Bijlage 2. Zienswijze CVAH en onze reactie hierop
Tekst van het document
Van: Verstuurd: Aan: Onderwerp:
Loes Cornelissen-Penninx | gemeente Meierijstad Fri, 1 Apr 2022 14:26:05 +0200 JuridischLoket@cvah.nl RE: ZIENSWIJZE CVAH op Marktverordening Meierijstad 2022
Geachte mevrouw Şen, Hartelijk dank voor uw e-mail van vrijdag 11 maart met daarin de zienswijze vanuit de CVAH op het concept van onze vernieuwde marktverordening. Inmiddels heb ik deze samen met onze marktmeester en juridische collega’s doorgenomen en doorgesproken. Heel erg fijn deze toevoegingen in de zienswijze en wij hebben hieruit meegenomen wat voor onze weekmarkten relevant is en wat ook bijdraagt in waar wij met onze weekmarkten naar toe willen. We hebben onze verordening zeker nog op een aantal punten kunnen versterken. In uw e-mail vraagt u ook om een toelichting op een aantal punten. Deze heb ik in onderstaande mail in groen weergegeven. Ook heb ik op een aantal punten aangegeven waarom wij hier expliciet niet voor kiezen. Ik hoop hiermee nog een aantal onduidelijkheden weg te nemen en de vragen te beantwoorden. Met vriendelijke groet, Loes Cornelissen-Penninx Medewerker economie gemeente Meierijstad Email: lcornelissen@meierijstad.nl - Tel: +31 (413) 381 770
Stadhuisplein 1 - 5461KN Veghel - www.meierijstad.nl - info@meierijstad.nl - tel 14 0413
Van: Juridisch Loket <JuridischLoket@cvah.nl> Verzonden: vrijdag 11 maart 2022 13:46 Aan: Loes Cornelissen-Penninx | gemeente Meierijstad <lcornelissen@meierijstad.nl> Onderwerp: ZIENSWIJZE CVAH op Marktverordening Meierijstad 2022 Geachte mevrouw Cornelissen-Penninx, Uw concept kon ik niet bewerken vandaar ontvangt u hieronder artikelsgewijs onze zienswijze op uw concept Marktverordening Meierijstand 2022. Voor de volledigheid stuur ik eveneens onze Model Marktverordening en Model Marktreglement mee. Misschien dat aan de hand van ons model het e.e.a. duidelijker wordt. Mocht u nog vragen hebben dan verneem ik graag. Laat u mij weten wanneer u mijn mail hebt ontvangen? Hopende u hiermee volledig te hebben bericht. Artikel 2.3. Als aanvulling: dagplaats zal moeten worden uitgegeven binnen de branche. Deze branche moet dezelfde zijn als de branche van de vrijgekomen standplaats of branchevreemde producten. In artikel 9 van onze marktverordening staat inderdaad beschreven dat voor de dagplaatsen ondernemers in aanmerking komen die voldoen aan een eventueel van toepassing zijnde branche of artikel-groep vereiste. In dat artikel is dit reeds opgenomen. In dit artikel hebben wij dit niet extra opgenomen om dubbelingen te voorkomen. Artikel 3.2. Hier missen wij het overgangsrecht. Over een overgangsrecht wordt niet gesproken.
Inclusief overgangsrecht zou een vaste standplaatsvergunning uitkomen op 15 jaar.
Wij houden in deze de advisering vanuit de VNG aan om de vergunningstermijn op maximaal 12 jaar te houden. Het overgangsrecht hebben wij opgenomen in artikel 17 van onze verordening.
Artikel 3.7. Dit is niet geheel duidelijk. Wat wordt bedoeld met niet overdraagbaar want in artikel 6 is opgenomen dat overname mogelijk is? Hiermee bedoelen wij dat een vaste standplaatsvergunning niet zo overdraagbaar is door de ondernemer zelf. Het overschrijven van een vergunning op verzoek is wel mogelijk mits er voldaan wordt aan een aantal bepalingen zoals opgenomen in artikel 6. Dit conform de modelverordening vanuit de VNG. Artikel 5.6. Door dit op te nemen kan willekeur ontstaan. Bijvoorbeeld als er een bestaande AGF ondernemer een advies moet geven over een andere nieuwe AGF ondernemer kan willekeur ontstaan. Dit raden wij niet aan. Dit punt hebben wij aangescherpt met de toevoeging: ‘Een lid van de commissie vermijd op elk moment (de schijn van) belangenverstrengeling bij advisering. Advisering dient volledig onafhankelijk plaats te vinden. Het college kan ter zake nadere regels stellen’. Deze nadere regels zullen opgesteld worden in de vorm van een vernieuwd protocol waarin wij het exacte beoordelingsproces vastleggen en hier bestuurlijk over laten besluiten. Dit om o.a. het voorkomen van willekeur maar ook om een zorgvuldig proces te garanderen. Zo zal er niet meer over de eigen kern geadviseerd worden maar altijd over een van de andere kernen. Artikel 5.7. Dit zijn wij bij andere gemeenten nog niet tegengekomen.
Gaat B&W dit zelf doen? Waarom zou je dit willen? Het nemen van het feitelijke besluit is altijd voorbehouden aan B&W. De CVAH adviseert gemeenten om vaste plaatsen die vrijkomen op de markt te verdelen door middel van een selectiestelsel. Dat biedt gegadigden voldoende ruimte om mee te dingen naar plaatsen op de markt en geeft de beste mogelijkheden om de markt op een kwalitatief hoogstaand peil te houden. De procedure is als volgt. Als een plaats op de markt vrijkomt worden bestaande vergunninghouders van een vaste standplaats eerst in de gelegenheid gesteld om een andere plaats te kiezen waarbij de volgorde op de anciënniteitlijst wordt aangehouden. Dit punt hebben wij niet opgenomen aangezien dit in onze optiek in strijd is met de regels van een open en transparante procedure. Bij een vrijkomende plek moet iedereen op hetzelfde moment kunnen reageren. Vervolgens worden de nog vrije plaatsen door de gemeente openbaar bekendgemaakt en worden gegadigden in de gelegenheid gesteld hun interesse voor de standplaats kenbaar te maken. Van belang is dat op voorhand en voor een ieder duidelijk is aan welke eisen een sollicitatie naar de vrijgekomen plaats dient te voldoen en welke termijn geldt voor binnenkomst van de sollicitatie. De CVAH adviseert om dat in nadere regels of beleid vast te leggen.
De door het college ingestelde selectiecommissie (leg ook ten aanzien van de commissie in nadere regels of beleid vast hoe de commissie functioneert en wordt samengesteld, waarbij het natuurlijk wenselijk is dat ook de marktondernemers in deze commissie zijn vertegenwoordigd) selecteert vervolgens welke gegadigden actief zijn binnen de vrijgekomen branche. Dat is aan de hand van de genoemde criteria punten aan de gegadigden worden toegewezen. Ook hier verdient het aanbeveling om deze criteria in nadere regels en/of beleid criteria uit te werken. Daarbij kan, als het gaat om assortiment, ook aandacht worden gegeven aan het eventuele behoefte aan diversiteit in kwaliteit A, B of C-producten op de markt. De gegadigde met het hoogste aantal punten wordt door de selectiecommissie voorgedragen aan het college. Als sprake is van gegadigden met een gelijk hoogste aantal punten, vindt de uiteindelijke keuze plaats door middel van loting tussen deze gegadigden. Hierbij een voorbeeld: De selectiecommissie kent de punten toe aan de hand van de volgende criteria: a. De sollicitatiebrief en de motivering van de aanvraag: maximaal 10 punten; Een sollicitatiebrief als separaat onderdeel van het selectieproces is voor ons niet wenselijk. Het aanmeld formulier is in die zin de algehele sollicitatie. b. Het assortiment vormt een toevoeging aan het aanbod van de markt: maximaal 30 punten; c.
De algemene uitstraling van de uitstalling: maximaal 20 punten; d. Het gebruikte verkoopmateriaal: maximaal 20 punten; e. Referenties: de aanvrager heeft geen problemen met andere gemeentes of marktorganisatoren, bijvoorbeeld betalingsachterstanden of disciplinaire problemen: maximaal 10 punten. Artikel 5A.1 Verlening na oproep is in strijd met de dienstenrichtlijn. Verlengen van een vergunning is niet toegestaan. Wij adviseren hier op te nemen dat de vergunning opnieuw wordt uitgegeven. Dit geldt eveneens voor artikel 5A.4.
De modelverordening van de VNG spreekt ook over Verlenging na afroep. Verlenging is inderdaad niet toegestaan maar dat is ook niet wat wij met dit artikel beogen. De vergunning wordt dan opnieuw verleend (met een nieuwe vergunning en (wellicht) dus ook aangepaste voorwaarden). Verlenging hebben wij dan ook gewijzigd in verlening na afroep. Artikel 5A.6. Hier staat dubbel: In het in het Dit is uiteraard aangepast. Artikel 6.2. Overschrijvingsvereiste van ten minste 5 jaar is buiten redelijk- en billijkheid. Dat is overdreven veel. Een termijn van 1 of 2 jaar is de max. Wij hebben de termijn aangepast naar 3 jaar. Hierin ook gekeken naar wat andere gemeenten doen. Daarbij is 3 jaar een kwart van de totale vergunningsduur en is in onze ogen een redelijke termijn. Artikel 6.3.b. Wat hier staat is niet duidelijk: voor een onbepaalde tijd gelijk aan de termijn van 12 jaar?? Wat wordt hiermee bedoeld? Wij hebben dit in de toelichting van de verordening nader uitgelegd middels een rekensom. Op het moment dat een vergunninghouder van een vergunning met onbepaalde termijn de vergunning wil overschrijven dan wordt er gerekend met een vergunningsduur van 12 jaar (startend op het moment van de inwerkingtreding van de verordening). We lichten dit toe aan de hand van een voorbeeld. Een onbepaalde termijn vergunning wenst te worden overgeschreven.
Deze verordening is in mei 2022 in werking getreden. Iemand wenst de vergunning in mei 2026 over te schrijven. Dan wordt er aan de vergunning met onbepaald termijn een einddatum toegekend. Van de 12 jaar is op dat moment 4 jaar verstreken, de vergunning kent dan nog een looptijd van 8 jaar. Artikel 7.2. Voor bepaalde en onbepaalde tijd intrekken? Wat wordt hier bedoeld? Er bestaat toch geen onbepaalde tijd vergunningen meer wanneer deze verordening ingaat?
V.w.b. de overgang naar vergunning van bepaalde tijd (van de oude vergunningen) hanteren wij het overgangsrecht. Het is voor de herkenbaarheid en continuering van een markt niet wenselijk dat alle vergunningen op hetzelfde moment dezelfde vergunningsduur krijgen. Dit zou betekenen dat over 12 jaar van de ene op de andere week de volledige markt er anders uit ziet of kan zien. En dat is in onze ogen geen wenselijke situatie. Daarom doen wij dit geleidelijk op het moment dat vergunningen opgezegd worden, overgeschreven worden en uiteraard bij nieuw uit te geven vergunningen.
Artikel 7.2.c. Wij adviseren op te nemen 8 van de 13 weken. Reden is, uit de praktijk blijkt dat veel kooplieden wegblijven met bijvoorbeeld minder goed weer etc. De regel ten minste 10 van de 13 weken bevorderd dit. De ondernemers die weer of geen weer wel komen opdagen willen dit niet. Een goede markt is gebaad bij het collectief. Dit punt heb ik besproken met onze marktmeesters. Voor onze markten is 8 van de 13 weken is voor ons passend. Artikel 8 Vervanging op de markt is mogelijk voor 100%. Hierover is jurisprudentie aanwezig. Geen persoonlijke aanwezigheid nodig maar vergunninghouder is aansprakelijkheid voor het handelen van de vervanger. Ook dit punt heb ik besproken met onze marktmeesters. Wij kiezen in deze expliciet voor maximale vervanging van 50%. 100% is wellicht mogelijk vanuit de jurisprudentie maar vinden wij voor onze markten geen wenselijke situatie. Dit behouden wij dan ook op maximaal 50%. Artikel 9.1.
Hier staat: Een dagplaatsvergunning kan worden verleend voor het innemen van een standplaats voor het uitoefenen van markthandel op een markt op plaatsen die daarvoor ingevolge het inrichtingsplan in aanmerking komen en op plaatsen die niet zullen worden ingenomen door de houder van een vastestandplaatsvergunning omdat voor de plaats geen vergunning geldt, de vergunning is vervallen of omdat de vergunninghouder niet in staat is de plaats in te nemen en niet is voorzien in vervanging overeenkomstig artikel 8. Dit klopt niet. Als er geen vergunning geldt, waarom geeft u dan een dagvergunning. Natuurlijk geldt er een vergunning en dat is een dagvergunning. Ik adviseer dit artikel anders op te nemen dan zoals het er nu staat. Hiermee wordt bedoeld dat dit een plek is op de markt waar nog geen vergunning voor is uitgegeven maar waar er wel ruimte voor is. Bijvoorbeeld er is plek voor 3 AGF kramen en er zijn er reeds 2 uitgegeven. Stel er komt een dagplaats dan kan die plek
als dagplaats uitgegeven worden voor die dag want er is op die plek nu geen vergunning uitgegeven of geldig. Dit heb ik verhelderd in de verordening. Artikel 9.3. Wat wordt hier bedoeld? Op basis waarvan kan B&W dit doen? Welke grondslag bestaat hier? Van deze mogelijkheid wordt alleen gebruik gemaakt wanneer strikte toepassing van deze bepaling leidt tot onredelijke gevolgen in relatie tot de hiermee te dienen doelen. Artikel 9.6. Waarom wordt deze restrictie opgenomen? Wat is de reden hierachter, ik kan het niet geheel plaatsen? Deze bepaling hebben wij opgenomen conform modelverordening VNG.
Artikel 13.1 en 13.2 Deze 2 artikelen zegt hetzelfde. Volgens mij kan het als 1 artikel worden opgenomen. Het lijkt inderdaad op elkaar. In de modelverordening staat dit artikel ook als 2 leden opgenomen. Wij kiezen ervoor om dit als 2 leden te behouden.
Artikel 17.2. Niet geheel duidelijk wat er staat. Hier wordt 2 keer jetzelfde vermeld? Artikel 17 hebben wij nu aangepast. Deze is nu volledig conform de modelverordening van de VNG.
Artikel 17.3. Wat wordt met dit artikel bedoeld? Betekent dit dat ondernemers met een onbepaalde tijd vergunning (voor intreding van deze verordening) ook hun onbepaalde vergunning behouden? Zie het punt zoals eerder vermeld. V.w.b. de overgang van onbepaalde tijd naar bepaalde tijd vergunningen hanteren wij het overgangsrecht.
Artikelgewijze toelichting Artikel 1 Samenloop met APV In 2019 hebben wij onze zienswijze gegeven op uw standplaatsenbeleid (standplaatsen niet zijnde standplaatsen op de markt) Er bestaat dus een standplaatsenbeleid in uw gemeente. Deze valt buiten de APV. Het verbaast mij dan ook, bestaat deze standplaatsenbeleid niet meer? Via Google zie ik dat uw standplaatsenbeleid gewoon nog bestaat, is van 26-9-2020 t/m heden? Hoezo wordt hier dan gesproken over de APV waarin de standplaatsen zijn opgenomen? Het klopt inderdaad dat wij ook nog een geldend standplaatsenbeleid hebben. Zowel de standplaatsen als de marktverordening gaan wij de inwerkingtreding van de Omgevingswet over in de verordening Fysieke Leefomgeving. Dit artikel is daarop ook aangepast.
Artikel 3 Vergunningen Dit artikel is ook niet geheel duidelijk. Waarom zou de duur van een vergunning moeten afhangen van extreme weersomstandigheden, bepaalde evenementen etc. ? Graag uitleg hierover. Ik vrees dat dit punt verkeerd geïnterpreteerd is. Dit is namelijk niet wat hier staat. Dit artikel stelt dat op het moment dat er extreme weersomstandigheden zijn, zoals een storm, dat wij een andere plek aan kunnen wijzen omdat het mogelijk niet verantwoord is. Of bijvoorbeeld als er ook een evenement is dat we tijdelijk een andere plek aanwijzen. Artikel 3 Looptijd Hierin mis ik de herinvestering. De dienstenrichtlijn geeft hierdoor ook aan dat er sprake kan zijn van een overgangstermijn/overgangsrecht. Vandaar termijn van 15 jaar (dit is 12 jaar inclusief 3 jaar overgangsrecht). Wij houden in dit geval de maximale termijn aan van 12 jaar zoals geadviseerd vanuit de VNG.
Artikel 3 3de alinea Het onderzoek van SEO (waar wij mee hebben samengewerkt) geeft 12 jaar als uitgangspunt aan. De gemeente zal hiernaast zelf onderzoek moeten doen wat voor soort ondernemers zij op hun markten heeft. Zijn er ondernemers die een paar jaar geleden opnieuw hebben geïnvesteerd dan raden ze een overgangstermijn/-recht aan.
Wij volgen de advisering in deze van maximaal 12 jaar.
Artikel 5 Hier wordt opnieuw gesproken over verlenging. Verlengen kan niet volgens die dienstenrichtlijn. De vergunning zal opnieuw moeten worden uitgegeven. Dit is aangepast naar verlening op afroep.
Artikel 5A “waarschijnlijk” is een aanname en hiervan kan niet worden uitgegaan. Verlening na afroep, op welke rechtsgrong doelt de gemeente? Mijn inziens is dit in strijd met de dienstenrichtlijn. Waarschijnlijk is in dit kader, net als in de artikel bepaling, aangepast naar aannemelijk.
Artikel 17 Hier wordt WEL gesproken over een overgangsrecht? Waar is dan uw overgangsrecht bepaald in de verordening. Hoe moet men dit artikel lezen? En klopt het dat de ondernemers met een onbepaalde tijd vergunning dit blijven behouden? Artikel 17 geeft het overgangsrecht aan. Daarnaast hanteren wij het overgansrecht v.w.b. de geleidelijke uitfasering van de onbepaalde tijd vergunningen. Dit i.v.m. continuering van de markten en voor de herkenbaarheid voor marktbezoekers. Het is zoals eerder aangegeven niet wenselijk dat voor een markt alle vergunningen dezelfde einddatum kennen. Onze verordening biedt de mogelijkheden ter omzetting van de vergunning en we hanteren op dit vlak het overgangsrecht.
Met vriendelijke groet, Mw. A. Şen Jurist Juridisch Loket Centrale Vereniging voor de Ambulante Handel Telefoon: 036 - 540 9945 Telefax: 036 - 540 9719 E-mail: Juridischloket@cvah.nl web: www.cvah.nl Bezoekadres: Stevinweg 2, 3891 EA Zeewolde Postadres: Postbus 47, 3890 AA Zeewolde KvK inschrijvingsnummer 40408806 Je vindt ons ook online, klik daarvoor op een van de volgende logo’s!