 2,4
Opmerking Oprit min. 5,0 m diep
Lange oprit
2,3
2,4
Oprit min. 10,5 m diep
Dubbele oprit
2,1
2,2
Oprit min. 5,0 m breed en 5,0 m diep,
Werken - Parkeernormen Parkeernorm 2,2
Eenheid 100 m2 bvo
Kantoor met baliefunctie
3,7
100 m2 bvo
Bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief (industrie, laboratorium, werkplaats)
2,5
100 m2 bvo
Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf)
1,2
100 m2 bvo
Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersintensief (showroom)
1,8
100 m2 bvo
Bedrijfsverzamelgebouw
2,1
100 m2 bvo
Kantoor zonder baliefunctie
14
7. Waterhuishouding Waterschap Het zoekgebied valt onder het beheer van Waterschap De Dommel. Het waterschap hanteert bij nieuwe ontwikkelingen het principe van waterneutraal bouwen, waarbij gestreefd wordt naar het behoud of herstel van de ‘natuurlijke’ waterhuishoudkundige situatie. Bij nieuwe plannen dient onderzocht te worden hoe omgegaan kan worden met het schone hemelwater. Hierbij worden de afwegingsstappen “hergebruik – infiltratie – buffering – afvoer” doorlopen. Het watersysteem dient conform de keur van het waterschap gerealiseerd te worden. Voor het beheer van de waterhuishouding hebben de drie Brabantse waterschappen Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta een gezamenlijke Keur opgesteld. Iedereen die werkzaamheden uitvoert of activiteiten plant in en om waterlopen of dijken, heeft met de Keur te maken. Bij voldoen aan de Algemene Regel is geen vergunning noodzakelijk (wel meldingsplicht). Indien niet voldaan wordt, is een watervergunning benodigd voor de voorgenomen werkzaamheden. Bovendien geldt bij grotere planontwikkelingen met een toenemend verhard oppervlak dat een hydrologisch onderzoek noodzakelijk om de impact van het planvoornemen af te stemmen. Hiervoor kan de Rekenregel (benodigde compensatie (in m3) = toename verhard oppervlak (in m2) * gevoeligheidsfactor * 0,06 (in m)) als uitgangspunt voor het bepalen van de compensatie worden gebruikt.
Gemeente Het verbreed gemeentelijk rioleringsplan Waardevol Water in Meierijstad (VGRP+) geldt voor de planperiode 2017-2022. In het VGRP+ wordt de opgave voor Meierijstad in beeld gebracht en wordt inzichtelijk gemaakt op welke strategische wijze hier invulling aan wordt gegeven. Voor uitbreidings- en reconstructieplannen van woningbouw geldt als uitgangspunt dat plannen hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. Als voorkeursvolgorde wordt infiltreren - bergen afvoeren naar oppervlaktewater - afvoeren naar riolering gehanteerd.
15
Toename afstromend verhard oppervlak 0 – 10.000 m2
Toelichting 60 mm berging
> 10.000 m2
De wijze van hemelwaterverwerking dient in een waterhuishoudkundig plan (whp) te worden onderbouwd. De richtlijnen voor het whp zijn omschreven in de Hydrologische uitgangspunten van het Waterschap. Voor de eventuele afvoer naar oppervlaktewater is een Watervergunning vereist.
Indien een retentieopgave van toepassing is, wordt bekeken of er kansen zijn om gelijktijdig de waterkwaliteit en/of belevingswaarde van de leefomgeving te verhogen, bijvoorbeeld door vergroening, verdrogingsbestrijding, etc. De gemeente hanteert hierbij als uitgangspunt dat de retentievoorziening binnen het plangebied wordt gerealiseerd. Daar waar mogelijk worden kansen benut om retentievoorzieningen te combineren.
16
8. Bureauonderzoek bodem Verhoeven Milieutechniek heeft voor het zoekgebied een historisch bodemonderzoek uitgevoerd. Het doel van het historisch bureauonderzoek is het achterhalen van eventuele bodembedreigende activiteiten op of binnen 25 meter van het zoekgebied, die mogelijk tot een bodemverontreiniging hebben geleid. Het historisch onderzoek is als bijlage 1 bij de onderhavige planologische quickscan gevoegd. Onderstaand is een beknopte weergave van de bevindingen opgenomen
Voormalig en huidig gebruik Het zoekgebied is voor zover bekend in het verleden en momenteel altijd in gebruik geweest als agrarisch gebied. Ter plaatse van de Kampenweg 4 is sprake van een agrarische erf met bedrijfsbebouwing (met asbestverdachte dakbedekking en slechte afwatering) en verhardingen. Met mogelijk kans op de aanwezigheid van asbesthoudende puinlagen ter plaatse van de erfverharding en/of voormalige stallen. Ook blijkt dat de bedrijfslocatie aan de Kampenweg 4 in de loop van de jaren is aangepast en dat sprake is (geweest) van in milieuhygiënisch opzicht verdachte bedrijfsactiviteiten en de aanwezigheid van diverse opslagtanks. Daarnaast zijn in het zoekgebied voormalige watergangen, wegen en bebouwing geconstateerd en is mogelijk sprake van voormalige (puin)dammen. Aan de oostzijde is sprake van voormalige boomgaarden.
Reeds uitgevoerde bodemonderzoeken Ter plaatse van het zoekgebied en in de directe omgeving zijn diverse bodemonderzoeken uitgevoerd. Hieruit blijkt dat in grond maximaal licht verhoogde gehalten worden aangetroffen. In het grondwater is geen sprak van verhoogde concentraties.
17
Hypothese Op basis van de beschikbare informatie is voor de algemene bodemkwaliteit van het grootste deel van het zoekgebied, als zijnde braakliggend en/of in gebruik als landbouwgrond, de hypothese gesteld van een onverdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodem- en asbestverontreiniging. Voor de algemene bodemkwaliteit ter plaatse van de Kampenweg 4 is de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodem- en asbestverontreiniging. Daarnaast vormt het voorkomen van PFAS in de verdachte grondlaag van alle locaties en het voorkomen van OCB in de teeltlaag ter plaatse van de voormalige boomgaarden aandachtspunten. Tevens vormen de voormalige watergangen, voormalige wegen en/of de (voormalige) (puin)dammen aandachtspunten. Voor de waterbodem wordt uitgegaan van verspreidbare baggerspecie, waarbij het voorkomen van PFAS een aandachtspunt betreft.
18
9. Bureauonderzoek archeologie Transect heeft voor het zoekgebied een bureauonderzoek archeologie uitgevoerd. Het doel van het archeologisch vooronderzoek is het specificeren van de archeologische verwachting. Het bureauonderzoek archeologie is als bijlage 2 bij de onderhavige planologische quickscan gevoegd. Onderstaand is een beknopte weergave van de bevindingen opgenomen
Archeologische verwachting Het zoekgebied ligt relatief ver van open water. Het dichtstbijzijnde beekdal ligt op ruim 1,0 km ten zuiden van het zoekgebied. Archeologische resten uit de periode Laat-Paleolithicum – Mesolithicum worden in de omgeving van het plangebied vrijwel uitsluitend op korte afstand van open water aangetroffen en hierom geldt in het plangebied een lage verwachting voor deze periode. Op basis van het bureauonderzoek geldt voor de periode Neolithicum – Late Middeleeuwen een middelhoge tot hoge archeologische verwachting. De ligging van het zoekgebied op een relatief hogere dekzandrug en -welving maakte het een aantrekkelijke locatie voor landgebruik. Bewoning vond over het algemeen plaats nabij de akkers. De verwachting op het aantreffen van archeologische complexen wordt in het zuiden, ter plaatse van de dekzandrug en welving, hoog verwacht en in het noorden, ter plaatse van de lagere dekzandvlakte, middelhoog. Voor de periode Nieuwe tijd geldt in het zoekgebied een lage archeologische verwachting. Op basis van topografische kaarten is het zoekgebied in gebruik geweest als bouwland. Er is geen bebouwing of ander relevant complex zichtbaar op topografische kaarten uit de 19de eeuw en ook ontbreken opvallende verhoging op het AHN die hierop zouden kunnen wijzen en hierom is de verwachting ook laag dat er oudere bebouwing aanwezig is.
Voor de periode Tweede Wereldoorlog geldt een middelhoge archeologische verwachting. Het zoekgebied bevindt zich binnen een slagveld van Operatie Market Garden. Bekend is dat in het plangebied een V.2 bom is ingeslagen. Hiervan kunnen resten worden verwacht en het spoor van een inslagkrater. Ook kunnen er in theorie resten worden verwacht in de vorm van munitie, resten van stellingen, versperringen, loopgraven en posten. 19
Verstoringen In het zoekgebied zijn enkele aanwijzingen voor verstoringen. Een van de westelijke percelen is opgenomen op de ontgrondingenkaart van Noord-Brabant en op basis van het AHN ligt het perceel ook circa 50 cm lager dan omliggende percelen. Onder de bestaande bebouwing in het oosten van het zoekgebied zijn verstoringen aanwezig door de funderingen en mestkelders met dieptes van 50 tot 200 cm -Mv. Ter plaatse van de bestaande watergangen is op basis van het AHN een verstoring van 50 cm aanwezig. In het oosten van het zoekgebied heeft reeds een archeologisch onderzoek plaatsgevonden. Hierbij is vastgesteld dat het archeologisch relevante niveau in de top van het dekzand recent verstoord is geraakt. Op basis van het archeologisch vooronderzoek geldt voor het hele zoekgebied een middelhoge tot hoge archeologische verwachting. In delen van het zoekgebied zijn aanwijzingen dat er verstoringen aanwezig zijn. Of het archeologisch relevante niveau daadwerkelijk verstoord is, is afhankelijk van de diepteligging hiervan ten opzichte van de diepte van de verstoring.
20
10. Quickscan ecologie Blom Ecologie heeft voor het zoekgebied een quickscan ecologie uitgevoerd. In dit oriënterend onderzoek is het zoekgebied onderzocht op de aanwezigheid van beschermde soorten, gebieden en houtopstanden. Vervolgens is getoetst of de beoogde ruimtelijke ingreep uitvoerbaar is in het kader van de Wet natuurbescherming en/of provinciaal beleid. De quickscan ecologie is als bijlage 3 bij de onderhavige planologische quickscan gevoegd. Onderstaand is een beknopte weergave van de bevindingen opgenomen
Soortenbescherming Er dient aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden naar de volgende soorten of soortgroepen: Marterachtigen
Mogelijke functie zoekgebied Essentiele migratieroute/foerageergebied
Vleermuizen
Verblijfplaats/essentiële vliegroute/essentieel foerageergebied
Poelkikkers
Leefgebied
Roofvogels
Nestlocaties/foerageergebied
Mogelijk is er tevens onderzoek benodigd naar de huismus. Voorafgaand aan eventuele werkzaamheden dient met aanvullend onderzoek te worden vastgesteld of het zoekgebied een functie heeft voor deze soorten. Indien er sprake is van overtreding van verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming kan bevoegd gezag onder voorwaarden een ontheffing verlenen. Er is geen reden om aan te nemen dat eventueel benodigde ontheffingen, mits de juiste maatregelen worden getroffen, er sprake is van een gedegen alternatievenafweging en een wettelijk belang kan worden aangevoerd, niet verkregen zouden kunnen worden.
21
Gebiedsbescherming Het zoekgebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied of provinciaal aangewezen beschermde gebieden. Gelet op de aard van de werkzaamheden, de afstand tot de gebieden en de beoogde situatie is van externe werking op omliggende Natura 2000-gebieden geen sprake. Gelet op de aard van de werkzaamheden, de afstand tot Natura 2000-gebieden en de beoogde situatie dienen de effecten van stikstofemissie inzichtelijk gemaakt te worden. Dit kan middels de AERIUS-Calculator. Afstand Natura2000
11,3 km
Mogelijke effecten Stikstof
Nader onderzoek AERIUS
Natuurnetwerk Nederland
670 m
Geen
N.v.t.
Groenblauwe mantel
630 m
Geen
N.v.t.
Houtopstanden Binnen het zoekgebied zijn houtopstanden aanwezig waarvoor bij kap een meldingsplicht geldt in het kader van de Wet natuurbescherming. Indien er bomen gekapt worden voor de beoogde ontwikkelingen dient er een kapmelding gemaakt te worden ten aanzien van houtopstanden.
22
11. Quickscan milieuaspecten De Roever heeft voor het zoekgebied een quickscan naar de relevante milieuaspecten uitgevoerd. Het betreft twee quikscans. Eén in geval het zoekgebied wordt benut voor de realisatie van woningbouw en één als ter plaatse van het zoekgebied een bedrijventerrein wordt gerealiseerd. De quickscans zijn als bijlage 4 bij de onderhavige planologische quickscan gevoegd. Onderstaand is een beknopte weergave van de bevindingen opgenomen
Woningbouw Bij een nadere uitwerking van een bestemmingsplan voor woningbouw in het zoekgebied zullen de volgende aspecten nader moeten worden onderzocht: • •
• • •
Geur (varkenshouderij aan Kampenweg 4) Geluid o Wegverkeerslawaai (vanwege de geluidszone van de Noordelijke Randweg, Schijndelseweg, Heikampenweg, Langesteeg en Kampenweg) o Industrielawaai (Kampenweg 4, Langesteeg 14, Heikampenweg 12) Externe veiligheid (LPG-tankstation aan Alfred Nobelstraat 20) Stikstof Volksgezondheid (varkenshouderij aan Kampenweg 4)
Het aspect geur vormt een belemmering voor het planvoornemen vanwege de varkenshouderij aan Kampenweg 4. Zonder deze veehouderij zou sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat buiten de afstandscontouren van overige veehouderijen.
23
Geur- en afstandscontouren
Achtergrondbelasting
Voor het aspect externe veiligheid geldt dat een klein gedeelte van het zoekgebied binnen het invloedsgebied van het LPG-tankstation aan Alfred Nobelstraat 20 ligt. Het zoekgebied ligt buiten de plaatsgebonden risicocontouren. Het invloedsgebied van een LPG-tankstation bedraagt 150 m rondom het vulpunt en het reservoir. Daarom is een berekening en een verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk, als woningen worden gerealiseerd binnen dat invloedsgebied.
Risicobronnen en invloedsgebieden
24
Het aspect volksgezondheid vormt een belemmering vanwege de varkenshouderij aan Kampenweg 4 (endotoxine). Zonder deze veehouderij zou dit aspect geen belemmering vormen.
Bedrijventerrein Bij een nadere uitwerking van een bestemmingsplan voor een bedrijventerrein in het zoekgebied zullen de volgende aspecten nader moeten worden onderzocht: • • • • • •
Geur (varkenshouderij aan Kampenweg 4) Luchtkwaliteit Geluid o Wegverkeerslawaai Externe veiligheid (LPG-tankstation aan Alfred Nobelstraat 20) Stikstof Volksgezondheid (varkenshouderij aan Kampenweg 4)
Het aspect geur en volksgezondheid vormen een belemmering vanwege de varkenshouderij aan Kampenweg 4. Afhankelijk van het gebruik kunnen bedrijfsgebouwen geurgevoelige objecten zijn. Wegverkeer dient onderzocht te worden als fysieke wijzigingen aan de gezoneerde wegen plaatsvinden. Het aspect industrielawaai vormt op voorhand geen belemmering voor het plan. Bedrijven vormen geen geluidgevoelige objecten. Door middel van milieuzonering kan worden voorkomen dat onaanvaardbare geluidhinder richting woningen in de omgeving optreedt.
25
Mogelijke zonering Op basis van bestaande woningen in de omgeving is inzichtelijk gemaakt in welke zones op het beoogde bedrijventerrein welke milieucategorieën kunnen worden toegestaan. Voor alle woningen in de omgeving is daarbij uitgegaan dat deze woningen zijn gelegen in een rustige woonwijk.
Richtafstanden
26
Bijlagen
Bijlage 1 Bureauonderzoek bodem
Bijlage 2 Bureauonderzoek archeologie
Bijlage 3 Quickscan ecologie
Bijlage 4 Quickscan milieuaspecten
Bijlage 5 Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies Artikel 3.42 Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit Lid 1 Een bestemmingsplan geeft bij de evenwichtige toedeling van functies zoals opgenomen in hoofdstuk 3 Instructieregels aan gemeenten invulling aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Lid 2 Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met: a. zorgvuldig ruimtegebruik; b. de waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering; c. meerwaardecreatie. Artikel 3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik Lid 1 Een Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a. de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, behalve in de gevallen dat: 1. nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk; 2. er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functie, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan; b. bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); c. gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel.
Lid 2 Onder bestaand ruimtebeslag voor bebouwing wordt verstaan het werkingsgebied Stedelijk Gebied of een bestaand bouwperceel.
Artikel 3.7 Toepassing van de lagenbenadering Lid 1 De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. Lid 2 De lagenbenadering omvat de effecten op: a. de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; b. de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer; c. de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. Lid 3 Door de factor tijd actief te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid. Artikel 3.8 Meerwaardecreatie Lid 1 Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: a. de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; b. de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn.
Lid 2 De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, bedoeld in Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie.
Vestigingsadres: Schoenaker 10, 6641 SZ Beuningen Telefoonnummer: 024 - 675 23 56 Emailadres: info@burowaalbrug.nl Website: www.burowaalbrug.nl Rekeningnr.: IBAN NL98 RABO 0302 2351 59 KvK Nummer: 58365524 BTW Nummer: NL8530.06.453.B01